ONTWERP Besluit wijziging omgevingsplan inzake cultureel erfgoed e.a..pdf
Tekst van het document
ontwerp Besluit tot wijziging van het omgevingsplan inzake cultureel erfgoed e.a. De RAAD van de gemeente Dordrecht; gezien het voorstel d.d. van het college van Burgemeester en Wethouders; gelet op de Omgevingswet, artikel 2.4; BESLUIT:
Artikel I Het omgevingsplan Dordrecht te wijzigen zoals is aangegeven in bijlage A.
Artikel II Dit besluit treedt in werking op de dag waarop vier weken zijn verstreken sinds de dag waarop het besluit bekend is gemaakt.
Aldus besloten in de algemene vergadering d.d. <<datum>> <<NOG INVULLEN>> De griffier,
De voorzitter,
A.E.T. Wepster
A.W. Kolff
Bijlage A bij artikel I Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Hoofdstuk 2 Doelen
Artikel 2.1 Doelen Dit omgevingsplan is, met het oog op de doelen van artikel 1.3 van de Omgevingswet, gericht op: a. aantrekkelijke stad 1°. behoud en waar mogelijk versterking van cultuurhistorische waarden; Hoofdstuk 3 Programma's Hoofdstuk 4 Aanwijzingen in de fysieke leefomgeving Afdeling 4.1 Index van op locaties toegestane activiteiten Paragraaf 4.1.1 Functies Paragraaf 4.1.2 Cultureel erfgoed
Artikel 4.1 Doelen cultureel erfgoed Voor cultureel erfgoed gelden de volgende doelen, bedoeld in artikel 2.1: aantrekkelijke stad, behoud en waar mogelijk versterking van cultuurhistorische waarden.
Artikel 4.2 Archeologisch waardevolle locaties 1. Er zijn locaties met de functie-aanduiding archeologische waarden, onderverdeeld in: a. archeologische waarde 1; b. archeologische waarde 2; en c. archeologische waarde 3. 2. Bij grondwerkzaamheden wordt voldaan aan paragraaf 8.1.1 Grondwerkzaamheden archeologie 3. Bij het wijzigen van het waterpeil in archeologisch waardevolle locaties wordt voldaan aan paragraaf 8.1.2 Waterpeil wijzigen archeologie
Artikel 4.3 Gemeentelijke monumenten 1. Er zijn gebouwen met de functie-aanduiding gemeentelijke monumenten. 2. Bij het slopen, verstoren, beschadigen, vernielen, verplaatsen, wijzigen, herstellen, gebruiken of het onthouden van onderhoud van een gemeentelijk monument, wordt voldaan aan afdeling 8.2 Gemeentelijke monumenten
Artikel 4.4 Cultuurhistorische waarden 1. Er zijn bouwwerken met de functie-aanduiding cultuurhistorische waarden. 2. Bij het slopen van een bouwwerk met cultuurhistorische waarden wordt voldaan aan afdeling 8.3 Cultuurhistorische waarden
Artikel 4.5 Gebedshuizen 1. Er zijn gebouwen met de functie-aanduiding gebedshuizen. 2. Bij het slopen van een gebedshuis wordt voldaan aan afdeling 8.4 Gebedshuizen
Artikel 4.6 Rijksbeschermde stadsgezichten 1. Er zijn locaties met de functie-aanduiding rijksbeschermd stadsgezicht. 2. Bij het bouwen, slopen, of wijzigen van bouwwerken en het aanleggen van werken, geen bouwwerken zijnde, in een rijksbeschermd stadsgezicht wordt voldaan aan afdeling 8.5 Rijksbeschermd stadsgezicht Paragraaf 4.1.3 Evenementen Paragraaf 4.1.4 Bouwwerken Paragraaf 4.1.5 Bovengrondse en ondergrondse infrastructuur Paragraaf 4.1.6 Openbaar gebied activiteit Paragraaf 4.1.7 Landschap Paragraaf 4.1.8 Bodem Paragraaf 4.1.9 Geluid Paragraaf 4.1.10 Omgevingsveiligheid Paragraaf 4.1.11 Gezondheid Paragraaf 4.1.12 Milieu overig Paragraaf 4.1.13 Energie Paragraaf 4.1.14 Water Paragraaf 4.1.15 Natuur Afdeling 4.2 Gebieden Paragraaf 4.2.1 Agrarisch Buitengebied Paragraaf 4.2.2 Centrum Paragraaf 4.2.3 Industrie Paragraaf 4.2.4 Woongebied Hoofdstuk 5 Functies Afdeling 5.1 Algemene regels functies Afdeling 5.2 Agrarische activiteiten Afdeling 5.3 Bedrijfsactiviteiten Afdeling 5.4 Culturele activiteiten Afdeling 5.5 Detailhandelsactiviteiten Afdeling 5.6 Dienstverleningsactiviteiten Afdeling 5.7 Horeca-activiteiten
Afdeling 5.8 Kantooractiviteiten Afdeling 5.9 Maatschappelijke activiteiten Afdeling 5.10 Nutsvoorzieningen Afdeling 5.11 Recreatie-activiteiten Afdeling 5.12 Sportactiviteiten Afdeling 5.13 Verkeer Afdeling 5.14 Wonen Hoofdstuk 6 Bouwwerken Afdeling 6.1 Bouwwerken algemeen Afdeling 6.2 Hoofdgebouw bouwen Afdeling 6.3 Bijbehorend bouwwerk of een uitbreiding daarvan bouwen, in stand houden of gebruiken Afdeling 6.4 Ander bouwwerk bouwen, in stand houden of gebruiken Afdeling 6.5 Bouwwerk slopen Afdeling 6.6 Bouwwerk slopen in een gemeentelijk beschermd of rijksbeschermd stads- of dorpsgezicht Hoofdstuk 7 Overige activiteiten met een direct effect op het openbaar toegankelijk gebied Afdeling 7.1 Roerende zaken opslaan Afdeling 7.2 Bouwobject plaatsen Afdeling 7.3 Terras aanbrengen Afdeling 7.4 Uitstallingen plaatsen Afdeling 7.5 Weg aanleggen of veranderen Afdeling 7.6 Parkeeractiviteit verrichten Afdeling 7.7 Reclame maken Afdeling 7.8 Uitweg maken, hebben of veranderen of het gebruik daarvan veranderen Hoofdstuk 8 Cultureel erfgoed Afdeling 8.1 Archeologisch waardevolle locaties Paragraaf 8.1.1 Grondwerkzaamheden archeologie
Artikel 8.1 Toepassingsbereik
Deze paragraaf is van toepassing op het verrichten van grondwerkzaamheden op locaties met de functieaanduiding archeologische waarden.
Artikel 8.2 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen grondwerkzaamheden archeologie Het is binnen de functie-aanduiding archeologische waarden verboden zonder omgevingsvergunning grondwerkzaamheden te verrichten.
Artikel 8.3 Vergunningvrije gevallen grondwerkzaamheden archeologie 1. Het verbod, bedoeld in artikel 8.2, is niet van toepassing op het verrichten van grondwerkzaamheden binnen de functie-aanduiding archeologische waarde 1 en niet binnen de functie-aanduiding gemeentelijke monumenten: tot een diepte van 40 cm beneden het maaiveld. 2. Het verbod, bedoeld in artikel 8.2, is niet van toepassing op het verrichten van grondwerkzaamheden binnen de functie-aanduiding archeologische waarde 2: tot een diepte van 70 cm beneden het maaiveld. 3. Het verbod, bedoeld in artikel 8.2, is niet van toepassing op het verrichten van grondwerkzaamheden binnen de functie-aanduiding archeologische waarde 3: tot een diepte van 100 cm beneden het maaiveld. 4. Het verbod, bedoeld in artikel 8.2, is niet van toepassing op het verrichten van grondwerkzaamheden binnen de functie-aanduiding archeologische waarden: a. voor normale onderhoudswerkzaamheden; b. die bestaan uit funderingspalen tot 5% van het te bebouwen oppervlak; c. voor het vervangen van bestaande riolering en andere ondergrondse kabels en leidingen, waarbij de afmetingen en horizontale en verticale ligging van de leidingen niet veranderen; en d. voor het verrichten van archeologisch onderzoek door een hiervoor gecertificeerd opgravingsbedrijf.
Artikel 8.4 Aanvraagvereisten vergunning grondwerkzaamheden archeologie Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning wordt een archeologisch onderzoeksrapport overgelegd, waarin de archeologische waarden van de locatie in voldoende mate zijn vastgesteld.
Artikel 8.5 Beoordelingsregels vergunning grondwerkzaamheden archeologie De omgevingsvergunning wordt verleend als door die werken of werkzaamheden, dan wel door de daarvan
direct of indirect te verwachten gevolgen, de archeologische waarden niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad, of de mogelijkheden voor het herstel van die waarden niet onevenredig worden of kunnen worden verkleind.
Artikel 8.6 Advies Voordat over een aanvraag voor een omgevingsvergunning wordt beslist, wordt door burgemeester en wethouders advies ingewonnen bij een archeologisch deskundige.
Artikel 8.7 Intrekking De omgevingsvergunning kan worden ingetrokken als de omstandigheden aan de kant van de vergunninghouder zich zodanig hebben gewijzigd, dat het belang van archeologisch waardevolle locaties zich verzet tegen instandhouding van de vergunning.
Artikel 8.8 Voorrangsregeling Regels in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 4.6, eerste lid, van de Invoeringswet Omgevingswet, over activiteiten als bedoeld in deze paragraaf op locaties met een dubbelbestemming ter bescherming van archeologische waarden zijn niet van toepassing.
Paragraaf 8.1.2 Waterpeil wijzigen archeologie Artikel 8.9 Toepassingsbereik Deze paragraaf is van toepassing op het wijzigen van het waterpeil op locaties met de functie-aanduiding archeologische waarden.
Artikel 8.10 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen waterpeil wijzigen Het is binnen de functie-aanduiding archeologische waarden verboden zonder omgevingsvergunning het waterpeil te wijzigen.
Artikel 8.11 Aanvraagvereisten vergunning waterpeil wijzigen Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning wordt een archeologisch onderzoeksrapport overgelegd, waarin de archeologische waarden van de locatie in voldoende mate zijn vastgesteld.
Artikel 8.12 Beoordelingsregels vergunning waterpeil wijzigen De omgevingsvergunning wordt verleend als door die werken of werkzaamheden, dan wel door de daarvan direct of indirect te verwachten gevolgen, de archeologische waarden niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad, of de mogelijkheden voor het herstel van die waarden niet onevenredig worden of kunnen worden verkleind.
Artikel 8.13 Advies Voordat over een aanvraag voor een omgevingsvergunning wordt beslist, wordt door burgemeester en wethouders advies ingewonnen bij een archeologisch deskundige.
Artikel 8.14 Intrekking De omgevingsvergunning kan worden ingetrokken als de omstandigheden aan de kant van de vergunninghouder zich zodanig hebben gewijzigd, dat het belang van archeologisch waardevolle locaties zich verzet tegen instandhouding van de vergunning.
Artikel 8.15 Voorrangsregeling Regels in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 4.6, eerste lid, van de Invoeringswet Omgevingswet, over activiteiten op locaties met een dubbelbestemming ter bescherming van archeologische waarden zijn niet van toepassing.
Afdeling 8.2 Gemeentelijke monumenten
Artikel 8.16 Toepassingsbereik Deze afdeling is van toepassing op het verrichten van activiteiten op of bij locaties met de functie-aanduiding gemeentelijke monumenten.
Artikel 8.17 Specifieke zorgplicht Degene die een activiteit verricht die een gemeentelijk monument betreft en weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat die activiteit kan leiden tot het beschadigen of vernielen van een gemeentelijk monument, is verplicht alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om deze beschadiging of vernieling te voorkomen.
Artikel 8.18 Maatwerkvoorschriften Een maatwerkvoorschrift kan worden gesteld over een activiteit bedoeld in artikel 8.17.
Artikel 8.19 Verbod Het is verboden: a. een gemeentelijk monument te beschadigen of te vernielen; of b. aan een gemeentelijk monument onderhoud te onthouden dat voor de instandhouding daarvan noodzakelijk is.
Artikel 8.20 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen gemeentelijke monumenten Het is binnen de functie-aanduiding gemeentelijke monumenten verboden zonder omgevingsvergunning: a. een gemeentelijk monument te slopen, te verstoren, te verplaatsen of te wijzigen; b. een gemeentelijk monument te herstellen, te gebruiken of te laten gebruiken op een dusdanige wijze, dat het wordt ontsierd of in gevaar gebracht.
Artikel 8.21 Vergunningvrije gevallen gemeentelijke monumenten Het verbod, bedoeld in artikel 8.20, is niet van toepassing op: a. noodzakelijke reguliere werkzaamheden die zijn gericht op het behoud van de monumentale waarden, mits detaillering, profilering, vormgeving, materiaalsoort en kleur niet worden gewijzigd; of b. inpandige wijzigingen van een onderdeel van het gemeentelijk monument dat uit het oogpunt van monumentenzorg geen waarde heeft. c. het binnen een gemeentelijk monument dat als begraafplaats in gebruik is, met inachtneming van de monumentale waarden: 1°. plaatsen van grafmonumenten, met inbegrip van het tijdelijk verwijderen daarvan en het bijwerken van het opschrift; 2°. doen van begravingen of asbijzettingen; of 3°. ruimen van graven waarvan het grafmonument niet is beschermd als gemeentelijk monument.
Artikel 8.22 Aanvraagvereisten vergunning gemeentelijke monumenten algemeen Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning voor een activiteit aan, in of bij een gemeentelijk monument worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. het monumentnummer en, voor zover van toepassing, de naam van het gemeentelijk monument of de plaatselijke aanduiding van het archeologisch monument; b. de opgave van het huidige gebruik van het gemeentelijk monument of archeologisch monument en het voorgenomen gebruik, als dat afwijkt van het huidige gebruik; en c. de motivering voor het verrichten van de activiteit en een omschrijving van de gevolgen ervan voor het gemeentelijk monument of het archeologisch monument.
Artikel 8.23 Aanvraagvereisten vergunning slopen van een gemeentelijk monument 1. Bij de aanvraag worden, voor zover het gaat om het slopen van een gemeentelijk monument, de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. de volgende kleurenfoto's die een duidelijke indruk geven van het gemeentelijk monument in relatie tot de voorgenomen sloop: 1°. overzichtsfoto's van de bestaande situatie; en
2°. foto's van de bestaande toestand; de volgende tekeningen: b. 1°. als sprake is van het slopen van een deel van het gemeentelijk monument waarbij de omvang van het gemeentelijk monument wijzigt: situatietekeningen van de bestaande en de nieuwe situatie; 2°. opnametekeningen van de bestaande toestand met, voor zover noodzakelijk voor de beoordeling van de aanvraag: i. plattegronden; ii. doorsneden; iii. gevelaanzichten; of iv. een dakaanzicht; en 3°. slooptekeningen; en c. een omschrijving van de sloopmethode en de aard van en bestemming voor het vrijkomend materiaal. 2. Zo nodig worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een nadere bepaling van de monumentale waarde van het gemeentelijk monument aan de hand van cultuurhistorische rapporten, met inbegrip van rapporten over architectuurhistorie, bouwhistorie, interieurhistorie, kleurhistorie of tuinhistorie; b. als sprake is van verstoring van de bodem: een rapport waarin de archeologische waarde van de bodem onder het te slopen bouwwerk in voldoende mate is vastgesteld; c. een beschrijving van de technische staat van het gemeentelijk monument of het onderdeel van het gemeentelijk monument waarop de voorgenomen activiteit betrekking heeft; of d. een onderbouwing van de beschrijving van de technische staat aan de hand van technische rapporten, met inbegrip van rapporten over bouwfysische en constructieve aspecten.
Artikel 8.24 Aanvraagvereisten vergunning verplaatsen van een gemeentelijk
monument 1. Bij de aanvraag worden, voor zover het gaat om het gedeeltelijk of volledig verplaatsen van een gemeentelijk monument, de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een beschrijving van de technische staat van het gemeentelijk monument of het onderdeel van het gemeentelijk monument waarop de voorgenomen activiteit betrekking heeft; b. de volgende kleurenfoto's die een duidelijke indruk geven van het gemeentelijk monument in relatie tot de voorgenomen verplaatsing: 1°. overzichtsfoto's van de bestaande situatie; 2°. foto's van de bestaande toestand; en 3°. overzichtsfoto's van de nieuwe locatie; de volgende tekeningen: c. 1°. situatietekeningen van de bestaande en nieuwe situatie; 2°. opnametekeningen van de bestaande toestand met, voor zover noodzakelijk voor de beoordeling van de aanvraag: i. plattegronden; ii. doorsneden; iii. gevelaanzichten; of iv. een dakaanzicht; en 3°. plantekeningen van de nieuwe toestand met, voor zover noodzakelijk voor de beoordeling van de aanvraag: i. plattegronden; ii. doorsneden; iii. gevelaanzichten; of iv. een dakaanzicht; een bestek of werkomschrijving van de wijze van demonteren, van het verplaatsen naar de nieuwe locatie d. en de herbouw; en e. als de activiteit bestaat uit het verplaatsen van een molen: een rapport over de molenbiotoop van de bestaande en de nieuwe situatie. 2.
Zo nodig worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een nadere bepaling van de monumentale waarde van het gemeentelijk monument aan de hand van
cultuurhistorische rapporten, met inbegrip van rapporten over architectuurhistorie, bouwhistorie, interieurhistorie, kleurhistorie of tuinhistorie of over de relatie van het gemeentelijk monument tot zijn historische en zijn nieuwe omgeving; b. als op de bestaande of op de nieuwe locatie sprake is van verstoring van de bodem: een rapport waarin de archeologische waarde van het terrein dat volgens de aanvraag door de activiteit zal worden verstoord in voldoende mate is vastgesteld; c. een onderbouwing van de beschrijving van de technische staat aan de hand van technische rapporten, met inbegrip van rapporten over bouwfysische, constructieve, materiaaltechnische of preventieve aspecten; d. aanvullende tekeningen van de bestaande en nieuwe toestand, met inbegrip van detailtekeningen; of e. een opgave van de bij de voorbereiding en het verrichten van de activiteit te hanteren uitvoeringsrichtlijnen.
Artikel 8.25 Aanvraagvereisten vergunning wijzigen van een gemeentelijk monument of gemeentelijk monument herstellen 1. Bij de aanvraag worden, voor zover het gaat om het wijzigen van een gemeentelijk monument of het herstellen daarvan waardoor het kan worden ontsierd of in gevaar kan worden gebracht, de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. de volgende kleurenfoto's die een duidelijke indruk geven van het gemeentelijk monument in relatie tot de voorgenomen activiteit: 1°. overzichtsfoto's van de bestaande situatie; en 2°. detailfoto's van de bestaande toestand, die een duidelijke indruk geven van het onderdeel van het gemeentelijk monument waar de voorgenomen activiteit zal worden verricht; de volgende tekeningen: b. 1°. een situatietekening van de bestaande situatie, en als de nieuwe situatie daarvan afwijkt: een situatietekening van de nieuwe situatie; 2°. opnametekeningen van de bestaande toestand met, voor zover noodzakelijk voor de beoordeling van de aanvraag: i. plattegronden; ii. doorsneden; iii. gevelaanzichten; of iv. een dakaanzicht; 3°. als er gebreken worden hersteld: gebrekentekeningen; 4°. plantekeningen van de nieuwe toestand en van de voorgenomen werkzaamheden, met inbegrip van de te vervangen of te veranderen onderdelen en de te verhelpen gebreken, met, voor zover noodzakelijk voor de beoordeling van de aanvraag: i. plattegronden; ii. doorsneden; iii.
gevelaanzichten; of iv. een dakaanzicht; en 5°. als sprake is van verwijdering van materiaal: slooptekeningen; en c. een omschrijving van de aard en omvang van de activiteit in de vorm van een bestek of werkomschrijving, met: 1°. de te gebruiken en de te vervangen materialen, de toe te passen constructies, afwerkingen en kleuren en de wijze van uitvoering of verwerking; en 2°. als sprake is van verwijdering van materiaal: de sloopmethode en de aard van en bestemming voor het vrijkomend materiaal. 2. Zo nodig worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een nadere bepaling van de monumentale waarde van het gemeentelijk monument aan de hand van cultuurhistorische rapporten, met inbegrip van rapporten over architectuurhistorie, bouwhistorie, interieurhistorie, kleurhistorie of tuinhistorie; b. als sprake is van verstoring van de bodem: een rapport waarin de archeologische waarde van de locatie in voldoende mate is vastgesteld; c. een beschrijving van de technische staat van het monument of het onderdeel van het gemeentelijk monument waarop de voorgenomen activiteit betrekking heeft; d. een onderbouwing van de beschrijving van de technische staat aan de hand van technische rapporten, met inbegrip van rapporten over bouwfysische, constructieve, materiaaltechnische of preventieve aspecten;
e. aanvullende tekeningen van de bestaande en nieuwe toestand, met inbegrip van detailtekeningen; f. voor zover er algemene kwaliteitsnormen of uitvoeringsrichtlijnen voor de instandhouding van gemeentelijk monumenten op de activiteit van toepassing zijn: een opgave of de voorgenomen activiteit hierop is afgestemd; of g. als de activiteit een gemeentelijk monument betreft dat een tuinaanleg, parkaanleg of andere groenaanleg is: een beheervisie.
Artikel 8.26 Aanvraagvereisten vergunning gemeentelijk monument door gebruik ontsieren of in gevaar brengen Bij de aanvraag wordt, voor zover het gaat om het gebruik van een gemeentelijk monument waardoor het kan worden ontsierd of in gevaar gebracht, een opgave verstrekt van de maatregelen die worden getroffen om deze nadelige gevolgen te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken.
Artikel 8.27 Aanvraagvereisten vergunning eisen aan tekeningen gemeentelijke monumenten 1. Tekeningen als bedoeld in artikel 8.23 tot en met artikel 8.25 hebben een schaal die niet kleiner is dan: a. 1:1000, als het gaat om een situatietekening; b. 1:100, als het gaat om een algemene geveltekening; c. 1:20 of 1:50, als het gaat om een geveltekening voor een ingrijpende wijziging; en d. 1:100, als het gaat om een plattegrondtekening, doorsnedetekening of een tekening van het dakaanzicht. 2. Een detailtekening heeft een schaal van 1:1, 1:2 of 1:5 en is voorzien van een omschrijving van de materiaaltoepassing en de maatvoering. 3. Uit een situatietekening die is voorzien van een noordpijl blijkt de oriëntatie van het gemeentelijk monument op het perceel en ten opzichte van omliggende bebouwing en wegen. 4. Een plattegrondtekening en een doorsnedetekening bevatten de volgende historische gegevens: a. balklagen: 1°. gestippeld aangegeven in plattegronden van ruimten onder de balklagen; en 2°. getekend aangegeven in doorsneden met aanduiding van de afmetingen; geornamenteerde plafonds, gestippeld aangegeven in plattegronden van de ruimten waar deze zich b. bevinden; c. houtafmeting, balklagen en kapconstructie, aangegeven in doorsneden van de bestaande en van de nieuwe toestand; en d.
bijzondere ruimten of bouwdelen, direct of indirect betrokken bij de activiteit, aangegeven in plattegronden en doorsneden.
Artikel 8.28 Beoordelingsregels vergunning gemeentelijke monumenten 1. De omgevingsvergunning wordt alleen verleend als de activiteit in overeenstemming is met het belang van de monumentenzorg. 2. Bij de beslissing op de aanvraag wordt rekening gehouden met de volgende beginselen: a. het voorkomen van ontsiering, beschadiging of sloop van monumenten en archeologische monumenten; b. het voorkomen van verplaatsing van monumenten of een deel daarvan, tenzij dit dringend is vereist voor het behoud van die monumenten; en c. het bevorderen van het gebruik van monumenten, zo nodig door wijziging van die monumenten, rekening houdend met de monumentale waarden. 3. Bij de beoordeling van een aanvraag van een omgevingsvergunning wordt aan de hand van de "Beleidsregels monumenten" bepaald of de activiteit in overeenstemming is met het belang van de monumentenzorg. 4. Voor zover het gaat om een beslissing waarbij wezenlijke belangen van het belijden van de godsdienst of levensovertuiging in dat monument in het geding zijn, beslist het bevoegd gezag alleen in overeenstemming met de eigenaar.
Artikel 8.29 Advies Voordat over een aanvraag voor een omgevingsvergunning wordt beslist, wordt door burgemeester en
wethouders advies ingewonnen bij de adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit.
Artikel 8.30 Intrekking De omgevingsvergunning kan worden ingetrokken als de omstandigheden aan de kant van de vergunninghouder zich zodanig hebben gewijzigd, dat het belang van het gemeentelijk monument zich verzet tegen instandhouding van de vergunning.
Afdeling 8.3 Cultuurhistorische waarden Paragraaf 8.3.1 Bouwwerken met cultuurhistorische waarden Artikel 8.31 Toepassingsbereik Deze afdeling is van toepassing op het verrichten van sloopactiviteiten op locaties met de functie-aanduiding cultuurhistorische waarden.
Artikel 8.32 Meldingsplichtige gevallen cultuurhistorische waarden 1. Het is binnen de functie-aanduiding cultuurhistorische waarden verboden een bouwwerk te slopen zonder dit ten minste 4 weken voor het begin ervan te melden. 2. De in het eerste lid genoemde termijn is ten minste een week als: a. de sloopwerkzaamheden in het kader van reparatie- of mutatieonderhoudswerkzaamheden worden verricht aan een asbesthoudende toepassing en handhaving van de termijn tot onnodige leegstand zou leiden of het gebruiksgenot van het bouwwerk ernstig zou belemmeren; of b. de sloopwerkzaamheden bestaan uit het anders dan in de uitoefening van een beroep of bedrijf in zijn geheel verwijderen van geschroefde, asbesthoudende platen waarin de asbestvezels hechtgebonden zijn, anders dan dakleien, of van asbesthoudende vloertegels of niet-gelijmde, asbesthoudende vloerbedekking, uit een woonfunctie of nevengebruiksfunctie daarvan, voor zover die woonfunctie of die nevengebruiksfunctie niet in het kader van een beroep of bedrijf wordt gebruikt of bedoeld is voor gebruik in dat kader en de oppervlakte van de te verwijderen asbesthoudende platen, vloertegels of vloerbedekking in totaal ten hoogste 35m2bedraagt. 3. Als dit naar het oordeel van het bevoegd gezag nodig is, kan worden afgeweken van de in het eerste en tweede lid genoemde termijnen. 4. Het eerste lid is niet van toepassing op het: a.
slopen van een seizoensgebonden bouwwerk; b. slopen op grond van een maatwerkvoorschrift als bedoeld inartikel 3.6, of van een besluit tot oplegging van een last onder bestuursdwang of last onder dwangsom; en c. slopen dat alleen bestaat uit het in het kader van de uitoefening van een beroep of bedrijf geheel of gedeeltelijk verwijderen van asbesthoudende: 1°. geklemde vloerplaten onder een verwarmingstoestel; 2°. beglazingskit dat is verwerkt in de constructie van een kas; 3°. rem- en frictiematerialen; en 4°. pakkingen uit: i. een verbrandingsmotor; ii. een verwarmingstoestel met een nominaal vermogen van ten hoogste 2.250kW; of iii. een procesinstallatie. 5. Een sloopmelding kan betrekking hebben op meerdere bouwwerken op hetzelfde terrein of op met elkaar samenhangende terreinen.
Artikel 8.33 Indieningsvereisten melding cultuurhistorische waarden Bij de melding wordt een bouwhistorisch onderzoeksrapport verstrekt dat voldoet aan de actuele Richtlijnen bouwhistorisch onderzoek.
Artikel 8.34 Voorrangsregeling Regels in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 4.6, eerste lid, van de Invoeringswet Omgevingswet, over activiteiten met betrekking tot bouwwerken met cultuurhistorische waarden, zijn niet van toepassing.
Paragraaf 8.3.2 Locaties met cultuurhistorische waarden Afdeling 8.4 Gebedshuizen Artikel 8.35 Toepassingsbereik Deze afdeling is van toepassing op het verrichten van sloopactiviteiten op locaties met de functie-aanduiding gebedshuizen.
Artikel 8.36 Meldingsplichtige gevallen gebedshuizen 1. Het is binnen de functie-aanduiding gebedshuizen verboden een gebedshuis te slopen zonder dit ten minste 4 weken voor het begin ervan te melden. 2. De in het eerste lid genoemde termijn is ten minste een week als: a. de sloopwerkzaamheden in het kader van reparatie- of mutatieonderhoudswerkzaamheden worden verricht aan een asbesthoudende toepassing en handhaving van de termijn tot onnodige leegstand zou leiden of het gebruiksgenot van het bouwwerk ernstig zou belemmeren; of b. de sloopwerkzaamheden bestaan uit het anders dan in de uitoefening van een beroep of bedrijf in zijn geheel verwijderen van geschroefde, asbesthoudende platen waarin de asbestvezels hechtgebonden zijn, anders dan dakleien, of van asbesthoudende vloertegels of niet-gelijmde, asbesthoudende vloerbedekking, uit een woonfunctie of nevengebruiksfunctie daarvan, voor zover die woonfunctie of die nevengebruiksfunctie niet in het kader van een beroep of bedrijf wordt gebruikt of bedoeld is voor gebruik in dat kader en de oppervlakte van de te verwijderen asbesthoudende platen, vloertegels of vloerbedekking in totaal ten hoogste 35m2bedraagt. 3. Als dit naar het oordeel van het bevoegd gezag nodig is, kan worden afgeweken van de in het eerste en tweede lid genoemde termijnen. 4. Het eerste lid is niet van toepassing op het: a.
slopen van een seizoensgebonden bouwwerk; b. slopen op grond van een maatwerkvoorschrift als bedoeld inartikel 3.6, of van een besluit tot oplegging van een last onder bestuursdwang of last onder dwangsom; en c. slopen dat alleen bestaat uit het in het kader van de uitoefening van een beroep of bedrijf geheel of gedeeltelijk verwijderen van asbesthoudende: 1°. geklemde vloerplaten onder een verwarmingstoestel; 2°. beglazingskit dat is verwerkt in de constructie van een kas; 3°. rem- en frictiematerialen; en 4°. pakkingen uit: i. een verbrandingsmotor; ii. een verwarmingstoestel met een nominaal vermogen van ten hoogste 2.250kW; of iii. een procesinstallatie. 5. Een sloopmelding kan betrekking hebben op meerdere bouwwerken op hetzelfde terrein of op met elkaar samenhangende terreinen.
Artikel 8.37 Indieningsvereisten melding gebedshuizen Bij de melding worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. Een beschrijving ten aanzien van de transformatieladder met daarin de opstaptrede en per stap hoe over wordt gestapt naar een andere trede; b. Een onderbouwing waarom (her)gebruik van het bestaande gebouw niet mogelijk is en nieuwbouw noodzakelijk is; c. Een bouwhistorisch onderzoeksrapport inclusief waardebepaling.
Afdeling 8.5 Rijksbeschermd stadsgezicht Artikel 8.38 Toepassingsbereik Deze paragraaf is van toepassing op het verrichten van activiteiten op locaties met de functie-aanduiding rijksbeschermd stadsgezicht.
Artikel 8.39 Specifieke zorgplicht De specifieke zorgplicht houdt voor het veranderen van de bestaande bebouwing in een rijksbeschermd stadsgezicht in dat rekening wordt gehouden met behoud en zo nodig verbetering van de structuur, waarbij voor wat betreft schaal, schikking van gebouwonderdelen, gevelgeleding, gevelindeling, hoogtedifferentiatie, gevelbeëindiging, kapvorm, silhouetvorming, rooilijn, materiaal- en kleurgebruik en detaillering aansluiting wordt gezocht bij de bestaande omgeving.
Artikel 8.40 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen rijksbeschermd stadsgezicht Het is binnen de functie-aanduiding rijksbeschermd stadsgezicht verboden zonder omgevingsvergunning: a. bouwwerken te slopen; b. nieuwe bouwwerken te plaatsen; of c. bestaande bouwwerken te wijzigen, voor zover de wijziging zichtbaar is vanuit de openbare ruimte.
Artikel 8.41 Vergunningvrije gevallen rijksbeschermd stadsgezicht Het verbod, bedoeld in artikel 8.40 geldt niet voor activiteiten als bedoeld in: a. artikel 2.30, derde lid, van het Besluit bouwwerken leefomgeving; en b. artikel 22.27 in samenhang met artikel 22.28, derde lid.
Artikel 8.42 Aanvraagvereisten vergunning rijksbeschermd stadsgezicht 1. Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk in een rijksbeschermd stadsgezicht wordt een motivering opgenomen dat op de plaats van het te slopen bouwwerk een ander bouwwerk kan of zal worden gebouwd. 2. Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk op een locatie met bouwhistorische verwachting, wordt een bouwhistorisch rapport overgelegd.
Artikel 8.43 Beoordelingsregels vergunning rijksbeschermd stadsgezicht 1. De omgevingsvergunning wordt alleen verleend als: a. de wijzigingen passen bij de bestaande historische bebouwing en structuur en met respect voor cultuurhistorische waarden; en b. bij het slopen van een bouwwerk: naar het oordeel van het bevoegd gezag aannemelijk is dat op de plaats van het te slopen bouwwerk een ander bouwwerk kan of zal worden gebouwd dat passend is in het rijksbeschermd stadsgezicht. 2. Bij het bepalen of de wijzigingen passend zijn, wordt rekening gehouden met: a. de bouwhoogte en diepte van de bouwmassa; b. de opbouw van de bouwmassa; c. de rooilijnen; d. de architectuur; e. het materiaal- en kleurgebruik; f. de detaillering; en g. de bouwhistorische waarden.
Artikel 8.44 Advies Voordat over een aanvraag voor een omgevingsvergunning wordt beslist, wordt door burgemeester en wethouders advies ingewonnen bij de adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit.
Artikel 8.45 Intrekking De omgevingsvergunning kan worden ingetrokken als de omstandigheden aan de kant van de
vergunninghouder zich zodanig hebben gewijzigd, dat het belang van het rijksbeschermd stadsgezicht zich verzet tegen instandhouding van de vergunning.
Artikel 8.46 Voorrangsregeling Regels in het tijdelijk deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 4.6, eerste lid, van de Invoeringswet Omgevingswet, die opgenomen zijn in de dubbelbestemming "'Waarde -Beschermd Stadsgezicht" zijn niet van toepassing. Hoofdstuk 9 Evenementen Hoofdstuk 10 Bovengrondse en ondergrondse infrastructuur Afdeling 10.1 Hoogspanningsverbindingen Afdeling 10.2 Gasleidingen Hoofdstuk 11 Bodem Hoofdstuk 12 Geluid Afdeling 12.1 Industrielawaai Afdeling 12.2 Milieubelastende activiteiten Afdeling 12.3 Railverkeerlawaai Afdeling 12.4 Scheepsverkeerlawaai Afdeling 12.5 Wegverkeerlawaai Hoofdstuk 13 Omgevingsveiligheid Afdeling 13.1 Buisleidingen Afdeling 13.2 Inrichtingen Afdeling 13.3 Spoor Afdeling 13.4 Water Afdeling 13.5 Wegen Hoofdstuk 14 Gezondheid Afdeling 14.1 Speelplekken aanleggen, bouwen, in stand houden of gebruiken Afdeling 14.2 Hittestress Hoofdstuk 15 Milieu overig Afdeling 15.1 Geurhinder Afdeling 15.2 Lichthinder Afdeling 15.3 Luchtkwaliteit Afdeling 15.4 Trillingen Afdeling 15.5 Windhinder Hoofdstuk 16 Energietransitie Afdeling 16.1 Aansluitplicht warmtenet Afdeling 16.2 Afsluitplicht gas Hoofdstuk 17 Water Afdeling 17.1 Waterberging Afdeling 17.2 Droogte Afdeling 17.3 Overstromingen Afdeling 17.4 Waterkwaliteit Afdeling 17.5 Grondwater lozen Afdeling 17.6 Watergang dempen Hoofdstuk 18 Natuur Afdeling 18.1 Biodiversiteit Afdeling 18.2
Bomen kappen Afdeling 18.3 Groen verwijderen Afdeling 18.4 Stikstofuitstoot Hoofdstuk 19 Gereserveerd Hoofdstuk 20 Gereserveerd
Hoofdstuk 21 Gereserveerd Hoofdstuk 22 Bruidsschat Afdeling 22.1 Algemeen
Artikel 22.2 Overgangsrecht: gemeentelijke monumenten en voorbeschermde gemeentelijke monumenten [Vervallen] Artikel 22.3 Overgangsrecht: rijksbeschermde stads- en dorpsgezichten [Vervallen] § 22.2.6 Cultureel erfgoed Artikel 22.22 Vrijstelling van archeologisch onderzoek [Vervallen] § 22.2.7 Vergunningplichten met betrekking tot het bouwen, in stand houden en gebruiken van bouwwerken Artikel 22.28 Inperkingen artikel 22.27 vanwege cultureel erfgoed (..) 4. [Vervallen] Artikel 22.33 Specifieke beoordelingsregels aanvraag binnenplanse omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit bouwwerken bij voorbereidingsbesluit of aanwijzing als beschermd stads- of dorpsgezicht 1. In afwijking van artikel 22.29 wordt de omgevingsvergunning geweigerd, als voor de locatie waarop de aanvraag betrekking heeft van kracht is: (…) b. [vervallen] 2. [vervallen] Artikel 22.34 Voorschriften over archeologische monumentenzorg binnenplanse omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit bouwwerken [Vervallen] Artikel 22.35 Aanvraagvereisten binnenplanse omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit bouwwerken Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit met betrekking tot een bouwwerk worden voor de toetsing aan dit omgevingsplan in ieder geval de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: (…) h.
[vervallen] Artikel 22.38 Inperkingen artikel 22.36 vanwege cultureel erfgoed Artikel 22.36 is niet van toepassing op een activiteit die wordt verricht: a. [vervallen] § 22.5.1 Vergunningplichten en beoordelingsregels voor activiteiten in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, eerste lid, onder a, van de Omgevingswet Artikel 22.278 Omgevingsplanactiviteit: specifieke beoordelingsregel omgevingsvergunning uitvoeren van een werk, niet zijnde bouwwerk, of werkzaamheid, bij voorbereidingsbesluit of aanwijzing als beschermd stads- of dorpsgezicht [Vervallen] § 22.5.2.2 Aanvraagvereisten omgevingsvergunningen vereist op grond van het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet Artikel 22.284 Omgevingsplanactiviteit: uitvoeren van een werk, niet zijnde bouwwerk, of werkzaamheid (…) 2. [Vervallen] § 22.5.2.3 Aanvraagvereisten omgevingsvergunningen vereist op grond van artikel 22.280 van dit omgevingsplan Artikel 22.286 Omgevingsplanactiviteit: afwijking van regels van het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, eerste lid, onder a, van de Omgevingswet (…) 2.
[Vervallen] § 22.5.2.4 Aanvraagvereisten omgevingsvergunningen vereist op grond van een andere gemeentelijke regeling dan dit omgevingsplan in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet Artikel 22.287 Omgevingsplanactiviteit gemeentelijk monument: algemeen [Vervallen] Artikel 22.288 Omgevingsplanactiviteit gemeentelijk monument voor zover het gaat om een archeologisch monument [Vervallen]
Artikel 22.289 Eisen aan tekeningen als bedoeld in artikel 22.288 [Vervallen] Artikel 22.290 Omgevingsplanactiviteit: slopen van een gemeentelijk monument voor zover het gaat om een monument [Vervallen] Artikel 22.291 Omgevingsplanactiviteit: verplaatsen van een gemeentelijk monument voor zover het gaat om een monument [Vervallen] Artikel 22.292 Omgevingsplanactiviteit gemeentelijk monument: wijzigen van een monument of monument door herstel ontsieren of in gevaar brengen [Vervallen] Artikel 22.293 Omgevingsplanactiviteit gemeentelijk monument: monument door gebruik ontsieren of in gevaar brengen [Vervallen] Artikel 22.294 Eisen aan tekeningen als bedoeld in de artikelen 22.290 tot en met 22.292 [Vervallen] Artikel 22.295 Overeenkomstige toepassing voorbeschermd gemeentelijk monument [Vervallen] Artikel 22.296 Omgevingsplanactiviteit: slopen van een bouwwerk in een gemeentelijk beschermd stadsof dorpsgezicht [Vervallen] § 22.5.2.5 Aanvraagvereisten omgevingsvergunningen vereist op grond van artikel 4.35, tweede lid, van de Invoeringswet Omgevingswet Artikel 22.302 Omgevingsplanactiviteit: slopen van een bouwwerk in een rijksbeschermd stads- of dorpsgezicht [Vervallen] § 22.5.3 Voorschriften Artikel 22.303 Voorschriften over archeologische monumentenzorg [Vervallen]
Hoofdstuk 23 Gereserveerd Hoofdstuk 24 Financiële bepalingen Hoofdstuk 25 Procesregels Afdeling 25.1 Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit
Artikel 25.1 Toepassingsbereik Deze afdeling is van toepassing op activiteiten van de raad en het college, waarbij de gemeentelijke adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit een adviserende rol heeft met het oog op het bereiken en in stand houden van een goede kwaliteit van de omgeving van de gemeente en al hetgeen daarmee verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn.
Artikel 25.2 Taak en werkzaamheden adviescommissie De adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit heeft als taak de raad en het college te adviseren bij de uitoefening van hun taken en bevoegdheden op grond van de wet met het oog op het bereiken en in stand houden van een goede omgevingskwaliteit en al hetgeen daarmee verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn. Daaronder wordt in elk geval begrepen het geven van voorlichting over de doelstelling van een goede omgevingskwaliteit en over de werkzaamheden van de adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit.
Artikel 25.3 Aanwijzing besluiten verplicht advies 1. Ter uitvoering van haar taak adviseert de adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit op verzoek van het college over een aanvraag om of een ontwerpbesluit voor een omgevingsvergunning voor: a. een rijksmonumentenactiviteit met betrekking tot een rijksmonument; b. een omgevingsplanactiviteit die betrekking heeft op een gemeentelijk monument; c. een omgevingsplanactiviteit die betrekking heeft op slopen in een beschermd stadsgezicht; d. een omgevingsplanactiviteit die betrekking heeft op bouwen in een beschermd stadsgezicht; e. een omgevingsplanactiviteit in geval de adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit in het omgevingsplan als adviseur is aangewezen; f. een andere activiteit in geval het college een advies nodig acht met het oog op het bereiken en in stand houden van een goede omgevingskwaliteit. 2. Ter uitvoering van haar taak adviseert de adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit op verzoek van het college over het door de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap aanwijzen van een onroerende zaak als een rijksmonument ingevolge artikel 3.1, eerste lid, van de Erfgoedwet of over het aan een locatie geven van de functie-aanduiding gemeentelijk monument op grond van artikel 4.2, eerste lid, van de wet. 3.
Het college wint advies van de adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit in omtrent een te nemen beslissing als bedoeld in het eerste en tweede lid van dit artikel.
Artikel 25.4 Aanwijzing besluiten optioneel advies 1. Ter uitvoering van haar taak: a. adviseert de adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit op verzoek van het college of uit eigen beweging over het ontwikkelen van beleid inclusief omgevingsvisie, omgevingsplan en maatwerkregels voor de omgevingskwaliteit; b. adviseert de adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit op verzoek van het college in een geval van een verkenning als bedoeld in artikel 5.48, tweede lid, van de wet en in andere gevallen waarin het college een advies nodig acht in verband met een verkenning van een mogelijk bestaande of toekomstige opgave in de fysieke leefomgeving; c. informeert en begeleidt de adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit op verzoek van het college planindieners en ontwerpers gedurende het ontwerpproces; d. voert de adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit op verzoek van het college vooroverleg met planindieners over een in te dienen aanvraag voor een omgevingsvergunning; e. adviseert de adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit of een door de adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit aan te wijzen commissielid op verzoek van het college over: 1°. Het stellen van maatwerkvoorschriften in verband met het uiterlijk van bouwwerken, de zorg voor cultureel erfgoed en andere zaken die de omgevingskwaliteit betreffen; 2°.
Het stellen van maatwerkvoorschriften met betrekking tot de vormgeving en het materiaalgebruik in de openbare ruimte; f. adviseert de adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit op verzoek van het college over het geven van beschikkingen op grond van regels in verordeningen op grond van artikel 149 van de Gemeentewet die een eis ten aanzien van de omgevingskwaliteit bevatten, te weten reclame in de openbare ruimte, voorwerpen op of aan de weg 2. De raad kan werkzaamheden aanwijzen die door een stadsbouwmeester worden uitgevoerd. Dit lid is niet van toepassing op de advisering als bedoeld in artikel 25.3, eerste lid, onder a en b, en het tweede lid.
Artikel 25.5 Samenstelling adviescommissie 1. De adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit bestaat exclusief de stadsbouwmeester uit maximaal zeven en minimaal vijf leden, de voorzitter daaronder begrepen. De raad kan daarnaast maximaal twee plaatsvervangers benoemen die hen bij afwezigheid kunnen vervangen. 2. De leden en de plaatsvervangers worden benoemd op persoonlijke titel op grond van de professionele deskundigheid die nodig is voor de advisering, alsmede op grond van maatschappelijke kennis en ervaring. 3. In afwijking van het tweede lid kan maximaal één burgerlid en een plaatsvervanger worden benoemd. Burgerleden worden benoemd op persoonlijke titel op grond van lokale maatschappelijke kennis en ervaring. 4. De adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit telt gelet op artikel 17.9, eerste lid, van de wet enkele leden
deskundig op het gebied van de monumentenzorg. 5. De disciplines, die de leden in gezamenlijkheid vertegenwoordigen zijn: cultuurhistorie, bouw- en architectuurhistorie, restauratiearchitectuur, landschap, stedenbouw en architectuur. 6. Aan deze disciplines kunnen op verzoek van de Gemeenteraad andere disciplines worden toegevoegd. 7. De leden en de plaatsvervangers zijn niet werkzaam onder verantwoordelijkheid van het gemeentebestuur.
Artikel 25.6 Benoeming adviescommissie 1. De raad benoemt de leden en de plaatsvervangers voor een termijn van ten hoogste drie jaar. 2. Herbenoeming van leden kan eenmaal voor ten hoogste drie jaar plaatsvinden. 3. Afgetreden leden zijn 6 jaar na hun aftreden weer benoembaar. 4. De voorzitter, stadsbouwmeester en plaatsvervangende leden worden in functie benoemd. 5. De leden worden op eigen verzoek ontslagen. Zij kunnen voorts door het college worden geschorst en door de gemeenteraad worden ontslagen wegens ongeschiktheid, onbekwaamheid of op andere zwaarwegende gronden.
Artikel 25.7 Ondersteuning van adviescommissie 1. De adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit heeft een ambtelijk secretaris. 2. De secretaris is voor zijn werkzaamheden voor de adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteituitsluitend verantwoording schuldig aan de adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit. 3. De secretaris kan worden ondersteund door andere ambtelijke medewerkers, die voor hun werkzaamheden voor de adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit uitsluitend verantwoording schuldig zijn aan de secretaris. 4. De secretaris noch de medewerkers zijn lid van de adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit.
Artikel 25.8 Adviestermijn adviescommissie 1. Het college kan aangeven binnen welke termijn een advies wordt verwacht. 2. In het geval dat het college geen termijn heeft gesteld, brengt de adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit advies uit binnen een termijn van vier weken.
Artikel 25.9 Beraadslaging en standpuntbepaling adviescommissie 1. De vergaderingen waarin een of meer adviezen over aanvragen om omgevingsvergunning door of namens de adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit worden vastgesteld zijn openbaar. De agenda voor de vergadering van de adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit wordt tijdig op een geschikte wijze bekendgemaakt. Indien een aanvrager verzoekt tot niet-openbare behandeling, dan dienen daaraan redenen op grond van artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur ten grondslag te liggen. De openbaarheid geldt zowel voor de beraadslagingen, als voor de adviezen. 2. Ter voorbereiding van de openbare vergadering kan de adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit collegiaal overleggen. 3. De aanvrager van de omgevingsvergunning of zijn gemachtigde heeft de mogelijkheid tot toelichting van de aanvraag ten overstaan van de adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit. Tijdens de beraadslagingen is er geen spreekrecht. 4. De voorzitter van de adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit kan ook andere belanghebbenden spreekrecht geven in door de adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit gehouden openbare vergaderingen. Tijdens de beraadslagingen is er geen spreekrecht. 5. Over de uit te brengen adviezen wordt niet besloten dan in aanwezigheid van ten minste drie leden.
Over een advies over een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een rijksmonumentenactiviteit met betrekking tot een monument wordt niet besloten dan in aanwezigheid of na raadpleging van ten minste twee leden met deskundigheid op het gebied van de monumentenzorg. 6. Leden die als opdrachtgever, ontwerper of anderszins betrokken zijn bij de (voorbereiding van de) uitvoering van een activiteit waarvoor een aanvraag is gedaan waarover de adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit adviseert, onthouden zich van medewerking aan het desbetreffende advies en zijn tijdens de behandeling van en de besluitvorming over het advies niet in de vergadering aanwezig. 7. De geheimhoudingsplicht als bedoeld in artikel 2:5, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht geldt voor de
stadsbouwmeester en de leden van de adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit, diens plaatsvervangers en de voor de adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit werkzame personen. Dit artikel is niet van toepassing op het bepaalde in het eerste lid.
Artikel 25.10 Afdoening onder verantwoordelijkheid adviescommissie De adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit kan onverminderd het bepaalde in artikel 17.9, eerste lid, van de wet de advisering over een aanvraag om een omgevingsvergunning onder verantwoordelijkheid van de adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit overlaten aan een of meer daartoe aangewezen leden of een subcommissie.
Artikel 25.11 Adviseurs adviescommissie 1. De adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit kan zich voor het inwinnen van inlichtingen wenden tot daartoe door het college aangewezen ambtenaren. 2. De adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit kan zich doen bijstaan door andere personen, voor zover dat voor de vervulling van haar taak nodig is. 3. De in het eerste en tweede lid bedoelde personen kunnen op uitnodiging van de adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit als adviseur deelnemen aan de beraadslagingen.
Artikel 25.12 Verwerking van het advies 1. Het college kan eenmaal per activiteit een second opinion inwinnen bij een andere deskundige gemeentelijke adviescommissie. Hij stelt de adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit van het voornemen tot het plaatsen van die opdracht op de hoogte. 2. In geval het college een beschikking geeft in afwijking van het door de adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit uitgebrachte advies verzendt hij een afschrift van die beschikking aan de adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit.
Artikel 25.13 Reglement van orde adviescommissie 1. De adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit stelt haar werkwijze binnen de kaders van deze wet nader vast in een reglement van orde. 2. In het reglement van orde komt ten minste aan de orde: a. de wijze waarop de agenda openbaar wordt gemaakt en belanghebbenden worden uitgenodigd; b. de inrichting van het vooroverleg zoals genoemd in artikel 25.4, eerste lid, onder b; c. het vereiste quorum voor een besluitvormende vergadering, de vergaderorde en orde van de beraadslaging, waarbij er een onderscheid wordt aangebracht tussen de toelichtende fase waarin het spreekrecht wordt uitgeoefend en de beraadslagingen; d. de notulering en dossiervorming; e. de wijze waarop de adviezen openbaar worden gemaakt; f. de instelling van subcommissies; g. de werkwijze van de stadsbouwmeester; h. de werkwijze bij afdoening onder verantwoordelijkheid van de adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit als bedoeld in artikel 25.10 i. de selectie en voordracht van kandidaat-leden. 3. Het college draagt zorg voor de bekendmaking van het door de adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit vastgestelde reglement.
Artikel 25.14 Relatie met andere adviseurs Bij het aanstellen door de raad of het college van een supervisor, een kwaliteitsteam of een andere adviseur op het gebied van de omgevingskwaliteit, niet zijnde een lid of een adviseur van de adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit draagt het college zorg voor een goede afstemming tussen de werkzaamheden van deze adviseur en de adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit.
Artikel 25.15 Vergoeding De leden en de adviseurs 'andere personen' als bedoeld in artikel 25.11, tweede lid, ontvangen een vergoeding op grond van actuele uurtarieven voor architecten en een reiskostenvergoeding op basis van de vigerende gemeentelijke regeling.
Artikel 25.16 Jaarverslag adviescommissie 1. De commissie brengt jaarlijks voor 1 mei verslag als bedoeld in artikel 17.9, zesde lid, van de wet uit aan de raad van haar werkzaamheden in het voorafgaande kalenderjaar. 2. In het jaarverslag komt ten minste aan de orde: a. de wijze waarop toepassing is gegeven aan de kaders als bedoeld in artikel 17.9, derde lid, van de wet; b. de wijze waarop uitwerking is gegeven aan de openbaarheid van vergaderen.
Artikel 25.17 Overgangsrecht 1. De op grond van de Woningwet benoemde leden worden geacht te zijn benoemd op grond van deze verordening. De termijn van ten hoogste drie jaar als bedoeld in artikel 25.6, eerste lid, loopt vanaf de datum van de benoeming op grond van de Woningwet. 2. Als voor de inwerkingtreding van de wet een aanvraag om een besluit is ingediend, blijft het oude recht, met betrekking tot de Welstands- en Monumentencommissie van kracht, met dien verstande dat de adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit Dordrecht wordt geacht de in artikel 8 van de Woningwet, dan wel de in artikel 9.1, eerste lid, onder a, van de Erfgoedwet in samenhang met artikel 15 van de Monumentenwet 1988 bedoelde commissie te zijn.
Artikel 25.18 Vervallen oude regeling De regels met betrekking tot de commissie in hoofdstuk 9 van de Bouwverordening vervallen van rechtswege. Hoofdstuk 26 Handhaving Hoofdstuk 27 Monitoring en informatie Hoofdstuk 28 Overgangsrecht Hoofdstuk 29 Slotbepalingen Afdeling 29.1 Delegatie
Artikel 29.1 Delegatie functie-aanduiding gemeentelijk monument 1. Het college is bevoegd de functie-aanduiding gemeentelijk monument, bedoeld in artikel 4.3: a. toe te delen aan gebouwen; b. te wijzigen; c. van gebouwen te verwijderen. 2. Bij de toepassing van het eerste lid maakt het college gebruik van de selectiecriteria, bedoeld in de beleidsregel inzake de selectiecriteria voor de aanwijzing van gemeentelijke monumenten. 3. Voordat het college een ontwerpbesluit neemt tot wijziging van de functie-aanduiding gemeentelijk monument, vraagt het advies aan de adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit. 4. Voordat het college een ontwerpbesluit neemt tot wijziging van de functie-aanduiding gemeentelijk monument, informeert het de eigenaar.
Artikel 29.2 Delegatie vergunningvrije activiteiten gemeentelijk monument Het college is bevoegd de aanwijzing van vergunningvrije activiteiten aan of bij een gemeentelijk monument te wijzigen door aanvulling van artikel 8.21. [BS RM GM BBP]
Bijlage I Begripsbepalingen Aanvullende begrippen Gebedshuis : religieuze gebouwen waaronder een moskee, synagoge en kerk. Transformatieladder : de transformatieladder voor gebedshuizen zoals opgenomen in de 'Kerkenvisie tussen hemel en aarde – een visie op gebedshuizen in Dordrecht'. Archeologisch deskundige : een actor geregistreerd archeoloog. Cultureel erfgoed : monumenten, archeologische monumenten, stads- en dorpsgezichten, cultuurlandschappen en, voor zover dat voorwerp is of kan zijn van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties in het omgevingsplan, ander cultureel erfgoed als bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet.
Bijlage II Overzicht Informatieobjecten Archeologische waarde 3 Archeologische waarde 2 Archeologische waarde 1 Cultuurhistorische waarden Rijksbeschermd stadsgezicht Gemeentelijke monumenten Gebedshuizen
Artikelsgewijze toelichting Artikel 4.1 Doelen cultureel erfgoed Zie algemeen deel toelichting OP. In het algemene deel lichten we de structuur toe en de noodzaak van hoofdstuk 4. Specifiek voor deze wijziging van het omgevingsplan regelt hoofdstuk 4 dat in verband met cultureel erfgoed de volgende werkingsgebieden worden aangewezen. Per werkingsgebied is bepaald voor welke activiteiten regels worden gesteld en waar die in het omgevingsplan zijn terug te vinden. Werkingsgebied / functieActiviteit Regels in dit OP aanduiding Archeologische waarden 1 t/m 3 Grondwerkzaamheden
Paragraaf 8.1.1 Grondwerkzaamheden
archeologie Archeologische waarden 1 t/m 3 Waterpeil wijzigen Afdeling 8.1.2 Waterpeil wijzigen archeologie Slopen Verstoren Beschadigen Vernielen Gemeentelijk monumenten Afdeling 8.2 Gemeentelijke monumenten Verplaatsen Gebruiken Onthouden van onderhoud Wijzigen Bouwwerken met Slopen Afdeling 8.3 Cultuurhistorische waarden cultuurhistorische waarden Gebedshuizen Slopen Afdeling 8.4 Gebedshuizen Bouwen Rijksbeschermd Stadgezicht Afdeling 8.5 Rijksbeschermd stadsgezicht Slopen Wijzigen Landschappen met Grondwerkzaamheden Nog niet geregeld. Volgt in gebiedsgericht cultuurhistorische waarden wijziging van het omgevingsplan. Waterpeil wijzigen Panden met bouwhistorische Extra indieningsvereiste verwachting Deze wijziging van het omgevingsplan gaat niet over landschappen met cultuurhistorische waarden. Naast genoemde panden komen in de door het rijk beschermde stadsgezichten ook nog beeldbepalende panden voor. De aanwijzing tot beeldbepalend pand vraagt geen juridische doorwerking. Het verbinden van de status beeldbepalend aan een pand is uitsluitend relevant in het kader van de subsidie uit het Gemeentelijk Restauratiefonds Dordrecht. Voordeel van de status van beeldbepalend pand is dat onderhoud en restauratie van het pand dan in aanmerking komt voor een laagrentende lening uit het Gemeentelijk Restauratiefonds Dordrecht.
Artikel 8.1 Toepassingsbereik De regels in deze afdeling zijn zo veel mogelijk beleidsneutraal overgenomen uit de bestemmingsplannen in het tijdelijk deel omgevingsplan. De enige uitzondering betreffen de bepalingen die zien op een vergunningplicht voor grondwerkzaamheden tot een bepaalde oppervlakte[1]. Deze vergunningplicht is onbedoeld in een aantal bestemmingsplannen opgenomen en is uit oogpunt van behoud van cultuurhistorie een onnodig beperkende bepaling.
Daarbij zijn de verschillende regelingen opgenomen in bestemmingsplan samengevoegd en geüniformeerd volgens de laatste inzichten en is vastgesteld in Beleidsnota Archeologie 2012. Voor enkele locaties in Dordrecht ontstaat daardoor een minder beperkend regime. In sommige bestemmingsplannen was een verstoringsdiepte van meer 30 cm vergunningplichtig, dat is nu overal meer dan 40 cm geworden. Met dit artikel 8.1 wordt duidelijk gemaakt dat de regels in deze paragraaf alleen van toepassing zijn op het verrichten van activiteiten op archeologisch waardevolle locaties. Het gaat dan alleen om de locaties die zijn opgenomen in het werkingsgebied met de functie-aanduiding 'archeologische waarden'. [1] Uitspraak voorzieningenrechter 21 februari 2022 over de archeologieregels in het bestemmingsplan 'Nieuwe Dordtse Biesbosch' Bij het bouwrijp maken van de gronden bleek een vergunningplicht te ontstaan waar dat volgens de gemeente niet bedoeld was (ROT 22/ 148 WABOO HO03).
Artikel 8.2 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen grondwerkzaamheden archeologie Dit artikel legt een verbod op het uitvoeren van grondwerkzaamheden op locaties met archeologische verwachting zonder vergunning. Dus voor het uitvoeren van grondwerkzaamheden moet eerst een vergunning aangevraagd en verleend worden. Dit artikel is vergelijkbaar met de regeling in de voorheen geldende bestemmingsplan. Hierin zijn diverse werkzaamheden die de grond verstoren vergunningplichtig gemaakt. Zoals het bouwen en diverse grondwerkzaamheden. Daarbij is wel een vereenvoudiging doorgevoerd in de opsomming van diverse grondwerkzaamheden: "activiteiten waaronder ook worden gerekend het woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, aanleggen van drainage en ontginnen, en aanleggen, vergraven of verruimen van sloten, vijvers en andere waterpartijen" is vervangen door alleen grondwerkzaamheden. Alle grondwerkzaamheden vallen dus onder de vergunningplicht tenzij uitgezonderd in het artikel vergunningvrije gevallen. Er is daarbij voor gekozen om geen nadere begripsbepaling op te nemen. De term grondwerkzaamheden spreekt voor zich. De activiteit bouwen archeologie is daarom niet als activiteit aangemerkt die op zichzelf vergunningplichtig is. Zolang het bouwen niet tot extra verstorende grondwerkzaamheden leidt, kan dit zonder beperkingen toegestaan worden.
Zodra een bouwplan tevens grondwerkzaamheden omvat dient na te worden gegaan of naast een omgevingsvergunning bouwen een omgevingsvergunning voor archeologie nodig is.
Artikel 8.3 Vergunningvrije gevallen grondwerkzaamheden archeologie In dit artikel zijn de gevallen uitgewerkt die niet onder de vergunningplicht vallen. Voor deze gevallen is geen vergunning nodig en mag je direct uitvoeren. Voor grondwerkzaamheden betreft het de volgende gevallen: Normale onderhoudswerkzaamheden: dat wil zeggen de werkzaamheden die horen bij het instandhouden van de functie die een gebouw of gebied heeft. Bijvoorbeeld het onderhoud van een tuin of een huis. Voorbeeld: funderingsherstel van een woning dat noodzakelijk is om de woning in stand te houden maar dat wel grondwerkzaamheden noodzakelijk maakt. Funderingspalen/heiwerkzaamheden: mits niet te intensief geheid wordt, nader bepaald op maximaal 5% van het te bebouwen oppervlak. Grondwerkzaamheden tot een diepte van 40 cm, 70 cm of 100 cm onder maaiveld, afhankelijk van het werkingsgebied. Het vervangen van bestaande riolering en ondergrondse leidingen mits de grondwerkzaamheden niet ingrijpender zijn dan uitgevoerd ten behoeve van de bestaande leidingen. Het verrichten van archeologisch onderzoek door een gecertificeerd opgravingsbedrijf.
Op basis van deze vergunningvrije gevallen is het bijvoorbeeld mogelijk een gebouw te slopen en hier een nieuw gebouw terug te bouwen mits hiervoor geen grondwerkzaamheden nodig zijn die meer grond verstoren. Voor de activiteit waterpeil verlagen gelden geen uitzonderingen. Hiervoor zijn de regels in afdeling 8.1.2 van toepassing.