CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

ONGETEKENDE RIB Warmteprogramma en nieuwe bevoegdheden warmtetransitie.pdf

Gemeenteraad Dordrecht 3 februari 2026, gemeente DordrechtBij agendapunt: 26: Raadsinformatiebrief over Warmteprogramma en nieuwe bevoegdheden warmtetransitie - Raadsinformatiebrief2.621 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Gemeentebestuur Spuiboulevard 300 3311 GR DORDRECHT

Aan de gemeenteraad

Datum Zaaknummer

2 december 2025

Betreft

Warmteprogramma en nieuwe bevoegdheden warmtetransitie

2025-0123025

Vergadering van Portefeuillehouder: Begrotingsprogramma Kernteam/Opgave: Auteur: E-mail:

Tanja de Jonge Groen, Duurzaam en Ruimtelijk Dordrecht Ruimtelijke Strategie en Beleid - Milieu en Energie Kristie van Damme ka.van.damme@dordrecht.nl

Openbaar:

Ja

Raadsinformatiebrief Hoe zijn de bevoegdheden rond dit onderwerp verdeeld? Het college is bevoegd het Warmteprogramma en de daaruit voortvloeiende wijkuitvoeringsplannen vast te stellen. De raad is bevoegd het omgevingsplan te wijzigen. Wat is de aanleiding om deze informatie kenbaar te maken? Het opstellen en vaststellen van het Warmteprogramma is een bevoegdheid van het college. Uw raad heeft via het programma Energietransitie uit 2023, de routekaarten Klimaatneutraal 2040 en de Omgevingsvisie kaders daarvoor meegegeven. Kerninstrument Omgevingswet

Bevoegd gezag

Omgevingsvisie

Gemeenteraad

Omgevingsprogramma

College

Omgevingsplan

Gemeenteraad

Omgevingsvergunning

College

Zoals gemeld in onze raadsinformatiebrief van 1 juli 2025 heeft in de periode 1 september tot en met 13 oktober het ontwerp Warmteprogramma ter inzage gelegen. Er is één zienswijze ingediend, waarna ons college op 2 december 2025 het Warmteprogramma heeft vastgesteld. Wat is de te delen informatie? Uit de Klimaatwet volgt dat de netto-uitstoot van broeikasgassen in de gebouwde omgeving in Nederland in 2050 nul moet zijn. Dordrecht heeft de ambitie om dat al in 2040 gedaan te hebben. Alle gebouwen moeten dan emissievrij worden verwarmd. De gemeente heeft hierin een belangrijke rol. Om die rol goed te kunnen vervullen komen er nieuwe sturingsinstrumenten bij via de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (1) en de Wet collectieve warmte (2). 1. Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw) Via de Wgiw krijgt de gemeente de plicht om een Warmteprogramma op te stellen en de

Zaaknummer

2025-0123025

bevoegdheid om gebieden aan te wijzen die overgaan op een duurzame energievoorziening ter vervanging van aardgas. De wet is in december 2024 aangenomen in de Eerste kamer en treedt naar verwachting op 1 juli 2026 in werking. De verdere uitwerking vindt plaats in het Besluit gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Bgiw, ontwerp voor de zomer in consultatie) en in een nog op te stellen ministeriële regeling. Het besluit geeft nadere procedurele eisen voor het warmteprogramma en instructieregels voor het opnemen van warmtetransitiegebieden in het omgevingsplan. Betaalbaarheid vormt daar een belangrijk onderdeel van. Warmteprogramma (verplicht) Het Warmteprogramma is een verplicht programma onder de Omgevingswet en vervangt de Transitievisie Warmte uit 2021. In het Warmteprogramma beschrijven we voor een periode van 10 jaar de plannen voor aardgasvrij maken van buurten. Het gaat dan om welke gebieden, welk alternatief voor aardgas en de mogelijke gevolgen daarvan voor eigenaren van gebouwen. De gemeente kan als vervolg een uitvoeringsplan per buurt of wijk opstellen. Een uitvoeringsplan beschrijft onder andere het alternatief voor aardgas, de planning, het isolatieniveau dat nodig is om over te kunnen stappen en afspraken over participatie. Het uitvoeringsplan kan als een vrijwillig programma onder de Omgevingswet worden vormgegeven.

Het is niet verplicht om een uitvoeringsplan op te stellen. Overgangsrecht Warmteprogramma De inwerkingtreding van de Wgiw is uitgesteld naar 1 juli 2026. Dat is 1,5 jaar later dan initieel voorzien. De voorwaarden die gelden zijn: •

Het document moet zijn vastgesteld na 28 juni 2019;

•

Het document moet voldoen aan de procedurele vereisten, waaronder de eis dat bij de voorbereiding participatie heeft plaatsgevonden;

•

Het document moet voldoen aan de inhoudelijke vereisten. Het gaat dan om een overzicht van gebouwen dat naar verwachting geïsoleerd wordt, het aantal gebouwen waarvoor naar verwachting het gebruik van methaangas als energiebron wordt beëindigd, welke alternatieve energie-infrastructuur is voorzien en welk alternatief de laagste maatschappelijke kosten heeft;

•

Het document moet voor de inwerkingtreding van de overgangsbepaling van kracht zijn of onmiddellijk daarna.

Warmtetransitiegebied (aanwijsbevoegdheid) Een warmtetransitiegebied is een gebied, bijvoorbeeld een buurt of een wijk of een deel daarvan, waar het gebruik van aardgas op een bepaalde datum stopt en wordt vervangen door een duurzaam alternatief. Uw raad krijgt de bevoegdheid om hiervoor het omgevingsplan te wijzigen. En kan de gemeente de overstap en beëindiging van het gebruik van aardgas juridisch borgen. Bij het gebruik maken van de aanwijsbevoegdheid worden in het omgevingsplan één of meerdere gebieden aangewezen als warmtetransitiegebied. Er worden dan regels opgenomen in het omgevingsplan over de gekozen alternatieve energie-infrastructuur en de datum waarop het gebruik van aardgas in die gebieden eindigt. Deze regels gelden voor alle gebouweigenaren. Waarborgen en instructieregels Het aanwijzen van een warmtetransitiegebied is een ingrijpend besluit. Het betekent dat gebouweneigenaren moeten investeren in het aanpassen van hun bezit om gebruik te kunnen maken van de nieuwe duurzame energievoorziening. Er zijn daarom waarborgen en instructieregels opgesteld. Het gaat bijvoorbeeld om rekening houden met de nationale kosten, keuzevrijheid, beschikbaarheid van alternatieve energie-infrastructuur en betaalbaarheid. Een belangrijke voorwaarde voor het kunnen inzetten van de aanwijsbevoegdheid is dat in het Warmteprogramma het voornemen daartoe is opgenomen.

In het Warmteprogramma dat nu is vastgesteld is dat gebeurd voor Crabbehof (m.u.v. Zuidhoven). 2. Wet collectieve warmte (Wcw) De Wet collectieve warmte vervangt de huidige Warmtewet. Het doel is om de ontwikkeling van duurzame collectieve infrastructuur te vergemakkelijken, de betaalbaarheid en de

Zaaknummer

2025-0123025

leveringszekerheid te waarborgen en de duurzaamheid van de collectieve systemen te vergroten. Dat gebeurt onder andere door de gemeente een belangrijke regiefunctie te geven. De wet is in juli 2025 aangenomen in de Tweede Kamer en ligt momenteel ter behandeling bij de Eerste Kamer. Behandeling is voorzien in december. De wet treedt naar verwachting op 1 januari 2027 in werking. De verdere uitwerking vindt plaats in het Besluit collectieve warmte (Bcw, eind oktober in voorhang). In het besluit komen regels voor het aanwijzen van een warmtebedrijf door de gemeente en voor onder andere duurzaamheid en leveringszekerheid. Warmtekavel De gemeente krijgt de regie over de warmtetransitie. Niemand in een gemeente mag collectieve warmte leveren en transporteren tenzij de gemeente daar nadrukkelijk toestemming voor heeft gegeven. Die toestemming kan worden geregeld door een warmtebedrijf aan te wijzen die de exclusieve bevoegdheid en plicht krijgt om warmte te transporteren en leveren binnen een zogeheten warmtekavel. Een warmtekavel is een door de gemeente vastgesteld gebied waarbinnen een collectief warmtesysteem kan komen. In 2026 komt er meer duidelijkheid over hoe de warmtekavel in Dordrecht wordt vormgegeven. Overgangsrecht huidig warmteleveringsgebied De Wcw voorziet in overgangsrecht voor bestaande collectieve warmtevoorzieningen.

Het uitgangspunt daarvan is dat de Wcw ook van toepassing wordt op bestaande situaties. Warmtebedrijven die momenteel een warmtenet exploiteren dat onder het overgangsrecht valt, worden op grond van de Wcw voor maximaal 30 jaar aangewezen als warmtebedrijf en het gebied waarover het warmtenet zich uitstrekt wordt aangemerkt als een warmtekavel. Dat betekent dat minimaal het huidige warmteleveringsgebied na inwerkingtreding als warmtekavel wordt beschouwd. De gemeente heeft een jaar de tijd om het bestaande warmtebedrijf aan te wijzen voor de warmtekavel. Verplichte samenwerking met in ieder geval gemeente Sliedrecht Een gemeente is verplicht om hij het vaststellen van een warmtekavel de beschikbaarheid van een (potentiële) warmtebron in een nabijgelegen gemeente en de mogelijke voornemens in een nabijgelegen gemeente te betrekken. Het warmtenet in de gemeente Sliedrecht is gekoppeld aan het warmtenet in Dordrecht. Er wordt gebruik gemaakt van dezelfde bron. Voor de governance van een gemeentegrens overstijgend warmtekavel kan de gemeente gebruik maken van samenwerkingsvormen, zoals bijvoorbeeld op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen. Hier zal een apart voorstel voor worden gedaan. Warmtebedrijf De wet schrijft voor dat een warmtebedrijf grotendeels in publieke handen moet zijn.

Nadat de gemeente een warmtekavel heeft vastgesteld kan het daarvoor een warmtebedrijf aanwijzen. Het aangewezen warmtebedrijf stelt hiervoor eerste een globaal kavelplan en later een uitgewerkt kavelplan op. Het warmtebedrijf is verantwoordelijk voor het aanleggen en exploiteren van het collectieve warmtesysteem binnen de vastgestelde kavel. Er geldt een ondergrens voor het aantal aansluitingen op een collectief systeem. Kleine collectieve systemen kunnen een ontheffing krijgen om toch collectieve warmte te kunnen leveren. Positie HVC HVC is een 100% publiek warmtebedrijf. 3. Verhouding tussen de Wgiw en de Wcw De Wgiw en Wcw grijpen op elkaar in. Daarmee versterken ze de regiefunctie van de gemeente in de warmtetransitie. In onderstaande figuur is schematisch de verhouding tussen de twee wetten weergegeven. Ook is aangegeven hoelang de processen zullen gaan duren en welk bestuursorgaan aan zet is. Een zorgvuldig proces is geborgd doordat de wijkgerichte aanpak is ingebed instrumenten onder de Omgevingswet. Het college moet in het Warmteprogramma en omgevingsplan motiveren hoe inwoners, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen zijn betrokken bij de voorbereiding en wat de resultaten daarvan zijn. Eenieder krijgt ook de gelegenheid zienswijzen in te dienen. Uiteindelijk besluit uw raad over het wijzigen van het omgevingsplan.

Dit besluit is vatbaar voor beroep.

Zaaknummer

2025-0123025

Woning- en andere gebouweigenaren zijn niet verplicht om aan te sluiten op het (collectieve) alternatief dat de gemeente kiest. Alle gebouweigenaren hebben in de basis dus de mogelijkheid om, binnen de daarvoor gestelde regels zoals een informatieplicht en wettelijke energieprestatie van het alternatieve systeem, te kiezen voor een andere voorziening. Er geldt wel een verbod op het gebruik van fossiele brandstoffen. Een hybride warmtepomp is daarmee dus geen oplossing. Aan het eind van het traject geldt dat de gemeente zich moet vergewissen dat woningen en andere gebouwen verwarmd kunnen worden. Als de aanleg van de alternatieve warmtevoorziening of de verzwaring van het elektriciteitsnet vertraging heeft opgelopen dan ligt het voor de hand om de einddatum te verzetten. Hiervoor moet dan opnieuw het omgevingsplan worden aangepast.

Hoe verder na deze raadsinformatiebrief? Uitvoeringsstrategie In het Warmteprogramma kijken we 10 jaar vooruit. Ten minste elke 5 jaar actualiseren we het programma. Dat doen we op basis van de opgedane ervaringen, de stand van de techniek, financiën, etc. We onderzoeken dan ook opnieuw of er voor andere wijken mogelijkheden zijn om te voldoen aan de waarborgen en instructieregels om gebruik te kunnen maken van de aanwijsbevoegdheid. We zijn voornemens een uitvoeringsstrategie op te stellen. Hierin stemmen we het warmteprogramma, de aanpak voor isolatie en de planning van de wijkuitvoeringsplannen op elkaar af. Via een postcodetool, de bestaande wordt geüpdatet, kunnen inwoners dan zien welk alternatief voor aardgas bij hen in de buurt de voorkeur heeft en welke stappen zij al kunnen zetten richting aardgasvrij. Opstellen beleidskader betaalbaarheid n.a.v. participatietraject Het beleidskader betaalbaarheid gaat beschrijven wat betaalbaarheid in de warmtetransitie voor de gemeente betekent en hoe de gemeente zich daarvoor inspant. Het beleidskader wordt een vertaling van de uitkomsten van het representatieve bewonersonderzoek zoals dat is uitgevoerd als

Zaaknummer

2025-0123025

onderdeel van het participatietraject. De bedoeling is om het beleidskader onderdeel te maken van de hierboven genoemde uitvoeringsstrategie. De gemeente heeft niet op alle onderdelen van betaalbaarheid evenveel invloed. Bewoners maken zelf keuzes over hun warmtevoorziening en energiegebruik. Veel van de factoren die vervolgens bepalen of warmte voor hen daarmee betaalbaar is, worden landelijk of zelfs internationaal bepaald. De gemeente heeft wel invloed op de vraag welke warmtevoorziening op welke plek beschikbaar komt. We zien vier handelingsperspectieven waarmee we de betaalbaarheid kunnen vergroten. Het gaat om 1) sturing in de wijkuitvoeringsplannnen, 2) gemeentebrede ondersteuning, 3) samenwerking en 4) lobby. Deze perspectieven worden verder uitgewerkt in het beleidskader. Versterken energiesysteem Een energiesysteem is het samenspel tussen de vraag en het aanbod van energie, en het transport en opslaan van energie. Onze vraag naar energie verandert. Het huidige systeem is daar niet meer goed op ingericht. Het stoppen met aardgas als belangrijkste bron voor het verwarmen van onze huizen heeft ook impact op het energiesysteem. We hebben getoetst wat het gevolg is van de uitgangspunten uit het warmteprogramma op het energiesysteem. De energievraag voor warmte zal met zo’n 57% afnemen door besparing en warmtepompen.

Het warmtenet uit het warmteprogramma voorziet in bijna de andere helft van deze energievraag. Ook zien we dat het warmtenet tot een vermindering van zo’n 12% in piekbelasting leidt. Desondanks is versterking van het energiesysteem nog steeds noodzakelijk. De huidige netcongestie betekent bijvoorbeeld dat er te weinig transportvermogen is voor bedrijven om te verduurzamen of om uit te breiden, dat een buurtaanpak voor een all-electric buurt niet zonder meer kan, maar ook voor allerlei opgaves van de gemeente. We hebben namelijk de ambitie om in 2040 klimaatneutraal te zijn. Daarvoor is het nodig dat we 0,7 Twh extra aan opwek realiseren. Op korte termijn wil Stedin daarom haar energie-installatie in Sterrenburg uitbreiden. Netcongestie, het vervangen van een oude installatie en afspraken op hoger niveau met TenneT en de provincie zijn hiertoe de aanleiding. Stedin heeft het naastgelegen perceel aan het Steve Biko-pad aangekocht en concept plannen voor de percelen gemaakt. Als gemeente staan we hier positief tegenover en hebben randvoorwaarden meegegeven met betrekking tot inrichting en aankleding van het terrein en gebouwen, geluid, watercompensatie, participatie en bouwverkeer. Deze randvoorwaarden worden meegenomen in de ontwerpen en het vervolgtraject. Hierover zijn gemeente en Stedin momenteel in gesprek om te komen tot een vergunningaanvraag.

Ook worden noodzakelijke onderzoeken uitgevoerd en wordt gesproken met buurtbewoners en het naastgelegen Daltoncollege. Als gemeente staan we hierbij voor een goede, kwalitatieve stedelijke inpassing. Het uitgangspunt is dat deze uitbreiding van het energiestation met een gefaseerde BOPA in (ruimtelijke) procedure wordt gebracht. Welke kosten zijn verbonden aan het proces? Voor de uitvoering zijn zowel landelijke als gemeentelijke middelen beschikbaar. De haalbaarheid van de ambitie om in 2040 aardgasvrij te zijn is grotendeels afhankelijk van de beschikbaarheid en continuïteit van financiële middelen. Voor onze inwoners om de transitie betaalbaar te maken, voor onze partners, maar ook voor ons als gemeente om de ondersteuning te kunnen bieden die nodig is. Er is een veelvoud van landelijke regelingen beschikbaar. In de vorm van een investeringssubsidie, fiscale maatregelen of financieringsregelingen. Inwoners kunnen gebruik maken van verschillende subsidieregelingen om de overstap naar aardgasvrij wonen te bekostigen. Via de Investeringssubsidie Duurzame Energie (ISDE) is er financiële tegemoetkoming voor bijvoorbeeld een aansluiting op het warmtenet of de aanschaf van een warmtepomp. De subsidie is niet kostendekkend.

Specifiek voor VvE’s is er de subsidieregeling Verduurzaming voor Vereniging van Eigenaars (SVVE) om te ondersteunen bij onderzoek, advies en het nemen van maatregelen. De woningcorporaties konden in de afgelopen jaren een beroep doen op de SAH. Hiermee konden zij de kosten voor aanpassingen in de woning en de kosten voor aansluiting op het warmtenet verlagen. Het budget was uitgeput, maar er is ongeveer € 20 miljoen gevonden voor een korte heropening in 2025. Landelijk gezien is dat voldoende voor ongeveer 4.000 huurwoningen.

Zaaknummer

2025-0123025

Warmteleveranciers kunnen de Warmtenetten Investeringssubsidie aanvragen voor de aanleg van primaire en secundaire netten. Hiermee wordt de onrendabele top verlaagd en als gevolg ook de bijdrage aansluitkosten voor woningeigenaren. De voorwaarden waren echter zodanig dat voor bestaande netten zoals in Dordrecht een aanvraag niet loonde. Medio 2025 is er een nieuwe tranche met nieuwe voorwaarden open gegaan. HVC heeft onder andere voor Crabbehof Zuid een aanvraag gedaan. De gemeente Dordrecht ontvangt in het kader van de regeling Capaciteit decentrale overheden voor klimaat- en energiebeleid (CDOKE) een uitkering tot en met 2030 van € 3.876.009,37 per jaar. Op dit moment hebben we eigen gemeentelijke middelen beschikbaar voor de energietransitie via het Programma Energietransitie. Hier is tot en met 2026 € 2,7 miljoen voor vrijgemaakt, waarvan € 500.000 voor de warmtetransitie. Hieruit bekostigen we onderzoek, zoals het onderzoek naar de warmteopties in de historische binnenstad, maar ook het in stand houden van de postcodetool voor huishoudens. Via deze tool is te zien welk perspectief voor warmte er is en welke no-regret maatregelen er al getroffen kunnen worden. Wat zijn de belangrijkste gerelateerde besluiten? Vaststellen Transitievisie Warmte - raadsvoorstel. (Door)Startnotitie Programma Energietransitie 2023-2026 - raadsvoorstel.

Afhandelen motie 230207/M2 Afwegingskader Warmte - raadsinformatiebrief. Aanpak Energiebesparing 2023-2030 - raadsinformatiebrief. Vaststellen Routekaart Klimaatneutraal Dordrecht 2040 - raadsvoorstel. Voortgangsrapportage Energietransitie 2024 - raadsinformatiebrief. Ontwerp warmteprogramma – raadsinformatiebrief. Subsidieregeling 'Crabbehof Isoleert' - publicatie Gemeenteblad. Het college van Burgemeester en Wethouders

C.H.W.M. Post secretaris

N. Mol burgemeester

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/1066/documents/45619