ONGETEKENDE RIB Voortgang realisatie taakstelling statushouders - oordeel PZH.pdf
Tekst van het document
Aan de gemeenteraad Datum 8 september 2026 Zaaknummer 2026-0086342 Betreft Voortgang realisatie taakstelling statushouders - oordeel PZH Vergadering van Portefeuillehouder: Wim van der Kruijff BegrotingsprogrammaFysieke leefomgeving Kernteam/Opgave:Ruimtelijke Strategie en Beleid - Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Mobiliteit Openbaar:Ja Raadsinformatiebrief Wat is de aanleiding om deze informatie kenbaar te maken? Op 10 maart 2026 is uw raad geïnformeerd over de het verscherpte toezicht door de provincie Zuid-Holland en de oplossingsrichting via het huisvestingsplan voor statushouders. Aanleiding hiervoor was de achterstand in de uitvoering van de wettelijke taakstelling voor de huisvesting van statushouders en de plaatsing van Dordrecht op trede 4, “vooraankondiging juridische indeplaatsstelling”, van de bestuurlijke interventieladder. De afgelopen maanden is hard ingezet op deze versnellingsopgave, met als doel om een indeplaatsstelling te voorkomen en de uitvoering structureel te verbeteren. Daarbij is niet alleen gewerkt aan het realiseren van aanvullende huisvesting op korte termijn, maar ook aan het versterken van de gemeentelijke regie, de samenwerking met ketenpartners en de interne werkprocessen. Inmiddels heeft de provincie Zuid-Holland haar oordeel over de eerste helft van 2026 gegeven.
De provincie stelt vast dat Dordrecht voor de statushouders die op het gehanteerde peilmoment aan de gemeente waren gekoppeld, huisvesting heeft gerealiseerd of concreet georganiseerd. Op basis hiervan bevindt Dordrecht zich per 1 juli 2026 weer op trede 1 van de bestuurlijke interventieladder. Daarmee wordt het traject richting juridische indeplaatsstelling beëindigd. Met deze raadsinformatiebrief wordt uw raad geïnformeerd over de inzet die de afgelopen maanden is gepleegd, het oordeel van de provincie en het vervolg van de opgave. Wat is de te delen informatie? De huisvesting van statushouders heeft in deze periode bewust meer prioriteit gekregen. Deze prioritering was noodzakelijk om terug te keren naar trede 1 van de bestuurlijke interventieladder en daarmee een juridische indeplaatsstelling te voorkomen. Door dit resultaat te boeken, heeft de gemeente haar sturingsmogelijkheden en regie behouden om de resterende achterstand zelf in te lopen. Bij een juridische indeplaatsstelling zouden deze mogelijkheden aanzienlijk worden beperkt en zou de provincie maatregelen voor rekening van de gemeente kunnen treffen. Door de opgave gericht en beheerst te versnellen, is het effect op de huisvestingsmogelijkheden voor andere woningzoekenden ook zo veel mogelijk beperkt.
Inzet op versnelling en versterking van de uitvoering De afgelopen maanden is gericht ingezet op het versnellen van de huisvesting van statushouders. Gemeentebestuur Spuiboulevard 300 3311 GR DORDRECHT Zaaknummer 2026-0086342 Daarbij is langs twee lijnen gewerkt: het realiseren van huisvesting voor de statushouders die op het provinciale peilmoment aan Dordrecht waren gekoppeld, en het versterken van de uitvoering rondom deze wettelijke taakstelling. Om te beginnen, is de gemeentelijke regie op het proces aangescherpt. Er is nadrukkelijker gestuurd op de voortgang, knelpunten zijn actiever gevolgd en interne verantwoordelijkheden zijn duidelijker belegd. Ook is op onderdelen aanvullende capaciteit ingezet om noodzakelijke versnelling mogelijk te maken. Hierdoor is meer zicht ontstaan op de koppelingen, beschikbare huisvestingsmogelijkheden en de acties die nodig zijn om tijdige plaatsing te realiseren. Daarnaast is de samenwerking met woningcorporaties, VluchtelingenWerk, het COA en andere ketenpartners geïntensiveerd. Bestaande afspraken zijn aangescherpt en er zijn aanvullende mogelijkheden onderzocht om woonruimte beschikbaar te maken. Daarbij is niet alleen gekeken naar reguliere sociale huurwoningen, maar ook naar tijdelijke en aanvullende vormen van huisvesting.
Concreet heeft de gemeente onderzocht hoe financiële regelingen van het Rijk kunnen worden ingezet om extra huisvesting te realiseren en daarmee de druk op de reguliere sociale huurvoorraad te beperken. De regeling voor doorstroomlocaties is aangevraagd en wordt binnen afzienbare tijd ingezet. Ook wordt onderzocht of de nieuwere Doelgroep Flexibele Regeling kan worden benut om aanvullende woonruimte te realiseren. Ook is onderzocht of regionale uitruil van koppelingen kan bijdragen aan het versnellen van de huisvesting. Dit idee is door de provincie Zuid-Holland aangedragen. Uit de verkenning en gesprekken met regionale partners is gebleken dat regionale uitruil in de praktijk op dit moment niet goed uitvoerbaar is. Hoewel deze optie niet tot een direct resultaat heeft geleid, heeft de verkenning wel meer inzicht in de mogelijkheden die er zijn. Op deze manier onderzoekt de gemeente breed welke instrumenten beschikbaar zijn en wordt op basis van de praktijk bepaald welke aanpak werkt. Met de provincie Zuid-Holland heeft daarnaast ambtelijke afstemming plaatsgevonden over de beoordeling van de voortgang. Besproken is hoe zowel gerealiseerde huisvesting als concreet georganiseerde huisvesting kan worden meegewogen in het provinciale oordeel.
Het gaat daarbij bijvoorbeeld om woningen of plaatsen waarvoor de afspraken al zijn gemaakt, maar waarvan de administratieve verwerking of formele registratie nog niet volledig is afgerond. Hiermee is geborgd dat de feitelijke inzet van de gemeente en de concreet gemaakte afspraken zichtbaar zijn in de provinciale beoordeling. De extra inzet, aangescherpte werkprocessen, intensievere samenwerking en duidelijkere sturing hebben elk bijgedragen aan het behaalde resultaat. Een deel van deze inzet had een tijdelijk en intensief karakter. Om de verbeterde uitvoering ook op langere termijn vast te houden, kan het nodig zijn om aanvullende investeringen te doen in capaciteit, procesondersteuning en samenwerking met ketenpartners. Bij de beoordeling van de effecten op de woningmarkt is ook de ontwikkeling van de woningvoorraad van belang. In de afgelopen periode zijn, in tegenstelling tot de jaren hiervoor, weer meer woningen opgeleverd dan gesloopt. Daardoor neemt de druk vanuit de herhuisvesting van urgenten die vanwege sloop of renovatie moeten verhuizen enigszins af. Op basis hiervan is de verwachting dat de extra inzet voor de huisvesting van statushouders de druk op reguliere woningzoekenden in de afgelopen periode niet of nauwelijks heeft vergroot.
De definitieve cijfers over woningtoewijzingen, beschikbaarheid en de effecten voor verschillende groepen woningzoekenden worden opgenomen in de beschikbaarheidsmonitor. De combinatie van aanvullende capaciteit, aangescherpte werkprocessen, intensievere samenwerking met ketenpartners en het benutten van rijksregelingen heeft bijgedragen aan de behaalde resultaten. Een deel van deze inzet had een tijdelijk en intensief karakter. Om de verbeterde uitvoering ook op langere termijn vast te houden, kan het nodig zijn om aanvullende investeringen te doen in capaciteit, procesondersteuning en samenwerking met ketenpartners. Oordeel provincie en terugkeer naar trede 1 De provincie heeft inmiddels vastgesteld dat Dordrecht voor de statushouders die op het gehanteerde peilmoment aan de gemeente waren gekoppeld, huisvesting heeft gerealiseerd of Zaaknummer 2026-0086342 concreet heeft georganiseerd. Op basis daarvan is Dordrecht per 1 juli 2026 teruggekeerd naar trede 1 van de bestuurlijke interventieladder. Trede 1 betekent dat de gemeente niet langer onder het verscherpte toezicht van de hogere treden valt. Ook wordt het traject richting juridische indeplaatsstelling beëindigd. De provincie blijft de voortgang wel volgen vanuit haar reguliere toezichthoudende rol. De terugkeer naar trede 1 is daarmee een belangrijke stap en bevestigt dat de ingezette maatregelen effect hebben gehad.
Daarnaast betekent de terugkeer naar trede 1 dat de gemeente zelf de regie houdt over de wijze waarop de resterende achterstand wordt ingelopen. Hierdoor kan een bredere afweging worden gemaakt tussen de huisvesting van statushouders en de belangen van andere woningzoekenden. Dit biedt meer mogelijkheden om de druk op het beschikbare woningaanbod evenwichtig te verdelen dan bij een juridische indeplaatsstelling het geval zou zijn. De provincie spreekt in haar oordeel waardering uit voor de inzet die de afgelopen periode is gepleegd en voor de verbetering die zichtbaar is geworden. Tegelijkertijd blijft de huisvesting van statushouders een kwetsbare en structurele opgave. De druk op de woningmarkt blijft hoog en de uitvoering is afhankelijk van meerdere partners. Het vasthouden van de ingezette lijn blijft daarom noodzakelijk om nieuwe achterstanden en hernieuwd verscherpt toezicht te voorkomen. Hoe verder na deze raadsinformatiebrief? Hoewel de afgelopen periode een duidelijke verbetering is gerealiseerd, blijft de huisvesting van statushouders een structurele en kwetsbare opgave. Het is van belang om te voorkomen dat opnieuw achterstanden ontstaan en Dordrecht weer onder verscherpt provinciaal toezicht komt te staan. Het vasthouden en verder borgen van de ingezette werkwijze blijft daarom een belangrijk aandachtspunt voor de komende periode.
Ook in de tweede helft van 2026 wordt gestuurd op tijdige huisvesting van de statushouders die op het provinciale peilmoment aan Dordrecht zijn gekoppeld. Daarbij wordt dezelfde systematiek gehanteerd als in de eerste helft van 2026. Dit betekent dat de inzet erop is gericht om alle per 1 oktober 2026 gekoppelde statushouders tijdig te huisvesten. Hiermee blijft de opgave beter beheersbaar en wordt voorkomen dat de druk richting het einde van de taakstellingsperiode verder oploopt. Welke kosten zijn verbonden aan het proces? De uitvoering is bekostigd vanuit de reguliere budgetten. Het college van Burgemeester en Wethouders P. Teesink secretaris N. Mol burgemeester