ONGETEKENDE RIB Voortgang over de resultaten van de provinciale Omgeving Effect Rapportage.pdf
Tekst van het document
Gemeentebestuur Spuiboulevard 300 3311 GR DORDRECHT
Aan de gemeenteraad
Datum Zaaknummer
28 oktober 2025
Betreft
Voortgang over de resultaten van de provinciale Omgeving Effect Rapportage
2025-0107769
Vergadering van Portefeuillehouder: Begrotingsprogramma Kernteam/Opgave: Klimaatneutraal 2040 Auteur: E-mail: Verantwoordelijke: Openbaar:
Tanja de Jonge Groen, Duurzaam en Ruimtelijk Dordrecht Opgaven / Gebiedsontwikkeling / Programma's - Dordrecht Adhra Ali a.ali@dordrecht.nl Adhra Ali Ja
Raadsinformatiebrief Wat is de aanleiding om deze informatie kenbaar te maken? Met deze raadsinformatiebrief informeren wij u over de uitkomsten van het provinciale Omgeving Effect Rapportage (OER) traject, waarin de vier door uw raad vastgestelde Dordtse zoeklocaties voor windenergie zijn beoordeeld. De resultaten van dit traject zijn nu beschikbaar en bevatten nieuwe informatie die van belang is voor het vervolg van het programma Duurzame Energieopwek. Zoals eerder toegezegd, delen wij deze informatie met u nu de uitkomsten van het OER en de aanvullende onderzoeken zijn ontvangen. Terugblik op het traject Voor wij de resultaten toelichten is het van belang om stil te staan bij het proces dat aan het provinciale OER is voorafgegaan. Het college is op verzoek van de raad een onderzoek gestart naar de mogelijkheden voor windenergie in Dordrecht. Deze zoektocht heeft in het voorjaar van 2024 geleid tot de vaststelling van vier zoeklocaties voor windenergie. Deze zoeklocaties waren aangewezen op basis van technische onderzoeken die afgewogen zijn tegen gemeentelijke ruimtelijke inpassingskaders, milieu en stedenbouw. De vervolgstap in dat proces was het doorlopen van een plan-milieu-effect-rapport (plan-mer). De plan-mer is uitgevoerd door provincie Zuid-Holland in het kader van de herziening van haar Omgevingsbeleid.
De resultaten zijn bekend en gepubliceerd en zullen verderop in de tekst worden gepresenteerd en geanalyseerd. Waar betekent dit? De resultaten van het provinciale OER geven weer hoe onze vier zoeklocaties zijn beoordeeld op effecten voor het milieu, externe veiligheid en leefomgeving. Dit voorziet ons van informatie om het ingeslagen gemeentelijke proces te continueren en keuzes te maken over welke randvoorwaarden wij willen verbinden aan de zoeklocaties. Hoe nu verder? De resultaten zijn geen keuzes en besluiten die de provincie heeft genomen, maar objectieve onderzoeksuitkomsten. Provincie Zuid-Holland biedt de milieutechnische beoordeling aan ons aan zodat wij geïnformeerde keuzes kunnen maken over de lokale randvoorwaarden die wij willen
Zaaknummer
2025-0107769
verbinden aan de locaties. De lokale gemeentelijke afweging van deze beoordeling moet dus nog plaatsvinden. Het college zal daarom de komende tijd gebruiken om de resultaten af te wegen tegen onze lokale wensen. Zo betrekken we onze kaders over landschappelijke kwaliteit zoals deze zijn opgenomen in de Omgevingsvisie, geluid, obstakelverlichting, lokaal eigendom, sloop en circulaire randvoorwaarden enzovoorts. Pas als wij deze gemeentelijke afweging hebben kunnen doen, zullen wij keuzes maken over de invulling van de vier zoeklocaties. Wat is de te delen informatie? Wat ging er vooraf? Dordrecht zit zoals de rest van het land midden in de energietransitie. Het landelijke klimaatakkoord (2019) heeft tot gevolg gehad dat er afspraken op lokaal niveau zijn gemaakt om de transitie naar schone bronnen van energie mogelijk te maken. Een lokale uitwerking van de energie- en klimaatafspraken is het in 2024 vastgestelde programma energietransitie en klimaatneutraal. Daarin hebben we met elkaar afgesproken dat we in 2040 klimaatneutraal worden. Dat betekent dat we in 2040 in Dordrecht geen netto-uitstoot van broeikasgassen meer veroorzaken en dat we overstappen naar duurzame energiebronnen zoals zonnepanelen en windturbines. In het programma Energietransitie heeft de gemeenteraad een opwekdoel van 0,19 TWh vastgesteld voor 2030.
Wij wekken op dit moment om en nabij de 0,12 TWh op en hebben dus nog een opgave van 0,07 TWh. De vijf zoeklocaties voor zonne-energie uit het raadsvoorstel 'Instemmen met Actualisatie Structuurvisie Windenergie: mogelijke zoeklocaties voor wind- en zonne-energie' (maart 2024) zijn bij elkaar goed voor 0,028 TWh. Één moderne windturbine heeft de potentie van 0,02 TWh. Dat betekent dat voor het behalen van het lokale opwekdoel er 3 à 4 turbines in Dordrecht nodig zijn. Op verzoek van de raad is het college daarom een onderzoek gestart naar geschikte locaties voor windturbines. In april 2024 heeft de raad een voorstel ontvangen voor mogelijke zoeklocaties voor windenergie. Daar kwamen zes geschikte zoeklocaties uit naar voren die gebaseerd waren op een ruimtelijk onderzoek en een funderingsonderzoek waar de gemeente opdracht voor heeft gegeven aan een onderzoeksbureau. Vervolgens hebben experts binnen de gemeente vanuit verschillende disciplines - waaronder milieu, stedenbouw, landschappelijke en ruimtelijke kwaliteit deze zes zoeklocaties beoordeeld. Op basis van de lokale criteria op deze terreinen is een nadere selectie gemaakt van vier zoeklocaties: •
3de Merwedehaven
•
A16 Zuid
•
Kildepot
•
Zeehaven
De raad heeft in mei 2024 ingestemd met het verwerken van deze vier zoeklocaties in de Omgevingsvisie om ze verder te kunnen uitwerken in een programma Duurzame Energie. Inmiddels zijn de vier zoeklocaties inderdaad opgenomen in de Omgevingsvisie 2.0 en deze is in september jl. vastgesteld door de raad:
Zaaknummer
2025-0107769
Naast het opnemen van de vier zoeklocatie in de Omgevingsvisie heeft het college ook toegezegd de zoeklocaties verder te onderzoeken. De Omgevingswet schrijft namelijk voor dat voorgenomen programma’s voor activiteiten met een bepaalde milieubelasting, getoetst moeten worden in een plan Milieu Effect Rapportage (plan-mer). In een plan-mer worden voorgenomen plannen getoetst aan de te verwachten milieueffecten. Dit is een belangrijke stap die overheden van inhoudelijke input voorziet om geïnformeerde besluitvorming mogelijk te maken. Om aan onze plan-mer-plicht voor het programma te voldoen en efficiënt te werk te gaan, hebben wij de vier zoeklocaties voor onderzoek meegegeven in de provinciale Omgeving Effect Rapportage (OER). De provincie voert namelijk op dit moment een OER uit voor de herziening van het totale provinciale Omgevingsbeleid. Zo kunnen de vier zoeklocaties verder worden beoordeeld op potentiële milieueffecten. En kunnen wij als gemeente deze onderzoeksresultaten gebruiken ter invulling van onze plan-mer-plicht. Voor windenergieprojecten met een vermogen boven de 15 megawatt geldt dat de provincie het formele bevoegd gezag is. Dat betekent dat de provincie verantwoordelijk is voor de besluitvorming over deze projecten.
In dat kader heeft de provincie Zuid-Holland de gemeente Dordrecht uitgenodigd om de vier door uw raad vastgestelde zoeklocaties mee te nemen in het provinciale traject van de Omgeving Effect Rapportage (OER). Het doel hiervan is niet om het gemeentelijke proces over te nemen, maar om ervoor te zorgen dat alle zoeklocaties voor windenergie in de provincie op een uniforme en zorgvuldige manier worden beoordeeld door het bevoegde gezag. Na afronding van de OER geeft de provincie Dordrecht de ruimte om het eigen traject voort te zetten binnen het Programma Duurzame Energieopwek. Dit is mede omdat uw raad en het college al zelfstandig het initiatief hebben genomen om zoeklocaties te verkennen en te onderzoeken. Wel behoudt de provincie het recht om het proces weer naar zich toe te trekken, mocht blijken dat de plannen onvoldoende voortgang boeken of niet voldoen aan de vereiste kwaliteit en zorgvuldigheid. Proces Omgeving Effect Rapportage De provinciale OER is niet op zichzelf uitgevoerd maar is een onderdeel van de herziening van het totale provinciale Omgevingsbeleid die de provincie eind 2024 is gestart. Het is een
Zaaknummer
2025-0107769
uitgebreidere vorm van een plan-mer waarin breder gekeken wordt dan alleen naar milieueffecten. Er wordt bijvoorbeeld ook gekeken naar ruimtegebruik, gezondheid, duurzaamheid en sociale en economische effecten. In de provinciale OER is gestart met het uitsluiten van locaties die niet geschikt zijn voor windenergie vanwege zogeheten harde belemmeringen. Deze belemmeringen zijn gebaseerd op de ontwerp-windturbinebepalingen, zoals bijvoorbeeld minimale afstanden tot woningen, natuurgebieden of infrastructuur. Locaties die hier niet aan voldoen zijn buiten beschouwing gelaten. Voor de locaties die overblijven, dus zonder harde belemmeringen, heeft de provincie onderzocht op welke manieren deze gebieden kunnen bijdragen aan het behalen van het regionale opwekdoel voor duurzame energie. Daarbij is gekeken naar verschillende manieren van invulling, die in de OER worden aangeduid als ‘alternatieven’. Omdat deze term verwarring kan oproepen (alsof het om vervangende locaties gaat), spreken wij in deze brief liever van ‘uitwerkingsopties’. Elke uitwerkingsoptie is gebaseerd op een ander beleidsmatig uitgangspunt: •
Aangeleverde locaties (door gemeenten en waterschappen)
•
Natuur
•
Leefomgeving
•
Landschap
De uitwerkingsoptie ‘Natuur’ gaat uit van het maximaal vermijden van invloed op belangrijke natuurwaarden. Naast deze harde belemmeringen is er in de OER ook gekeken naar mogelijke verstoring van beschermde broedvogels en foeragerende vogels. De uitwerkingsoptie ‘Landschap’ beoogt het effect dat windturbines op het landschap hebben maximaal te beperken. In deze uitwerkingsoptie wordt getracht zoveel als mogelijk aan te sluiten bij landschapskarakteristieken zoals grootschalige openheid, dynamische droogmakerij landschappen en bundels van wegen en waterlopen. Ook houdt deze uitwerkingsoptie rekening met belangrijke cultuurhistorische waarden zoals die provinciaal zijn vastgesteld. De uitwerkingsoptie ‘Leefomgeving’ gaat uit van het zo veel mogelijk vermijden van intensieve hinder voor alle woningen, ook in het buitengebied. Per uitwerkingsoptie wordt één locatie als best beoordeeld in de RES-regio. In bijlage C zijn deze uitgangspunten per uitwerkingsoptie toegelicht. De uitgangspunten en de resulterende uitwerkingsopties zijn tot stand gekomen na overleg met experts van de provincie en hun adviseurs voor de werkvelden energie, ecologie, leefomgeving, cultuurhistorie en landschap. Als laatste stap zijn deze uitwerkingsopties tegen elkaar afgewogen op basis van de volgende prioritering: •
Door partners aangeleverde locaties: houdt maximaal rekening met de door de RESpartners aangeleverde locaties (aangeleverd november 2024).
•
Landschap: houdt maximaal rekening met de invloed op landschap (bijvoorbeeld niet in kleine plukjes versnipperd door het landschap)
•
Natuur: houdt maximaal rekening met de effecten op ecologie (bijvoorbeeld niet in ganzenrustgebieden)
•
Leefomgeving: houdt maximaal rekening met de leefomgeving (bijvoorbeeld zover mogelijk van woonkernen).
Onafhankelijke toetsing De OER is onafhankelijk getoetst door de Commissie milieueffectrapportage (mer) in het gehele proces. De Commissie mer is een onafhankelijke organisatie die over de inhoud van milieueffectrapporten adviseert. Deze is bij wet ingesteld. In het OER proces heeft commissie mer in het voortraject geadviseerd over de minimale informatie die in het rapport moeten terugkomen. In de eindfase heeft commissie mer een toetsingsadvies gegeven waarin geadviseerd is over of het rapport voldoende en de juiste informatie bevat.
Zaaknummer
2025-0107769
Aanvullende onderzoeken Daarnaast hebben wij als gemeente - zoals met de raad afgesproken - opdracht verleend aan onderzoeksbureau Pondera om aanvullende onderzoeken uit te voeren voor uitgangspunten die belangrijk zijn om mee te nemen, maar geen plek hebben in de OER. Hier heeft onderzoeksbureau Pondera rapporten voor aangeleverd. Ook de tijdelijke stikstofuitstoot in de bouwfase is nader onderzocht doormiddel van een Aerius-berekening. De resultaten van deze onderzoeken kunnen worden geraadpleegd in de bijlagen en worden verderop in de tekst toegelicht. Resultaten OER en aanvullende onderzoeken In onderstaande tekst zullen wij zowel de resultaten van de vastgestelde Dordtse zoeklocaties toelichten als ook de resultaten van de andere uitwerkingsopties. Uitwerkingsoptie ‘aangeleverde zoeklocaties’ Dit is de uitwerkingsoptie waarin de vier aangeleverde Dordtse zoeklocaties zijn beoordeeld op milieueffecten. De zoeklocaties zijn beoordeeld op criteria die betrekking hebben op natuurgebieden en soorten, leefomgeving, landschappelijke inpassing en veiligheid. De tabellen in bijlage A geven de beoordeling weer per criterium. De toelichting per criterium is uiteengezet in bijlage B. Uit de beoordeling blijkt dat geen van de vier zoeklocaties in deze planfase uit te sluiten is. Er zijn per locatie wel aandachtspunten waar rekening mee dient te worden gehouden in de projectfase.
Bij deze aandachtspunten moeten dus bijpassende randvoorwaarden worden gesteld bij vergunningverlening. In onderstaande tekst wordt ingegaan op de beoordeling en aandachtspunten per zoeklocatie. Zoeklocatie A16 Zuid Zoeklocatie bij de A16 is in de OER als beste beoordeeld als het gaat om effecten op de natuur (flora) en soorten (fauna) in natuurgebieden en landschappelijke inpassing. Deze zoeklocatie heeft dus weinig negatieve effecten op basis van deze criteria en wordt door de provincie beschouwd als de meest geschikte locatie in Dordrecht voor de plaatsing van windturbines. Aandachtspunten Er zijn wel enkele aandachtspunten met betrekking tot de inpassing in de energieinfrastructuur, buisleidingen, grondwaterbescherming en luchtvaarttoetsingsvlakken. Wat betreft de beoordeling op het criterium energie-infrastructuur, geldt als aandachtspunt dat er in de nabijheid van deze locatie geen 150kV station beschikbaar is. Dit zullen we in nader overleg met de netbeheerder verder uitdiepen en de mogelijkheden voor een energyhub verkennen. Als de aansluiting van de turbines mogelijk wordt, kunnen de bedrijventerreinen daarvan profiteren. De bedrijventerreinen in de nabijheid van de A16 kampen namelijk met een tekort aan stroom op momenten dat de zon niet schijnt. Hier kan lokaal opgewekte windenergie een belangrijke rol in spelen.
Het aandachtspunt met betrekking tot de buisleiding is eerder genoemd in het raadsvoorstel van 2024 waarin toegezegd is om dit nader te onderzoeken. Daarom hebben wij opdracht verleend aan Pondera om hier een onderzoek naar te doen. Uit het onderzoek van Pondera (bijlage D) blijkt dat het mogelijk is om windturbines op veilige afstand van de gasleiding van Gasunie te plaatsen. Onderstaande kaart maakt dit inzichtelijk:
Zaaknummer
2025-0107769
Binnen het bestaande zoekgebied en de in het rood gearceerde vlak zal de plaatsing van windturbines niet tot een verhoogde faalkans voor de buisleiding veroorzaken. Uitgaande van de diepteligging van de buis kan het zoekgebied uitgebreid worden zoals in de kaart aangegeven. Wat betreft de grondwaterbescherming en luchtvaarttoetsingsvlakken geldt dat dit geen harde belemmeringen vormen maar wel aandachtspunten zijn waar rekening mee dient te worden gehouden in projectfase. De A16 Zuid scoort dus ook wat betreft veiligheid goed. In de uitwerking van het Programma Duurzame Energie zal aandacht moeten worden besteed aan de aandachtspunten zodat de juiste randvoorwaarden worden opgenomen bij de ontwikkeling van deze locatie. A16 Zuid in de andere uitwerkingsopties Ook in de uitwerkingsopties ‘Natuur’ en ‘Landschap’ die de provincie heeft onderzocht wordt de A16 het best beoordeeld in de Drechtsteden: Uitwerkingsoptie ‘Natuur’ In onderstaande kaart is te zien welke gebieden in de Drechtsteden zijn geselecteerd op basis van de uitgangspunten in de uitwerkingsoptie ‘Natuur':
Zaaknummer
2025-0107769
Van deze drie locaties is de locatie bij de A16 het beste beoordeeld. Uitwerkingsoptie ‘Landschap’ Op basis van de uitwerkingsoptie landschap wordt de A16 Zuid als enige gebied in de Drechtsteden als geschikt beoordeeld:
Zoeklocatie 3de Merwedehaven De 3de Merwedehaven scoort positief als het gaat om de inpassing in de energieinfrastructuur. Hier is rekening gehouden met netcongestie en de beschikbare ruimte voor teruglevering. De 3de Merwedehaven beschikt namelijk over een 150 kV station ter hoogte van de baanhoekweg. Daarnaast maakt het bedrijventerrein van de 3de Merwedehaven waar grootverbruikers worden gehuisvest, de plaatsing van windturbines op deze locatie aantrekkelijk. De stroom kan namelijk direct gebruikt worden door de grote aanvraag van de ondernemers in het gebied. De 3de Merwedehaven scoort negatief op meerdere natuur technische criteria zoals te zien in tabel 1 in bijlage A. Hierover zegt de provincie: “Voor de gebieden die negatief beoordeeld zijn ten aanzien van vogels en vleermuizen geldt dat het verkrijgen van een natuurvergunning hiervoor mogelijk problematisch zal blijken. Echter, dit zal op het niveau van een concreet project onderzocht moeten worden, omdat dan pas effecten beoordeeld kunnen worden die te maken hebben met opstelling, hoogte en aantal windturbines op aanwezige vleermuis- en vogelpopulaties. Om deze reden sluiten we de gebieden in dit planMER (OER) niet uit voor opname in de provinciale omgevingsverordening.” Het college sluit zich hierbij aan en sluit deze locatie in deze fase om deze reden niet uit.
Bij een eventuele uitwerking van deze locatie in het programma duurzame energie zullen bij deze locatie wel strengere randvoorwaarden worden opgenomen om negatieve gevolgen voor vogels en vleermuizen te voorkomen. Zoeklocatie Zeehaven Er komen geen bijzonderheden naar voren bij deze zoeklocatie op basis van de beoordeling van de OER. Het voordeel van deze locatie is de havenstructuur waar vanuit landschappelijke inpassing de turbines goede aansluiting kunnen vinden. In de veiligheidsbeoordeling van de OER is enkel gekeken naar de risico's die de windturbines veroorzaken op de omgeving. De Zeehaven heeft
Zaaknummer
2025-0107769
echter een veiligheidszone- bevi status. Dit houdt in dat de gronden gereserveerd zijn voor havengebonden risicoveroorzakende activiteiten. Uit de aanvullende analyse van Pondera komt naar voren dat volgens de bestaande situatie en dus de huidige bedrijven die bij de Zeehaven gevestigd zijn, de kans op een significante toename van risico's voor de omgeving beperkt zijn. Maar omdat een groot deel van het terrein nog niet ingevuld is, heeft dit mogelijk grote gevolgen voor de gronduitgifte voor nieuw te vestigen bedrijven die risicoveroorzakende activiteiten uitvoeren (waarvoor de Zeehaven gereserveerd is). De bedrijven dienen namelijk rekening te houden met een potentieel domino-effect naar de omgeving. Dit is onwenselijk en wij zullen hier aandacht aan besteden in het vervolg. Dit zal in nauwe afstemming met het Havenbedrijf Rotterdam worden gedaan. Zoeklocatie Kildepot Het Kildepot laat zowel in de OER als in de aanvullende onderzoeken van Pondera geen bijzonderheden zien. Het wordt daarmee dus goed beoordeeld. Het enige nadeel bij deze locatie is dat het kleine oppervlak niet meer dan één windturbine mogelijk maakt. Dat betekent dat deze locatie in combinatie met een andere zoeklocatie ontwikkeld moet worden.
Het versnipperingseffect is bij deze locatie echter kleiner dan bij de Zeehaven omdat er al 4 windturbines in een lijnopstelling langs de oever van de Kil zijn geplaatst. De plaatsing van een windturbine op deze locatie kan worden gezien als een continuering van de bestaande lijn. Ook de aanwezigheid van het bedrijventerrein met grootverbruikers biedt mogelijkheden voor direct verbruik van de opgewekte stroom. Met de problematiek van netcongestie kan deze stroomvoorziening dus zorgen dat bedrijven kunnen blijven ondernemen, verduurzamen en uitbreiden. Uitwerkingsoptie Leefomgeving In bovenstaande tekst is de beoordeling van de vastgestelde zoeklocaties toegelicht voor de uitwerkingsopties ‘aangeleverde locaties’, ‘Natuur’ en ‘Landschap'. Onderstaande tekst gaat verder in op de vierde en laatste uitwerkingsoptie ‘Leefomgeving’. Het bijzondere aan deze uitwerkingsoptie is de afstandsnorm tot woonkernen waarbij 1000 m is aangehouden. Dat is veel strenger dan de 600 m die in de concept windturbinebepalingen is aangehouden. In beoordelingstabel 2 zijn bij het criterium ‘Geluid’ daarom negatieve effecten genoteerd. Een afstand van minimaal één kilometer tot woonkernen betekent dat van de vier vastgestelde zoeklocaties, alleen bij de A16 Zuid geen negatief effect wordt verwacht.
Maar de best beoordeelde locaties in deze uitwerkingsoptie zijn twee zoeklocaties in de oostelijke polder (polder De Biesbosch):
Deze locaties zijn reeds afgevallen in de gemeentelijke verkenning van 2024 waarin de zoeklocaties zijn vastgesteld. Ze zijn slecht beoordeeld in onze verkenning deels vanwege bestaande plannen voor recreatie en deels door het ontbreken van grootschalige infrastructuur waar windturbines bij passen. Gezien de eerdere confrontatie met de gemeentelijke ruimtelijke kwaliteitseisen zijn deze locaties niet opgenomen in de Omgevingsvisie 2.0. Ze worden na goed overleg met de provincie op verzoek van het college niet opgenomen in de provinciale Omgevingsvisie. Wij zijn blij met deze uitkomst die volgt uit een constructieve samenwerking met de provincie. Netcongestie Heel Zuid-Holland kampt op dit moment met afnamecongestie. Ook Dordrecht heeft hier last
Zaaknummer
2025-0107769
van. Er wordt hard gewerkt aan oplossingen maar het is niet uit te sluiten dat het de komende jaren zal toenemen. Bij afnamecongestie ligt de stroomvraag hoger dan de stroomtoevoer. Dit speelt met name tijdens de piekuren in de wintermaanden in de avonduren tussen 16:00 uur en 21:00 uur en in de ochtenduren tussen 07:00 en 09:00 uur. Op deze momenten schijnt de zon niet of te weinig om het elektriciteitssysteem van genoeg stroom te voorzien. Er is dus te weinig stroom beschikbaar op deze momenten of er is onvoldoende capaciteit in de kabels en stations om genoeg stroom te vervoeren. Bij een tekort aan stroom kan windenergie een oplossing vormen. Het profiel van windenergie vult het profiel van zonne-energie goed aan. Op momenten dat de zon niet schijnt blijft het meestal wel waaien. Vaak waait het in dat geval zelfs harder. Windenergie is dus een belangrijk puzzelstuk bij het oplossen van afnamecongestie. De opgewekte windenergie kan het lokale net van stroom voorzien wanneer daar behoefte aan is. Hierdoor kunnen lokale economische en maatschappelijke projecten sneller hun doorgang vinden. En blijft het mogelijk voor bedrijven om zich te vestigen, hun bedrijfsprocessen te verduurzamen of te verhuizen binnen de stad. Stikstof De stikstofcrisis houdt Nederland al een geruime tijd in de houdgreep.
Tot november 2022 gold er een bouwvrijstelling voor urgente maatschappelijke opgaven en konden hernieuwbare opwekprojecten blijven doorgaan. De stikstofuitstoot tijdens de bouwfase telde dus eerst niet mee bij aanvragen van vergunningen. De Raad van State heeft echter in november 2022 een streep gezet door de bouwvrijstelling waardoor hernieuwbare energieprojecten nu ook vergunningsplichtig zijn. Zelfs als er gebruik wordt gemaakt van elektrisch bouwvervoer (emissieloos). Dit heeft te maken met de uitspraak van de Rechtbank Oost-Brabant van 25 februari 2025. Deze uitspraak benadrukt dat het gebruik van elektrisch materieel – zoals elektrische graafmachines – niet mag worden gebruikt om een natuurvergunning te omzeilen. Volgens de Rechtbank is elektrisch materieel nog geen standaardonderdeel in de bouw. Daardoor wordt het gezien als mitigerende maatregel om stikstofdepositie te beperken en mag zo’n maatregel pas in het vergunningstraject worden meegewogen. Wij hebben daarom een opdracht verleend aan Pondera om een Aerius-berekening uit te voeren om de stikstofuitstoot tijdens de bouwfase van de vastgestelde zoeklocaties te bepalen (bijlage E). Uit de berekening blijkt dat er een forse overschrijding van de depositiegrens te verwachten is bij de A16 Zuid en de 3de Merwedehaven. Dit heeft te maken met de nabijheid van deze twee locaties tot Natura2000 gebieden.
Dit betekent dat voor deze locaties een natuurvergunning moet worden aangevraagd bij de Omgevingsdienst Haaglanden (ODH). Conclusies Van de vier vastgestelde zoeklocaties, scoort de A16 Zuid het hoogst op bijna alle beoordelingscriteria. De provincie geeft aan dat deze locatie de best beoordeelde locatie is in de Drechtsteden. De provincie heeft ook mogelijke zoekgebieden in de andere gemeenten beoordeeld maar geen van deze gebieden is positief beoordeeld. Dat komt met name door een negatieve beoordeling op de zichtrelatie tot het Werelderfgoed Kinderdijk. Hiervoor geldt dat de visuele integriteit niet mag worden aangetast. Dit belemmert de ontwikkeling van hoge windturbines aan de noordkant van de RES-regio. De Gedeputeerde Staten (GS) heeft daarom in haar voorstel aan de Provinciale Staten opgenomen om de A16 Zuid in de provinciale Omgevingsvisie op te nemen. Omdat er een wisseling van gedeputeerden heeft plaatsgevonden bij de provincie, hebben wij in september een collegebrief naar de Gedeputeerde Staten gestuurd om de nieuwe gedeputeerde op de hoogte te stellen van de gemaakte afspraken met zijn voorganger. De gemaakte afspraken hadden betrekking op het niet opnemen van de locaties in de provinciale Omgevingsverordening. Het opnemen van een locatie in de verordening had betekend dat initiatiefnemers al het vergunningstraject in konden gaan.
Het besluit van GS om de locatie niet op te nemen in de verordening maar wel in de Omgevingsvisie geeft de gemeente voldoende vrijheid om het proces zelf verder vorm te geven. Dat betekent dat de gemeente Dordrecht het mandaat krijgt om het ingeslagen proces te continueren, omgevingsparticipatie te organiseren en de gewenste randvoorwaarden in het programma Duurzame Energie te verwerken. Dat de andere drie zoeklocaties in dit stadium niet in de provinciale Omgevingsvisie opgenomen worden betekent niet dat ze niet verder uitgewerkt worden. De provincie beschouwt de resultaten
Zaaknummer
2025-0107769
van de OER als een handreiking en vraagt de gemeenten om te motiveren welke andere locaties zij willen aandragen om in de volgende herziening van het provinciale Omgevingsbeleid (2027) te verwerken. Het college gaat daarom in beraad over de zoeklocaties die zij wil opnemen in het Programma Duurzame Energieopwek. Hoe verder na deze raadsinformatiebrief? De afronding van de OER betekent dat gemeente Dordrecht weer verder kan gaan met ingeslagen weg om locaties voor windenergie te onderzoeken. Wij hebben u medegedeeld in de raadsinformatiebrief van 14 januari 2025 dat wij u verder informeren over de onderzoeken (OER + aanvullende onderzoeken) als wij alle resultaten hebben ontvangen. Ook hebben wij de volgende planning voor dit proces met u gedeeld:
De resultaten van de provinciale OER zijn veel later dan gepland afgerond. De aangepaste planning is daarom als volgt:
We willen inhoudelijk het onderzoeksproces vervolgen met een eerste participatieronde (zoals eerder door uw raad vastgesteld) met netbeheerders, waterschappen, natuurorganisaties, omgevings- en veiligheidsdiensten en andere gespecialiseerde organisaties. Zo kunnen we een fijnmaziger gesprek met deze specialisten voeren over de weging van de uitkomsten van de diverse onderzoeken en deze afzetten tegen de bestaande gemeentelijke kaders. Ook willen we met economen en specialisten op het gebied van netcongestie concreet maken wat de positieve impact per locatie is op het toekomstige vestigingsklimaat van de stad en de ruimte voor ondernemers. Als deze stap is afgerond zullen wij in gesprek treden met de omgeving om de wensen ten aanzien van de invulling van het programma duurzame energieopwek op te halen. De input van beide participatierondes zullen wij verwerken in het ontwerpprogramma Duurzame Energieopwek. Deze zal ter inzage worden gelegd en met de raad worden geconsulteerd in een wensen- en bedenkingenprocedure. Wij zullen de raad tussentijds informeren over de opgehaalde inbreng in de participatierondes en het verloop van het proces.
Zaaknummer
Welke kosten zijn verbonden aan het proces? Niet van toepassing Het college van Burgemeester en Wethouders
C.H.W.M. Post secretaris
N. Mol burgemeester
2025-0107769