ONGETEKENDE RIB Toelichting toezicht en handhavingsscenario's Verhuur- en Leegstandverordening.pdf
Tekst van het document
Gemeentebestuur Spuiboulevard 300 3311 GR DORDRECHT
Aan de gemeenteraad
Datum Zaaknummer
19 mei 2026
Betreft
Toelichting toezicht en handhavingsscenario's Verhuur- en Leegstandverordening
2026-0035776
Vergadering van Portefeuillehouder: Begrotingsprogramma Kernteam/Opgave: Ordening en Mobiliteit Openbaar:
Wim van der Kruijff Bouwend en Bereikbaar Dordrecht Ruimtelijke Strategie en Beleid - Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ja
Raadsinformatiebrief Wat is de aanleiding om deze informatie kenbaar te maken? De gemeenteraad heeft op 3 februari 2026 besloten tot invoering van de Leegstandverordening en de Verhuurverordening per 1 september 2026. Met deze verordeningen geeft de gemeente uitvoering aan de versterking van toezicht op de particuliere woningvoorraad, in lijn met de Wet goed verhuurderschap en de Wet betaalbare huur. De invoering van deze instrumenten brengt een nieuwe structurele uitvoeringsopgave met zich mee op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving. In de raadsvergadering is toegezegd dat de gemeenteraad een nadere toelichting zou ontvangen op de inrichting van toezicht- en handhavingsscenario's. Met deze raadsinformatiebrief geeft het college invulling aan die toezegging. Bestuurlijke samenvatting Per 1 september 2026 treden de Leegstandverordening en de Verhuurverordening in werking. Met deze instrumenten versterkt de gemeente het toezicht op de particuliere woningvoorraad, in lijn met landelijke wetgeving. De werking van deze verordeningen is in belangrijke mate afhankelijk van de inrichting van toezicht en handhaving. In deze brief worden vier uitvoeringsscenario’s gepresenteerd, die variëren in intensiteit, kosten en beleidsmatig effect.
De bandbreedte loopt van een minimaal, reactief scenario (circa €450.000 per jaar) tot een intensief proactief scenario (circa €1.000.000 per jaar). Deze scenario’s laten zien dat een minimale structurele inzet noodzakelijk is om uitvoering te kunnen geven aan de verordeningen en om te voldoen aan wettelijke verplichtingen. Een hoger ambitieniveau leidt tot: •
meer controles in de stad,
•
snellere opvolging van meldingen,
•
grotere zichtbaarheid van toezicht,
•
en een hogere mate van naleving.
De raad wordt uitgenodigd om richting te geven aan het gewenste ambitieniveau, zodat dit kan worden betrokken bij de begroting 2027.
Zaaknummer
2026-0035776
Na de start van de uitvoering wordt gemonitord hoe de verordeningen in de praktijk uitwerken. Op basis daarvan kan het gekozen ambitieniveau op een later moment worden heroverwogen. Wat is de te delen informatie? Met het vaststellen van de Leegstandverordening en de Verhuurverordening heeft de raad gekozen voor instrumenten die alleen effectief zijn wanneer toezicht en handhaving goed zijn ingericht. Deze raadsinformatiebrief geeft daarom inzicht in de wijze waarop toezicht en handhaving in de uitvoering worden vormgegeven, welke onderdelen daarbij horen en welke ambitieniveaus (scenario's) onderscheiden worden. Daarbij wordt ook toegelicht welke minimale inzet noodzakelijk is om de verordeningen uitvoerbaar te houden. Uitvoering als samenhangende keten De uitvoering is ingericht als een samenhangend proces waarin vergunningverlening, toezicht, handhaving en monitoring elkaar opvolgen en versterken. Het begint bij vergunningverlening en registratie. Eigenaren en verhuurders zijn (afhankelijk van het gebied en het type verhuur) verplicht een vergunning aan te vragen. De toetsing aan de voorwaarden vormt de basis voor het verdere toezicht: alleen als er goed wordt geregistreerd en getoetst, is het mogelijk om te controleren of aan de regels wordt voldaan.
Vervolgens vindt toezicht plaats op basis van meldingen en signalen, aangevuld met gerichte inzet daar waar de risico's het grootst zijn. Deze aanpak is dus zowel signaalgestuurd (reactief) als risicogericht (proactief). Risicogericht toezicht kan zich bijvoorbeeld richten op specifieke wijken, risicopanden of doelgroepen zoals huisvesting van arbeidsmigranten, waarbij data en prioritering helpen om de inzet doelmatig te organiseren. Waar mogelijk wordt toezicht uitgevoerd via integrale, pandgerichte controles. Dat betekent dat controles op leegstand en verhuur waar kan worden gekoppeld aan bestaande toezichtactiviteiten in het fysieke domein, zoals controles op brandveiligheid, overbewoning en leefbaarheid. Door deze bundeling kan efficiënter worden gewerkt en ontstaat meer samenhang in de aanpak. Wanneer overtredingen worden geconstateerd, volgt handhaving en juridische opvolging. Het instrumentarium is daarbij oplopend: van waarschuwingen en hersteltermijnen tot het opleggen van een last onder dwangsom of bestuursdwang, en waar van toepassing het weigeren of intrekken van vergunningen. Bij ernstige of hardnekkige overtredingen kan bestuurlijke en/of juridische escalatie aan de orde zijn. Tot slot is monitoring en bijsturing een vast onderdeel van de uitvoering.
De werkvoorraad, effectiviteit en organisatorische belasting worden gevolgd, zodat het toezichtniveau kan worden aangepast wanneer de praktijk daarom vraagt. Ambitieniveaus in toezicht en handhaving De mate waarin de genoemde onderdelen worden ingezet, hangt samen met het gekozen ambitieniveau. Er worden vier scenario’s onderscheiden. In het minimale scenario is toezicht hoofdzakelijk reactief en gericht op meldingen en signalen. Een zekere inzet blijft noodzakelijk voor vergunningverlening, afhandeling van meldingen en handhaving. Volledig ontbreken van toezicht is geen realistische optie, gezien de uitvoerbaarheid van het beleid en de wettelijke verplichtingen tot handhaving (onder meer vanuit de Wet goed verhuurderschap en de Wet betaalbare huur). Bij hogere ambitieniveaus wordt toezicht steeds meer risicogericht, integraal en uiteindelijk proactief ingericht. Dit leidt tot meer controles in de stad, snellere opvolging van signalen en een grotere mate van naleving. Scenario
Omschrijving
1. Reactief toezicht (minimaal)
Alleen opvolging van meldingen en signalen
Indicatieve kosten
Effect/bereik
€450.000 (± 4,5 FTE)
Beperkt aantal controles, langere doorlooptijden, lage zichtbaarheid
Zaaknummer
2. Integrale uitvoering (bijv. pandbrigade)
Toezicht gekoppeld aan €600.000 (± 6 FTE) bestaande controles
2026-0035776
Efficiënt, groter bereik, meer zichtbaarheid, snellere opvolging
3. Risico- en Gericht toezicht op datagedreven (eerder risicogebieden en niveau) doelgroepen
€750.000 (± 7,5 FTE)
Gerichte controles, hogere naleving bij risicogroepen
4. Intensief proactief Actieve opsporing en toezicht frequente controles
Hoog bereik, maximale €1.000.000 (± 10 FTE) naleving, sterke preventieve werking
Meer inzet leidt tot meer controles in de stad, snellere opvolging van meldingen en een hogere mate van naleving. Minder inzet betekent dat de gemeente vooral reactief optreedt en minder zicht heeft op misstanden. Minimale structurele inzet blijft noodzakelijk Ongeacht het scenario is een minimale structurele inzet noodzakelijk om de verordeningen uitvoerbaar te houden. Die minimale inzet is nodig voor vergunningverlening, het opvolgen van meldingen en signalen, handhaving en juridische procedures. Een integrale inrichting van toezicht en handhaving kan de uitvoering doelmatiger maken en het bereik vergroten, maar kan de benodigde capaciteit niet vervangen. Huidige richting en begroting 2027 Het college hanteert scenario 1 (reactief toezicht) als startpunt. In de Perspectiefnota 2027 zijn voor 2026 middelen beschikbaar gesteld uitgaande van dit scenario. De raad wordt gevraagd richting te geven aan het gewenste ambitieniveau voor de jaren daarna, zodat dit kan worden betrokken bij de begroting 2027 Hoe verder na deze raadsinformatiebrief? Na inwerkingtreding van de verordeningen per 1 september 2026 wordt de uitvoering gestart en gemonitord. Op basis van de eerste ervaringen wordt de raad op een later moment geïnformeerd en kan het uitvoeringsniveau indien nodig bestuurlijk worden bijgesteld.
Bij de monitoring wordt in ieder geval gekeken naar de effectiviteit van toezicht en handhaving, de benodigde capaciteit en de balans tussen kosten en beleidsresultaat. Daarbij wordt ook inzichtelijk gemaakt in hoeverre de uitvoering aansluit op meldingen en signalen uit de stad en of de gekozen aanpak voldoende doelmatig en proportioneel is. Een belangrijke randvoorwaarde voor een succesvolle invoering is dat in de Perspectiefnota tijdig structurele middelen worden gereserveerd voor de uitvoering (vergunningverlening, toezicht, handhaving en juridische opvolging). Zonder deze middelen kunnen de verordeningen niet of onvoldoende worden uitgevoerd. Dat leidt ertoe dat de werking van de instrumenten uitblijft en dat de gemeente bovendien juridisch kwetsbaar kan worden, omdat regels die niet uitvoerbaar of handhaafbaar zijn, in de praktijk niet effectief kunnen worden toegepast. Als structurele financiering uitblijft, ontstaat daarmee de situatie dat de verordeningen feitelijk niet uitvoerbaar zijn en het college aan de raad moet voorleggen welke consequenties dat heeft, waaronder het intrekken van de verordeningen. Welke kosten zijn verbonden aan het proces? De invoering van de verordeningen leidt tot structurele extra lasten voor de uitvoering van toezicht en handhaving.
Voor 2026 (Perspectiefnota 2027) gaat het om circa €200.000, omdat dit jaar een opstartjaar is en bovendien een gedeeltelijk uitvoeringsjaar betreft. Vanaf 2027 bedragen de structurele kosten, afhankelijk van het scenario, circa €450.000 tot €1.000.000 per jaar. De opbrengsten uit leges kunnen uitsluitend worden ingezet voor het dekken van de kosten van vergunningverlening (en de daarmee samenhangende administratieve afhandeling). De leges bieden geen dekking voor de structurele kosten van toezicht, handhaving en juridische procedures. Externe financiering vanuit het Rijk is reeds bestemd voor bestaande taken en biedt geen ruimte om deze aanvullende opgave te bekostigen. Binnen de huidige gemeentelijke begroting kan dekking alleen worden gevonden door het afschalen van andere toezicht- en handhavingstaken. Dit
Zaaknummer
2026-0035776
wordt als onwenselijk beschouwd, omdat dit ten koste gaat van de uitvoering van bestaande verplichtingen en prioriteiten in het fysieke domein. Daarom wordt voorgesteld om de genoemde kosten structureel op te nemen in de begroting. Hiermee blijft zowel de uitvoering van de nieuwe verordeningen als die van de bestaande toezichten handhavingstaken op peil en blijft de uitvoerbaarheid van het door de raad vastgestelde instrumentarium geborgd. Wat zijn de belangrijkste gerelateerde besluiten? - Vaststellen Verhuurverordening gemeente Dordrecht - Vaststellen Leegstandverordening gemeente Dordrecht Het college van Burgemeester en Wethouders
secretaris
burgemeester