ONGETEKENDE RIB Toekomstperspectief Zeehaven.pdf
Tekst van het document
Gemeentebestuur Spuiboulevard 300 3311 GR DORDRECHT
Aan de gemeenteraad
Datum Zaaknummer
2024-0122581
Betreft
Toekomstperspectief Zeehaven
Vergadering van Portefeuillehouder: Begrotingsprogramma Kernteam/Opgave: Auteur: E-mail: Verantwoordelijke: Openbaar:
Maarten Burggraaf Lerend en Ondernemend Dordrecht Opgaven - Ondernemende Stad Hilbert de Jong hj.de.jong@dordrecht.nl Hilbert de Jong Ja
Deadline De RIB Toekomstperspectief Zeehaven dient tegelijkertijd te worden vastgesteld en verstuurd naar de raad met de RIB inzake het advies van dhr. Kurvers over het Maasterras. Voor dit laatste koerst het project Maasterras op de collegevergadering van 21 januari. Raadsinformatiebrief Hoe zijn de bevoegdheden rond dit onderwerp verdeeld? Het college stelt dit Toekomstperspectief Zeehaven vast, binnen de kaders van de geldende omgevingsvisie. Voor zover dit Toekomstperspectief aanleiding geeft tot aanscherping van ruimtelijke keuzes in de omgevingsvisie, besluit de raad hierover bij de omgevingsvisie 2.0 (voorjaar 2025). Voor zover dit Toekomstperspectief aanleiding geeft tot specifieke keuzes bij de ontwikkeling van het naastgelegen Maasterras besluit de raad hierover bij het bestemmingsplan Maasterras fase 1 (voorjaar 2025). Wat is de aanleiding om deze informatie kenbaar te maken? Voortbouwend op een masterplan uit 2007 voor het zeehavengebied en een bestuurlijke overeenkomst uit 2009 voor de gehele Westelijke Dordtse Oever (WDO), hebben we sinds 2011-12 een samenwerkingsovereenkomst met het Havenbedrijf Rotterdam (HbR). Onder deze samenwerkingsovereenkomst blijft de gemeente het publiekrechtelijk bevoegd gezag voor het omgevingsbeleid en de vergunningverlening.
HbR heeft onder de samenwerkingsovereenkomst de privaatrechtelijke verantwoordelijkheid gekregen voor de ontwikkeling, de exploitatie en het beheer van het zeehavengebied. In die hoedanig verpacht HbR de gemeentelijke percelen aan bedrijven, met de bijbehorende verantwoordelijkheden voor die erfpachtpercelen en de aanleg en beheer van het openbaar gebied. Voorts is HbR verantwoordelijk voor handhaving en het regulieren nautisch beheer. Voor de gehele zeehaven, zowel de erfpacht- als private percelen, dient HbR actief ruimtelijk te sturen op het daarvoor opgestelde Ontwikkelprofiel (2010). Gemeente en HbR zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor de samenhang tussen de zeehaven en de rest van de WDO en de verstedelijkingsopgave. Onderdeel van de overeenkomst is een vijfjaarlijkse evaluatie. Na een eerdere evaluatie in 2018 hebben we in 2023 de bestaande inzet opnieuw tegen het licht gehouden. Hieruit bleek een noodzaak tot actualisatie en aanscherping. Vanuit de gemeente is er, mede vanwege schaarste in ruimte, maar ook vanuit de ambities van stad en regio op zowel
Zaaknummer
2024-0122581
economie - in het bijzonder de maritieme sector - en duurzaamheid als op verstedelijking, behoefte aan een intensievere sturing en samenwerking. Aanscherping op de samenwerking is voorts nodig omdat in de huidige overeenkomst de actieve ruimtelijk-economische ontwikkelrol onvoldoende is geborgd en er in de praktijk te weinig sprake is van samenwerking bij de ontwikkeling van de zeehaven in relatie tot de stad en regio en het grotere Rotterdamse havenindustrieel complex. Dit kwam in het bijzonder tot uiting bij het project Maasterras, in de afweging hoe de verstedelijking zich dient te verhouden tot de belangen van het zeehavengebied. Dit onderstreepte des te meer de noodzaak om als gemeente en HbR de gezamenlijke visie op de Dordtse zeehaven en de samenwerkingsafspraken te actualiseren. Uw raad is bij aanvang van dit traject geïnformeerd middels een raadsinformatiebrief (26 maart 2024), heeft op 23 april 2024 een werkbezoek gebracht aan het zeehavengebied in aanwezigheid van HbR en heeft op 12 november 2024 enkele bedrijven in de zeehaven bezocht. Wat is de te delen informatie? Het toekomstperspectief hebben we in 2024 opgesteld in nauwe samenwerking met HbR en na diverse consultaties met de ondernemers in het gebied.
Het toekomstperspectief is een aanscherping van ons perspectief op de zeehaven in relatie tot de rest van de Westelijke Dordtse Oever, de stad als geheel en het maritieme en industriële cluster in de regio Drechtsteden. Overigens past dit binnen het door de raad vastgestelde masterplan (2007), de positionering van de zeehaven binnen de omgevingsvisie 1.0 (2021) en het programma voor de Westelijke Dordtse Oever (WDO). Deze aanscherping en verheldering van het profiel waarop we gezamenlijk met HbR sturen uit zich op vijf aspecten: 1. Scherper economisch profiel: voortbouwend op wat er al in het masterplan voor de zeehaven stond, markeren we in het Toekomstperspectief drie clusters die met elkaar het profiel van de Dordtse zeehaven bepalen. Dit zijn de maritieme maakindustrie, de overslag van droge en natte bulkgoederen, en containeroverslag. De zeehaven is daarbij een voor de stad en regio belangrijke en schaarse locatie waar watergebonden bedrijvigheid en bedrijvigheid in hoge milieucategorieën gehuisvest kunnen worden, beide van strategisch belang voor het economisch verdienvermogen én onze doelen op duurzaamheid en circulariteit. Ten slotte is de zeehaven ook van belang als onderdeel van en in wisselwerking met de rest van de WDO, de Drechtsteden en het Rotterdams havenindustrieel complex. 2.
Belang van een containerterminal: ook het masterplan benadrukte al dat er een containerterminal gerealiseerd diende te worden in de zeehaven, maar aangezien dit sindsdien nog niet is gerealiseerd, hebben we het belang hiervan in dit toekomstperspectief nogmaals onderstreept. Achterliggende doel is dat de zeehaven moet bijdragen aan de doelen van de WDO als geheel. De WDO belast nu de A16 met containerverkeer, terwijl een containerterminal in de zeehaven deze vervoersstromen via het water zou kunnen afhandelen, met winst voor zowel bereikbaarheid als duurzaamheid. De containerterminal is dus geen doel op zich, maar een kansrijk middel om bestaande logistieke stromen af te wikkelen via de zeehaven. 3. Behoud van de spoorontsluiting: het toekomstperspectief maakt inzichtelijk dat in elk marktscenario voor de zeehaven de bestaande spoorontsluiting van waarde blijft voor economische, duurzaamheids- en circulaire doelen. Het spoor blijft een belangrijke aanvulling op de binnenvaart (zeker bij lage waterstanden) voor de aan- en afvoer van bulkgoederen. Daarbij is het spoor een relatief schoon alternatief voor logistiek via de weg en zorgt de spoorontsluiting voor een ontlasting van de wegen.
Evenwel is er in het toekomstperspectief ook aandacht voor de goede ruimtelijke inpassing van de spoorlijn in het toekomstige Maasterras, waarbij ook in de zeehaven zelf publiekrechtelijke en/of privaatrechtelijke afspraken gemaakt kunnen worden met spoorgebruikers over de te vervoeren goederen en stoffen. 4. Meer nadruk op relatie haven en stad: waar het de afgelopen jaren soms leek dat de zeehaven en de stad twee gescheiden werelden waren, maakt het Toekomstperspectief weer duidelijk dat zeehaven en stad wederzijds baat bij elkaar hebben. Zo biedt de zeehaven circa 4.300 arbeidsplaatsen en biedt de stad duizenden geschoolde werknemers. Het Toekomstperspectief benadrukt ook het belang van een goede overgangszone tussen havenindustrie en (toekomstig) woongebied, met name aan de noordkant van de
Zaaknummer
2024-0122581
zeehaven. Het deelgebied Louterbloemen kan daarbij ruimte bieden voor stadsverzorgende economie en stedelijke hub-functies, en zo een overgang vormen naar het toekomstig Maasterras fase 2. 5. Versterkte samenwerking met HbR: in de relatie met HbR beperkte de samenwerking tot nu toe zich grotendeels tot de zeehaven. Gezien de wisselwerking tussen de zeehaven en de rest van de WDO willen we dit ook tot uiting laten komen in de samenwerking: we streven ernaar dat HbR de gemeente intensiever betrekt bij de ontwikkeling van de zeehaven en als gemeente betrekken we HbR intensiever bij de ontwikkelingen in de rest van de WDO. Op deze manier kunnen we kansen en de wisselwerking beter benutten en versterken. Voor de borging hiervan actualiseren we zo nodig de samenwerkingsovereenkomst uit 2012. Hoe verder na deze raadsinformatiebrief? Ons college stelt dit Toekomstperspectief Zeehaven vast binnen de kaders van de geldende omgevingsvisie. Voor zover dit toekomstperspectief aanleiding geeft tot aanscherping van ruimtelijke keuzes op omgevingsvisieniveau besluit uw raad hierover bij de omgevingsvisie 2.0 (voorjaar 2025). Voor zover dit toekomstperspectief aanleiding geeft tot specifieke keuzes bij de ontwikkeling van het naastgelegen Maasterras besluit uw raad hierover bij het bestemmingsplan Maasterras fase 1 (voorjaar 2025).
Met HbR werken we momenteel aan een uitvoeringsagenda bij dit toekomstperspectief, op te leveren eind eerste kwartaal 2025. Met HbR zullen we - als onderdeel van de samenwerking - de uitvoering periodiek monitoren. Ondernemers in het zeehavengebied worden begin februari geïnformeerd over het vastgestelde toekomstperspectief en kunnen dan ook inbreng leveren voor de uitvoeringsagenda. Welke kosten zijn verbonden aan het proces? Met de vaststelling van dit Toekomstperspectief zijn geen financiële aspecten gemoeid. De financiële afspraken onder de samenwerkingovereenkomst met HbR blijven ongewijzigd. V Voor de uitvoeringsagenda zullen we met HbR in kaart brengen welke investeringen we voorzien. Voor zover dit aanvullende financiële inzet van de gemeente vraagt zal hiervoor een apart voorstel worden gedaan. Wat zijn de belangrijkste gerelateerde besluiten? Traject met Havenbedrijf Rotterdam richting nieuwe visie Zeehaven Dordrecht - raadsinformatiebrief 09-04-2024
Het college van Burgemeester en Wethouders
C.H.W.M. Post secretaris
P.A.C.M. van der Velden burgemeester