CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

ONGETEKENDE RIB Stand van zaken uitvoering bodemtaken.pdf

Gemeenteraad Dordrecht 23 juni 2026, gemeente DordrechtBij agendapunt: 22: Raadsinformatiebrief over Stand van zaken uitvoering bodemtaken - Raadsinformatiebrief2.297 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Gemeentebestuur Spuiboulevard 300 3311 GR DORDRECHT

Aan de gemeenteraad

Datum Zaaknummer

2 juni 2026

Betreft

Stand van zaken uitvoering bodemtaken

2026-0054895

Vergadering van Portefeuillehouder: Begrotingsprogramma Kernteam/Opgave: Openbaar:

Tanja de Jonge Groen, Duurzaam en Ruimtelijk Dordrecht Ruimtelijke Strategie en Beleid - Milieu en Energie Ja

Deadline Er is geen deadline. Raadsinformatiebrief Hoe zijn de bevoegdheden rond dit onderwerp verdeeld? De Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid (OZHZ) voert de bodemtaken voor en namens de gemeente Dordrecht uit. Deze taken heeft de OZHZ onderverdeeld. Vanwege functiescheiding vallen de werkzaamheden onder drie verschillende units: vergunningen & meldingen, toezicht & handhaving en onderzoek & advies. De nazorgactiviteiten worden uitgevoerd worden uitgevoerd vanuit de afdeling onderzoek & advies. Wat is de aanleiding om deze informatie kenbaar te maken? De gemeente Dordrecht heeft wettelijke taken op het gebied van bodem, waaronder het onderzoeken, saneren en monitoren van de bodemverontreinigingen en het uitvoeren van nazorg op saneringslocaties. Deze taken worden namens de gemeente uitgevoerd door de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid (OZHZ). Via deze raadsinformatiebrief wordt de gemeenteraad geïnformeerd over de actuele stand van zaken van de bodemsaneringsopgave, de financiële inzet uit de eerdere jaren en de verwachte opgaven en kosten voor de komende periode. Wat is de te delen informatie? De aanpak van ernstige bodemverontreinigingen is een wettelijke taak voor de gemeente, tenzij een particulier of bedrijf veroorzaker of eigenaar is van de bodemverontreiniging. Het aantal overheidssaneringen is nog maar beperkt.

Daarnaast is er een doorlopende nazorg voor in het verleden uitgevoerde overheidssaneringen waar een restverontreiniging aanwezig is. We onderzoeken actief de mogelijkheden om de resterende nazorglocaties af te bouwen waar dat verantwoord mogelijk is. 1. Nazorg De gemeente heeft op dit moment nog voornamelijk bodemsaneringslocaties waarvoor nazorg wordt uitgevoerd. In het onderstaande overzicht wordt per locatie de huidige situatie, de in 2025 uitgevoerde werkzaamheden en de in 2026 geplande werkzaamheden uiteengezet. Merwedepolder De Merwedepolder is een voormalige stortplaats, waar onder meer baggerspecie, grof, organisch, huishoudelijk, industrieel en chemisch afval is gestort. Dit heeft geleid tot een verontreiniging van de bodem en het grondwater. In een groot deel van de locatie is de actieve nazorg in 2023

Zaaknummer

2026-0054895

beëindigd en omgezet in passieve nazorg. Voor passieve nazorg geldt dat er geen werkzaamheden wat betreft de nazorg meer worden uitgevoerd, maar de zorgplicht wel blijft gelden. In een klein deel van de locatie vindt nog wel actieve nazorg plaats. Actieve nazorg houdt in dat er jaarlijks controles, inspecties en grondwatermonitoring plaatsvindt. In dit gebied loopt een stopproef. Daarbij onderzoeken we of we ook in dit gebied de actieve nazorg verantwoord kunnen beëindigen. Daarnaast is er overleg met het Waterschap en Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid voor de actualisatie van de bestaande lozingsvergunning voor het lozen van verontreinigd grondwater uit dit gebied op het riool). Hierbij is aandacht voor opkomende stoffen, waaronder PFOA. Naar verwachting zal de vergunning in 2026 worden verleend. Crayenstein-Oost Crayenstein-Oost is een voormalige stortplaats waar in het verleden onder andere rioolslib, huishoudelijk en bedrijfsafval is gestort. Dit heeft geleid tot een verontreiniging van de bodem en grondwater. De jaarlijkse nazorg op deze locatie bestaat uit controles, inspecties en monitoring van het grond-/oppervlaktewater. In 2026 zal een aanvullend onderzoek naar PFOA worden uitgevoerd als onderdeel van de nazorg. Transberg Transberg is een voormalige stortplaats waar in het verleden onder andere huishoudelijk, chemisch, bedrijfs- en industrieel afval is gestort.

Dit heeft geleid tot een verontreiniging van de bodem en het grondwater. De jaarlijkse nazorg op deze locatie bestaat uit controles, inspecties en monitoring van het grondwater. In 2025 zijn aanvullende maatregelen genomen om verdere verspreiding van de grondwaterverontreiniging te voorkomen. In de naastgelegen polder is het bestaande grondwaterinterceptiesysteem onderhouden en verlengd en aangesloten op het riool van de Dordtse Kil IV. Om dit systeem te activeren moet nog een stroomaansluiting en een pomp worden gerealiseerd. Daarnaast stelt het Waterschap voor de lozing de eis dat het water wordt gezuiverd op barium en boor. Daarvoor moet een waterzuiveringsinstallatie worden geplaatst in dit gebied. Deze maatregelen worden de komende tijd verder voorbereid en gerealiseerd. Polder Stededijk Polder Stededijk is een voormalige stortplaats waar in het verleden huishoudelijk en chemisch afval is gestort. Dit heeft geleid tot een verontreiniging van de bodem en grondwater. De jaarlijkse nazorg op deze locatie bestond uit controles, inspecties en monitoring van het grond- en oppervlaktewater. De afgelopen jaren is onderzocht of we de actieve nazorg op deze locatie kunnen stoppen. In januari 2026 is vastgesteld dat dat op dit moment nog niet volledig haalbaar is. Daarom is in overleg met het bevoegd gezag afgesproken om de komende jaren periodiek visuele inspecties uit te voeren.

Daarnaast zijn we in overleg met Rijkswaterstaat over de lozing van het water op het oppervlaktewater, waarbij we onderzoek doen naar de hoeveelheid PFAS. Nijverheidstraat (Penn&Bauduin) De locatie Nijverheidsstraat betreft een locatie verontreinigd met creosoot en zware metalen. Deze historische verontreinigingen zijn afkomstig van naastgelegen bedrijventerreinen. Naast de jaarlijkse monitoring is in 2025 de bestaande grondwaterzuiveringsinstallatie geoptimaliseerd. Ook op deze locatie vindt een stopproef plaats om na te gaan of de actieve nazorg kan worden afgebouwd. De stopproef is gericht op het afbouwen van de grondwaterbeheersing in combinatie met het stimuleren van natuurlijke afbraak en uitgebreide monitoring. 2. Lood in de bodem Naar aanleiding van een publicatie van het RIVM over de risico’s van lood in de bodem, met name voor jonge kinderen, heeft de gemeente in 2021 een Specifieke Uitkering aangevraagd om inzicht te krijgen in mogelijke loodverontreinigingen binnen de gemeente. Dit onderzoek is in Dordrecht gecombineerd met de opgave Groen-Blauwe Stad, waarbij scholen de mogelijkheid krijgen om speelterreinen te vergroenen en de gemeente bijdraagt aan de herinrichting van deze pleinen. In de periode 2021–2025 zijn alle schoolpleinen van basisscholen in Dordrecht onderzocht op bodemverontreinigingen die een risico zouden kunnen vormen voor kinderen.

In 2025 zijn er geen sanerende maatregelen op schoolpleinen uitgevoerd. In enkele situaties zijn wel aanvullende werkzaamheden verricht om aangetroffen verontreinigingen direct af te perken en de bestaande situatie beheerst te houden. Hiermee is het onderzoekstraject afgerond. In 2026 zal het schoolplein van De Horizon worden gesaneerd ten behoeve van het vergroenen van het schoolplein. Er is een bodemverontreiniging aangetroffen. Zolang de tegels niet worden

Zaaknummer

2026-0054895

verwijderd, is er geen sprake van risico's voor de gezondheid van de kinderen. Daarom wordt de sanering gelijktijdig uitgevoerd met de vergroening van het schoolplein. Voor de uitvoering van de sanering en vergroening loopt nu een aanbestedingsproces. In december 2026 zullen de werkzaamheden worden uitgevoerd. 3. Actieve saneringslocaties Actieve saneringslocaties zijn locaties waar een bodemverontreiniging is ontstaan voor 1987. Deze historische verontreinigingen zijn op grond van de Wet bodembescherming (Wbb) aangemerkt als urgent, omdat zij risico's vormen voor (1) mensen, (2) ecologie en/of (3) verspreiding via de bodem of het grondwater. Deze locaties kunnen een overheidssanering zijn. Indien de verontreiniging historisch is en ontstaan is door activiteiten van bedrijven die niet meer bestaan of niet meer aansprakelijk zijn, of als het niet mogelijk is om een private partij aan te wijzen als aansprakelijke, betreft de sanering een overheidssanering. Indien wel een veroorzaker kan worden aangewezen, kan deze aansprakelijk zijn. Dat is onder meer afhankelijk van de afspraken die gemaakt zijn tussen de koper en de verkoper. Indien de gemeente een actieve saneringslocatie aankoopt, gaat de aansprakelijkheid over van de eigenaar op de gemeente, tenzij hier andere afspraken over zijn gemaakt. Er zijn verschillende manieren waarop zo'n locatie gesaneerd kan worden, namelijk: •

(1) de sanering is afgerond en er is geen sprake van een restverontreiniging.

•

(2) de sanering is afgerond met een stabiele restverontreiniging. Dit betekent dat er wel nazorg (bijv dmv monitoring) zal moeten plaatsvinden.

•

(3) de sanering blijft onze verantwoordelijkheid, aangezien het niet stabiel is verklaard. Monitoring blijft noodzakelijk.

Op dit moment zijn er nog twee actieve saneringslocaties in Dordrecht: ‘s-Gravendeelsedijk/Van Leeuwenhoekweg en Weeskinderendijk 5. 's-Gravendeelsedijk/Van Leeuwenhoekweg Deze locatie ligt op het industrieterrein van Rijkswaterstaat en is ontstaan door het gebruik van de locatie als creosoteerinrichting (tot 1960). Het belangrijkste risico betreft verdere verspreiding van de verontreiniging via de bodem en het grondwater. In de periode 2012-2014 is puur product verwijderd tot een diepte van circa 4 à 5 meter onder NAP. Vervolgens is monitoring gestart om aan te tonen dat er sprake is van een stabiele eindsituatie. Rijkswaterstaat is verantwoordelijk voor de sanering, nazorg en afronding. De kosten van de sanering komen niet voor rekening van de gemeente Dordrecht. Weeskinderendijk 5 Voor Weeskinderendijk 5 is eind 2024 een beschikking genomen. De bodemverontreiniging is ontstaan door bedrijfsmatige activiteiten van een voormalig autobedrijf. Hier is een olieverontreiniging ontstaan. Uit onderzoek is gebleken dat sprake is van spoedeisendheid, vanwege risico's voor de mens, door de uitdamping naar de binnenlucht. De gemeente Dordrecht koopt deze locatie aan in verband met de ontwikkeling van het Maasterras. Met de aankoop gaat ook de verantwoordelijkheid voor de verontreiniging over op de gemeente.

De sanering zelf wordt (deels) gefinancierd en uitgevoerd via Stichting Bodembeheer Nederland, met inzet van subsidies. De kosten worden gedeeld tussen de voormalige eigenaar en de gemeente, waarbij de gemeentelijke bijdrage samenhangt met het strengere saneringsniveau dat nodig is voor woningbouw. De sanering is nog niet gestart. Op grond van de beschikking moet de sanering uiterlijk 26 november 2028 zijn begonnen (binnen 4 jaar na beschikking). 4. Overige taken Naast de overheidssaneringen dragen we vanuit onze wettelijke taak bij aan onderzoek, afstemming, de uitvoering van de wettelijke bodemtaken en beleidsontwikkeling. Kosten voor bodemonderzoek en -sanering zijn binnen de gemeente zoveel mogelijk voor rekening van het betreffende project en worden alleen bij uitzondering vanuit bodembudgetten gefinancierd. 5. Bodemregels regio Zuid-Holland Zuid In de regio Zuid-Holland Zuid is gewerkt aan bodemregels voor het omgevingsplan die ook in Dordrecht door uw raad zijn vastgesteld (zaaknummer 2025-0044655). De bodemregels gaan over activiteiten op of in de grond die invloed hebben op de kwaliteit van de bodem. Het Rijk en de

Zaaknummer

2026-0054895

Provincie hebben de basisregels gemaakt. In onze regio hebben we extra regels toegevoegd, bijvoorbeeld over lood en PFOA in de grond. In de bodemregels van de ZHZ-gemeenten staat een generieke vergunningplicht voor het toepassen van de circulaire bouwstoffen: AVI-bodemassen, immobilisaten, grondstabilisatie, staalslakken, andere metaalslakken en thermische gereinigde grond. Gemeenten hebben de taak en verantwoordelijkheid om hun inwoners en leefomgeving te beschermen, zeker wanneer sprake is van onzekerheid over mogelijke langetermijneffecten voor de gezondheid. De vergunningsplicht is opgenomen op grond van het voorzorgbeginsel en de zorgplicht voor inwoners en milieu. Op die manier kan aan de voorkant een toepassing van bouwstoffen worden getoetst (preventief) en worden problemen voorkomen. Over de risico’s van het vrij mogen toepassen van onder meer staalslakken is de laatste tijd in het nieuws het nodige te doen geweest. In onze regio proberen we daar met regels en een vergunningplicht paal en perk aan te stellen. Eén partij is in beroep gegaan tegen de vergunningsplicht voor het toepassen van AVI-bodemassen en immobilisaat (hier zit ook AVIbodemas in verwerkt). Eén van de grondslagen van het beroep is het Circulair Materialen Plan (CMP) en de brief van het Rijk aan gemeenten daarover.

In die brief schrijft het Rijk dat het niet de bedoeling is om in decentrale regelgeving een generieke vergunningsplicht wordt opgelegd. Het standpunt van de gemeenten en Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid wijkt af van dat van het Rijk. Hier zal vanuit de gemeenten en Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid vervolg aan worden gegeven. Ook heeft de Staatssecretaris van Milieu hier een nuancering op gegeven en zegt nu op één lijn te zitten met de gemeenten. 6. Beleidsregel hergebruik PFOA-houdende grond Sinds 2021 hanteert de Rijksoverheid in het Handelingskader PFAS 2021 landelijke normen voor het hergebruik van PFAS-houdende grond. Veel grond in de regio Zuid-Holland Zuid voldoet niet aan deze normen. Dit zou betekenen dat bij veel ruimtelijke projecten een groot deel van de vrijkomende grond niet kan worden hergebruikt, en dus moet worden gestort of gereinigd, met hoge kosten en vertragingen tot gevolg. Om hier verantwoord mee om te gaan, is regionaal hergebruiksbeleid voor PFOA-houdende grond opgesteld. Daarin is vastgelegd onder welke voorwaarden maatwerk kan worden toegestaan, welke maximale waarden gelden en in welke gevallen toepassing mogelijk is. De regels zijn opgesteld in overleg met de Omgevingsdienst ZuidHolland Zuid (OZHZ) en vormen een nadere uitwerking van de door de Raad vastgestelde bodemregels.

De beleidsregel hergebruik PFOA-houdende grond is op 23 oktober 2025 vastgesteld door het college. Hoe verder na deze raadsinformatiebrief? De bodemtaken zijn doorlopend en worden uitgevoerd door Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid (OZHZ). Jaarlijks wordt uw raad geïnformeerd over het Jaarprogramma en het Jaarverslag van de OZHZ. Welke kosten zijn verbonden aan het proces? Voor de uitvoering van de gemeentelijke bodemtaken maken wij gebruik van dekking uit rijksmiddelen, namelijk de Decentralisatie Uitkering Bodem (DUB) en verschillende specifieke uitkeringen (SPUK). Reguliere werkzaamheden, zoals de uitvoering van wettelijke taken en beleid worden met de DUBmiddelen betaald. Jaarlijks ontvangt de gemeente een bedrag van €311.080,- (in 2026). Voor de Nazorg ontvangt de gemeente geld uit de SPUK Nazorg. Over 2024 – 2025 is een bedrag ontvangen van €999.743,-. Voor de periode 2026 – 2027 is een bedrag aangevraagd van €1.385.000,-. Voor de aanpak van schoolpleinen heeft de gemeente over de periode van 2021 – 2028 vanuit de SPUK Lood een bedrag van €594.421,- ontvangen en grotendeels uitgegeven. Voor de periode 2026-2027 is daarom een aanvullend bedrag van €68.200,- aangevraagd. Op de lopende SPUK-aanvragen verwachten we in het najaar een beslissing over het toe te kennen bedrag.

De verwachting is dat dat bedrag lager zal zijn dan de aanvragen, omdat er teveel wordt aangevraagd vanuit gemeenten. Mochten we daardoor in de problemen komen met bijvoorbeeld verplichte nazorgactiviteiten dan kunnen we via uw raad een beroep doen op de reserve bodemsanering.

Zaaknummer

Het college van Burgemeester en Wethouders

secretaris

burgemeester

2026-0054895

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/1105/documents/48527