CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

ONGETEKENDE RIB Reactie op brief n.a.v. Verbeterprogramma Betaalbare en Beschikbare Jeugdhulp.pdf

Dordtse Dinsdag – Beeld- en oordeelsvormende commissies 10 februari 2026, gemeente DordrechtBij agendapunt: 5: Raadsinformatiebrief over Reactie op brief naar aanleiding van Verbeterprogramma Betaalbare en Beschikbare Jeugdhulp - Raadsinformatiebrief1.773 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Gemeentebestuur Spuiboulevard 300 3311 GR DORDRECHT

Aan de gemeenteraad

Datum Zaaknummer

16 december 2025

Betreft

Reactie op brief n.a.v. Verbeterprogramma Betaalbare en Beschikbare Jeugdhulp

2025-0124802

Vergadering van Portefeuillehouder: Begrotingsprogramma Kernteam/Opgave: Auteur: E-mail: Verantwoordelijke: Openbaar:

Rik van der Linden Gezond, Sociaal en Zorgzaam Dordrecht Samenleving - Jeugd en Onderwijs Stephan Haksteeg s.haksteeg@dordrecht.nl Stephan Haksteeg Ja

Raadsinformatiebrief Hoe zijn de bevoegdheden rond dit onderwerp verdeeld? Het college informeert de raad per raadsinformatiebrief over de reactie op de brief van het Ouderplatform Zuid-Holland Zuid naar aanleiding van het Verbeterprogramma betaalbare en beschikbare jeugdhulp regio Zuid-Holland Zuid. Wat is de aanleiding om deze informatie kenbaar te maken? Op 7 oktober 2025 heeft het Ouderplatform Zuid-Holland Zuid ingesproken in de raadscommissie van Dordrecht over het Verbeterprogramma Beschikbare en Betaalbare Jeugdhulp en het regionale Raamwerk Jeugdhulpverordening. Op 21 oktober 2025 heeft het Ouderplatform tevens een schriftelijke reactie gestuurd, waarin onder meer wordt gesteld dat: •

in de besluitvorming binnen DG&J en colleges kaderstellende elementen zitten;• mogelijk sprake is van strijd met art. 2.9 en 2.10 Jeugdwet;

•

mogelijk sprake is van verboden delegatie;

•

de verordening in strijd zou zijn met internationale verdragen.

Wij informeren uw gemeenteraad via deze raadsinformatiebrief over de feitelijke gang van zaken en de juridische grondslag van de besluitvorming in het kader van het Verbeterprogramma Beschikbare en Betaalbare Jeugdhulp in de regio Zuid-Holland Zuid. Wat is de te delen informatie? Het college heeft naar aanleiding van de inspraak en de schriftelijke reactie van het Ouderplatform, een juridische analyse laten uitvoeren ter beantwoording van de gestelde vragen. 1. Delegatie, mandaat en bevoegdheidsverdeling: raad/college/DG&J De Raad De gemeenteraad heeft op grond van artikelen 2.9 en 2.10 Jeugdwet de exclusieve bevoegdheid om bij verordening regels vast te stellen over: •

voorwaarden voor toekenning van individuele en overige jeugdhulpvoorzieningen;

•

de wijze van beoordeling en de afwegingsfactoren die het college moet hanteren;

Zaaknummer

2025-0124802

•

de wijze van afstemming met andere domeinen (onderwijs, Wmo, zorg, werk & inkomen);

•

de wijze waarop PGB-tarieven worden vastgesteld;

•

regels ter voorkoming van misbruik, inclusief terugvordering;

•

de wijze waarop jeugdigen, ouders en vertegenwoordigers worden betrokken bij beleid en besluitvorming (art. 2.1.3 lid 3 Wmo 2015).

Deze normstellende bevoegdheden kunnen niet worden gedelegeerd of gemandateerd. Vaststelling van de Jeugdverordening is daarmee een exclusieve raadsbevoegdheid. Het College Het college is, binnen de door de raad vastgestelde verordening, bevoegd tot: •

uitvoering van de verordening en beoordeling van individuele aanvragen;

•

contractmanagement en privaatrechtelijke besluiten (art. 160 Gemeentewet);

•

inkoop van jeugdhulp binnen regionale kaders;

•

uitvoering van bestaande beleids- en verordeningskaders;

•

het nemen van technische of uitvoeringsgerichte besluiten;

•

mandatering van collegebevoegdheden aan DG&J/SOJ.

Het college mag géén normstelling toevoegen of wijzigen: daarvoor is altijd een raadsbesluit vereist. DG&J / SOJ (gedelegeerde en gemandateerde taken - geen normstelling) Uit de Gemeenschappelijke Regeling DG&J volgt dat DG&J twee soorten bevoegdheden uitoefent: a. Gedelegeerde taken (DG&J is zelfstandig bevoegd) De colleges hebben op grond van art. 5 lid 3 GR DG&J bepaalde taken gedelegeerd, waaronder: •

regionale inkoop van jeugdhulpaanbieders en gecertificeerde instellingen;

•

contractbeheer en organisatie van crisiszorg, JB/JR en gesloten jeugdhulp;

•

inrichting van bezwaaradviescommissies;

•

uitvoering van regionale contractcyclus en monitoring.

Bij delegatie oefent DG&J de bevoegdheid zelfstandig uit en niet namens de colleges. b. Gemandateerde taken (DG&J handelt namens de colleges) Op basis van het Mandaatbesluit voeren DG&J/SOJ namens de colleges onder meer uit: •

collegebevoegdheden uit de hoofdstukken 1, 2, 6, 7, 8 en 10 Jeugdwet;

•

bevoegdheden uit de lokale Jeugdverordeningen;

•

proceshandelingen en vertegenwoordiging in bezwaar- en beroepsprocedures.

Bij mandaat blijft de bevoegdheid bij het college; DG&J voert slechts namens hen uit. Cruciaal onderscheid •

DG&J heeft géén bevoegdheid om Jeugdverordeningen vast te stellen of inhoudelijke normen (criteria, toegang, draagkracht) te creëren.

•

deze bevoegdheid is niet gedelegeerd en niet gemandateerd en blijft volledig bij de gemeenteraad.

DG&J/ SOJ voert dus alleen uitvoeringstaken uit, al dan niet zelfstandig (delegatie) of namens de colleges (mandaat), maar geen normstelling. 2. Aard en reikwijdte van besluiten Het AB van DG&J heeft op 19 juni 2025 ingestemd met: •

verlenging van de inkoopcontracten tot 31 december 2027;

•

herindeling van segment 5 (crisiszorg) binnen de bestaande segmentstructuur;

Zaaknummer

2025-0124802

•

aanscherping van KPI’s en resultaatsafspraken met aanbieders;

•

voorbereidingen voor technische contractaanpassingen per 1 januari 2026;

•

communicatie hierover aan aanbieders.

Deze besluiten hebben betrekking op gedelegeerde taken (inkoop, contractbeheer) en op gemandateerde uitvoeringstaken vanuit de colleges. Zij vallen daarmee binnen de bevoegdheden die: •

door de colleges aan DG&J zijn gedelegeerd (regionale inkoop, contractcyclus, segmentstructuur), en

•

door de colleges aan DG&J/SOJ zijn gemandateerd (uitvoering Jeugdwet en lokale verordeningen).

De besluiten van het AB betreffen: •

uitvoering van bestaande Jeugdverordeningen;

•

uitvoering van eerder door de raden vastgestelde beleidskaders;

•

uitvoering van de regionale inkoopstrategie en inkoopkaders;

•

technische wijzigingen binnen de contractrelatie met aanbieders.

Deze besluiten wijzigen niet: •

de toegangsnormen;

•

de definities van voorzieningen;

•

de beoordelingscriteria of afwegingsfactoren;

•

de inhoud van de Jeugdverordening;

•

of andere essentialia die uitsluitend door de gemeenteraad mogen worden vastgesteld op grond van art. 2.9 en 2.10 Jeugdwet.

Er is geen aanwijzing dat DG&J of de colleges vooruitlopend op democratische normstelling besluiten hebben genomen die de toegang tot jeugdhulp of het beoordelingskader wijzigen. Conclusie: De besluiten van 19 juni 2025 betreffen uitvoeringsbesluiten binnen de bestaande wettelijke en contractuele kaders, en geen vorm van normstelling zoals bedoeld in art. 2.9 en 2.10 Jeugdwet. De bevoegdheid van de gemeenteraad is daarmee niet doorkruist, en er is geen sprake van verboden delegatie. 3. Gebruik van het regionale Raamwerk Jeugdhulpverordening Het Ouderplatform veronderstelt dat het regionale Raamwerk Jeugdhulpverordening reeds wordt gebruikt als beleidskader in de uitvoering. Dat is onjuist. Het Raamwerk is: •

een conceptdocument, opgesteld door DG&J en gemeentelijke beleidsadviseurs;

•

een ambtelijke voorbereiding voor de nieuwe Jeugdverordeningen;

•

géén vastgesteld document, niet door colleges en niet door raden;

•

géén juridisch uitvoeringskader, omdat normstelling pas ontstaat na vaststelling door de gemeenteraad.

Belangrijk: Het Raamwerk bevat uitsluitend voorstellen voor normstelling, die vervolgens door iedere gemeenteraad moeten worden vastgesteld. DG&J heeft deze normstelling niet vastgesteld, niet toegepast en deze kan dat op grond van de Gemeenschappelijke Regeling ook niet. Totdat de gemeenteraad de lokale Verordening Sociaal Domein Dordrecht vaststelt: •

blijft uitsluitend de huidige Jeugdverordening 2020/2021 van kracht;

•

kan het college alléén die bestaande verordeningsnormen uitvoeren;

•

kan DG&J uitsluitend gedelegeerde of gemandateerde uitvoeringstaken uitvoeren binnen die bestaande kaders.

Zaaknummer

2025-0124802

Conclusie: Het Raamwerk speelt op dit moment uitsluitend een voorbereidende en ondersteunende rol richting de gemeenteraad en wordt niet gebruikt voor normstelling of uitvoering. De bevoegdheid van de raad blijft volledig gewaarborgd. 4. Inhoudelijke aandachtspunten van het Ouderplatform Bij de totstandkoming van het regionale raamwerk heeft het Ouderplatform een aantal aandachtspunten meegegeven. Deze aandachtspunten berusten op op onjuiste of te vergaande interpretaties. De belangrijkste punten: Draagkracht / draaglast Het Ouderplatform stelt dat ouders geen bestaanszekerheid zouden mogen behouden. •

In werkelijkheid stelt de verordening expliciet dat het college hulp inzet zodra draagkracht tekortschiet.

•

Het recht op hulp blijft voor jeugdigen te allen tijde bestaan.

Kindperspectief Het Ouderplatform stelt dat kinderen slechts ‘een keer worden gezien’. •

De verordening verplicht juist actieve betrokkenheid, begrijpelijke uitleg en verificatie of de jeugdige dit begrijpt.

Cliëntondersteuning Volgens het Ouderplatform te vrijblijvend. •

De verordening verplicht het college altijd om te wijzen op onafhankelijke cliëntondersteuning en vertrouwenspersonen.

NJi-criterium Het Ouderplatform vreest “uitsluiting”. •

Het NJi-document fungeert als hulpmiddel; beoordeling blijft individueel en maatwerk.

PGB-voorwaarden Ouderplatform: te streng. •

De artikelen bevatten juist kwaliteits- en veiligheidswaarborgen en laten hulp in natura open als pgb niet passend is.

18+ transitie Ouderplatform stelt dat dit onvoldoende is geborgd. •

De verordening verplicht het college tot een perspectiefplan en continuïteit van zorg.

Vervoer Ouderplatform: te beperkend. •

De regels zijn conform Jeugdwet en subsidiariteitsbeginsel; bij onevenwichtigheid in draagkracht wordt alsnog vervoer ingezet.

Samenvattend: De verordening bevat juist sterke waarborgen voor kindrechten, non-discriminatie en continuïteit van zorg. 5. Beoordeling van de claim "mogelijke verboden delegatie" De door het Ouderplatform aangehaalde uitspraken van de Centrale Raad van Beroep uit 2024 en 2025 gaan over situaties waarin: •

essentiële normen en beoordelingscriteria ontbraken in de gemeentelijke verordening, en

•

gemeenten deze normen vervolgens toch toepasten via beleidsregels, werkinstructies of uitvoeringspraktijk, waardoor sprake was van verboden delegatie van normstelling (art. 2.9 en 2.10 Jeugdwet).

Deze jurisprudentie is niet van toepassing op de situatie in Zuid-Holland Zuid: •

de voorgestelde normen (zoals draagkracht, toegang, afwegingsfactoren, beoordelingscriteria) zijn opgenomen in het concept Raamwerk en zijn uitsluitend bedoeld voor besluitvorming door de gemeenteraden;

Zaaknummer

2025-0124802

•

deze essentialia zijn niet vastgesteld, niet toegepast en niet vooruitlopend gebruikt door colleges of DG&J;

•

DG&J voert uitsluitend gedelegeerde en gemandateerde uitvoeringstaken uit binnen de bestaande Jeugdverordeningen;

•

DG&J bezit geen verordenende bevoegdheid, en heeft deze ook niet geclaimd of feitelijk uitgeoefend;

•

het college voert uitsluitend bestaande verordeningen en eerder vastgestelde beleidskaders uit.

Er is geen enkele aanwijzing dat uitvoering of contractmanagement is gebaseerd op (nog) niet vastgestelde normstelling. Conclusie: Er is geen sprake van verboden delegatie. De exclusieve normstellende bevoegdheid van de gemeenteraad blijft volledig in stand, aangezien de inhoudelijke kaders pas via de nieuwe Jeugdverordeningen door de raden worden vastgesteld. 6. Algehele conclusie Op basis van de beschikbare documenten en de juridische beoordeling kan worden geconcludeerd dat de besluiten van DG&J en de betrokken colleges binnen het geldende mandaat en de gedelegeerde/gemandateerde bevoegdheden vallen, en daarmee rechtmatig zijn genomen. Uit de onderzochte stukken blijkt niet dat DG&J of de colleges normstelling of andere essentialia zoals bedoeld in de artikelen 2.9 en 2.10 Jeugdwet hebben vastgesteld, gewijzigd of vooruitlopend toegepast. De inhoudelijke normen, beoordelingscriteria en afwegingsfactoren worden uitsluitend door de gemeenteraad vastgesteld in de nieuwe Verordening Sociaal Domein Dordrecht. Daarmee is geen sprake van verboden delegatie. Het regionale concept-Raamwerk Jeugdhulpverordening bevat voorts duidelijke en juridisch correcte waarborgen voor de rechten van jeugdigen en ouders. De opgenomen bepalingen sluiten aan op de Jeugdwet, recente jurisprudentie en relevante internationale verdragen.

De kritiek van het Ouderplatform berust daarom grotendeels op een te strikte, en op onderdelen feitelijk onjuiste of onvolledige interpretatie van de verordeningsartikelen, de besluitvorming en de regionale rolverdeling. De positie van de gemeenteraad blijft volledig gewaarborgd: de vaststelling van de nieuwe Jeugdverordening (inclusief toegangsnormen, afwegingscriteria, definities, PGB-bepalingen en overige normstelling) is en blijft een exclusieve bevoegdheid van de raad. Hoe verder na deze raadsinformatiebrief? Niet van toepassing. Welke kosten zijn verbonden aan het proces? Niet van toepassing. Wat zijn de belangrijkste gerelateerde besluiten? Raadsinformatiebrief Verkenning bijdrage GR DG&J aan verminderen financiële problematiek gemeenten, Verbeterprogramma beschikbare en betaalbare jeugdhulp en Evaluatie en contractverlenging Dordrecht Sociaal (23 september 2025) Het college van Burgemeester en Wethouders

C.H.W.M. Post secretaris

N. Mol burgemeester

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/1067/documents/46209