CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

ONGETEKENDE RIB Raadsinformatiebrief over Uitkomsten Minima effectenrapportage (MER) en resultaten Programma Samen tegen armoede 2023 .pdf

Dordtse Dinsdag – Beeld- en oordeelsvormende commissies 8 oktober 2024, gemeente DordrechtBij agendapunt: 6: Raadsinformatiebrief over Uitkomsten Minima effectenrapportage (MER) en resultaten Programma Samen tegen armoede 2023 - Raadsinformatiebrief5.818 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Gemeentebestuur Spuiboulevard 300 3311 GR DORDRECHT

Aan de gemeenteraad

Datum Zaaknummer

18 juni 2024

Betreft

Raadsinformatiebrief over Uitkomsten Minima effectenrapportage (MER) en resultaten Programma Samen tegen armoede 2023

2024-0063235

Vergadering van Portefeuillehouder: Begrotingsprogramma Kernteam/Opgave: Auteur: E-mail: Verantwoordelijke: Openbaar:

Peter Heijkoop Gezond, Sociaal en Zorgzaam Dordrecht Opgaven - Zorgzame Stad Leonie Dekkers-Kamp la.dekkers-kamp@dordrecht.nl Leonie Dekkers-Kamp Ja

Raadsinformatiebrief Hoe zijn de bevoegdheden rond dit onderwerp verdeeld? De raad heeft de kaders van het programma Samen tegen armoede vastgesteld. Het college informeert de raad over de voortgang van het programma. Wat is de aanleiding om deze informatie kenbaar te maken? Met deze raadsinformatiebrief informeren wij uw raad over de voortgang en resultaten over 2023 van het programma 'Samen tegen Armoede'. Daarnaast informeren wij u over de resultaten uit de Minima-effectenrapportage (MER) uitgevoerd door het Nibud. Wat is de te delen informatie? Het programma 'Samen tegen Armoede' is een essentieel onderdeel van het streven naar bestaanszekerheid voor alle inwoners, zoals vastgelegd in het Politiek akkoord 2022-2026. Het doel van het programma is dat alle inwoners mee kunnen doen en met name kinderen gelijke kansen krijgen. De uitkomsten van de Minima effectenrapportage (MER) laten een positief beeld zien. De rapportage is bijgevoegd in de bijlage. Doordat uw raad extra budget beschikbaar heeft gesteld en het minimabeleid vanaf 2023 heeft uitgebreid, kunnen alle huishoudtypen in Dordrecht rondkomen. Hierbij plaatsen wij de kanttekening dat huishoudens wel gebruik dienen te maken van alle regelingen waar zij recht op hebben en er individuele verschillen kunnen zijn met betrekking de huishouduitgaven (vaste lasten).

Vooral het verruimen en verhogen van het Persoonlijk minima budget (PMB) maakt het verschil voor huishoudens in armoede. Uit de MER blijkt echter een wankel evenwicht; veel minimahuishoudens houden een beperkte bestedingsruimte over en blijven daardoor kwetsbaar. Het onderstreept dan ook de noodzaak om inwoners te blijven ondersteunen en in te zetten op het voorkomen van geldzorgen (preventie), op tijd hulp bieden als er geldzorgen ontstaan (vroegsignalering) en financiële hulp via het minimabeleid voor mensen met een laag inkomen (inkomensondersteuning).

Zaaknummer

2024-0063235

Met de uitkomsten van de MER en de resultaten op de Kritische Prestatie Indicatoren (KPI's) geven we tenslotte inzicht in de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het programma Samen tegen armoede. Effecten coalitieakkoord De MER is uitgevoerd op basis van lokaal en landelijk beleid en de koopkrachtcijfers van het eerste kwartaal 2024. Het nieuwe hoofdlijnenakkoord van PVV, NSC, VVD en BBB zal invloed hebben op de positie van minima. In het akkoord staan diverse koopkrachtmaatregelen en een knelpuntenaanpak voor specifieke groepen, waaronder werkende armen en gezinnen met kinderen die in armoede leven. Het nieuwe kabinet is echter minder ambitieus in het terugdringen van de armoede (met name onder kinderen) dan het demissionair kabinet. De aanbevelingen van de Commissie-Sociaal Minimum worden niet opgepakt. Er wordt geen werk gemaakt van voldoende en voorspelbaar inkomen conform het advies inclusief een periodieke herijking. Stapsgewijs wordt gewerkt aan verbeteringen in de sociale zekerheid, fiscale regelingen en de toeslagen. Wetgeving wordt voorbereid voor een hervorming van het toeslagen- en belastingstelsel. De hervorming van de Participatiewet wordt voortgezet. In het hoofdlijnenakkoord zijn veel maatregelen opgenomen rondom 'werken moet lonen'.

Omdat werk helaas niet voor iedereen de oplossing is, moeten gemeenten echter ook in staat worden gesteld om inwoners te kunnen begeleiden naar werk, een zinvolle dagbesteding of andere vormen om te kunnen participeren in de samenleving. Graag werken wij samen met de landelijke overheid aan een verbetering van de (gemeentelijke) schuldhulpverlening, bijvoorbeeld door invoering van basisdienstverlening. Hierin is de ambitie van de regeringspartijen om de aanmanings- en incassokosten van de overheid fors omlaag te laten gaan, ook helpend. 1. Minima-effectenrapportage (MER) Met de MER willen we inzicht krijgen in de effecten van het minimabeleid in combinatie met landelijk beleid. In deze raadsinformatiebrief zullen we inzoomen op de belangrijkste conclusies voor Dordrecht. Het gaat hier om de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het Dordtse minimabeleid. In deze rapportage wordt de centrale vraag beantwoord: Wat is het effect van landelijke en lokale inkomensondersteunende regelingen op de financiële positie van huishoudens met een laag inkomen in de Dordrecht, uitgaande van het beleid voor 2024? De MER is al eerder uitgevoerd. De laatste keer was in 2022.

Dit is de eerste MER die meer inzicht geeft in de effecten van de keuzes die uw raad vorig jaar heeft gemaakt bij de herijking van het minimabeleid (Bijlage 2 van de MER biedt een overzicht van de wijzigingen van het minimabeleid per 1 januari 2023). Conclusies Ons minimabeleid zorgt ervoor dat huishoudens rond kunnen komen, maar de huishoudens met een laag inkomen hebben weinig bestedingsmarge en blijven daardoor zeer kwetsbaar. We hebben de afgelopen tijd in de regio gewerkt aan een stevig, stabiel en solide beleid waardoor we structureel verbeteringen zien bij de huishoudens. Dit is zichtbaar in de resultaten van de MER. De berekening van de bestedingsruimte van de voorbeeldhuishoudens in het onderzoek is gebaseerd op een drietal voorwaarden: 1.

Men moet zeer goed met geld kunnen omgaan

2.

Men moet alle inkomensondersteuning aanvragen waar men recht op heeft.

3.

Men moet niet of zeer beperkt te maken hebben met persoonlijk onvermijdbare uitgaven.

Het is realistisch ervan uit te gaan dat een deel van de minimahuishoudens in de Drechtstedengemeenten niet voldoen aan de voorwaarden waarmee de berekeningen in dit onderzoek zijn gemaakt. Bovendien is bekend dat lang niet alle huishoudens aan het voorbeeldhuishouden qua inkomsten en uitgaven voldoen. We weten immers dat dagelijkse zorgen om geld en de stress die dat met zich meebrengt veel invloed heeft op het denk- en doenvermogen van mensen. Ook zijn er minimahuishoudens met onvermijdbare hoge lasten. Het tweede rapport van Commissie Sociaal Minimum; 'Een zeker bestaan', noemt hiervoor vier meest voorkomende voorbeelden:

Zaaknummer

2024-0063235

•

Huishoudens zonder sociale huurwoning. Mensen die niet in een sociale huurwoning wonen betalen mogelijk een (aanzienlijk) hogere huurprijs in de particuliere sector.

•

Huishoudens met hoge energiekosten, bijvoorbeeld door slechte isolatie. Naar schatting waren in 2021 ongeveer 1,5 miljoen woningen in Nederland slecht geïsoleerd. Elf procent van de sociale huurwoningen was in 2021 slecht geïsoleerd. Daarmee leven ongeveer tweehonderdduizend huishoudens in een slecht geïsoleerde sociale huurwoning.

•

Huishoudens met hoge zorgkosten, bijvoorbeeld door ingrijpende chronische ziekte of nietgedekte zorgbehoeften. Bepaalde behandelingen in het basispakket van de zorgverzekering zijn aan een maximum gebonden, waardoor ook verzekerden soms aanvullende zorgkosten moeten maken. Dit gaat ook over indirecte zorgkosten die een zorgverzekering niet dekt.

•

Huishoudens met werk gerelateerde kosten. Voorbeelden hiervan zijn mensen met hoge werk gerelateerde vervoerskosten.

Daarnaast blijft er grote onzekerheid over het verloop van alle prijzen en koopkrachtreparaties in de komende jaren. Het Nibud waarschuwt dat we nog steeds uit het gat van 2022 aan het klimmen zijn. De verhogingen van uitkeringen en het minimumloon garanderen nog niet voor iedereen een aanvaardbaar bestaansminimum. In de Minima-effectenrapportage 2024 (MER 2024) zien we dat bijna alle onderzochte huishoudtypen in de Dordrecht de maandbegroting rond krijgen en dat zij er allemaal goed op vooruit gaan ten opzichte van 2022. •

Dordrecht kent een ruime regeling voor gezinnen met kinderen, met als belangrijkste regeling het SMS-Kinderfonds via de Dordtpas. Ook wordt de eigen bijdrage voor de kinderopvang van huishoudens met recht op kinderopvangtoeslag vergoed. De Dordtpas zorgt ervoor dat huishoudens minder kwijt zijn voor sociale participatie, in de MER is deze vergoeding meegenomen.

•

De OV regeling voor minima draagt positief bij aan de maandbegroting. Huishoudens die in het bezit zijn van een Dordtpas kunnen een OV-daluren abonnement binnen de Dordtse regio aanvragen. Dordtse minima die in 2024 18 jaar of ouder zijn, kunnen een abonnement aanvragen, waarmee zij 40 procent korting in de daluren ontvangen. AOW-gerechtigden kunnen zelfs gratis in de daluren reizen. In de begrotingen is dit verwerkt in de posten "vervoer" en "sociale participatie" (omdat in deze post een deel voor recreatief vervoer is opgenomen). Aangezien het niet altijd mogelijk is om in de daluren te reizen en omdat ook gereisd zal worden buiten de regio, rekent het Nibud bij de MER met een halvering van de vervoerskosten. Op dit moment wordt er een onderzoek uitgevoerd naar de ervaringen met de OV-regeling. Na de zomer ontvangt uw raad een evaluatieverslag.

•

Alleenstaande ouders hebben een hogere bestedingsruimte dan (echt)paren met kinderen. Dit komt omdat deze laatste groep de kosten voor twee volwassenen moet dragen, terwijl het inkomen in verhouding lager ligt.

•

Het (echt)paar met twee oudere kinderen heeft een lage bestedingsruimte vanwege de bijkomende hogere kosten voor oudere kinderen tegenover die voor jongere kinderen. Deze kosten worden niet volledig gecompenseerd door (leeftijdsafhankelijke) kindgebonden toeslagen.

•

Voor huishoudens zonder kinderen zijn er weinig specifieke regelingen. Daardoor is ook de bestedingsruimte bij alleenstaanden onder de AOW-leeftijd relatief laag (maar wel positief).

•

Het (echt)paar tot AOW-leeftijd zonder kinderen komt in bijna alle gemeenten tekort, behalve in Dordrecht en Zwijndrecht. De reden hiervoor is de Dordtpas, in Zwijndrecht maakt het Sport- en cultuurfonds 18+ het verschil. Voor dit huishoudtype is de bestedingsruimte heel laag.

•

Ouderen kunnen beter rondkomen; dit komt door de hoogte van de AOW-uitkering. Voor een alleenstaande is deze bijna € 250,- hoger dan een bijstandsuitkering.

Zaaknummer

2024-0063235

Op bijstandsniveau zijn drie huishoudtypen die de maandbegroting nauwelijks rond krijgen, te weten: •

(Echt)paar tot AOW-leeftijd zonder kinderen (bestedingsruimte € 8,-).

•

(Echt)paar met twee oudere kinderen (14 en 16) (bestedingsruimte € 35,-).

•

Alleenstaande tot AOW-leeftijd (bestedingsruimte € 44,-).

Dat maakt deze huishoudtypen kwetsbaar. De (landelijk vastgestelde) hoogte van de bijstandsuitkering is de belangrijkste reden van de krappe bestedingsruimte. Het Persoonlijk Minima Budget (PMB) maakt het verschil voor de huishoudtypes die dit het hardste nodig hebben. Inwoners die geen zicht hebben op inkomensverbetering en langer dan één jaar van een laag inkomen rond moeten komen, hebben recht op het PMB. Bij de herijking is: •

de inkomensgrens van het PMB van 110% naar 120% van het WSM gegaan;

•

de toeslag van 35% naar 40% van de bijstandsnorm;

•

€ 100,- extra voor huishoudens met kinderen ouder dan 12 jaar.

Door het PMB wordt de bestedingsruimte van alle huishoudtypen verruimd. •

Paren zonder kinderen op bijstandsniveau gaan naar een positief saldo tot € 69,-.

•

Voor ouders met kinderen De toeslag van € 100,- voor ouders met kinderen maakt het verschil. Hiermee komt de bestedingsruimte voor (echt)paren met kinderen in alle gemeenten uit tussen de € 293,- (met jonge kinderen) en € 105,- (met oudere kinderen).

•

Alleenstaanden die op bijstandsniveau ook met een kleine vrije bestedingsruimte te maken hadden komen inclusief PMB uit op een saldo van rond de € 87,-.

Dordrecht heeft met een verruiming van de doelgroep en verhoging van het PMB extra financiële ondersteuning willen geven aan de huishoudens die dit nodig hadden. In de MER2024 zien we terug dat dit gewenste resultaat is bereikt. Dit is ook terug te zien in een stijging in het gebruik en de uitgaven van het PMB (zie voor meer informatie de resultaten 2023 verderop in deze raadsinformatiebrief). Aanbevelingen In het rapport geeft het Nibud een aantal aanbevelingen om het voor huishoudens makkelijker te maken aan de eerdergenoemde drie voorwaarden te voldoen: 1.

Men moet zeer goed met geld kunnen omgaan.

2.

Men moet alle inkomensondersteuning aanvragen waar men recht op heeft.

3.

Men moet niet of zeer beperkt te maken hebben met persoonlijk onvermijdbare uitgaven.

Met het programma Samen tegen armoede werken we aan bovenstaande aanbevelingen. Hierbij ligt de focus in het huidige beleid op aanbeveling 2; het vroegtijdig toeleiden naar hulp en het tegengaan van niet-gebruik van regelingen. De komende periode voeren we een nadere analyse uit en onderzoeken we wat de focus van een volgend (armoede)beleid zou moeten zijn, gelet op de aanbevelingen van de MER en de nuances met betrekking tot de voorbeeldhuishoudens. Hierbij kijken we enerzijds naar het verbeteren van de voorwaarden en vergoedingen van de minimaregeling en anderzijds naar de focus van beleid. Verderop in deze raadsinformatiebrief leest u de resultaten van de inzet binnen het programma Samen tegen armoede in 2023. Hieronder gaan we kort in op de aanbevelingen uit de MER: •

Stimuleer goed financieel beheer Als gemeente onderkennen wij dit. Om die reden stellen wij een budgetcoach beschikbaar voor inwoners (ook preventief). Daarnaast biedt St. Humanitas met het programma 'get-a-grip' advies en hulp aan jongeren. Tenslotte wordt vanuit nazorg schuldhulpverlening budgetcoaching aangeboden.

•

Verminder niet-gebruik regelingen De berekening van de bestedingsruimte in het onderzoek is gebaseerd op het daadwerkelijk gebruik van de inkomensondersteuning waar men recht op heeft. Het programma Samen tegen armoede is erop gericht om inwoners

Zaaknummer

2024-0063235

met een hoog risico op financiële problemen zo vroeg mogelijk door te verwijzen naar hulp en deze regelingen. In 2023 is hierop de aanpak 'Geldpraatje' gestart. Doel van deze aanpak is taboe doorbreken en zichtbaar maken waar Dordtenaren terecht kunnen voor hulp. De Sociale Dienst Drechtsteden (SDD) is in het kader van tegengaan niet-gebruik regelingen gestart met de bestaanszekerheidscheck. Alle inwoners met een uitkering krijgen een gesprek. In dat gesprek staan twee vragen centraal. Maakt de inwoner gebruik van de regelingen waar hij/zij recht op heeft. Zo niet, dan wordt de inwoner geïnformeerd en regelingen binnen de SDD kunnen direct aangevraagd worden. Daarnaast wordt gekeken naar brede vraagstukken van bestaanszekerheid. Als één van deze pijlers nog niet (voldoende) op orde is wordt verbinding gelegd met de juiste personen en/of organisaties in de keten. Het niet gebruik van regelingen is echter groot vooral onder werkenden. Veel werkende zijn niet bekend met regelingen en het wantrouwen tegenover de overheid is groot. In programmalijn 3, werkende minima delen we de resultaten van de aanpak 'Geldzorgen op de werkvloer'. •

Help energie- en woonlasten verlagen. Het Nibud adviseert om de mogelijkheid van bijzondere bijstand open te houden voor die huishoudens die vanwege een slecht geïsoleerde woning moeite hebben met rondkomen, of een bovengemiddeld hoog noodzakelijk elektriciteitsverbruik hebben, bijvoorbeeld als gevolg van een medische aandoening of een energie onzuinige woning. Samen met de SDD onderzoeken we de komende periode deze behoefte en de mogelijkheden hierop.

•

Breng duidelijk de voordelen van de collectieve zorgverzekering onder de aandacht en zorg dat zij het 'juiste' pakket kiezen. Er is een verlenging van het contract afgesproken tot 2028 voor de collectieve verzekering met zorgverzekeraar VGZ. Ook is afgesproken dat VGZ en SDD in 2024 samen komen tot een uitwerking van een innovatie agenda met een plan van uitvoering 2024-2028. Deze zal gericht zijn op een optimale begeleiding bij de keuze van het collectieve pakket en leefstijl bevorderende interventies. De aanbevelingen van het Nibud worden hierbij meegenomen.

•

Onderzoek de mogelijkheid om sociale participatie voor volwassenen te vergoeden. Dordrecht biedt minima tot 140% WSM een gratis Dordtpas aan. Hiermee kunnen minima gebruikmaken van acties in de stad.

•

Stimuleer (echt)paren met oudere kinderen bij het verhogen van hun inkomen. Het begeleiden naar werk van tenminste één van beide partners zien wij als de belangrijke stap uit de armoede.

•

Maak een gedegen afweging tussen een goed uitvoerbaar minimabeleid en het voorkómen van een armoedeval. Dordrecht heeft als enige gemeente het SMS-Kinderfonds voor de doelgroep (echt)paren met oudere kinderen tot 150% WSM beschikbaar gemaakt. Hiermee wordt door doorstroomval gedeeltelijk voorkomen concludeert het Nibud. Een armoedeval door inkomensondersteuning kan worden tegengegaan door regelingen getrapt af te bouwen. In Dordrecht hebben we het minimabeleid getrapt ingericht. Echter, een dergelijke constructie is voor de uitvoering vaak ingewikkelder en voor inwoners niet altijd gemakkelijk te begrijpen. Dit laatste kan leiden tot onbekendheid en niet-gebruik.

2. Resultaten programmalijnen 'Samen tegen Armoede' 1.

Het bieden van financiële ondersteuning en hulp bij schulden en geldzaken.

2.

Het bestrijden en voorkomen van kinderarmoede.

3.

Het ondersteunen van werkende inwoners met een laag inkomen.

Hieronder zullen wij per programmalijn een uiteenzetting geven van het onderliggende beleidsdoel en welke acties en initiatieven in 2023 zijn genomen om het beleidsdoel te bereiken. Waar mogelijk gebruiken we data om de voortgang inzichtelijk te maken. Als er kritieke prestatie-indicatoren (KPI's) zijn vastgesteld, benoemen we deze. Als de resultaten tenslotte aanleiding geven tot aanpassing of bijstelling, benoemen we dat. Programmalijn 1: Het bieden van financiële ondersteuning en hulp bij schulden en geldzaken. Met deze programmalijn richten we ons op het leiden van inwoners naar inkomensregelingen en

Zaaknummer

2024-0063235

schuldhulpverlening. Als de toeleiding succesvol verloopt, zien we dat terug in een hoger gebruik (bereik) van de minimaregelingen en een hoger aantal trajecten schuldhulpverlening en een lagere schuld bij aanvang van een schuldhulpverleningstraject. De programmalijn heeft de volgende KPI's: •

Het bereik van de minimaregelingen afgezet tegen eerdere jaren en de doelgroep. (het aantal inwoners in de betreffende inkomensgroep in aantallen en procentueel).

•

Gemiddelde schuld bij aanvang schuldhulpverlening per boekjaar.

Lokale armoedescan Als een van de eerste zeven gemeenten in Nederlanden hebben wij samen met de SDD en het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) een lokale armoedescan opgezet. Dit biedt specifiek inzicht in het bereik van de minimaregelingen in Dordrecht en laat zien welk percentage van de minima gebruikmaakt van onze lokale regelingen. Op dit moment zijn bijzondere bijstand (BB), het Persoonlijk Minima Budget (PMB) en de kwijtschelding van gemeentelijke heffingen inzichtelijk via de armoedescan. Dit jaar werken we eraan om ook de data van de gemeentepolis en de Dordtpas toe te voegen. Om inzicht te geven in het gebruik van de minimaregelingen, geven we hieronder per regeling het gebruik in 2023 ten opzichte van voorgaande jaren weer. Persoonlijk minimabudget (PMB) Deze regeling biedt financiële ondersteuning aan inwoners met een langdurig laag inkomen die geen uitzicht hebben op een hoger inkomen.

In de periode van 2020 tot en met 2022 bleef het aantal aangevraagde PMB's stabiel. Echter, in 2023 is er een toename te zien in het aantal aanvragen, evenals in het totaal uitgekeerde bedrag. Dit is rechtstreeks het gevolg van een herijking. Niet alleen is in 2023 de inkomensgrens van de doelgroep verhoogd van 110% WSM naar 120% WSM. Ook is de toeslag verhoogd van 35% naar 40% van de bijstandsnorm. Tenslotte is er € 100,- extra beschikbaar gesteld voor huishoudens met kinderen ouder dan 12 jaar. Bijzonder bijstand algemeen Met bijzondere bijstand (BB) wordt een vangnet geboden voor inwoners met een laag inkomen (110% WSM) die niet in staat zijn om noodzakelijke kosten zelf te betalen.

Zaaknummer

2024-0063235

We zien een forse toename van het aantal toegekende aanvragen en het uitgekeerde bedrag. Dit is een direct gevolg van de in 2023 ingevoerde coulance regeling ten aanzien van medische kosten. De toename wordt vooral veroorzaakt door vergoede tandartskosten. Dankzij voornoemde coulance regeling bereiken we nu meer mensen die voorheen zorg vermeden vanwege financiële beperkingen. Dit helpt bij het verbeteren van hun gezondheid en bevordert gelijke toegang tot essentiële zorg. Energietoeslag 2023 We hebben de energietoeslag 2023 en de nabetaling van de energietoeslag 2022 uitgevoerd volgens het raadsvoorstel "Beschikbaar stellen van nabetaling energietoeslag 2022 en energietoeslag 2023". We constateren dat het aantal toekenningen lager ligt dan verwacht bij het opstellen van de begroting. Het hanteren van de vermogenstoets heeft ervoor gezorgd dat de energietoeslag 2023 gerichter is ingezet. De energietoeslag 2023 is in twee termijnen van in totaal € 900,- uitbetaald (inclusief de nabetaling van 2022 komen huishoudens uit op € 1.300,-. We verwachten geld over te houden. De aanvraagperiode voor de energietoeslag is inmiddels gesloten. Op dit moment wordt het exacte aantal toegekende aanvragen in kaart gebracht. Gemeentepolis De gemeentepolis Drechtsteden (collectieve ziektekostenverzekering) biedt inwoners tot 130% WSM toegang tot betaalbare zorg.

Voor een relatief lage premie krijgen zij een goede verzekering met ruime vergoedingen. Bij de herijking van het minimabeleid zijn de voorwaarden van deze regeling niet veranderd. Ten aanzien van 2022 is het aantal deelnemers daardoor nagenoeg gelijk gebleven (5.600 in 2022 en 5.635 in 2023). Vroegsignalering Het vroegsignaleren van schulden is een wettelijke taak. Tezamen met de SDD en het Sociaal Wijkteam (SWT) pakken wij de signalen op van signaalpartners. Dit zijn verhuurders, zorgverzekeraars, energieleveranciers, zorgverzekeraars en waterbedrijven. We proberen in een zo vroeg mogelijk stadium inwoners met beginnende schulden te benaderen. Zo willen we tijdig maar vooral passende ondersteuning bieden om te voorkomen dat de situatie verergert. Inmiddels leveren 67 signaalpartners signalen aan. Zij moeten hun signaal via het systeem voor vroegsignalering aan ons melden. De afspraken zijn vastgelegd in de overeenkomst Landelijk Convenant Vroegsignalering van de NVVK. Signalen Signalen zijn zoals gezegd afkomstig van signaalpartners. Een signaal is één betalingsachterstand van één vaste lasten partner op één adres. Het aantal signalen is vanaf 2022 toegenomen:

Zaaknummer

2024-0063235

Meldingen Een melding is de combinatie van deze signalen op één adres. Bij meldingen gaat het dus om unieke huishoudens. Het aantal meldingen is in 2023 iets afgenomen ten aanzien van 2022. Wij streven ernaar om zoveel mogelijk meldingen op te pakken via persoonlijk contact. Dit is in lijn met het recent uitgebrachte rapport van de ombudsman 'hoe eerder, hoe beter'. Wij willen verder innoveren met vroegsignalering. Zo onderzoeken wij of het mogelijk is om informele partners en ervaringsdeskundigen te betrekken bij de aanpak vroegsignalering. Privacywetgeving en het delen van gegevens is hierbij een belangrijk aandachtspunt. Gemiddelde schuld bij aanvang schuldhulpverlening per boekjaar De gemiddelde schuld bij aanvang van een schuldhulpverleningstraject is licht gestegen in 2023. We zien echter dat de forse daling in 2022 wel vastgehouden wordt. Met deze cijfers zitten we nog onder het landelijk gemiddelde (€ 40.170,-) gemiddelde schuld bij aanvang van een SHV-traject in de Drechtsteden:

Actualisatie beleidsplan schuldhulpverlening Gemeenten zijn wettelijk verplicht om het beleidsplan schuldhulpverlening elke vier jaar opnieuw vast te stellen. Het huidige beleidsplan "Samenwerken aan een nieuw perspectief" is een volledig regionaal beleidsplan. In de nieuwe structuur van de SDD kiezen we voor een regionaal curatief deel en een meer lokaal gericht deel over preventie en nazorg. Op landelijk niveau hebben er aanzienlijke veranderingen plaatsgevonden op het gebied van schuldhulpverlening, waaronder de invoering van basisdienstverlening. Deze streeft naar meer uniformiteit in uitvoering tussen gemeenten en het verkorten van de aflosperiode van 36 maanden naar 18 maanden. Voor de zomer komt er een regionale beeldvormende bijeenkomst voor uw raad met daarin een uitgebreide evaluatie van het huidige plan. In december 2024 moet het geactualiseerde beleidsplan vastgesteld worden.

Zaaknummer

2024-0063235

Geldpraatje Om nieuwe doelgroepen te bereiken hebben we de aanpak Geldpraatje ontwikkeld. We hebben hierbij nauw samengewerkt met lokale partners en zo'n 50 ervaringsdeskundige inwoners om te zorgen dat Geldpraatje zo goed mogelijk aansluit bij de behoeften van inwoners. Het tweeledige doel van Geldpraatje: •

Taboe doorbreken: inwoners aan te zetten tot het bespreekbaar maken van geldzorgen. Dat kan met vrienden, een bekende of een hulporganisatie. Het praten over geldzorgen wordt door veel ervaringsdeskundigen benoemd als eerste stap op weg naar een betere situatie (preventie).

•

Zichtbaar maken waar Dordtenaren terecht kunnen voor hulp: Hierbij geldt het 'no wrong door' principe. We promoten de plekken in de stad waar onze kernpartners financiële hulp aanbieden: de SDD, Bureau Sociaal Raadslieden (BSR), het Financieel Hulp Huis, de Alliantie vrijwillige schuldhulp, Wijkwinkel de Buitenwacht (Krispijn), Formulieren hulp Vogelnest (Vogelbuurt, de Staart en Crabbehof) en Papierwinkel Sterrenburg. Aan de achterkant investeren we in een goede samenwerking tussen deze (formele en informele) partijen zodat inwoners altijd goed geholpen worden (toeleiding en versimpeling van het systeem). De partijen werken vanuit locaties in de stad, een aantal partijen zet ook in op huisbezoeken en proactief benaderen.

Begin december 2023 was de lancering. Dit hebben we in de stad onder de aandacht gebracht met de 'Koffie Eend', in samenwerking met Nobels. Deze heeft in de afgelopen maanden op verschillende strategische plaatsen in de stad gestaan. Het doel van de Koffie Eend was om op een laagdrempelige manier - en onder het genot van een kopje koffie - met inwoners een geldpraatje te maken. De actie was succesvol en heeft veel aandacht gekregen via (sociale) media. Een greep uit een aantal geldpraatjes dat bij de Koffie Eend gevoerd is: •

"Een vrouw vertelde dat haar man een aantal jaar geleden is overleden. Ze moet nu alles zelf doen, gelukkig lukt dat nog wel. Ze woont momenteel in een eengezinswoning en het wordt tijd om te verhuizen. Maar wat moet ze doen, een huurhuis betrekken en hoe werkt dat dan precies? Haar kinderen weten daar te weinig van en verder heeft ze niet veel mensen om zich heen die haar daarbij kunnen helpen"

•

"We spraken met een man die al 30 jaar in Krispijn woont. En werkt ook al langere tijd bij dezelfde werkgever. Hij heeft een zware baan en dat bezorgt hem veel rugklachten. Maar thuiszitten helpt hem niet en zijn baas ook niet. Daarom gaat hij elke week een keer naar de fysio. Dat valt allemaal niet mee voor hem en zijn vrouw. Hij wist niets af van plekken waar hij terecht kan met vragen over werk, geld en eventuele regelingen."

De genoemde lokale partners hebben een belangrijke rol gespeeld bij de lancering van Geldpraatje. Ze zijn actief betrokken bij het uitdragen van de centrale boodschap en hun betrokkenheid en inzet hebben geleid tot waardevolle inzichten die wij meenemen in het vervolg van Geldpraatje. Een greep uit de feedback die wij ontvingen: "De Koffie Eend op de Staart in januari heeft zeker positieve ruchtbaarheid veroorzaakt. Ik ben ervan overtuigd dat we drukke locaties moeten blijven kiezen voor verdere acties. Geldpraatje moet nog meer landen, maar ik zie al wel een toename van bezoekers, wat erg bemoedigend is". "De Koffie Eend actie was verrassend openhartig. Hoewel het soms een uitdaging was om mensen te bereiken, hebben we toch 6 afspraken weten te maken". Na de lancering begin december 2023 willen we met Geldpraatje de vindbaarheid van de locaties vergroten waar inwoners terecht kunnen voor advies rondom geldzaken. Het is nog te vroeg om te meten welke impact Geldpraatje heeft. We monitoren het bereik van Geldpraatje, de aantallen inwoners dat via Geldpraatje hulp heeft gekregen. Uiteindelijk leidt dit tot minder niet-gebruik van voorzieningen en eerdere hulp bij schulden (ook schuldhulpverlening) In 2024 werken we verder aan het uitbreiden van de zichtbaarheid van Geldpraatje via nieuwe vindplaatsen zoals wijkevenementen en kringloopwinkels.

Conclusie resultaten programmalijn 1 2023 was het eerste jaar van het herijkte minimabeleid. Dit jaar stond in het teken van het

Zaaknummer

2024-0063235

bereiken van nieuwe doelgroepen met verruimde minimaregelingen. Het inrichten van monitoring & data en het inrichten van laagdrempelige hulp in de wijken. Doelstelling KPI 1 Het gebruik en het bereik van de minimaregelingen zijn de indicator om te meten of we erin slagen om meer inwoners te ondersteunen. Het bereik (gebruikers, afgezet tegen de doelgroep) van minimaregelingen is erg lastig te meten, maar niet onmogelijk. Met de inrichting van de armoedescan hebben we namelijk een start kunnen maken. Als we kijken naar het gebruik van de minimaregelingen dan zien we bijna bij allen een stijging. In het bijzonder bij BMP en Bijzondere Bijstand. In 2024 streven we, rekening houdend met een krimpende doelgroep, naar een stijging van het gebruik van gemiddeld 5% van de minimaregelingen. Doelstelling KPI 2 De gemiddelde schuld bij aanvang schuldhulpverlening is iets gestegen, maar nog ruim onder het landelijke gemiddelde. Onze doelstelling voor 2024 is om dit ten minste gelijk te houden. Programmalijn 2: Het bestrijden en voorkomen van kinderarmoede. In deze programmalijn stellen we het perspectief van het kind centraal. Kinderen hebben geen invloed op de plek waar ze geboren worden en opgroeien. Samen met "Kansrijke start", "Glansrijke toekomst" en de "Dordtse onderwijsvisie" zetten we ons in voor kansengelijkheid onder kinderen en jongeren.

De programmalijn heeft de volgende KPI's: •

Het aantal kinderen dat kindtegoed ontvangt (opgesplitst naar 12 jaar en jonger, en 12 jaar en ouder) afgezet tegen de doelgroep.

•

De omvang van het uitgekeerde kindtegoed, opgesplitst naar besteding.

Toelichting Vanaf 2021 doen gemiddeld 3.136 kinderen per jaar in het basisonderwijs (BO) en voortgezet onderwijs (VO) een beroep op kindtegoed via het SMS-Kinderfonds. In 2023 waren het er in totaal 3.093, waarmee het jaar iets onder het gemiddelde is afgesloten. Dit ligt in lijn met de dalende trend in de doelgroep. De stijging in het VO is een direct effect van de herijking van het minimabeleid. Het SMS-Kinderfonds is voor de doelgroep 'paren met oudere kinderen' verruimd naar 150% WSM. Via de Dordtpas verstrekken wij uit het SMS-Kinderfonds vergoedingen voor kinderen van 4 tot 18 jaar voor de kosten van bijvoorbeeld de sportclub, muziekles of het lidmaatschap van een vereniging. Het biedt deze kinderen de mogelijkheid om deel te nemen aan activiteiten die anders wellicht financieel buiten bereik zouden liggen. Daarnaast vermindert het bieden van deze ondersteuning de financiële druk op gezinnen, waardoor zij meer ruimte krijgen om andere essentiële kosten te dekken. Ouders of verzorgers van deze kinderen kunnen hier ieder jaar een beroep op doen:

Zaaknummer

2024-0063235

Toelichting •

Schoolactiviteiten: Vanaf 2022 is het niet langer mogelijk om het kindtegoed te besteden aan schoolreizen en schoolgeld. Desondanks is er een stijging te zien ten opzichte van 2022, omdat het kindtegoed nu ook kan worden gebruikt voor bijlessen en overblijven.

•

Sport, zwemmen en cursussen: In 2021 en deels 2022 waren veel sportverenigingen, muziekscholen en toneelclubs gesloten vanwege de COVID-19 pandemie. Nu deze pandemie achter ons ligt, is er weer groei zichtbaar bij de genoemde categorieën.

•

Sportattributen: Het beeld is vertekend omdat het bedrag voor deze categorie is verlaagd (gehalveerd).

Vereenvoudiging Vanaf 1 maart 2024 hebben we het SMS-Kinderfonds verder vereenvoudigd. Voor kinderen in het voortgezet onderwijs is er extra tegoed beschikbaar van maximaal € 290,- op aanvraag. Dit tegoed is bedoeld voor bijvoorbeeld een fiets, een laptop of duurdere sportbenodigdheden. De reguliere tegoeden worden automatisch verstrekt via de Dordtpas. Voorheen moest het extra tegoed worden aangevraagd via Stichting Leergeld. Sinds 1 maart 2024 is deze taak volledig overgedragen aan het team van de Dordtpas. Zij beoordelen de aanvragen voor extra tegoed en verzorgen de toekenning ervan. Voor inwoners is er nu één aanspreekpunt voor het SMS-kinderfonds. Winterkleding Als tegemoetkoming op de hoge inflatie, stijgende kosten van levensonderhoud en stijgende energiekosten is vanuit het Dordtse armoedebeleid in 2023 aan alle minima kinderen met een Dordtpas in de leeftijd van 0 tot en met 18 jaar € 100,- tegoed aangeboden om aan winterkleding te besteden. Alle Dordtse winkeliers die winterkleding en schoeisel verkopen zijn benaderd om mee te doen aan deze actie. Als voorwaarde om mee te doen moesten zij vanuit eigen middelen 10% korting op hun winterkleding assortiment aanbieden. In totaal hebben vijftien winkeliers meegedaan; 3.560 kinderen hebben het tegoed ontvangen. In totaal is er € 288.410,- besteed aan winterkleding bij de deelnemende winkels.

Dit komt overeen met een benutting van 81,01%. Nagenoeg het gehele tegoed is benut, gemiddeld € 94,99 per kind. Conclusie resultaten programmalijn 2 In 2023 hebben we met het SMS kinderfonds een hoog bereik van maar liefst 3093 kinderen kunnen realiseren. We onderzoeken of we via de Dordtpas het aanbod voor kinderen (incidenteel) nog verder kunnen verruimen met aanvullende acties zoals bijvoorbeeld een zomerkledingactie, maar bijvoorbeeld ook extra toeleiding naar sportclubs.

Zaaknummer

2024-0063235

Programmalijn 3: Het ondersteunen van werkende inwoners met een laag inkomen. Door lage lonen en/of schulden kunnen werkende inwoners ook moeite hebben om rond te komen. Soms hebben zij recht op gemeentelijke ondersteuning, maar zijn ze zich hier niet altijd van bewust. Daarom wordt er in deze programmalijn extra ingezet op het bekendmaken van deze ondersteuning. De programmalijn heeft de volgende KPI's: •

Het bereik van minimaregelingen onder werkende inwoners.

•

Het aantal werkgevers dat actief aan de slag is gegaan met het signaleren van geldzorgen bij medewerkers en het leiden naar hulp in een jaar.

Het bereik van minimaregelingen onder werkende inwoners. De eerdergenoemde lokale armoedescan van het CBS biedt ons dit jaar voor het eerst de mogelijkheid om inzicht te krijgen in de voornaamste inkomstenbron van de ontvanger. Over het jaar 2021 zien we de volgende resultaten: •

Bijzondere bijstand: 7% van de ontvangers heeft inkomen uit werk.

•

Persoonlijk Minima Budget: 12% van de ontvangers heeft inkomen uit werk.

•

Kwijtscheldingen van gemeentelijke heffingen: 36% van de ontvangers heeft inkomen uit werk en 11% heeft inkomen uit eigen onderneming.

Op dit moment werken we eraan om de overige minimaregelingen toe te voegen aan de lokale armoedescan, inzicht te krijgen in het bereik onder werkende minima en deze cijfers te duiden. Juist door onze pioniersrol in het tot stand brengen van de landelijke armoedescan kunnen wij op dit moment nog geen goed vergelijk maken met andere gemeenten en deze cijfers duiden. Er zijn simpelweg nog te weinig deelnemende gemeenten. Aantal werkgevers dat actief aan de slag is gegaan met signaleren: Geldzorgen op de werkvloer Met de aanpak 'Geldzorgen op de werkvloer' concretiseren we onze inzet van deze programmalijn richting werkgevers én werknemers. Dit doen we in branches waarin veel met flexibele contracten wordt gewerkt en de inkomens veelal rond het minimumloon liggen. Denk aan de detailhandel, de logistieke sector en de schoonmaak- en horecabranche. Het niet gebruik van regelingen onder werknemers is groot; 55% van de werknemers heeft geldzorgen (Deloitte). Met de aanpak 'Geldzorgen op de werkvloer' ondersteunen we werkgevers om hun verantwoordelijkheid te kunnen nemen in het signaleren van geldzorgen bij werknemers en het ondersteunen van deze werknemers. De focus ligt op drie zaken: bewustwording bij werkgevers, het aanleren van gesprekstechnieken om geldzorgen bespreekbaar te maken en ondersteuning bieden door middel van informatiemateriaal voor werkgever en werknemer.

We zijn hiermee in juni 2023 gestart. Het initiatief heeft concrete resultaten opgeleverd. In 2023 zijn er 50 werkgevers aangesloten bij de aanpak. Zij hebben een tweedaagse training gevolgd, gefaciliteerd door de SDD in samenwerking met St. Anders. Deze training is gericht op gesprekstechnieken, bewustwording en het integreren van het signaleren van geldzorgen bij werknemers in het bedrijf. Werkgevers vinden de training zeer waardevol. Na afronding geven zij namelijk aan dat zij niet langer zelf proberen hun werknemers te helpen, maar hen nu adequaat doorverwijzen naar professionele hulpverlening voor een structurele financiële oplossing. Op lange termijn hebben werknemers hier meer baat bij. Tenslotte is er een (telefonisch) contactpunt opgezet voor zowel werkgevers als werknemers, waar direct hulp geboden kan worden bij casuïstiek. Conclusie resultaten programmalijn 3 Met een ruimhartig minimabeleid komen ook veel werkende minima in aanmerking voor regelingen. Deze groep is relatief moeilijk ter bereiken om dat zij niet geregisterd staan en omdat zij relatief veel wantrouwen hebben tegenover de overheid en zijn hier niet bekend mee. In 2024 werken we verder om via werkgevers en informele netwerken, meer werkende minima te bereiken. Doelstelling KPI 1 We werken eraan om nog beter zicht te krijgen op het bereik van minimaregelingen en schuldhulpverlening onder werkenden.

We streven naar een toename van 5% werkenden waarbij

Zaaknummer

2024-0063235

we de kanttekening willen plaatsen dat we moeten werken met data die rapport op de actualiteit van twee jaar geleden. Doelstelling KPI 2 We zetten Geldzorgen op de werkvloer voort en streven ernaar om ten minste 40 nieuwe Dordtse werkgevers bewust te maken van de impact van geldzorgen op de werkvloer en hen te trainen. Hoe verder na deze raadsinformatiebrief? We informeren uw raad tenminste twee keer per jaar via een raadsinformatiebrief over de voortgang en nieuwe ontwikkelingen in het armoededossier. De volgende raadsinformatiebrief volgt in het najaar van 2024. Welke kosten zijn verbonden aan het proces? Niet van toepassing. Het college van Burgemeester en Wethouders

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/784/documents/35263