ONGETEKENDE RIB Oplegger nav Rekenkamerrapport Armoede is -niet- niks.pdf
Tekst van het document
Gemeentebestuur Spuiboulevard 300 3311 GR DORDRECHT
Aan de gemeenteraad
Datum
7 januari 2025
Zaaknummer
2025-0000336
Betreft
Oplegger n.a.v. Rekenkamerrapport 'Armoede is (niet) niks'
Vergadering van Portefeuillehouder: Begrotingsprogramma Kernteam/Opgave: Auteur: E-mail: Verantwoordelijke: Openbaar:
Wim van der Kruijff Gezond, Sociaal en Zorgzaam Dordrecht Opgaven - Zorgzame Stad Leonie Dekkers-Kamp la.dekkers-kamp@dordrecht.nl Leonie Dekkers-Kamp Ja
Raadsinformatiebrief Hoe zijn de bevoegdheden rond dit onderwerp verdeeld? De gemeenteraad heeft het programma Samen tegen armoede vastgesteld. Het college geeft uitvoering aan het beleid. Wat is de aanleiding om deze informatie kenbaar te maken? Op 15 oktober jl. heeft uw raad het raadsvoorstel 'Instemmen voorgesteld besluit Rekenkamer Dordrecht inzake het onderzoek naar Armoedebeleid' besluitvormend besproken. Amendement 'Koers houden met Samen Tegen Armoede' is aangenomen. In dit amendement is besloten: 1. kennis te nemen van het rapport van de Rekenkamer 'Armoede is (niet) niks'. Onderzoek naar het armoedebeleid van de gemeente Dordrecht; 2. niet alle de conclusies van dit onderzoek te onderschrijven; 3. het college van burgemeester en wethouders op te dragen aanbeveling 1a uit te voeren. Aanbeveling 1a uit het Rekenkamerrapport: Schrijf een oplegger bij het bestaande beleid waarin duidelijke, toetsbare (SMART) doelen zijn opgenomen die aansluiten bij het beleid. Met deze raadsinformatiebrief geven we uitvoering aan aanbeveling 1a. Wat is de te delen informatie? In deze oplegger gaan we in op de positie van het Programma 'Samen tegen armoede' in de brede context van bestaanszekerheid en het sociaal domein. We gaan in op aanpalende beleidskaders waarin we integraal werken aan meer bestaanszekerheid en groei uit armoede door het ontwikkelen naar werk.
Voor een deel van de inwoners is dit echter niet haalbaar en biedt het programma 'Samen tegen armoede' een vangnet. Conform aanbeveling 1A van het Rekenkamerrapport 'Armoede is (niet) niks' maken we een koppeling tussen het beleid en de SMART (Specifiek, Meetbaar, Acceptabel, Realistisch en Tijdgebonden) doelstellingen. Mede naar aanleiding van de bespreking van het Rekenkamerrapport 'Armoede is niet niks', werken wij aan het steeds 'SMARTer' formuleren voor onze beleidsdoelstellingen.
Zaaknummer
2025-0000336
Bestaanszekerheid versterken In de visie Sociaal Domein 2030 is vastgesteld dat 'bestaanszekerheid' de basis vormt. Onder bestaanszekerheid vallen de volgende fundamenten: 1. het hebben van voldoende en voorspelbaar inkomen; 2. het kunnen meedoen in de samenleving; 3. het hebben van een betaalbare woonruimte; 4. het hebben van toegang tot sociaal netwerk, hulp en zorg; 5. een betrouwbare overheid (en daardoor inwoners die de overheid vertrouwen). We investeren in meer bestaanszekerheid zodat inwoners weerbaarder zijn tegen veranderingen zoals inflatie, stijgende energieprijzen om daarmee langdurige stress te voorkomen. Door te investeren in bestaanszekerheid werken we aan een langetermijnoplossing en voorkomen we dat elke verandering tot een crisis leidt en we 'pleisters gaan plakken'. Indien voorzien is in de basisbehoeften van inwoners ontstaat er (mentaal en fysiek) ruimte voor inwoners om zich te ontwikkelen, voor hun kinderen te zorgen, mee te doen en gezonde keuzes te maken. In deze oplegger zoomen we specifiek in op fundament 1 van bestaanszekerheid: 'het hebben van voldoende en voorspelbaar inkomen'. De andere fundamenten komen terug in het uitvoeringsplan 'Bestaanszekerheid is de basis' waar u binnenkort de raadsinformatiebrief over ontvangt.
Samen tegen armoede Het zorgen voor bestaanszekerheid en daarmee samenhangend voldoende en voorspelbaar inkomen is in eerste instantie de verantwoordelijkheid van de Rijksoverheid. Zij bepaalt de hoogte van uitkeringen, de hoogte van toeslagen en fiscale regelingen. Gemeenten mogen geen inkomenspolitiek voeren. Toch zien we dat veel inwoners in onze stad tijdelijk of langdurig te weinig geld hebben om rond te komen of om goed mee te kunnen doen in de samenleving.
Zaaknummer
2025-0000336
Het programma Samen tegen armoede heeft als doel: Het voorkomen van geldzorgen, armoede en (problematische) schulden. Als we kijken naar deze begrippen dan bedoelen we: Armoede: Langdurig moeite hebben om rond te komen en de daarmee gepaard gaande sociale uitsluiting (zoals als gevolg van armoede niet kunnen deelnemen aan maatschappelijke activiteiten en afname van eigenwaarde). Schulden: Alle openstaande rekeningen of leningen die nog niet zijn terugbetaald. We spreken van problematische schulden wanneer te voorzien is dat een natuurlijke persoon de schuld(en) niet zal kunnen blijven afbetalen of is gestopt met afbetalen. Het gaat dan om een situatie waarin niet binnen 36 maanden alle opeisbare vorderingen betaald kunnen worden Geldzorgen: Zorgen die inwoners ervaren in de problemen met armoede en/of schulden. Geldzorgen leidt tot stress en verlies van grip op de eigen situatie. Langdurige stress leidt tot een slechtere gezondheid, kortere levensverwachting, korte termijn keuzes, overlevingsstand, een negatief zelfbeeld, sociaal isolement en psychische problematiek (of andersom). We werken we aan de volgende subdoelen: • Financiële hulp bieden aan inwoners met een laag inkomen zodat zij in hun levensonderhoud kunnen voorzien, onvoorziene uitgaven kunnen betalen én mee kunnen doen in de maatschappij (minimaregelingen).
• Preventie: taboe doorbreken, investeren in voorlichting en financiële educatie en inzet op life events. • Op tijd hulp bieden als er geldzorgen, armoede of schulden ontstaan door wettelijke vroegsignalering (bij beginnende schulden) of door vroegtijdig te signaleren via laagdrempelige plekken in de stad. • Speciale hulp voor kinderen die opgroeien in een gezin met een laag inkomen (SMS kinderfonds) en financiële educatie voor jongeren. • Werkende minima (en hun werkgevers) beter bereiken met minimaregelingen en hulp bij beginnende schulden. We meten aan de hand van de volgende indicatoren of onze inzet succesvol is: Bron: bijlage rib Samen tegen armoede februari 2023 Het gebruik van de minimaregelingen neemt toe (Aantal verstrekkingen) PMB (aantal toekenningen) BB (aantal toekenningen, per huishouden) CZM (aantal toekenningen) Dordtpas (aantal toekenningen, inclusief kinderen)
2022
2026
3.110 1.086 5.635 11.310 3.093
SMS kinderfonds (aantal kinderen)*
Hoger aantal verstrekkingen bij een gelijkblijvende doelgroep. Het bereik ligt hoger dan het landelijk gemiddelde *
Met ingang van 2023 zijn de minimaregelingen geïntensiveerd en daarmee de doelgroep en de omvang verruimd. Om een goede vergelijking te maken naar 2026, wordt 2023 als basisjaar genomen voor deze indicator.
Gemiddelde schuld bij aanvang van een schuldhulpverleningstraject De minimaregelingen zijn toereikend om rond te komen én mee te doen voor alle huishoudens tot 150% wsm.
€ 34.701,Niet alle huishoudens kunnen rondkomen (Nibud onderzoek MER 2022)
Lager, onder het landelijke gemiddelde Alle huishoudens kunnen rondkomen met de minimaregelingen
Zaaknummer
Het gebruik van het SMS kinderfonds Basis Onderwijs (percentage uitnutting tegoed) Het gebruik van het SMS kinderfonds Basis Onderwijs (percentage uitnutting tegoed)
2025-0000336
68%
Neemt toe
81%
Neemt toe
0
100
Met ingang van 2023 zijn de minimaregelingen geïntensiveerd en daarmee de doelgroep en de omvang verruimd. Om een goede vergelijking te maken naar 2026, wordt 2023 als basisjaar genomen voor deze indicator.
Dordtse werkgevers zijn actief met het signaleren, bespreekbaar maken en doorbreken van geldzorgen
* Bij deze KPI werken eraan om het bereik (het gebruik van de regeling afgezet tegen de doelgroep) in beeld te brengen en te vergelijken met G40 gemeenten. Cijfers over de omvang van de doelgroep worden door het CBS in beeld gebracht. Deze cijfers zijn gebaseerd op goedgekeurde aangiften inkomstenbelasting en lopen twee jaar achter. We rapporteren aan het eind van het programma, in 2026, op het bereik.
Het programma Samen tegen armoede richt zich op hulp en ondersteuning bij armoede wanneer dit nodig is. Tegelijk willen we waar mogelijk dat inwoners duurzaam uit armoede kunnen groeien. Dit kan door structureel de persoonlijk uitgaven te verlagen, door bijvoorbeeld een energiezuinigere woning, of door een hoger inkomen te realiseren. We zetten ons in om inwoners vanuit een (bijstand)uitkering naar werk te begeleiden, onbenut arbeidspotentieel in te zetten of ontwikkeling te stimuleren. Niet voor iedere inwoner is ontwikkelen naar werk haalbaar. Inwoners die chronisch ziek zijn, een arbeidsbeperking hebben, mentale gezondheidsproblemen hebben of inwoners die de AOW gerechtigde leeftijd bereikt hebben zijn niet in staat om aan het werk te gaan. Zij zullen ook niet meer stijgen in inkomen en doen een blijvend beroep op de minimaregelingen. De minimaregelingen zijn daarmee een vangnet voor inwoners en gezinnen met een laag inkomen en zorgen ervoor dat zij mee kunnen doen in de samenleving. Ontwikkelen en meedoen Daar waar het kan stimuleren we inwoners om zich te ontwikkelen naar werk. In het Programma Arbeidsmarkt en Menselijk kapitaal zetten we in op het benutten, vergroten en behouden van het arbeidspotentieel van de Dordtse beroepsbevolking. Hierdoor verbeteren we het ondernemersklimaat.
Tegelijk verwachten we wederkerigheid van ondernemers door een maatschappelijke bijdrage aan de stad te leveren. Bijvoorbeeld door banen met perspectief te beiden voor inwoners die bij hun vaardigheden en talenten passen. Ook zijn we betrokken bij de Regiodeal Drechtsteden – Gorinchem, waarbij met verschillende partijen diverse projecten zijn geïnitieerd onder de regiopijler bestaanszekerheid en kansengelijkheid. Daarnaast zet de GR Sociaal (Sociale Dienst Drechtsteden) in op toeleiding naar werk en participatie (naar vermogen) van inwoners in de bijstand. De GR Sociaal benut instrumenten als loonkostensubsidie en beschut werk. Waar dit niet haalbaar is of leidt tot een (parttime) baan met een inkomen onder het wettelijk minimum, verstrekt de GR Sociaal een bijstandsuitkering. Het uitkeringsbestand is veranderd door de huidige krapte op de arbeidsmarkt. De instroom vanuit de Werkloosheidswet (WW) is lager en de inwoners die kunnen werken zijn toe geleid naar werk. Voor de huidige inwoners met een bijstandsuitkering is uitstroom naar werk vaak (nog) niet haalbaar. Zowel landelijk als lokaal komt er een herijking van de Participatiewet. Met de herijking gaan we meer uit van vertrouwen én wordt meer ingezet wordt op ontwikkeling van vaardigheden en meer zelfredzaamheid. De GR Sociaal heeft in haar begroting 2025 nieuwe SMART doelstellingen opgenomen.
Zaaknummer
2025-0000336
Indicatoren Ontwikkelen naar werk (begroting GR Sociaal 2025)
2022
2026
Verhouding % inwoners met een uitkering een ontwikkeltraject of een opleiding volgen ten opzichte van totaal aantal inwoners met een uitkering
Nieuwe meting
60%
Gemiddelde uitkeringslast per uitkeringsgerechtigde met een uitkering per Nieuwe jaar. (formule = uitkeringslast : aantal klanten). meting
10% daling
Aantal inwoners met een uitkering dat (partieel) uitstroomt naar regulier betaald werk
Nieuwe meting
Nog te bepalen
% inwoners met een uitkering en/of wsw / beschut dienstverband, die na plaatsing op betaald werk langer dan 6 maanden aan het werk blijft.
Nieuwe meting
90%
% inwoners met een uitkering en/of wsw / beschut dienstverband, die na plaatsing op betaald werk langer dan 1 jaar aan het werk blijft.
Nieuwe meting
80%
Bovenstaande indicatoren allemaal uit de begroting van de GR Sociaal. Deze indicatoren laten zien dat niet alleen de uitstroom naar regulier werk, maar de ontwikkeling naar werk centraal staat. Dit gaat vaak in stapjes, waarbij de inwoner met een uitkering steeds een stapje meer doet. Dit komt o.a. tot uitdrukking in de indicator "%inwoners met een ontwikkeltraject" en "gemiddelde uitkeringslast". Verder willen we dat mensen duurzaam worden geplaatst. Dit brengen we tot uitdrukking in de laatste twee indicatoren. Omdat er veel arbeidscontracten worden afgesloten voor zes maanden, waarbij werkgevers worden gestimuleerd dit 'vol te houden' is daarnaast ook eenzelfde indicator toegevoegd voor een periode van één jaar. Meedoen kan ook door vrijwilligerswerk te doen of op een participatieplek te participeren. In het uitvoeringsplan 'Elkaar helpen' leest u meer over vrijwilligerswerk en participatieplekken. Indicatoren 'meedoen'
2022 2026
Aantal actieve participanten op lokale participatieplekken
230
335
25%
Hoger, gelijk aan het landelijke gemiddelde bij (middel)grote steden
Er zijn 335 participatieplekken beschikbaar. We streven naar een 100% bezetting.
Aandeel vrijwilligerswerk (bron monitor sociaal 2021, deze meting is lager dan in 2017 (toen deed 34% van de Dordtenaren vrijwilligerswerk) dit werd veroorzaakt door de coronapandemie).
Kansengelijkheid vergroten Een doorlopende aanpak richting onderwijs en arbeidsmarkt bevordert kansengelijkheid en verkleint het risico op bestaansonzekerheid. Armoede en bestaansonzekerheid wordt soms generatie op generatie doorgegeven. Om deze vicieuze cirkel te doorbreken zetten we in op kansengelijkheid door ongelijk te investeren. Dordtse onderwijsvisie voor primair en voortgezet onderwijs De Dordtse onderwijsvisie 0-12 en de Dordtse visie voortgezet onderwijs zijn tot stand gekomen in samenwerking met het onderwijs en partners. In 2024 en 2025 is het tegengaan van thuiszitters een belangrijk actiepunt, waarbij onderwijs en samenwerkingsverband Passend onderwijs in afstemming met de gemeente (en Leerplicht) inzetten op verbeteringen, zodat het aantal Dordtse thuiszitters afneemt. Voortijdig schoolverlaten Het regionale programma voortijdig schoolverlaten is ingericht om het voortijdig schoolverlaten tegen te gaan, aan te pakken en de schoolverlaters te ondersteunen terug naar school of naar duurzaam werk. In verband met de komst van de nieuwe wet 'van School naar duurzaam werk' wordt het huidige programma verlengd tot en met augustus 2025 waarna de nieuwe wet en het nieuwe regionale programma in werking zullen treden.
Zaaknummer
2025-0000336
Dordts Leerprogramma (Agenda Dordrecht 2030) Met het Dordtse leerprogramma (DLP) willen we achterstanden in het onderwijs in Dordrecht aanpakken. Dit geldt voor scholen met de grootste risico's op ontwikkelachterstanden voor hun leerlingen. De gemeente verstrekt subsidie voor activiteiten die kansenongelijkheid in het onderwijs bij 4-12 jarigen helpen doorbreken. Er wordt vooral ingezet op taal- en rekenvaardigheden. Deze activiteiten vinden plaats buiten de normale schooltijden. Hierdoor wordt het (leer)potentieel beter benut en dat draagt bij aan een betere voorbereiding van jongeren op toetreding tot de arbeidsmarkt. Scholen die meedoen aan het DLP gebruiken Rijksprogramma's, zoals Schoolmaaltijden en School en Omgeving om kansengelijkheid te vergroten. Glansrijke toekomst Het programma Glansrijke toekomst draait om verbetering van de samenwerking rondom kwetsbare Dordtse jongeren. Het streven is een verbeterde toetreding tot de arbeidsmarkt voor jongeren tussen de 12 en 27 jaar oud. Samen met onze partners helpen en volgen we kwetsbare jongeren, die niet staan ingeschreven bij een onderwijsinstelling, economisch niet-zelfstandig zijn en wel beschikbaar zijn voor de arbeidsmarkt. Door te investeren in basisvaardigheden en 21eeeuwse competenties van leerlingen op de middelbare school zijn jongeren beter voorbereid op een steeds veranderende maatschappij en arbeidsmarkt.
Basisvaardigheden Voor inwoners met beperkte digitale en taalvaardigheden is het moeilijker om te ontwikkelen en mee te doen. Met het beleidsprogramma "Taal is zeg maar niet zo mijn ding 2021-2024" werken we aan het verbeteren van vaardigheden van laaggeletterden. Lesaanbod vindt plaats binnen en buiten de schoolse setting, op basisscholen in ouderkamers, in bibliotheken, binnen participatiebedrijven, op werkvloeren van bijvoorbeeld Drechtwerk, Perspct/SDD en binnen andere bedrijven in de stad en in de regio. Het educatieve aanbod is erop gericht om volwassenen zelfstandig(-er) te maken zodat zij in hun dagelijkse bestaan slagvaardig(-er) worden. Naast het verbeteren van basisvaardigheden bij inwoners werken we ook aan toegankelijkere communicatie vanuit de overheid. De aanpak 'Huh? Wat bedoelt u?' heeft afgelopen twee jaar veel input van inwoners opgeleverd. Zowel gemeente als partners in de stad benutten deze opbrengst om de eigen dienstverlening aan te pakken. Bron begroting Dordrecht 2025
2022 2026
Netto arbeidsparticipatie
70,2
Hoger dan referentiejaar. Gelijk aan het gemiddelde van de G40
Werkloze jongeren
2
Lager dan het referentiejaar. Gelijk aan het gemiddelde van de G40
Absoluut verzuim - aantal per gemeente (onderwijs)*
1,2
Gelijk aan referentiejaar. Onder het gemiddelde van de G40
Relatief verzuim - aantal per gemeente (onderwijs)*
9
Gelijk aan referentiejaar. Onder het gemiddelde van de G40
Voortijdige schoolverlaters - % (onderwijs)
2,7
Gelijk aan referentiejaar. Onder het gemiddelde van de G40
Hoe verder na deze raadsinformatiebrief? We rapporteren twee keer over de voortgang en resultaten van het programma Samen tegen armoede via een reguliere raadsinformatiebrief. We rapporteren in de reguliere P&C-cyclus (begroting en jaarstukken) over de indicatoren die genoemd worden in deze oplegger. Welke kosten zijn verbonden aan het proces? Niet van toepassing.
Zaaknummer
2025-0000336
Wat zijn de belangrijkste gerelateerde besluiten? Voortgang programma Samen tegen armoede - raadsinformatiebrief 15-04-2020. Intensivering programma Samen tegen armoede - raadsvoorstel 15-12-2020. Programma Samen tegen armoede - raadsinformatiebrief 23-03-2021. Voortgang programma Samen tegen armoede - raadsvoorstel 21-09-2021. Tussenevaluatie Samen tegen armoede 2018-2022 - raadsinformatiebrief 01-02-2022. Vervolg Samen tegen armoede - raadsvoorstel 29-11-2022. Voortgang en toezeggingen Programma Samen tegen armoede - raadsinformatiebrief 14-03-2023. Voortgang programma Samen tegen armoede - raadsinformatiebrief 19-12-2023. Uitvoering geven aan AMENDEMENT 'Koers houden met Samen Tegen Armoede' aangenomen op de raadsvergadering van 15 oktober 2024. Dit amendement is ingediend naar aanleiding van het raadsvoorstel 'Instemmen voorgesteld besluit Rekenkamer Dordrecht inzake het onderzoek naar Armoedebeleid'. Het college van Burgemeester en Wethouders
C.H.W.M. Post secretaris
P.A.C.M. van der Velden burgemeester