ONGETEKENDE RIB Huisvestingsplan statushouders.pdf
Tekst van het document
Gemeentebestuur Spuiboulevard 300 3311 GR DORDRECHT
Aan de gemeenteraad
Datum Zaaknummer
2026-0002123
Betreft
Huisvestingsplan statushouders
Vergadering van Portefeuillehouder: Begrotingsprogramma Kernteam/Opgave: Ordening en Mobiliteit Auteur: E-mail: Openbaar:
Wim van der Kruijff Bouwend en Bereikbaar Dordrecht Ruimtelijke Strategie en Beleid - Volkshuisvesting, Ruimtelijke Roos de Korte rtj.de.korte@dordrecht.nl Ja
Raadsinformatiebrief Wat is de aanleiding om deze informatie kenbaar te maken? De provincie Zuid-Holland (PZH) heeft schriftelijk het voornemen aangekondigd om over te gaan op een “indeplaatsstelling” voor de uitvoering van de gemeentelijke taakstelling huisvesting van statushouders. Dit voornemen volgt uit het feit dat de gemeente Dordrecht per 1 juli 2025 de opgelopen achterstand nog niet heeft ingelopen. De provincie hanteert hierbij een interventieladder met vijf treden, die de mate van provinciaal ingrijpen aangeven. Gemeenten worden twee keer per jaar beoordeeld op hun voortgang (per 1 januari en 1 juli). Wanneer een gemeente haar taakstelling niet of onvoldoende uitvoert, stijgt zij één trede op de ladder. De systematiek werkt als volgt: •
Trede 0: De gemeente valt buiten de interventieladder. De provincie voert periodiek, op basis van data en indicatoren, een toets uit om te beoordelen of de taakuitvoering voldoende is.
•
Trede 1: De gemeente voert haar taakstelling zelfstandig en tijdig uit. Er is geen sprake van achterstand; de provincie houdt slechts regulier toezicht.
•
Trede 2: Er is een lichte achterstand of risico op vertraging. De provincie treedt in overleg met de gemeente en vraagt om een toelichting en eventuele herstelmaatregelen.
•
Trede 3: De achterstand loopt verder op. De provincie vraagt om een concreet herstelplan en monitort de uitvoering daarvan intensiever.
•
Trede 4: De gemeente voldoet niet aan de taakstelling ondanks eerdere waarschuwingen. De provincie bereidt een formeel besluit voor en stelt de gemeente schriftelijk in kennis van het voornemen tot indeplaatsstelling. De gemeente krijgt nog één mogelijkheid om met een overtuigend plan te laten zien hoe zij de achterstand gaat inlopen.
•
Trede 5: De provincie gaat daadwerkelijk over tot indeplaatsstelling, wat betekent dat de provincie de taak van de gemeente (geheel of gedeeltelijk) overneemt en de huisvesting van statushouders zelf regelt, op kosten van de gemeente.
Zaaknummer
2026-0002123
Op dit moment staat Dordrecht op trede 4 van deze interventieladder. Tijdens het bestuurlijk gesprek met de provincie is duidelijk aangegeven dat een stijging naar trede 5 zou leiden tot een indeplaatsstelling, een stap die zowel de gemeente als de provincie wil voorkomen. Om te voorkomen dat de gemeente automatisch naar trede 5 stijgt, moet de gemeente van de provincie een Huisvestingsplan Vergunninghouders opstellen waarin staat hoe de huidige achterstand wordt ingelopen en hoe de taakstelling structureel wordt gehaald. Dit plan is op 9 december 2025 door het college vastgesteld en op 18 december ingediend bij de provincie. Naar aanleiding van dit plan vindt nu een tweede interbestuurlijk overleg plaats. Het oordeel van Gedeputeerde Staten in de brief van 1 januari wordt mede bepaald op basis van dit gesprek. Indien Dordrecht in dit overleg niet de juiste inzet toont om de achterstand in te lopen, zal een indeplaatsstelling volgen. Wat is de te delen informatie? De gemeente Dordrecht heeft op grond van de Huisvestingswet een wettelijk verplichte taakstelling voor de huisvesting van statushouders. Deze opgave is geen beleidskeuze, maar een opdracht die de gemeente moet uitvoeren. Het niet behalen van het vastgestelde quotum is dan ook geen optie. Per 1 juli 2025 is er een achterstand van 135 personen.
Dordrecht moet deze achterstand inlopen en gaat dit op een verantwoorde manier doen, met extra inzet en creatieve tijdelijke oplossingen, om te voldoen aan haar opgave en een indeplaatsstelling door de provincie te voorkomen. Een indeplaatsstelling door de provincie (waarbij de provincie de taak (op kosten van de gemeente) overneemt) is een ingrijpende maatregel. Niet alleen brengt dit hoge kosten voor Dordrecht met zich mee, maar ook verliest Dordrecht de regie over haar eigen beleid. Om verdere maatregelen te voorkomen, stelt het college middels het huisvestingsplan voor om alle gekoppelde statushouders mogelijk te huisvesten. Gekoppelde statushouders zijn vergunninghouders die door het COA formeel aan de gemeente Dordrecht zijn toegewezen en waarvoor de gemeente op korte termijn verantwoordelijk is voor passende huisvesting. Het aantal gekoppelde statushouders is lager dan de taakstelling in combinatie met de opgebouwde achterstand. Door deze groep volledig te huisvesten kan Dordrecht in 2026 terugkeren naar trede 1 van het provinciale toezicht. Het provinciale toezicht kent vaste beoordelingsmomenten per 1 januari en 1 juli, waarbij een gemeente per half jaar maximaal één trede kan stijgen. Dit geeft Dordrecht de tijd om op een duurzame wijze de rest van de achterstand in te lopen.
Wanneer de gemeente vervolgens ook structureel aan de volledige taakstelling voldoet, kan zij terugkeren naar trede 0, waarin sprake is van regulier toezicht zonder aanvullende interventies. Het college erkent de gevoeligheid van dit dossier. De druk op de sociale huurmarkt is groot, en ook andere urgente doelgroepen (zoals dak- en thuislozen, herhuisvestingskandidaten en uitstromers uit instellingen) en regulier woningzoekenden vragen om aandacht. De gemeente heeft geen keuze in het al dan niet uitvoeren van deze wettelijke taak, maar wel in de wijze waarop zij deze uitvoert. Daarom wordt gezocht naar oplossingen die versnelling mogelijk maken, met behoud van evenwicht tussen de belangen van verschillende categorieën woningzoekenden. De provincie biedt diverse regelingen die financiële ondersteuning bieden bij de opgave om statushouders versneld te huisvesten. Dordrecht gaat in in ieder geval gebruik maken van de HAR+-regeling (Huisvesting Asielstatushouders Regeling Plus), een landelijke regeling die het mogelijk maakt om tijdelijke woonplekken te realiseren, bijvoorbeeld in flexwoningen of hotels. Binnen de HAR+-regeling ontvangt de gemeente eenmalig € 30.000 per statushouder. Zo kan de gemeente statushouders sneller huisvesten zonder andere doelgroepen onevenredig te belasten. Het college stelt een gecombineerde aanpak voor: versnellen waar mogelijk, duurzaam waar nodig.
Het doel is om in 2026 alle gekoppelde statushouders te huisvesten zodat de gemeente terugkeert in trede 1, en eventuele resterende achterstand binnen 2,5 tot 5 jaar gefaseerd in te lopen. Deze koers behoudt bestuurlijke grip, voorkomt onevenwichtige keuzes tussen doelgroepen en toont dat Dordrecht actief werkt aan versnelling én een rechtvaardige verdeling van woonruimte. Hoe is de huidige situatie ontstaan? In de jaren voorafgaand aan 2023 voldeed Dordrecht ruimschoots aan de taakstelling voor de huisvesting van statushouders. In 2021 werd zelfs een voorsprong van 21 plaatsingen opgebouwd
Zaaknummer
2026-0002123
ten opzichte van de landelijke norm, en in 2022 liep deze voorsprong verder op tot 42 plaatsingen. Dit was mede te danken aan een stabiel jaarlijks huisvestingsniveau van circa 176 tot 180 statushouders, wat aansluit bij de structurele uitvoeringscapaciteit van de gemeente. In 2023 werd de taakstelling voor Dordrecht verhoogd met maar liefst 65%, van 159 naar 262 statushouders. Ondanks aanvullende inspanningen bleef het aantal gerealiseerde plaatsingen steken op 176, in lijn met het bestaande uitvoeringsniveau, maar onvoldoende om aan de verhoogde opgave te voldoen. Ook in 2024 en 2025 bleef de taakstelling relatief hoog. Hierdoor is de opgebouwde voorsprong omgeslagen in een achterstand, die per 1 juli 2025 is opgelopen tot 135 personen. Hierbij liep de gemeente tegen de volgende knelpunten aan: Externe knelpunten: •
Druk op de woningmarkt: schaarste aan sociale huurwoningen.
•
Concurrentie met andere urgente doelgroepen: o.a. herhuisvestingskandidaten, dak- en thuislozen, uitstroom uit instellingen.
•
Onevenredige druk door opvang Oekraïners: onbalans in regionale verdeling.
Interne knelpunten: •
Beperkte inzet alternatieve woonvormen: flexwoningen grotendeels ingezet voor Oekraïners.
•
Bereiken uitvoeringsgrens: structureel rond de 180 plaatsingen per jaar haalbaar.
Wat is besproken met de provincie? In eerder gevoerd, constructief, overleg met de provincie is besproken dat het wenselijk zou zijn om de achterstand in de huisvesting van statushouders binnen 1,5 jaar in te lopen. Dit zou neerkomen op circa 90 extra plaatsingen per jaar, bovenop de reguliere taakstelling. Dordrecht stelt zich proactief op om op de achterstand in te lopen en laat met dit plan zien dat zij verantwoordelijkheid neemt. Tegelijkertijd wordt er rekening gehouden met de complexe omstandigheden binnen de gemeente. Om de achterstand in de huisvesting van statushouders binnen 1,5 jaar in te lopen, zouden ingrijpende keuzes nodig zijn. Denk hierbij aan het tijdelijk volledig reserveren van sociale huurwoningen, het beperken van toegang voor andere urgente doelgroepen, en het maximaal benutten van tijdelijke en minder geschikte huisvestingsvormen. Gevolgen: •
Maatschappelijke onvrede, doordat andere woningenzoekenden structureel worden benadeeld.
•
Politieke spanningen, gezien het ontbreken van draagvlak voor eenzijdige toewijzing van woningen.
•
Risico op onbehoorlijk bestuur, aangezien het college zich moet committeren aan de uitvoerbaarheid van het plan. Een onrealistisch plan ondertekenen zonder uitvoeringsperspectief is bestuurlijk onverantwoord.
•
Verlies van vertrouwen in het lokale beleid, zowel bij inwoners als bij samenwerkingspartners zoals woningcorporaties.
Wat is het voorstel van de gemeente? De gemeente wil de regie behouden en voldoen aan haar wettelijke verantwoordelijkheid en kiest daarom voor een gecombineerde strategie: versnellen waar dat kan en gefaseerd inlopen waar dat nodig is. •
Scenario A – Versnelde huisvesting gekoppelde statushouders (2026) Dordrecht kiest voor een planmatige en actieve aanpak, met extra inzet en tijdelijke, creatieve oplossingen om de achterstand in de huisvesting van statushouders snel in te lopen. Doel is om in 2026 alle gekoppelde statushouders te huisvesten, mits de HAR+-
Zaaknummer
2026-0002123
regeling wordt verlengd. Hiermee kan Dordrecht terugkeren naar trede 1 van het provinciale toezicht en zo voorkomen dat verdere toezichtmaatregelen of een indeplaatsstelling volgen, waarbij de provincie de uitvoering op kosten van de gemeente zou overnemen. •
Scenario B – Gefaseerde, duurzame aanpak Wanneer de gemeente eenmaal is teruggekeerd naar trede 1, wordt dezelfde actieve, planmatige inzet toegepast, maar in een gematigder tempo. De resterende achterstand wordt dan in circa 2,5 tot 5 jaar ingelopen. Hierbij blijft de balans behouden tussen statushouders en andere woningzoekenden, met aandacht voor uitvoeringscapaciteit en maatschappelijk draagvlak.
Gecombineerde aanpak in de praktijk De gemeente past beide sporen toe: versnellen waar mogelijk en gefaseerd inlopen waar nodig. Voorbeelden zijn tijdelijke HAR+-opvang voor alleenstaanden, regionale uitruil van gezinnen en gerichte inzet van grotere woningen binnen de eigen voorraad. Met deze aanpak toont Dordrecht bestuurlijke verantwoordelijkheid én extra inzet: we zetten versnelling in om toezicht te voorkomen, zoeken actief naar creatieve tijdelijke oplossingen en blijven tegelijkertijd zorgen voor een evenwichtige, verantwoorde verdeling van woonruimte tussen alle woningzoekenden. Daarbij is het van belang te benadrukken dat een deel van de druk op de sociale huurmarkt in de afgelopen jaren is ontstaan door de sloop van sociale huurwoningen in aanloop naar nieuwbouw, waardoor tijdelijk veel herhuisvesters moesten worden gehuisvest en de beschikbare voorraad afnam. Met de oplevering van nieuwe sociale huurwoningen zal het effect op de woonruimteverdeling naar verwachting kleiner worden, en daardoor ook minder voelbaar voor andere woningzoekenden. Hoe verder na deze raadsinformatiebrief? De gemeente Dordrecht heeft het huisvestingsplan ter beoordeling ingediend bij de provincie ZuidHolland. Op 30 januari vindt een interbestuurlijk toezichtgesprek plaats waarin de volledige uitvoering van de wettelijke taakstelling centraal staat.
Het oordeel van Gedeputeerde Staten in de brief van 1 januari wordt mede bepaald op basis van dit gesprek. Omdat bij deze beoordeling ook de overweging tot eventuele plaatsing op trede 5 aan de orde komt, zijn naast de wethouder, zowel de burgemeester als de commissaris van de Koning uitgenodigd. Het plan moet door de provincie worden goedgekeurd. Ook voorafgaand aan de goedkeuring blijft de gemeente voortvarend te werk gaan en worden waar mogelijk al stappen gezet richting realisatie van de opgave. Welke kosten zijn verbonden aan het proces? Niet van toepassing. Het college van Burgemeester en Wethouders
C.H.W.M. Post secretaris
N. Mol burgemeester