ONGETEKENDE RIB Beantwoorden motie 230704-M20A Borgstelling door BRZO bedrijven zoals Chemours ivm PFAS vervuiling.pdf
Tekst van het document
Gemeentebestuur Spuiboulevard 300 3311 GR DORDRECHT
Aan de gemeenteraad
Datum
21 november 2023
Zaaknummer
2023-0163850
Betreft
Beantwoorden motie 230704-M20A: Borgstelling door BRZO bedrijven zoals Chemours ivm PFAS vervuiling
Vergadering van Portefeuillehouder: Begrotingsprogramma Kernteam/Opgave: Auteur: E-mail: Verantwoordelijke: Openbaar:
Tanja de Jonge Groen, Duurzaam en Ruimtelijk Dordrecht Stad - Mobiliteit, Milieu & Economie Maurice Roubos mjh.roubos@dordrecht.nl Duco Hoogland Ja
Raadsinformatiebrief Hoe zijn de bevoegdheden rond dit onderwerp verdeeld? Het college heeft toegezegd dat de raad regelmatig in de gelegenheid wordt gesteld om kennis te nemen van de laatste stand van zaken op het dossier Chemours en Delrin. Wij richten ons in dit dossier op het zoveel mogelijk terugdringen van het gebruiken en uitstoten van schadelijke stoffen, het ontwikkelen van kennis over deze stoffen, waar nodig door het uitvoeren van (aanvullende) onderzoeken en voor zover noodzakelijk het aanpakken van de gevolgen van het vrijkomen van schadelijke stoffen. Dit doen we in het belang van een gezonde leefomgeving voor onze inwoners en het voorkómen van dit soort situaties in de toekomst. Specifiek in deze raadsinformatiebrief vindt u informatie ter uitvoering van de aangenomen motie 230704/M20A: Borgstelling door BRZO bedrijven zoals Chemours ivm PFAS vervuiling. Deze brief geeft tevens antwoord op een van de artikel 40-vragen, gesteld bij brief van 27 juni 2023, bij ons ingekomen op 29 juni 2023, namens respectievelijk fractie SP en Fractie van Waardhuizen. In onze antwoordbrief van 22 augustus jl. hebben wij aangegeven dat beantwoording van deze vraag iets langer op zich liet wachten en wij u zo spoedig mogelijk het antwoord zouden sturen.
Wat is de aanleiding om deze informatie kenbaar te maken? Motie en artikel 40 vragen over borgstelling grondwaterbeheerssysteem onder de fabriek van Chemours Op 27 juni 2023 zijn namens fractie SP en Fractie van Waardhuizen zes artikel 40-vragen gesteld over het dossier Chemours/DuPont, waaronder vraag 3 over het kostendragerschap/een waarborgfonds betreffende het grondwaterbeheerssysteem (hierna: GBS). Op 4 juli 2023 heeft u een motie aangenomen, die het college verzoekt in gesprek te gaan met provincie en Rijk. Het doel van deze gesprekken is om een borgstelling ten aanzien van de grondwaterbeheerssysteem onder de fabriek van Chemours te bevorderen. In deze brief geven wij een toelichting op de werking en de beheersing van het GBS onder de fabriek, de mogelijkheden om een financiële zekerheidsstelling te leggen en de stappen die wij ondernemen om dit te kunnen gaan borgen. Wij hebben voor deze informatie advocaat Pels Rijcken geraadpleegd, evenals de provincie en Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid.
Zaaknummer
2023-0163850
Wat is de te delen informatie? 1. De werking van het grondwaterbeheerssysteem (hierna: GBS) Onder de fabriek van Chemours bevindt zich een verontreiniging van de grond en het grondwater. De verontreiniging bestaan voornamelijk uit freonen, vluchtige chloorkoolwaterstoffen (VOCL) en in mindere mate uit PFOA. Saneren door het verwijderen van de hele verontreiniging is niet mogelijk, zowel vanwege de locatie van de fabriek zelf als vanwege de hoge kosten. Daarom wordt de verontreiniging op zijn plaats gehouden door middel van een hydrologisch systeem. Dit beheerssysteem wordt ook beschouwd als sanering op het gebied van bodembescherming. Voor het GBS heeft de provincie Zuid-Holland in 1999 een beschikking afgegeven op een raamsaneringsplan van de eigenaar van de grond destijds, DuPont. De provincie was destijds het bevoegd gezag voor bodemzaken. Vanaf 2003 is de rol van bevoegd gezag overgedragen op de gemeente Dordrecht, en is de beschikking ongewijzigd overgezet van de provincie naar de gemeente. Met de overgang van het eigendom van de inrichting aan de Baanhoekweg van DuPont naar Chemours is ook het eigendom van de grond overgegaan. Chemours is de voortzetter van haar voorgangers, en de verantwoordelijkheid voor bodemverontreiniging is niet veranderd. Samenvatting: 1. Onder de fabriek bevindt zich een grond- en grondwaterverontreiniging die niet kan worden verwijderd. 2.
De verontreiniging wordt op zijn plaats gehouden door een grondwaterbeheerssysteem (GBS). 3. Chemours is de eigenaar van de verontreiniging en houdt het GBS conform de beschikking in stand. 4. De gemeente Dordrecht is bevoegd gezag op grond van de Wet bodembescherming en heeft de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid (OZHZ) gemandateerd voor het toezicht op het juist functioneren van het GBS. 2. Het beheer van en controle op het systeem De OZHZ houdt regelmatig toezicht op het GBS en overlegt daarvoor met Chemours en Tauw, die in opdracht van Chemours het systeem beheert en monitort. Jaarlijks wordt De laatste controle vond plaats in 2023. Het systeem functioneert naar behoren. In de eerste fase tot 2005, toen het beheerssysteem nog niet optimaal was ingesteld, is een vlek van verontreiniging buiten de invloedssfeer van het beheerssysteem terecht gekomen. Deze verontreiniging verplaatst zich zeer langzaam. De verwachting is dat bij een voortdurende verplaatsing, de verontreinigingsvlek over 120-500 jaar de drinkwaterbron Jeugddorp zou kunnen bereiken. Om die reden zijn OZHZ, Evides drinkwaterbedrijf en de gemeente met elkaar in overleg over de mogelijkheden van een waarschuwingssysteem ("early-warning-system") om dit te monitoren. Samenvatting: 1. Het GBS werkt volgens de opgelegde beschikking. 2. Een vlek naast het GBS loopt langzaam naar drinkwaterbron Jeugddorp.
OZHZ, Evides drinkwaterbedrijf en de gemeente zijn met elkaar in overleg over de mogelijkheden van een waarschuwingssysteem. 3. Financiële zekerheidsstelling in het kader van de Wet bodembescherming In de Wet bodembescherming (artikel 39f, lid 1 Wbb )wordt aangegeven, dat voor saneringen een financiële zekerheidsstelling (borgstelling) kan worden opgelegd. Dit zorgt ervoor, dat het bevoegd gezag middelen heeft om het GBS in stand te houden wanneer het bedrijf in gebreke blijft door onwil of faillissement. Deze financiële zekerheidstelling is niet opgenomen bij de originele beschikking in 1999 en kan niet apart worden opgelegd. Deze locatie valt onder de grootste verontreinigingslocaties van Nederland en dit houdt in dat er hoge beheerskosten zijn. Wij hebben de vraag over borgstelling besproken met de provincie. Deze geeft aan dat zij geen borgstelling kan geven aan de gemeente, omdat de verontreiniging niet onder hun bevoegd gezag valt. Wij hebben dit ook aan de orde gesteld in een bestuurlijk overleg op 6 november 2023 met de minister en staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat. Vanuit het ministerie is aangeboden mee te denken over een scenario waarin het bedrijf in gebreke blijft.
Zaaknummer
2023-0163850
Samenvatting: 1. Er kan geen financiële zekerheidsstelling worden opgelegd, omdat de beschikking op het raamsaneringsplan eerder is afgegeven. 2. De provincie heeft geen mogelijkheid om een schadepost in te richten voor verontreinigingen die niet onder hun bevoegd gezag vallen. 3. Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat wil meedenken over een scenario waarin het bedrijf in gebreke blijft. 4. Welke voorzieningen heeft Chemours als eigenaar getroffen? Uit de jaarstukken van Chemours blijkt dat het bedrijf elk jaar een voorziening opneemt in haar jaarrekening voor de geschatte kosten van het GBS in de komende dertig jaar. Deze voorziening was € 13,4 miljoen per 31-12-2022. De voorziening wordt elk jaar opnieuw berekend. 5. Wat als Chemours in gebreke blijft? Als Chemours in gebreke blijft en het beheerssysteem niet meer goed onderhoudt, starten wij acuut een bestuursrechtelijk handhavingstraject. Daarmee dwingen we het bedrijf om aan de verplichtingen te voldoen. Wij gaan er, mede gezien de handelwijze in het verleden vanuit, dat het bedrijf doorgaat op de huidige voet. Het bedrijf heeft geen belang bij het staken van het beheer. 6. Wat als Chemours failliet gaat? Milieurechtelijke verplichtingen gelden na faillissement voor de curator q.q. (qualitate qua, in zijn hoedanigheid). De curator q.q.
is verantwoordelijk voor de naleving van de verplichtingen die op de faillissementsboedel rusten. Dit betekent dat de curator q.q. in principe verantwoordelijk is voor de sanering/het continueren van het grondwaterbeheerssysteem. Echter als de boedel daarvoor onvoldoende verhaal biedt, zal de overheid (bijvoorbeeld gemeente via vangnetbepaling Wbb en/of Staat via eigendom (zie: art. 5:24 BW, als een faillissement leidt tot een situatie waarin de gronden geen eigenaar hebben)) financieel opdraaien voor de kosten die worden gemaakt voor de grondwaterbeheersing. Samenvatting: 1. Bij faillissement is de curator q.q. verantwoordelijk voor de naleving van de verplichtingen voor het beheerssysteem. 2. Als er onvoldoende middelen zijn om het systeem in stand te houden zal de overheid (gemeente of de staat) deze kosten op zich moeten nemen. 7. Wijzigt er iets na invoering van de Omgevingswet? Ook na invoering van de Omgevingswet blijft de Wbb van toepassing op het GBS. Op grond van art.
3.1 lid 1 Aanvullingswet bodem (Staatsblad 2020, 87) blijft de Wbb van toepassing op gevallen van ernstige verontreiniging als bedoeld in de Wet bodembescherming of saneringen als bedoeld in die wet waarvoor voor dat tijdstip: (a) een besluit is genomen dat spoedige sanering noodzakelijk is krachtens artikel 29 juncto artikel 37, eerste lid, van de Wet bodembescherming; (b) een saneringsplan is ingediend als bedoeld in artikel 39 van de Wet bodembescherming; of (c) een saneringsplan voor een gedeelte van de verontreiniging van de bodem is ingediend als bedoeld in artikel 40 van de Wet bodembescherming, uitsluitend voor het gedeelte waarop het saneringsplan betrekking heeft. Dat geldt dus ook voor raamsaneringsplannen waarvoor eerder een beschikking is afgegeven, zoals onder punt 3 is aangegeven. Samenvatting: 1. Na de invoering van de Omgevingswet wijzigt er voor wat betreft financiële zekerheidsstelling op grond van de Wet bodembescherming niets. 2. Er is geen nieuwe mogelijkheid om een financiële zekerheidsstelling op te nemen bij beschikkingen die onherroepelijk zijn.
Zaaknummer
2023-0163850
8. Conclusie De grond- en grondwaterverontreiniging onder de fabriek wordt door een grondwaterbeheerssysteem op de plaats gehouden en dit systeem wordt goed onderhouden door Chemours. OZHZ controleert het beheer namens gemeente Dordrecht, die het bevoegd gezag is op grond van de Wet bodembescherming. Er is een zich zeer langzaam verspreidende vlek buiten het systeem aanwezig, waarvoor OZHZ, Evides en gemeente de mogelijkheden voor een waarschuwingssysteem onderzoeken. Zolang het bedrijf het GBS kan blijven onderhouden of dit overdraagt aan diens rechtsopvolgers die dit continueren, zal dit systeem goed blijven functioneren. Er zijn geen mogelijkheden om een bestaande beschikking te voorzien van een nieuwe financiële zekerheidsstelling. Ook na inwerkingtreding van de Omgevingswet zal er geen mogelijkheid zijn daartoe. Chemours heeft een zelf een voorziening opgenomen in de jaarrekening om voor dertig jaar het systeem in beheer te houden. Hoe verder na deze raadsinformatiebrief? Wij zullen ook in de toekomst uw raad regelmatig op de hoogte houden van de laatste stand van zaken op het dossier Chemours en Delrin. Welke kosten zijn verbonden aan het proces? Niet van toepassing. Het college van Burgemeester en Wethouders
C.H.W.M. Post secretaris
A.W. Kolff burgemeester