ONGETEKENDE Raadsinformatiebrief over Start pilots aanpak moestuinen.pdf
Tekst van het document
Gemeentebestuur Spuiboulevard 300 3311 GR DORDRECHT
Aan de gemeenteraad
Datum Zaaknummer
18 juni 2024
Betreft
Raadsinformatiebrief over Start pilots aanpak moestuinen
2024-0062611
Vergadering van Portefeuillehouder: Begrotingsprogramma Kernteam/Opgave: Auteur: E-mail: Verantwoordelijke: Openbaar:
Tanja de Jonge Groen, Duurzaam en Ruimtelijk Dordrecht Stad - Milieu en Energie Nanette van Ameijde-Poortman n.van.ameijde-poortman@dordrecht.nl Duco Hoogland Ja
Deadline collegevergadering 18 juni 2024. Raadsinformatiebrief Hoe zijn de bevoegdheden rond dit onderwerp verdeeld? Het college houdt de raad actief op de hoogte van de ontwikkelingen in het dossier Chemours. Het college is bevoegd privaatrechtelijke handelingen te verrichten (artikel 160, lid 1 sub d Gemeentewet). Wat is de aanleiding om deze informatie kenbaar te maken? Op 27 februari jl. verzonden wij u een raadsinformatiebrief (2024-0020450) waarin wij de voortgang van de gesprekken met Chemours met u deelden. Ook deelden we daarin een nieuwsbericht voor onze inwoners. In deze brief gaven wij dat Chemours in overleg met de gemeenten wil starten met de aanpak van de moestuinen, zodat er daarna geen consumptiebeperkingen meer zijn voor het eten van eigen tuin. Wij gaven in de raadsinformatiebrief aan dat de eerste fase van deze aanpak uit een pilot bestaat. Na deze pilot gaat Chemours aan de slag met de aanpak van de andere vervuilde moestuinen aan te pakken in de gemeenten Dordrecht, Molenlanden, Papendrecht en Sliedrecht, mede op basis van de inzichten die uit de pilot voortkomen. Een onafhankelijke projectleider voert de werkzaamheden uit. Op basis van een voorstel van de onafhankelijke projectleider en een onafhankelijke expert hebben wij op 18 juni jl. een besluit genomen over: 1.
De inhoudelijke eisen aan de aanpak van de pilots. Deze zullen ook moeten gelden voor de aanpak van de andere moestuinen in onze gemeenten, maar kunnen nog wijzigen als gevolg van aanwijzingen van het bevoegd gezag en de ervaringen uit de pilots.
2.
De start van de pilotfase. Hier hebben wij mee ingestemd.
3.
Wij hebben kennisgenomen van de concept versie van het plan van aanpak, dat mogelijk nog wordt aangepast aan de hand van de inzichten uit de pilots.
Hieronder geven wij een toelichting op de onderdelen van ons besluit.
Zaaknummer
2024-0062611
Wat is de te delen informatie? Ad 1 Inhoudelijke eisen De inhoudelijke eisen aan de aanpak hebben te maken met de zone waarin de vervuilde moestuinen liggen. Het doel is dat de tuinen weer gebruikt kunnen worden als moestuin zonder beperking van de consumptie van groente en fruit uit eigen tuin, dat wil zeggen dat er maximaal uit eigen tuin kan worden gegeten. Dit betekent dat de grond van de moestuinen dezelfde waarde moet terugkrijgen als tuinen die niet in de invloedzone van Chemours liggen. Dit noemen we de referentiewaarde. Deze inhoudelijke eisen gelden voor de pilots, maar gaan ook gelden voor de vervolgaanpak, tenzij uit de aanwijzingen van het Bevoegd Gezag (de provincie) en de pilots andere inzichten voortkomen. De inhoudelijke eisen zijn geformuleerd door de onafhankelijk expert.
1.
In de meest vervuilde zone (rode zone 1, zie kaart) wordt 50 cm grond ontgraven en weer aangevuld met grond die geschikt is voor moestuinen. Dit kan nog wijzigen als gevolg van de inzichten die uit de pilot worden verkregen of door de aanwijzingen van het Bevoegd Gezag.
2.
In de zone daarbuiten - blauwe zone 2 - wordt voorgesteld 30 cm grond als nieuwe teeltlaag op te brengen, al dan niet voorafgegaan door (gedeeltelijke) ontgraving. In de pilotfase worden verschillende methodes getest op twee verschillende locaties. Dat kan betekenen dat het voorstel om 30 cm grond op te brengen in de rest van de tuinen in zone 2 nog kan wijzigen als gevolg van de inzichten die uit de pilot worden verkregen. Of door de aanwijzingen van het Bevoegd Gezag.
3.
In de pilotfase wordt in zone 2 en in een nog groter gebied - oranje zone 3 op de kaart ook een steekproefsgewijs monsternemingsplan uitgevoerd om te bekijken of het nodig is om op alle moestuinen een teeltlaag van 30 cm op te brengen - al dan niet na ontgraving of andere maatregelen te nemen.
4.
In eerste instantie was het idee om alle tuinen in zone 2 en 3 zonder monstername te voorzien van een nieuwe teeltlaag. De onafhankelijk expert heeft aangegeven dat hiermee mogelijk onnodig veel grondverzet plaatsvindt en mogelijk onnodig schade of veel overlast voor de inwoners ontstaat, terwijl het uit het oogpunt van het doel van de aanpak - het opheffen van de beperkingen voor het eten uit eigen tuin - misschien niet nodig is maatregelen te nemen. Het monsternemingsplan betreft een steekproef van 100–150 moestuinen op een aantal van circa 1.000 moestuinen.
Zaaknummer
2024-0062611
5.
Voor alle zones geldt dat de eventuele ontgraving afhankelijk is van de grondwaterstand.
6.
Als blijkt dat de waarden van de grond liggen onder het referentieniveau (2,3 µg PFOA/per kilogram droge stof) dan zijn maatregelen niet nodig. Als blijkt dat de waarden van de grond liggen tussen het zogenaamde referentieniveau (2,3 µg PFOA/per kilogram droge stof) en het niveau waarboven de zogenaamde regionale advieswaarde voor voor moestuinen uit eigen tuin wordt overschreden (4,6 µg PFOA/per kilogram droge stof), dan is het advies aan de eigenaren ook bij hun moestuinen een nieuwe teeltlaag van 30 cm te laten aanbrengen. De colleges zullen hier bij de inwoners op aandringen. Als in zone 2 en 3 blijkt dat de waarden van de grond liggen boven de (4,6 µg PFOA/per kilogram droge stof) dan zijn maatregelen nodig. Dit geldt ook voor zone 2.
7.
Zo wordt in alle zones een situatie in de tuinen bereikt volgens het referentieniveau. Dat wil zeggen dezelfde waarden die tuinen hebben die niet in de invloedzone van Chemours liggen.
8.
De maatregelen zoals hierboven beschreven voor zone 2 en 3 kunnen nog wijzigen ná de ervaringen uit de pilots, aanwijzingen van het bevoegd gezag en de monsternames.
9.
Definitieve beslissingen over de maatregelen in zone 2 en 3 worden genomen na de monstername en na de pilotfase. Ook buiten zone 3 kunnen steekproeven worden genomen.
10. De grond die wordt teruggebracht of aangevuld is van een kwaliteit teelaarde die geschikt is voor moestuin. 11. Voor de grond die vrijkomt bij de werkzaamheden worden de landelijke en regionale regels gevolgd. 12. In zone 1 krijgen de moestuinen een alternatieve watervoorziening, bijvoorbeeld een aansluiting op het drinkwaternet of een grondwaterbron. Oude regentonnen worden vervangen. Op die manier hoeft geen slootwater gebruikt te worden. 13. Ook in zone 2 en 3 krijgen de moestuinen zo'n alternatieve watervoorziening, als uit onderzoek blijkt dat het slootwater te verontreinigd is om te gebruiken als irrigatiewater. 14. Groente/fruit dat meerdere jaren aanwezig is, wordt waar mogelijk overgeplant en anders vervangen. Volgens de onafhankelijk deskundige heeft fruit een vrijwel te verwaarlozen invloed. 15. Opstallen en bebouwing worden teruggeplaatst of vervangen. Ad 2 Pilots De drie beoogde locaties voor pilotprojecten zijn: 1.
Een klein, tussen bebouwing ingeklemd complex van circa 433 m2 in zone 1 in Sliedrecht, nabij Baanhoek 453. Dit complex ligt in het gebied waar de vervuilingsgraad van moestuinen hoog is en waar wordt afgeraden van eigen tuin te eten. Daarom wordt hier 50 cm grond ontgraven en weer aangevuld met bruikbare grond. Dit perceel is in eigendom bij de gemeente Sliedrecht en staat op onderstaande tekening ingetekend als B-S.
2.
Een groter complex van 0,7 ha in Molenlanden aan het Westeinde 10b in Wijngaarden, op particuliere grond, waar in verenigingsverband wordt getuinierd. Dit complex is alleen met kleiner materieel te bereiken. Dit complex ligt in de zone waarbij is geadviseerd het eten van groente en fruit van de tuin af te wisselen met het eten van groente uit de winkel. In de pilot wordt hier 30 cm grond opgebracht omdat ontgraving van deze locatie niet haalbaar wordt geacht vanwege de hoge grondwaterstand. Deze locatie staat op onderstaande tekening ingetekend als E.
3.
Een complex van 0,2 ha in Papendrecht in de Tiendwegzone in de wijk Oostpolder; het betreft hier gemeentegrond waarop in verenigingsverband wordt getuinierd. Dit complex ligt in de zone waarbij is geadviseerd het eten van groente en fruit van de tuin af te wisselen met het eten van groente uit de winkel. Hier wordt de pilot uitgevoerd voor het ontgraven van 30 cm en het aanvullen met 30 cm. Gezien de ligging van het complex wordt hier een minder hoge grondwaterstand verwacht. Deze locatie staat op onderstaande tekening ingetekend als B-P.
Zaaknummer
2024-0062611
Met deze drie locaties kan een goed beeld worden verkregen van de complexiteit van de aanpak. De eigenaren, gebruikers dan wel besturen van de pilotlocaties zijn op de hoogte gebracht. Waar nodig consulteren de besturen nog hun leden. De aanpak van de pilotprojecten is gepland voor de komende maanden. De onafhankelijke projectleider, die de aanpak ter hand neemt, dient het plan voor de pilots namens Chemours in bij het Bevoegd Gezag. Dat is in dit geval - voor de pilotlocaties - de provincie, die aanwijzingen kan geven. Tegelijkertijd wordt in de pilotfase een representatief monsternameplan uitgevoerd. Ad 3 Concept plan van aanpak "moestuinen" Wij hebben kennisgenomen van het concept van het plan aanpak. Dit wordt aangescherpt na het uitvoeren van de pilots en het verwerken van de leerpunten uit de pilots. Wij vinden de eerste versie van het plan van aanpak een basis van waaruit - op basis van de resultaten van de pilots verder gewerkt kan worden. 1.
De opzet voor het plan van aanpak van de sanering van moestuinen in Dordrecht, Papendrecht, Sliedrecht en Molenlanden omvat verschillende essentiële elementen voor een succesvol saneringsproject. Deze elementen omvatten het afbakenen van het specifieke projectgebied, het identificeren van inhoudelijke en technische eisen, het vaststellen van communicatiestructuren, het beschrijven van de uitvoeringsorganisatie, het uitvoeren van risicoanalyses, het schatten van de te verwachten kosten en het opstellen van een globale projectplanning. Deze initiële inventarisatie dient als vertrekpunt voor verdere gedetailleerde analyse en verfijning van elk aspect, met als doel een solide basis te leggen voor een succesvolle saneringsoperatie.
Chemours bekostigt de gehele aanpak, die wordt uitgevoerd door een onafhankelijke projectorganisatie, ook betaald door Chemours. Deze organisatie zal ook de communicatie verzorgen voor de pilotlocaties en bij de vervolgaanpak. Hoe verder na deze raadsinformatiebrief? Door of namens Chemours wordt de aanpak van de pilots voorgelegd aan het bevoegd gezag, de provincie Zuid-Holland. Zij kan nog nadere aanwijzingen geven. Na het uitvoeren van de pilots wordt het plan van aanpak aangepast op basis van de leer- en evaluatiepunten uit de pilots, inclusief de uitkomsten uit de steekproefsgewijze monsterneming in de moestuinen in zone 2 en 3. Het definitieve plan van aanpak vormt daarna een onderdeel van een vaststellingsovereenkomst tussen gemeenten en Chemours over de moestuinen. Zoals eerder aan u aangegeven zullen wij de concept vaststellingsovereenkomst eerst aan de vier gemeenteraden voorleggen voor wensen en bedenkingen. Communicatie Tegelijkertijd met het verschijnen van deze raadsinformatiebrief zullen gemeenten en Chemours een nieuwsbericht publiceren. De pilottuinen zijn ingelicht door de onafhankelijke projectleider. Deze zal vervolgens bijeenkomsten organiseren voor de pilottuinen om de aanpak door te spreken. Voor verdere informatievoorziening maakt hij ook een speciale website. De andere moestuinverenigingen informeren we met een brief.
Welke kosten zijn verbonden aan het proces? De pilotfase wordt betaald door Chemours, evenals de gehele uitvoering van het plan van aanpak "moestuinen". In het plan van aanpak wordt gesproken over een budget, dat kan worden besproken met de projectleider. Deze zinsnede kan worden uitgelegd dat Chemours een grens stelt aan de beschikbaar te stellen middelen. De gemeenten hebben bij herhaling het standpunt ingenomen, dat alle kosten van de aanpak moestuinen voor rekening komen van Chemours. Dat standpunt wordt in de schriftelijke reactie van de colleges aan Chemours herhaald. Daarbij wordt ook aan Chemours uitleg gevraagd over de bedoeling van de zinsnede dat het budget ziet op "zolang het doel van de pilotfase en het plan van aanpak gewaarborgd blijft". Alleen ambtelijke kosten worden niet benoemd in het plan van aanpak. De uitspraak van de rechter geeft geen handvaten om deze kosten neer te leggen bij Chemours. De verwachting is dat deze kosten (gedeeltelijk) gedekt worden uit de SPUK.
Zaaknummer
2024-0062611
Wat zijn de belangrijkste gerelateerde besluiten? 27 februari 2024: Raadsinformatiebrief over voortgang gesprekken tussen gemeenten en Chemours (zaaknummer 2024-0020450). Het college van Burgemeester en Wethouders
secretaris
burgemeester