CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Omgevingsplanregels 4e wijziging.pdf

Gemeenteraad Dordrecht 26 mei 2026, gemeente DordrechtBij agendapunt: 13: Raadsinformatiebrief over Terinzagelegging Omgevingsplan (energie-opslagsystemen) vierde wijziging - Raadsinformatiebrief5.725 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Besluit 4e wijziging van het omgevingsplan Dordrecht – ONTWERP Het COLLEGE van BURGEMEESTER EN WETHOUDERS van Dordrecht;

•

gezien het voorstel van burgemeester en wethouders inzake 4e wijziging omgevingsplan;

•

gelet op de doelen uit de omgevingsvisie voor Dordrecht;

•

gelet op de artikelen 2.4, 4.1 en 4.2 van de Omgevingswet;

besluit: Artikel I Voor te stellen het omgevingsplan van Dordrecht te wijzigen zoals weergegeven in Bijlage A. Artikel II Dit ontwerpbesluit voor '4e wijziging omgevingsplan Dordrecht’ inclusief bijbehorende stukken ter inzage te leggen vanaf [datum] tot en met [datum]. Aldus besloten in de vergadering van dinsdag [datum]. Het college van burgemeester en wethouders, secretaris,

burgemeester,

C.H.W.M. Post

N. Mol

Bijlage A behorend bij Artikel I

[TEKSTKLEUR ROOD ZIJN DE VOORGESTELDE WIJZIGINGEN IN HET ONTWERPBESLUIT ‘4E WIJZIGING OMGEVINGSPLAN DORDRECHT’]

Hoofdstuk 1 Hoofdstuk 2 Hoofdstuk 3 Hoofdstuk 4 Hoofdstuk 5 Gebruiksactiviteiten Afdeling 5.1 Algemene regels gebruiksactiviteiten Paragraaf 5.1.1 Regels voor de locatie begrensd gebied Paragraaf 5.1.2 Aanvullende regels Subparagraaf 5.1.2.1 Regels afwijkend gebruik Artikel 5.8 Afwijkend gebruik Binnen de locatie 'afwijkende gebruiksactiviteit' zijn tevens afwijkende gebruiksactiviteiten toegestaan overeenkomstig de omschrijving, maatvoering en situering, zoals vermeld in tabel 5.3.1. Tabel 5.3.1 afwijkende gebruiksactiviteiten Adres bouwwerkperceel Schuttervaerkade 45 Paul Krugerstraat 67

Toelichting

Omschrijving afwijkende gebruiksactiviteit Personal trainingsstudio

Maatvoering

Situering

Bedrijfsvloeroppervlakte ten hoogste 500m2

Kamerverhuur

Ten hoogste 7 personen

Alleen op begane grond -

Dit artikel voorziet in een beheerregeling voor verleende buitenplanse omgevingsvergunningen (BOPA’s) die afwijken van het omgevingsplan en die we alleen in dit specifieke geval willen toestaan. Uit oogpunt van toezicht en handhaving is wenselijk dat inzichtelijk is waar welke afwijkingen zijn toegestaan. Door de locatie afwijkend gebruik op te nemen is via deze tabel een register na te gaan waar in ieder geval sprake is van afwijkend gebruik. Deze afwijkende gebruiksactiviteiten zijn alleen toegestaan zolang er gebruik wordt gemaakt van de vergunning waarvoor het afwijkende gebruik is toegestaan. Het is nadrukkelijk niet de bedoeling dat de afwijkende activiteiten permanent op de locatie afwijkend gebruik plaatsvinden. De functies die de afwijkende activiteiten passend aan het omgevingsplan zouden kunnen maken, zijn om die reden dan ook niet toebedeeld aan de locatie afwijkend gebruik.

Subparagraaf 5.1.2.2 Regels bedrijventerreinen met hoge milieucategorie

Afdeling 5.2 Agrarische activiteiten [gereserveerd]

Afdeling 5.3 Bedrijfsactiviteiten Paragraaf 5.3.1 Bedrijfsactiviteiten Artikel 5.15 Toepassingsbereik gebruiksactiviteit bedrijf 1. De regels in deze afdeling zijn van toepassing op de gebruiksactiviteit 'bedrijf'. 2. Onder de gebruiksactiviteit 'bedrijf' wordt verstaan: een activiteit gericht op het bedrijfsmatig produceren, bewerken, herstellen, installeren of inzamelen van goederen of het verhuren, opslaan of distribueren van goederen, anders dan een agrarische activiteit, of een horeca-activiteit. Toelichting

Voor het toedelen van functies aan locaties werkt Dordrecht met een functielijst. Iedere gebruiksactiviteit hoort bij één functie en kan dan niet in een andere functie voorkomen. In die lijst zijn 10 functiegroepen van gebruiksactiviteiten opgenomen: van Agrarisch en Bedrijfsactiviteiten tot en met Wonen. In de eerste paragraaf van elke afdeling wordt in het artikel ‘toepassingsbereik’ de hoofdgroep met een omschrijving (in dit geval lid 2) nader afgebakend. Gebruiksactiviteiten die voldoen aan de omschrijving van bedrijf zoals opgenomen in lid 2 moeten voldoen aan de regels in deze afdeling. Alleen gebruiksactiviteiten die voldoen aan de regels in deze afdeling zijn toegestaan, dat volgt uit artikel 5.3. Als een bepaalde gebruiksactiviteit voldoet aan de omschrijving bedrijf in lid 2 wil dat nog niet zeggen dat de activiteit ook is toegestaan. Dat volgt pas uit de paragrafen die hierna in deze afdeling zijn opgenomen, waarbij per locatie is bepaald welke type bedrijven wel of niet zijn toegestaan. Het hangt dus af van de locatie welke vormen van bedrijf zijn toegestaan. Voorbeeld. Een garagebedrijf in een woonstraat voldoet aan de omschrijving van lid 2 (het is een bedrijf) maar niet aan de omschrijving van toegestane bedrijven in de paragraaf 5.3.2.

gebruiksactiviteit bedrijf – woongebied; de regels in deze paragraaf bepalen dat garagebedrijven niet zijn toegestaan op locaties in woongebieden. Om de activiteit garagebedrijf te kunnen uitoefenen zal in dit omgevingsplan een afzonderlijke paragraaf worden opgenomen waarin locaties worden aangewezen waar garagebedrijven wel zijn toegestaan. Deze paragraaf is nog niet in het omgevingsplan opgenomen, dat volgt bij een volgende wijziging van het omgevingsplan.

Paragraaf 5.3.2 Gebruiksactiviteit bedrijf - woongebied Artikel 5.16 Toepassingsbereik gebruiksactiviteit bedrijf - woongebied De regels in deze paragraaf zijn van toepassing op de gebruiksactiviteit 'bedrijf' binnen de locatie 'bedrijf woongebied’. Toelichting

De locatie ‘bedrijf - woongebied’ is toegekend aan percelen waar binnen de woongebieden bedrijfsactiviteiten worden toegestaan. Bepaalde type bedrijven zoals autobedrijven zijn hier expliciet uitgesloten omdat die afbreuk kunnen doen aan het woonkarakter.

Artikel 5.17 Toegestane gebruiksactiviteiten bedrijf - woongebied

Binnen de locatie 'bedrijf - woongebied' is de gebruiksactiviteit 'bedrijf’ toegestaan met uitzondering van: a. b. c. d. e. Toelichting

garagebedrijven; opslagbedrijven; zendinstallaties; datacentra; en de distributie van goederen, anders dan elektriciteit, gas en water. Deze bepaling is beleidsneutraal overgenomen uit het voorheen geldende bestemmingsplan voor deze locatie (het bestemmingsplan Stadswerven). Dat bestemmingsplan sloot via de Staat van Bedrijfsactiviteiten garagebedrijven, bedrijven die opslagboxen aanbieden (opslagbedrijven) of de distributie van goederen, anders dan elektriciteit, gas en water uit.

Artikel 5.18 Omvang en situering gebruiksactiviteit bedrijf - woongebied 1. De gebruiksactiviteit ‘bedrijf’ is uitsluitend toegestaan op de bouwlaag genoemd in de omgevingsnorm bouwlaag. 2. De bruto-vloeroppervlakte van de gebruiksactiviteit 'bedrijf' mag niet meer bedragen dan de omgevingsnorm [maximum vloeroppervlakte bruto bedrijf], gemeten in vierkante meters (m2). Toelichting

Als op een perceel de functie bedrijf is toegedeeld kan het – vanuit een evenwichtige toedeling van functies aan locaties - nodig zijn dit nader te beperken in omvang of bouwlaag. Door een omgevingsnorm wordt dat in dit artikel per perceel of gebied bepaald.

Afdeling 5.4 Culturele activiteiten Afdeling 5.5 Detailhandelsactiviteiten Afdeling 5.6 Dienstverleningsactiviteiten Paragraaf 5.6.1 Dienstverleningsactiviteiten Artikel 5.19 Toepassingsbereik gebruiksactiviteit dienstverlening 1. De regels in deze afdeling zijn van toepassing op de gebruiksactiviteit ‘dienstverlening’. 2. Onder de gebruiksactiviteit 'dienstverlening' wordt verstaan: het bedrijfsmatig verkopen en verlenen van zakelijke en persoonlijke diensten aan particulieren waarbij hoofdzakelijk publiek rechtstreeks te woord wordt gestaan en geholpen, anders dan in de uitoefening van een beroep of bedrijf aan huis. Toelichting

In dit artikel is gedefinieerd welke gebruiksactiviteiten onder het begrip dienstverlening in de meeste brede zin vallen. Omdat niet overal in Dordrecht deze brede toepassing van dienstverlening gewenst is, worden binnen deze afdeling locaties aangewezen waar een nadere inperking van dit brede begrip plaatsvindt. Voor een nadere toelichting op deze methodiek wordt verwezen naar de artikelsgewijze toelichting bij artikel 5.15.

Paragraaf 5.6.2 Gebruiksactiviteit dienstverlening - algemeen Artikel 5.20 Toepassingsbereik gebruiksactiviteit dienstverlening - algemeen De regels in deze paragraaf zijn van toepassing op de gebruiksactiviteit 'dienstverlening’ binnen de locatie 'dienstverlening’. Toelichting

De locatie ‘dienstverlening’ is toegekend aan percelen waar dienstverlening in de meeste brede zin wordt toegelaten. De toevoeging algemeen drukt deze brede toepassing uit.

Artikel 5.21 Toegestane gebruiksactiviteiten dienstverlening - algemeen Binnen de locatie 'dienstverlening' is de gebruiksactiviteit 'dienstverlening’ toegestaan, met uitzondering van de activiteit sekswerk. Toelichting

Deze paragraaf laat alle vormen van dienstverlening toe met uitzondering van sekswerk. Vanwege de ruimtelijke uitstraling van sekswerk op de omgeving wordt deze activiteit niet algemeen toegestaan. In voorkomende gevallen zal hiervoor in het omgevingsplan, bij volgende wijzigingen, een locatie ‘dienstverlening – sekswerk’ worden toegekend.

Artikel 5.22 Omvang en situering gebruiksactiviteit dienstverlening - algemeen

1. De gebruiksactiviteit ‘dienstverlening’ is uitsluitend toegestaan op de bouwlaag genoemd in de omgevingsnorm bouwlaag.

2. De bruto-vloeroppervlakte van de gebruiksactiviteit ‘dienstverlening’ mag niet meer bedragen dan de omgevingsnorm maximum vloeroppervlakte bruto dienstverlening, gemeten in vierkante meters (m2).

Toelichting

Bij percelen met de functie dienstleverlening kan het – vanuit een evenwichtige toedeling van functies aan locaties - nodig zijn de functie te beperken in omvang of bouwlaag. Door een omgevingsnorm wordt dat in dit artikel per perceel of gebied bepaald.

Afdeling 5.7 Horeca-activiteiten Paragraaf 5.7.1 Horeca-activiteiten Artikel 5.23 Toepassingsbereik gebruiksactiviteit horeca 1. De regels in deze afdeling zijn van toepassing op de gebruiksactiviteit 'horeca’. 2. Onder de gebruiksactiviteit 'horeca' wordt verstaan horeca 1 en horeca 2.

Toelichting

In dit artikel is gedefinieerd welke gebruiksactiviteiten onder het begrip horeca in de meeste brede zin vallen. Omdat niet overal in Dordrecht deze brede toepassing van horeca gewenst is, worden binnen deze afdeling locaties aangewezen waar een nadere inperking van dit brede begrip plaatsvindt. Voor een nadere toelichting op deze methodiek wordt verwezen naar de artikelsgewijze toelichting bij artikel 5.15.

Paragraaf 5.7.12 gebruiksactiviteit hHoreca - 1 activiteiten Artikel 5.1524 Toepassingsbereik gebruiksactiviteit horeca-1 De regels in deze paragraaf zijn van toepassing op gebruiksactiviteit ‘horeca-1’ binnen de locatie ‘horeca 1’. Toelichting

Deze paragraaf is opgenomen om locaties aan te wijzen voor de lichte horeca-activiteiten, in de begripsomschrijvingen omschreven als horeca-1.

Artikel 5.1625 Toegestane gebruiksactiviteiten horeca-1 Binnen de locatie ‘horeca 1’ is de gebruiksactiviteit ‘horeca-1’ toegestaan. Toelichting

De locaties waar horeca-1 wordt toegestaan is vooralsnog beperkt tot de nieuwe woningbouwlocatie Bouwhuys.

Artikel 5.1726 Omvang en situering gebruiksactiviteit horeca - 1 Binnen de locatie 'horeca 1' mag de bruto-vloeroppervlakte van de gebruiksactiviteit 'horeca-activiteit 1' niet meer bedragen dan 1000 m2vierkante meter (m2). de omgevingsnorm [maximum vloeroppervlakte bruto horeca-1], gemeten in vierkante meters (m2). Toelichting

Per locatie is bepaald welke omvang een horeca-1 vestiging mag hebben. Als geen omgevingsnorm is opgenomen voor bouwlaag, is horeca op alle bouwlagen toegestaan.

Afdeling 5.8 Kantooractiviteiten Paragraaf 5.8.1 Kantooractiviteiten Artikel 5.27 Toepassingsbereik gebruiksactiviteit kantoor 1. De regels in deze afdeling zijn van toepassing op de gebruiksactiviteit 'kantoor’. 2. Onder de gebruiksactiviteit 'kantoor’ wordt verstaan: het bedrijfsmatig verkopen en verlenen van zakelijke en persoonlijke diensten waarbij het publiek niet of slechts in ondergeschikte mate rechtstreeks te woord wordt gestaan en geholpen, anders dan in de uitoefening van een beroep of bedrijf aan huis. Toelichting

In dit artikel is gedefinieerd welke gebruiksactiviteiten onder het begrip kantooractiviteiten in de meeste brede zin vallen. Omdat niet overal in Dordrecht deze brede toepassing van kantoren gewenst is, worden binnen deze afdeling locaties aangewezen waar een nadere inperking van dit brede begrip plaatsvindt. Voor een nadere toelichting op deze methodiek wordt verwezen naar de artikelsgewijze toelichting bij artikel 5.15.

Paragraaf 5.8.2 Gebruiksactiviteit kantoor – algemeen Artikel 5.28 Toepassingsbereik gebruiksactiviteit kantoor - algemeen De regels in deze paragraaf zijn van toepassing op de gebruiksactiviteit 'kantoor' binnen de locatie 'kantoor'. Toelichting

De locatie ‘kantoor’ wordt toegekend aan percelen waar kantooractiviteiten zijn toegestaan.

Artikel 5.29 Toegestane gebruiksactiviteiten kantoor - algemeen Binnen de locatie 'kantoor' is de gebruiksactiviteit 'kantoor' toegestaan. Toelichting

Deze bepaling betreft een beleidsneutrale omzetting van de bestemmingsplanregel uit het bestemmingsplan dat hiervoor gold voor deze locatie (het bestemmingsplan Stadswerven). De betreffende regel in dat bestemmingsplan maakte onder andere kantooractiviteiten op de locatie mogelijk.

Artikel 5.30 Omvang en situering gebruiksactiviteit kantoor - algemeen 1. De gebruiksactiviteit ‘kantoor’ is uitsluitend toegestaan op de bouwlaag genoemd in de omgevingsnorm bouwlaag.

2. De bruto-vloeroppervlakte van de gebruiksactiviteit ‘kantoor’ mag niet meer bedragen dan de omgevingsnorm maximum vloeroppervlakte bruto kantoor, gemeten in vierkante meters (m2). Toelichting

Bij percelen met de functie kantoor kan het – vanuit een evenwichtige toedeling van functies aan locaties - nodig zijn de functie te beperken in omvang of bouwlaag. Door een omgevingsnorm wordt dat in dit artikel per perceel of gebied bepaald.

Afdeling 5.9 Maatschappelijke activiteiten Paragraaf 5.9.1 Maatschappelijke activiteiten Artikel 5.31 Toepassingsbereik gebruiksactiviteit maatschappelijk 1. De regels in deze afdeling zijn van toepassing op de gebruiksactiviteit 'maatschappelijk’ 2. Onder de gebruiksactiviteit 'maatschappelijk' wordt verstaan: een activiteit met het oog op sociale, maatschappelijke, educatieve of openbare dienstverlening, met inbegrip van gezondheidszorg, zorg- en welzijn, sociaal cultureel jeugd- en kinderopvang, onderwijs, religie, uitvaart en begraafplaats, bibliotheek en verenigingsleven. Toelichting

In dit artikel is gedefinieerd welke gebruiksactiviteiten onder het begrip maatschappelijke activiteiten in de meeste brede zin vallen. Omdat niet overal in Dordrecht deze brede toepassing van maatschappelijk gewenst is, worden binnen deze afdeling locaties aangewezen waar een nadere inperking van dit brede begrip plaatsvindt. Voor een nadere toelichting op deze methodiek wordt verwezen naar de artikelsgewijze toelichting bij artikel 5.15.

Paragraaf 5.9.2 Gebruiksactiviteit maatschappelijk algemeen Artikel 5.32 Toepassingsbereik gebruiksactiviteit maatschappelijk - algemeen De regels in deze paragraaf zijn van toepassing op de gebruiksactiviteit 'maatschappelijk' binnen de locatie 'maatschappelijk'. Toelichting

De locatie ‘maatschappelijk’ is toegekend aan percelen waar maatschappelijke activiteiten zonder beperkingen zijn toegestaan.

Artikel 5.33 Toegestane gebruiksactiviteiten maatschappelijk - algemeen Binnen de locatie 'maatschappelijk' is de gebruiksactiviteit 'maatschappelijke activiteit' toegestaan Toelichting

In dit artikel zijn geen uitzonderingen opgenomen ten opzichte van de brede omschrijving maatschappelijk in het toepassingsbereik.

Artikel 5.34 Omvang en situering gebruiksactiviteit maatschappelijk - algemeen 1. De gebruiksactiviteit ‘maatschappelijk’ is uitsluitend toegestaan op de bouwlaag genoemd in de omgevingsnorm bouwlaag. 2. De bruto-vloeroppervlakte van de gebruiksactiviteit ‘maatschappelijk’ mag niet meer bedragen dan de omgevingsnorm maximum vloeroppervlakte bruto maatschappelijk, gemeten in vierkante meters (m2). Toelichting

Als op een perceel de functie maatschappelijk is toegedeeld kan het – vanuit een evenwichtige toedeling van functies aan locaties - nodig zijn dit nader te beperken in omvang of bouwlaag. Door een omgevingsnorm wordt dat in dit artikel per perceel of gebied bepaald.

Paragraaf 5.9.2 Gebruiksactiviteit maatschappelijk - nietmilieugevoelig Artikel 5.1835 Toepassingsbereik gebruiksactiviteit maatschappelijk - niet-milieugevoelig 1. De regels in deze paragraaf zijn van toepassing op de gebruiksactiviteit 'maatschappelijk’ activiteit niet-milieugevoelig' binnen de locatie 'maatschappelijk - niet-milieugevoelig'. 2. Onder een gebruiksactiviteit 'maatschappelijke - activiteit niet-milieugevoelig' wordt verstaan: een niet-milieugevoelige activiteit gericht op sociale, maatschappelijke, educatieve of openbare dienstverlening, met inbegrip van gezondheidszorg, zorg- en welzijn, jeugd- en kinderopvang, onderwijs, religie, uitvaart en begraafplaats, bibliotheek en verenigingsleven, anders dan een recreatie-activiteit of sportactiviteit. Toelichting

Deze paragraaf is opgenomen om locaties aan te wijzen voor maatschappelijke voorzieningen die nietmilieugevoelig zijn. Het betreft hier functies zoals een kinderdagverblijf die uit oogpunt van een gezonde leefomgeving niet gewenst zijn in de nabijheid van bronnen zoals snelwegen, spoorlijnen en zware industrie.

Artikel 5.1936 Toegestane gebruiksactiviteiten maatschappelijk - niet-milieugevoelig

Binnen de locatie 'maatschappelijk - niet-milieugevoelig' is de gebruiksactiviteit 'maatschappelijke activiteit niet-milieugevoelig' toegestaan. maatschappelijk toegestaan, met uitzondering van milieugevoelige activiteiten Toelichting

De locaties waar maatschappelijk niet-milieugevoelig wordt toegestaan is vooralsnog beperkt tot de nieuwe woningbouwlocatie Bouwhuys.

Artikel 5.2037 Omvang en situering gebruiksactiviteit maatschappelijk - niet-milieugevoelig De bruto-vloeroppervlakte van de gebruiksactiviteit 'maatschappelijke activiteit niet-milieugevoelig' mag niet meer bedragen dan de omgevingsnorm [maximum vloeroppervlakte bruto maatschappelijk nietmilieugevoelig], gemeten in vierkante meters (m2). Toelichting

Per locatie is door een omgevingsnorm bepaald welke omvang een maatschappelijke voorziening mag hebben.

Afdeling 5.10 Nutsvoorzieningen Afdeling 5.11 Recreatie-activiteiten Paragraaf 5.11.1 Recreatie-activiteiten Paragraaf 5.11.1 Recreatie-activiteiten Artikel 5.38 Toepassingsbereik gebruiksactiviteit recreatie 1. De regels in deze afdeling zijn van toepassing op de gebruiksactiviteit 'recreatie’. 2. Onder de gebruiksactiviteit 'recreatie’ wordt verstaan: een activiteit gericht op het faciliteren van ontspanning of vrijetijdsbesteding, anders dan een sportactiviteit. Toelichting

In dit artikel is gedefinieerd welke gebruiksactiviteiten onder het begrip recreatie in de meeste brede zin vallen. Omdat niet overal in Dordrecht deze brede toepassing van recreatie gewenst is, worden binnen deze afdeling locaties aangewezen waar een nadere inperking van dit brede begrip plaatsvindt. Voor een nadere toelichting op deze methodiek wordt verwezen naar de artikelsgewijze toelichting bij artikel 5.15.

Paragraaf 5.11.12 Gebruiksactiviteit recreatie - dagrecreatie Artikel 5.2139 Toepassingsbereik gebruiksactiviteit recreatie - dagrecreatie 1. Deze paragraaf is van toepassing op de gebruiksactiviteit 'dagrecreatie-activiteit recreatiedagrecreactie’ binnen de locatie ‘recreatie-dagrecreatie’; 2. Onder dagrecreatie-activiteit wordt verstaan: dagrecreatie, met uitzondering van een massagesalon, casino en prostitutie. Toelichting

Deze paragraaf is opgenomen om locaties aan te wijzen voor dagrecreatie. Het betreft hier een vorm van recreatie die alleen overdag mag worden uitgeoefend en niet gericht is op nachtverblijf.

Artikel 5.2240 Toegestane gebruiksactiviteiten recreatie-dagrecreatie Binnen de locatie 'recreatie-dagrecreatie' is de gebruiksactiviteit 'recreatie-dagrecreatie' toegestaan, met uitzondering van activiteiten die langer dan een dag duren of activiteiten waarbij een overnachting plaatsvindt;

Artikel 5.41 Omvang en situering gebruiksactiviteit recreatie-dagrecreatie 1. De gebruiksactiviteit ‘recreatie-dagrecreatie’ is uitsluitend toegestaan op de bouwlaag genoemd in de omgevingsnorm bouwlaag. 2. De bruto-vloeroppervlakte van de gebruiksactiviteit ‘recreatie-dagrecreatie’ mag niet meer bedragen dan de omgevingsnorm maximum vloeroppervlakte bruto dagrecreatie, gemeten in vierkante meters (m2). Toelichting

De locaties waar dagrecreatie wordt toegestaan is gebaseerd op de gebiedsindeling uit de omgevingsvisie.

Afdeling 5.12 Sportactiviteiten Afdeling 5.13 Verkeer Afdeling 5.14 Wonen Paragraaf 5.14.1 Wonen Artikel 5.42 Toepassingsbereik gebruiksactiviteit wonen 1. De regels in deze afdeling zijn van toepassing op de gebruiksactiviteit 'wonen’. 2. Onder de gebruiksactiviteit ‘wonen’ wordt verstaan: het houden van verblijf, het huren en het laten bewonen van onzelfstandige woonruimte. een activiteit gericht op het bewonen van een woonruimte bedoeld voor de huisvesting van een of meer huishoudens. Toelichting

In dit artikel is gedefinieerd welke gebruiksactiviteiten onder het begrip wonen in de meeste brede zin vallen. Het begrip wonen omvat diverse vormen van huisvesting, waaronder kamerverhuur aan personen die niet tot hetzelfde huishouden behoren, huisvesting van arbeidsmigranten, bedrijfswoningen, wonen in een zorgcomplex, wonen in woonwagens en woonschepen, short stay (langer dan 6 maanden). Omdat niet overal in Dordrecht deze brede toepassing van dienstverlening wonen gewenst is, worden binnen deze afdeling locaties aangewezen waar een nadere inperking van dit brede begrip plaatsvindt. Voor een nadere toelichting op deze methodiek wordt verwezen naar de artikelsgewijze toelichting bij artikel 5.15.

Paragraaf 5.14.1 Wonen - woningen Artikel 5.2343 Toepassingsbereik gebruiksactiviteit wonen - woningen 1. De regels in deze paragraaf zijn van toepassing op de gebruiksactiviteit ‘wonen-woningen’ binnen de locatie ‘wonen’. 2. Onder de woonactiviteit wordt verstaan: wonen. Toelichting

Deze paragraaf is opgenomen om locaties aan te wijzen voor wonen in eengezinswoningen, al dan niet gestapeld. Het betreft hier de reguliere vorm van wonen met per woning een huishouden en beperkte mogelijkheden voor onzelfstandige woonruimte. Afwijkende woonvormen zoals zorgwoningen of studentenhuisvesting worden niet onder wonen toegestaan. Daarvoor is een aanvullende functietoedeling nodig.

Artikel 5.2444 Toegestane gebruiksactiviteiten wonen - woningen 1. Binnen de locatie 'wonen' is de gebruiksactiviteit 'woonactiviteit' toegestaan. wonen-woningen toegestaan, waarbij per woning de huisvesting van maximaal één huishouden is toegestaan, en bewoning in onzelfstandige woonruimten tot 4 personen per woning is toegestaan. 2. Binnen de locatie 'wonen' is de gebruiksactiviteit wonen-woningen toegestaan, waarbij per woning: a. de huisvesting van maximaal één huishouden is toegestaan; en b. bewoning in onzelfstandige woonruimten tot 4 personen per woning is toegestaan. Toelichting

De locaties waar ‘wonen algemeen’ wordt toegestaan is vooralsnog beperkt tot de nieuwe woningbouwlocatie Bouwhuys. Het betreft hier de reguliere vorm van wonen met per woning een huishouden en beperkte mogelijkheden voor onzelfstandige woonruimte. Afwijkende woonvormen zoals zorgwoningen, huisvestiging arbeidsmigranten of studentenhuisvesting worden niet onder wonen woonwijken toegestaan. Van een huishouden is sprake wanneer de bewoners in continuïteit samenleven, de intentie hebben hun samenwoning voor langere tijd voort te zetten, en in belangrijke mate gezamenlijk voorzien in het dagelijks huiselijk leven. Niet als huishouden worden aangemerkt: groepen personen zonder onderlinge verbondenheid of continuïteit, waaronder wisselend samengestelde groepen zoals arbeidsmigranten, seizoenarbeiders of andere vormen van groepsgewijze bewoning zonder gezamenlijk duurzaam huishouden. Woonvormen die gekoppeld zijn aan (maatschappelijke) zorg vallen eveneens niet onder het begrip wonen woonwijken. De ruimte die dit artikel biedt aan onzelfstandige woonruimte wordt overigens nader ingeperkt door de gemeentelijke Huisvestigingsverordening.

Artikel 5.2545 Omvang en situering wonen - woningen Het aantal woningen mag niet meer bedragen dan de omgevingsnorm [maximum aantal woningen]. Toelichting

Per locatie is door een omgevingsnorm bepaald hoeveel woningen gebouwd mogen worden.

Artikel 5.2646 Mantelzorg bij bestaand bouwwerk wonen - woningen Het gebruiken van een bestaand bouwwerk voor huisvesting in verband met mantelzorg is toegestaan. Toelichting

Regel die beleidsneutraal is overgenomen uit de bruidsschat.

Artikel 5.2747 Gebruik hoofdgebouwen en bijgebouwen wonen - woningen Verblijfsruimten voor de keuken, slaapkamers en badkamers zijn uitsluitend toegestaan in het hoofdgebouw en de uitbreidingen die direct in verbinding staan met het hoofgebouw.

Toelichting

Deze regel is beleidsneutraal overgenomen uit de bruidsschat.

Afdeling 8.6 Molenbiotoop Paragraaf 8.3.1 Molenbiotoop Artikel 8.51 Toepassingsbereik molenbiotoop Deze afdeling is van toepassing op het verrichten van activiteiten binnen de locatie molenbiotoop. Toelichting

Binnen de gemeente bevindt zich de stellingmolen Kijck over den Dijck aan de Noordendijk 144. Deze molen is onder andere vanwege haar historische belang als Rijksmonument aangewezen en geniet daardoor de nodige bescherming op diverse vlakken. Een van de gronden op basis waarvan de molen wordt beschermd, ziet toe op de omgeving van de molen: de zogenaamde molenbiotoop. Dit gebied rondom molens wordt om verschillende redenen ook van belang geacht, onder meer omdat ruimte rondom molens nodig is voor een vrije windvang en een vrij zicht op molens. Het omgevingsplan dient regels te bevatten die die belangen voor de omgeving van molens waarborgen en in dit geval geldt dat specifiek voor Kijck over den Dijck, de enige molen binnen de gemeente. In deze afdeling wordt daarin voorzien door regels te stellen voor het verrichten van activiteiten binnen de locatie van de molenbiotoop van Kijck over den Dijck. Het artikel waar deze toelichting betrekking op heeft, verklaart die regels van toepassing op activiteiten binnen die locatie.

Artikel 8.52 Oogmerk molenbiotoop De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op het behoud van cultureel erfgoed, waaronder het garanderen van een vrije windvang en het zicht op molens. Toelichting

De regels over de molenbiotoop van de molen Kijck over den Dijck zijn opgesteld vanuit het oogpunt van cultureel erfgoed, en met name ter bescherming van een vrije windvang en het zicht op de molen. Dat oogmerk wordt in dit artikel nog nader benadrukt zodat helder wordt wat de achterliggende reden is voor het opstellen van de regels in deze paragraaf.

Artikel 8.53 Algemene regel molenbiotoop Binnen de locatie 'molenbiotoop' mag de maximale bouwhoogte van een bouwwerk niet meer bedragen dan 1 meter per 30 meter afstand, gerekend vanaf het middelpunt van de molen. Toelichting

Dit artikel stelt beperkende voorwaarden aan de hoogte voor bebouwing binnen de molenbiotoop. Dit met het doel te voorkomen dat bouwwerken in dat gebied dusdanig in hoogte kunnen toenemen dat daardoor de vrije windvang en het zicht op de molen te veel wordt belemmerd. Het artikel ziet dus toe op het garanderen van de vrije windvang en het zicht op molens. De Zuid-Hollandse Omgevingsverordening bepaalt de maximale hoogte waaraan in het omgevingsplan vastgehouden moet worden voor nieuwe bebouwing binnen de molenbiotoop. Bij molens in een bestaand stads- en dorpsgebied, zoals het geval is bij de molen Kijck over den Dijck, geldt dat per 30 meter de toegestane hoogte van een bouwwerk met 1 meter mag toenemen. De molenbiotoop heeft, berekend vanuit het middelpunt van de molen, een omvang van in totaal 400 meter.

Hoofdstuk 10 Infrastructuur Afdeling 10.1 [gereserveerd] Afdeling 10.2 [Hoogspanningsverbindingen] Afdeling 10.3 [Leidingen]

Afdeling 10.4 Energie-opslagsystemen Paragraaf 10.4.1 Energie-opslagsystemen Artikel 10.10 Toepassingsbereik energie-opslagsystemen 1. Deze paragraaf gaat over de activiteit ‘in gebruik nemen van een energie-opslagsysteem’. 2. Onder de activiteit ‘in gebruik nemen van een energie-opslagsysteem’ wordt verstaan: het bedrijfsmatig in gebruik nemen van een opslagsysteem voor elektrische energie met een totaal opgestelde capaciteit van 1 MWh en daarboven en met een vermogen van 1 MW en daarboven. 3. Deze paragraaf gaat niet over het in gebruik nemen van een energie-opslagsysteem dat niet is aangesloten op het elektriciteitsnet. Toelichting

Dit artikel bepaalt dat de regels in deze paragraaf gaan over het bedrijfsmatig in gebruik nemen (vergelijkbaar met exploiteren) van een energie-opslagsysteem (EOS) met een vermogen van 1 MW en meer en een opslagcapaciteit van 1 MWh en meer. Door het woord bedrijfsmatig op te nemen richten deze regels zich op energieopslagsystemen met een zakelijk of commercieel doel en worden thuis- en (coöperatieve) buurtbatterijen uitgesloten. Het zal vooral gaan over energie-opslagsystemen voor bedrijven op bedrijventerreinen. De regel geldt voor heel het grondgebied van de gemeente Dordrecht. Hierbij is een ondergrens van 1 MWh vastgelegd in het belang van veiligheid. De ondergrens is bepaald aan de hand van effectafstanden uit het scenarioboek Omgevingsveiligheid van het NIFV (Nederlands Instituut voor Publieke Veiligheid). Installaties met een lagere capaciteit zijn niet relevant voor externe veiligheid.

Artikel 10.11 Oogmerken energie-opslagsystemen 1. De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: a. het behouden van de mogelijkheden voor verduurzaming van bedrijfsactiviteiten; b. het bevorderen van duurzame en netbewuste ruimtelijke ontwikkelingen; c. het op zo kort mogelijke afstand van elkaar realiseren van vraag naar en aanbod van energie; d. het kunnen overschakelen van fossiele energie naar hernieuwbare energie; en e. het in stand houden van een veilige leefomgeving. 2. Voor zover deze paragraaf gaat over het opwekken, transporteren en leveren van elektriciteit zijn de regels niet gesteld met het oog op de energievoorziening, bedoeld in artikel 6.12 van de Energiewet. Toelichting

Dit artikel geeft aan dat de regels zijn gesteld met het oog op bepaalde doelen. Deze doelen sluiten aan bij de omgevingsvisie van de gemeente Dordrecht. Het gaat om doelen op het gebied van verduurzaming en energietransitie en op gebied van omgevingsveiligheid. Het tweede lid geeft aan dat de regels niet gesteld zijn met het oog op de energievoorziening. Dat oogmerk is voorbehouden aan de Energiewet.

Artikel 10.12 Vergunningplichtige gevallen energie-opslagsystemen Het is verboden zonder omgevingsvergunning de activiteit ‘in gebruik nemen van een energieopslagsysteem’ te verrichten. Toelichting

In dit artikel is bepaald dat een omgevingsvergunning is vereist voor het in gebruik nemen van een energieopslagsysteem met een vermogen van 1 MW of meer en een opslagcapaciteit van 1 MWh of meer. Zie ook het toepassingsbereik.

Artikel 10.13 Aanvraagvereisten energie-opslagsystemen 1. Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning voor het in gebruik nemen van een energieopslagsysteem, als bedoeld in artikel 10.12, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. gegevens over de energiehuishouding van het energie-opslagsysteem;

b. gegevens over de wijze waarop wordt voorkomen dat het energie-opslagsysteem transportschaarste veroorzaakt of daaraan bijdraagt; c. een situatietekening en systeemspecificaties van het energie-opslagsysteem; d. gegevens over de wijze waarop het energie-opslagsysteem wordt beheerd;

e. de wijze waarop wordt voldaan aan PGS 37-1, als lithiumhoudende energiedragers worden toegepast; en

f. een kwantitatieve risicoanalyse inclusief het rekenbestand, die inzage geeft in: 1° het plaatsgebonden risico, bedoeld in bijlage 1 van het Besluit kwaliteit leefomgeving; en 2° de omvang van het explosie- en gifwolkaandachtsgebied, bedoeld in bijlage 1 van het Besluit kwaliteit leefomgeving. 2. In plaats van een rekenbestand als bedoeld in het eerste lid, onder d, mag ook verwezen worden naar een tabel met vaste afstanden voor het plaatsgebonden risico en de omvang van het explosie- en gifwolk aandachtsgebied. Toelichting

In dit artikel is bepaald welke gegevens door de aanvrager aangeleverd moeten worden voor de aanvraag omgevingsvergunning voor een energie-opslagsysteem. Bij de aanvraag om een vergunning worden gegevens over de locatie, een beschrijving van bepaalde onderdelen en gegevens ten aanzien van veiligheid geëist. De gemeente gebruikt deze informatie voor de beoordeling van de aanvraag van de omgevingsvergunning. Onder a t/m d Vanuit de verduurzamingsopgave is het belangrijk om gegevens te ontvangen over de grootte van de (toekomstige) aansluiting en het voorgenomen transportvermogen van de in gebruik te nemen energieopslagsysteem/systemen. Dit vangen wij onder de term ‘energiehuishouding’. De grootte omvat onder andere het aantal MW vermogen en MWh capaciteit. Het transportvermogen omvat onder andere bijvoorbeeld gegevens/cijfers over de afname en invoeding op het elektriciteitsnet. Ook een onderdeel van de energiehuishouding vormen de gegevens over de relatie van het energie-opslagsysteem met de omgeving, bijvoorbeeld de hoofdfunctie zonnepanelen. Oftewel inzicht in hoe het energie-opslagsysteem wordt gebruikt. Uit de gegevens moet blijken dat het energie-opslagsysteem op zichzelf niet de hoofdfunctie is maar juist een functie heeft die ondersteunend is aan de functie in de omgeving.

Bijvoorbeeld om de opwek van zonnepanelen op bedrijventerreinen evenwichtig te verdelen aan de bedrijven in de omgeving die daardoor niet beperkt worden in hun ruimtelijke ontwikkeling. Gegevens over transportschaarste worden gevraagd om inzicht te krijgen in mogelijk negatieve effecten van het energie-opslagsysteem op de verduurzamingsopgave voor het energienet. Oftewel gegevens of de het energieopslagsysteem kan worden ingezet om stroomopwerkpieken op te vangen en/of afnamepieken te verkleinen. Wat bijvoorbeeld netcongestie veroorzaakt en daarmee de ruimtelijke ontwikkeling op slot zet is het opladen van een energie-opslagsysteem tussen 16 en 21 uur (piek). Met deze gegevens wordt niet bedoeld een capaciteitssturingscontract, want dat is de Energiewet. Ook wordt gevraagd om inzicht te geven via een situatietekening in de positionering en gegevens over de elektrische specificaties van het in gebruik te nemen energie-opslagsysteem. Ten aanzien van veiligheid moet een risicoanalyse met een aantal specifieke onderdelen worden aangeleverd. Zie hiervoor de rekenmethode van het RIVM: Bepalen afstanden EOS'en en opslagen met lithiumhoudende energiedragers | RIVM In voorbereiding op de toekomstige regelgeving die door het rijk voor energie-opslagsystemen wordt opgesteld is het tweede lid opgenomen.

Wanneer voor standaard situaties vaste afstanden zijn vastgesteld door het rijk hoeft geen QRA te worden opgesteld. Zodra deze tabel met vaste afstanden als conceptregelgeving van het rijk wordt gepubliceerd kan hiernaar worden verwezen. De aanvraag moet wel aantonen dat invulling wordt gegeven aan een standaard situatie.

Artikel 10.14 Beoordelingsregels energie-opslagsystemen De omgevingsvergunning voor het in gebruik nemen van een energie-opslagsysteem, bedoeld in artikel 10.12, wordt in ieder geval geweigerd als de activiteit: a. de verduurzaming en groei van bedrijfsactiviteiten verhindert; b. een systeem is waarbij de energie-opslagsysteem de hoofdfunctie is; c. niet voorziet in een plaatselijke behoefte van vraag en aanbod van elektriciteit; d. de ruimtelijke ontwikkeling van het gebied verhindert;

e. het energie-opslagsysteem niet voldoet aan PGS 37-1; f. het energie-opslagsysteem leidt tot een plaatsgebonden risicocontour van 1 op de 1.000.000 per jaar (PR10 -6 /jr) buiten het terrein waarop de activiteit wordt geëxploiteerd; of g. het explosie- of gifwolkaandachtsgebied over een kwetsbaar of zeer kwetsbaar gebouw of een kwetsbare locatie is gelegen. Toelichting

In dit artikel volgen de beoordelingsregels van het bevoegd gezag. Dit artikel maakt duidelijk onder welke voorwaarden het bevoegd gezag de vergunning kan verlenen of weigeren. Ook wordt aangegeven hoe gevolgen van activiteiten worden afgewogen. De gemeente heeft de ambitie om energieneutraal te zijn in 2040 en een belangrijk onderdeel daarvan is het bevorderen van het gebruik van duurzame energie. Energie-opslagsystemen (EOS) kunnen in deze energietransitie lokaal een bijdrage leveren. Plaatsing kan gezien de eigenschappen van een EOS niet zonder meer en op iedere plaats. Daarom zijn de volgende beoordelingsregels opgenomen: Onder a is opgenomen dat het in gebruik nemen van een EOS de verduurzaming van bedrijfsactiviteiten niet mag verhinderen. Deze beoordelingsregel ziet op de doelstelling om bedrijven te verduurzamen door middel van o.a. het gebruik van duurzame energie. Het verduurzamen van lokale bedrijven is belangrijk voor het tegengaan van klimaatverandering en het bevorderen van een goed woon- en leefklimaat en bedrijfsactiviteiten zijn daarnaast ook belangrijk zijn voor de economisch-stedelijke ontwikkeling van de gemeente. Daarom is het noodzakelijk dat bedrijfsactiviteiten niet worden gehinderd door het in gebruik nemen van een EOS.

Onder b is opgenomen dat de vergunning wordt geweigerd als het een aanvraag betreft waarbij het energieopslagsysteem de hoofdfunctie is. Anders gezegd, het gaat om een stand-alone batterij of een energieopslagsysteem dat niet ten dienste staat van de functies zoals toegedeeld aan locaties in het omgevingsplan. Een EOS is op zichzelf niet een functie die we zelfstandig willen toestaan op een bedrijventerrein (vergelijkbaar aan andere functies zoals opslagbedrijven die we ook uitsluiten) . Dat is alleen anders als de EOS ten dienste staat of bijdraagt aan de evenwichtige toedeling van functies aan locaties in het omgevingsplan. Bijvoorbeeld als voor het goed functioneren van een bedrijventerreinen een EOS nodig of wenselijk is, is sprake van een functie ten dienste van de toegestane bedrijven en kan een vergunning worden verleend. Onder c is opgenomen dat het in gebruik nemen van een EOS als doelstelling heeft om te voorzien in een plaatselijke behoefte van vraag en aanbod van elektra. In Dordrecht is er beperkt ruimte op het elektriciteitsnet terwijl de energietransitie naar duurzaam opgewekte energie veel van het elektriciteitsnet gaat vragen.

Vanuit de wens om op zo kort mogelijke afstand van elkaar vraag naar en aanbod van energie te realiseren en het ruimte geven aan lokale bedrijfsactiviteiten is het noodzakelijk dat een EOS voorziet in lokale behoefte van vraag en aanbod in elektra. Onder d is opgenomen dat het in gebruik nemen van een EOS de ruimtelijke ontwikkeling van het gebied niet in de weg moet staan. Door de beperkte aansluitcapaciteit op het elektriciteitsnet en de grote aanslag die een EOS daarop kan hebben, kunnen andere ruimtelijke en economische ontwikkelingen in de stad verhinderd worden. Het is dus van belang dat er niet een wildgroei aan EOS ontstaat. Onder e t/m g is opgenomen dat een EOS in de exploitatiefase niet mag leiden tot externe veiligheidsrisico's, geluidshinder en/of beperkingen voor de omgeving. Voor het aspect externe veiligheid is het beoordelingskader van de omgevingsvisie 2.0 (bijlage 5) toegepast. Hierop zijn de beoordelingsregels op gebaseerd. Kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen en kwetsbare locaties zijn gedefinieerd in bijlage 1 bij het Besluit kwaliteit leefomgeving.

Artikel 10.15 Advies energie-opslagsystemen Voordat op de aanvraag om een omgevingsvergunning, bedoeld in artikel 10.12, wordt beslist, wordt door het college in de volgende gevallen advies ingewonnen: a. bij de beheerder van de rijks(water)wegen (Rijkswaterstaat) als binnen 25 meter van de rand van de (water)weg een energie-opslagsysteem in gebruik wordt genomen; b. bij de beheerder van de hoogspanningsstations en bovengrondse hoogspanningsverbindingen (TenneT) als binnen 50 meter, gemeten vanaf het hek van het hoogspanningsstation tot aan het hek van de geplande energieopslag of gemeten vanaf de buitenste geleiders van een bovengrondse hoogspanningsverbinding tot aan de geplande energieopslag, een energieopslagsysteem in gebruik wordt genomen.

Toelichting

In dit artikel is bepaald dat in bepaalde gevallen voor een aanvraag voor het in gebruik nemen van een energieopslagsysteem advies wordt in gewonnen bij de organisaties Rijkswaterstaat en TenneT, zijnde beheerders van grote infrastructuur. Specifiek wanneer binnen 25 meter vanaf de rand van een rijks(snel)weg of een rijks water/vaarweg, waar ook constructies zoals viaducten en bruggen zijn geplaatst, een EOS wordt geplaatst vraagt het College om een advies van Rijkswaterstaat. Aanvullend worden in twee gevallen advies van TenneT gevraagd: als binnen 50 meter vanaf het hek van het hoogspanningsstation een EOS in gebruik wordt genomen als binnen 50 meter vanaf de buitenste geleiders van een bovengrondse hoogspanningsverbinding een EOS in gebruik wordt genomen

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/1102/documents/47710