CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Notulen Commissie Sociale Leefomgeving 30 november 2021 - getekend.pdf

Commissie Sociale Leefomgeving Dordrecht 30 november 2021, gemeente DordrechtBij agendapunt: 16: Vastgestelde besluitenlijst en notulen29.368 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

VERSLAG VAN DE OPENBARE VERGADERING VAN DE COMMISSIE SOCIALE LEEFOMGEVING DORDRECHT D.D. 30 NOVEMBER 2021 Vergaderkamer 5

Voorzitter: Dhr. Van Verk Commissiegriffier: Mevr. Van Poppel Verslag: NotuBiz Aanwezig: Dhr. Arink (Inspreker) Mevr. Van Benschop (GroenLinks) Dhr. Bosman (CU/SGP) Dhr. Boersma (CU/SGP) Dhr. Burakcin (GroenLinks) Dhr. Van Dam Timmers (CDA) Mevr. Felten (Inspreker) Mevr. De Fouw (Gewoon Dordt) Dhr. Van de Giessen (Inspreker) Mevr. Den Hartigh (Inspreker) Dhr. Den Heijer (VVD) Dhr. Merx (VVD) Dhr. Van der Net (VVD) Dhr. Odijk (Inspreker) Dhr. Schalken (Beter voor Dordt) Dhr. Schoon (Inspreker) Mevr. Stevens (PvdA) Mevr. Stolk (VSP) Mevr. Striebeck (VSP) Dhr. Tiebosch (D66) Portefeuillehouders: Wethouder M. Stun Opening

1. Opening, mededelingen en vaststellen agenda De voorzitter: Goedenavond iedereen op deze helaas weer digitale vergadering van de commissie sociaal. Ik ben ook nog eens ingelogd onder de naann van Denise, omdat ik mijn eigen spullen niet opgestart krijg. Maar, goed. Desalniettemin gaan we van start. We hebben afnneldingen van Loudy Nijhof. En nneer afmeldingen zie ik niet. Ik ga even voor de kijkers thuis langs wie er allennaal deelnemen aan deze vergadering. Ik ga u een voor een opnoemen. En daarna gaan we inhoudelijk van start. Ik hoor iemand iets zeggen, maar misschien. Wil iemand iets zeggen? Oke. Ik ga eerst de nannen noemen. Om te beginnen is dat mevrouw Van Poppel, onze griffier. Dan nnevrouw De Fouw van Gewoon Dordt. Meneer Arink, Casper Arink. Ik weet niet waar die van is. Dat is een externe. Kunt u zich even nnelden?

1

De heer Arink: Ja, ik ben Casper Arink. Ik ben vertegenwoordiging van de hockeyclub DMHC in Dordrecht. De voorzitter: Oke. We gaan u zo direct horen. Welkom overigens. Mevrouw Striebeck van de VSP. Mevrouw Striebeck: Aanwezig, voorzitter. De voorzitter: Meneer Bosman van de CU/SGP. De heer Bosman: Aanwezig, voorzitter. De voorzitter: Mevrouw Van Benschop van GroenLinks. Mevrouw Van Benschop: Aanwezig. De voorzitter: Meneer Schalken van Beter voor Dordt. De heer Schalken: Ja, aanwezig, voorzitter. De voorzitter: Meneer Van Dam Timmers. Mooi plaatje, Dave. Meneer Van Dam Timmers van het CDA. De heer Van Dam Timmers: Ja, aanwezig, voorzitter. Goedenavond. De voorzitter: Goedenavond. Meneer Tiebosch van D66. De heer Tiebosch: Aanwezig, voorzitter. De voorzitter: Meneer Schoon, een van de insprekers. Misschien kunt u zich even melden, mijnheer Schoon? Van EBOH. Nog niet aanwezig. Meneer Odijk, ook van EBOH. De heer Odijk: Mijn naam is Herman Odijk, bestuurder van sportvereniging RCD. De voorzitter: Oke. We gaan u zo direct horen. Mevrouw Stevens van de PvdA. Mevrouw Stevens: Aanwezig, voorzitter. Goedenavond. De voorzitter: Goedenavond. Meneer Boersma van de CU/SGP. De heer Boersma: Ja, goedenavond. Ik ben er ook. Ben ik verstaanbaar of niet? De voorzitter: Ik hoorde u in ieder geval wel. Meneer Van der Net van de VVD. De heer Van der Net: Ik ben er, voorzitter. De voorzitter: Oke.

Meneer Den Hartigh, een gast in deze vergadering van. Of mevrouw Den Hartigh. Secretaris van de tennisvereniging CC. En dan zie ik toch een nneneer.

2

Mevrouw Den Hartigh: Nee, hoor. Ik ben een nnevrouw. De voorzitter: Sorry, mijn excuus. Meneer Merx van de VVD. De heer Merx: Aanwezig, voorzitter. Goedenavond. De voorzitter: Mevrouw Stolk van de VSP. Mevrouw Stolk: Aanwezig, voorzitter. De voorzitter: Meneer Den Heijer van de VVD. De heer Den Heijer: Present, voorzitter. De voorzitter: Meneer Stam van het college. De heer Stam: Aanwezig, voorzitter. De voorzitter: Dan hebben we volgens mij iedereen gehad. Klopt dat? Ben ik iemand vergeten? De heer Van de Giessen: Ja, mij voorzitter. Bart van de Giessen, DMHC. En inspreker vanavond. De voorzitter: Oke. Nou, dan zien we u ook zo direct terug. In ieder geval hartelijk welkom. De heer Van de Giessen: Dank u wel. De voorzitter: Mededelingen. Zijn er mededelingen te doen vanuit de commissie of het college? Niet. Het vaststellen van de agenda. U weet de regels rondonn het digitale vergaderen. Dat ga ik niet nog eens een keer herhalen. We streven ernaar om, om elf uur de zaak af te sluiten of zoveel eerder als dat kan. Kan de connmissie verder instennmen met de agenda? Ik wit een opnnerking nnaken bij de agenda. Er hebben drie insprekers zich gemeld voor het onderdeel sportparken. Er is een inspreker gemeld bij het onderwerp discrinninatie. Dat is mevrouw Felten. Zij heeft echter een beperkte tijd.

Ik wilde voorstellen dat wanneer wij na kwart voor negen klaar zijn met de insprekers voor de sportparkenvisie, dat we dan eerst even overgaan naar nnevrouw Felten om haar verhaal te doen. Want zij kan slechts tot kwart voor tien haar verhaal doen. Dus als we in dat venster dat kunnen doen, dan moet dat allennaal lukken. Mijnheer Schalken. De heer Schalken: Nee, voorzitter. Ik gaf alleen maar aan dat ik akkoord was met uw voorstel. De voorzitter: Ik zie het, ja. Mijn excuus. Ik zie het. Prima zegt iedereen. Nou, dan gaan we het zo doen.

2. Vaststellen besluitenlijst Commissie Sociale leefomgeving 24 november 2021

3

De voorzitter: Het vaststellen van de besluitenlijst van 24 november. Er zijn geen wijzigingsvoorstellen ingediend, dus ik neem aan dat dat zonder wijziging akkoord kan worden bevonden.

3. Vragen aan het College De voorzitter: Dan zijn we al aan punt drie. Vragen aan het college. Er zijn geen vragen binnengekomen, zover ik zie. Nee, geen vragen binnengekomen aan het college, dus ik neem aan dat wij door kunnen naar het volgende agendapunt.

Stukken ter bespreking 4. Vaststellen Programma Sportparken 2022-2030 — Raadsvoorstel De voorzitter: En dat is het eerste bespreekstuk. Namelijk het programma sportparken 2022-2030. Zoals ik al melde zijn er drie insprekers gemeld. Ik wilde starten met mevrouw Jos den Hartigh van de tennisvereniging CC. Mevrouw Den Hartigh, welkom. Mevrouw Den Hartigh: Ja, goedenavond leden van de commissie. De voorzitter: U heeft ongeveer vijf minuten om uw verhaal te doen. En daarna ga ik naar de volgende inspreker. Ik denk dat u daar genoeg aan heeft. Mevrouw Den Hartigh: Ja. De voorzitter: Gaat uw gang. Mevrouw Den Hartigh: Ja, ik ben dus Jos den Hartigh. Ik ben secretaris van tennis- en padelvereniging CC. En ik ben hier namens vooral de voorzitter van de vereniging, Ge van Strien, die verhinderd was vanavond. En het gaat ons eigenlijk om een aantal zaken uit de sportparkenvisie. En wij zouden graag zien dat u in de discussie over die visie ook de disbalans bespreekt tussen enerzijds de indirect gesubsidieerde sporten en anderzijds bijvoorbeeld de tennis- en de padelsport, die volledig op eigen benen moeten staan. En ook hoe die disbalans wordt rechtgetrokken in de toekomst. Want het lijkt vooral gebaseerd te zijn, niet zo zeer gebaseerd te zijn op een heldere sportvisie en daarop gebaseerde keuzes en kaders, maar meer op historische gegroeide scheefgroei.

En ook tennis- en padelverenigingen willen graag een gemeente die meedenkt, nneedoet en waar nnogelijk subsidieert, om ook de tennis- en padelsport in Dordrecht overeind te houden. Met als doel dat ook deze sporten bereikbaar zijn voor de Dordtenaren. Tennis is de tweede sport in Nederland qua aantal beoefenaars. En alleen in Dordrecht zijn er al ruim 3.300 leden van de diverse tennisverenigingen. Veel sportcomplexen zijn eigendom van de gemeente. Die verenigingen die op grond van de gemeente staan of in een complex van de gemeente zitten worden of rechtstreeks of indirect door een lagere huur gesubsidieerd. Uit het sportkompas 2017 wordt duidelijk dat de kosten voor de gemeente voor aanleg, onderhoud en vervanging van velden en dergelijke voor slecht 20 tot 25 procent worden goedgemaakt uit huuropbrengsten. En als zo'n vereniging een nieuw kunstgrasveld, ledverlichting, of wat dan ook nodig heeft, konnt dat er vroeg of

4

laat ook wel. Denk bijvoorbeeld aan het kunstgrasveld bij Emma, het kunstgrasveld aan de Kromnnedijk en het nieuwe complex voor voetbalvereniging Dubbeldam. Dat voorgaande, dat staat eigenlijk in schil contrast met wat de tennisverenigingen hebben. Mijn eigen vereniging, die volgend jaar trouwens honderd jaar bestaat, met 850 leden en tien tennisbanen heeft uit eigen middelen flink geinvesteerd in de vereniging. Zo hebben wij twee padelbanen aangelegd, waarvan de kosten 125 duizend euro waren. Afgelopen jaar een groot onderhoud gepleegd aan onder andere het clubhuis en het terras. En dat zelf verbouwd, waarvan de kosten een ton bedroegen. En bij de padel- en de tennisbanen ledverlichting aangelegd, waarvan de kosten 31 duizend euro bedroegen. Natuurlijk hebben wij gevraagd of de gemeente op de een of andere manier kon bijschieten, maar we kregen nul op het rekest. Wij hebben het dus allennaal zelf moeten financieren door een combinatie van eigen middelen, verhuur van een deel van de grond aan een buitensportorganisatie, contributieverhoging voor de leden, geld lenen bij de BNG en door het verkopen van obligaties aan onze leden van duizend euro per stuk.

Voor de aanleg van nog eens twee padelbanen, waarvan wij denken dat dat zinvol is om de vereniging gezond te houden, en rennovatie van de tennisbanen die binnen enkele jaren moeten plaatsvinden, hebben we nauwelijks middelen meer. Zeker nu de kosten van de nnaterialen onder andere de pan uitrijzen. Daarnaast is het zo dat wij zelf het groen op het terrein moeten onderhouden en de kosten van het baanonderhoud zelf betalen. En doordat we bij de gemeente op geen enkele manier aanspraak kunnen maken op een subsidie, of op een andere manier van een tegemoetkonning in kosten, is tennis een dure sport geworden. Een jeugdlid betaald bij ons zo'n 444 euro per jaar, inclusief tennislessen. En bij een gemiddelde voetbalclub betaald een jeugdlid ongeveer 80 euro per jaar, inclusief training. Wat betekent dat tennis nu veelal onbereikbaar is voor de Dordtse kinderen. Ook omdat de jeugdsportsubsidie is afgeschaft. Padel, waar ik het net over had, is een vrij nieuwe sport die zich stormachtig ontwikkeld binnen Nederland. En het aantal banen en het aantal spelers zit dan ook in een stijgende lijn. Op dit moment is er in Dordt een baan bij DLTC-THIALF. En zoals genoemd, bij ons zijn er twee banen aangelegd. Veel verenigingen overwegen momenteel de aanleg van padelbanen.

In de rest van Nederland zien we dat die banen door tennisverenigingen, door voetbalverenigingen en een enkele hockeyclub worden aangelegd. In het verleden heeft de gemeente Dordrecht toegestaan dat er zeven tennisverenigingen zijn ontstaan. lets waar we tot op de dag van vandaag nog last van hebben. Dat betekent lagere ledenaantallen op de tennisvereniging. Naar verhouding hogere onderhoudskosten. En naar verhouding zijn er ook meer vrijwilligers nodig onn de verenigingen draaiende te kunnen houden. Wij willen er dan ook voor pleiten dat de gemeente in de padelsport de regie pakt en voorkonnt dat er ook met de padelsport te veel locaties gaan ontstaan. Hierbij moet u bedenken dat, er een enkele uitzondering daargelaten, de gemeente de eigenaar is van de grond en daar dus ook veel invloed op heeft. En daar komt nog bij dat als een voetbalclub het aanleggen van een padelbaan oppakt er in feiten kruis subsidiering plaatsvindt. En het is absoluut noodzakelijk dat er een sportparkenvisie komt. Maar net zo belangrijk is dat dit een sportparkenvisie is met een rechtvaardige visie op de sport in het algenneen en op de sportstad die Dordrecht zou willen zijn. Het lijkt nu dat wie het eerst komt, het eerst maalt. En het is meer een verdeling op die situatie. De ene sport krijgt blijkbaar meer steun dan de andere.

En het kan niet zo zijn dat het eigendonn van de grond of historisch gegroeide gewoonten allesbepalend zijn. En

5

ook bepaald of je vereniging van meerwaarde is voor het bereiken van de sport- en gezondheidsdoelen van de gemeente. En voor het wel of niet voor subsidie in aanmerking komen. Nou, dit is wat wij in wilden brengen vanuit de vereniging. Ik dank u voor uw aandacht.

De voorzitter: Dank u wel voor uw inbreng, mevrouw Den Hartigh. Dat heeft u keurig netjes in ieder geval verteld. Zijn er vragen vanuit de commissie? Meneer Van Dam Timmers en meneer Boersma. Ik begin met meneer Van Dam Timmers. De heer Van Dam Timmers: la, dank, voorzitter. Dank ook mevrouw. Nou, nu ben ik even uw naam kwijt. De voorzitter: Den Hartigh. De heer Van Dam Timmers: Hartigh was het. Den Hartigh. Voor uw verhaal ook over CC. Fractiegenoot Theo Oostenrijk is nog bij u langs geweest. Of niet bij jullie vereniging. Een tijdje geleden. Toen begreep ik van hem in ieder geval een aantal dingen over jullie specifieke locatie ook. En ik vroeg me af, als je nou kijkt naar jullie locatie en je vergelijkt het met andere verenigingen, wat zou de gemeente dan moeten doen om voor jullie tot de rechtvaardige situatie te komen? Mevrouw Den Hartigh: Nou, het is zo dat wij hebben het terrein in eigen, dat is ons eigen terrein. Maar de consequentie is ook dat alles wat er moet gebeuren, dat nnoeten wij ook allemaal zelf doen. Qua kosten, qua vrijwilligers, al het onderhoud. Dat betekent nogal wat. De heer Van Dam Timmers: Ja. U bedoelt eigenlijk dat er daarmee dan een hele ongelijke situatie is ten opzichte van verenigingen die op gemeentegrond zitten, terwijI jullie in feiten hetzelfde doen. Mevrouw Den Hartigh: Ja. Als ik kijk naar de hockeyvereniging die naast ons ligt.

Daar gebeurt volgens mij een deel van het onderhoud wel degelijk vanuit de gemeente. Dat is een hele kromme situatie. Bij ons loopt een groep vrijwilligers, waarvan de jongste 67 is en de oudste 92. Die lopen het groen te snoeien. TerwijI bij de hockey gebeurt het vanuit de gemeente, voor zover ik weet. De heer Van Dam Timmers: Nee, ik denk dat dat een heel helder verschil is, wat zeker een belangrijk punt is, wat u ook inbrengt. Heel erg dank voor ook dat belangrijke punt. De voorzitter: Goed. Dank u, mijnheer Van Dam Timmers. Dan gaan we over naar meneer Boersma. En innniddels hebben ook meneer Tiebosch en mevrouw Stolk zich genneld. Mijnheer Boersma. De heer Boersma: Ja, voorzitter. Dank u. Ja, mevrouw Den Hartigh. Dank voor uw bijdrage. U had een heel duidelijk verhaal. Ik heb nog wel een verduidelijkende vraag. Want u zegt van: eigenlijk, we betalen alles zelf. Alles is van onszelf. Is nou, zeg maar, bij alle tennisverenigingen, zeg maar, de grond, de bouwen en alles wat daarop staat in

6

eigendom van de tennisverenigingen? Of zijn er ook tennisverenigingen die misschien wel op een stukje grond van de gemeente zitten nog?

Mevrouw Den Hartigh: Volgens mu j zijn er tennisverenigingen die bijvoorbeeld de grond pachten van de gemeente of waarvan het gebouw gepacht wordt, maar schijnen wij wel een uitzonderlijke situatie te hebben. De heer Boersma: Oke. Mevrouw Den Hartigh: Dat we de grond op begeven ogenblik hebben aangekocht van de gemeente. De heer Boersma: Ja, oke. Dan weet ik genoeg. Dank u. De voorzitter: Oke, dank u. Mijnheer Tiebosch. De heer Tiebosch: Ja, dank u wel, voorzitter. Mevrouw Den Hartigh, kunt u iets nneer duiding geven hoe u dan. Stel dat vanaf nnorgen de gemeente de regierol zou gaan pakken over alle tennisverenigingen. Hoe zouden ze dat dan volgens u moeten doen? Mevrouw Den Hartigh: Op dit moment zijn er meerdere tennisverenigingen binnen Dordrecht. De vraag is van: is dat zinvol? Volgens mu j is dat ook een vraag die de gemeente zelf ook wel heeft, gezien alle meerdere locaties. Wat je zou willen. Ja, kunt u hem nog een keer stellen? De heer Tiebosch: Als die regierol door de gemeente wordt gepakt, zoals wat u voorstelt. Wat zou dan de gemeente in uw ogen precies moeten gaan doen? Mevrouw Den Hartigh: Met name had dat betrekking op de ontwikkelingen binnen de padelsport, waar ik het over had. De heer Tiebosch: Oke.

Dus het is niet uw bedoeling om van de zeven verenigingen, dat de gemeente in het kader van de regierol drie of vier verenigingen gaat opheffen, saneren? Mevrouw Den Hartigh: Ik denk niet iets dat wij dat als tennisvereniging zouden kunnen verlangen, toch? Het is nneer dat in het verleden zijn er op begeven ogenblik zeven tennisverenigingen in Dordrecht ontstaan. En de vraag is, gezien alle consequenties die dat heeft, is het raadzaam als wij nu bijvoorbeeld kijken naar de padelsport die in ontwikkeling is. En dat daar nnisschien wat meer regie op zou kunnen komen. Van: op welke plekken wordt dat wel en wordt dat niet verder ontwikkelt. De heer Tiebosch: Oke. En de tweede vraag die ik had, voorzitter. Dat was. U geeft aan: u bent bij de gemeente geweest met de vraag voor subsidie of een bijdrage in de vervanging van de velden of van het clubhuis of van de ledverlichting. U zei: we hebben nul op het rekest gekregen. Is er wel een gesprek geweest met de wethouder? Hoever bent u gekomen bij de gemeente?

7

Mevrouw Den Hartigh: Ver, denk ik. De wethouder is ook wel langs geweest. Maar uiteindelijk leverde het voor de vereniging niets op. De heer Tiebosch: Vanwege het eigendom? Mevrouw Den Hartigh: Ja. De heer Tiebosch: Oke, dank u wel. De voorzitter: Dan mevrouw Stolk. Mevrouw Stolk: Ja, voorzitter, dank. En ook dank aan mevrouw Den Hartigh voor het inspreken en het heldere verhaal en de oproep die zij doet. Oak voor padel en tennis. Aanvullend daar nog even op. Want CC is alles in eigendom. Voor Dash, Dash '35, geldt dat precies hetzelfde. Maar waar ik eigenlijk een beetje benieuwd naar ben is hoe u mee bent genomen is de participatie in de sportparkenvisie. Kunt u daar misschien wat over vertellen? Mevrouw Den Hartigh: Over de participatie daarin, daar kan ik weinig vertellen, onndat het lets is waar onze voorzitter vooral mee betrokken is. En ik dat nu even overneem vanavond. Ik ken de sportparkenvisie. Die heb ik doorgenonnen. Maar ik denk dat ik dat antwoord schuldig moet blijven. Mevrouw Stalk: Oke. Dus u weet niet of CC mee is genonnen in de sportparkenvisie? Mevrouw Den Hartigh: Ik neem aan dat we er wel in mee zijn genonnen, maar ik weet niet op wat voor manier. Mevrouw Stalk: Oke. Mevrouw Den Hartigh: Ik kon dat ook niet teruglezen in de stukken. Mevrouw Stalk: Oke. Dan heb ik nog een vraag. U zegt van: ja, er zijn bij voetbalverenigingen wel tennisbanen aangelegd.

Zijn die betaald door de gemeente? Of er een soort indirecte of een soort verschuiving van subsidies had. Klopt dat? Heb ik dat goed begrepen? Mevrouw Den Hartigh: Ik heb volgens mu j niet gezegd dat er bij voetbalverenigingen tennisbanen zijn aangelegd. Ik heb wel gezegd dat wat we zien, dat is dat bij de aanleg van padelbanen, waarvan je zou verwachten dat het opgepakt wordt door tennisverenigingen, dat we zien dat het ook door andere sportverenigingen wordt opgepakt. Waarbij ik als voorbeeld de voetbalverenigingen en hockeyverenigingen heb genoemd. Ik heb daarmee niet gezegd dat dat ook binnen Dordrecht zo is. Hoewel ik weet dat er sprake van zou kunnen zijn bij een van de sportverenigingen in Dordrecht. Mevrouw Stalk: Dank u wel. De voorzitter: Dank u. Mevrouw Van Benschop, heeft u nog een vraag?

8

Mevrouw Van Benschop: Ja. Dank u wel, voorzitter. Ja, ik zat even na te denken: hoe ga ik die vraag stellen zonder dat die raar overkonnt. Maar wat ik eigenlijk graag zou willen weten. Ik heb een paar punten gehoord die mevrouw Den Hartigh noemde over waar de tennisvereniging tegenaan loopt vanwege het eigendonn. Maar ik ben ook wel benieuwd dat als de gemeente dus wel die subsidie zou verstrekken of in ieder geval mee zou werken aan die ondersteuning, voor welke problemen die er nu zijn denkt u dat we daarnnee een oplossing vinden? Dus met andere woorden, ik begrijp het dat er vrijwilligers zijn die nnisschien wat ouder zijn en dat dan in het groenonderhoud bijgesprongen kan worden. Maar zou het ook lets doen voor het tekort aan vrijwilligers bijvoorbeeld? Heeft u daar een beetje een beeld van? Welk probleem we dan oplossen voor u. Mevrouw Den Hartigh: Ik denk dat het ook lets kan doen voor het tekort van vrijwilligers, omdat de vrijwilligers op dit moment dusdanige werkzaamheden moeten verrichten dat je je af kan vragen van: in hoeverre kan je nog van vrijwilligerswerk spreken. Wat ik daarnet noemde als voorbeeld van die groep. Die zijn het hele jaar een dag per week aanwezig. Dat is een forse investering voor een vrijwilliger. Mevrouw Van Benschop: Zeker. Mevrouw Den Hartigh: En dat schrikt andere vrijwilligers af.

En dan ook wat ik heb gezegd, dat is dat door de kosten die voor de vereniging zelf zijn. Wij hebben bijvoorbeeld voor de aanleg van de padelbanen, dat is wel onze eigen keus geweest, maar ook wel de contributie moeten verhogen. En ik noemde ook het voorbeeld van de contributie voor jeugdleden. Ik denk dat dat ook consequenties heeft voor eden. Mevrouw Van Benschop: Ja. Mevrouw Den Hartigh: Ook jeugdleden. Mevrouw Van Benschop: Ja. Dus eigenlijk door. Mag ik nog een vervolgvraag stellen? Of ik het goed heb begrepen, voorzitter? Dus eigenlijk door de vereniging te ondersteunen of een subsidie te verlenen werken we op meerdere vlakken aan de doelen en de doelstellingen van de gemeente? Niet alleen meer mensen aan het sporten krijgen, maar ook jongeren kennis laten maken met verschillende sporten en vrijwilligers aantrekken. Mevrouw Den Hartigh: Ja. Mevrouw Van Benschop: Oke, dank u wel. Mevrouw Den Hartigh: En meer mogelijkheden, denk ik, voor het gebruik van de accommodatie. Mevrouw Van Benschop: Ja, precies. Mevrouw Den Hartigh: Onder andere voor anderen. Ja. Mevrouw Van Benschop: Oke, dank u.

9

De voorzitter: Goed. Ik zie verder geen vragen meer, nnevrouw Den Hartigh. Ik wil u bedanken voor uw inbreng. En ik wil over gaan naar de volgende inspreker. Dat is meneer Odijk van RCD, die mede namens EBOH en Wieldrecht gaat inspreken. Klopt dat? De heer Odijk: Dat klopt, inderdaad. De voorzitter: Gaat uw gang. De heer Odijk: Ben ik verstaanbaar? Ja, mijn naam is Herman Odijk. Ik ben bestuurder bij de sportvereniging RCD. En ik heb ook met EBOH en Wieldrecht contact gehad over dit onderwerp. En er zijn twee redenen waarom ik uw aandacht wil vragen. Voordat ik deze twee noem wil ik eigenlijk een inleiding geven met de volgende stelling. Zijn wij nu als vereniging te vroeg of is de gemeente Dordrecht te laat? En dan gaat het hier eigenlijk om de investeringen die we in onze verenigingen accommodaties moeten doen. We moeten die toekomstbestendig maken. We hebben de ruimte nodig vanwege de omvang van onze vereniging. En ja, als we kijken naar het programma sportparken, dan zien we allennaal kansen voor subsidies. Wellicht ook een lening of een garantstelling. Het ziet er goed uit, de plannen. Maar wat ons tegenzit is dat het een meerjarenplan is. Het is een lange zit. En daar zit nu voor ons de pijn. Wij zijn financieel gezonde verenigingen, die al enige jaren uitstellen om, zeg maar, de nieuwbouw te plegen op een manier zoals het zou moeten.

En vandaar dan eigenlijk mijn stelling: zijn wij nou te vroeg of is de gemeente Dordrecht te laat. En dan kom ik bij mijn eerste punt. Is het wellicht nnogelijk dat de gemeente een overbruggingsregeling kan maken? En ik zal uitleggen wat ik daarnnee bedoel. De velden zullen pas in de loop van 2023 en later beschikbaar komen, terwijI ik denk dat de voorwaarden en de toetsingsnormen nu al duidelijk zijn. Als verenigingen dus volgend jaar een accomnnodatieverbetering willen doorvoeren en die passen binnen dat programma sportparken, dan zouden ze eigenlijk een soort van toetsingsaanvraag moeten kunnen doen. En wellicht is het mogelijk om het geld eerder beschikbaar te stellen dan wel te reserveren. Dus dat is mijn eerste punt. Zou de gemeente een overbruggingsregeling kunnen maken, zodat wij niet nog !anger moeten uitstellen? En het tweede is eigenlijk. Door het lezen van het hele programma heb ik mijn vraagtekens bij de duurzaamheidsmaatregelen. Ik begrijp dat de Dordtse verenigingen zelf verantwoordelijk zijn voor hun eigen accommodaties. Dat is natuurlijk absoluut goed. Maar er is meer geld nodig. Het zijn kostbare investeringen. En er zijn natuurlijk allerlei redenen voor. Als we kijken naar de bouwkosten, absurd gestegen. Maar Oberhaupt het investeren in duurzame maatregelen. Een gasketel is een stuk goedkoper dan een dure warmtepomp.

En als wij kijken naar het verbouwen van onze accommodaties, dan weten we gewoon dat als je gaat, ja, eenvoudig isoleren en wat verbeteringen doorvoeren, dat het veel minder effectief is dan nieuwbouw plegen. En wij zoeken dan eigenlijk de hulp vanuit de gemeente Dordrecht van: help ons dan met die investeringen. Als ik kijk naar het programma sportparken, dan zie ik dat je een gezonde businesscase moet hebben. Maar een gezonde businesscase lijkt er veel meer op dat het ook binnen de plannen van de gemeente moet passen. Dus dat er nnaar kinderopvang of scholen die toegang moeten hebben bijgehaald moeten worden, zodat het een grote businesscase wordt. En dan komt er veel meer geld beschikbaar en

10

waarschijnlijk ook prachtige accommodaties. Ik denk dat hier een ongelijkheid ontstaat. De kleinere businesscases, de kleinere verenigingen die niet zo'n grote businesscase hebben, ook die hebben de problematiek. Hoe zorgen we ervoor dat de acconnmodatie toekonnst bestendig is en dat wij met elkaar de energierekening kunnen blijven betalen. En dat we ook klimaatneutraal de sport kunnen blijven. Want we zullen allennaal als sporters moeten investeren. Dus sannengevat. Ik zie graag de mogelijkheid van een overbruggingsregeling. Dus dat we eerder, als we voldoen aan de toetsingsvoorwaarden natuurlijk van het programma, gelden zouden kunnen krijgen. En ik zou aandacht willen vragen voor in het algemeen verenigingen helpen met duurzaannheidsinvesteringen. Ik dank u voor uw aandacht. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Odijk. Ook u heeft een helder en kort verhaal. Leidt dat tot vragen bij? Ja, meneer Boersma en meneer Den Heijer en meneer Van Dam Timmers. Ik begin met meneer Boersma. De heer Boersma: Ja, voorzitter. Dank u wel. Nou, meneer Odijk, u ook bedankt voor uw inbreng. U heeft het over de kleine verenigingen, zeg maar. Ook in relatie tot, zeg maar, laat ik het zo zeggen, de grootse plannen en de mogelijkheden om met maatschappelijke partners aan de slag te gaan.

U pleit eigenlijk van: kijk ook naar de wat kleinere verenigingen en zorg dat die ook een positie hebben om gewoon investeringen te kunnen doen en voort te kunnen bestaan. En daarover heb ik een vraag. Want als je het programnna leest, dan worden daar eigenlijk best nog wel wat voorwaarden gesteld aan de sportverenigingen als ze mee willen in de toekomstige ontwikkelingen, zeg maar. Je moet als je bijvoorbeeld uit wilt breiden, dan moet je minstens drie jaar vooruit kunnen kijken. Je moet als sportclub aan kunnen geven wat je toegevoegde waarde is voor de sportdoelstellingen. En zo zijn er nog een paar dingen. Hoe ziet u dat als kleine vereniging? Ziet u dat zitten? Of zegt u. De heer Odijk: Nou, het is meer dat ik denk: de kleinere vereniging. Wat ik bedoel is de kleinere businesscase. RCD, onze vereniging, is een kleine vereniging. Wij hebben best veel leden en veel activiteiten. Toch lees ik dat als je, zeg maar, goed ondersteunt wilt worden, dan zal je de nnaatschappelijke doelen nnede moeten dienen en dan heb je een goede businesscase. En dan kan er veel gebeuren. Maar eigenlijk is dat niet terecht. Verenigingen die gewoon goed draaien, waar mensen sporten die trots zijn op hun vereniging en daar graag komen, krijgen eigenlijk als je een aantal jaren verder bent een achterstand.

De verenigingen die dus een prachtige businesscase maken op de toekonnst krijgen misschien juist daardoor de mogelijkheid om uit te breiden, nneer leden te werven, leden van de andere verenigingen die niet nneekonden met zo 'n businesscase winnen, en dan zeggen: nou, we hebben het goed gedaan. En dat is een beetje het gevoel dat ik heb. Van: als je het zelfstandig doet, zonder de belangen van de gemeente, dan is er eigenlijk geen hulp. Dus ik noennde het kleinere verenigingen, maar ik bedoelde eigenlijk ook de kleinere businesscases. De heer Boersma: Ja, als ik het goed begrijp zegt u van: laat ons daar ook gewoon lekker sportvereniging zijn en gewoon aan de slag blijven. En dat gewoon op een goede manier laten doen zonder allennaal grootste plannen.

11

De heer Odijk: Ik heb het idee dat als ik naar onze vereniging kijk met de bridge, met de tennis, met de voetbal, met de biljart, dat wij al een hele goede functie in Dordrecht hebben met veel leden. Een groot draagvlak. Wij staan ook voor die investeringen. En als wij dan niet, zeg maar, nog een buitenschoolse opvang of lets anders vinden, dan val je ernaast. Maar dat geldt voor ons, maar dat geldt dus ook voor alle andere verenigingen. En ik zoek eigenlijk ook van: is er een verdeling mogelijk naar verenigingen die gewoon een goed plan hebben, stabiel zijn. Dat die ook geholpen kunnen worden met kleine investeringen. Want alles helpt bij verenigingen. De heer Boersma: la, dank u. Dat is duidelijk. De voorzitter: Mijnheer Den Heijer. De heer Den Heijer: Ja, dank u, nnijnheer Odijk, voor het inspreken. Ik had eigenlijk twee vragen. In het licht van de vorige inspreker, die voor de tennisclub vanuit een hele andere situatie een betoog hield, naar uw situatie. Kunt u aan mu j het verschil uitleggen tussen uw beide verenigingen en hoe u dat dan financieel oplost. Want ik zie dat de tennis heel veel voor zijn eigen rekening neemt. De heer Odijk: Volgens mu j is er nul verschil tussen. De heer Den Heijer: Nog een vraag, sorry. Dan kan je ze tegelijk met elkaar beantwoorden. De heer Odijk: Ja, hartstikke goed. De heer Den Heijer: Dus daar was u al met uw beantwoording bezig.

En de tweede is. Ik denk dat u een terecht punt heeft dat er heel veel op besturen afkomt in deze tijd. En daar hebben wij bij de IAP hebben wij ook een discussie gehad in deze raad over hoe je nou sportclubs kunt begeleiden in het subsidietraject naar verduurzamingssubsidies. Heeft u zo'n traject behandeld en wat zijn uw ervaringen daarin? Daar ben ik benieuwd naar. De heer Odilk: Oke. Om met de eerste vraag te beginnen. Wat mu j bijbleef van de tennisvereniging CC. Ik zag heel veel paralellen met onze vereniging. Ik geloof niet dat wij ooit subsidies hebben gehad of hulp of anderszins. Wij zijn ook volledig zelfstandig. Ik weet dat wij op de Kromnnedijk een prachtig kunstgrasveld hebben gekregen. Maar ik weet ook dat wij jarenlang trainen op een kwart veld, een uur in plaats van anderhalf uur, met de mensen. Waar we dan normaal gesproken een heel veld voor zouden kunnen doen. Dus wij hebben jarenlang ook echt een tekort aan ruimte gehad. Dus dat kunstgrasveld was brood nodig. Maar die ondersteuning in subsidiegelden, ik zie daar geen verschil in met de tennisvereniging. Wij zijn ook zelfstandig en dat behoor je ook te zijn als vereniging. De tweede vraag over het subsidietraject bewandelen. Wij hebben inderdaad, zeg maar, binnen het bestuur gekeken. Je hebt de BOSA-regeling. Je hebt SWS voor de toetsing voor de garantstelling.

Dus, zeg maar, die wegen hebben wij allemaal bewandeld nu. En we komen er nu achter dat, zeg maar, in eerste aanleg de toetsingsnormen voor een garantstelling best zwaar zijn. Dus je kunt ondanks dat je een

12

goede cashflow hebt en een goed budget hebt valt het tegen wat je kan lenen. Ook daar zoek ik wat ruinnte bij de genneente. Kunnen we dat niet lets soepeler doen om onze plannen te verwezenlijken? En ik vraag niet zo zeer van: betaal alles voor ons. Verre van dat. Maar het is vaak als er tien of twintig procent subsidie bijkomt van een totale investering, dan maakt dat een wezenlijk verschil.

De voorzitter: Dat is helder? De heer Den Heijer: Helder hoor. Ja, dank je wel. De voorzitter: Goed. Dan ga ik over naar nneneer Van Dam Timmers. De heer Van Dam Timmers: Ja, dank, voorzitter. Ja, ook dank voor uw verhaal vanuit drie verenigingen. Fijn dat jullie dat ook bundelen en elkaar ook weten te vinden. Hartstikke nnooi. Ik ben benieuwd. We bespreken vanavond ook een aantal politieke vragen. Ik ben eigenlijk wel benieuwd naar de participatie die u heeft ervaren eigenlijk met de gemeente. En herkent u nou eigenlijk die zaken die u toen opgebracht heeft als verenigingen, herkent u nou terug in het sportparkenprogramnna wat er ligt? En als tweede eigenlijk. En u benoemt het wel at een beetje. Maar hoeveel duidelijkheid heeft u op dit moment als vereniging en hoeveel duidelijkheid zou u nodig hebben? Dat is eigenlijk een beetje een dubbele vraag. De heer Odijk: Nou, laat ik met de eerste beginnen. Het programma sportparken. Wij hebben daar inderdaad onze inbreng gehad. We hebben daa rover gesproken. Veel zaken herken ik ook terug die met ons besproken zijn. Ik denk dat het programma zoals het er nu ligt er best goed uitziet. Het is een nnooie annbitie. Er is ook een goede som geld voor vrijgennaakt. We hebben het nu over het, zeg maw, aanwenden van de gelden en waar het terecht komt. En dat is altijd wel een moeilijkere zaak. Maar dat heb ik net in nnijn betoog uiteengezet.

De tweede vraag die u stelde, die begreep ik niet helemaal. De heer Van Dam Timmers: Nou, dat is eigenlijk de vraag. Kijk, u vraagt om duidelijkheid natuurlijk over wat wel en wat niet kan. Op basis van. We bespreken vanavond een programma. In hoeverre is dat programma voor u als vereniging of jullie als verenigingen, u vertegenwoordigd natuurlijk meerdere, nou voldoende helder voor de komende jaren? De heer Odijk: Nou, ik zie wel, zeg maar, wat de plannen zijn. Wat er gebeurt. Hoe de sportparken eruit moeten gaan zien. Dat het een bredere maatschappelijke functie krijgt dan alleen de verenigingen die er zitten. Maar wat ik er dus ook in lees is dat je. Ja, je moet je best doen om een goede businesscase te ma ken. En ik denk dat als je een prachtige businesscase hebt, dan kan daar prima mee gescoord worden. Maar ik ben bang dat dat dan ten koste gaat van een hoop andere verenigingen. Want je kan het geld maar een keer uitgeven. Dus dat is, zeg maar, wat ik in het sportparkenprogramma lees. Dat ik denk: ja, ik zie daar een nadeel in. Ik heb zoiets van: het is ons genneenschapsgeld. We zijn allemaal Dordtenaren. We doen allennaal een sport die we zelf leuk vinden. Maar blijkbaar gaat de ene Dordtenaar een stuk meer subsidie

13

uiteindelijk per hoofd, per lid, krijgen dan een andere sportende Dordtenaar die misschien net zo blij is met zijn vereniging. Dat is het gevoel wat ik eruit heb. De heer Van Dam Timmers: Ja. En vindt u dat uit te leggen dan richting de Dordtse burger? De heer Odijk: Ik denk dat er een kleine ongelijkheid mag zijn. Want uiteindelijk gaat het uit van businesscases. Maar ik denk niet dat je de kleinere verenigingen of de verenigingen met een kleinere businesscase, dat je die dan, zeg maar, zou moeten passeren. Dat vind ik een ongelijkheid die niet acceptabel is. De heer Van Dam Timnners: Oke. Nou, dan denk ik dat we dat delen. Dank voor uw antwoorden. De heer Odijk: Goed. De voorzitter: Dank u wel. Meneer Schalken heeft nog een vraag. De heer Schalken: Ja, voorzitter. Dank u wel. En ook dank aan meneer Odijk, ook voor het inspreken. Ook natuurlijk dank aan mevrouw Den Hartigh voor haar inbreng hiervoor. Meneer sprak over wie nu te laat of te vroeg is ook met betrekking tot financien. En u had het al over wellicht een overbruggingsregeling. Dus u heeft kennelijk al redelijk concrete plannen waar u graag mee aan de slag wilt. En in hoeverre passen die plannen, die RCD dan heeft. Want ik neem dat u het over de plannen van RCD heeft. De heer Odijk: Ja, dat zijn onze plannen. Ja, dat klopt. De heer Schalken: Ja.

In hoeverre passen die ook bij de doelstellingen en wat in het sportparkenprogrannma staat? Want ik begrijp ook dat u eigenlijk al een aantal jaren zit te wachten om die stap te kunnen maken. Dus als dat wellicht zou passen ook binnen de plannen van het sportparkenprogramma, dan zou het wellicht mooi zijn wanneer u daar snel mee zou kunnen beginnen. De heer Odijk: Dan konn ik eigenlijk te vroeg of te laat. Dat zit hem in: de Krommedijk staat natuurlijk al een aantal jaren op de agenda, wat we daar zouden gaan doen. Ik heb toentertijd aangegeven dat RCD absoluut wilde meedenken in het, zeg maar, facilitair neerzetten van gebouwen die door meerdere gebruikers ingezet kunnen worden. Overdag scholen. 's Avonds voetbal en trainen. Wellicht andere sportactiviteiten. Wij zitten op een open park. Dus wij willen ook meedenken in toegang voor andere mensen. Dus die bijvoorbeeld individueel willen sporten op een sportbaan of lets dergelijks. Wij waren al best wel mee in, zeg maar, het programma sportparkenvisie. Zo zou het kunnen zijn op de Kronnnnedijk. De enige voorwaarde die wij stelden is dat je het verenigingsgebouw waar je je kantine hebt, dat moet wel iets van prive blijven, want dat is je eigen verenigingsleven. Maar er zijn veel faciliteiten die je kunt delen. En dan konn ik eigenlijk: zijn wij te vroeg of is de gemeente te laat.

Ik ben nog steeds van mening dat je op een sportpark faciliteiten moet kunnen delen met

14

andere gebruikers. Maar wij kunnen nu niet wachten. En wij gaan dus investeren in kleedkamers waarvan we denken: we hadden graag daar meer doel aan kunnen geven. De heer Schalken: Ja, dus eigenlijk dat u ook wel een oproep wilt doen van: jongens, een klap erop en nu gewoon met de uitwerking aan de slag. De heer Odijk: Dan maak ik een businesscase met andere belanghebbenden om te zien of wij onze verbouwing dan in 2022 daadwerkelijk kunnen starten. Ondanks dat pas fase twee in 2023 of verder ligt. De heer Schalken: Ja. Oke, nou ja. Sorry, voorzitter. Dit is een aanvulling op de vraag die ik eerder stelde. In de raad is er ook een bedrag gereserveerd om met de eerste uitvoering aan de slag te kunnen gaan, als we dit sportparkenprogrannnna vaststellen. Dus ik bedoel: we moeten nergens op vooruitlopen. Want net als u zullen er ook meerdere verenigingen en clubs zijn die wellicht wel plannen hebben. Maar ik kan me voorstellen dat, nou ja, dat u eigenlijk ook wel verwacht dat wij vanuit de kant van de politiek nu ook stappen gaan zetten om naar een volgende fase te komen. De heer Odijk: Absoluut. De heer Schalken: Dank u wel. De voorzitter: Dank, nnijnheer Schalken. U heeft gelijk al een stukje van uw opvatting nneegegeven. Mevrouw Stolk. Mevrouw Stolk: Ja, voorzitter. Ook dank natuurlijk aan meneer Odijk. Helder verhaal. Wat ik mu j wel even afvraag.

Want u zegt: ik spreek ook namens EBOH en Wieldrecht. En ik hoor eigenlijk alleen nog nnaar over de Krommedijk. Maar hoe is de verhouding nu op dit moment met de overige bewoners van de Krommedijk? En u zegt ook: ik spreek ook namens EBOH en Wieldrecht. Maar daar heb ik u nog niks over horen zeggen. Dus misschien dat u daar. De heer Odijk: Mijn verhaal net, wat ik zei is dat ik overleg heb gehad met EBOH en Wieldrecht. Zij hebben vergelijkbare plannen. Zij hebben ook verbouwingsplannen en verbeteringen die ze willen doorvoeren op hun acconnmodaties. Dus zij lopen tegen hetzelfde probleem aan als onze vereniging. Dus daar zit, zeg nnaar, de deler. Investeringen die we gewoon zo snel mogelijk zouden moeten doen, nnaar de steun vanuit het programnna sportparken dat laat nog een tijd op zich wachten. Dus die problennatiek heb ik willen aankaarten met een overbruggingsregeling. Daarnaast ben ik meer ingegaan op specifiek RCD, wat wij op de Krommedijk zouden willen hebben. Mevrouw Stolk: Maar dat is weer iets anders dan wat EBOH en Wieldrecht willen. De heer Odijk: Ik heb geen goed overzicht over de investeringen van Wieldrecht en EBOH wat bij hen als eerste moet komen.

15

Mevrouw Stolk: Ja, ja. Nee, maar dat. Dat is mijn interpretatie. Maar even de andere vraag. Hoe is nu het overleg op de Krommedijk met de andere sportverenigingen? Zijn die krachten alweer gebundeld? De heer Odijk: Volgens mu j hebben wij altijd een goed overleg met de andere gebruikers van het sportpark. Ik heb niet het idee dat het ooit, zeg maar, anders is geweest dan een goed overleg. Ik denk niet dat daar iets in is veranderd. Mevrouw Stolk: Dus er is gewoon onderling overleg ook over gebruik van bepaalde accommodaties en jullie hebben ook met elkaar op de Krommedijk ook plannen met elkaar? De heer Odijk: Ik praat nu, zeg maar, over het feit dat wij als verenigingen toentertijd met de Krommedijk, de verbouwing die zou plaatsvinden met het stadion. Hebben wij veel overleg gehad. Uiteindelijk is dat hem niet geworden. En DFC en The Hawks hebben met elkaar gesproken dat zij samen een verenigingsgebouw zouden willen hebben en een locatie. Dat vinden wij prima. Dat lijkt ons een goede oplossing voor DFC en The Hawks. Maar om te spreken dat wij alle gebouwen van FC Dordrecht Amateurs en DFC en The Hawks bij elkaar doen. Nee, die gesprekken zijn niet gevoerd. Mevrouw Stolk: Oke, dank u wel. De voorzitter: Dank u, nnevrouw Stolk. U was de laatste vraagsteller. Mijnheer Odijk, hartelijk bedankt voor uw inbreng. U was helder, kort en krachtig.

Ik wilde nu overgaan naar de volgende inspreker. En dat is nneneer Arink van de hockey. De heer Van de Giessen: Ja, dat is dus Bart van de Giessen van DMHC. Goedenavond. De voorzitter: Het gaat allennaal fout vanavond. De heer Van de Giessen: Geeft niet. De voorzitter: Gaat uw gang. De heer Van de Giessen: Ja, dank u wel. Dank u wel, voorzitter. Ja, ik spreek dus in namens DMHC. DMHC is de enige hockeyvereniging in Dordrecht. En wij bestaan inmiddels 96 jaar. Wij hebben achthonderd plus leden. En uiteraard streven wij net als iedere vereniging ernaar om best in class te zijn, en zeker in de regio, in alles wat we doen. En we hebben daarbij de vier kernwaarden die wij hanteren. Dat is: sannen, gastvrij, sportief en gezellig. Aan de Schenkeldijk zijn wij gevestigd met een clubhuis in eigendom, inmiddels 47 jaar oud. Wij huren acconnmodatie en kunstgrasvelden in van de genneente Dordrecht. En daarbij verhuren wij werkruimte uit ons clubhuis aan de sportaccommodaties, ook van de gemeente Dordrecht. De DMHC-acconnmodatie zelf wordt veelvuldig gebruikt door de vereniging uiteraard, maar ook door scholen voor hun sportprogramma's, bijvoorbeeld bij de koningsspelen, en andere externe partijen die jeugdprogramnna's faciliteren in combinatie met sport. En dan moet u bijvoorbeeld denken aan sportkannpen. In 2020 hebben wij onze kantine en bar, ons horecagedeelte,

16

verbouwd en volledig opgefrist. Wij hebben aan meerdere belanghebbenden binnen de gemeente een vijfjarig groeiplan gepresenteerd. Onder andere aan de wethouder. En daarin de nadruk gelegd op de groei en de verduurzaming van onze vereniging. En zoals beschreven in het programma sportparken is in Dordrecht 0,75 procent van de bevolking lid van DMHC. En alhoewel DMHC een vereniging is met een bovengemiddeld aantal leden zijn er gezien het landelijk percentage van 1,5 procent hockeyende bevolking nog genoeg potentiele leden in Dordrecht om DMHC te kunnen laten groeien. En het sterkt dan ook eigenlijk onze primaire ambities. Om die te benadrukken. We kunnen een groei faciliteren van minimaal duizend leden voor 2025. Wij hebben een focus op de verduurzaming van de faciliteiten, waaronder de kleedkamers, keuken, toiletten, veldverlichting. Het aanschaffen van een blaashal met een sluitende businesscase. En het hebben van twee EK-waardige watervelden. En dan onze lokale positie niet te verliezen aan regionale sterke verenigingen, die ook inmiddels al twee EK-watervelden hebben. Ja, we hebben een urgentieverzoek. En wij zijn blij dat we in gesprek zijn met de gemeente. Onze am bities zijn afgestemd en deze worden ook door ons zeer duidelijk herkent in het programma sportparken. En dan noem ik eigenlijk hier pagina 55 in het plan.

En ik noem verder ook het oog voor de rennovatie en aanleg van de kunstgrasvelden. En uiteraard de verduurzaming van de veldverlichting naar led. Om de faciliteiten bij DMHC verder toekomstbestendig te krijgen en ook duurzaam te ontwikkelen is een aanzienlijke investering nodig. En dat is tweeerlei. En we hebben gesproken over de blaashal. En dat is voor ons om winterhockey aantrekkelijk te houden en ook beter te kunnen faciliteren. Hebben wij een sluitende businesscase innniddels voor de aanschaf van een zogenaamde blaashal. Wij kunnen die aanschaf zelf dragen. De ALV heeft akkoord gegeven en de vergunning is binnen. Wij zoeken nog een garantstelling voor 50 procent van de aanschafwaarde, die om en nabij de 400 duizend euro is, om die geldlening te kunnen afsluiten. En daarnaast is het, en dat is eigenlijk het voornaamste. Met het op peil brengen van de overige faciliteiten, lees hier het clubgebouw, de keuken, kleedkamers, et cetera, zoeken wij hulp bij de gemeente Dordrecht. En doen wij een beroep op de subsidie ondersteuning zoals beschreven ook in het plan om de DMHC-faciliteiten op peil te kunnen brengen en toekomstbestendig te maken. Het betreft hier lange trajecten. En dat was ook hiervoor bij de insprekers ook al duidelijk aangegeven.

En vanwege de ouderdom en staat van het clubgebouw doen wij een beroep op urgentie bij besluitvorming om hier aanspraak op de subsidie ondersteuning te kunnen nnaken en vragen aandacht voor de vervolgstappen op een zo kort mogelijke termijn. Dit was ons inspreekpunt.

De voorzitter: Dank u wel. De heer Van de Giessen: Dank u. De voorzitter: Voor ik verder ga heb ik zelf twee vragen, nneer van technische aard. Kunt u kort uitleggen wat een blaashal is? Dat zal nnisschien aan mu j liggen dat ik het niet weet. En wat een EK-watervelden zijn.

De heer Van de Giessen: Ja. De eerste vraag. Een blaashal is feitelijk is dat een opblaastent die op het veld wordt neergezet en waarbij een sportvloer wordt gelegd. En

17

waarbij de mogelijkheid is om, zeg maar, zaalhockey te kunnen spelen op twee velden, op twee zaalhockeyvelden. Dat is eigenlijk een tijdelijk bouwwerk wat wordt afgevoerd.

De voorzitter: Oke. Dat is helder. En EK-watervelden. De heer Van de Giessen: Ek-watervelden, ja. Ja, ook in hockey is er technische vooruitgang. We kunnen niet zomaar spreken over een kunstgrasveld. Er is een bepaald niveau van onderlaag en toplaag wat, zeg maar, een veld EK-waardig maakt. En dan spreken wij over een volledig waterveld. Dat is het fijnst om te spelen. En dat geeft ook de mogelijkheid om bijvoorbeeld het Nederlands elftal in trainingswedstrijden uit te nodigen. Er zijn een beperkt aantal watervelden in Nederland. Onze hockeybond kijkt heel goed naar waar die velden liggen. Zodoende dat ze die ook kunnen gebruiken in hun eigen facilitaire invulling. De voorzitter: Oke. Dank je wet. Meneer Den Heijer heeft een vraag voor u. De heer Den Heijer: Ja, hartelijk dank. En bedankt voor het inspreken, mijnheer Van de Giessen. Ik had een vraag over die blaashal. Dan ben ik gewoon benieuwd naar het traject. Ik moet eerlijk zeggen: we hebben ook wel gewoon contact met DMHC hierover gehad, dus laat ik dat maar gewoon eerlijk zeggen. Maar voor mij. Ik verbaas me er gewoon over hoe dat zo'n traject loopt en hoe het dan kan dat jullie op dit moment geen uitzicht hebben op zo'n blaashal. En kunt u daar wat meer over vertellen? Dat mijn collega's daar ook kennis van kunnen nemen. De heer Van de Giessen: Dank u voor de vraag.

In principe begint het natuurlijk met een businesscase, want feitelijk is het gewoon het aanschaffen van, zoals ik net at aangaf, een tent. Maar het is belangrijk om, zeg maar, de financiering daarvoor te kunnen afsluiten. Hebben wij toch een garantstelling nodig. De garantstelling is tweeerlei opgebouwd. Aan de ene kant is dat middels de stichting waarborgfonds sport, die 50 procent faciliteert. En de overige 50 procent zou dan voorwaardelijk. Althans, dat is voorwaardelijk 50 procent. De andere 50 procent zou dan een garantstelling zijn van de gemeente Dordrecht. De gemeente Dordtecht die heeft de status van de hal bepaald als zijnde dat moet door de raadsvergadering. En op dit moment zijn wij in afwachting dat dit punt kan worden toegevoegd aan de agenda om te worden besproken. De heer Den Heijer: Nou, ik moet eerlijk zeggen: ik heb helemaal nog niks op de agenda zien staan. Dus ook een verzoek via deze weg aan de voorzitter en aan de wethouder van: ja, ik zou eigenlijk ook dan in onze, straks in ons behandelstuk, daar dan ook een toelichting op willen, eerlijk gezegd. De voorzitter: Helder. Mijnheer Van Dam Tinnnners. De heer Van Dam Timmers: Ja, dank. Ging even mis. Ja, dank, voorzitter. En dank ook voor uw verhaal over DMHC. DMHC heb ik toevallig ook recent mee gesproken. En wat ik interessant vond aan jullie verhaal is ook van hoe dat dan gaat in zo'n proces.

En mijn vraag is dan eigenlijk: hoelang loopt zo'n traject dan? En is er in zo'n traject, zeg maar.

18

Met wie of wat heb je dan contact en waar loopt het dan spaak voor jullie gevoel? Dat probeer ik te begrijpen.

De voorzitter: En welke traject praat u dan over? De heer Van Dam Timmers: Het traject rondom die blaashal, denk ik. Want het is lets wat jullie zelf willen financieren. Dus in principe komt daar niet per se subsidie bij kijken. En dan vraag ik me af: waar zit dan het knelpunt. En hoe zouden wij, volgens u, dat vanuit de gemeenteraad bijvoorbeeld kunnen faciliteren of kunnen helpen om zoiets wel gerealiseerd te krijgen. De heer Van de Giessen: Uiteraard zijn wij. Wij zijn in goed overleg met de genneente instanties. Dus het komt niet op comnnunicatie aan. Ik denk dat het belangrijkste is dat de status van de hal door twee verschillende brillen wordt bekeken. Wij zien het als een tijdelijke, zeg maar. Ik wil het toch even benoennen als tent. TerwijI vanuit de gemeente het wordt gezien als een vast bouwwerk. En dat geeft gewoon een verschil in status. En dat geeft dan ook een verschil in procedure. De heer Van Dam Timmers: En dat nnaakt dan dat je niet verder komt, zeg maar? Dat je niet dezelfde taal spreekt, zeg maar. De heer Van de Giessen: Ja, je spreekt dan inderdaad niet dezelfde taal. En dat betekent dat ook dan de procedure wat langer wordt. De heer Van Dam Timmers: Ja. En wat !anger, wat bedoelt u dan? De heer Van de Giessen: Nou ja, dan ga je een ander goedkeuringstraject in. De heer Van Dam Timmers: Ja.

En wat is dan het vooruitzicht in zo'n traject? Is dat dan jaren? Of hoe moet ik dat zien, zeg maar? Is dit lets wat nnaanden speelt of gaat het om jaren? Dat probeer ik even te begrijpen. De heer Van de Giessen: Ja, kijk. Volgens mu j is het zo dat op het moment dat je het benadert als een tijdelijk bouwwerk of als een tent, dan zou je een procedure hebben van om en nabij de zes weken voor goedkeuring te hebben voor die garantstelling. En nu praat je dus echt over nninimaal een maand of zes. Terwijl, ja, in de tussentijd, want dat speelt natuurlijk ook mee. De kosten zijn gestegen, dus we zien sowieso nu al, onndat wij nu dit jaar niet konden bestellen, een prijsstijging van ik denk nnininnaal 15 procent. Dat betekent eigenlijk dat wij terug moeten gaan naar de ALV om te zien of wij die businesscase kunnen heropenen en daar goedkeuring voor kunnen krijgen. Dus dat zijn tegenslagen. Die proberen we natuurlijk wel intern te verwerken. Aileen ja, uiteindelijk was dat natuurlijk niet voorzien toen wij de aanvraag deden daarvoor. We hadden eigenlijk gedacht dat het een simpele pennenstreek was om die garantstelling te krijgen vanwege de status van het gebouw of van de tent. De heer Van Dam Timmers: Ja, dank voor uw beantwoording. Ik denk dat ik. Ik hoop dat mijn collega's daar ook veel mee kunnen, met dit soort voorbeelden. Dank.

19

De heer Van de Giessen: Dank u. De voorzitter: Dank u. Goed, mijnheer Van de Giessen. Hartelijk dank voor uw inbreng. De heer Van de Giessen: Graag gedaan. De voorzitter: U heeft in ieder geval helderheid geschapen op een aantal punten, heb ik begrepen van mijn collega's, waarvoor dank.

5. Beantwoorden artikel 40-vragen GroenLinks Aanpak discriminatie en racisme in Dordrecht - Antwoordbrief artikel 40/41 De voorzitter: We zijn nu aan het. U was de laatste inspreker voor dit onderwerp. Dus we zijn nu aan het einde van dit onderdeel gekomen. Ondertussen heeft mevrouw Felten zich gemeld. Die zit ook bij de vergadering. Daar is ze. Dank u wel. Welkom, mevrouw Felten. U heeft gevraagd om te kunnen inspreken op het volgende onderwerp wat we gaan behandelen. Dat is discriminatie. U had slecht een uurtje de tijd vanavond om dat te realiseren. Nou, het is nnooi uitgekomen. We zijn nu met de insprekers klaar voor de sportparkenvisie. U heeft het woord. En u heeft ongeveer vijf minuten om uw verhaal te doen. Mevrouw Felten: Oke. In vijf minuten, ja. Ik hoorde eerst twintig minuten, dus ik zal even mijn PowerPoint wat inkorten. Dat is dan ietsje korter. Maar dat is geen probleem. Wacht even. Ja, daar is de diavoorstelling. Mijn naam is Hanneke Felten. Ik ben senior onderzoeker bij Movisie en KIS, kennisplatfornn, integratie en sannenleving. En een van onze taken is de gemeente ondersteunen in een lokaal anti-discriminatie beleid te ontwikkelen. Het anti-discriminatie beleid is in Nederland met name bij de gemeente belegd. Dat is zo geregeld. En de vraag is natuurlijk: waarom zou je dat doen als gemeente? En vooral: wat kan je doen? Ik zal daar kort iets over vertellen.

Nou, allereerst, discriminatie speelt op heel veel verschillende terreinen. Stagediscriminatie is jullie vast bekend. Is ook bewezen dat het speelt. Als je eenzelfde cv stuurt, dan maakt het uit welke naam daarop staat. Hoeveel kans er is dat er een positieve reactie komt. Dat zagen we in de gemeente Utrecht, maar wij verwachten dat dat in heel Nederland is, omdat wij dat ook zien op de arbeidsmarkt. Er is een hele reeks aan studies gedaan over discriminatie op de arbeidsmarkt. En iedere keer zien we hetzelfde patroon. Namelijk dat er fors gediscrinnineerd wordt op grond van afkomst. Zo heeft iemand met een Nederlands klinkende naam 60 procent meer kans om door de eerste ronde van selectie te komen in vergelijking met iemand met een Arabisch klinkende naam. En zelfs al heb je een strafblad als persoon met een Nederlands klinkende naam, zelfs voor een geweldsdelict, dan heb je nog nneer kans dan iemand met een migratieachtergrond. Dus de cijfers zijn in Nederland heel duidelijk. We doen het ook niet zo goed in Nederland. Bijvoorbeeld in Spanje of Duitsland speelt er veel minder discriminatie op de arbeidsmarkt. Op de woningmarkt is ook discriminatie aangetoond. Dat is ook met van die testen gedaan, zodat het echt objectief is. Dus het is niet puur op basis van nnensen hun ervaringen. Maar het is echt met zo'n objectieve test.

En daar zie je ook dus dat de naam die op wordt gegeven uit maakt in hoeveel kans je hebt op een positieve reactie. Nou, tot slot het onderwijs. We weten daar minder van. Maar er is bijvoorbeeld relatief

20

weinig onderzoek over discriminatie in het onderwijs. Maar wat we bijvoorbeeld wel weten is dat de leerkrachtverwachtingen, dus of een docent denkt dat een leerling goed gaat presteren, afhangt van bijvoorbeeld of die leerling een migratieachtergrond heeft of niet. En dat hangt ook weer samen dus met hoe vervolgens de leerling scoort. Dus heeft de docent een lagere verwachting van een leerling, dan scoort die leerling ook lager. Maar die verwachting, die hangt dus af van: heeft die leerling een migratieafkomst of niet. Dus zo zien we op allerlei terreinen discriminatie in Nederland. En dat komt door eigenlijk, ja, vooroordelen en stereotypen. Vooroordelen zijn negatieve gevoelens of affecties die mensen hebben ten opzichte van andere, omdat je ze rekent tot een bepaalde groep. Stereotypen zijn de beelden die mensen hebben ten aanzien van mensen die ze rekenen tot een bepaalde groep. En vervolgens telt ook heel veel mee wat je ziet in je omgeving. Wat je denkt dat normaal is. Als je bijvoorbeeld denkt dat iedereen in jouw omgeving discrimineert, dan is de kans ook heel groot dat je daaraan nneedoet. En discriminatie hoeft niet altijd bewust te zijn. Ik ga daar niet te lang op in. Maar mochten jullie daar meer over willen weten. Daniel Kahneman, die ontving daar de Nobelprijs voor.

Die heeft dat helemaal uitgelegd hoe we eigenlijk vanuit ons automatische denken, ons automatische systeem, eigenlijk kunnen discrimineren zonder dat we het in de gaten hebben. Dus je ziet dan dat het eigenlijk niet gaat om de intentie bij discriminatie, maar om de uitkomst. Dus weer eens het voorbeeldje van een leraar die bijvoorbeeld zijn favoriete leerling naar voren haalt. Dat doet die niet omdat die waarschijnlijk niet een hekel heeft aan kinderen van een bepaalde afkonnst, nnaar gewoon omdat die deze leerling zo fijn vindt. Maar daar zitten onbewust spelen daar vooroordelen en stereotypen een rol. En wij weten uit wetenschappelijk onderzoek dat vrijwel iedereen die onbewuste vooroordelen en stereotypen heeft. En die beinvloeden heel sterk ons gedrag. Dus dat kan er heel erg voor zorgen dat ook een nnens, ook al hebben mensen niet de bedoeling om te discrimineren, dat de uitkomst wel is dat mensen gediscrinnineerd worden. Nou, ik laat dit even. Dat ga ik even overslaan in verband met de tijd. Nu zullen jullie natuurlijk vragen: wat moeten wij hiermee als gemeente? Nou, als gemeente kan je een anti-discriminatie beleid volgen. Sterker nog, dat is eigenlijk de bedoeling dat iedere gemeente dat doet. Er is ook een handreiking voor gemaakt vanuit het ministerie van BZK. Wij hebben die voor BZK ontwikkeld.

En in die handreiking kan je alles lezen over hoe je dat nou als gemeente doet. Van samenwerking met je ADV tot je beleid vormgeven. En hoe koppel je dat weer aan andere soorten beleid. En ook: hoe weet je nou welke interventies je kan inzetten die werken? Het zit er allemaal in. En jullie kunnen het gewoon nalezen. Daar zijn al heel veel gemeentes mee aan de slag. Bijvoorbeeld gemeente Zwolle is heel actief. Amsterdam natuurlijk ook. Op de arbeidsnnarkt wordt veel gedaan. Werkgevers worden bijvoorbeeld ondersteunt om te doen wat werkt in de aanpak van arbeidsmarktdiscriminatie. Er zijn nannelijk best wel wat werkgevers die daar echt wel wat aan willen doen, nnaar die eigenlijk niet zo goed weten wat dan. Nou, daar kan je als gemeente natuurlijk heel goed een rol in spelen. Daar is hartstikke veel onderzoek over beschikbaar. Wij zetten dat ook allemaal op KIS.nl. Je kan ons daar ook bij vragen. Zodat je kan zorgen dat die werkgevers ook echt weten hoe ze een effectief beleid volgen om discriminatie binnen hun eigen organisatie te voorkomen. Nou, er zijn eigenlijk tat van voorbeelden wat de gemeente kan doen. Wat je ook ziet, dat veel genneentes ook eerst naar zichzelf gaan kijken. Eerst eigenlijk gaan kijken van: wat

21

doen wij eigenlijk binnen de gemeente? Wij zijn ook een grote werkgever. Hoe zorgen wij dat iedereen gelijke kansen heeft? Maar je ziet ook dat gemeentes bijvoorbeeld dialogenbijeenkomsten faciliteren in wijken om te zorgen dat vooroordelen verminderen tussen bewoners. Of bijvoorbeeld onderwijsmethodes uitrollen in het onderwijs. Zorgen dat die gratis zijn voor de scholen. Om discriminatie onder leerlingen bijvoorbeeld te verminderen. Nou, er zijn een hele reeks aan voorbeelden. Ik zal jullie er niet te veel mee vermoeien. Maar mijn belangrijkste tips. Ja, ik heb er eigenlijk te veel. Maar ik dacht: wat zijn nou de belangrijkste. Nummer een is: pak arbeidsdiscriminatie aan. Geef werkgevers echt de infornnatie die ze nodig hebben. En beloon ook de werkgevers die het goed doen. Ga echt aan naming and fanning doen. Zorg dat de werkgevers die echt al hier werk van nnaken ook in het zonnetje worden gezet, zodat anderen hun goede voorbeeld kunnen vinden. Ga ook in gesprek met de Mbo's over hoe zij stagediscriminatie kunnen voorkonnen. Daar zijn hele duidelijke evidence based nnethodes voor. Binnenkort, vrijdag, staat er waarschijnlijk een artikel van ons op KIS.nl. Ik zal het jullie ook toesturen. Hoe je dat kan doen als gemeente. En hoe je die Mbo's daar ook toe kan stimuleren. Nou, subsidieren op effectieve interventies tegen discriminatie op scholen.

Scholen willen best wel vaak wat, maar hebben niet altijd budget. Zet praktijktesten in op de woningmarkt. Dat zorgt ervoor dat die woningmarkt. Niet alleen dat je weet als gemeente: wordt daar gediscrimineerd. Nou, ga daar maar vanuit, want het is in heel Nederland vastgesteld. Maar ook dat je als je ziet dat partijen discrimineren, dat je naar het college van de rechten van de nnens bijvoorbeeld kan stappen. En zorgen dat er ook echt een veroordeling daarvan komt, zeg maar. Nou, er zijn tal van mogelijkheden. In ieder geval is het belangrijk om ervanuit te gaan dat we weten in Nederland dat discriminatie speelt. Het is geen regionaal probleem. Het is echt een landelijk probleem waar dus iedere gemeente eigenlijk mee aan de slag moet. En graag in samenwerking natuurlijk met de mensen die vaak gediscrimineerd worden. Want zij kunnen hun ervaringskennis daar ook over inbrengen. Nou, dat was het. Ben ik binnen de vijf nninuten gebleven?

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/364/documents/15564