Notulen Commissie Sociale Leefomgeving 14 december 2021 - getekend.pdf
Tekst van het document
VERSLAG VAN DE OPENBARE VERGADERING VAN DE COMMISSIE SOCIALE LEEFOMGEVING DORDRECHT D.D. 14 DECEMBER 2021 Digitaal
Voorzitter: dhr. Van Verk Commissiegriffier: mevr. Van Poppel Verslag: NotuBiz Aanwezig: Dhr. De Boer (Fractie Nijhof) Dhr. Boersma (ChristenUnie/SGP) Dhr. Van Dam Timmers (CDA) Mevr. De Fouw (Gewoon Dordt) Dhr. Den Heijer (VVD) Dhr. Schalken-den Hartog (Beter Voor Dordt) Mevr. Stevens (PvdA) Mevr. Stolk (VSP) Dhr. Tiebosch (D66) Portefeuillehouders: wethouder M. Stam
1. Opening, mededelingen en vaststellen agenda De voorzitter: Welkom bij deze comnnissievergadering van 14 december, eigenlijk een vervolg op de vorige vergadering van eind november. De agenda is dan ook ongewijzigd van die vergadering en die gaan we proberen af te maken vandaag. Dat betekent dat we ruim de tijd nemen voor de Sportparkenvisie en dat we hopen nog tijd over te hebben voor het andere punt van discriminatie, waarbij GroenLinks vragen heeft gesteld. Nu wil het vervelende geval - en dat is dan maar gelijk de mededelingen - dat Necdet Burakgin en Chris van Benschop, beiden van GroenLinks, zich afgemeld hebben vanwege ziekte. Dus ik denk dat zij het niet heel erg vinden als dit agendapunt nog doorschuift. Ik wil u vooraf mededelen dat we in ieder geval als eindtijd half elf hebben, want deze keer zullen we toch wel een besluit nnoeten nennen over de behandelvoorstellen en wellicht ook nog even de tijd nennen om terug te blikken op deze twee sessies rondom dit thema. Vervolgens kunnen we dan naar huis - tennninste, naar huis, u bent thuis, ik zit hier en kan wel naar huis.
4. Vaststellen Programma Sportparken 2022-2030 - Raadsvoorstel De voorzitter: Zoals beloofd zou wethouder Stam nu zo direct het woord krijgen voor zijn eerste termijn. Wethouder Stam heeft het verzoek ingediend of hij dat ongehinderd en ongestoord zou kunnen uit nnogen voeren, zijn eerste termijn. Te doen gebruikelijk is natuurlijk dat u interrumpeert, maar als u zegt: wij willen met genoegen aan dit verzoek tegemoetkomen, dan spreken we af dat er niet wordt geInterrunnpeerd. De heer De Boer van Fractie Nijhof, die vraagt het woord, zie ik. De heer De Boer: Dank u wel, voorzitter. Even een vraagje voor de goede orde,
1
De voorzitter: Als u het woord heeft, is het wel handig als u de microfoon aanzet. De heer De Boer: Die heb ik aan staan. U hoort mu j niet? De voorzitter: Doet die het weer niet? De heer De Boer: Doet die het nu, of niet? De heer Van Dam Tinnmers: Hij is luid en duidelijk hier, hoor. De voorzitter: Ik hoor hem hier staat. Er wordt even gekeken.
0, misschien dat hier de microfoon niet helemaal aan
De heer De Boer: Oke, prima, wacht ik heel eventjes. De voorzitter: Momentje, Robbert. Mevrouw Van Poppel: Daar rechtsonder. Hier, ja. Zet hem maar helemaal open. De voorzitter: Robbert, probeer nog eens wat te zeggen? De heer De Boer: Voorzitter, goedenavond. Ja, nou, fijn. Ik heb een link ontvangen, dus ik heb helaas geen chat, dus ik moet het even in mijn handje doen. Houden wij niet de agenda even aan zoals die ons voorgeschoteld is, met dan met name punt 3, vragen aan het college? Of kan ik dat na de bespreking met wethouder Stam doen? De voorzitter: Ik stel voor dat we dat na de bespreking met wethouder Stam doen, want ik vind dat dat eigenlijk wel de meeste prioriteit heeft. Het is tenslotte een voortzetting van de vorige vergadering, dus laten we niet alles dubbel gaan doen, evenals het vaststellen van de besluitenlijst en dat soort dingen. De heer De Boer: Ja, oke, dank u wel. De voorzitter: Goed, ik had u gevraagd hoe u staat tegenover het verzoek van wethouder Stam om ongehinderd en ongestoord zijn eerste termijn te doen. Ik zie geen ... la, nu wel. Geen probleenn in eerste instantie van de heer Schalken. Als de rest niet reageert, dan ... De heer Tiebosch, u heeft daar een vraag over. De heer Tiebosch: Voorzitter, goedenavond.
De vraag is dan, als de wethouder ongehinderd zijn betoog kan voeren, hoe gaan we daarna dan mogelijk nog met de wethouder in debat? De voorzitter: Uiteraard, natuurlijk. De heer Tiebosch: Hoe ziet u dat dan voor u? De voorzitter: Nou ja, tijdens het betoog van de wethouder zult u ongetwijfeld vragen en opmerkingen en dat soort zaken tegenaan lopen waarvan u denkt: wat ik nu hoor, dat
2
vind ik toch wel een vraag waard, of vind ik een discussiepunt. U schrijft dat even op en daarna, dus als de wethouder is uitgesproken, krijgt iedereen die daartoe zijn hand opsteekt dan wel in de chat nneldt: ik wil hier nadere vragen over stellen. Die krijgt dan het woord. De heer Tiebosch: Oke, dan gaan we het zo doen wat mu j betreft. De voorzitter: Ja? Gaan we zo doen? Nou, ik zie dat eigenlijk vrij veel mensen nu daarmee instemmen, dus wethouder, u heeft het woord en ik zal bewaken dat mensen niet gaan zitten interrumperen. De heer Stam: Dank u wel, voorzitter, en ook dank aan de commissie dat ze deze vraag hebben gehonoreerd. Daarnaast ook dank aan de insprekers die nu twee weken geleden hun mening en visie hebben neergelegd over het Programma Sportparken. U bent als genneenteraad in 2019 de discussie gestart omtrent de in 2015 vastgestelde Sportparkenvisie en de daarin opgenomen uitgangspunten die ook in het coalitieakkoord zijn terug te vinden, met name op pagina 43. De termen koepelverenigingen, drie of vier grotere sportparken en sluiting van enkele sportparken worden daar genoemd. Ook is aangegeven dat daar de beschikking komt over eigentijdse, duurzame voorzieningen. Dat is precies de doelstelling van dit programma: samen met de verenigingen te konnen tot vitale sportparken.
In politieke termen vertaald: op basis van een uitgebreid participatietraject wat we hebben doorlopen. De discussie onntrent de Sportparkenvisie is tevens aan de orde geweest in de commissievergaderingen van juni en oktober 2019. Deze vergaderingen waren de basis voor de evaluatieavond in november en de daaropvolgende startnotitie voor het Programma Sportparken. In de bij deze behandeling bijgevoegde stukken kunt u dit ook teruglezen. Daarnaast is het inderdaad een Programma Sportparken, en geen visie. De visie is en wordt verder vormgegeven in de Omgevingsvisie met als basis het beleid zoals dat door u is vastgesteld in het Sportkompas in 2017. In de Omgevingsvisie staat niet voor niets dat deze een groot aantal visies vervangt en het leidende principe visie is. Dus technisch gesproken, vanuit de leidende wetgeving werken wij dan ook aan een Programma Sportparken. Met het vaststellen van de startnotitie op 14 juli 2020 in de genneenteraad is ook de opdracht gegeven om dit Programma Sportparken op te stellen. In dit programma zijn de kaders opgenomen hoe wij het vervolgtraject verder wensen vorm te geven in de nader uit te werken uitvoeringsprogrannnna's. Als tweede is de discussie gevoerd om te komen tot een herijking van de in 2015 vastgestelde visie en het daarin opgenomen aantal sportparken.
Dat was in feite een bezuinigingsopgave, vormgegeven vanuit de financiele situatie in 2015. Dit college heeft echter gemeend om hiervan af te wijken en we voelen ons daarin gesteund door uw raad, gezien uw besluit van 15 april 2020. Mede onndat we ervan overtuigd zijn dat sport en verenigingen een meer dan sociaal verbindende functie hebben in onze stad, zeker in deze coronatijd waarin een gezonde levensstijI nog essentieler is en alle Dordtenaren uitgedaagd moeten blijven worden om in beweging te blijven. Een stad die wat dat betreft op de sociale ladder in Nederland nog niet al te hoog scoort. Om dit nnede te kunnen organiseren zijn eigentijdse sportvoorzieningen onontkoombaar. Het Programma Sportparken bevestigt deze koerswijziging. In dit programma is ervoor gekozen om sporten in de wijken nnerendeels in stand te houden.
3
Hier is bijvoorbeeld al inhoud aan gegeven bij Sportpark Patersweg, overigens tot grote tevredenheid van omwonenden en betrokken partijen. Dit vanwege de leefbaarheid, maar ook gelet op de eerder gevoerde discussies in uw raad. Dus een welbewuste keuze. Een keuze in het belang van onze inwoners en verenigingen, georganiseerde sporters en zeker ook om georganiseerde sporters. Movado is het meest tastbare resultaat, maar ik zie meer positieve ontwikkelingen: op Sportpark Schenkeldijk, op Sportpark Krommedijk en op Sportpark Reeweg. Dit programma heeft als doelstelling om op die positieve ontwikkeling en resultaten voort te bouwen en u als raad keuzes voor te leggen over de uitvoeringsplannen om te komen tot eigentijdse en vitale sportparken. De harde, fysieke kant. Ik ben daarbij nog steeds van mening dat de kaders voor vitale sportparken in voldoende mate zijn toegelicht in het Programma Sportparken en aansluiten bij de startnotitie. Dit zoals ook besproken in de werkgroep uit uw raad. Als de commissie het wenselijk acht om hier kaders aan toe te voegen of te wijzigen, zijn er uiteraard de gebruikelijke mogelijkheden voor. Ik hecht eraan om eerst de kaders op te halen bij de raad, alvorens uitvoeringsplannen op te stellen met de verschillende sportparken.
De vraag nu is dan ook of u kunt instemmen met de voorgestelde kaders en welke kaders u op dit moment mist om dit te realiseren, of eventueel zou willen toevoegen. Tot slot van deze eerste termijn wil ik ingaan op de verschillende vragen die zijn gesteld over stimuleren van sport en bewegen van Dordtenaren en het ondersteunen van sportaanbieders en het felt dat hierover in het Programma Sportparken geen expliciete doelstellingen zijn opgenomen. Daar wordt vanuit het sportbeleid sowieso al jaren op ingezet, dit onder andere door de inzet van sportregisseurs, het werken aan een lokaal Sportakkoord en het reguliere sportstimuleringsprogramma van de gemeente Dordrecht, met daarin de inzet van Dordtse buurtsportcoaches. Het Programma Sportparken valt in het Dordtse Sportkompas onder de pijler plekken. De vraag naar sportstimulering en het ondersteunen van sportaanbieders valt onder de pijler sporten. U heeft naar mijn weten geen opdracht gegeven tot het herijken van het Dordtse sportbeleid, maar van de Sportparkenvisie uit 2015, onderdeel van het Dordtse Sportkonnpas. Tot zover mijn eerste termijn, voorzitter.
De voorzitter: Dank u, mijnheer Stam, voor uw heldere en korte betoog. Leidt dit tot vragen bij ... De heer Van Dam Timmers. De heer Van Dam Timmers: Goedenavond. Dank, voorzitter. Dank ook aan de wethouder voor de eerste termijn. Zie ik het nou goed dat dit de beantwoording waren van ook de vragen? Want in mijn beleving zijn er veel meer vragen gesteld dan deze paar vragen. De heer Stam: Voorzitter, ik heb nu een algemene reactie gegeven. De voorzitter: Dat is het antwoord, nnijnheer Van Dam Timmers. De heer Van Dam Timmers: Dank, voorzitter. Op zich begrijp ik die algemene reactie, maar niet alleen vanuit onze fractie, maar vanuit een heleboel fracties zijn er heel veel wat meer uiteenlopende vragen ook gesteld, ook over: wat is precies dan het programma, ging het onder andere over. De een vindt het te concreet, de ander vindt
4
het juist niet concreet genoeg, want die zegt: een programma is een verzameling projecten, dus daar moet dan verder invulling aan gegeven worden, hoe ziet dat eruit? Dat zijn allerlei vragen die gesteld zijn en ik ben toch eigenlijk wel benieuwd naar de opvatting van de wethouder over die vragen en eigenlijk ook de beantwoording daarvan. Ik neenn toch aan dat we die niet opnieuw hoeven te stellen, of zie ik dat verkeerd? De heer Stam: Nee, voorzitter, ik zou nu ook gelijk al in kunnen gaan op een aantal concrete vragen die zijn gesteld. De voorzitter: Wat mij betreft doet u dat en dan daarna komt de heer Tiebosch en daarna de heer De Boer. De heer Stam: Prima. Nou, om te beginnen met de reactie van coalitiepartner CDA, bij monde van de heer Van Dam Timnners. In uw woordvoering heb ik redelijk vaak het woord concreter gehoord. Wat wij eigenlijk zien in deze Sportparkenprogramma is dat wij een inventarisatie hebben gemaakt van vraagstukken. Dat is wat anders als concreet aangeven per park wat er moet gebeuren en bij kleine parken niet. Wij hebben een inventarisatie gemaakt en wat ik eigenlijk in nnijn beantwoording in nnijn eerste termijn heb aangegeven is dat wij die uitvoeringsplannen gaan nnaken op het moment dat u kaders heeft vastgesteld. Weet je, negatief gezien kan je zeggen: dit is het totale wensenlijstje van de verenigingen.
En positief benaderd: dit is de uitkonnst van het gehouden participatietraject. Directe participatie met de besturen en tevens indirecte participatie via de eden, die een brede sannensmelting van de Dordtse samenleving zijn en vertegenwoordigen. Er zijn ook een aantal vragen gesteld over de integraliteit. Enerzijds wit ik nogmaals benadrukken dat dit programma zich richt op de fysieke component van de sportparken en de huisvesting van de verenigingen. Anderzijds is de integraliteit met betrekking tot toegankelijkheid, fietsplan, parkeernnogelijkheden onderdeel van de Dordwijkzone, waar drie van de grote parken onderdeel van uitmaken. Hiervoor heeft u in uw laatste raadsvergadering nniddelen beschikbaar gesteld om hier onderzoek naar te doen. Tevens gaat het collegeprogrannma uit van een gezonde samenleving waarbij iedereen beweegt en zoveel nnogelijk sport, in verenigingsverband en ongeorganiseerd. Als u de plannen Dordwijkzone, het sociale programma en het Programnna Sportparken aan elkaar verbindt, dan heeft u een volledig integraal plan, naar nnijn idee. Enige verbazing is daarbij wel dat die integraliteit nu juist wordt gezocht in een fysiek Programma Sportparken.
Een brede leesbeurt van mijn kant in een eerder door u vastgestelde sociale en fysieke programma's hebben mu j in ieder geval geleerd dat daar nog geen verbinding is gelegd of verwijzing is gemaakt door uw raad naar sport of sportparken. Daarnaast zijn er ook nog vragen gesteld over de businesscase, of die betrekking hebben op grote verenigingen, kleinere verenigingen, hoe je dat moet doen. Ja, als ik daarnaar ga kijken, ten onrechte werd op 30 november door een aantal van u gesproken over de term nnaatschappelijke businesscase. Wellicht bent u met uw hoofd nog bij de eerdere besprekingen van de Eneco-middelen waar deze term wel aan de orde was. In het programma wordt gesproken over kansrijke businesscases om vanuit de gemeente de subsidiering te rechtvaardigen. Maar wellicht heeft u met het woord businesscase wel een terecht punt en ik zou me dan ook kunnen voorstellen om het woord businesscase te vervangen door protocol of subsidievoorwaarden. Ook overige
5
reguliere subsidieverstrekking die u hanteert als raad kent een aantal voorwaarden waaraan voldaan moet worden om tot een rechtmatige bijdrage te komen. Een businesscase is wat mu j betreft dan ook weinig anders, alleen anders woordgegeven. Hoe moeten we anders toetsen dat een vereniging rendabel en solvabel is om een gemeentelijke subsidie op een concrete en correcte manier te kunnen ontvangen? Op pagina 61 staat daar eigenlijk de kern van de uitleg: "De gemeente nnoedigt vernieuwing van gebouwen aan en is ook bereid om daar financieel in te ondersteunen, nnits daar een realistisch plan onder ligt." Of we dat vornngeven via een businesscase, een protocol of subsidievoorwaarden, dat is mu j om het even, maar er zijn wel een aantal voorwaarden. Dan de intentie van het programma is om verenigingen, groot of klein, allereerst vanuit hun eigen positie te laten kijken naar hun onderkonnens, velden en kleedruimteaccomodaties. Een top -down koepelopdracht is wat mu j betreft niet nneer aan de orde indien er voldoende ruimte en mogelijkheden zijn voor een vereniging om zelfstandig te kunnen blijven functioneren. Op het moment dat dit niet het geval is en een genneentelijke subsidie dit ook niet mogelijk maakt, dan is het advies om samenwerking te zoeken met andere verenigingen om de levensvatbaarheid te vergroten.
In feite zien we deze sannenwerking en insteek al op een natuurlijke weg ontstaan op Sportpark het Reeland. Daarnaast zijn er ook nog wat vragen gesteld over eigendomsverhoudingen. Wat betreft die eigendonnsverhoudingen begrijp ik dat dit tot vragen kan leiden, echter vanuit het Programma Sportparken kiezen we ervoor om het gangbare grondbeleid van de genneente te volgen, waar mijn collega-wethouder Burggraaf voor verantwoordelijk is. Ook heeft de VVD nog een vraag gesteld over de financiering en de middelen die beschikbaar zijn gesteld. Die heeft u als raad onlangs gereserveerd en is wat mu j betreft volledig gekoppeld aan de uitvoering van dit voorliggende programma. Zo heeft u ook het debat met elkaar gevoerd: middelen beschikbaar stellen voor de uitvoering van het Programma Sportparken. Dit naast de beschikbare middelen vanuit de Dordwijkzone. Op het moment dat er uitvoeringsplannen worden opgesteld, zullen wij met een voorstel komen hoe wij deze middelen zo efficient mogelijk denken te gaan inzetten. Ik denk dat ik met deze beantwoording de meeste vragen die zijn gesteld heb beantwoord. Mocht dat niet het geval zijn, dan hoor ik dat graag in een tweede termijn.
De voorzitter: Dat is een helder en duidelijk betoog naar aanleiding van de vragen van de heer Van Dam Timmers. De heer Tiebosch. De heer Tiebosch: Dank u wet, voorzitter. Eigenlijk is mijn eerste opmerking dan naar de wethouder en naar het college: waarom heeft u er dan zes jaar over gedaan voordat u dan met dit programma kwam? Als vanaf in ieder geval, wat ik uit uw woorden begrijp, vanuit 2015 al duidelijk was dat er geen ander sportvisiebeleid zou worden ontwikkeld. Dus dat is een. Twee, heb ik gewoon moeite met de manier waarop u dan nu in 2021 met dit sportprogramma de woorden eigentijds en vitaal blijft gebruiken. Dat heeft D66 gebruikt, geprobeerd om in de zienswijze die we ingediend hebben om daar nou juist de accenten eigentijds en vitaliteit naar voren te brengen. 2017 of ook het moment van 2019 was er eigenlijk nog niets bekend over corona, is er ook niet in die mate gesproken over hoever de Dordtenaren van de percentages sporten en bewegen af zijn ten opzichte van de rest van de grote steden. Dus ik vraag me echt af wat er dan in dit college bijna
6
vier jaar lang voor discussies zijn geweest, zelfs tot de bekende explosie in de debatraad over de businesscases van Eneco, waarin in ieder geval de oppositie geprobeerd heeft om daar toch 10 nniljoen nog vrij te maken om in ieder geval wel een sportbeleid voor die vitale en eigentijdse sportparken mogelijk te maken. Wat ik jammer vind is dat u nu bijvoorbeeld met alle sportparken die er zijn, er zijn vier sportparken uit nn'n hoofd, die liggen in die Dordwijkzone, die andere niet. Nou gaat u mu j en de rest van de raad proberen wijs te maken dat als we nu maar dat hele verhaal van dat sportpark XL en het progrannma wat u nu, als we dat aan elkaar binden, dan hebben we ook de sociale visie, dan hebben we ook het integrale verhaal. Nou, dat vind ik eigenlijk allemaal te kort door de bocht en ik heb vanuit D66 geprobeerd om in de zienswijze gewoon die punten te markeren die wij gewoon in de uitgangspunten missen. Dus u heeft nnij verder met uw uitleg niet dichterbij gebracht, zal ik maar zeggen, en ik ben ook benieuwd wat de rest van de commissie daarvan vindt. Wat mu j betreft, ja, als dit gewoon college - want u spreekt mijnheer Van Dam Timmers dan even aan als coalitiegenoot - dat lijkt ook iets van: joh, we hebben hier nou in de coalitie afspraken over gennaakt.
Als dat zo is, ja, dan heb ik medelijden voor de rest met de toekonnst van Dordt, want dan betekent het gewoon dat we nog hier tot 2030 met dit verhaal verder gaan en dan iedere dag gaan we nog verder af van het begrip eigentijds en vitaal. Nou, voor zover even, voorzitter.
De voorzitter: Mijnheer Tiebosch, u krijgt in ieder geval twee interrupties van collega's. Eerst de heer Van Dam Timmers en dan de heer De Boer. Mijnheer Van Dam Timmers. De heer Van Dam Timmers: Dank, voorzitter. Aangezien nnijn naam ook genoennd werd, dacht ik dat het ook wel netjes is om daar even op te reageren. Ik moet wel aangeven, wat ik wel belangrijk vind is dat wij dualistisch in de wedstrijd staan. Dat betekent dat we dat in alle plannen zijn om ze ook beter te maken, om juist recht te doen aan wat de Dordtenaar qua sport nodig heeft. Ik had eigenlijk ook wel een vraag aan de heer Tiebosch. Ze stellen ook een aantal politieke vragen natuurlijk in het stuk en ik heb ook uw zienswijze gelezen, waar ik een heleboel herkenbare punten in terugvond. Hoe ziet u dan het pad richting de toekonnst op dit vlak? De voorzitter: De heer Tiebosch. De heer Tiebosch: Volgens mu j zijn er nu een aantal partijen die hebben een zienswijze in ieder geval ingediend. Ik heb die van u niet gezien, ik heb alleen maar een stukje in de krant gelezen dat u zonnepanelen wil regelen, maar echt een zienswijze op dit stuk heb ik van u niet gelezen. Maar mijn antwoord zou zijn dat eigenlijk wat er nu ligt vinden wij vanuit D66 absoluut niet de definitie van eigentijds en vitaal doorstaan. Wij zouden het verschrikkelijk vinden als nou met dit programnna naar 2030, dat we het hiermee moeten doen.
Dus we zullen toch proberen om zoveel mogelijk wat we in die zienswijze hebben neergezet om dat voor elkaar te krijgen. Maar daar moet je natuurlijk wel steun voor krijgen, want om alleen maar voor de biihne in de raad met moties en annendennenten te komen, ja, dat heeft totaal geen zin. Dus in het allerslechtste geval, als we hier in deze connnnissie voor de rest nergens steun voor krijgen, ja, dan zal het gewoon in de raad tegenstennmen zijn. Het enige wat me dan nog rest is een grote advertentie in de krant om uit te leggen waarom wij dit Programma Sportparken niks vinden. Meer kan ik ook niet verzinnen.
7
De voorzitter: Helder. De heer Van Dam Timmers: Nee, ik denk dat dat inderdaad begrijpelijk is. Ik heb inderdaad, of wij hebben inderdaad geen zienswijze nu ingediend, omdat we niet van mening zijn dat dat op dit moment wat bijdraagt, gezien ook gewoon onze bijdrage in het eerdere debat. Geen nieuwe inzichten, dus dat is eigenlijk de aanleiding daarvoor. De heer Tiebosch: Oke, maar u ... Via de voorzitter, maar dan begrijpt u dat dat ook uitgelegd kan warden dat u het eigenlijk dan wel voor het overgrote deel eens bent met wat er nu ligt? De heer Van Dam Timmers: Nee, dat is denk ik een verkeerde conclusie die u daar trekt, wil ik toch zeggen via de voorzitter. Ik denk dat ik in de woordvoering twee weken geleden duidelijk ben geweest dat wij vinden dat dit een aanzet, een ophalen van informatie is en dat er een inventarisatie is gedaan en dat daar een deel uitwerking voor is, maar ja, dat het nog niet op het punt is dat je daar - hoe zeg je dat - dat het voldoende concreet is zodat er echt stappen gezet kunnen warden. Dus op het gebied van visie is dat het niet en op het gebied van programma is het dat niet en dat vinden wij ingewikkeld. De heer Tiebosch: Oke, maar zo De heer Van Dam Timmers: Dus we zijn er nog niet.
De heer Tiebosch: Voorzitter, mag ik dan mijnheer Van Dam Timmers nog een vraag stellen? Want ik vraag het ook expliciet aan u, omdat u ook eigenlijk toch wel initiatiefnemer bent van dat amendement van die 2 miljoen. Daar heeft u toch ook bepaalde gedachten bij gehad, neem ik aan, toen u daarvoor ging? De vraag is dan: wat had u dan voor gedachten? Want op dat moment lag dat Programma Sportparken er officieel nog niet. Tenminste, wij vanuit de oppositie hebben er niks van gelezen, u misschien al wel wat, maar wij niet in ieder geval. De heer Van Dam Timmers: Dank, voorzitter. Ik wil daar nog wel even op reageren. Er is natuurlijk inderdaad 3 ton gezet voor de invulling van eigenlijk die verdere gegevens, waarvan wij zeggen: het is eigenlijk wat ontbreekt. Die 2 miljoen is gereserveerd am juist van dingen die eigenlijk al op de plank liggen, van goede plannen die er al zijn - en er zijn een heleboel verenigingen met goede ideeen, we hebben een aantal verenigingen daarvan gesproken - dat daar voortvarend mee aan de slag gegaan kan warden als daar die 2 nniljoen voor gereserveerd staat. Dat heeft in de uiteindelijke uitvoering volgend jaar een grate meerwaarde en dat is de reden waaronn wij daarvoor gegaan zijn.
Dus ja, dat is eigenlijk die reden am dat verder in te vullen en dan ook voortvarend aan de slag te kunnen, juist ook omdat in feite de pot voor verdere uitvoering leeg was. De voorzitter: Nou, dat is het antwoord, mijnheer Tiebosch. De heer De Boer zou ook vragen hebben. Aan de heer Tiebosch, mijnheer De Boer?
8
De heer De Boer: Dank u wel, voorzitter. Indirect aan mijnheer Tiebosch inderdaad. Ik wil allereerst zeggen, ik was er vorige keer niet bij. Er is heel veel werk gestoken in het Programma Sportparken, mijn complinnenten daarvoor. Er zijn ook een aantal vragen natuurlijk uit dat eerste overleg gekomen en dat zijn er vier ... De voorzitter: Maar ... De heer De Boer: Ja? De voorzitter: Als u eerst uw vragen aan de heer Tiebosch wil stellen, want dan kan hij tennninste reageren. De heer De Boer: Dat ga ik doen, ja. Waar ik wel benieuwd naar ben, want ik heb zelf ook nog een aantal dingen opgeschreven, maar het nneeste is al genoemd. Maar de heer Tiebosch heeft het ook vooral even over het vervolgproces, de vervolgprocedure met alle jaartallen erbij, zeg maar, vanaf 2022 kwartaal drie tot en met 2030. Waar ik een beetje mee zit is eigenlijk - maar ik ben benieuwd hoe de rest van de commissie daarin staat, mijnheer Tiebosch haalde het al een beetje aan - wij moeten dus instemmen met een voorstel, terwijI het is bijna maart en als wij nu instemmen met een voorstel, dus de vraag even wie er straks in maart weer doorgaan, maar dat betekent waarschijnlijk wel misschien wel meer dan de helft aan nieuwe raadsleden. Dus daar zit ik een beetje mee hoe daar de commissie in staat. Want de ene kant kan je zeggen: oke, we kunnen nu instemmen.
We kunnen ook zeggen: laten we het verder nnisschien uitwerken aan de hand van de vragen die erover zijn en til dit hele plan naar maart volgend jaar. De voorzitter: De concrete vraag is dus: zou het niet beter zijn dat vaststelling van dit programma door de nieuwe raad gebeurt? De heer Tiebosch, u werd als eerste aangesproken. De heer Tiebosch: Voordat ik dan het antwoord geef, voorzitter, wil ik even graag weten van mijnheer De Boer: bent u nog bij Beter Voor Dordt, of lets anders? Want in uw email staat gewoon Beter Voor Dordt. Ik wil even weten aan wie ik nou eigenlijk antwoord ga geven, aan de Fractie Nijhof of aan Beter Voor Dordt? De heer De Boer: Honderd procent aan Fractie Nijhof. Als mijn naam ergens verkeerd in staat, dat weet ik even niet. Ik ga wel einde van de week even naar de griffie om even dat allemaal na te laten kijken, maar ik begreep dat het verkeerd er staat. Het is honderd procent de Fractie Nijhof, mijnheer Tiebosch. De heer Tiebosch: Oke. Nou, het staat niet in uw e-nnailadres zo. Maar in ieder geval, mijn antwoord zou zijn: het is eigenlijk te nnakkelijk om dat nu weer door te schuiven naar een volgende raad.
Want we zitten er nu at ruim drie jaar om te vragen en ik denk ook met het antwoord waar de wethouder nu mee is gekomen namens het college, dat het eigenlijk helemaal niet de bedoeling is dat er nieuw beleid wordt geformuleerd, maar dat we gewoon vanuit het beleid van 2015 doortrekken naar 2030. Dan denk ik: dan nnoet je dat een nieuwe raad niet aandoen, voordat die dadelijk ingewerkt zijn en dit
9
allemaal weer tot zich genomen, dat deze raad in ieder geval de verantwoordelijkheid heeft om hier een uitspraak over te doen. Dat zou mijn advies zijn. De heer De Boer: Ja, prima. De voorzitter: Oke, helder. Helder. Dan rond ik dit gedeelte af, want ik zie verder geen vragen meer aan de wethouder. De heer Stam: Voorzitter? De voorzitter: Ja. De heer Stam: Mag ik per raadsfractie reageren, of is het de bedoeling dat in totaliteit reageer? De voorzitter: Wat mu j betreft kunt u na elk ... U bedoelt dus: mag ik na elke woordvoering reageren, of moet ik wachten tot het einde? Het is gebruikelijk dat u wacht tot het einde, maar het is wel een belangrijk punt en we moeten hier vanavond wel een knoop over doorhakken. Dus laten we maar gewoon per fractie uw reactie geven, dat kan betekenen dat sommige andere fracties al delen van hun woordvoering kunnen schrappen. Nou, dat is dan maar zo. Dan is er helderheid over en dat zou het proces naar de eindconclusie kunnen bevorderen. De heer Stam: Oke, prima. De voorzitter: Ja? De heer Stam: Dank u wel, voorzitter. Ik begrijp wat de heer Tiebosch zegt: waarom duurt het zolang? De voorzitter: Maar de heer Tiebosch heeft zijn tweede termijn nog niet gehad, want ik ga nu vragen: welke partijen willen gebruikmaken van de tweede termijn? Nog even een momentje wachten, mijnheer Stam.
Ik zie mevrouw Stolk in ieder geval, de heer Boersnna, de heer Van Dam Timmers. Ik begrijp dat iedereen even dat nnoet intypen natuurlijk. De heer Schalken. Nou, ik ga nu starten met de tweede termijn en dan start ik met mevrouw Stolk. Mevrouw Stolk, konnt er eens in. Mevrouw Stolk: Voorzitter, ik ben erin. Dank. Onze zienswijze was een beetje laat, dus ik gebruik de tweede termijn ook een beetje om de zienswijze van ons een beetje neer te zetten. Ik wil beginnen, de Sportparkenvisie heeft de afgelopen jaren nogal wat varianten opgeleverd, namelijk de paraplu, alle sportparken sannen, en nu is de Dordwijkzone weer de oplossing. Dat alles in een tijdsbestek van zes jaar. Voorzitter, de VSP is van mening dat de sport in Dordrecht, georganiseerd of ongeorganiseerd, meer en een helderder verhaal verdient dan het Programma Sportparken dat nu door het college aan de raad gepresenteerd is. De raad heeft om een sportvisie gevraagd en heeft nu een Programma Sportparken gekregen, dat wat de VSP betreft filet voldoet aan de verwachtingen. We missen een samenhang, totaalvisie hoe we met de sport in Dordrecht verder moeten. We zien hier en daar een gedetailleerde uitwerking, maar op
10
andere punten een en ander vaag is geformuleerd. We missen definities van begrippen als vitaal, toekomstig, capaciteit, duurzaannheid, welke rol verenigingen en andere sportparkgebruikers spelen, en zo kunnen we nog wet even doorgaan. Wat dit progrannnna verder mist is een beschrijving hoe de sport idealiter aan de kant van de gemeente georganiseerd moet zijn. Van de kant van verenigingen horen we dat zij de afgelopen tien jaar elke keer weer - en ik vind het vervelend om te benoemen, want normaal doen we dit niet, maar ik ga het toch maar eventjes wel benoemen - elke keer weer nieuwe ambtenaren en projectleiders, veelal met gebrekkige kennis van de Dordtse situatie op hun pad vinden, dat beleid en standpunten regelmatig worden gewijzigd en dat verenigingen niet echt een klankbord binnen de gemeente hebben. De afdeling Accommodaties is losgennaakt van de afdeling Sportbeleid. Er lopen verschillende processen door elkaar heen, zoals de Onngevingsvisie, het sportpark XXL, de Spoorzone en dan het Programma Sportparken. Volgens de wethouder, als je dat dan aan elkaar knoopt, dan heb je een sociaal programma. Ik zie hem niet. De sportverenigingen - en laten we dat nogmaals onderstrepen - de vrijwilligers in die sportverenigingen zien door de bonnen het bos niet meer.
Dat geldt zeker voor de kleine verenigingen, die ondanks hun beperkte aantal leden en toch een belangrijke functie vervullen in het behoud van bepaalde sporten in Dordrecht. Het vertrouwen in de overheid is derhalve bij de Dordtse sport laag te noemen. Goed beleid
De voorzitter: Mevrouw Stolk, ik zie dat de heer Den Heijer een interruptie heeft en een voorstel van orde. De heer Den Heijer: Ik wit hier toch dan weer geen gebruik van gaan nnaken in de comnnissie en ik snap, het zit mevrouw Stolk van de VSP natuurlijk hoog, dit is een onderwerp wat haar echt nauw aan het hart gaat en dat weet ik. Maar toch, laten we deze grens gewoon niet over gaan, laten we het niet over de band van de ambtenaren spelen, laten we die niet onderdeel van deze discussie zijn. Ik zou daar toch een oproep toe willen doen, ook aan u als voorzitter. Want als we dat een keer gaan doen, dan gaan we dat twee keer doen, drie keer doen. De wethouder zit hier, die kunnen we stevig bevragen en dat kan mevrouw Stolk hartstikke goed. Maar ik snap ook het aspect wat u wil benoemen, maar laten we het gewoon niet doen. Dat is eigenlijk mijn oproep die ik wilde doen. De voorzitter: Laten we het dan hierbij houden. De VSP heeft dit punt gemarkeerd vanuit hun positie en laten we dan daar kennis van nemen en dat verder achterwege laten. Ik ben het met u eens, de wethouder is en blijft de verantwoordelijke voor alles wat er gebeurt in dit huis. Mevrouw Stolk: Klopt. De voorzitter: Gaat u verder, mevrouw Stolk. Mevrouw Stolk: Maar dat had ik ook al van tevoren aangegeven, he? Dat ik het niet gebruikelijk vind om dat soort dingen te noennen.
Maar goed, goed beleid moet volgens de VSP net als een huis rusten op een stevige fundering en die is er qua sport niet. In het Programnna Sportparken wordt regelnnatig gewezen op de inbreng van de Sportraad.
11
Maar wie zijn dat? De sport in Dordrecht, georganiseerd en ongeorganiseerd, voelt zich totaal niet vertegenwoordigd in de Sportraad. Waar haalt die Sportraad dan zijn adviezen vandaan? Een kleine tien jaar terug waren alle sporten in Dordrecht vertegenwoordigd in de Sportraad, waar een door het college benoemd dagelijks bestuur zijn voelhorens uitstak om tot adviezen te konnen. Waar zijn die adviezen nu op gebaseerd? Kortonn, wisselend beleid, wisselende overheidsvertegenwoordigers en een onzichtbare Sportraad zijn de fundamenten van het sportbeleid in deze stad. Een andere klacht is dat vele clubs het gevoel kennen dat de participatie van verenigingen bij de totstandkoming van het programnna mede door de corona allesbehalve soepel is verlopen. Bijna drie jaar is er voorbij gegaan sinds de raad de startnotitie 2019 aangenomen heeft. We beschouwen het nu voorliggende progrannma als volstrekt onvoldoende om de sportwereld in Dordrecht weer het vertrouwen te geven in de overheid of de gemeente. Weliswaar is er bij de afgelopen collegeperiode op het punt van sport een enkel succesje geboekt, maar dat is verre van wat de VSP van het college heeft verwacht. Wat we wel verwachten is een duidelijke visie, specifieke, meetbare, acceptabele, realistische en tijdsgebonden doelstellingen waarop de raad het functioneren van het college kan beoordelen.
Dat is voor de VSP het belangrijkste uitgangspunt. We willen niet meer dat een ontwikkeling van bijvoorbeeld de Schenkeldijk decennialang vertraging oploopt door het al dan niet doorgaan van het Belthure Park. Als ander voorbeeld dat de ontwikkeling van de Krommedijk niet !anger gegijzeld wordt door het al dan niet doorgaan van eventuele stadionplannen. Op de Krommedijk wordt al meer dan vijftien jaar over gesproken en laten we beginnen met daarover een knoop door te hakken. We bouwen als gemeente een nieuw multifunctioneel stadion, al dan niet op de Krommedijk, dan wel op een andere geschikte plaats. Of we doen het niet en gaan verder met het doorontwikkelen van de plannen die de breedtesportverenigingen aldaar hebben opgesteld. Ook de insprekers van twee weken geleden lieten een duidelijk beeld achter, namelijk dat sportclubs goed in staat zijn om zelf een belangrijke bijdrage te leveren aan de toekomstbestendigheid van hun accommodaties.
Wat de ongeorganiseerde sport betreft, dan wel de zo belangrijke bewegingsmogelijkheden voor onze bewoners, wat gebeurt er als er ideeen of plannen de competentie van de sport overstijgen? Verzandt dat dan in een bureaucratisch gebeuren? Voorbeeld het ooit gelanceerde idee voor een aaneengesloten wandel- en hardloop- en fietsroute als een boulevard dwars door het centrum, langs de Spuihaven richting de Oude Maas en zo verder langs de Dordtse Kil. Leuk idee, maar nooit meer wat over gehoord. Tot slot, vlak voor de verkiezingen ligt wat de VSP betreft onvoldoende Progrannma Sportparken voor ons, waarvan nog maar de vraag is of een nieuw college daaraan wel uitvoering wil geven. Of komt men weer met een andere visie? De VSP is daaronn van mening dat het Progrannnna Sportparken moet worden teruggestuurd en dat de genoemde bezwaren en uitgangspunten in de komende raadsperiode met een nieuw en fris college binnen een echte sportvisie moet worden uitgewerkt in panklare - en ik herhaal het nognnaals - specifiek, meetbaar, acceptabel, realistisch en tijdsgebonden doelstellingen, doorontwikkeld in een uitvoeringsnota. Dat verenigingen nu nog pakweg een half jaar moeten wachten is hierbij helaas, maar jammer.
Je kan ook, we hebben het vorige week gehoord over een opblaashal, dat heeft in principe niks te maken met een sportvisie, daar kan je gewoon een vergunning voor afgeven en dan kan zo'n hal gewoon de lucht in gepompt worden. Maar beter een goed
12
fundament, dan een sporthuis bouwen op drijfzand. Voorzitter, de VSP wit na jaren wanbeleid op sport nu eindelijk een langetermijnsportvisie en een definitief budget zien, geen tussenstappen meer die het konnende college voor de voeten lopen. Tot zover de eerste ter... De tweede term ijn, sorry.
De voorzitter: Dank u, mevrouw Stolk. De heer Schalken heeft een vraag aan u. De heer Schalken. De heer Schalken-den Hartog: Voorzitter, dank voor het woord. Een vraag aan mevrouw Stolk van de VSP, want volgens mij hoor ik mevrouw Stolk zeggen dat ze dit eigenlijk nu niet wil vaststellen. Volgens mij hebben we ook in de stukken kunnen lezen dat er uitgebreid met best wel veel verenigingen is besproken wat nu op tafel ligt. Dan zal het aan de ene kant soms nog globaal zijn en aan de andere kant soms al wat meer ingevuld zijn, maar dat heeft ook te maken met wat er op welke plek nodig is. Maar zouden we het niet echt vreselijk vinden en zou u niet het idee hebben dat sportverenigingen nog veel verder gaan afhaken op het moment dat we hier nu vanavond, of volgende week in de raad geen klap geven op een wellicht aangepast stuk wat er nu ligt? Want volgens mij is dat ook wat de heer Tiebosch aangaf. De voorzitter: Mevrouw Stolk. Mevrouw Stolk: Kijk, dat vond ik wel mooi verwoord vorige keer door de heer Van Verk, de voorzitter: er konnt dadelijk een diarree aan nnoties en amendementen. Wij hebben daar echt over nagedacht of we inderdaad met een diarree aan moties of amendennenten zouden komen. Ja, dat gaan we niet doen, want we hebben te veel om te zeggen ... We vinden het niet ...
En ook de participatie waar u het over heeft, volgens mij zijn er twee bijeenkomsten geweest en dat is het geweest. Als u dat participatie vindt, ja, prima. Wij kijken daar anders tegenaan. De heer Schalken-den Hartog: Via de voorzitter, graag nog een reactie. Want volgens mij, en dat heeft zover ik weet ook wethouder Stam aangegeven, is er echt met heel veel partijen gesproken. Zeker niet alle partijen, want daarmee is ook aangegeven dat dadelijk in die uitwerking per specifiek sportcomplex echt met die partijen die daar ter plekke belang hebben, dat daar verder in de uitwerking over gesproken wordt. Maar ik kan me echt zo voorstellen dat op het moment dat wij hier niet met elkaar in staat zijn om tot iets te komen wat we volgende week kunnen vaststellen, dat dat volgens mij nog een veel grotere teleurstelling is voor de sportverenigingen en de sport in het algemeen, dan wanneer wij toch ons best doen om toch te laten zien dat wij het belangrijk genoeg vinden dat we met de basis die hier nu ligt echt heel concreet met at die partijen dadelijk aan de slag gaan met de uitwerking van het progrannnna wat er nu ligt. De voorzitter: Dat was uw De heer Schalken-den Hartog: Het is vooral meer richting mevrouw Stolk, denkt u niet echt dat de sportverenigingen nog vreselijk meer teleurgesteld zijn op het moment dat wij dit dadelijk weer op de lange baan schuiven?
13
Mevrouw Stolk: Nee, dat denk ik niet. De voorzitter: En ik denk dat dat het antwoord is wat u had kunnen verwachten. Mevrouw Stolk: Nee, dat denk ik niet en ik geef dat ook aan en ik zeg ook in mijn woordvoering: het is jammer dat sportverenigingen ietsje langer moeten wachten. Maar je kan ook, wat ik net at aangaf over die blaashal bij de hockey en over de padel, ja, weet je, daar zou je ook iets tussendoor kunnen doen, maar dan ben ik weer een beetle bang dat je een soort precedentwerking gaat scheppen. Ik zeg dan liever: na al die jaren, terwijI we weten dat het vertrouwen in de sportwereld Ik vind het gewoon wanbeleid geweest dat we het niet voor elkaar hebben gekregen na at die jaren om een Sportparkenvisie of een Sportvisie, hoe je het ook noemen wil, neer te leggen overall, over heel de stad, waar we met de sport naartoe willen. Wat is nou die stip op de horizon, hoe ga je dat financieren, de bereikbaarheid, wil je open sportparken? Dit college is van links naar rechts geschoven. We nnoesten naar vier koepelorganisaties. Nou, dat hebben we niet gedaan, toch wat meer geluisterd naar de verenigingen. Maar u zegt zelf: er zijn heel veel verenigingen wet gesproken, maar er zijn ook heel veel verenigingen niet gesproken. Dus dit is niet een visie wat gedragen wordt door de hele sportwereld.
De heer Schalken-den Hartoq: Maar, voorzitter, naar aanleiding van deze reactie van mevrouw Stolk nog een keer en ik denk dat we het inderdaad niet met elkaar eens worden. Maar nnevrouw Stolk, u kunt toch ook wel voorstellen dat met wat er nu ligt er in ieder geval een basis ligt om dadelijk met die concrete plannen en de uitwerking verder te gaan? U geeft net zelf aan: het duurt al jaren en jaren. Wat betekent dit voor het vertrouwen in de politiek als we dit nu naar de prullenbak gaan verwijzen? De voorzitter: Maar mijnheer Schalken, u gaat Mevrouw Stolk: Nou, ik wil even ... De voorzitter: Wacht even. Nee, even wachten, want u zit zich voortdurend nu te herhalen, dat lijkt me niet de bedoeling. De heer Schalken zit nu voor de derde keer te betogen wat een teleurstelling het zou moeten zijn en u gaat voor de derde keer zeggen: nou, laat die verenigingen nog maar even wachten, want daar heeft u dan uw redenen voor. Ik stel voor om deze discussie nu te stoppen. De punten zijn gemaakt. Mevrouw Stolk: Mag ik een antwoord daarop geven? De voorzitter: Een kort antwoord in een zin. Mevrouw Stolk: Ik vind het teleurstellend dat Beter Voor Dordt voor de sport het zo lang heeft laten duren, terwijI het uw wethouder is en nu wordt het bij ons door de strot gedrukt voor de verkiezingen. Dat is niet Beter Voor Dordt, dat is rot voor de sport.
De voorzitter: Dat is een heldere, korte reactie.
14
De heer Schalken-den Hartog: Voorzitter, dat is duidelijk. Daar kom ik dadelijk nog op terug, voorzitter. De voorzitter: Dat is mooi. De volgende spreker is de heer Jan Willem Boersma van de ChristenUnie/SGP. De heer Boersma: Ik had nnijn schuifje nog dicht, voorzitter. Dank u. Ik zit even te twijfelen wat ik ga zeggen, voorzitter. Ik heb de eerste termijn van de wethouder gehoord De voorzitter: Mijnheer Boersma, even een moment, want ik had de heer Stam De heer Boersma: Ben ik te verstaan? De voorzitter: Ja, u bent wel te verstaan, maar ik had de heer Stam beloofd dat hij gelijk mocht reageren op het korte betoog van mevrouw Stolk. Dus kunt u heel even ... De heer Boersma: Natuurlijk wacht ik nog eventjes, zeker. De voorzitter: Tuurlijk. De heer Stam. Mijn excuses, het is ook een ongebruikelijke gang, maar gaat uw gang. De heer Stam: Ja, het is misschien wel goed voor de discussie om toch per spreker te doen. Dank daarvoor, voorzitter. Ik heb de woorden van mevrouw Stolk gehoord en ik zie daar ook wel een kern in zitten die ik wel kan onderschrijven. Als je kijkt naar het verleden, in 2015 is die Sportparkenvisie vastgesteld en het sportbeleid in 2017. Wat ik heb gezien in 2018 toen dit college aantrad, dat het Sportparkenprogramnna wat er lag, dat dat gewoon niet uitvoerbaar was.
Dan ga je kijken: wat zijn de mogelijkheden om dat bij te sturen? Als je dan ziet dat het opgelegde Sportparkenprogrannnna 2015 in de Dordtse sportwereld gewoon heel slecht is gevallen, omdat het een top-downbenadering betrof, hebben we daar wel even tijd voor nodig had om zeg maar die sentimenten wat weg te werken. Dat heb ik geprobeerd en het college door een aantal acute problennen die er waren op te lossen en het sentiment wat om te draaien. Ik ben ook van nnening, als ik naar de geluiden luister die ik nu uit de Dordtse sportwereld hoor, is dat dat toch wel positief aan het veranderen is. Ik heb daar ook met een voorzitter van de sportverenigingen over gesproken en die was daar gewoon heel enthousiast over en goed: er is rust en het gaat de goede kant op. Dus ik denk dat we daar wel enigszins van nnening verschillen. De Sportraad speelt hier ook een hele belangrijke rol in. Dat is vertegenwoordiging van de sport, in elk sportpark zijn ze wel vertegenwoordigd of hebben ze gesprekken, dat doen ze. We kunnen redetwisten over waar hun belang zit en in welke verenigingen ze dan horen, maar we hebben wel een Sportraad in het leven geroepen om die signalen op te halen.
Als ik dan kijk naar de participatie, dat is niet enkel en alleen geweest op twee bijeenkomsten die zijn geweest, maar ook op elk sportpark hebben wij sportregisseurs die daar die vragen ophalen en daar gaan we mee aan de gang. Natuurlijk kennen wij ook de specifieke vragen van sportverenigingen, die moeten wij als deze kaders vastgesteld zijn bij elkaar leggen om de integraliteit per sportpark ook te kunnen borgen. Daar zit ook een vraagstuk. Ik heb u ook horen praten
15
en wat andere sprekers over sportpark XXL. Dat moet ik echt corrigeren, het is Stadspark XXL waar sportparken in opgenomen zijn. Ik heb u ook een opmerking horen maken over de blaashal. Ik ben daar zelf ook geweest bij de hockeyclub al een tijdje geleden en ik weet dat die blaashal er moet komen en dat ze hem willen hebben, en dat is prima. Daar liggen echter nog wat vragen over en dat was ook een vraag in de eerste ronde van de heer Den Heijer van de VVD. Wij willen dat graag wel afronden, maar we hebben bijna wekelijks contact met die vereniging, Stichting Waarborgfonds Sport heeft nog wat vragen voor de garantstelling. Ik moet echter tot nnijn teleurstelling eigenlijk wel melden dat wij alleen kunnen toetsen als we een aanvraag hebben. Tot gisteren hadden wij de aanvraag van de hockeyclub nog niet binnen, waardoor we eigenlijk nog niet in staat zijn geweest om die plannen goed te beoordelen en daar een positief oordeel over te geven. En dat er wijzigingen zijn geweest in de ondersteuning van de verenigingen, dat moge duidelijk zijn, en dat dat aan organisatorische kant al zit, daar kunnen de ambtenaren niks aan doen. Dat zijn gewoon koerswijzigingen die de organisatie heeft gemaakt. Maar tenslotte ben ik nog steeds van nnening dat we nu de juiste weg zijn ingeslagen en dat we met voile kracht bezig zijn om dat vertrouwen in die Dordtse sportwereld terug te brengen.
En natuurlijk zullen daar altijd verenigingen zijn die zich lets minder gehoord voelen dan de andere, maar ik denk wel dat we nu de juiste koers aan het bewandelen zijn.
De voorzitter: Helder. Ik ga nu wel over naar de heer Boersma. De heer Boersnna: Voorzitter, dank u wel. Ik heb de eerste termijn van de wethouder gehoord. Ik begrijp ook zijn reactie wel. Ik proef ook wel een stukje, hoe moet ik dat zeggen Een stukje frustratie is misschien niet het juiste woord, maar een beetje: jongens, waar zijn we nou allemaal mee bezig, want er ligt nu een verhaal en ik heb eigenlijk gewoon gedaan wat jullie wilden en heel veel vragen zijn gewoon op andere punten geregeld. Ik snap ook wel de overwegingen van de wethouder. Wel een paar opmerkingen daarbij, want kijk, we hebben het nu over een programma, he? Dat is steeds ook wat terug blijft komen in de verschillende fracties ook, de verschillende bijdragen: hebben we nou om een visie gevraagd of om een programma? We hebben ooit al een nieuwe Sportparkenvisie gevraagd, we hebben een programma gekregen. Nou, daar is een heel traject ook aan voorafgegaan. Maar dat blijft wel steeds terugkomen in een stuk onduidelijkheid, omdat het programma wat er nu ligt ook natuurlijk nog een paar stukjes visie bevat en verwijzing naar andere beleidsstukken en beleidsdocumenten. En ja, dat geeft een stukje onduidelijkheid waarvan ik denk: dat is volgens mu j ook helemaal niet heel erg moeilijk op te lossen.
Als ik nou kijk naar voorbeeld het document wat D66 aangeleverd heeft, waar ook gewoon een paar verwijzingen in zitten, dan denk ik: als je een aantal dingen net even iets wat nneer verwijst naar onderliggende visies, dan kan het helemaal geen kwaad. Dat is al gebeurd op een aantal punten, er wordt een verwijzing gemaakt naar Sportkompas, heel terecht. Maar als de wethouder dan zegt: kijk, weet je, die hele Sportvisie komt straks in de Omgevingsvisie. Dan denk ik, die vind ik dan net even lets te snel, want die Omgevingsvisie, dat duurt nog een tijd en die Omgevingsvisie is natuurlijk gewoon een heel breed stuk waar alles in moet. Dus ja, daar gaan we het denk ik niet mee redden om daar ook dan nog een complete Sportvisie weer in te stoppen. Dus dat een beetje als
16
eerste. Het kan denk ik op een aantal punten best wel lets meer verwijzing naar de verschillende beleidsdonneinen, omdat je dan ook meer die integraliteit krijgt. Ik denk, weet je, je kan ook zeggen tegen een gemeenteraad: lees nou al die verschillende beleidsdocumenten en dan wordt vanzelf wel duidelijk waar die integraliteit zit. Maar ja, zo werken beleidsstukken en programma's volgens mij niet, want daar moet je af en toe even gewoon die lijnen duidelijk nnaken en gewoon verwijzen en dan zeggen: kijk, dat is integraal, want dat doen we met elkaar. Het tweede punt - even kijken, hoor - dat is dat eigendomsverhaal. Daar hebben we de vorige keer naar gevraagd en nnijn fractie vraagt daar at ongeveer sinds 2015 naar, naar eigendom en beheer, omdat we daar onduidelijkheid over hebben. De wethouder zegt: we kiezen voor het gangbare grondbeleid, waar mijn collega verantwoordelijk voor is. Het gaat natuurlijk niet alleen over gangbaar grondbeleid. Het gaat over grond, het gaat over accommodaties, het gaat over wie uiteindelijk verantwoordelijk is als er kosten gemaakt moeten worden, als verenigingen niet in staat zijn om hun onderhoud te plegen. Ik mis nog steeds dat we daar even lets verder over nadenken en misschien gewoon eens over alternatieven nadenken.
We hebben de vorige keer een inspreker van de tennisvereniging gehad, die liepen terecht natuurlijk een beetje te klagen: we worden ongelijk behandeld, want wij krijgen bijna geen cent en geen nnedewerking en wij doen alles zelf. Wij hebben ook alles zelf in eigendom en wij staan garant voor onze spulletjes en dat betekent dus dat we ook best een behoorlijke bijdrage vragen van onze mensen die lid zijn van de tennisvereniging. Nou ja, kijk, niet dat je per se dat model hoeft te kiezen, maar ik heb nog geen moment ook een soort vergelijking gezien: wat zou het nou betekenen als je bijvoorbeeld soortgelijke constructies gaat doen voor al die sportparken die we hebben? Gewoon, dan heb je alles duidelijk en er zullen ongetwijfeld haken en ogen aan zitten, maar de mogelijkheid voor lets anders hebben we wat mij betreft nog steeds niet bekeken. Net zoals de optie die de heer Van Verk altijd aanvoert: jongens, neenn alles in eigendonn en zorg gewoon dat we al die sportclubs faciliteren. Nou, dat is het andere uiterste, maar die opties zijn eigenlijk ook nog nooit in beeld gebracht, dus daar zou ik toch nog graag wat reactie van de wethouder op horen. Als laatste punt, we gaan straks - althans, wij - de gemeentelijke organisatie gaat straks uitvoeringsprogrannma's per sportpark maken.
Nou, ik geloof best dat het heel goed is dat we al die sportparken hun eigen rot en invulling gaan geven en dat de ene dan wat meer een stedelijke functie heeft en de andere meer een wijkfunctie. Maar de vraag die er nog staat en die ik nog niet beantwoord heb horen worden, die de vorige keer ook door nneerdere fracties is ingediend: hoe gaan wij dan straks die uitvoeringsprogramma's beoordelen? Wat wordt dan het kader op grond waarvan wij die programma's beoordelen en zeggen: dit is dan ook echt een uitvoeringsprogramma die een bijdrage levert aan de doelstellingen die we met elkaar hebben en die het dan dus ook waard is onn daar dat geld in te steken waarvan een deel nu innniddels gereserveerd is? Als laatste toch nog eentje, voordat ik hem vergeet. Terecht zegt de wethouder: we zijn een beetje afgegaan van het idee van koepelverenigingen. Dat zegt mevrouw Stolk ook, daar zijn we uiteindelijk toch met elkaar achter gekomen dat dat ook niet realistisch blijkt te zijn en op dit moment niet werkt. Maar het Sportparkprogramma geeft dan wel best behoorlijk zware eisen voor al die verschillende sportclubs als het gaat onn hun toekomst en welke bijdrage zij leveren aan sportambities. Daar heb ik de vorige keer ook naar gevraagd en eigenlijk ook nog geen reactie gehoord van de wethouder, want hoe gaan wij nou, als we geen
17
koepelverenigingen willen en toch die sportverenigingen op zo'n nnanier versterken dat ze ook die slag kunnen maken, die professionaliseringslag, om gewoon goede plannen te kunnen maken dan de goedkeuring van de genneente krijgen, gaan we ze daarin ondersteunen? En hoe verhoudt zich dat tot de opmerking die de wethouder maakt: als verenigingen te klein worden en niet die capaciteit en die kwaliteit hebben, dan moeten ze misschien toch gaan fuseren met andere verenigingen. Want voor je het weet komen we dan wel weer in een discussie over koepelverenigingen, of gaan we eigenlijk via subsidies indirect sportverenigingen alsnog dwingen om te fuseren. Dat zijn eigenlijk de zaken waar ik dan nog graag wel een reactie op wilde, voorzitter.
De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Boersma. Zijn er vanuit de commissie mensen die willen reageren op het betoog van de heer Boersma? Niet? Dan de heer Stam. Mevrouw Stolk: Nou, voorzitter,
Te laat?
De voorzitter: Mevrouw Stolk. Ja, eigenlijk wel. Bewaar hem maar even voor straks. De heer Stun. Mevrouw Stolk: Ja, maar het is naar mijnheer Boersma. De heer Stam: Dank u wel, voorzitter. Terechte vragen van de heer Boersma en ik dacht dat ik meer in algemene zin wel een aantal vragen had aangehaald. Maar als je bijvoorbeeld kijkt naar die eigendomsverhoudingen, we hebben natuurlijk te maken met een situatie zoals die in het verleden is gecreeerd. De ene vereniging heeft grond gekocht, de ander heeft het in erfpacht. Dan juist om ook die verenigingen goed op weg te helpen hebben wij gedacht dat een subsidie daartoe de juist geeigende weg is. Want dan ben je niet afhankelijk van de eigendomspositie, maar dan is het afhankelijk van de vraag waarvoor een vereniging subsidie vraagt. Als u dan aan mij vraagt: hoe gaan we dan die sturing geven op die uitvoeringsprogramma's? Op het moment dat wij zeggen dat we naar de fysieke kant zoals die hier nu voorligt: wij gaan voor de aantal vierkante meters sportareaal die we nu hebben op deze sportparken. En die uitvoeringsprogramma's die wij gaan maken, daar komen natuurlijk subsidievoorwaarden onder te hangen.
Op het moment dat wij die gaan opstellen, dan komen we natuurlijk bij u terug: zijn dit de kaders waarin u de subsidievoorwaarden ziet? Aan de hand daarvan gaan wij dan verder invulling geven aan die uitvoeringsprogramma's per sportpark en dan proberen we ook daarin de integraliteit te pakken per sportpark, maar ook wel met een bredere blik over de stad. Dus die eigendonnspositie, die proberen we zo te ondervangen en ook die voorwaarden die we dadelijk gaan koppelen - of we dat nou een businesscase noemen, of je noemt dat een protocol, of subsidievoorwaarden - daar gaan we gewoon met elkaar bepalen: wanneer komt een vereniging in aanmerking voor? En naar mijn idee - en dat heb ik volgens mij een jaar geleden al eens een keer geroepen vanuit de visie en de sport - is daarbij niet van belang of een vereniging dertig leden heeft of vierduizend, het gaat erom: is zo'n vereniging levensvatbaar? Een vereniging van dertig leden met een heel klein onderkomen kan er financieel vele malen beter voor staan dan een vereniging van zeshonderd, zevenhonderd leden. Daar moet je met elkaar subsidievoorwaarden gaan afspreken hoe je nou zeg maar die voorwaarden zo gaat bepalen dat een vereniging
18
eigenlijk niet nneer levensvatbaar is en dat je dan moet kijken: hoe kan ik nnijn vereniging in stand houden? Hef ik mezelf op, onndat ik gewoon geen leden meer heb en financieel geen draagvlak heb, of zeg ik: ik ga proberen aansluiting te zoeken bij een andere vereniging? Dat heb ik in nnijn eerste termijn proberen te vertalen, als ik bijvoorbeeld kijk naar Sportpark Reeland, alle verenigingen die daar zitten zijn gewoon echt een voorbeeld voor onze stad. Die hebben gezegd, M.O.K., Emma en FORTIUS: wij zijn eigenlijk allemaal verenigingen die allemaal hetzelfde willen, we willen beweging en gezondheid voor onze inwoners, laten wij nou die samenwerking zoeken. Dus die beginnen daar eerst met sportsannenwerking, stellen de hal beschikbaar voor M.O.K., en in een later stadium gaan ze gewoon kijken: hoe kunnen wij nou die samenwerking op een hoger niveau vornngeven? Dan heb je een soort autonnatische beweging die wij proberen te stinnuleren vanuit de genneente op basis van dit Sportparkprogramma door te zeggen: als jullie dan veranderingen willen aanbrengen, dan gaan wij op basis van die subsidievoorwaarden gewoon kijken hoe we dat voor u kunnen doen. Dat is een heel andere positie als vanuit 2015 waarin werd gezegd: u zult bij vijfhonderd leden gaan fuseren en u zult bij vijfhonderd leden niet nneer levensvatbaar zijn.
Ja, dan krijg je weerstand en daar heb je heel veel last van gehad. In nnijn eerste ternnijn heb ik daar niet een soort frustratie geuit, maar wel de drift, onndat ik weet en uit de gesprekken die met de verenigingen plaatsvinden dat ze gewoon deze lijn wel grotendeels onderschrijven. Maar je hebt wel te maken met een verleden waar de pijn heel diep zit van de afgelopen vijftien jaar en die moet je voorzichtig opbouwen. Maar nogmaals, de lijn die ik terugkrijg is dat juist zo'n subsidievoorwaarde waarmee ik al die verenigingen kan bedienen - groot, klein, veel leden, weinig leden, niet in eigendom, wel in eigendom - dat ze daar wel brood in zien. De voorzitter: Goed, klaarblijkelijk heeft de beantwoording van de wethouder in ieder geval bij de heer Den Heijer een reactie opgeroepen. De heer Den Heijer. De heer Den Heijer: Een vraag, want volgens mij wat ik distilleerde uit het antwoord met betrekking tot de aanvraag die een club zou kunnen doen zegt de wethouder: dan moeten we de voorwaarden op dat moment bepalen, daar moeten we op dat moment lets mee gaan doen. Maar het is toch volgens mu j juist heel erg handig dat je vooraf, dus juist nu die voorwaarden scherp moet hebben, zodat bij een aanvraag van die club dat gewoon volstrekt helder is en dat daar geen discussie over is. Want volgens mu j draait u het nu om en dat is volgens mu j niet de bedoeling van dit programnna.
De heer Stam: Nee, voorzitter, dan heb ik het waarschijnlijk niet goed gezegd. Ik heb gezegd: A, wij doen een Sportparkenprogramma waarin we uitgaan van een aantal sportparken die er nu zijn. Als we dat vaststellen en we willen daar een subsidieregeling voor in het leven roepen, dan hebben we het besluit een en dan gaan we op basis van dit besluit de subsidievoorwaarden uitwerken. Dus dan heb je je kaders waar je dadelijk die aanvragen op gaat beoordelen. Dus ik denk dat we hetzelfde bedoelen, misschien dat ik het lets omgedraaid heb gezegd, nnaar we gaan eerst vooraf die kaders stellen, zodat we die aanvragen op een goede manier kunnen beoordelen. Want daar vraagt ook de Stichting Waarborgfonds Sport om, die hebben ook voorwaarden, dus daar moeten we ook naar kijken hoe dat met elkaar matcht. Want als wij honderd procent afwijkende
19
voorwaarden gaan stellen ten opzichte van dat Stichting Waarborgfonds, dan heb je nog een ander probleem voor je garantstelling. Dus wij gaan echt vooraf met elkaar die subsidievoorwaarden vaststellen onn het zo op een goede manier verder vorm te geven.