Notulen Commissie Grote Projecten 8 december 2021 - getekend.pdf
Tekst van het document
VERSLAG VAN DE COMMISSIE GROTE PROJECTEN VAN GEMEENTE DORDRECHT D.D. 8 DECEMBER 2021 Online vergadering via Teams
Voorzitter: mevr. Koene Raadsgriffier: dhr. Den Boer Verslag: NotuBiz Aanwezig: Mevr. Van den Bergh (PvdA) Dhr. Giindogdu (Beter Voor Dordt) Dhr. Kleinpaste (Gewoon Dordt) Mevr. Kruger (GroenLinks) Dhr. 't Lam (SP) Dhr. Nederhof (Beter voor Dordt) Dhr. Noldus (VVD) Dhr. Oostenrijk (CDA) Dhr. Polat (D66) Dhr. Stolk (VSP) Dhr. Veldman (ChristenUnie/SGP) Dhr. Wringer (Beter voor Dordt) Portefeuillehouders: wethouder M. Burggraaf, wethouder M. Stam
Opening
1. Opening, mededelingen en vaststellen agenda De voorzitter: Lijst met deelnemers die ik even op zal noemen: de heer Polat, de heer Den Boer namens de griffie, de heer Burggraaf namens het college, de heer Kleinpaste, de heer Nederhof, de heer Gundogdu, mevrouw Van der Bergh, de heer Veldman, de heer 't Lam, de heer Wringer, nnevrouw Kruger, de heer Kranendonk namens de organisatie, mijnheer Stolk, mijnheer Noldus, mijnheer Van Oosterhout namens de organisatie, mijnheer Stam namens het college, mijnheer Oostenrijk en de Teams vergadering 3. Nou, dat is geen mens, dus daar doen we het niet voor. Welkom allemaal. We gaan de agenda vaststellen. Ik heb doorgekregen dat de heer Nederhof op dit punt lets wil zeggen. Mijnheer Nederhof, gaat uw gang. De heer Nederhof: Dank u wel, voorzitter. Ik wacht het even af, althans doe ik het na de rondvraag. Goed? Dus u kunt verder gaan, de tijd inhalen. De voorzitter: Oke. Nou, fijn dat ik verder mag. Mededelingen. Iennand? Er zijn geen mededelingen nannelijk van tevoren gemeld. Ik zie ook niks in de chat. Dat is mooi.
1
2. Vaststellen besluitenlijst adviescommissie van 29 september 2021 De voorzitter: Gaan we naar punt 2: vaststellen van de besluitenlijst van de adviesconnmissie van 29 septennber 2021. Ook hier is vooraf niets op ingediend, maar het kan natuurlijk zijn dat net u lets nog te binnen schoot. Nee? Ook niet.
3. Vragen aan het College De voorzitter: Gaan we naar punt 3: vragen aan het college. Er zijn ook geen vragen ingediend aan het college. Ook niemand meer in de herkansing? Ook niet.
Agendadeel: Nieuwe behandelvoorstellen De voorzitter: Gaan we naar de nieuwe behandelvoorstellen. Mijnheer Veldman. De heer Veldman: Ja, voorzitter, sorry. Ik was ietwat laat, omdat ik twijfelde. Het kan ook zo meteen wel bij de bespreking van de monitor, maar dan heb ik het maar vast gezegd. Voorzitter, afgelopen week is er naar buiten gekomen dat de Deltaconnmissaris de woningbouwprojecten van verschillende genneentes en provincies tegen het licht heeft gehouden en geadviseerd heeft in relatie tot de klimaatbestendigheid, onn het maar zo te noennen, of anders gezegd dreigen die woningen in de wat verdere toekomst nnogelijk onder water te konnen met misschien de drempels. Ik wilde eigenlijk weten van het college in welke mate de Dordtse woningbouwprojecten daardoor getroffen zouden kunnen worden. Ik begrijp dat ik daar nu niet a la minute antwoord op kan krijgen, maar misschien kan dat uitgezocht worden en wat informatie onze kant daarover op komen. Alvast dank.
De voorzitter: Oke. Iemand vanuit het college die hier een toezegging op wil doen? Mijnheer Stann.
De heer Stam: Ja, voorzitter, als ik kijk naar water en wonen, dan wil ik deze vraag wel uitzetten in de organisatie.
De voorzitter: Oke. En wij gaan er natuurlijk vanuit dat dat allemaal zo snel nnogelijk in de routing wordt gebracht. Even kijken. Is het RIS bij iedereen zo langzaann? Vast wel, nnijnheer Noldus. Maar nou bent u ook een hele snelle man, dus in die zin is het al heel snel langzaann.
4. Wethoudersbericht: besloten presentatie naar aanleiding van motie M10 (tijdelijke woningen) en motie M17 (opvang vluchtelingen en statushouders) De voorzitter: Punt 4: wethoudersbericht. Aanbod voor een besloten presentatie naar aanleiding van motie M10, dat is tijdelijke woningen, en motie M17, dat is opvang vluchtelingen en statushouders. U wordt voorgesteld om een besloten presentatie te houden in de commissie Grote Projecten in de commissievergadering van donderdag 27 januari. Waarom is dat op een donderdag? Dan kan ik niet. Oke. Dat is verder nu op dit moment niet relevant. Maar bent u het daarmee eens? Of wie het daar niet mee eens is,
2
die mag in de chat iets zeggen en anders dan gaan we ervan uit dat u het ermee eens bent. Mevrouw Van den Bergh.
Mevrouw Van den Bergh: Ja, ik Voorzitter, goedenavond. Ik wilde voorstellen om het ook in of wij wilden voorstellen om het ook in Sociaal en Fysiek te doen. Ofwel tegelijkertijd ofwel daarna. De voorzitter: Oke. Ik heb u gehoord. Ik ga even verder het rijtje af, want wie weet komen er ook nog wel andere alternatieven. Mijnheer Oostenrijk. De heer Oostenrijk: Ja, voorzitter, wij kunnen wel instemnnen met de memo van de wethouder om het op 27 januari te doen, alleen dan wel met twee nadrukkelijke verzoeken. Ten eerste dat de commissie vooraf de informatie krijgt toegezonden, want dan kan de commissie daar dan ook goed nota van nemen. En het tweede punt is dat wij toch wel erg aandringen aan het college om vooraf dan ook met een paar voorstellen te komen met toeters en bellen waarop dan ingeschoten kan worden, want alleen een presentatie zonder een voorzet van het college zal hem niet worden. Dus graag richting geven vanuit het college, al op z'n minst een of twee voorstellen waar zij het meest brood in zien. De voorzitter: Mijnheer Kleinpaste. De heer Kleinpaste: Ja. Dank u wel, voorzitter. la, ik had een interruptie eigenlijk op mevrouw Van den Bergh, onndat ik denk at die connnnissies daarin betrekken. Ik vind het anders sowieso iets kunstmatig.
U kunt gewoon zo'n sessie beleggen en zorgen dat fracties een afvaardiging hebben en dan sluiten ze dat maar kort met elkaar in de fractie. Dus dat was mijn eerste reactie daarop. Ik heb mu j ook in de krant wat verbaasd over de geheinnzinnigheid die rond dit thema hangt, maar als dat echt strikt noodzakelijk is, dan dat natuurlijk altijd besloten, maar daar zou ik wel een toelichting op willen hebben. De voorzitter: Oke. Mijnheer Noldus: een commissie lijkt ons voldoende. Mijnheer Veldman. De heer Veldman: Ja, voorzitter. Misschien een inhoudelijke toevoeging: de teksten en ook de motie gaan natuurlijk heel erg over woningen. Nou hebben wij inmiddels begrepen dat bijvoorbeeld in Gouda een boot daarvoor wordt ingezet. Nou kan een boot ook functioneren als woningen, dus ik zou het college ook willen oproepen een beetje creatief daarmee om te gaan en die voorstellen dan mee te nemen, dus ik steun wel de richting die de heer Oostenrijk aanbracht met deze toevoeging. Een hotelboot, mevrouw Koene. Ik zie u heel bedenkelijk kijken. De voorzitter: Ja, ik snap hoor, dat Ik ken dat soort boten ook wel, maar waar het mu j meer om ging, is zeg maar de behoefte of er wel of niet in meerdere commissies iets moet zijn. We hebben afgesproken, mijnheer 't Lam die zegt het ook terecht, is dat onderwerpen in een commissie komen, dus laten we dat in ieder geval met elkaar afspreken.
Dan kij ken we verder even wat het college voor ons kan doen met betrekking
3
tot de wijze waarop ze een presentatie doen. Even kijken. Mijnheer 't Lam heb ik dus bij dezen gehad. Mijnheer Polet ... Polat is het eens met de heer Kleinpaste. Mijnheer Veldman die vindt het ook niet heel erg veel uitmaken. Maar goed, er komt dus in ieder geval met uw goedvinden een comnnissie waar dit besloten aan de orde zal komen. Hoewel ik wat ik de heer Kleinpaste hoorde zeggen dat hij niet helemaal begrijpt waar de geheimzinnigheid op gestaafd is zeg maar, dus waaronn het besloten moet. Misschien dat dat iemand uit het college daar nog even op kan reageren?
De heer Burggraaf: Ja. Dank u wel, voorzitter. Ja, voor wat betreft het vooraf toesturen: het is een presentatie en we kunnen zorgen dat die presentatie dan in diezelfde vertrouwelijkheid daarvoor alvast gedeeld wordt zodat iedereen het alvast tot zich kan nennen. Dat was een verzoek. Het andere is het felt dat het in vertrouwelijkheid is, is ook omdat we in de raad hebben aangegeven dat er een, ja, een zoektocht is waarbij eigenlijk zo'n beetje alle locaties je van kan zeggen: dat past sowieso beleidsmatig niet. Dus er zullen ook heel veel locaties misschien wel alle locaties zijn waar het Oberhaupt niet mogelijk is zonder dat je daarbij je beleidskaders bereid bent aan te passen of andere besluiten te nemen, dus daarom willen we het graag in beslotenheid doen. Want je hebt eigenlijk heel veel locaties waar dan mogelijk onrust zou ontstaan, terwijI dat in de praktijk je nooit daar gaat ontwikkelen. Maar wij hebben u ook gehoord met het verzoek: neem ons daar een keertje in nnee. Dat is wat die presentatie beoogt en daarmee is het ook niet lets waarmee we al, ja, voorstellen kunnen voorleggen aan uw raad, want dat was het andere verzoek. Het is gewoon puur een presentatie van de zoektocht die we gedaan hebben naar aanleiding van uw verzoek als raad waarbij wij hebben geconstateerd dat, ja, het eigenlijk een onmogelijke opgave is als je de huidige beleidsuitgangspunten hebt.
Dus nou, dat dilemma dat zullen we u in meenemen in die besloten presentatie. De voorzitter: Oke. Mijnheer Kleinpaste. De heer Kleinpaste: Ja, voorzitter. Dank u wel. Ja, ik hoor wat de wethouder zegt. Dan denk ik tegelijkertijd: nnoet ik dan denken aan een soort met de benen op tafel overleg? Is het dan een zoektocht van het college of worden we dan geconsulteerd en wordt dit dan een gesprek met elkaar voorafgaand aan het feit dat dit een keer in de openbaarheid nnoet worden behandeld? De heer Burggraaf: Ik begrijp de vraag denk ik niet helemaal, voorzitter. Nogmaals, wij geven gewoon aan wat voor verschillende locaties, ja, je dan zou kunnen bekijken en welke beletselen op al die locaties zitten. Ja, tot op moment dat u zegt: nou, op die locaties zijn wij bereid om beleid aan te passen. Ja, dan ga je een volgende stap in en dan kan je daar uiteindelijk met elkaar een openbare discussie over hebben. De heer Kleinpaste: Oke. Dat klinkt als een consulterend karakter in die besloten sessie. De heer Burggraaf: Ja, ja. De heer Kleinpaste: Oke.
4
De voorzitter: Oke. Mijnheer Oostenrijk. De heer Oostenrijk: Ja, voorzitter. Ik had in de chat een vraag via u aan de wethouder gesteld, want dat ging dus inderdaad over het punt of die presentatie gepaard gaat met een voorkeurscenario uit te spreken door het college. Als zij dat niet doen, dan, ja, dan neigt dat toch tot een zwaktebod, oftewel dan mag de raad er iets van gaan vinden. Ik vind dat een college hierin richtinggevend zou moeten zijn, want we moeten ook dit onderwerp niet laten versloffen. Het is een vrij urgent probleem en dat vereist dus ook daadkracht, ook van het college, in het richting geven van welke plannen nneer en welke plannen minder haalbaar zijn.
De voorzitter: Ik had het idee dat de wethouder daar al wat over gezegd had, maar nnijnheer Burggraaf, misschien nog een poging.
De heer Burggraaf: Ja, zoals ik zei, voorzitter, je kan de locaties aangeven en wij kunnen aangeven welke, ja, beleidsmatige beletselen daar zitten. Ja, en als college handelen we toch binnen de kaders die de raad heeft gesteld, dus dat vraagt vervolgens een uitspraak van de raad. Als ze zeggen: ja, maar wij vinden misschien ergens op een kader, nou daar willen we wel wat van afpakken, dan kan er een vervolgopdracht aan het college komen of misschien zegt u wel: nou, nu we dit allennaal gezien hebben, begrijpen we dat het, nou, wel erg lastig is en zijn we misschien wel helennaal niet bereid om die kaders aan te gaan passen. Dus daar is toch echt eerst die sessie voor nodig op de 27e geloof ik, he, dat ik u hoorde zeggen.
De voorzitter: Ja, ik hoop dat dat nog verandert natuurlijk. Maar nee, het staat nu voor de 27e. Helder. Dank u wel, mijnheer Burggraaf. Even kijken. Ik heb hier ook nog dat mevrouw Van den Bergh nog een agenderingsverzoek wil doen aan de commissie over de leefbaarheidseffectrapportage. Dit is in de begrotingsbehandeling aan de orde geweest en toen is de suggestie inderdaad gedaan om dat eventueel in Grote Projecten te doen. Mevrouw Van den Bergh, u wil daar wat nnee?
Mevrouw Van den Bergh: Ja, voorzitter. Ja, wij wilden voorstellen om dat in de volgende vergadering van Grote Projecten om het te agenderen, de leefbaarheidseffecten rapportage. Er is toen gezegd dat dat kan door middel bijvoorbeeld van een presentatie of dat er informatie vanuit het college of griffie wordt gegeven zodat we het daarover kunnen hebben, want het heeft erg te nnaken met de hele groeiagenda en de bouwambities en om van tevoren dat helemaal goed te regelen. Dus dat is ons voorstel om het in de volgende vergadering te agenderen.
De voorzitter: Oke. Als u iets wil agenderen, dan zult u de steun moeten hebben van uw nnedecommissieleden. Dat zijn er nnininnaal zes. Ik ga eerst nog even naar een vraag van de heer Kleinpaste.
De heer Kleinpaste: Ja, ik vond de formulering van nnevrouw Van den Bergh een beetje algemeen in de zin van als er nou maar een presentatie of wat informatie vanuit de griffie komt, dan zouden we het kunnen gaan agenderen en bespreken. Ik ben gewoon heel nieuwsgierig of de PvdA een concrete politieke vraag heeft bij dit thema en
5
wat de urgentie van het thema is. En of het bijvoorbeeld niet verstandig zou kunnen zijn om dit over te laten aan de in maart te kiezen volgende raad. Mevrouw Van den Bergh: Dat Voorzitter? Dat is uw suggestie. We gaan er in de raad in de discussie was het de bedoeling om het toch vrij snel zeg maar te gaan organiseren, ook in lijn met andere steden, met de Omgevingswet en hoe je de bouwplannen zo goed mogelijk aan de voorkant kunt organiseren. Dus wij gingen ervan uit dat dat toch vrij snel moet kunnen, vandaar dat we nu zeggen: nou, zullen we het in de volgende Grote Projecten doen? Onze politieke Nou, niet zozeer een politieke vraag, maar wel het gaat steeds meer spelen alle effecten, het is breder dan de milieueffectenrapportage. Het gaat ook over de gezondheid, parkeren en alles kun je van tevoren hoe je dat kunt inschatten op locaties waarmee iets gaat gebeuren. Het lijkt ons juist dan verstandig, of dat een politieke vraag is of niet, om dat zo goed mogelijk aan de voorkant te regelen om achteraf zo min mogelijk gedoe te krijgen, laten we het zo zeggen. Vandaar dat wij een, en dat was ook de teneur in de raadsvergadering, om dat toch niet aan de volgende raadsperiode over te laten. Dat kan best wel heel lang duren, terwijI het nu toch zeg maar een zekere urgentie heeft. De voorzitter: Oke. Wie steunt dit voorstel? Graag even in de chat.
Ik zie mijnheer Polat, mijnheer Gundogdu, mevrouw Kruger, mijnheer 't Lam en mijnheer Stolk. Nou, dat zijn er zes, dus dat is prima. Mijnheer 't Lam, wilde u nog wat kwijt erover? De heer 't Lam: Ja, voorzitter. Ik wilde niet gelijk steun geven. Ik vraag me af als het om een presentatie gaat om informatie, ja, dan neig ik toch meer naar de nieuwe raad, want die zal er dan iets mee nnoeten doen. Dus in principe vind ik het wel goed als we die infornnatie krijgen, maar het moment vind ik niet erg gelukkig, moet ik zeggen. De voorzitter: Nee, oke. Dus u stelt ook voor dat het in de nieuwe raad Dat hoorde ik de heer Kleinpaste volgens mu j ook al zeggen. Wat vinden de andere mensen ervan? Moet het per se in deze periode of ... Dus is uw steun voor deze periode of heeft u zoiets van: dat kan ook vrij snel aan het begin van de volgende periode? Mevrouw Kruger. Mevrouw Kruger: Ja, voorzitter. Ik denk dat we best in deze periode nog een start kunnen maken daarmee. Ik bedoel iedereen is ook denk ik nnondig genoeg om het over te dragen aan een volgende raad of een volgende fractie. Je kan niet zo snel genoeg hiermee beginnen, daar steun ik Of niet Daar steun ik nnevrouw Van den Bergh volledig in.
Dit zal niet het eerste en het laatste stukje zijn wat we hierover krijgen, dus laten we hier gewoon mee beginnen zo snel mogelijk en dan loopt het vanzelf nog denk ik de hele periode van een volgende raad door. De voorzitter: Oke. Het is sowieso zes partijen die steun geven. Doen we het in deze periode. U wordt later op de hoogte gebracht van wanneer dat zou kunnen, omdat ik niet zeker weet dat het op 27 januari zo is, maar dat wordt dus nog naar u bevestigd.
6
Stukken ter bespreking S. Voortgangsmonitor bouwende stad per 1 oktober en Realisatiemonitor bouwende stad 2021 De voorzitter: Goed. Gaan we naar punt 5: Voortgangsmonitor Bouwende Stad per 1 oktober en de Realisatiemonitor Bouwende Stad 2021. De portefeuillehouders hierbij zijn de heren Stann en Burggraaf. U ontvangt vier keer per jaar een Voortgangsmonitor Bouwende Stad en een keer per jaar ook de Realisatiemonitor. Er is afgesproken om er eens een keer wat langer bij stil te staan. Anne Wouters, programmamanager van de Bouwende Stad, die geeft zo eerst een stukje extra toelichting aan u over de beide monitoren en daarna is er alle ruinnte voor technische vragen over deze toelichting en ook voor politieke vragen die de stukken en de toelichting bij u hebben opgeroepen, maar daar krijgt u natuurlijk geen antwoord van van mevrouw Wouters, maar van de wethouders. Ik wil u wel vragen om de vragen echt te bewaren voor na de presentatie en als u een vraag heeft, dan nneldt u dat in de chat. Mevrouw Wouters, kom er maar in. Ja, daar is ze. Welkom. Gaat uw gang.
Mevrouw Wouters: Dank je wel, voorzitter. Goedenavond, allemaal. Ik neem u mee in de bouwmonitor die u allemaal heeft ontvangen. Er zit ontzettend veel infornnatie in, ook in deze presentatie, dus ik kan me voorstellen dat er na deze toelichting nog vragen overblijven, maar voor dit moment ga ik maar gewoon van start. We beginnen met een terugblik naar drie jaar geleden. De woningbouwproductie die bleef toen zwaar achter. Een soort van code zwart voor de woningbouw. Teen is er gezegd: we gaan een ambitie van 4000 woningen om die zo snel mogelijk te realiseren wegzetten. Die 4000 woningen is ongeveer gelijk aan de autonome behoefte, dus dat wil zeggen de behoefte van onze eigen inwoners. Daarnaast gaan we nog voor 6000 woningen planvoorraad nnaken. Zodra we daar aankomen, gaan we ook echt de groei van de stad zien. De aanpak van die grate opgave bestaat vooral uit het maken van woningbouwplannen, die versnellen en realiseren en dat doen we langs vijf lijnen. U ziet die lijnen hier rechts in beeld. Bovenaan in het groen ziet u de twee lijnen waar de comnnissie Grote Projecten zich nnee bezighoudt, namelijk de ruinntelijke programmering van de stad, dus: hoe zien we meer overkoepelend ontwikkelingen van de stad? Waar konnen nieuwe bouwlocaties? Et cetera. En de grate gebiedsontwikkelingen. De andere drie lijnen konnen aan de orde in de commissie Fysiek.
Gaat over de wijkontwikkeling, de gemeentelijke bouwlocaties en initiatieven van derden. Voor al die lijnen geldt dat de aanpak is om vooral op te sturen dat we snel mogelijk van zachte planvoorraad naar harde planvoorraad gaan. Dus dat wil zeggen van idee naar een uitvoerbaar plan. We gebruiken monitoring om vertraging op te sporen en als laatste hebben we ook heel veel instrumenten ingezet om te gaan versnellen om sneller die 4000 woningen te kunnen realiseren. Er is heel veel voor gedaan; er zijn allerlei processen aangepast, de connmissie Grote Projecten is gestart. Die hadden we drie jaar geleden nog niet. We hebben de crisis- en herstelwet ingezet, dus er is een taskforce geweest die advies heeft uitgebracht; we hebben de sannenwerking met ontwikkelaars en corporaties verbeterd; er is een fast lane geIntroduceerd. Nou, te veel om op te noemen. Wat deze Realisatiemonitor nu laat zien, is wat al die inzet, nou ja, zo'n drie jaar later heeft opgeleverd. Dan kunnen we dus ook
7
even terugkijken naar 2018: hoe stonden we er toen voor? We hadden toen een totale planvoorraad van 3700 woningen. Dat is bij lange na niet genoeg voor die ambitie. Een harde planvoorraad van 1100 woningen. Van het tempo waarop we toen als gemeente werkten, werd er gezegd door ontwikkelaars: na vijf jaar weet je in Dordrecht nog niet waar je aan toe bent. En we hadden 118.700 inwoners op dat moment. Als we dat vergelijken met nu kunnen we goed het effect zien van de aanpak. We hebben nu een totale planvoorraad van 4990 woningen tot 2022 en nog eens ruim 6000 voor de periode daarna. We hebben een harde planvoorraad van meer dan 4000 woningen, dus dat betekent dat we in drie jaar tijd zo gemiddeld bijna 1000 woningen harde planvoorraad hebben gevormd. Het tempo wat we nu hebben, gemiddeld tweeenhalf jaar om dus van zacht naar hard te gaan, dat is echt veel sneller dan het gemiddelde in Nederland waar dat zo'n vijf jaar duurt. Het inwoneraantal is ook toegenomen, waarmee we dus uit de krimp zijn. Ook een belangrijke doelstelling. Nou, hier in dit overzicht ziet u hoe dat de afgelopen jaren is verlopen en ook wat we nog te doen hebben. Dus de blauwe lijn die u in het midden ziet dat is waar we nu staan.
Hier ziet u dus wat ik net vertelde waar we begonnen zijn in 2018 met heel weinig realisatie, weinig harde planvoorraad en we zijn toen heel snel de zachte planvoorraad eerst gaan aanvullen naar meer dan 6000 woningen. Vervolgens zijn we dus 3000 harde planvoorraad gaan toevoegen. Dit is waar we nu staan. We hebben nog wel iets te doen, want eigenlijk willen we iets meer dan die 4000 harde planvoorraad hebben voor die 4000 woningen, omdat niet iedere woning ook meteen wordt gebouwd, soms duurt dat iets langer. Dus we willen eigenlijk 10 procent extra nog de konnende kwartalen gaan toevoegen. Deze grijze lijn is de realisatie. We zitten nu bijna op 2000 woningen gerealiseerd en we verwachten in de loop van 2023, maar dit is een voorspelling, hebben we niet helemaal zicht op, dat we richting die 4000 woningen gaan. Nou, die voortgangsmonitor is dus ook echt bedoeld om de stappen te volgen hoe we van zachte naar harde planvoorraad gaan volgens die vijf lijnen. Bovenaan ziet u de gebiedsontwikkelingen. Dat is waar de commissie Grote Projecten zich met name mee bezighoudt. Daar ziet u dat bijna alle semen nu op groen staan. Er zijn hier en daar nog wat kleine vertragingen in de laatste stappen van het proces, maar over het algemeen weinig vertraging meer van toepassing. Wel zien we dat in de wijkontwikkeling nog vertraging optreedt. Dat zijn deze rode balken die u hier ziet.
Dat heeft er vooral mee te nnaken dat daar de corporaties wel bezig zijn met projecten en ook al woningen hebben gesloopt, maar nog nnoeten terugbouwen. Dat verloopt nog niet helennaal naar wens. Dan over de groei van het inwoneraantal. Ik krijg heel vaak de vraag: we krijgen er minder inwoners bij dan woningen, hoe kan dat? Hoe zit dat? Nou, hier linksboven ziet u de groei van het inwoneraantal. Hier dit is 2018 en dit is waar we nu zitten. Dus er is wel groei van het inwoneraantal, maar dat is lager dan die 2000 woningen die we nu hebben toegevoegd. Dat heeft twee oorzaken. De eerste is dat er netto minder woonruimten bijkonnen dan dat we woningen bouwen. Dat ziet u hier linksonder. Dus het neemt wel toe, het aantal woonruimten, maar dat zijn er minder dan de totale bouw. Dat komt omdat er ook woningen verdwijnen, vooral doordat de corporaties verouderde woningen hebben gesloopt. Die zijn voor het grootste deel ook nog niet teruggebouwd. De tweede oorzaak is dat veel van de woningen gaan naar Dordtenaren. Dus we bouwen vooral eerst voor de behoeften van de eigen inwoners en maar een klein deel is nu nog groei. Dus de groei van het aantal huishoudens die geeft daar een beeld van. Dat ziet u hier rechtsonder. Dus ook die is wel toegenomen, maar in
8
totaal gaat het maar cm zo'n 372 huishoudens erbij sinds 2018. Dus dat geeft een beeld hoeveel van die woningen dan daadwerkelijk naar nieuwe inwoners van Dordrecht zijn gegaan. Dan ga ik naar de realisatie, em daar iets meer op in te zoomen. We hebben nu bijna 2000 woningen gebouwd. Van 2021 is het vierde kwartaal nog niet bekend, dus dat geeft een beetje een vertekend beeld. We hadden vorig jaar voor het eerst duidelijk meer woningen gerealiseerd dan de jaren daarvoor. Dit jaar zien we dat het tweede kwartaal wel behoorlijk tegenvalt, hoewel dat ook niet uniek is. Bijvoorbeeld hier in 2019 is dat ook al wel eens voorgekomen. Het eerste en het derde kwartaal die zien er eigenlijk wel goed uit. Ja, de verwachting die ik nu zou hebben, is dat we net als vorig jaar wel in het vierde kwartaal weer een behoorlijk aantal gaan zien en dat we dan ongeveer op hetzelfde zullen uitkomen als vorig jaar. Maar goed, dat is dus nog afwachten. Het aantal afgegeven vergunningen geeft ook een beeld van wat er nog aan komt. Sinds 2018 zijn de vergunningen wel fors toegenomen. Wat nieuw is in deze Realisatiemonitor, is dat we ook kunnen laten zien welke woningen dat zijn, waar die zijn. Dus ik heb deze twee kaartjes die ook in de monitor zitten even naast elkaar gezet.
Links ziet u welke nieuwbouw er is gerealiseerd, dus waar in de stad dat is en ook in relatie tot de grote gebiedsontwikkelingen. Dan ziet u dat er vooral gerealiseerd is in Wilgenwende en in het Leerpark en ook op Stadswerven. Rechts ziet u de afgegeven bouwvergunningen op welke locaties die zijn, dus wat op dit moment in aanbouw is of in ieder geval een vergunning heeft. De uitsplitsing daarvan kunt u ook in de monitor terugzien. Maar in totaal is dit dus ongeveer wat we aan woningbouw gaan realiseren in deze vierjarige periode. Dat komt uit op zo ongeveer 3166 woningen. Dat is een inschatting. Dan ga ik over naar: wat zijn het dan veer woningen? En sluit dat ook aan bij het programma wat door de raad is vastgesteld? Links bovenin ziet u de gewenste nieuwbouw per categorie. Dit zijn percentages. Roze staat veer sociale huurwoningen. Die staat op 10 procent, maar later is hier door de raad nog aan toegevoegd dat er 1000 sociale huurwoningen extra moeten komen. Dus die 10 procent dat zijn ongeveer 1000 woningen, maar dat moeten er dus 2000 worden. In dit grafiekje ziet u van de bijna 2000 woningen die zijn gerealiseerd hoe die over die segmenten zijn verdeeld. Voor de nneeste segnnenten geldt dat het redelijk goed aansluit bij het gewenste programma. Sociale huur is er ruim 10 procent.
Veer markthuur is er meer gerealiseerd dan het gewenste programma, maar dat heeft er wel mee te maken dat die nnarkthuurwoningen ook wat sneller gerealiseerd kunnen worden. Daar zitten ook best wel veel transformaties van kantoren in bijvoorbeeld, en dat gaat gewoon sneller dan een nieuwbouwwoning te bouwen. Maar wat wel heel erg opvalt, het staat hier zelfs op 0 procent, het zijn er tech nog wel een paar geworden, maar dat er heel weinig koopwoningen tot 325.000 euro zijn gerealiseerd. Dus daar ligt echt nog wel een aandachtspunt em daar op bij te sturen. Nou, wat u hiernaast ziet in deze grafiek, rechtsboven, is wat er aan programma's door de raad is vastgesteld. Dus dit is niet de totale planvoorraad die we hebben, maar alleen het deel waarvan bekend is welk programma daar gebouwd gaat worden en ook is vastgelegd. Hier ziet u dat 24 procent sociale huurwoningen; markthuur sluit ook goed aan. Wat betreft de koopsegmenten boven de 325.000 euro en boven de vijf ton dat dat ook prima is in relatie tot het gewenste programma. Aileen ook hier zie je dat de koopwoningen tot 325.000 euro dat die ver achterblijven en dat die dus veel meer nadruk zouden moeten krijgen in nieuwe projecten. Verder ziet u hier nog de gem iddelde oppervlakte van woningen in Dordrecht
9
van de afgelopen jaren. Wat daarin opvalt, is dat jarenlang het gemiddelde woningoppervlakte in Dordrecht 99 vierkante meter is geweest en dat er toch een grote kwaliteitsverschuiving heeft plaatsgevonden, zowel door het slopen van kleine verouderde woningen als het toevoegen van grotere woningen met meer kwaliteit en dat sinds 2021 de gemiddelde oppervlakte daarmee boven de 100 vierkante meter, 102 vierkante meter is geworden. Dus dat zegt ook lets over wat er dan aan de stad is toegevoegd. Hier ziet u nog een verdeling: wat zijn dan de woningtypes die er zijn gebouwd? Dit is niet helemaal compleet, omdat het is op basis van luchtfoto's is dit ingeschat, maar geeft wel een indruk van hoe ongeveer die verdeling eruit ziet. Nou, dan ziet u bijvoorbeeld Ja, er zijn allemaal blauwe kleurtjes. Ik had zelf liever dat lets anders in beeld gebracht, maar ik zal het er even bij vertellen. Dit zijn appartementen, tussenwoningen, vrijstaande woningen, twee-onder-een-kappers en hoekwoningen. Hier ziet u nog een keer dezelfde informatie van de vorige sheet, maar dan samengevoegd. Dus hier ziet u per segment zowel wat er is gerealiseerd als wat er is geprogrammeerd en wat er dan nog bij zou moeten komen als we die 11.000 woningen straks gebouwd hebben om aan het aantal te komen wat aansluit bij deze diagram.
Met uitzondering dan van sociale huur, want dat moeten er geen 1000 worden, maar 2000. Nou, daar ziet u, nou, dat in alle segmenten is gerealiseerd. Het minste dus in koopwoningen onder de NRG-norm, onder de 325.000 euro, en dat er meer dan voldoende koopwoningen boven de vijf ton en markthuurwoningen zijn geprogrammeerd. In die grijze balk kunt u dan dus ongeveer zien: als er nieuwe projecten aankomen, wat zouden we dan daar voor woningen bij voorkeur, als dat past op die locatie, want dat is altijd de afweging, en ook als wij in staat zijn om dat te beslissen, want dat is ook niet altijd het geval, maar het geeft wel sturingsinformatie wat er nog zou moeten gebeuren om dit programma uiteindelijk te realiseren. Dat is dan dus 28 procent koop tot vijf ton, 63 procent koop tot 325 en 9 procent sociale huur. Nou, als laatste stukje ga ik nog in op wat woningmarktontwikkelingen. Stijgende prijzen: ja, het is eigenlijk een terugkerend verhaal. Maar goed, hier ziet u de vergelijking van 2018 en 2021 en die geeft vrij goed weer dat de druk op de woningmarkt en de stijgende prijzen dat die eigenlijk begonnen is in de Randstad, maar zich steeds verder uitbreidt en dat Dordrecht daar nu aan de rand van ligt. la, en de afgelopen jaren hebben we een prijsstijging van 45 procent gezien. Dat is echt ongekend.
U heeft ook bij de monitor een artikel kunnen lezen over onderzoeken van ABN Annro waarin zij uitleggen hoe ze denken dat de prijzen verder zullen blijven stijgen. Nou, u ziet hier de redenen nog een keer opgesomd. Ik zal daar nu niet heel ver op ingaan, maar de druk op de woningmarkt is heel hoog en zal dat waarschijnlijk ook blijven. Wat u op deze sheet ziet, is het zoekgedrag van mensen naar woningen in Dordrecht. Ik vind het zelf wel persoonlijk hele interessante informatie, want we hebben natuurlijk wel onderzoek naar woningbehoefte van onze inwoners, maar hier krijgen we daar net een ander inkijkje in, omdat we zien wat mensen nou daadwerkelijk opzoeken op woningsites zoals onder andere Funda. Hier links bovenin is te zien de samenstelling van het totaal aantal woningen in Dordrecht wat dat voor woningtypes zijn. Dus dan zien we dat ongeveer de helft ervan appartementen zijn en behoorlijk wat tussenwoningen, en vrijstaande woningen en twee-onder-een-kappers en dergelijke daar zijn er veel minder van. En hier ziet u waarnaar wordt gezocht. Dus u ziet dat er ook wel flink naar appartementen wordt gezocht. lets minder dan in vergelijking met het aanbod. Maar wat mij eigenlijk wel verraste, is dat deze grafiek nog
10
best wel lijkt op deze, dus dat de vraag en het aanbod nog redelijk bij elkaar aan lijken te sluiten. Deze vond ik ook wel interessant: waar komen mensen nou vandaan die een woning in Dordrecht zoeken? Nou, dat is natuurlijk het overgrote merendeel afkomstig uit Dordrecht, maar met stip op twee toch wel Rotterdam. Hier ziet u naar welke bisegnnenten door mensen worden gezocht. Voor ongeveer 30 procent zoeken mensen naar woningen onder de twee ton en nog eens 30 procent zoeken mensen naar woningen onder de drie ton. Nou zou je zeggen: dat is heel problennatisch gezien het felt dat we weinig woningen onder de 325.000 euro hebben gebouwd de afgelopen jaren. Nou is het wel zo dat er nneer aanbod is dan wat er nieuw gerealiseerd is, dus daar wil ik ook wat van laten zien. Dus hier ziet u links het totale aanbod van alle woningen die sinds 2018 in Dordrecht te koop hebben gestaan en/of verkocht zijn. Rood staat voor verkocht en blauw staat voor te koop. Nou, zoals u ziet staat er niet heel veel te koop. Links ziet u alleen het nieuwe aanbod. Dus dit zijn die bijna 2000 woningen die we hebben toegevoegd. Het totale aanbod is dus veel groter. Als we die gaan uitsplitsen in prijscategorieen, dan is te zien dat toch het overgrote merendeel van het aanbod van woningen onder die NRG-norm van 325.000 beschikbaar is.
Dus op dit plaatje ziet u de woningen die onder de twee ton worden aangeboden. Er is natuurlijk ook altijd weer de nuance: wat is de vraagprijs en de uiteindelijke koopprijs? Maar goed, dit is om een indruk te krijgen. Toch wel een flink aantal. Het zijn wel woningen ... Hier ziet u, ik weet niet of het goed is te zien, maar de bouwjaren van die woningen, en die begint met de oudste bouwjaren en eindigt met de nneest recente, dus de woningen van onder de twee ton dat zijn niet de nieuwste woningen. Er zit ook een heel groot deel, dat kunt u hier zien, appartementen bij. Het is ook in bepaalde delen van de stad meer en minder te vinden. Dus het is niet zo dat er overal woningen van onder de twee ton te koop staan, maar het aanbod is qua omvang net zo groot als het nieuwbouwprogramma. Dit zijn de woningen tussen de twee ton en de 325.000 euro. Hier rechts ziet u het totale aanbod van woningen Moet ik het goed zeggen. Dit is tot vijf ton en dit is boven de vijf ton. Ook hier ziet u, nou, de vrijstaande woningen die zijn een wat groter percentage in dit prijssegment. Nou, ja toch een beetje samenvattend: wat zegt dit nu allemaal, deze informatie? Nou, wat we echt in recordtijd hebben gedaan, is die harde planvoorraad aangevuld. Bijna 1000 woningen per jaar erbij de afgelopen drie jaar. Dus dat loopt best goed. De bouw van die 4000 woningen die duurt wel wat !anger.
Ik zag er ook wat krantenartikelen de laatste tijd van voorbij komen. Dat heeft verschillende oorzaken die met binnenstedelijk bouwen te maken hebben wat het gewoon complexer maakt waardoor het langer duurt voordat een woning gerealiseerd wordt. Er zijn ook bouwmarktoorzaken, prijsontwikkelingen, zijn materialen wel beschikbaar? Is er genoeg personeel? Et cetera. En last but not least landelijke milieuwetgeving die ook steeds ingewikkelder wordt en allerlei aanpassingen vraagt om woningbouw gerealiseerd te krijgen. Nou, verder zien we dat we nu eerst vooral voor de autonome behoefte aan het bouwen zijn en dat dus heel veel woningen naar Dordtenaren gaan en dat we daardoor nog niet heel veel groei van de stad zien. Dat gaan we na die eerste 4000 woningen waarschijnlijk wel nneer zien. We zien ook in het geheel van de stad een meetbare kwaliteitsverbetering, omdat de genniddelde vierkante meter oppervlakte van woningen zijn toegenomen. Dat is echt een heel goed teken: dat we niet alleen maar veel proberen te bouwen, maar dat het ook met kwaliteit is. Nou, dan zijn er ook nog wel wat punten waar we op moeten letten of waar we op moeten bijsturen. De belangrijkste
11
daarvan zijn eigenlijk qua programma dat we moeten kijken of wij die woningbouw van onder de 325.000 euro meer kunnen progrannnneren, wel tegen de achtergrond van die stijgende prijzen waardoor het steeds lastiger wordt om die goedkope koopwoningen ook van de grond te krijgen. Dus dat is een lastig vraagstuk waar we nog mee zitten. Een andere is dat we zien dat in de wijkontwikkeling wij wel gewerkt hebben aan verbetering van de samenwerking met de corporaties, en dat heeft ook wel tot betere afstemming geleid, maar die gesloopte woningen terug bouwen dat gaat nog niet op het tempo wat we zouden willen zien. We zijn dus aan het kijken of we daar een taskforce voor kunnen inzetten met Trivire en met Woonbron om dit toch wel complexe probleenn bij de kop te gaan pakken. Tot zover, voorzitter.
De voorzitter: 3a. Mijn muis zat klem, jongens, dus dat duurde eventjes. Even kijken. Mijnheer Polat die staat te trappelen. De heer Polat: Dank u, voorzitter. 3a, dank voor de presentatie, nnevrouw Wouters. Heel duidelijk, helder. We hebben wel even wat vragen over de bevolkingsgroei en netto aantal woningen of woonruimten. U heeft gezegd: er zijn in die periode 830 woningen zijn gebouwd, dus als wij kijken naar die 4000 woningen die wij gaan bouwen, dus als we daarvan het netto aantal berekenen, wat is de netto van die 4000 woningen die wij gaan bouwen? Dat is een. Twee: mevrouw Wouters die zei: ja, wanneer de lokale behoefte afneemt, en dat staat ook in de monitor, zal een groter deel van de woningen beschikbaar konnen voor nieuwe inwoners en zal de groei sneller gaan. Is er een onderzoek gedaan? Is daar een verzadiging at te constateren? Waarop baseert u dat, dat er na die 4000 woningen wel de behoefte niet meer gaat toenemen en dat de woningen voor nieuwe inwoners beschikbaar worden? Dat is even voorlopig, voorzitter. De voorzitter: Mevrouw Wouters. Mevrouw Wouters: 3a, wat betreft de eerste vraag over het netto aantal woonruimten: daarmee laat ik zien dat er niet alleen maar woningen zijn toegevoegd, maar ook woningen zijn gesloopt.
Het netto aantal is dus lager dan het totaal aantal woningen wat is gebouwd, en het aantal woonruimten wat tot nu toe netto is toegevoegd is 830. Wat betreft de vraag over hoe we weten dat na 4000 woningen aan de behoefte is voldaan, is dat onderzocht? 3a, dat is onderzocht. We weten aan hoeveel woningen er ongeveer behoefte is in Dordrecht. Dat neemt alleen maar toe. We hebben daar nneerdere onderzoeken naar gedaan. Ik heb daar even niet de jaartallen van paraat, maar het aantal van 4000 is toch echt wel wat we mininnaal nodig hebben om aan de behoefte te voldoen. Wat we op dit moment zien, is dat er absoluut nog geen verzadiging is en dat in alle segmenten gewoon nog een tekort is. Dus dat is ook te zien aan het feit dat er bijna geen woningen te koop staan op Funda, dat mensen geen huurwoning kunnen vinden. Dus op dit moment is echt aan alles nog een tekort.
De heer Polat: Voorzitter? Kan ik een vervolgvraag stellen? De voorzitter: Vooruit.
12
De heer Polat: Oh, dank je wel. Nou, u zegt: die 4000 zijn niet voldoende. Dat kan ik me ook lets bij voorstellen, want er zijn gewoon netto zijn er 830 woningen bijgekomen. Gesloopt en nieuwbouw. Wanneer denkt u bijvoorbeeld aan die 800 ... Nou ja, ik heb die vraag al gesteld. Wanneer kunnen wij gewoon ervan uit gaan dat die 4000 woningen echt ook daadwerkelijk voor Dordtenaren gebouwd kunnen worden ook gerealiseerd kunnen worden voor de vraag? Mevrouw Wouters: Ja, wij denken, dus dat is een voorspelling, he, dat we in de tweede helft van 2023 aan die 4000 woningen zullen zitten. Maar uw vraag gaat eigenlijk ook over: hoe zit dat dan met die sloop? Dat er minder woonruinnten zijn toegevoegd dan woningen gebouwd. Wat ik daarvan weet, is dat het merendeel van de sloop die gepland was inmiddels achter de rug is, dus dat zou betekenen, ja, dat je nog 1000 woningen verder bent voordat je aan dat aantal terug zit. En de bouwstroom die we nu op gang hebben gebracht van zo'n 1000 woningen per jaar, dan zou je nog een jaar verder moeten denken, maar dat redeneer ik nu eventjes zo een beetje natte vinger werk. De heer Polat: Oke. Nou ja, dank u wel. De voorzitter: Oke. Dan gaan we naar mijnheer Oostenrijk. De heer Oostenrijk: Ja, voorzitter. Ook dank voor de, ja, toch wel heldere presentatie met wel daar een paar vragen.
Die zijn straks wat politiek gericht, maar nu maar even informatief. Het woord harde planvoorraad. Je kan het je afvragen: hoe hard is een harde planvoorraad? Maar zeker gelet op de laten we zeggen knelpunten die nnevrouw Wouters ook heeft gemeld, is het eigenlijk niet goed duidelijk in hoeverre die harde planvoorraad inzoomt op de urgentie van die knelpunten, want ja, elk bouwplan heeft zijn eigen briefjes, maar het is de vraag: hoe houd je de samenhang daarbij in relatie tot de urgentie van de verschillende doelgroepen? Want we hebben geconstateerd: we !open gigantisch achter. We zitten eigenlijk pas op 50 procent van het te behalen doel Ultimo 2022, ofwel het einde van deze raadsperiode. Ten tweede: we hebben geconstateerd, u heeft ook geconstateerd dat we met name met die goedkope koopwoningen gigantisch achterlopen, maar we zien dat niet helder terug in het woord harde planvoorraad. Oftewel, lopen we niet het risico dat straks die harde planvoorraad tot realisatie komt zonder dat we enig effect hebben bewerkstelligd aan de meest urgente punten sociale woningbouw en de goedkope koopsector? Ja, dat waren op dit moment de vragen. De tweede is een hele andere.
Zeker nu dit eigenlijk de laatste presentatie is van deze raadsperiode over dit onderwerp zou het eigenlijk veel mooier zijn geweest dat u ook een inkijkje had gegeven in de 6000 woningen die we nog hebben te gaan, of 7000 woningen die we nog hebben te gaan, want ik kan me nog herinneren dat nu bijna anderhalf jaar geleden wethouder Stann heeft toegezegd dat hij toen al zou komen met een invulling van die vervolgende 6000 a 7000 woningen. Daar hebben we natuurlijk in dit kader totaal geen inzicht op. Eigenlijk zou zeker in de aanloop naar de verkiezingen zou het college daar een kijkje op moeten geven: hoe staat het daarnnee? Wat mag de bevolking verwachten als het gaat om de nalatenschap van dit college? Dat was hem.
13
Mevrouw Wouters: Ik heb de vragen gehoord, maar ik weet niet of ik daar heel goed een technisch antwoord op kan geven. Want u vraagt naar harde planvoorraad: dat is, ja, de plannen die zijn goedgekeurd door de gemeenteraad en alle programnna's worden ook door de raad vastgesteld. Ik geef daar alleen nu een beeld van hoe dat er voorstaat. De voorzitter: U moet alleen antwoorden waar u zich connfortabel bij voelt en verder hebben we twee wethouders zitten die eventueel nog dingen kunnen beantwoorden. De heer Oostenrijk: Maar dat deel mag ook straks, hoor. De voorzitter: Oke. En mijnheer Oostenrijk, verwacht u dan nu nog een antwoord van mevrouw Wouters? Nee, he? De heer Oostenrijk: Nee. Als mevrouw Wouters van mening is dat dat te politiek getint is, dan konnen ze zo aan de orde. De voorzitter: Oke. Ik weet niet. Ik zag al twee wethouders in beeld, maar nnisschien is het verstandig om eerst even het technische rondje verder af te maken. Dat gaan we verder doen met de heer Veldnnan. De heer Veldman: Ja, voorzitter. Heel hartelijk dank. Ook heel veel dank voor deze fraaie presentatie. Complimenten daarvoor wat mu j betreft. Ook goed om die uitsplitsing eens even goed helder te zien wat het totale aanbod is ook in relatie tot het zoeken van mensen en tot het nieuw bouwen. Dat is denk ik heel verhelderend in dit verhaal in zicht gebracht.
Voorzitter, twee vragen die ik in ieder geval toch als technisch bestempel. De eerste is: we hoorden natuurlijk heel erg de slogan van: bouwen, bouwen, bouwen, en dat zit ook wel een beetje in dat persbericht van de ABN. Aan de andere kant wat ik echt daarin ontbreek en vind ontbreken en waar ik dan wel benieuwd naar ben of dat annbtelijk ook wordt gedeeld, is er is in mijn optiek een te grote toevloed van geld en dus je kunt wel bouwen, maar zolang er veel geld is, zullen die prijzen hoog blijven, onndat er blijkbaar voldoende mensen zijn die hoge prijzen voor die huizen kunnen en willen betalen. Dat is een dus. Daaruit volgt dus dan eenvoudig de conclusie dat met alleen bouwen je de prijzen niet naar beneden krijgt. Staat los van de vraag overigens dat je natuurlijk wel moet bouwen, maar dat is even dan lets anders. Dat is een. Dan het tweede, de heer Oostenrijk refereerde er al even aan: de cijfers zijn aan de ene kant natuurlijk fraai, aan de andere kant zijn ze niet wat we twee, drie, vier jaar geleden voor ogen hadden. Moet nu de conclusie zijn: nou, die doelstelling was gewoon toch te hoog gegrepen? We hebben nu alle slack uit de processen geknepen. We doen het een stuk sneller dan de rest van Nederland, dus dit is wel ongeveer wat je mag verwerken.
Of is de analyse: nee, nou ja, we zijn nu wel aardig op stoonn, maar dat kan nog wel een tandje sneller? Want in de stukken kon ik daar nog weinig over terugvinden. Er stond vooral: ja, het is laag, omdat het tegenvalt. Toen dacht ik: ja, dat is mooi, maar de vraag die dan natuurlijk gesteld moet worden: waarom valt het toch nog een beetje tegen? Voorzitter, heb ik nog wat vragen die meer politiek van aard zijn. Mevrouw Wouters: Ja, eerst het deel van het verhaal over de hoeveelheid geld en prijsopdrijvende effecten daarvan. Nou, dat kan ik wel bevestigen dat dat inderdaad een
14
rd l speelt ook in die prijsontwikkeling. Dat heeft niet alleen maar met de vraag te nnaken. Dus dat klopt wel. Bijvoorbeeld de rente speelt daarin oak een rd. In dat artikel van ABN Amro staan eigenlijk wel wat dingen over gezegd wat er allennaal meespeelt, dus dat deel ik wel, dat beeld. Wat betreft de tweede vraag: ja, is die ambitie te hoog gegrepen? Kijk, wat we zien is dat we qua tempo echt wel heel goed op stoom zijn en het goed doen. Oak qua aantal woningen wat we per jaar aan planvoorraad opleveren, is hoog. Veel hoger dan de jaren daarvoor. Aan de andere kant zien we dat de realisatie gewoon langer duurt. Als we zien dat het realiseren van een waning, nou ja, zeg twee, drie jaar duurt, dan kun je dus niet verwachten dat je in vier jaar tijd plannen maakt voor 4000 woningen en dat ze oak nog gebouwd warden. Dat is eigenlijk gewoon niet te doen, dus ja. En kunnen de processen nog sneller? Daar zou ik van willen zeggen: niet als ze niet willen dat het ten koste gaat van zorgvuldigheid en kwaliteit. Dus ik zou zeggen: dit is wel het maximaal haalbare.
De voorzitter: Akkoord, nnijnheer Veldman? Ik zie ja knikken, dus daar ga ik vanuit. Gaan we verder naar de heer Kleinpaste. De heer Kleinpaste: Ja. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Mijnheer Kleinpaste, uw geluid is ult. Dus het is heel erg leuk am een soort vis te zien, maar het is nog leuker met geluid erbij. De heer Kleinpaste: Nee, ik heb het geluid aan. Ik dacht dat ik hem aangeklikt had. Sorry. Ja, het was een heldere presentatie. Tegelijkertijd weten we oak dat oak de rekenkamer bezig is geweest met een onderzoek op het gebied van de huisvesting en de woningen. Ik was even nieuwsgierig of daar al uitkomsten van bekend zijn en eventueel oak al in deze presentatie zijn meegenomen of dat dat wat de rekenkamer heeft gedaan nog een aanvulling gaat zijn op hetgeen nu gepresteerd is. Mevrouw Wouters: Ik weet daar niet precies de stand van zaken van. Er is inderdaad een rekenkameronderzoek gaande. De resultaten ervan heb ik niet meegenomen in de presentatie. Misschien Maarten die weet het misschien wel wanneer het rekenkameronderzoek komt. De heer Burggraaf: Ja, ik begreep dat die eind van dit jaar met bestuurlijke reactie in het college ligt. Dus hij komt nog dit jaar uw kant op.
Ja, ik heb het eerste concept daarvan gelezen en in grosso modo de grootste punten eigenlijk die daarin voorbijkonnen die zijn oak in deze presentatie wel geraakt, dus ik denk niet dat daar heel veel verrassende dingen in zullen staan. De voorzitter: Oke, dank u wel. Dan gaan we naar nnijnheer Gundogdu. De heer Giindogdu: Voorzitter, dank u wel. Mevrouw Wouters, oak bedankt voor uw heldere presentatie. Ik heb daar een aantal kleine vragen over. Ik hoop dat u die kunt beantwoorden. Als ze politiek van aard zijn, moet u dat zeker niet doen. Ter verduidelijking: u geeft aan dat er in deze periode, althans tot nu toe, 830 woningen netto zijn toegevoegd aan het woningbestand in onze stad. U gaf oak in uw presentatie
15
aan en u refereerde oak even naar Funda als zoeknnachine voor potentiele kopers waarbij u dus oak aangaf dat een groot deel van de zoekers naar een koopwoning in deze stad Dordtenaren zijn en als tweede Rotterdammers in beeld kwamen. Heeft u oak in beeld van die 830 woningen die er zijn toegevoegd wat de verkoopverdeling daarvan is? Dus hoeveel procent van die woningen oak door Dordtenaren zijn gekocht concreet? Mede doordat we natuurlijk oak vanuit, nou ja, altijd de redenatie hebben gehad dat de autonome groei juist voor Dordtenaren zou zijn, dus ik ben benieuwd of u die cijfers heeft. Daarnaast heeft u ook, en het is een constatering, dat woningen onder de 325.000 euro daar is heel veel vraag naar en u heeft oak wel aangegeven dat in het bestaand woningbouwaanbod dat daar redelijk in vraag wordt tegemoet gekomen, maar die vraag blijft enorm groat. Kunt u ook aangeven waar het nu aan ligt dat in die prijsklasse of tot aan die prijsklasse weinig woningen zijn gebouwd? Misschien is dat een politieke vraag, maar ik leg hem even bij u neer. Dank u wel.
Mevrouw Wouters: Ja, als antwoord op de eerste vraag: hoeveel van de nieuw gebouwde woningen gaan er dan naar Dordtenaren? Dat verschilt een beetje per project. Het ligt ergens tussen de 50 en de 75 procent van de woningen die door Dordtenaren warden gekocht. Wat betreft de tweede vraag dat er veel vraag is naar woningen onder de 325.000 euro en dat het lastig is am die te realiseren: ja, dat is een probleenn wat we oak wel landelijk zien. We zien oak dat er oak beleid vanuit het Rijk, vanuit de provincies konnt am dat soort plannen toch mogelijk te nnaken, omdat ze anders lastig van de grand konnen. Dus bijvoorbeeld de woningbouwimpuls die kan daarbij helpen. Want ja, je ziet dat je als je een nieuwbouwwoning realiseert heel erg lastig onder die prijs kan blijven als je alle kosten bij elkaar optelt en, nou ja, nog een bepaalde winstmarge erbij telt, dan ja, dan komt het gewoon al heel snel hoger uit dan dat bedrag. De voorzitter: Oke. Mijnheer Polat die dacht dat het CDA een collegepartij is. Ik heb geen idee. Mijnheer Veldman zegt: zeker. Mijnheer Polat zegt: voorzitter? De heer Polat: Dank, voorzitter. Ja, een vraag. Het gaat over de doorstroming en betaalbaarheidsindex. Die zijn niet aan de orde gekomen in de presentatie, maar kan ik die alsnog vragen? Ik kijk even naar u, voorzitter, en mevrouw Wouters of dat nog mag.
De voorzitter: Ja, ik zit daar even over te twijfelen, want het gaat nu echt even over de presentatie. De heer Polat: Het is natuurlijk de presentatie is natuurlijk een resultaatbepaling van de realiteits... Realis... De voorzitter: Ja. De heer Polat: Van de woningbouw. Ja, ja. Ik ga het nu goed proberen. In ieder geval ik wilde graag weten twee over de doorstroming, want in het rapport wordt gezegd dat bijvoorbeeld bij haven dat daar anderhalf keer zoveel doorstroming tot gevolg had, omdat duurdere woningen een positief effect hebben op doorstroming. Dan denk ik bij mezelf: ja, als er goedkopere woningen zullen zijn, zullen er duurdere naar die woningen
16
trekken. Dus als er ook goedkopere woningen gebouwd worden, dan gaan net zoveel mensen die woningen bewonen. Dus hoe is dat berekend? Heeft u daar onderzoek naar gedaan? Dat is een. Twee: over de betaalbaarheidsindex staat op dit moment heb ik vrije kansen hebben we gebruikt. Staat 12 procent. Ik heb even naar gekeken, naar het rekensonnmetje. De genniddelde woonlasten in Dordrecht en omstreken is 980 euro en gemiddelde netto inkomen, van het CBS heb ik dat begrepen, is 30.800 euro. Dat komt ongeveer op 2250 euro per nnaand, en dat is toch echt 39 procent. Hoe kunt u dat verklaren tussen 39 procent en 12 procent? En waarom heeft u gekozen voor die van Calcasa? Dank.
Mevrouw Wouters: Ja, wat betreft de eerste vraag over onderzoek naar doorstroming: ja, daar wordt regelmatig onderzoek naar gedaan door het kadaster, door het onderzoekscentrunn Drechtstede en als daar resultaten van zijn, dan delen we die ook. Die komen nu ook in de monitor terug, maar in een vorige presentatie heb ik ook wel eens laten zien hoe dat er dan uitziet. Dus duurdere koopwoningen, welke woningen komen er dan vrij in de stad? Daar heb ik eens een keer een voorbeeld van uitgelicht. Dus ja, daar doen we regelmatig onderzoek naar. Wat betreft de tweede vraag naar dat onderzoek van Calcasa: ja, dat is dus echt een onderzoek wat door Calcasa is uitgevoerd. Ik kan daar niet precies de details van vertellen op basis van welk inkomen of ze dat hebben berekend. Dat kan ik zo niet vertellen. Maar het is wel zo dat Calcasa echt een gerenomnneerd onderzoeksbureau is op dit thema en dat ik dacht het is een interessant extra gegeven: zijn de woonlasten in Dordrecht nu echt aan het stijgen? En hoe verhoudt zich dat tot de vorige monitor waarin ik dit ook heb opgenomen?
De heer Polat: Voorzitter, een laatste vraag. Dank u in ieder geval voor het beantwoorden van de vragen twee, vraag een. Is er gewoonweg Mag ik, voorzitter? U kijkt heel bezorgd. Maar die doorstroming, als het gewoonweg als er woningen tot 325.000 euro gebouwd zouden worden een deel van de mensen van dure woningen kunnen overstappen naar woningen in dat segment. Zou dat dan de doorstroming niet ten goede komen? Of heeft u daar geen onderzoek naar gedaan?
Mevrouw Wouters: Daar is voor zover ik weet geen onderzoek gedaan, naar specifiek dat segment, maar het is wel zo dat als er in het duurdere segment woningen worden toegevoegd dat we meerdere stappen zien. Dus in die duurdere woning komen mensen uit een goedkopere woning die daarvoor weer uit een huurwoning komen. Ja, soms zijn dat wel vier, vijf stappen, terwijI ik kan me zo voorstellen als je een koopwoning onder de 325.000 euro zou bouwen dat je ook wel doorstroming ziet, maar dat dat een kortere keten zal zijn. Maar dat is dus niet onderzocht.
De voorzitter: Oke. Ik zie de heer Burggraaf in beeld, dus die wil waarschijnlijk De heer Burggraaf: Ja. De voorzitter: Ook reageren? De heer Burggraaf: Ja, voorzitter. Ik dacht laat ik gewoon eens even een voorbeeldje geven. We hebben natuurlijk nu net Amstelwijk daar beginnen de eerste woningen in de
17
verkoop te gaan en dat zijn woningen boven de drieenhalve ton. De eerste koper daarvan die liet een woning achterin of die laten een woning achter in Nieuw-Krispijn die ze als starter hebben gekocht, en dat is precies in de categorie die u nu beschrijft. Dus dat is zo'n concreet voorbeeld waarbij je ziet dat, nou ja, als je daar wat in het hoger segment woningen oplevert dat dat de doorstroming aan de starterskant zeg maar weer op gang brengt en daarmee weer meer de betaalbare woningen en de beschikbaarheid daarvan vergroot.
De heer Polat: Voorzitter? Hier kan De voorzitter: Laatste keer, mijnheer Polat. De heer Polat: Helemaal goed. Maar als je goedkopere woningen en nieuwe woningen bouwt, kunnen mensen ook net zo goed verhuizen naar die nieuwe woningen en dan laten ze ook een woning achter voor de starters. Of redeneer ik het verkeerd? Het is niet bedoeld aan de wethouder. De vragen zijn richting de wethouder.
De heer Burggraaf: Ja. Maar goed, kijk als ik net het overzicht zag wat ook in het onderzoek zat, dan zie je ook dat er gewoon in verhouding veel betaalbare koopwoningen zitten, maar, ja, als die nnensen niet een wooncarriere kunnen maken zeg maar, een volgende stap, dan konnt die ook niet beschikbaar. Een ander aspect is dat je nu ziet, maar dat werd ik denk dat ik dan wat discussies door elkaar heen ga lopen, maar is dat het bouwen van die betaalbare koopwoningen dat dat nu ook, ja, er meer ruimte op ontstaat, omdat vanuit het Rijk er subsidies op warden gegeven. Dus dat zie je op de ontwikkeling bij Spuiboulevard waarbij je daardoor wat meer in dat segment kan toevoegen. Dat zie je ook zo meteen bij de Maasterrasontwikkelingen. Dus met dat soort Rijkssubsidieregelingen kom je ook in staat am voor dat segment, onder de 325.000 euro, am meer te gaan toevoegen. Tegelijkertijd moet je ook in oog houden dat er een goede spreiding over de stad zit. Dus he, want je wil uiteindelijk gewoon een gezonde verdeling van type woningen over je stad hebben.
De voorzitter: Oke. We gaan naar de heer Nederhof, want ik zie de hele tijd al een handje in beeld en hij was nog zelf even in beeld, en dat gaat hij nu weer doen. De heer Nederhof: Dank u we!, voorzitter. Ja, ik ben als gast
Mijn chat werkt niet. Dus maar ik ben amateur, he, dus vergeef me. Ja, een vraag aan nnevrouw Wouters. Het is een duidelijk verhaal
De voorzitter: Dat zijn we allemaal hoar, mijnheer Nederhof. Nee. De heer Nederhof: Oke. Houden zo. Onder de 325k is de grootste vraag. Is dat door de grondprijs of door de woningbouwprijs? Dat is ook wel een hele belangrijke denk ik, want de grondprijs is een groat deel van het geheel. Heeft u dat ook in beeld of is dat moeilijk te doen?
Mevrouw Wouters: Ja, ik zie niet helemaal de samenhang van waar de grootste vraag naar is en de grondprijs ten opzichte van de verkoopprijs. Maar wat ik daarover kan
18
zeggen, is dat de grondprijs bepaald wordt aan de hand van de prijs van de woning, niet andersom. Dus er wordt gekeken naar: welk programma gaan we hier bouwen? Wat is de prijs van die woningen? Dan halen we kosten en dergelijke eraf en wat er dan overblijft dat is de grondprijs. Ik vertel het nu even heel simpel, want ik ben geen expert op dit gebied, maar het is dus niet zo dat als wij hoge grondprijzen vragen dat daardoor dan de prijzen van de woningen omhoog gaan.
De heer Nederhof: Nou, ik denk het dan wel, maar ik ben te eigenwijs natuurlijk, voorzitter. Dat weet u. Maar in ieder geval De voorzitter: Mijnheer Nederhof? Ik weet dat u zei net dat u amateur bent, maar u klinkt nou ook een beetje als een 27MC bakkie. Het is ... We horen u niet nneer. De heer Nederhof: Gaat le nu beter? Ja, hoor. Toch aan. De voorzitter: Ergens heel ver. Dus ik weet niet waar u zit, maar De heer Nederhof: Ja, gewoon thuis. De voorzitter: Gewoon thuis? Dat is op zich dichtbij. De heer Nederhof: Ja, zeker. Zeker. De voorzitter: Ja, maar we horen u De heer Nederhof: Kan ik nog wat vragen? Hoort u mij nu? De voorzitter: Nee, we horen u bijna niet. Dus
Ineens was het weg.
De heer Nederhof: Het ging over de grondprijs. Komt dat nog ... De voorzitter: Dit gaat ietsje beter. De heer Nederhof: De grondprijs wordt toch bepaald door de aankoop De voorzitter: Ja. Daar bent u weer. De heer Nederhof: Door de gemeente, door ontwikkelaars. Kijk, de bouwprijs voor woningen dat hebben we niet in de hand, dat is een marktwerking, dat houden we niet tegen. Dus de nnetselaar, de timnnerman, de nnaterialen. Maar die grondprijs dat is wel een belangrijke factor, want een huis bouwen is op zich niet zo duur, maar de grondprijstotaal die maakt het duur. Dat is mijn inschatting dan. Maar ik weet niet wat U hebt het niet in beeld, he? Mevrouw Wouters: Ik weet even niet precies welke vraag ik nu moet beantwoorden. De heer Nederhof: Nou, nog een keer dan. De heer Burggraaf: Nou, kijk. Ik denk
19
De heer Nederhof: Oh, de wethouder. De heer Burggraaf: Voorzitter. Ja. la, sorry. Ik denk sowieso goed, want wij hebben in het bestuur de middelen denk ik, was dat vorige week of deze week, hebben we een beetje vergelijkbare discussie gehad naar aanleiding van de prognose grondbedrijf. Daar heb ik ook toegezegd dat we daar op een later moment nog een keer verder over hebben. Ja, het is maar net welk type woningen. Kijk, als je het hebt bijvoorbeeld over de sociale huurwoningen, dan zit je op een grondprijs van zo'n 15.000 euro. Dus ja, dat heeft echt geen groot effect op de totale prijs van de woning. Ja, en het is ook maar net in je grondprijs die je stelt welke andere eisen je eraan verbindt. Dus als het laten we zeggen een gemeentelijke aanbesteding is, dan kan je zeggen: ja, ik wil voor het hoogste grond bod gaan, maar je kan ook zeggen: nou, maar ik vind ik wil een minimaal marktconform bod en daarnaast vind ik kwaliteit heel belangrijk, dus daar toets ik ook sterk op.
Het beeld als ware de huidige woningprijzen nou zo hoog zijn, omdat de grondwaarde zoveel hoger is, ja dat deel ik niet, want dat zit echt, maar dat zagen we ook in de presentatie, dat zit hem echt meer in onderwerpen als: is vraag en aanbod met elkaar in evenwicht? Of is er veel meer vraag dan aanbod? Is de financieringsrente, he, de hypotheekrente een stuk lager waardoor je leencapaciteit veel hoger wordt en daardoor de prijs omhoog gaat? Dat gaat zelf op instrumenten als startersleningen. Dat ze wel eens zeggen: ja, op moment dat je dat invoert, heeft het ook een prijsopdrijvend effect. Dus er zijn heel veel andere factoren die zorgen dat die prijzen hoger liggen van woningen.