Nota zienswijzen wijzigingsplan sgravendeelsedijk 175.pdf
Tekst van het document
Nota naar aanleiding van zienswijzen op het ontwerpwijzigingsplan "'s-Gravendeelsedijk 175" 1. Overleg ex artikel 3.1.1. Besluit omgevingsrecht In het kader van het overleg als bedoeld in artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening is het plan op 30 september 2022 per mail toegezonden aan: Rijkswaterstaat Waterschap Hollandse Delta Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid Gemeente Zwijndrecht Gemeente Hoekse Waard en is het digitale formulier van de Provincie Zuid-Holland ingediend. In de mail werd verzocht om voor 21 oktober 2022 te reageren, indien het plan daartoe aanleiding gaf. Uit het ingevulde digitale formulier van de Provincie volgde dat het plan niet voor advies behoefde te worden toegezonden. Van de gemeente Hoekse Waard is alleen een ontvangstbevestiging ontvangen. De gemeente Zwijndrecht heeft een inhoudelijke reactie ontvangen waarop hieronder nader wordt ingegaan. Van de overige overlegpartners is geen reactie ontvangen. Overlegreactie gemeente Zwijndrecht Van de gemeente Zwijndrecht is de volgende reactie ontvangen: Naar aanleiding van uw bericht inzake het voorontwerpbestemmingsplan 's-Gravendeelsedijk 175 willen wij namens de gemeente Zwijndrecht het volgende naar voren brengen. Vanuit Zwijndrecht zijn er een hoop klachten over geluidsoverlast die ZHD veroorzaakt. De kans is heel groot deze overlast straks alleen nog maar erger wordt.
Aangezien wij het erg belangrijk vinden dat er sprake is van een goed woon- en leefklimaat voor onze inwoners vragen dan ook om te zorgen voor goede mogelijkheden om het geluid dat ZHD produceert te controleren en te handhaven. Reactie: Naar aanleiding van het voorontwerp bestemmingsplan 's-Gravendeelsedijk 175 heeft u een overlegreactie gestuurd. U geeft aan dat ZHD geluidoverlast veroorzaakt in Zwijndrecht en u schat in dat de kans dat de geluidoverlast erger wordt toeneemt met de voorgenomen wijziging van het bestemmingsplan. Ten behoeve van een goed woon- en leefklimaat voor uw inwoners vraagt u om te zorgen voor goede mogelijkheden om het geluid van ZHD te controleren en te handhaven. Aanleiding voor het wijzigen van het bestemmingsplan is het voornemen van ZHD om de PWA-kade en het achterliggend terrein In de Dordtse Zeehavens in gebruik te nemen. De milieuvergunning die hiervoor wordt aangevraagd beslaat ook de revisie van de huidige, oude milieuvergunning voor de hometerminal van ZHD. De activiteiten van die hometerminal blijken meer geluid te maken dan in 2005 gemodelleerd en berekend. Dat komt onder meer omdat wij vinden dat het nestgeluid van zeeschepen moet worden meegerekend, iets wat van de provincie in 2005 niet hoefde. Het voorgenomen wijzigingsplan voorziet erin dat de geluidruimte wordt herverdeeld.
Havenbedrijf Rotterdam staat een fors deel van de geluidruimte die voor de Wilhelminahaven is gereserveerd af aan ZHD ten behoeve van de hometerminal. Met die extra geluidruimte kan ZHD de huidige activiteiten op de hometerminal voortzetten. Er komt voor de hometerminal geen geluidruimte beschikbaar om daar nieuwe activiteiten te ontwikkelen. De voorgenomen activiteiten voor de PWA-kade zijn vergunbaar op grond van de voor die locatie beschikbare geluidruimte. De schrootactiviteiten van ZHD, de voor geluid bepalende activiteit, blijven beperkt tot de hometerminal. De voorgenomen herverdeling van geluidruimte blijft binnen de voor het industrieterrein beschikbare geluidruimte. Er wordt daarbij voldaan aan de zonegrens en de maximaal toelaatbare geluidbelasting op omliggende woningen. De herverdeling gaat ook niet ten koste van geluidruimte van andere bedrijven of percelen op het gezoneerde industrieterrein Groote Lindt/Dordt-West.
1
De meldingen die er in beide gemeenten af en toe zijn van geluidhinder vanuit het gebied betreffen vaak zogenaamde piekgeluiden. Piekgeluid wordt niet geregeld in de geluidverdeling voor het industrieterrein zoals die in de betreffende bestemmingsplannen in Zwijndrecht en Dordrecht is vastgelegd. De regels voor piekgeluid worden vastgelegd in de milieuvergunning. De Omgevingsdienst heeft in de aanloop naar een nieuwe revisievergunning gewerkt aan verbeteringen, onder meer in het vastleggen van de meetpunten. Daarmee kunnen bepalende geluidactiviteiten beter worden gemeten en gecontroleerd.
2.
Zienswijzen:
1. Ontvankelijkheid Het ontwerpwijzigingsplan heeft met ingang van 22 december 2022 tot en met 2 februari 2023 ter inzage gelegen. Gedurende die termijn konden zienswijzen op het plan kenbaar worden gemaakt. Van die mogelijkheid is door 5 reclamanten gebruik gemaakt. De zienswijzen zijn binnen de daarvoor gestelde termijn ingediend en ontvangen en zijn daarom ontvankelijk. 2. Zienswijzen en reactie Reclamant 1, 2, 3 en 4: Zienswijzen: Reclamanten zijn op basis van de beoordeling van ARDEA Acoustics & Consult (notitie 3316AVC3.002 d.d. 31 januari 2023) en de andere stukken van mening dat bij de toekenning van geluidruimte aan ZHD Stevedores onvoldoende rekening wordt gehouden met de belangen en toekomstige ontwikkelingen bij hun vier bedrijven. Reclamanten worden bij het gebruik van hun kades nu al beperkt in de mogelijkheden om producten te transporteren per schip. Dat kan nog verder bezwarend uitpakken als nestgeluid van schepen aan de bedrijfsvoering wordt toegerekend. Eén reclamant is ook bezig met plannen om de kade uit te breiden. Reclamanten zijn van mening dat hun belang en ook het belang van andere bedrijven moet worden meegewogen.
In het rapport van ARDEA worden de volgende argumenten genoemd: Overschrijding geluidsnormen bestaande terminal Uit het geluidrapport van DGMR blijkt dat al lange tijd sprake is van een forse overschrijding van 6-7 dB op diverse zonepunten in zowel noordelijke, oostelijke, zuidelijke, als westelijke richting. Door ZHD wordt dus al lange tijd niet voldaan aan de vergunningvoorschriften. Het rapport maakt niet duidelijk waarom deze zeer forse overschrijdingen zijn ontstaan. Het rapport maakt ook niet duidelijk welke activiteiten maatgevend zijn voor deze zeer forse overschrijdingen. Het rapport maakt ook niet duidelijk met welke organisatorische en technische maatregelen nu alsnog voldaan kan worden aan de voorschriften (bijvoorbeeld het stilleggen van activiteiten of een betere afscherming door hogere geluidswanden, zoals dat door één van de reclamanten wel is gedaan). Naar het inzicht van ARDEA is het nodig om éérst meer duidelijkheid te krijgen hierover voordat besloten wordt tot verruiming van het geluidbudget. Reactie: Uit het akoestisch onderzoek blijkt dat er op de Hometerminal een substantieel verschil is tussen de recente en de destijds in 2005 berekende geluidsniveaus.
Dit terwijl door ZHD geen uitbreiding van de overslagcapaciteit wordt aangevraagd en de activiteit die de geluidniveaus vrijwel volledig bepaalt, de schrootoverslag, de afgelopen jaren niet wezenlijk is veranderd. De volgende punten zijn de (belangrijkste) oorzaak van deze toename: - De uitbreiding met de PWA-terminal. - Het meenemen van geluidbronnen die eerder niet zijn meegenomen, met name het nestgeluid van de zeeschepen en het geluid van directe overslag van schip naar schip; - Het opnieuw meten van de bestaande geluidbronnen en actualiseren hoe deze moeten worden gemodelleerd, bijvoorbeeld het valgeluid van schroot en nauwkeuriger meten van piekgeluiden. 2
-
Verschillen in aangevraagde bedrijfsactiviteiten t.o.v. de huidige vergunning; het gelijktijdig verladen van schroot en piekijzer is de belangrijkste wijziging. Voorheen gebeurde dit alleen incidenteel. Dat alles bij elkaar opgeteld leidt in het rekenmodel voor de aangevraagde situatie tot een toename van geluid ten opzichte van de momenteel vergunde situatie. Het nemen van maatregelen om de geluidbelasting te verminderen is uitgebreid aan de orde geweest in de besprekingen met ZHD. Aanwezige en nog te nemen maatregelen betreffen onder meer: o het beperken van activiteiten in de avond en de nacht; o het beperken van de inzet van het kranenpark en maatregelen aan de kranen zelf; o maatregelen bij het laden en zeven van piekijzer; o afscherming met keerwanden en geluidwanden. In het akoestisch onderzoek zijn in hoofdstuk 5 deze maatregelen beschreven en is ook beschreven welke maatregelen wel zijn onderzocht, maar die geen effect hebben of niet redelijk of onmogelijk zijn om te realiseren. Deze maatregelen zijn geborgd nu ZHD daarvoor een vergunning onder Wabo heeft aangevraagd, waarvan binnenkort de ontwerpbeschikking ter visie zal gaan.
Nestgeluid Ardea constateert dat het nestgeluid van schepen wordt toegerekend aan de geluidruimte van de inrichting. Volgens Ardea is dit nieuw beleid en gaat dit ten koste van de geluidruimte voor de reguliere bedrijfsactiviteiten. Dit geeft ook een beperking voor reclamant en andere bedrijven die gebruik maken van de haven. Ardea vindt het noodzakelijk dat de consequenties van dit beleid eerst in zijn totaliteit duidelijk moeten worden voor alle schepen en alle bedrijven. Reactie: Uitgangspunt voor het college is dat nestgeluid van schepen in beginsel als directe hinder wordt toegerekend aan de inrichting waar het gaat om schepen die afmeren binnen de inrichtingsgrenzen, of waarvan de activiteiten op deze schepen feitelijk onderdeel zijn van de inrichting. Jurisprudentie over deze vraag is schaars, maar bevestigt naar onze mening wel dat nestgeluid moet worden toegerekend aan de inrichting. Uitspraken hierover betreffen de uitspraken in de zaak Huisman1. Deze uitspraken gaan niet specifiek over het laden en lossen van schepen, maar gaan over activiteiten op afgemeerde schepen. De uitspraken maken duidelijk dat bepalend is de vraag of de betreffende schepen afmeren binnen of buiten de grenzen van de inrichting en de vraag of de schepen wel of geen onderdeel zijn van de inrichting.
Bij schepen die afmeren binnen de grenzen van de inrichting is het nestgeluid directe hinder en telt dus mee als industrielawaai. Bij schepen die afmeren buiten de grenzen van de inrichting moet worden beoordeeld of de activiteiten op deze schepen onderdeel zijn van de inrichting. Dat kan het geval zijn als de kade onderdeel is van de inrichting en/of als de werkzaamheden die op de schepen worden verricht behoren tot de reguliere bedrijfsactiviteiten van de inrichting. Beide bovenstaande situaties zijn bij ZHD aan de orde. Er zijn aanlegplaatsen voor schepen die vallen binnen de grenzen van de inrichting en er zijn aanlegplaatsen die vallen buiten de grenzen van de inrichting, maar wel aan de kades van ZHD (die wel behoren tot de inrichting) en met activiteiten aan boord van de schepen, met name laden en lossen, die zonder meer behoren tot de aangevraagde activiteiten van ZHD. In het verleden zijn er situaties geweest waarin de provincie Zuid-Holland als bevoegd gezag het nestgeluid buiten beschouwing heeft gelaten. De huidige milieuvergunning van ZHD is daarvan een voorbeeld.
Relatie overige milieucomponenten Ardea stelt dat vooral wordt uitgegaan van bestaand niet-elektrisch materiaal en zijn in die afweging de emissies naar de lucht (stikstof, CO2) niet meegenomen. Volgens Ardea gaat om een forse 1
ECLI:NL:RVS:2019:1220 en ECLI:NL:RVS:2020:205 3
uitbreiding van activiteiten en uitgaande van bestaande machines betekent dit voor de toekomst een beperking voor andere initiatieven en/of problemen bij aanscherping van het landelijk emissiebeleid. Reactie: Dit wijzigingsplan betreft de herverdeling van geluidbudgetten. Van een forse uitbreiding van de activiteiten of materieel is geen sprake (zie ook hierboven). De vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming is op 31 maart 2018 door de provincie aan ZHD verleend. Daarbij is ook de ingebruikname van de PWA-terminal meegenomen. De toetsing aan de overige milieucomponenten maakt onderdeel uit van de te verlenen omgevingsvergunning. Het materieel van ZHD voldoet aan BBT. Dit is in het akoestisch onderzoek onderbouwd.
Toekenning geluidbudget vanuit gebied F De overheveling van geluidbudget van gebied F naar ZHD gaat om een significant deel van het beschikbare geluidbudget voor één bedrijf. Onduidelijk is in hoeverre deze overheveling consequenties heeft voor toekomstige ontwikkelingen van reclamant en andere bedrijven op het terrein. Is er voor deze bedrijven nog voldoende geluidbudget beschikbaar of moeten zij blijven functioneren met het toegekende budget? Dat alles met gevolg dat zij niet kunnen uitbreiden, of maatregelen moeten nemen en uiteindelijk de kosten dragen voor investeringen die ZHD niet hoeft te doen. Ardea vindt dat een integrale afweging gemaakt moet worden waarbij voor de toekomst rekening wordt gehouden met de belangen van reclamant en andere bedrijven. Berekeningen van DGMR voor de PWA-terminal laten zien dat in de avond- en nachtperiode de geluidbijdrage van ZHD lager is dan de gereserveerde waarden voor deelgebied O. Als de wens bestaat om geluidbudgetten te verdelen dan ligt het voor de hand om het overschot van deelgebied O niet op dit gebied te laten rusten maar over te hevelen naar deelgebied N zodat er minder hoeft te worden weggenomen bij deelgebied F. Reactie: In het bestemmingsplan Zeehavens Dordrecht (vastgesteld in 2013) is de verdeling van de voor dit deel van het gezoneerde industrieterrein beschikbare geluidruimte vastgelegd.
Daarbij is in artikel 20.2.7 bewust een mogelijkheid geboden om geluidruimte te kunnen uitwisselen. We konden ons destijds voorstellen dat bedrijven of eigenaren binnen het gebied daarover afspraken maken. Met toepassing van de wijzigingsbevoegdheid en onder de daarbij genoemde voorwaarden kan het college medewerking verlenen aan dergelijke afspraken. Dit wijzigingsplan betreft de herverdeling van geluidbudgetten tussen deelgebied F en D. Deelgebied F betreft de Wilhelminahaven, in erfpacht uitgegeven aan Havenbedrijf Rotterdam (HbR), deelgebied D betreft de hometerminal van ZHD. Samen met de gemeente, en in nauwe afstemming met het geluidonderzoek en de te nemen maatregelen om de geluidbelasting te verminderen, hebben HbR en ZHD een herverdeling van geluidruimte afgesproken, waarbij er geluidruimte van deelgebied F naar deelgebied D wordt verplaatst. HbR heeft aan de gemeente bevestigd akkoord te zijn met deze herverdeling van geluidruimte. ZHD heeft de herverdeling van geluidruimte vervolgens aangevraagd. Het college heeft de aanvraag getoetst aan de voorwaarden die in artikel 20.2.7 van het bestemmingsplan zijn opgenomen en heeft geconcludeerd dat hieraan wordt voldaan. De herverdeling van de geluidruimte heeft geen gevolgen voor de vastgelegde geluidruimte van de overige bedrijven binnen het gezoneerde industrieterrein.
De overige bedrijven kunnen hun vergunde activiteiten ongehinderd blijven uitvoeren. Als het gaat om wensen voor extra geluidruimte voor uitbreiding van activiteiten bij bedrijven op het gezoneerde industrieterrein dan is er geen sprake van een algemene geluidreserve waarop aanspraak kan worden gemaakt. Destijds is vrijwel alle beschikbare geluidruimte verdeeld. In de praktijk gebeurt het bij vergunningverlening nog wel eens dat net niet op alle punten aan de beschikbare geluidruimte kan worden voldaan en dat er nog wel enige ruimte is op de toetspunten van de zonegrens en/of de omliggende woningen. Voor die situaties is in artikel 20.2.5 van het bestemmingsplan een mogelijkheid geboden om wat meer geluidruimte toe te staan (via binnenplanse afwijking). 4
Dit wijzigingsplan gaat enkel over de herverdeling van geluidruimte tussen de deelgebieden F en D. Andere deelgebieden, zoals deelgebied O en N waarin de PWA-kade is gelegen, maken geen onderdeel uit van dit wijzigingsplan en hiervoor blijven de in het bestemmingsplan opgenomen geluidsbudgetten ongewijzigd. Overigens biedt het overhevelen van een zeer beperkte resterende hoeveelheid geluid op deelgebied O naar deelgebied N geen soelaas voor de deelgebieden F en D.
Meer inzicht Ardea vindt dat in het rapport informatie ontbreekt over de maatgevende/bepalende geluidbronnen op de zonepunten en bij woningen. Dit inzicht heeft Ardea nodig om beter in te schatten of extra geluidsmaatregelen toch een significante reductie kunnen opleveren met als gevolg dat er minder/geen geluidsruimte hoeft worden overgeheveld. Ardea wil dat het rekenmodel ter beschikking wordt gesteld voor controle en toetsberekeningen. Reactie: Naar aanleiding van dit verzoek om informatie over de bepalende geluidbronnen op de zonepunten en bij woningen heeft DGMR tabellen opgesteld met de rekenresultaten op 4 maatgevende zonepunten in alle windrichtingen. Per zonepunt zijn de deelbijdragen van de bij ZHD voorkomende geluidbronnen opgenomen. Deze deelbijdragen zijn gesorteerd naar etmaalwaarde. Deze tabellen bevestigen hetgeen ook in het akoestisch onderzoek is opgenomen: de bronnen gerelateerd aan het laden en lossen van schroot zijn, naast het nestgeluid, verreweg maatgevend/bepalend. De tabellen zijn bij de stukken gevoegd. Naar aanleiding van het verzoek om het rekenmodel ter beschikking te stellen zal het rekenmodel (Proj_2022-03-08.zip) aangeleverd worden dat door DGMR is opgesteld ten behoeve van het Akoestisch onderzoek ZHD Stevedores, terminal Dordrecht inclusief PWA-terminal (30 augustus 2022, kenmerk M.2017.0704.01.Roo1 versie 020).
Reclamant 5: Zienswijze: Reclamant maakt zich grote zorgen als ZHD een nieuwe vergunning voor meer geluidruimte krijgt ten behoeve van het verwerken, intern transport plus het overslaan van metalen/schroot in bijvoorbeeld duwbakken. De activiteiten van diverse staalverwerkende schrootbedrijven in de Dordtse Zeehaven geven in de wijk Kort Ambacht in Zwijndrecht behoorlijke geluidsoverlast, gedurende de dag maar ook de avond en nacht. Reclamant heeft daarbij de volgende ervaringen en vragen: Is het normaal dat de veroorzaakte geluidsoverlast, op 800 meter van o.a. het Jansen/ZHD Stevedores terrein klinkt alsof ze in de achtertuin schroot staan te verwerken en handling daarvan? Is het normaal dat het ook gebeurt bij nacht en ontij, b.v in het weekend om 01.00 uur in de nacht? Is het normaal dat er geluidsoverlast is in de zeer vroege ochtend? Is het normaal dat er geluidsoverlast plaatsvindt gedurende de avond tot 23.00 uur? Naast de geluidsoverlast die wij ervaren gedurende de dag, die stijgt uit boven het normale industriegeluid. Reactie: Reclamant woont in Zwijndrecht direct grenzend aan het gezoneerde industrieterrein Groote Lindt/Dordt-West en daarmee in het invloedsgebied daarvan. Dat betekent dat er ter plaatse van de woning en de tuin industrielawaai waarneembaar zal zijn.
Met de systematiek van regelgeving voor gezoneerde industrieterreinen is geborgd hoeveel industrielawaai er mag zijn, opgeteld voor alle activiteiten binnen het gezoneerde industrieterrein dat zowel in Zwijndrecht als in Dordrecht is gelegen. Een deel van de bedrijven binnen het gezoneerde industrieterrein heeft een milieuvergunning die ook activiteiten toestaat in de avond- en nachtperiode. Dat is ook het geval bij de bedrijven ZHD en Jansen. Die geluidruimte in de avond en de nacht is wel minder dan de geluidruimte in de dagperiode, maar het 5
omgevingsgeluid is in de avond en nacht veel minder aanwezig, waardoor het industrielawaai meer op de voorgrond kan treden. Het is in die zin dus "normaal" dat het industrielawaai van de voor geluid maatgevende activiteiten op het industrieterrein waarneembaar is ter plaatse van de woning van reclamant, ook in de avond en in de nacht. De bedrijven moeten verder ook voldoen aan de geluidvoorschriften die in de milieuvergunning zijn opgenomen. Naar verwachting geven de zogenaamde piekgeluiden de meeste hinder in de omgeving, zeker als het om activiteiten zoals het verladen van schroot bij zeeschepen gaat. De regels en maatregelen die voor dergelijke piekgeluiden zijn voorschreven zijn onderdeel van de milieuvergunning van het betreffende bedrijf. Bij meldingen van hinder vanuit de omgeving kunnen toezichthouders van de Omgevingsdienst geluidmetingen uitvoeren om te controleren of de geluidvoorschriften uit de milieuvergunning worden overtreden. Zienswijze: Reclamant vindt de herverdeling van de reeds bestaande geluidruimte rondom de terminal en de Wilhelminahaven ongewenst omdat er al veel geluid en geluidoverlast is, onder meer van industrieterrein Groote Lindt, de A16 en de scheepvaart op de rivier. De geluidhinder vermindert de leefbaarheid in de omgeving, zowel binnen als buiten de woningen.
Reactie: Reclamant woont in Zwijndrecht direct grenzend aan het gezoneerde industrieterrein Groote Lindt/Dordt-West en daarmee in het invloedsgebied daarvan. Reclamant geeft aan dat er daarnaast ook hinder is van de A16 en de scheepvaart op de rivier. Uitgaande van de ligging van de woning zal er ook hinder zijn van het wegverkeer over de Lindtse Dijk. Op grond van de geluidbelastingkaart Drechtsteden levert dat ter plaatse een matig woonen leefklimaat op. Voor wat betreft het industrielawaai is met de geluidzone en met hogere waarden voor woningen binnen de geluidzone vastgelegd hoeveel geluidruimte er is voor dit gezoneerde industrieterrein. Met de herverdeling van geluidruimte zoals beoogd in dit wijzigingsplan wijzigt die totale geluidruimte niet. Daarnaast is het wijzigingsplan niet bedoeld om uitbreiding van lawaaimakende activiteiten mogelijk te maken ter plaatse van de hometerminal van ZHD. ZHD heeft de herverdeling van geluidruimte nodig om de huidige activiteiten op de hometerminal te kunnen voortzetten. Zienswijze: Reclamant ondervindt hinder van de handling van metalen en schroot bij de firma Janssen die onder andere in de nachtelijke uren en de zeer vroege ochtend plaatsvinden. Reclamant verzoekt om in de vergunning van Janssen op te nemen dat die activiteiten alleen in de dagperiode van 07.00 tot 19.00 uur mogen plaatsvinden.
Reactie: De geluidregels voor het bedrijf Jansen recycling zijn geen onderdeel van dit wijzigingsplan. Dit bedrijf heeft op basis van de milieuvergunning de mogelijkheid om een deel van de activiteiten ook in de avond- en de nachtperiode uit te voeren. Dat past binnen de geluidruimte die voor dat perceel in het bestemmingsplan is vastgelegd. Zienswijze: Reclamant vraagt om in de voorgenomen wijziging het geluid te verlagen in plaats van her te verdelen zodat hij geen overlast meer ervaart. In het huidige ontwerp is volgens reclamant niet voldoende gewaarborgd dat de herverdeling van de al bestaande geluidruimte gaat leiden tot een betere verdeling en een vermindering van geluidoverlast. Zodoende kan reclamant niet akkoord gaan met de voorgenomen wijziging. Reactie: Zoals hierboven al aangegeven wijzigt met de voorgenomen herverdeling van geluidruimte de totale geluidruimte voor het industrieterrein niet. Het verkleinen van de geluidruimte voor het industrieterrein is op dit moment niet aan de orde. 3. Advies naar aanleiding van de reacties in het kader van het art. 3.1.1 Bro-overleg en de zienswijzen Gelet op het bovenstaande wordt geadviseerd om: - Het wijzigingsplan niet naar aanleiding van de overlegreactie van de gemeente Zwijndrecht aan te passen; 6
- De ingediende zienswijzen ongegrond te verklaren. April 2023
7