Nota Vergunningen, Toezicht & Handhaving (VTH) voor de gemeentelijke taken door Omgevingsdienst Zuid-Holland-Zuid.pdf
Tekst van het document
Werkwijze uitvoering
Regionaal
30
•
Toezicht op de activiteiten met de hoogste risico's voor een veilige en gezonde leefomgeving
Risicogestuurd: • Toezicht op activiteiten met een risicoscore van 6 of hoger via een locatieplan. In 4 jaar worden alle thema’s gecontroleerd. Het toezicht kan fysiek of administratief van aard zijn. • Activiteiten met een risicoscore tussen 3 en 6 projectmatig en datagericht toezicht op de activiteiten met het hoogste effect. Het toezicht kan fysiek of administratief van aard zijn.
•
Toezicht op voorschriften opgenomen in omgevingsvergunningen milieu
Planmatig toezicht in een vaste frequentie.
•
Toezicht op terugkerende verplichtingen zoals het toezicht op energiebesparing
Planmatig toezicht ingedeeld naar de klassen hoog en midden.
•
Actualiseren van omgevingsvergunningen milieu, inclusief ambtelijke revisies
Planmatig in een frequentie van minimaal eenmaal per 4 jaar
NOTA VTH
2025 2028 5. DE -UITVOERINGSSTRATEGIE
De inzet voor risicoklasse hoog wordt jaarlijks vastgelegd in het lokaal jaarprogramma per opdrachtgever. OZHZ maakt elk jaar twee voortgangsrapportages en een jaarverslag per opdrachtgever over de uitgevoerde werkzaamheden.
De inzet voor risicoklasse midden beschrijven we jaarlijks in een regionaal programma. We rapporteren de behaalde resultaten met een jaarverslag aan het bestuur. In het jaarverslag willen we meer gericht op outcome rapporteren.
Midden In risicoklasse midden vallen alle branches met een risicoscore van 3.0 tot 6.0 voor milieu of brandveilig gebruik. Deze bedrijven en instellingen moeten voldoen aan algemene regels uit het Bal of Bbl, eventueel aanvullend vanuit het Omgevingsplan.
Laag We houden geen actief toezicht op de branches met een risicoscore lager dan 3.0. Deze bedrijven hebben geen (terugkerende) verplichtingen en de impact op de veiligheid en gezondheid is minimaal.
Met data- en gedragsanalyse bepalen we gerichte interventies binnen de thema’s veiligheid, gezondheid en duurzaamheid. We programmeren regionaal en werken projectmatig. Verplichtingen, zoals de informatieplicht energiebesparing, terugkerende keuringen en certificeringen brengen we in beeld. We zien toe op de naleving hiervan en doen dit ook regionaal en projectmatig.
Signalen van niet-naleving pakken we wel op. Zie hiervoor de aanpak bij ‘omgevingsgestuurd handelen’. Ook houden we zicht op ontwikkelingen en wijzigingen binnen de risicoklasse laag. Eens per vier jaar monitoren we de aanwezigheid van de branches in onze regio (krimp of groei), de werkzaamheden, bijzondere ontwikkelingen en signalen van niet-naleving. We beoordelen het risicoprofiel van de branche.
We analyseren en monitoren de branches om outcome-gerichte en efficiënte interventies te bepalen. Het brancheplan geeft een algemeen beeld over de aanwezigheid in onze regio (krimp of groei), de werkzaamheden en bijzondere ontwikkelingen. We onderzoeken de naleving van regelgeving, specifiek binnen de thema’s veiligheid, gezondheid en terugkerende verplichtingen. De brancheplannen vormen de basis voor de regionale programmering van de risicoklasse midden.
5.3.2 Lokaal aanvullend Naast bovengenoemde regionale aanpak is het per opdrachtgever mogelijk om het thema leefbaarheid lokaal in te vullen. OZHZ voert het planmatig toezicht uit op alle milieugerelateerde plichten en voorschriften bij bedrijven en instellingen uit het omgevingsplan, zoals het controleren van de geluidsvoorschriften bij een café. Hier bestaat ook de ruimte voor lokaal maatwerk, zoals de aanpak voor ondermijning. De inzet voor Lokaal wordt jaarlijks vastgelegd in het jaarprogramma per opdrachtgever.
Als nieuwe ontwikkelingen uit de brancheplannen het nodig maken, leggen we maatwerk op of passen we eerdere afspraken over maatwerk of gelijkwaardigheid aan. Eens per vier jaar branche updaten we het brancheplan.
Overheidsgestuurd handelen
We voeren geen toezicht uit op milieubelastende activiteiten bij particulieren en incidentele ontheffingen op grond van het omgevingsplan.
Werkwijze uitvoering
Lokaal aanvullend •
•
Toezicht op alle milieu gerelateerde plichten en voorschriften bij bedrijven en instellingen uit het omgevingsplan
•
Lokaal maatwerk
In afstemming met de opdrachtgever
•
Uitvoering is afhankelijk van lokaal beleid van opdrachtgever Vaste, uniforme werkwijze in onderliggende werkprotocollen
31
NOTA VTH
5.4
Handhavingsstrategie
Landelijk is leidend In deze handhavingstrategie staat op welke wijze we optreden tegen overtredingen. Onze handhavende taak is erop gericht om overtredingen te beëindigen, herhaling te voorkomen en de gevolgen ervan te beperken of te herstellen. Dit doen we door zoveel mogelijk eerst het gesprek met de betrokkene aan te gaan. Werkt dit niet of onvoldoende, dan zetten we een passende sanctie in. Onze basis is de Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht (LHSO). De LHSO maakt inzichtelijk hoe en welk handhavingsinstrument kan worden ingezet bij bestuurs- en strafrechtelijke handhaving van het omgevingsrecht. OZHZ is verplicht de LHSO toe te passen in alle wettelijke basistaken. Ook heeft OZHZ met alle gemeenten afgesproken om de LHSO toe te passen op de andere taken die OZHZ uitvoert. Het staat gemeenten vrij om de LHSO ook van toepassing te verklaren op VTH-taken die ze zelf uitvoeren. Dit is vanuit de gedachte van een gelijk speelveld (level playing field) wel wenselijk. Kern werking LHSO De kern van de LHSO is een interventiematrix waarbij de handhaver de volgende stappen doorloopt: Leidraad handhavingsacties en
32
2025 2028 5. DE -UITVOERINGSSTRATEGIE
Onze handhavende taak is erop gericht om overtredingen te beëindigen, herhaling te voorkomen en de gevolgen ervan te beperken of te herstellen.
“
NOTA VTH
2025 2028 5. DE -UITVOERINGSSTRATEGIE
Kern werking LHSO 1.
Waar past de overtreding in de interventiematrix? Om de plek in de interventiematrix te bepalen, kijken we naar het gedrag van de overtreder (denk aan recidive) en naar de ernst (de gevolgen) van de overtreding.
2.
Zijn er verzwarende omstandigheden? De handhaver kijkt vervolgens naar de feiten en omstandigheden van de situatie. Hij bepaalt of er verzwarende aspecten zijn die moeten worden meegenomen bij de afweging om het bestuurs- en/of strafrecht toe te passen. Hoe meer verzwarende aspecten, hoe meer reden om naast bestuursrechtelijk, ook strafrechtelijk te handhaven. De handhaver kijkt naar: Onomkeerbare gevolgen/geen herstelsanctie mogelijk: de overtreding heeft nadelige gevolgen voor de fysieke leefomgeving die niet (meer) kunnen worden weggenomen zoals onherstelbare milieuschade; Het verkregen financieel voordeel (winst of besparing); Recidive: de overtreder is al eerder de fout ingegaan en eerdere herstelsancties en/of bestuurlijke boete hadden onvoldoende preventief effect; De combinatie met andere relevante strafbare feiten om de geconstateerde overtreding te verhullen, zoals valsheid in geschifte, omkoping of witwassen; De medewerking van malafide deskundigen. Dit zijn sleutelfiguren in een branche die niet-naleving bewust faciliteren.
De overtreder kreeg ondersteuning van bijvoorbeeld malafide certificerende instellingen of keuringsinstanties; Normbevestiging: door de expressieve kracht van het strafrecht is het bij uitstek geschikt om het belang van regels en de ernst van niet-naleving te agenderen bij politie, publiek of de branche; Waarheidsvinding: als inzet van onderzoeksbevoegdheden nodig is die alleen in het strafrecht voorhanden zijn.
3. Optreden met de interventiematrix Het bepalen of inzet van het bestuurs- en/of strafrecht nodig is op basis van stap 1 en 2. De LHSO gaat uit van het zo licht mogelijk starten met interveniëren gericht op herstel en het vervolgens snel inzetten van zwaardere interventies als naleving uitblijft. Na constatering van de overtreding gaan we zoveel mogelijk het gesprek aan met de betrokkene. Bij overtredingen met acuut gevaar of andere spoedeisende belangen wordt direct handhavend opgetreden. 4. Vastlegging De handhaver legt de doorlopen stappen en genomen beslissingen verifieerbaar en transparant vast.
begunstigingstermijnen als hulpmiddel Wanneer uit de LHSO bestuursrechtelijke handhaving volgt, is zorgvuldige besluitvorming van belang. Om gelijke behandeling te bevorderen, gebruiken wij de landelijke ‘Leidraad handhavingsacties en begunstigingstermijnen’. Deze leidraad helpt bij het motiveren van de begunstigingstermijn en de evenredigheid van de hoogte van de last. De leidraad benoemt veel voorkomende
overtredingen, geeft standaard begunstigingstermijnen en standaard dwangsombedragen. Optreden tegen eigen/ander bestuursorgaan Is een gemeente of ander bestuursorgaan in overtreding? Vanzelfsprekend is de handhaving door OZHZ dan gelijk als bij handhaving bij inwoners en bedrijven.
33
NOTA VTH
5.5
Gedoogstrategie
OZHZ heeft een beginselplicht tot handhaven. Alleen bij bijzondere omstandigheden kan van handhaving worden afgezien. Om een gelijke behandeling te waarborgen, hanteert OZHZ het landelijk kader voor gedogen7. Gedogen is aanvaardbaar als wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: 1. Gedogen in slechts in uitzonderingsgevallen Gedogen kan rechtvaardig zijn wanneer: 1. Handhaving duidelijk onrechtvaardig is; 2. Het achterliggende belang van de regels beter gediend wordt met gedogen dan met naleven of; 3. Wanneer een ander zwaarwegend belang gedogen rechtvaardigt. 2. Gedogen mag slechts tijdelijk Gedogen is slechts in uitzonderingsgevallen aan de orde. Dit betekent dat gedogen ook niet langer of in grote mate mag plaatsvinden dan door de situatie gerechtvaardigd wordt. Als gedogen omvangrijk of structureel wordt, moet heroverweging plaatsvinden. Als dat (nog) niet mogelijk is, moet gekeken worden naar de mogelijkheden van legalisering.
7
34
2025 2028 5. DE -UITVOERINGSSTRATEGIE
3. Gedogen vindt expliciet en na zorgvuldige kenbare belangenafweging plaats Gedogen is pas aan de orde als dit door OZHZ expliciet, schriftelijk, en na zorgvuldige kenbare belangenafweging is verklaard. De verklaring tot gedogen moet voor de betrokkene duidelijk maken waar deze aan toe is en stelt eventuele derden-belanghebbenden in staat daartegen op te komen. De verklaring zal volstrekt duidelijk moeten zijn over de gedragingen die gedoogd worden, de termijn van gedogen en welke voorwaarden daarbij gelden. 4. Gedogen moet aan controle zijn onderworpen Op de gedoogbeschikking moet toezicht plaatsvinden. Zo controleert OZHZ of de overwegingen die tot gedogen hebben geleid, nog actueel zijn. Ook controleren we of de beperking in tijd, omvang of overige voorwaarden worden nageleefd. Is dit niet het geval, dan moet alsnog tot handhaving worden overgegaan.
Kamernota ‘Gedogen in Nederland’, Tweede Kamer, vergaderjaar 1996-1997, 25 085, nr. 2
NOTA VTH
BIJLAGEN 2025 - 2028
Bijlagen
35
NOTA VTH
BIJLAGEN 2025 - 2028
BIJLAGE 1
Beleidscyclus OZHZ heeft de opdracht om zorg te dagen voor een goede uitvoeringskwaliteit van VTH-taken in het omgevingsrecht. Wettelijk zijn afspraken gemaakt over wat een goede taakinvulling is en hoe kwaliteit en professioneel werken kunnen worden gewaarborgd. Deze afspraken zijn vastgelegd in kwaliteitscritera. De kwaliteitscriteria zien deels op de organisatie van het werk en deels op de medewerkers die het werk uitvoeren. De kwaliteitscriteria die gelden voor de organisatie bestaan uit ‘procescriteria’: eisen die gelden voor de beleidscyclus.
Door te voldoen aan deze procescriteria ontstaat een sluitende beleidscylcus: de zogenaamde BIG8. De BIG8 omschrijft een proces van plannen, uitvoeren, evalueren en bijsturen. Dit proces heeft tot doel om te leren en te verbeteren en zo een steeds betere kwaliteit van het werk te bereiken en de doelen die we ons zelf stellen, te behalen. Het model beschrijft in 7 stappen het beleids proces. Met deze nota geven we invulling aan het strategisch en operationeel beleidskader. Stap 1: Rapportage & evaluatie De essentie van dit onderdeel is het analyseren van veranderingen en zaken die belangrijk zijn voor de uitvoering van VTH-taken. Een analyse over inzet, prestataties en resultaten, maar ook een analyse op zaken zoals: hoe actueel is ons bedrijvenbestand, welke problemen, risico’s en ontwikkelingen zien we? Deze analyse voerden we uit voordat we deze nota maakten. De uitkomsten van de evaluatie zijn meegenomen in deze nota (zie hoofdstuk 3 De Evaluatie). Stap 2: Strategisch beleidskader Naar aanleiding van de evaluatie vindt bijstelling van het strategisch beleidskader plaats. Welke thema’s en prioriteiten kiezen we? Zo werd uit de analyse duidelijk dat de energietransitie als thema een prominentere plaats moet krijgen in de uitvoering. Ook leggen we hier vast welke doelen en
36
uitgangspunten we belangrijk vinden. Hoofdstuk 2 De Omgeving en 4 Het Beleid vormen het strategisch beleidskader. Stap 3: Operationeel beleidskader Het strategisch kader bepaalt de richting. Voor de uitvoering vertalen we dit kader naar concrete strategieën en objectieve criteria voor toetsing: hoe behalen we onze doelen en voeren we onze uitgangspunten en prioriteiten uit? In hoofdstuk 5 De Uitvoeringsstrategie staan de uitvoeringsstrategieën en geeft de invulling aan ons operationeel beleidskader. Stap 4: Planning & control Centraal in dit onderdeel van de BIG8 staat het plannen van het werk en het inrichten van de VTH-organisatie. Het plannen van het werk krijgt vorm via de individuele jaarprogramma’s van de opdrachtgevers en in het jaarlijks regionaal uniforme uitvoeringsprogramma voor bedrijven met een gemiddeld risico. Dat is toezicht op basis van thema’s en branches. In de uitvoeringsprogramma’s leggen we vast wat we gaan doen. Onze middelen, zoals financiën en capaciteit, ramen we in P&C-documenten. Denk aan de begroting en de resultaatrekening. Stap 5: Voorbereiden Het onderdeel ‘voorbereiden’ betekent dat de organisatorische randvoorwaarden aanwezig zijn
BIJLAGEN 2025 - 2028
NOTA VTH
Strategisch beleidskader
Rapportage & evaluatie
Strategische cyclus
Operationeel beleidskader
Planning & Control
Voorbereiden
Operationele cyclus
Monitoren
Uitvoeren
om taken uit te kunnen voeren. OZHZ werkt op basis van vooraf vastgestelde werkprocessen en protocollen, waarin de uitvoeringsstrategieën zijn doorvertaald. Zo borgen we een gelijke behandeling van inwoners en bedrijven. Het personeelsbeleid is, evenals het financieel beleid, gericht op het voldoen aan de wettelijke kwaliteitscriteria. Denk aan kennis- en opleidingseisen voor medewerkers. Bij het financieel beleid gaat het om de kadernota, begroting en jaarrekening.
Stap 7: Monitoren In dit laatste onderdeel vindt monitoring plaats op zaken waarvoor bijsturing relevant is. We kijken of de uitvoering de gewenste resultaten oplevert en hoe de voortgang is. OZHZ rapporteert driemaal per jaar over de jaarprogramma’s per opdrachtgever: twee voortgangsrapportages en een jaarverslag. Over de voortgang en resultaten van het regiobrede programma op basis van thema’s en branches maken we jaarlijks een jaarverslag. Het algemeen bestuur van OZHZ stelt dit vast.
Stap 6: Uitvoeren Stap 6 is het daadwerkelijk uitvoeren van de VTH-taken volgens de instructies. De organisatie heeft hiervoor voldoende kwalitatieve en kwantitatieve voorzieningen en middelen nodig.
37
BIJLAGEN 2025 - 2028
NOTA VTH
BIJLAGE 2
Werking risicomodel OZHZ werkt met een risicomodel voor het uitvoeren van toezicht. Hieronder lichten we toe hoe het model werkt. We doorlopen het risicomodel vierjaarlijks. Het loopt parallel met de looptijd van deze nota. Als de planperiode afloopt, evalueren we of het risicomodel bijstelling nodig heeft. Waar we ons concreet in het uitvoeren van toezicht op richten, leggen we jaarlijks vast in een regionaal uitvoeringsprogramma en in de individuele jaarprogramma’s van de gemeentelijke opdrachtgevers.
Stap 1: Activiteiten in beeld De focus ligt op de activiteiten van inwoners en ondernemers en welke overlast (ongewenste maatschappelijke gevolgen) dit oplevert op basis van mogelijke calamiteiten. Denk bij calamiteiten aan bijvoorbeeld brand, het lekken van giftige stoffen in de bodem of het instorten van een gebouw. Stap 2: Taken binnen werkdomeinen in beeld Per activiteit kijken we naar de wettelijke taken die de gemeente heeft om de risico’s bij de activiteit te beperken. Wat gaat er mis als de die taak niet of onvoldoende wordt uitgevoerd? Het antwoord op deze vraag bepaalt de score in het risicomodel. Hoe groter het negatief effect, des te hoger staat de taak op de prioriteitenlijst. Bij OZHZ gaat het in de kern om taken op het gebied van milieu, bestaande bouw en brandveilig gebruik.
Stap 3: Bepalen maximale realistische calamiteit Per taak bepalen we vervolgens de maximale realistische calamiteit. Hierbij kijken we naar de frequentie, omvang en de impact. • •
38
Bij de frequentie van de calamiteit gaat het om de vraag hoe vaak een maximale realistische calamiteit kan voorkomen Bij de omvang kijken we naar de mate van verspreiding van het negatieve effect: raakt het een straat, wijk, een of twee gemeenten of een heel gebied? Hoe merkbaar is het effect?
•
Wat de impact is van een calamiteit, hangt af van het thema. We kijken hierbij naar de volgende thema’s: Gezondheid: de mate van waarin schade aan de gezondheid van de mens ontstaat. Bijvoorbeeld door de uitstoot naar de lucht van een stof die gezondheidsklachten kan opleveren of de kwaliteit van voedsel kan verminderen Veiligheid: de mate waarin fysiek letsel/ schade aan de mens ontstaat. Bijvoorbeeld slachtoffers door een explosie bij een opslag van gevaarlijke stoffen. Leefbaarheid: de mate van afbreuk van de fysieke leefomgeving zoals geur- en geluidoverlast. Bijvoorbeeld het ondervinden van overlast van een afzuiginstallatie bij een restaurant. Er is geen sprake van acute schade, het beperkt zich tot hinder. Duurzaamheid: de mate van aantasting van het leefklimaat. Bijvoorbeeld het borgen van de bodemkwaliteit door het tegen gaan van verontreiniging.
De ranking van de impact loopt van 1 (geen negatief effect) tot 5 (zeer sterk negatief effect). Stap 4: Bestuurlijke prioriteiten bepalen Het model biedt ruimte voor bestuurlijke prioriteiten. Bestuurlijk liggen de regionale prioriteiten
NOTA VTH
BIJLAGEN 2025 - 2028
Activiteiten in Zuid-Holland Zuid
Taken in beeld
•
Veiligheid
• Milieu, incl. bodem en asbest Bouw (technisch, incl. brandveilig gebruik)
Gezondheid
Leefbaarheid
Duurzaamheid
Score: hoogste score 9, laagste score 1
Beoordeling impact en omvang
op het borgen van de risico’s in het kader van veiligheid en gezondheid. Secundair kijken we naar duurzaamheid, waaronder energie. Gemeenten kunnen de lokale afweging maken om in te zetten op het thema Leefbaarheid. Binnen omgevingsgestuurd handelen kijken we aanvullend op deze thema’s, naar het thema ‘bodemkwaliteit’ voor het taakveld Bodem. Voor het
taakveld Natuur sluiten we aan bij de prioritering van de provincie Zuid-Holland. Stap 5: Uitvoeringsstrategie In de Uitvoeringsstrategie bepalen we de risicoklassen en de methode per klasse. Zie hiervoor hoofdstuk 5 De Uitvoeringsstrategie.
39
BIJLAGEN 2025 - 2028
NOTA VTH
BIJLAGE 3
Risicoklassen toezicht – omgevingsgestuurd Natuur De prioritering houdt rekening met: • De kwetsbaarheid van de soort; • Soorten met een afnemende trend in aantallen; • De impact van de aanvraag op de soort. Dat hangt samen met het aantal nesten en verblijfplaatsen en het type verblijfplaatsen in het project; • De door provincie Zuid-Holland aangewezen 40 icoonsoorten. De provincie wil graag zoveel mogelijk soorten behouden. Door deze icoonsoorten en hun leefgebied te beschermen, profiteren ook andere soorten. De soortgroepen vogels, vleermuizen, amfibieën en reptielen, insecten, zoogdieren, vissen en kreeftachtigen en planten krijgen op basis van de criteria een prioritering hoog, midden of laag. • Hoog met monitoring: Minimaal 2 controles, waarvan minimaal 1 fysiek. Gevolgd door jaarlijks controleren op uitvoering monitoring (voor periode van 3 tot 5 jaar). • Hoog: Minimaal 2 controles, waarvan minimaal 1 fysiek; • Midden: Minimaal 1 (administratieve) controle; • Laag: Geen fysieke controle, alleen administratieve afhandeling; Soms gaat de inspecteur vaker langs. Bijvoorbeeld bij slecht naleefgedrag van de initiatiefnemer, de combinatie van soorten binnen de vergunning, meerdere projecten in de nabije omgeving, maatschappelijke aandacht of bestuurlijke gevoeligheid.
Indeling van de soortgroepen: Vogels • Windturbines: midden • Jaarrond beschermde nesten of rustplaatsen van buizerd: midden
40
•
Jaarrond beschermde nesten of rustplaatsen (bijvoorbeeld huismus, gierzwaluw, kerkuil, steenuil, ransuil, roek en ooievaar): hoog
Vleermuizen • Windturbines: midden • Enkel verblijfplaatsen van individuele dieren en paarplaatsen van gewone- of ruige • dwergvleermuis: midden • Kraam- en winterverblijfplaatsen van gewone of ruige dwergvleermuis: hoog • Verblijfplaatsen overige vleermuizen: hoog Amfibieën en reptielen • Ontheffingen anders dan onderzoek (bijvoorbeeld zandhagedis, kamsalamander, rugstreeppad, heikikker): hoog Insecten • Insecten met uitzondering van icoonsoorten: midden • Icoonsoorten: hoog Zoogdieren • Zoogdieren (bijvoorbeeld Noordse woelmuis, waterspitsmuis en bever): hoog Vissen en kreeftachtigen • Kreeftachtigen: midden • Vissen (bijvoorbeeld grote modderkruiper): hoog Planten • Planten met uitzondering van icoonsoorten: midden • Icoonsoorten: hoog Opvanglocaties en wetenschappelijk onderzoek valt voor elke soortgroep in categorie ‘laag’
NOTA VTH
BIJLAGEN 2025 - 2028
BIJLAGE 4
Risicoklassen toezicht – overheidsgestuurd V = vergunningsplicht
Branches integraal milieu, brandveilig gebruik en bestaande bouw
Risicoscore
Toezicht: Basis hoog
Branches sectoraal milieu
Risicoscore
Toezicht: Basis hoog
Rangeerterrein
8,5
Rangeerterrein
8,5
Chemische industrie
8
Chemische industrie
8
Tankcleaners
8
Tankcleaners
8
Verzorgingstehuis en psychiatrische inrichting
6,5
Afval be- en verwerking
6
Afval be- en verwerking
6
Metaal be- en verwerkingsindustrie Vergunningplichtig
6
Cultuur, sport en recreatie > 500
6
6
Groepswoningen - woonvorm met zorg > 10
6
Scheepsbouwindustrie Vergunningplichtig
6
Horeca > 500
6
Voedingsmiddelenindustrie Vergunningplichtig
Hotels en pensions > 50
6
Industrie overige vergunningplichtig
V
Internaten
6
Veehouderij vergunningplichtig
V
Zwembad >500
6
Metaal be- en verwerkingsindustrie Vergunningplichtig
6
Penitentiaire inrichting - politiecelblokken
6
Scheepsbouwindustrie Vergunningplichtig
6
Spoor- en wegtunnels WARVW
6
Voedingsmiddelenindustrie Vergunningplichtig
6
Ziekenhuis - polikliniek
6
Industrie overige vergunningplichtig
V
Veehouderij vergunningplichtig
V
41
NOTA VTH
42
BIJLAGEN 2025 - 2028
Toezicht: Basis midden
Risicoscore
Toezicht: Basis midden
Risicoscore
Benzinestation met lpg
5,5
Benzinestation met lpg
5,5
Crematoria
5,5
5,5
Hotels en pensions 10 - 50
5,5
Transport en distributiebedrijven met gevaarlijke stoffen
Kinderopvang / speciaal onderwijs met verdieping
5,5
Benzinestation zonder lpg
4
Bunkerstations
4
Transport en distributiebedrijven met gevaarlijke stoffen
5,5
Energie en waterbedrijven
4
Cultuur, sport en recreatie 250 - 500
5
Industrie overige meldingsplichtig
4
Horeca 250 - 500
5
Kunstofverwerkende industrie
4
Sociale werkplaatsen
5
Metaal be- en verwerkingsindustrie overige
4
Basisschool
4,5
Mineralenindustrie
4
Groepswoningen - woonvorm met zorg < 10
4,5
Op- en overslagbedrijven
4
Hotels en pensions < 10
4,5
Scheepsbouwindustrie overige
4
Kinderopvang / speciaal onderwijs zonder verdieping
4,5
Voedingsmiddelenindustrie overige
4
Ziekenhuis - polikliniek
4
School overige 12+
4,5
Zwembad < 500
4
Winkel - grootwinkelbedrijf > 250
4,5
Zwembad > 500
4
Winkel - grootwinkelbedrijf met gevaarlijke stoffen > 250
4,5
Afvalwater be- en verwerking
3,5 3,5
Winkelcentrum overdekt
4,5
Dienstverlening landbouw (incl hoveniers)
Benzinestation zonder lpg
4
3,5
Bunkerstations
4
Garages met werkplaats en autoherstelbedrijven
Energie en waterbedrijven
4
Glastuinbouw
3,5
Industrie overige meldingsplichtig
4
Houtbewerking, bouwnijverheid en installatietechniek
3,5
Kunstofverwerkende industrie
4
Metaal- en metalectrobedrijven
3,5
Metaal be- en verwerkingsindustrie overige
4
Natte en chemische wasserijen
3,5
Mineralenindustrie
4
Propaan
3,5
Op- en overslagbedrijven
4
Sociale werkplaatsen
3,5
Scheepsbouwindustrie overige
4
Transport en distributiebedrijven
3,5
Stationsgebouw > 500
4
Uitgeverij en drukkerijen
3,5
Voedingsmiddelenindustrie overige
4
Zware industrie
3,5
Zwembad < 500
4
Akkerbouw en open grond teelt
3
Afvalwater be- en verwerking
3,5
Basisschool
3
Cultuur, sport en recreatie 50 - 250
3,5
Crematoria
3
Cultuur, sport en recreatie < 50
3
Cultuur, sport en recreatie > 500
3
Cultuur, sport en recreatie 250 - 500
3
NOTA VTH
BIJLAGEN 2025 - 2028
Toezicht: Basis midden (vervolg)
Risicoscore
Toezicht: Basis midden (vervolg)
Risicoscore
Dienstverlening landbouw (incl hoveniers)
3,5
Cultuur, sport en recreatie 50 - 250
3
Garages met werkplaats en autoherstelbedrijven
3,5
Horeca < 50
3
Horeca > 500
3
Glastuinbouw
3,5
Horeca 250 - 500
3
Horeca 50 - 250
3,5
Horeca 50 - 250
3
Houtbewerking, bouwnijverheid en installatietechniek
3,5
Hotels en pensions < 10
3
Hotels en pensions > 50
3
Kantoorgebouw > 250
3,5
Hotels en pensions 10 - 50
3
Metaal- en metalectrobedrijven
3,5
Kantoorgebouw > 250
3
Propaan
3,5 3,5
Penitentiaire inrichting - politiecelblokken
3
Transport en distributiebedrijven Uitgeverij en drukkerijen
3,5
School overige 12+
3
Winkel - grootwinkelbedrijf met gevaarlijke stoffen < 250
3,5
Veehouderij meldingsplichtig
3
3,5
Verzorgingstehuis en psychiatrische inrichting
3
Zware industrie Akkerbouw en open grond teelt
3
Winkel - grootwinkelbedrijf > 250
3
Cultuur, sport en recreatie < 50
3
3
Horeca < 50
3
Winkel - grootwinkelbedrijf met gevaarlijke stoffen < 250
Kamerverhuur
3
Winkel - grootwinkelbedrijf met gevaarlijke stoffen > 250
3
Natte en chemische wasserijen
3
Spoor- en wegtunnels overige
3
Veehouderij meldingsplichtig
3
43
NOTA VTH
Toezicht: Basis laag
44
Risicoscore
Parkeren - parkeergarage met bovengelegen gebruiksfunctie
2,5
Motorsportterreinen
2
Vakantiehuisjes en camping
2
Winkel - grootwinkelbedrijf < 250
2
Kantoorgebouw < 250
1,5
Stationsgebouw < 500
1,5
Voorzieningen en installaties overig
1,5
Parkeren - overig
1
Praktijkruimte
1
Woning
1
BIJLAGEN 2025 - 2028
Toezicht: Basis laag
Risicoscore
Vakantiehuisjes en camping
2
Motorsportterreinen
2
Groepswoningen - woonvorm met zorg < 10
1,5
Groepswoningen - woonvorm met zorg > 10
1,5
Internaten
1,5
Kantoorgebouw < 250
1,5
Kinderopvang / speciaal onderwijs met verdieping
1,5
Kinderopvang / speciaal onderwijs zonder verdieping
1,5
Spoor- en wegtunnels overige
1,5
Spoor- en wegtunnels WARVW
1,5
Stationsgebouw < 500
1,5
Stationsgebouw > 500
1,5
Voorzieningen en installaties overig
1,5
Winkel - grootwinkelbedrijf < 250
1,5
Winkelcentrum overdekt
1,5
Kamerverhuur
1
Parkeren - overig
1
Parkeren - parkeergarage met bovengelegen gebruiksfunctie
1
Praktijkruimte
1
Woning
1
NOTA VTH
BIJLAGEN 2025 - 2028
45
NOTA VTH
46
2025 - 2028