CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Nota van beantwoording zienswijzen op de Ontwerp Dordtse Omgevingsvisie 2.0; Eiland met kwaliteit.pdf

Dordtse Dinsdag – Beeld- en oordeelsvormende commissies 6 mei 2025, gemeente DordrechtBij agendapunt: 3: Vaststellen Dordtse Omgevingsvisie 2.0; Eiland met kwaliteit - Raadsvoorstel34.866 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Naar ons idee komen de verschillende vervoerswijzen juist wel evenwichtig aan de orde in deze Omgevingsvisie (en Mobiliteitsplan). Kijk onder meer naar pagina 162 t/m 164 van de Ontwerp Dordtse Omgevingsvisie 2.0 waarin OV, inclusief waterbus en hubs een duidelijke plek hebben. Ook bij de verschillende deelgebieden (hoofdstuk 6) wordt omschreven welke rol OV speelt.

4

Doelkaart gezonde stad: Wellicht zijn op deze kaart ook de wat langere, aantrekkelijke fietsroutes en verbindingen op zijn plaats.

Fietsroutes komen niet perse terug in doelomschrijving. Op de doelkaart van het doel ‘Bereikbare stad’ benadrukken we wel het fietsnetwerk (Hoofdnetwerk, Kwaliteitnetwerk, Recreatief netwerk én missing links).

5

Doelkaart klimaatbestendige stad 2040: Op deze kaart staat een deel van het Nationaal Park de Biesbosch cq Natura 2000

Het klopt dat een deel van de arcering niet overeenkomt met de meest droge gebieden in Dordrecht. Dit passen we aan.

1

2

Nota van beantwoording zienswijzen op de Ontwerp Dordtse Omgevingsvisie 2.0

Kaart wordt aangevuld met uitstraling van kleur (verloop) historisch centrum deels over de rivier. In de doelomschrijving van het doel ‘Aantrekkelijke stad’ wordt de overgang stad-land niet aangehaald. Het is daarmee niet logisch om dit dan wel op de doelkaart van het doel ‘Aantrekkelijke stad’ te weergeven. Aan de overgang van stad-land wordt in het hoofdstuk ‘Deelgebied Buitengebied’ wel aandacht besteed.

25

foutief gearceerd als droogtegebied. Graag hier de arcering verwijderen.

Wel blijven ook met die aanpassing delen van het Nationaal Park de Biesbosch gearceerd, omdat hier tijdens droge perioden lage grondwaterstanden kunnen voorkomen (waarschijnlijk mede door lage rivierstanden). Omdat hier ook droogtegevoelige natuur voorkomt, vinden we het belangrijk om dit op de kaart aan te geven.

6

Doelkaart duurzaam en klimaatneutraal 2040: Op de kaart staat een grote cirkel "mogelijk zoekgebied opwek windenergie' in de Hel- en Zuilespolder getekend. In de tekst wordt echter de 3e Merwedehaven genoemd. Ik neem aan dat de cirkel verkeerd getekend staat (graag herstel) en er geen enkel voornemen is om de Hel- en Zuilespolder als zoekgebied te benoemen. Verder zal de realisering van windturbines in Polder de Zuidpunt een maximale visuele verstoring van het buitengebied geven. Ik pleit voor verplaatsing van deze locatie naar de Dordtse Kiloever ten westen van de A16.

De locaties van de mogelijk zoekgebieden windenergie volgen uit het raadsbesluit van 21 mei 2024. We zorgen ervoor dat de locaties uit het raadsvoorstel overeenkomen met de doelkaart van het doel ‘Duurzaam en klimaatneutraal 2040’, voor zover dat nu niet lijkt te zijn. De genoemde locatie bevindt zich op het bedrijventerrein van de 3e Merwedehaven en niet in de Hel- en Zuilespolder. Voor het aangekondigde Programma Opwek duurzame energie wordt in de zomer van 2025 een participatieproces georganiseerd. Wij nodigen u van harte uit om aan te haken bij dit participatieproces. De reeds aangeleverde input zetten wij door aan de opstellers van het programma Duurzame energie

7

Doelkaart biodiverse stad: Op deze kaart zijn alle niet uit opgaand bos bestaande natuurgebieden in de Sliedrechtse en Dordtse Biesbosch wit gelaten en hebben daarmee dezelfde kleur als het agrarisch gebied en bijna dezelfde kleur als het stedelijk gebied. Daarmee wordt de volstrekt onjuiste suggestie gewekt dat deze natuurgebieden niet bijdragen aan de biodiversiteit. Het tegendeel is waar. Graag een juistere kleur en legenda aanduiding op deze kaart! Verder staat het gebied van de 3e Merwedehaven onterecht als volledig bebost aangegeven.

De doelkaart van het doel ‘Biodiverse stad’ wordt aangescherpt n.a.v. de aangehaalde punten.

8

Kaart Gebiedsindeling Dordtse deelgebieden en deelgebied A.6.8. De Staart: De keuze om het gehele gebied vanaf de westelijke punt van de Stadswerven tot de oostelijke punt van de Sliedrechtse Biesbosch tot één deelgebied 'de Staart' te benoemen vind ik een uitermate slechte en onterechte keuze. Met deze keuze krijgt het gehele Natura 2000 gebied van de Sliedrechtse Biesbosch een ondergeschikte positie ten opzichte van de (stedelijke) opgaven

De Staart is een uniek gebied gelegen tussen het Wantij en de Beneden Merwede. De ambitie is om van De Staart een aantrekkelijk, biodivers en klimaatbestendig gebied te maken. Daarnaast is het gebied uitermate geschikt om te recreëren voor de mensen uit de stad. De Staart is een gebied met een rijke geschiedenis en kenmerkt zich momenteel door zijn fragmentatie in woonwijken, zware industrie en natuur. De gemeente Dordrecht

Nota van beantwoording zienswijzen op de Ontwerp Dordtse Omgevingsvisie 2.0

26

voor de 'echte' Staart. Er is in ieder opzicht een wezenlijk verschil tussen beide gebieden. Dat blijkt ook uit de tekst: Het overgrote deel van hoofdstuk A.6.8. gaat over de stedelijke opgaven voor de Staart, met op het eind van het hoofdstuk nog een klein stukje over de natuur van het Nationaal Park. Het lijkt erop dat deze deelgebiedskeuze wordt ingegeven door het concept 'getijdepark'. Dit concept is voor de Staart en het aangrenzende deel van het Wantij geen probleem, maar een dergelijk concept maakt geen eenheid van volstrekt verschillende gebieden met verschillende opgaven als de Staart en de Sliedrechtse Biesbosch. Het is ook erg verwarrend en nogal ongebruikelijk om de Sliedrechtse Biesbosch met de naam 'de Staart' aan te duiden. Overigens is het prima om meer natuur in het stedelijk gebied van de Staart te brengen.

streeft naar een integrale verbetering van De Staart, waarbij ecologie en recreatieve mogelijkheden centraal staan. Het doel is om natuur en stadsleven te verenigen, waardoor een aantrekkelijk gebied ontstaat waar recreëren, wonen, werken en natuur samenkomen. In dit licht is gekozen om De Staart als één deelgebied te hanteren in de omgevingsvisie 2.0.

9

Mijn voorstel is om bij voorkeur het gehele Nationaal Park de Biesbosch (dus de Dordtse Biesbosch, de Sliedrechtse Biesbosch en de strook langs de Nieuwe Merwede) als een nieuw en apart deelgebied aan te geven en te behandelen en het deelgebied De Staart te beperken tot het gebied ten westen van de NP grens. Tweede optie is eventueel om de Sliedrechtse Biesbosch bij het deelgebied Buitengebied te voegen.

Zie reactie bij punt 8.

10

Deelgebied A.6.6. Stadspark: Ik ben het erg eens met het streven om de max. snelheid op de N3 te beperken tot 80 km/u en/of de N3 te overkluizen/verdiepen. Echter, zoals nu gesteld lijken dit gelijkwaardige wensen en dat is m.i. niet het geval. Een snelheidsbeperking tot 80 km/u lijkt in beginsel best haalbaar op niet al te lange termijn. Overkluizing/verdieping is aanzienlijk ingrijpender en zal naar verwachting hooguit op zeer lange termijn wellicht haalbaar zijn, misschien ook niet. Het lijkt mij goed om in tijd /haalbaarheid onderscheid te maken tussen de twee wensen.

Eens. Een dergelijk onderscheid in tijd/ haalbaarheid wordt benadrukt bij de keuze voor een overkluizen/verdiepen.

Wijzigingen naar aanleiding van zienswijze - Doelkaart klimaatbestendige stad: De arceringen voor meest urgente droogtegebieden in Dordrecht worden aangepast. Nota van beantwoording zienswijzen op de Ontwerp Dordtse Omgevingsvisie 2.0

27

-

Doelkaart klimaatneutraal en duurzaam 2040: De locatie van het "mogelijk zoekgebied opwek windenergie' op het bedrijventerrein van de 3e Merwedehaven wordt verduidelijkt. Doelkaart biodiverse stad: Aanscherping kleurgebruik ter plaatse van Sliedrechtse en Dordtse Biesbosch. Doelkaart aantrekkelijke stad: Aanpassing tekst “historisch centrum aan de rivier en 19e eeuwse schil” + riviergedeelte langs het historische centrum (en Stadswerven) wordt duidelijker gearceerd. Een onderscheid in tijd/ haalbaarheid wordt benadrukt bij de keuze voor het verlagen van de maximum snelheid op de N3 vs. het overkluizen/verdiepen van de N3.

Nota van beantwoording zienswijzen op de Ontwerp Dordtse Omgevingsvisie 2.0

28

Zienswijze 8 – LTO Noord regio West 1

2

Ingediend door: LTO Noord regio West

Registratienummer: n.v.t.

Samenvatting zienswijze Participatie Het is een goede zaak dat de gemeente Dordrecht haar ontwerpomgevingsvisie tot stand heeft gebracht met de inbreng van inwoners, ondernemers en andere belanghebbenden uit het gebied. Door in gesprek te gaan kan een representatief beeld worden neergezet van de opgaven en de te beschermen landschappelijke kernkwaliteiten. Echter heeft LTO Noord het gevoel dat de deelname vanuit de agrarische sector, toch een belangrijk deel van het landelijk gebied, onvoldoende is meegenomen in dit participatieproces. Zo staat er in deze ontwerp-omgevingsvisie veel over biodiversiteit waarbij vooral ecologen betrokken te lijken geweest terwijl ook boeren en tuinders hier al lange tijd nadrukkelijk mee bezig zijn. Is er straks dan nog wel plaats voor de land- en tuinbouw in Dordrecht? Het participatieproces moet representatief zijn en daar hoort natuurlijk ook de land- en tuinbouwsector bij.

Reactie In juni 2024 is een participatieproces georganiseerd in het kader van de Dordtse Omgevingsvisie 2.0. Tijdens dit proces zijn de 28 beoogde ruimtelijke keuzes besproken met inwoners en belanghebbenden. De mogelijkheid hiertoe is geboden via www.doemeedordrecht.nl, alsook tijdens een fysieke bijeenkomst op woensdag 12 juni 2024. De gebruikelijke stakeholders en overlegpartners van de gemeente zijn met een direct schrijven op de hoogte gebracht. Hieronder ook LTO. De ruimtelijke keuzes zijn vervolgens opgenomen in de Ontwerp Dordtse Omgevingsvisie 2.0, welke van 12 december 2024 t/m 23 januari 2025 ter inzage lag. Ook hiervan zijn de gebruikelijke stakeholders en overlegpartners van de gemeente met een direct schrijven op de hoogte gebracht. Hieronder ook LTO.

Omgevingsvisie en ZH-PLG Het Zuid-Hollands Programma Landelijk Gebied (ZH-PLG) kent met het Eiland van Dordt een specifiek doelgebied. Hier is ook de gemeente Dordrecht nauw bij betrokken. Veel onderwerpen uit deze omgevingsvisie worden ook besproken in het ZH-PLG. Het valt LTO Noord op dat uit de lopende gesprekken hierover andere punten naar voren komen dan beschreven in deze visie. De input van LTO Noord in het ZH-PLG is onvolledig meegenomen in de visie. Duidelijk moet zijn dat er voor alle ondernemers gelijke kansen moeten zijn onafhankelijk van welk doelgebied het betreft. Het gebiedsproces streeft onder meer naar een verbetering van de biodiversiteit. Het is hierbij van belang dat kwaliteit boven kwantiteit gaat. De grootste vooruitgang is te behalen wanneer we tot een samenwerking komen die de agrariërs motiveert om het gebied van meer biodiversiteit te voorzien.

De omgevingsvisie is het document waarin de gemeente doelen en ambities opstelt voor al het ruimtelijk beleid. Hierin moeten ook keuzes gemaakt worden waardoor niet alle input van stakeholders één-op-één kan worden meegenomen. We onderschrijven de punten rondom biodiversiteit zoals genoemd.

Nota van beantwoording zienswijzen op de Ontwerp Dordtse Omgevingsvisie 2.0

29

3

Pag.2 Dordrecht wil een eiland met kwaliteit zijn. Een fijne plek om te leven. De historische gebouwen en het landschap zijn uniek en willen we behouden. Waarom wordt hier de land- en tuinbouwsector niet genoemd? Die is er namelijk ook al vanaf het begin.

4

Pag.9 Buitengebied (belangrijkste doelen: ‘gezonde stad’ en ‘biodiverse stad’). Buiten de stadsgrenzen ligt een open landschap met polders en hoge dijken. Hier zijn landbouw en natuur belangrijk.

Hier worden enkele kernkwaliteiten (zoals de unieke en beeldbepalende ligging van het historisch centrum aan het water, het nationaalpark De Biesbosch, de buitengewone kwaliteit van het cultureel erfgoed, en de evenementen met een bovenregionaal, landelijk of zelfs internationaal bereik) genoemd die Dordrecht uniek maken. Hoewel de land- en tuinbouwsector op het eiland van Dordrecht lang aanwezig is, maakt dit Dordrecht niet uniek ten opzichte van andere steden, eilanden of plekken in Nederland. Derhalve is gekozen om deze sector op deze plek in de tekst niet te benoemen. We danken u voor dit ingebrachte punt. We nemen dit voor nu ter kennisname aan.

Wij zijn van mening dat recreatie, gezondheid en landbouw elkaar kunnen versterken in de vorm van Multifunctionele Landbouw (MFL). Voor de land- en tuinbouw kan dit ook een kans zijn om zichtbaarder te zijn. Echter, niet alle agrarisch ondernemers zijn geschikt voor MFL of willen dit gewoon niet. Daarom dienen dit soort ontwikkelingen altijd op vrijwillige basis te gebeuren! 5

Pag. 112 We zien natuur, landbouw en recreatie als hoofdfuncties van het Buitengebied, wonen is dat niet. Hoe gaat dit geborgd worden?

6

Pag. 113 De landbouwtransitie (t.b.v. een toekomstbestendige landbouw) als vehikel gebruiken om (hoofd)functies in het Buitengebied (natuur, landbouw, recreatie) samen te laten smelten, zo kwaliteit toe te voegen aan het Buitengebied en daarmee bijdragen aan verschillende doelen van de omgevingsvisie (Aantrekkelijke stad, Gezonde stad, Biodiverse stad).

Nota van beantwoording zienswijzen op de Ontwerp Dordtse Omgevingsvisie 2.0

Dit is een van de ruimtelijke keuzes die zijn toegevoegd aan de omgevingsvisie. Door dit nu op te nemen in de omgevingsvisie 2.0, wordt dit als kader gebruikt voor toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen. Als lokale overheid heeft maar beperkte mogelijkheden voor de landbouwtransitie. De transitie is alleen mogelijk als er landelijk besloten wordt hoe dit eruit gaat zien. Daarbij zien wij deze landelijke transitie als een ontwikkeling die goed bijdraagt aan de doelen uit de omgevingsvisie. Dit is een ontwikkeling die de gemeente niet op zichzelf kan uitvoeren.

30

De gemeente moet erop letten dat het realiseren van deze transitie wel op een goede, haalbare en betaalbare manier gebeurt. En hoe is de gemeente van plan om de landbouwsector te laten transformeren? Wie betaalt dit? Dit betekent meer ruimte voor dezelfde productie. Is dat wenselijk en mogelijk? 7

Pag. 113 In het buitengebied past in principe geen hoge bebouwing. Hogere bouwwerken als een lichtmast of een uitkijktoren zullen waar mogelijk landschappelijk ingepast worden. Wat houdt dit precies in? Betekent dit bijvoorbeeld ook dat er mogelijk geen kleine windmolens meer bij agrarische bedrijven geplaatst mogen worden?

8

Pag. 114 Naast toeristisch verkeer verdient landbouwverkeer in het buitengebied extra aandacht. Het landbouwverkeer is de afgelopen decennia veranderd: er is meer landbouwverkeer en de trekkers en machines zijn groter geworden. Het aantal recreanten is gegroeid. Dit heeft gevolgen voor de verkeersveiligheid. De bereikbaarheid en toegankelijkheid voor landbouwverkeer is een belangrijk aandachtspunt. Het uitgangspunt is landbouwverkeer zo min mogelijk langs kwetsbare huizen te leiden. Onderzocht wordt of we alternatieve routes, bij voorkeur gebruikmakend van wegen in het buitengebied zoals de Landbouwweg, kunnen realiseren.

Kleine windturbines (tot 45 m) of erfwindmolens (15-25 meter hoog) zijn niet uitgesloten. Er is altijd sprake van maatwerk op grond van ruimtelijke inpassing de bijdrage aan de lokale energievraag en verlichting van netcongestie.

De situatie rondom de afronding van de landbouwweg is bekend en wordt als een los project opgepakt. Dat de landbouwweg niet volledig is afgemaakt wordt herkend als een van de grootste problemen voor ontsluiting en ondernemen in het buitengebied. In de schaal van de omgevingsvisie zien we de landbouwweg als belangrijkste route voor het landbouwverkeer om in en uit het buitengebied te komen.

Deze Landbouwweg leidt het landbouwverkeer vooralsnog voor een deel langs huizen. De Landbouwweg is op het laatste deel tussen het spoor en de Rijkstraatweg nog niet afgemaakt. Dit is al heel lang geleden toegezegd. Ook is het landbouwverkeer volgens ons niet toegenomen maar juist verminderd de laatste jaren. Dit mede door efficiënter werken en omdat er landbouwgrond door de nieuwe Dordtse Biesbosch is verdwenen.

Nota van beantwoording zienswijzen op de Ontwerp Dordtse Omgevingsvisie 2.0

31

9

Pag. 115 Op het Eiland van Dordrecht zijn geen veeteeltbedrijven aanwezig, derhalve is dit aspect niet relevant in het buitengebied.

Dit is inderdaad onjuist en wordt aangepast in de omgevingsvisie.

Dit is onjuist. Er zijn meerdere melkveebedrijven, vleesveebedrijven, schapenhouders en paardenpensionstallen aanwezig op het Eiland van Dordrecht. 10

Pag. 115 Het agrarische areaal delen we op in 3 subgebieden. Subgebied 1 (bruin): de agrarische sector staat centraal, onder de voorwaarde van een duurzame ontwikkeling. Subgebied 2 (donkerbruin): de agrarische sector staat centraal, onder de voorwaarde van een duurzame ontwikkeling en behoud van het cultuurhistorisch karakter van polder De Biesbosch. Subgebied 3 (lichtbruin): zien we als het stadsrandlandschap waar, onder de algemene ontwikkelingsvoorwaarden, verschillend gebruik (zoals stadslandbouw, wonen en wateropvang) naast elkaar kan bestaan. Het liefst zien we in alle gebieden dat de agrarische sector centraal staat. Dus ook in subgebied 3. Landbouwgrond moet behouden blijven. We zijn de laatste jaren in Dordrecht al heel veel landbouwgrond kwijtgeraakt als gevolg van meer natuur en de ontwikkeling van het stedelijk gebied. Er staat dat de gemeente voor subgebied 3 de regie neemt. Wat gaat dit precies betekenen voor de huidige grondeigenaren en gebruikers? En voor de toekomst van de landbouwpercelen?

De ruimte op ons eiland is schaars. We willen de buitengebieden groen houden, daarom moet de groei (lees: woningbouw) binnen de grenzen van de stad plaatsvinden. Buiten de stadsrand ligt een open landschap met compacte polders en hoge dijken, hier zijn landbouw en natuur beeldbepalend. Dit Buitengebied is uniek en dat willen we behouden en beschermen. De openheid is kwetsbaar en gevoelig voor verrommeling, door de verschillende kijkrichtingen in het landschap. In de omgevingsvisie 2.0 bekrachtigen we dat we natuur, landbouw en recreatie als hoofdfuncties van dit Buitengebied zien. Dit is een van de ruimtelijke keuzes die zijn toegevoegd aan de omgevingsvisie. De zuidelijke stadsrand vormt een bijzonder overgangsgebied tussen de stad, de Nieuwe Dordtse Biesbosch en het agrarische buitengebied. Met een overgangsgebied creëren we enerzijds een bufferzone, anderzijds halen we de natuur op deze manier meer naar de voordeur van de Dordtenaren. Ontwikkelingen in dit gebied toetst de gemeente aan de intrinsieke kwaliteiten daarvan (de kwaliteitspijlers), te weten: ruimtebeleving, afwisselend landschap, weidsheid, waterranden, historie en erfgoed en beleving. In dit kader is een afwegingskader ontwikkelingen in Buitengebied (stadsrand en verrommeling) in de maak. In dit kader wil de gemeente voor subgebied 3 een actieve rol nemen in het maken van plannen voor dit gebied.

In de andere 2 gebieden zal de gemeente een reactieve rol innemen. Vanuit de doelen van de omgevingsvisie wil de gemeente voor Subgebied 3 een goede analyse doen en een visie op het gebied voorstellen waarbij verschillend gebruik naast elkaar kan bestaan. Dit gebeurt

Nota van beantwoording zienswijzen op de Ontwerp Dordtse Omgevingsvisie 2.0

32

uiteraard in samenspraak met alle belanghebbenden in dit gebied. De opmerkingen over huidig en toekomstig gebruik van de percelen die hier gemaakt worden, moeten een plek krijgen in deze analyse. 11

Pag. 116 Nieuwe verdienmodellen ontwikkelen vanuit samenwerking. Door goede samenwerking tussen boeren en gemeente en andere relevante gebiedspartijen zoals waterschap en Staatsbosbeheer moeten we zoeken naar verdienmodellen die uitgaan van duurzamere landbouwmethoden, korte ketens, betekenis voor de stad en bij voorkeur natuurinclusieve en/of biologische landbouw. Elke agrarisch ondernemer moet op vrijwillige basis een eigen keuze kunnen maken in het wel of niet biologisch ondernemen. Het past namelijk bij de één wel en bij de ander helemaal niet. Dat gaat niet werken. Bovendien wordt er de laatste jaren door de sector zelf al ingezet op verduurzaming. Mooie ambities, maar boeren moeten dat dus wel echt zelf willen!

De omgevingsvisie gaat over één integraal verhaal over de fysieke leefomgeving. Hierin worden doelen gesteld over verschillende thema’s zoals biodiversiteit, gezondheid en milieu. De exacte methode van bedrijfsvoering komt hierbij niet aan de orde. De uitkomsten en effecten van de manier van ondernemen kunnen echter wel invloed hebben op de doelen van de omgevingsvisie. In de omgevingsvisie gaan we uit van het Europees en nationaal beleid en willen we bijdragen aan de daarin gestelde doelen, zoals de Europese doelstelling dat is 25% van het landbouwoppervlak biologisch is in 2030.

In hoeverre is het eigenlijk nodig om te gaan naar nieuwe verdienmodellen? Uit ervaring is gebleken dat het niet meevalt om in de korte ketens te gaan werken. Dit zal hooguit voor een select groepje inwoners van Dordrecht interessant zijn. De grote ketens krijg je hierin ook slecht mee. [Hieronder is op verzoek van indiener een gerectificeerde tekst ingelast] Als LTO Noord-afdeling Eiland van Dordrecht staan wij voor al onze leden. Op het eiland zijn verschillende initiatieven die bijdragen aan de lokale keten of biodiversiteit. Uit de omgevingsvisie blijkt dat deze bekend zijn en ondersteund dienen te worden. Als LTO Noord-afdeling Eiland van Dordrecht willen wij benadrukken dat er individuele ondernemers zijn die hier ook druk mee bezig zijn. Graag zien wij een ondersteuning voor alle boeren die een goed initiatief hebben. Nota van beantwoording zienswijzen op de Ontwerp Dordtse Omgevingsvisie 2.0

33

Als LTO Noord-afdeling Eiland van Dordrecht ondersteunen wij verschillende projecten waaronder de Bodem als Basis. Op het eiland is ook een project Nedertarwe duurzaam geteelde graan. Dit initiatief wordt volledig door de markt gedragen en draagt bij aan lokaal voedsel en ondersteuning van de biodiversiteit. 12

Pag. 117 In 2024 zijn kansrijke gebieden (mogelijke zoekgebieden) voor de opwek van energie via wind en zon in beeld gebracht. Eén van de zoekgebieden bevindt zich in polder De Zuidpunt waarbij de zoeklocatie zich langs de A16 bevindt. De verdere uitwerking wordt opgenomen in een programma Opwek duurzame energie. De andere zoekgebieden liggen langs andere grootschalige infrastructuur, in de werkgebieden en op De Staart. Aanvankelijk was het de bedoeling dat de daken in de polders vol met zonnepanelen zouden komen te liggen. Vervolgens was het de vraag of de huidige infrastructuur hiervoor dit aankan (lees: netcongestie). Hoe gaat de inzet op een verdere duurzame energietransitie hierop inspelen? Is het de bedoeling dat er bijvoorbeeld meer kabels en leidingen in de grond worden aangelegd? Opgemerkt moet worden dat dit zo min mogelijk ten koste van landbouwgrond mag gaan. Wat LTO Noord betreft zou de opwek van windenergie hier het beste bij passen. Dus niet de onnodige aanleg van zonneparken op landbouwgrond. Hierbij willen we graag verwijzen naar de Zonneladder van LTO Nederland: er kan alleen zon-op-land komen als er echt geen andere mogelijkheden meer zijn. Is hierover al contact geweest met de betreffende grondeigenaren en of -gebruikers? En is dit allemaal op basis van vrijwilligheid of gaat dit naar alle waarschijnlijkheid doorgang vinden?

13

Pag. 117 Om de natuurwaarden te beschermen en ruimte te geven aan recreatie is er een overgangsgebied gedefinieerd (en zijn er recreatiekerngebieden gedefinieerd).

Nota van beantwoording zienswijzen op de Ontwerp Dordtse Omgevingsvisie 2.0

Het onderzoek naar mogelijke zoeklocaties voor opwek van energie via zon en wind heeft rekening gehouden met de uitgangspunten van de ‘zonneladder’. De locaties zijn ook getoetst op inpasbaarheid in het energiesysteem en de samenhang met andere ontwikkelingen. Er zullen meer kabels de grond in moeten. Dat geldt overigens voor het hele grondgebied van de gemeente om het elektriciteitsnet te verzwaren en de afgegeven netcongestie op te lossen. De netbeheerder neemt tijdig contact op met de grondeigenaren. Grondeigenaren worden ook uitvoerig betrokken in het participatietraject van het Programma Opwek duurzame energie. Voor het aangekondigde Programma Opwek duurzame energie wordt in de zomer van 2025 een participatieproces georganiseerd. Wij nodigen u van harte uit om aan te haken bij dit participatieproces.

De zuidelijke stadsrand vormt een bijzonder overgangsgebied tussen de stad, de Nieuwe Dordtse Biesbosch en het agrarische buitengebied. Met een overgangsgebied creëren we enerzijds een bufferzone, anderzijds halen we de natuur op deze manier meer 34

14

Overgangs- en waterbergingsgebieden nemen heel veel ruimte in beslag, vaak ten koste van de land- en tuinbouw. Wij willen het areaal agrarische gronden ten minste handhaven om hier ook in de toekomst op een duurzame wijze onze producten te kunnen blijven produceren. Tevens bestaat de vrees dat in de toekomst wel beperkende maatregelen kunnen worden genomen. Wij willen dit voorkomen en dat alvast borgen.

naar de voordeur van de Dordtenaren. Ontwikkelingen in dit gebied toetst de gemeente aan de intrinsieke kwaliteiten daarvan (de kwaliteitspijlers), te weten: ruimtebeleving, afwisselend landschap, weidsheid, waterranden, historie en erfgoed en beleving. In dit kader is een afwegingskader ontwikkelingen in Buitengebied (stadsrand en verrommeling) in de maak.

Pag. 137 Het killenlandschap dat zich nu vooral manifesteert als grillige (binnendijkse) waterlopen. Langs de killen voegen we fietsroutes toe die het fietsnetwerk verfijnen. De oevers van de killen worden verruimd en verruigd en we verbinden de aanwezige waterlopen met elkaar. Zo ontstaat meer ruimte voor de natuur. Er is bescheiden ruimte voor verdichting van het woningenbestand en er komen meer voorkanten aan het water dankzij eventuele toekomstige herstructurering.

Per watergang moet worden bekend wat de mogelijkheden zijn. Daarbij moeten afwegingen gemaakt worden, het is op de schaal de omgevingsvisie niet te zeggen of dit agrarische ondernemers raakt en in welke mate.

Doordat de gemeente inzet op binnenstedelijke groei (het zogenaamde verdichten) kunnen de kwaliteiten van de open polders en natuurgebieden worden behouden.

Het gaat hier ook over watergangen langs of nabij landbouwpercelen en dat gaat agrarisch ondernemers raken. Deze ontwikkelingen mogen nu of in de toekomst niet ten koste gaan van de ondernemers in het gebied. 15

Pag. 166 Naast goederenvervoer speelt landbouwverkeer in Dordrecht een rol. Er worden landbouwroutes bepaald om overlast binnen de stad in de toekomst te verminderen. Dit is met name van belang voor landbouwverkeer tussen de N3 (Papendrechtse brug) en de Kiltunnel. Het uitgangspunt is landbouwverkeer zo min mogelijk langs kwetsbare huizen te leiden. Onderzocht wordt of alternatieve routes, bij voorkeur gebruikmakend van wegen in het buitengebied zoals de Landbouwweg, gemaakt kunnen worden. Daarnaast kijken we binnen een project of programma altijd hoe we overlast van landbouwverkeer binnen de stad kunnen verminderen.

Nota van beantwoording zienswijzen op de Ontwerp Dordtse Omgevingsvisie 2.0

Eens, op pagina 114 staat daarom ook deze tekst: Naast toeristisch verkeer verdient landbouwverkeer in het buitengebied extra aandacht. Het landbouwverkeer is de afgelopen decennia veranderd: er is meer landbouwverkeer en de trekkers en machines zijn groter geworden. Het aantal recreanten is gegroeid. Dit heeft gevolgen voor de verkeersveiligheid. De bereikbaarheid en toegankelijkheid voor landbouwverkeer is een belangrijk aandachtspunt. Het uitgangspunt is landbouwverkeer zo min mogelijk langs kwetsbare huizen te leiden. Onderzocht wordt of we alternatieve routes, bij voorkeur gebruikmakend van wegen in het buitengebied zoals de Landbouwweg, kunnen realiseren. 35

Ook de land- en tuinbouwbedrijven moeten goed bereikbaar zijn en blijven. Dit is nu al een uitdaging en verdient ook prioriteit in dit speerpunt van de gemeente. Agrarische bedrijven moeten goed bereikbaar blijven voor vrachtwagens en andere landbouwvoertuigen. 16

Resumerend zijn wij van mening dat de gemeente Dordrecht trots moet zijn op de kracht van de agrarische sector en heel zuinig moet zijn op haar agrarische gronden. Natuurlijk komen er ontwikkelingen op de sector af die door de agrarische sectoren ook al actief worden opgepakt. LTO Noord meent dat er zorgvuldig moet worden omgegaan met de schaarse agrarische gronden die er nog in het gebied zijn zodat jonge boeren en tuinders hier ook in de toekomst op een duurzame wijze producten kunnen blijven produceren. Agrarische percelen, en zeker de goede landbouwgronden in Dordrecht, zijn niet de sluitpost voor alle opgaven in het landelijk gebied.

We danken u voor dit ingebrachte punt. We nemen dit voor nu ter kennisname aan. Voor een inhoudelijke reactie verwijzen we naar de reactie op bovenstaande punten.

Wijzigingen naar aanleiding van zienswijze - A.6.7.5: Aanpassing van "Op het Eiland van Dordrecht zijn geen veeteeltbedrijven aanwezig, derhalve is dit aspect niet relevant in het buitengebied" naar "Op het Eiland van Dordrecht zijn enkele veeteeltbedrijven aanwezig. Op het eiland van Dordrecht zijn echter geen intensieve veehouderijen aanwezig. Deze staat bekend als een belangrijke fijnstof emittent. Andere bronnen van luchtverontreiniging in dit gebied zijn de Nieuwe Merwede en de A16. Ondanks de aanwezigheid van deze twee bronnen zijn de concentraties fijnstof en NOx zijn in verhouding tot de binnenstedelijke concentraties laag."

Nota van beantwoording zienswijzen op de Ontwerp Dordtse Omgevingsvisie 2.0

36

Zienswijze 9 - Particulier 1

Ingediend door: Geanonimiseerd i.v.m. AVG

Samenvatting zienswijze Met name de visie voor hoger onderwijs vind ik nog vaag en mag naar mijn inziens meer uitgewerkt en ambitieuzer worden. Mijn argument heeft ook verband met de visie voor “aantrekkelijke stad”, de binnenstad aantrekkelijker maken voor jongvolwassenen (meer aanbod horeca en winkels) en jongeren aan de (binnen)stad trekken (om te wonen). Tussen de lijnen lezend door krijg ik namelijk de indruk dat aan de ene kant er een wens is om meer jongeren aan te trekken (of te houden) en de stad aantrekkelijker voor hen te maken, maar vervolgens wordt er weinig uitgebreid hoe hoger onderwijs daar een rol in speelt en hoe Dordrecht daar op wil inzetten. Kortom, we willen aantrekkelijkheid voor jongvolwassenen maar geen studentenstad worden, en dat kan tegenwerken.

2

Zo wordt de Dordrecht Academy genoemd als een manier om het onderwijs uit te breiden en jongeren aan de stad te houden. Een visie over het verder onderzoeken naar andere mogelijkheden voor uitbreiding hoger onderwijs lees ik er niet in terug. Tegelijkertijd laat de realiteit nu zien dat de Dordrecht Academy nog tegen veel uitdagingen loopt en dat uitbreiding van de studentenaantallen in de komende jaren niet vanzelfsprekend is. Als Dordrecht Academy misloopt, dan biedt de visie ook geen alternatief. Dat terwijl Dordrecht een van de enige middelgrote steden in Nederland is zonder significant hoger onderwijs (geen studentenstad), en andere nabije steden qua studentencapaciteit uit hun voegen springen en universiteiten op zoek zijn om filialen/faculteiten in andere gemeenten te openen. Ook wordt het bouwen van studentenhuisvesting genoemd, als strategisch gelegen tussen Rotterdam en Breda, om meer studenten aan Dordrecht te trekken. Op zich is dit een goede doelstelling. Maar als de onderwijsinstellingen zich in andere

Nota van beantwoording zienswijzen op de Ontwerp Dordtse Omgevingsvisie 2.0

Registratienummer: n.v.t.

Reactie In Paragraaf A.2.3.2 Hoogwaardige werkgelegenheid die past bij de beroepsbevolking van Dordrecht stellen we (zoals deels hieronder opgemerkt) inderdaad de toevoeging van hoger onderwijs aan de stad en de regio. Dit gebeurt onder andere met de komst van de Dordrecht Academy (tweejarige bacheloropleidingen toegesneden op de uitdagingen van de relevante sectoren van de Drechtsteden, met een sterke basis in ICT en techniek).

Het is inderdaad van belang de verbinding tussen het onderwijs, opleiders en bedrijven in onze regio te versterken. Het is de rol van de gemeente om te faciliteren en stimuleren dat deze verbinding verbetert. Dit gebeurt op verschillende manieren en deze aanpak ontwikkelen we gaandeweg samen met ondernemers en het onderwijs. Voorbeelden hiervan zijn de ontwikkelpaden voor techniek en kinderopvang. Het scholingsfonds Drechtsteden (wordt medio 2025 opengesteld) dat zich richt op het toeleiden naar en doorontwikkelen van inwoners in kansberoepen in de regio. Het is voor de regio van belang om voor economische toonaangevende clusters van bedrijven, zoals de maakindustrie of de bouwsector, contact te leggen/houden met het WO; dat doen we met de Erasmus Universiteit Rotterdam en de TU Delft. Dit is belangrijk voor bedrijven om zo mee te kunnen doen in onderzoeksprojecten en de resultaten in de praktijk te kunnen toepassen. Daardoor kan hun concurrentiepositie verbeteren en 37

steden bevinden en het studentenleven zich ook daar voornamelijk (en niet in Dordrecht) afspeelt, dan is ook het risico dat deze jongeren meer een band opbouwen met hun stad van studie en daar ook heen zullen verhuizen als de kans zich voordoet.

ook weten studenten de regionale bedrijven beter te vinden. Door onze samenwerking kunnen ook startende bedrijfjes uit de universiteit zich op het Leerpark in Dordrecht vestigen. Het gaat hier dus niet om het binnenhalen van een nevenvestiging van EUR en/of TU Delft.

3

Het risico van de visie die richt op “Dordtse jongeren houden” door een kleinschalig niche onderwijs (welk succes niet gegarandeerd is) is dat er misschien inderdaad meer Dordtse jongvolwassenen besluiten om in eigen stad te blijven wonen en studeren, maar dat dit alsnog niet opweegt tegenover de “brain drain” van hoger opgeleide studenten en jongvolwassenen naar andere studentensteden. Het stimuleert Dordtse studenten/jongvolwassenen ook niet te ontmoeten met nieuwe mensen uit andere steden die ervoor kiezen om in Dordrecht te studeren en daarmee nieuwe ervaringen en ideeën op te doen. Aantrekking van andere (zowel praktisch als hoogopgeleide) studenten van buiten Dordrecht brengt meer jongeren naar de stad, die wellicht na hun studie blijven wonen, geeft frisse nieuwe input en ideeën (ook voor winkels en horeca), en zorgt ook voor meer bekendheid van de stad buiten de regio Drechtsteden. Dat komt allemaal de aantrekkelijkheid en levendigheid van de binnenstad ten goede.

Zie reactie bij punt 2.

4

Daarbij zie ik het aantrekken van meer hoger onderwijs en ook (hoger opgeleide) studenten (van buiten Dordrecht) ook breder. De vergrijzing treedt ook steeds meer op in Dordrecht. Veel evenementen, winkels en horeca in de (binnen)stad spreken alsnog meer aan op de interesses van wat oudere doelgroepen, en ondanks verbeteringen is er nog steeds veel leegstand en verloedering in het straatbeeld van de binnenstad. Welgestelde en oudere bewoners in de binnenstad maken vaak bezwaar tegen bijzondere winkels en horeca (-initiatieven) die interessant zijn voor jongvolwassenen, zoals Bluebird in the Backyard die moest verplaatsen, of de verbouwing van Cinema de Witt (wat het wel gehaald heeft). Ondertussen ontwikkelen andere middelgrote

Eén van de uitgangspunten van het doel ‘Aantrekkelijke stad’ is dat Dordrecht ook een levendige stad is. In dit kader zijn ook recentelijke de Horecanota en Visienota Evenementenbeleid 2024-2030 vastgesteld. Dit alles met een balans tussen leefbaarheid en levendigheid.

Nota van beantwoording zienswijzen op de Ontwerp Dordtse Omgevingsvisie 2.0

38

steden in de Randstad en Brabant zich in een snel tempo, en het risico is ook dat Dordrecht de concurrentie met deze steden niet kan bijbenen. 5

Verder kan ik me wel vinden in de visie om meer belang te hechten aan kwaliteit dan kwantiteit, en dat het behoud van betaalbaarheid en de leefbaarheid ook in dit opzicht belangrijk is. Een goede balans blijft belangrijk.

We danken u voor dit ingebrachte punt. We nemen dit voor nu ter kennisname aan.

Wijzigingen naar aanleiding van zienswijze - N.v.t.

Nota van beantwoording zienswijzen op de Ontwerp Dordtse Omgevingsvisie 2.0

39

Zienswijze 10 - Particulier 1

Ingediend door: Geanonimiseerd i.v.m. AVG

Samenvatting zienswijze In Dordt Centraal las ik een artikel over bovengenoemd onderwerp [omgevingsvisie]. Daarin staat oa. het voornemen om 11.000 woningen te bouwen. Hierop wil ik graag reageren, zoveel woningen er bij, daar zullen weinig mensen tegen zijn. Of die nieuw gebouwd moeten worden is een ander verhaal. Fietsend en wandelend door de binnenstad valt mij steeds op hoeveel gebouwen er geheel of gedeeltelijk leeg staan. Vooral de ruimtes boven winkels zijn voor een groot deel onbewoond. Dat zijn voormalige magazijnen van deze winkels maar worden niet meer als zodanig gebruikt. Verder zijn er ook veel woningen boven winkels onbewoond. Hiervoor zal best een reden zijn, vermoedelijk is de staat van deze woningen niet zodanig dat iedereen daar graag woont. In plaats van zoveel woningen nieuw er bij bouwen is het toch veel doelmatiger om panden die er al zijn op te knappen. Zodanig dat het (weer) fijne woningen worden.

Registratienummer: n.v.t.

Reactie O.a. in paragraaf A.6.2.3 hebben we het over leegstand en transformatie. We moedigen transformatie van ruimten boven winkelplanden naar wonen aan. In het Centrum zijn veel van de eenvoudigste locaties (laaghangend fruit) reeds getransformeerd naar woningen. Naar aanleiding van lopende transformatieplannen ontstaat nog meer ruimte voor het toevoegen van woningen (o.a. herontwikkeling van het huidige stadskantoor en de invulling van het voormalige V&D pand). Deze vorm van transformatie willen we daarom nadrukkelijker aanmoedigen in de omgevingsvisie 2.0. Bij transformaties van panden moeten we wel altijd een afweging maken, zodat er een balans blijft tussen wonen, werken en verblijven. Binnenstedelijke groei (het zogenaamde ‘verdichten’) zien we dan ook als aanjager voor kwaliteitsverbeteringen van de stad en het vergroten van de leefbaarheid.

Verder zijn er ook heel veel winkels die leeg staan. Ook deze zijn met veel creativiteit heel goed om te vormen tot fijne woningen. Die zijn dan wellicht iets anders ingedeeld dan wat standaard is. Ik weet zeker dat dat voor veel mensen geen bezwaar zou zijn maar juist een uitdaging. Meer bewoners in de binnenstad maakt deze ook leefbaarder. Daarbij komt dat de voorzieningen die daar zijn ook meer gebruikt worden. Te denken valt aan horeca, filmhuis, Energiehuis bibliotheek etc. Nieuwe woningen staan vaak kilometers weg van de binnenstad, dat wordt niet door iedereen gewaardeerd, daarbij komt dat deze

Nota van beantwoording zienswijzen op de Ontwerp Dordtse Omgevingsvisie 2.0

40

plannen tenkoste gaan van landbouw of natuur. Verder duurt het jaren voor dat deze projecten gerealiseerd zijn. In het kader van duurzaamheid is het beter om gebouwen die er al zijn niet leeg te laten staan maar te gebruiken. En slopen is nog het minst duurzame. 2

Tenslotte, 11.000 woningen erbij zou andere geformuleerd moeten worden. Bijvoorbeeld, 3000 woningen in bestaande panden realiseren en 8000 nieuwe er bij bouwen.

Leegstaand vastgoed biedt inderdaad mogelijkheden voor herontwikkeling en toevoegen van woningen binnen de bestaande stad. En daarmee een bijdrage aan de hoofdopgave. Maar de gemeente wil al de volledige hoofdopgave binnen de bestaande stad realiseren. Daarom is het maken van voorgesteld onderscheid in de hoofdopgave niet van toegevoegde waarden en daarmee onzer inziens niet wenselijk.

3

Ps. Hoe denkt de gemeente over houtbouw en Tinyhouses?

Het gebruik van bio-based materialen, zoals hout, bij nieuwbouw kan zorgen voor een vermindering van 30% op de materiaal gebonden uitstoot. In het licht van het doel Klimaatneutraal Dordrecht 2040, staat de gemeente daarom in principe positief tegen over het gebruik van bio-based materialen, zoals hout. De gemeente heeft geen vastgesteld beleid met betrekking tot tiny houses. In het verleden heeft gemeente Dordrecht ruimte geboden voor tiny houses. O.a. aan de Vlijtweide en in de wijk Crabbehof. Eén van de voorwaarde bij deze locaties is ‘tijdelijkheid’. Omdat de ruimte schaars is in Dordrecht, streven we in het kader van het verdichtingsvraagstuk naar een forse dichtheid op binnenstedelijke ontwikkellocaties. Tiny houses lijken hier niet bij te passen.

Wijzigingen naar aanleiding van zienswijze - N.v.t.

Nota van beantwoording zienswijzen op de Ontwerp Dordtse Omgevingsvisie 2.0

41

Zienswijze 11 - Particulier

Ingediend door: Geanonimiseerd i.v.m. AVG

Registratienummer: n.v.t.

Samenvatting zienswijze De groene as die een verbinding moet worden tussen de stad en het buitengebied, zal grenzen aan mijn perceel gelegen aan de [geanonimiseerd]. Tijdens de aanleg van de Nieuwe Dordtse Biesbosch is ervoor gekozen dit gebied zo in te richten dat er beperkt gebruik gemaakt van wordt door recreanten. Dit vanwege de privacy van de omwonenden. Graag wil ik dit als omwonende zo houden.

Reactie De verbinding tussen stad en buitengebied die is aangegeven op doelkaarten ‘aantrekkelijke stad’ en ‘biodiverse stad’ is op het abstractieniveau van een omgevingsvisie. Dat wil zeggen; een visieonderdeel op hoofdlijnen. Bij toekomstige invulling en uitwerking van deze visie(onderdelen) wordt rekening gehouden met de verschillende belangen die er spelen in een gebied, waaronder de wensen en behoeften van bewoners en ondernemers.

2

Daarnaast wil ik dat de toekomstige groene as, aangrenzend aan mijn perceel, niet tot beperkingen leidt voor mijn agrarische bedrijfsvoering.

Zie reactie bij punt 1.

3

Ten slotte wekt het mijn verbazing dat het recreatie kern gebied samenvalt op de plaats waar de enige ontsluiting van het landbouwgebied naar de nieuwe landbouwweg plaats heeft.

De aanduiding van het recreatiekerngebied tussen Schenkeldijk tot de Elzen is op het abstractieniveau van een omgevingsvisie. Dat wil zeggen; een visieonderdeel op hoofdlijnen. Bij toekomstige invulling en uitwerking van deze visie(onderdelen) wordt rekening gehouden met de verschillende belangen die er spelen in een gebied, waaronder de ontsluiting van de landbouwweg.

1

Wijzigingen naar aanleiding van zienswijze - N.v.t.

Nota van beantwoording zienswijzen op de Ontwerp Dordtse Omgevingsvisie 2.0

42

Zienswijze 12 – Port of Rotterdam 1

Ingediend door: Port of Rotterdam

Samenvatting zienswijze In het Gemeenteblad van 12 december 2024 heeft het College van B&W bekendgemaakt dat de ontwerp omgevingsvisie 2.0 is gepubliceerd en ter inzage ligt tot en met 23 januari. Tevens hebben wij per e-mail bericht gekregen dat het plan ter inzage is gelegd. In die mail wordt gerefereerd aan het proces waarbij de gemeente Dordrecht en Havenbedrijf Rotterdam N.V. (HbR) in gezamenlijkheid zijn gekomen tot een (vastgesteld) Toekomstperspectief Zeehaven Dordrecht. Daarbij is expliciet aangegeven dat belangrijke elementen uit dat Toekomstperspectief zijn opgenomen in de Omgevingsvisie 2.0. Wij waarderen deze proactieve benadering en de prettige contacten naar aanleiding van de ontwerp omgevingsvisie en het Toekomstperspectief. De ontwerp omgevingsvisie 2.0 geeft ons dan ook geen aanleiding om een zienswijze in te dienen.

Registratienummer: 2025-0011248

Reactie We danken u voor dit ingebrachte punt. We nemen dit voor nu ter kennisname aan.

Wijzigingen naar aanleiding van zienswijze - N.v.t.

Nota van beantwoording zienswijzen op de Ontwerp Dordtse Omgevingsvisie 2.0

43

Zienswijze 13 – Heijmans Vastgoed B.V. 1

Ingediend door: Heijmans Vastgoed B.V.

Samenvatting zienswijze Dordrecht hecht veel waarde aan aantrekkelijk en gezond wonen, kwaliteit, economische diversiteit en de kwaliteit van natuur en water. Het Ontwerp Omgevingsvisie 2.0, gecompleteerd met de Routekaart Klimaat Neutraal Dordrecht 2040, weerspiegelt dit. Hierin komen alle ambities samen voor een sterk én groen Dordrecht voor al haar inwoners en bedrijven. Onze ondernemingen (AM en Heijmans) zijn al decennialang partners van de gemeente Dordrecht en we voelen ons vervlochten met haar historie, waarden, klimaatbestendige en circulaire toekomst. Samen hebben wij grondeigendom in de Zuidpolder, waardoor deze verbondenheid met Dordrecht nog verder wordt versterkt. Dordrecht is een stad met groeiambities en heeft als doel om elk jaar 1.000 nieuwe woningen te realiseren om haar huidige en toekomstige inwoners goede huisvesting te kunnen blijven bieden. Wij zien kansen om hier invulling aan te geven door in de Zuidpolder klimaatneutrale woningen te bouwen op basis van circulaire principes in een biodivers, waterrijk en landschappelijk aantrekkelijk woonmilieu. We doen dat door in te zetten op een lage woningdichtheid van ca. 25 tot 30 woningen per hectare. We zoeken echter graag met u naar de optimale invulling van de Zuidpolder, die past bij uw doelstellingen van de Omgevingsvisie 2.0.

Samen met uw stad een vernieuwend plan maken, waarvan de next-2040 generatie kan zeggen: ’Dat waren nog eens visionairs in 2025’.

Nota van beantwoording zienswijzen op de Ontwerp Dordtse Omgevingsvisie 2.0

Registratienummer: n.v.t.

Reactie De ruimte op ons eiland is schaars. Buiten de stadsrand ligt een open landschap met compacte polders en hoge dijken, hier zijn landbouw en natuur beeldbepalend. De gemeente heeft een duidelijke visie op deze kwaliteiten en welke toegevoegde waarde dit voor de stad oplevert. In 2016 heeft de gemeenteraad besloten het project ‘Belthure Park’ met onmiddellijke ingang te beëindigen. Dit om de bestaande polder met haar openheid en landschappelijke en cultuurhistorische (belevings)waarden te behouden. In 2017 heeft de gemeenteraad de 2e herziening van de Structuurvisie Dordrecht 2040 vastgesteld. Hiermee gaf zij richting aan de beoogde ruimtelijke ontwikkeling van de Zuidrand van Dubbeldam. Het oorspronkelijk geplande bouwproject Belthure Park is geschrapt. Deze gronden werden voor agrarisch gebruik ingezet. In de omgevingsvisie 1.0 (vastgesteld april 2021) heeft de gemeenteraad deze visie op ontwikkelingen in het Buitengebied (waaronder de Zuidrand van Dubbeldam) bekrachtigd: “Wonen in het Buitengebied is zodoende in principe niet toegestaan.

Alleen in het geval van een agrariër is incidenteel en onder voorwaarden ruimte voor bedrijfswoningen.” Dit uitgangspunt voor behoud van een open polderlandschap waarin wonen geen uitgangspunt is, komt ook in het Politiek Akkoord 2022-2026 terug: “Door op plekken waar dat past hoger te bouwen en wonen en werken te combineren, maar wél binnen de bebouwde kom. We behouden het open polderlandschap”.

44

Kortom, we willen de buitengebieden groen houden. Daarom moet de groei binnen de grenzen van de stad plaatsvinden. Het zogenaamde ‘verdichten’. Dit is een van de ruimtelijke keuzes die zijn toegevoegd aan de omgevingsvisie en zal toekomstige generaties een hogere leefkwaliteit gaan opleveren. De invulling die u opwerpt is niet te verenigen met deze visie. 2

In het Ontwerp Omgevingsvisie 2.0 waardeert u de Zuidpolder als buitengebied ten behoeve van groen, recreatie en welbevinden voor de Dordtenaar. Wij onderschrijven deze ambitie van harte, zij het dat het gebied thans vrijwel niet toegankelijk is. Recreatief (mede)gebruik wordt belemmerd en de natuurwaarden beperken zich op dit moment tot extensief grasland en akkerbouw. De meerwaarde voor de bewoners van de omliggende wijken in Dordrecht kan dus nog sterk verbeterd worden. Hieraan willen wij graag een meerwaarde aan geven. AM en Heijmans ambiëren een ontwikkeling naar een duurzaam woongebied in de Zuidpolder, dat ook toegankelijk is voor de recreant, waaronder wandelaars, vogelspotters en vlinderliefhebbers. Stelt u zich eens voor: een biotoop-ontwikkeling met aanzienlijke vergroting van ecologische waarde, met circulaire woningen waar de bewoners gezond en gelukkig vertoeven in verbondenheid, omringd door natuur. Waarden en perspectieven die onze organisaties vanuit maatschappelijk oogpunt hoog in haar vaandel hebben staan.

We danken u voor dit ingebrachte punt. We nemen dit voor nu ter kennisname aan. Voor een inhoudelijke reactie verwijzen we naar de reactie op punt 1.

3

Ter inspiratie verwijzen wij u graag naar het project De Kemmer in de gemeente Oirschot waar woningbouw- en natuurwaardeontwikkeling hand in hand gaan: Gebiedsontwikkeling De Kemmer | Gemeente Oirschot. Gemeente Oirschot heeft Heijmans als partner gekozen om een woonlandschap te creëren waarin natuurinclusief, gemeenschapsgericht en biobased bouwen niet alleen een ambitie is, maar de norm. AM werkt aan vergelijkbare plannen

Verwijzend naar de reactie bij punt 1, zien wij als gemeente op dit moment geen aanleiding om samen tot een plan te komen dat bijdraagt aan duurzame groei van Dordrecht.

Nota van beantwoording zienswijzen op de Ontwerp Dordtse Omgevingsvisie 2.0

45

zoals Hoef en Haag: Hoef en Haag | Nieuwbouw Vianen. Beide voorbeelden weerspiegelen onze ambities en de invullingen voor de huidige en toekomstige maatschappelijk urgente thema’s. Graag roepen wij u op om – met verwijzing naar Klimaatneutraal Dordrecht 2040 – onze zienswijze voor de Zuidpolder mee te nemen in de Omgevingsvisie 2.0, zodat we samen tot een plan kunnen komen dat bijdraagt aan de duurzame groei van Dordrecht.

Wijzigingen naar aanleiding van zienswijze - N.v.t.

Nota van beantwoording zienswijzen op de Ontwerp Dordtse Omgevingsvisie 2.0

46

Ingediend door: Arjajo Holding B.V., Haardhout Registratienummer: n.v.t. van Joost C.V., Gebr. Zijderveld B.V. Samenvatting zienswijze Reactie Arjajo Holding, Gebr. Zijderveld en Haardhout van Joost zijn De verbinding tussen stad en buitengebied die is aangegeven op woonachtig en werkzaam op onze locatie aan de doelkaarten ‘aantrekkelijke stad’ en ‘biodiverse stad’ is op het [geanonimiseerd]. Nu zien wij dat op de Doelkaart – Biodiverse abstractieniveau van een omgevingsvisie. Dat wil zeggen; een stad de verbinding (hetzij een wandelpad, hetzij een fietspad) visieonderdeel op hoofdlijnen. tussen Stad-Land dwars over ons perceel heen loopt. Dit is voor Bij toekomstige invulling en uitwerking van deze visie(onderdelen) onze bedrijfsvoering en voor onze woonomstandigheden niet wordt rekening gehouden met de verschillende belangen die er wenselijk. spelen in een gebied, waaronder de wensen en behoeften van bewoners en ondernemers.

Zienswijze 14 – Arjarjo Holding B.V. 1

Wijzigingen naar aanleiding van zienswijze - N.v.t.

Nota van beantwoording zienswijzen op de Ontwerp Dordtse Omgevingsvisie 2.0

47

Zienswijze 15 – Particulier 1

Ingediend door: Geanonimiseerd i.v.m. AVG

Samenvatting zienswijze A.6.7.5:

Registratienummer: n.v.t.

Reactie Bij toekomstige invulling en uitwerking van deze visie(onderdelen) wordt rekening gehouden met de verschillende belangen die er spelen in een gebied, waaronder de wensen en behoeften van bewoners en ondernemers.

Mochten er wandel/fiets routes gemaakt worden. Wordt er dan ook voldoende rekening gehouden met aangrenzende agrarische percelen dat dit niet tot de desbetreffende routes behoord ? We zien steeds vaker dat er van al bestaande routes wordt “afgeweken“. 2

Pagina 114: Punt realisatie landbouweg . Al geruime tijd wordt belooft en toegezegd dat deze afgemaakt wordt maar tot op heden moeten wij vanaf de polderoudendijk naar bijvoorbeeld de dordtseweg (waar wij ook een perceel hebben) ruim 8km omrijden over industrie, langs Mc donalds, dan vervolgens door de bebouwing van de rijkstraatweg en wieldrechtsezeedijk . Er is indertijd gezegd zodra de eerste percelen verkocht zouden worden op kil 4 dat er dan verder gegaan zou worden met het laatste stuk landbouwweg.

De situatie rondom de afronding van de landbouwweg is bekend en wordt als een los project opgepakt. In de schaal van de omgevingsvisie zien we de landbouwweg als belangrijkste route voor het landbouwverkeer om in en uit het buitengebied te komen.

Wijzigingen naar aanleiding van zienswijze - N.v.t.

Nota van beantwoording zienswijzen op de Ontwerp Dordtse Omgevingsvisie 2.0

48

Zienswijze 16 – Particulier 1

Ingediend door: Geanonimiseerd i.v.m. AVG

Samenvatting zienswijze Wij zijn sinds 2022 eigenaar van diverse percelen gelegen in het gebied Zuidrand Dubbeldam, te [geanonimiseerd] (totaal ca. 11,3 ha). Onze eigendommen zijn gelegen in het gebied dat omsloten wordt door de Stevensweg/Oudendijk/Laantje van Middenhoeve en de Zuidendijk. Wij dienen deze zienswijze in om u te behoeden voor een cruciale fout, te weten de meest logische plek in Dordrecht voor (grondgebonden) woningen voor eens en voor altijd op te offeren voor akkerbouw. De akkerbouw in deze omvang voegt helemaal niets toe, noch in financiële zin noch qua natuurwaarden. Op deze punten komen wij later terug.

Registratienummer: n.v.t.

Reactie De ruimte op ons eiland is schaars. Buiten de stadsrand ligt een open landschap met compacte polders en hoge dijken, hier zijn landbouw en natuur beeldbepalend. De gemeente heeft een duidelijke visie op deze kwaliteiten en welke toegevoegde waarde dit voor de stad oplevert. In 2016 heeft de gemeenteraad besloten het project ‘Belthure Park’ met onmiddellijke ingang te beëindigen. Dit om de bestaande polder met haar openheid en landschappelijke en cultuurhistorische (belevings)waarden te behouden. In 2017 heeft de gemeenteraad de 2e herziening van de Structuurvisie Dordrecht 2040 vastgesteld. Hiermee gaf zij richting aan de beoogde ruimtelijke ontwikkeling van de Zuidrand van Dubbeldam. Het oorspronkelijk geplande bouwproject Belthure Park is geschrapt. Deze gronden werden voor agrarisch gebruik ingezet. In de omgevingsvisie 1.0 (vastgesteld april 2021) heeft de gemeenteraad deze visie op ontwikkelingen in het Buitengebied (waaronder de Zuidrand van Dubbeldam) bekrachtigd: “Wonen in het Buitengebied is zodoende in principe niet toegestaan.

Alleen in het geval van een agrariër is incidenteel en onder voorwaarden ruimte voor bedrijfswoningen.” Dit uitgangspunt voor behoud van een open polderlandschap waarin wonen geen uitgangspunt is, komt ook in het Politiek Akkoord 2022-2026 terug: “Door op plekken waar dat past hoger te bouwen en wonen en werken te combineren, maar wél binnen de bebouwde kom. We behouden het open polderlandschap”.

Nota van beantwoording zienswijzen op de Ontwerp Dordtse Omgevingsvisie 2.0

49

Kortom, we willen de buitengebieden groen houden. Daarom moet de groei binnen de grenzen van de stad plaatsvinden. Het zogenaamde ‘verdichten’. Dit is een van de ruimtelijke keuzes die zijn toegevoegd aan de omgevingsvisie en zal toekomstige generaties een hogere leefkwaliteit gaan opleveren. De invulling die u opwerpt is niet te verenigen met deze visie. 2

3

Wij denken dat de woningopgaaf c.q. de uitdaging die nu voorligt nimmer gerealiseerd kan worden in binnenstedelijk gebied. Daarnaast is het bekend dat veel (oudere) Dubbeldammers wel willen verhuizen maar niet kunnen verhuizen aangezien er geen passend aanbod is in Dubbeldam. De gemiddelde Dubbeldammer is geenszins van plan om te verhuizen buiten de wijkgrenzen met als gevolg dat deze onnodig lang alleen of met zijn tweeën een eengezinswoning bestemd voor gezinnen bezet houdt. Dus als u de doorstroom op gang wilt helpen dan zou u het realiseren van woningbouw in bovengenoemd gebied moeten toejuichen in plaats van moeten afremmen c.q. moeten tegengaan. Daarnaast heeft de gemeente Dordrecht destijds zelf ook gronden in bovengenoemd gebied verworven dus ook in die hoedanigheid hebben we een gezamenlijk belang om een goede invulling te geven aan de gronden. Saillant detail is het volgende. Dubbeldam is destijds door Dordrecht geannexeerd omdat Dordrecht geen grond meer had om woningbouw op te realiseren.

In Dordrecht willen we ons houden aan het bestaand stads- en dorpsgebied (BSD) van de provincie Zuid-Holland. We willen de buitengebieden groen houden, daarom moet de groei binnen de grenzen van de stad plaatsvinden. Dit betekent dat er sprake is van inbreiding en verdichting.

Wij denken dat een woningontwikkeling die bijdraagt aan de woningbouwopgaaf tegelijkertijd ook kan bijdragen aan de verbetering van de natuur. Want zeg nou zelf, wat draagt de huidige, kleinschalige akkerbouw nu bij aan de biodiversiteit?

Wij delen de opvatting dat een woningbouwontwikkeling ook kan bijdragen aan de biodiversiteit en dat deze verhuisbewegingen in Dordrecht ten goede kan komen. Zoals aangegeven in de reacties bij punt 1 en 2, voorzien wij deze woningbouwontwikkelingen binnen de bestaande stad.

Als we een nieuwe, ruim opgezette woningwijk creëren met veel groen en water dan zal dat meer bijdragen aan de natuur dan nu

Nota van beantwoording zienswijzen op de Ontwerp Dordtse Omgevingsvisie 2.0

Uit de verdichtingsstudie (DWZ/Ravenkop, 2024) blijkt dat het realiseren van 11.000 woningen binnen de bestaande stad kansrijk is en dat er nog veel kansen liggen om kwaliteit toe te voegen als we slim omgaan met ruimtevraag.

50

het geval is en zal dit de verhuisbewegingen in Dordrecht ten goede komen. 4

Hierbij willen wij dan ook de gemeente Dordrecht geheel vrijblijvend, samen met de andere marktpartijen/eigenaren uit dit gebied, uitnodigen om gezamenlijk te onderzoeken hoe wij hier met elkaar een groene woonwijk kunnen creëren die recht doet aan de locatie en zijn omgeving.

Verwijzend naar de reactie bij punt 1, zien wij als gemeente op dit moment geen aanleiding om in te gaan op de uitnodiging om gezamenlijk onderzoek te doen naar het creëren van een groene woonwijk die recht doet aan de locatie en zijn omgeving.

Wijzigingen naar aanleiding van zienswijze - N.v.t.

Nota van beantwoording zienswijzen op de Ontwerp Dordtse Omgevingsvisie 2.0

51

Zienswijze 17 – Van Pelt Vastgoedmanagement BV 1

Ingediend door: Van Pelt Vastgoedmanagement BV

Samenvatting zienswijze Overweging Van Pelt Vastgoedmanagement b.v. en de familie Valk hebben sinds 1992 grondposities in een gedeelte van het gebied (zie bijgaande kadastrale kaart) waarop voornoemde ontwerp omgevingsvisie betrekking heeft. Dit betreft gronden gelegen in het gebied in de zuidrand van Dubbeldam (voorheen Belthure Park). Zoals wellicht bij u bekend is, hebben wij (zowel Valk als Van Pelt), teneinde onze belangen te beschermen, in juli 2024 een planschadeverzoek ingediend voor de percelen die in ons bezit zijn. Dit verzoek is in behandeling bij uw gemeente. In dit verzoek is de wens uitgesproken dat wij graag met de gemeente in gesprek gaan om samen de mogelijkheid te onderzoeken om - met respect voor de omgeving - een plan te kunnen realiseren dat inspeelt op de grote vraag naar woningen in diverse categorieën. Uitgangspunt in de planvorming is wat ons betreft uiteraard, dat dit plan zal bijdragen aan het vergroten van natuurwaarden en biodiversiteit in het gebied. Nogmaals willen wij, ditmaal via deze weg, benadrukken dat wij voor dit gebied een passend plan voor ogen hebben.

Registratienummer: 2025-0008663 Reactie De ruimte op ons eiland is schaars. Buiten de stadsrand ligt een open landschap met compacte polders en hoge dijken, hier zijn landbouw en natuur beeldbepalend. De gemeente heeft een duidelijke visie op deze kwaliteiten en welke toegevoegde waarde dit voor de stad oplevert. In 2016 heeft de gemeenteraad besloten het project ‘Belthure Park’ met onmiddellijke ingang te beëindigen. Dit om de bestaande polder met haar openheid en landschappelijke en cultuurhistorische (belevings)waarden te behouden. In 2017 heeft de gemeenteraad de 2e herziening van de Structuurvisie Dordrecht 2040 vastgesteld. Hiermee gaf zij richting aan de beoogde ruimtelijke ontwikkeling van de Zuidrand van Dubbeldam. Het oorspronkelijk geplande bouwproject Belthure Park is geschrapt. Deze gronden werden voor agrarisch gebruik ingezet. In de omgevingsvisie 1.0 (vastgesteld april 2021) heeft de gemeenteraad deze visie op ontwikkelingen in het Buitengebied (waaronder de Zuidrand van Dubbeldam) bekrachtigd: “Wonen in het Buitengebied is zodoende in principe niet toegestaan.

Alleen in het geval van een agrariër is incidenteel en onder voorwaarden ruimte voor bedrijfswoningen.” Dit uitgangspunt voor behoud van een open polderlandschap waarin wonen geen uitgangspunt is, komt ook in het Politiek Akkoord 2022-2026 terug: “Door op plekken waar dat past hoger te bouwen en wonen en werken te combineren, maar wél binnen de bebouwde kom. We behouden het open polderlandschap”.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/893/documents/39281