CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Nota van beantwoording OGV Dordrecht 1.0.pdf

Commissie Fysieke Leefomgeving Dordrecht 13 april 2021, gemeente DordrechtBij agendapunt: 18: Vaststellen Omgevingsvisie Dordrecht 1.0 - Raadsvoorstel19.795 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Nota van beantwoording n.a.v. zienswijzen en ambtelijke aanpassingen Omgevingsvisie Dordrecht 1.0

1

1. Inleiding Het College van Burgemeester en Wethouders heeft op 3 november 2020 besloten de Omgevingsvisie in ontwerp ter inzage te leggen met de mogelijkheid om zienswijzen in te dienen. Vervolgens is met ingang van 11 november 2020 gedurende zes weken de ontwerp Omgevingsvisie ter inzage gelegd. De ter inzage legging is op de reguliere wijzen bekendgemaakt, zoals een publicatie in Gemeentenieuws, via het digitale publicatiesysteem DROP en tijdens de avond van de Omgevingsvisie op 18 november. De Omgevingsvisie 1.0 is op de website van de gemeente geplaatst en de pdf-bestanden konden worden gedownload. Daarnaast lag een fysiek exemplaar van de ontwerp Omgevingsvisie bij de balie van het gemeentehuis ter inzage. Op woensdag 18 november is de Omgevingsvisie 1.0 digitaal gepresenteerd. 2. Zienswijzen Van de mogelijkheid om een zienswijze in te dienen is gebruik gemaakt door 12 organisaties / personen. Alle zienswijzen zijn binnen de gestelde termijn ingediend en hierom ontvankelijk verklaard. De Gemeente Dordrecht wil alle indieners van zienswijzen hartelijk danken voor het indienen van hun zienswijzen en betrokkenheid bij onze stad. In verband met de privacy wetgeving, zijn de zienswijzen genummerd en in een aantal gevallen geanonimiseerd. In de reacties wordt verwezen naar de Reclamanten 1 t/m 12. 3.

Behandeling zienswijzen De belangrijkste argumenten uit de zienswijzen zijn hierna samengevat en van een reactie voorzien. In een aantal gevallen hebben de reacties van de Reclamanten geleid tot aanpassingen in de tekst van de Omgevingsvisie 1.0 De eventuele aanpassingen zijn ook onderstaand te lezen. 4. Ambtelijke aanpassingen Naar aanleiding van de zienswijzen, de avond van de Omgevingsvisie, signalen uit de organisatie en actualiteiten, is er nog eens kritisch naar de Omgevingsvisie 1.0 gekeken. Zodoende zijn er ook ambtelijke aanpassingen gedaan in de Omgevingsvisie. Het gaat hierbij om aanscherpingen, verduidelijking, argumentaties, taalfouten en het beter leesbaar maken van de tekst.

2

ZIENSWIJZEN, REACTIES EN EVENTUELE AANPASSINGEN IN DE OMGEVINGSVISIE DORDRECHT 1.0 Zienswijze / Reclamant 1 Woningbouw – te veel dure woningen Samenvatting zienswijze: Reclamant 1 stelt dat Dordrecht met de nieuwe woningbouw "alleen maar richt op de rijkeren en hoger opgeleiden". Reclamant stelt de vraag: "Moet Dordrecht het Wassenaar van Zuid-Holland worden?" Dordrecht kweekt volgens Reclamant elitewijken zonder diversiteit. Volgens hem zegt het college geen woord over het bouwen van sociale huurwoningen en woningen voor starters. Ook benoemt Reclamant 1 dat het inkomen in Dordrecht gemiddeld niet zo hoog is en het bouwen van duurdere woningen daarom niet wenselijk is. Tot slot trekt Reclamant 1 in twijfel dat het bouwen van duurdere woningen de doorstroming bevordert. Reactie: Dordrecht hoeft geen tweede Wassenaar te worden. Dordrecht richt zich met de bouwplannen niet alleen maar op de rijkeren en hoger opgeleiden. Dordrecht is een stad voor iedereen.

In hoofdstuk 3, onder 3.3:Dordrecht is een aantrekkelijke stad, is dit ook letterlijk zo opgenomen onder het derde subdoel; Sterke, gedifferentieerde en inclusieve woonwijken: 'Ook garanderen we, via ons woningbouwprogramma en de afspraken die we maken met woningcorporaties, dat er voldoende woningen beschikbaar zijn en blijven voor de Dordtenaren met een lager inkomen.' In de woonvisie is hiervan een nadere uitwerking opgenomen. Gemeente Dordrecht zet in op groei van het inwoneraantal. Onder meer om het voorzieningenniveau op peil te houden, maar ook omdat de stad zich sociaal-economisch wil versterken. Jongeren, studenten en jonge gezinnen trekken weg omdat zij geen passende woning kunnen vinden. Ook zien we al jaren mensen met hogere inkomens uit de gemeente trekken vanwege het gebrek aan woningen in het passende segment. Wij willen deze mensen juist behouden voor de stad en voor iedereen een dak boven het hoofd bieden. Ook is de vraag naar woningen veel groter dan het huidige aanbod, dus er is behoefte aan woningen. In alle segmenten. Duur en goedkoper, koop en huur, particulier én sociaal. Hier bouwen we dus ook voor. Het overgrote deel van de vraag én de behoefte bevindt zich echter in de duurdere segmenten. Gemiddeld genomen bestaat de huidige Dordtse woningvoorraad uit relatief kleine(re) woningen.

De behoefte zit nu vooral (zo blijkt uit het meest recente woningmarktonderzoek, RIGO 2020) in het bouwen van grondgebonden eengezinswoningen in de koopsector vanaf 100 m2 en zelfs groter dan 140 m2. Grotere woningen leiden automatisch tot hogere prijzen, zeker in de huidige, schaarse woningmarkt. Uit recent verhuisketenonderzoek in Dordrecht blijkt dat door 44 nieuwe koopwoningen te realiseren er indirect 28 goedkope (huur- of koop) woningen met een WOZ-waarde tot 175.000 euro bewoond konden worden. Mensen verlaten hun kleinere koopwoning, hun particuliere huurwoning en ook sociale huurwoningen worden op deze manier vrijgespeeld. We kunnen dus concluderen dat door het bouwen in het duurdere segment ook woningen vrijkomen voor mensen die een lager inkomen hebben. Dit is de zogenaamde doorstroming / verhuisketen. Dit recente onderzoek bevestigt de voorgaande onderzoeken omtrent doorstroming. In de sociale huursector hebben we te maken met het pas-op-de-plaats beleid. Er zijn

3

veel sociale huurwoningen gesloopt. Momenteel bevinden we ons in een dip. Er is afgesproken dat we op 1-1-2031 op hetzelfde aantal zitten als op 1-1-2016. Dit betekent dat er 2.000 sociale huurwoningen worden gebouwd, welke de sloop en verkoop volledig zullen compenseren. Dit is ook in lijn met de prognose uit het recente woningmarktonderzoek. Deze nieuwe sociale huurwoningen voegen veel kwaliteit toe ten opzichte van het voormalige bestand. En zorgen tevens voor een betere spreiding in de stad en voor een verbetering van de leefbaarheid in kwetsbare wijken in met name Dordrecht west. Op deze manier zetten we in Dordrecht in op sterke en gedifferentieerde wijken. Zo bestaat Dordrecht west al voor een groot gedeelte uit sociale huur. Dit willen we beter verspreiden over andere wijken en delen van de stad. Daarmee herkennen we ons dus niet in het gegeven dat we elitewijken creëren. Zo worden er onder meer sociale huurwoningen toegevoegd in het Gezondheidspark. Aanpassing in Omgevingsvisie: n.v.t. Spoorzone Samenvatting zienswijze: Reclamant 1 stelt dat in de spoorzone 4150 huizen worden gebouwd.

En stelt de vraag hoe de gemeente dit aantal woningen gaat bouwen zo lang er 'giftreinen' station Dordrecht passeren? Ook vraagt Reclamant 1 zich af wat te doen met de zwaar vervuilde grond bij Weeskinderendijk? Tot slot vraagt reclamant zich af of er in de Spoorzone alleen voor hoger opgeleiden wordt gebouwd of dat hier ook sociale huurwoningen en starterswoningen komen? Reactie: Gemeente Dordrecht is zich bewust van de ligging aan het spoor met de bijbehorende risico's (zie hoofdstuk 3, doel 3: Gezonde Stad, subdoel externe veiligheid, paragraaf 4.3.4 en 5.5 externe veiligheid en bijlage 5) en van de vervuilde grond bij Weeskinderendijk (zie paragraaf 4.6 C en 5.5 (ondergrond). Ook in de Spoorzone zullen verschillende segmenten woningen gebouwd worden en dus niet alleen voor hoger opgeleiden (zie 5.5 wonen). Dat treinen met gevaarlijke stoffen onze stad passeren is niet nieuw. Daarom heeft Dordrecht sinds 2007 gebiedsgericht risicobeleid waarbij per gebiedstype een maximum toelaatbaar groepsrisico is gedefinieerd. In hoofdstuk 5 van deze omgevingsvisie zijn deze maximum waarden opgenomen. De in deze visie opgenomen bouwplannen zijn getoetst aan de in de regeling basisnet opgenomen referentiehoeveelheden voor het spoortracé Dordrecht Lage Zwaluwe en leiden niet tot een overschrijding van de maximale risiconiveaus zoals opgenomen in de omgevingsvisie.

Daarnaast hebben Dordrecht en het Rijk maatregelen genomen die de veiligheid van op en rond het spoor moeten verbeteren. Dit betreft maatregelen op het gebied van incidentbestrijding (toegankelijkheid, bluswatervoorziening, beschikbaar materieel, toezicht en training) en spoorveiligheid ( minder wissels, ATBvv, ontsporingsgeleiding). De getroffen maatregelen zijn ook effectief ter plaatse van de nieuwbouwplannen. Ook nemen we veiligheidsmaatregelen aan de nieuw te bouwen gebouwen zoals extra brandwerendheid van gevels, explosie maatregelen aan glas, uitschakelbare luchtbehandeling en de realisatie van veilige vluchtwegen. Eén van de uitgangspunten in deze omgevingsvisie is het creëren van een gezonde en veilige leefomgeving (ook op het gebied van bodemverontreiniging). Dit is dan ook een van de uitgangspunten bij de invulling van de plannen rondom de Weeskinderendijk, maar ook elders. Bij de ontwikkeling van nieuwbouwplannen op verontreinigde grond moeten maatregelen worden getroffen die contact met de verontreiniging voorkomen en die de verontreinigingssituatie saneren of beheersen. Binnen de Spoorzone zijn

4

verontreinigingen van bodem en grondwater bekend, waaronder ter plaatse van het gebied rond de Weeskinderendijk. Bij elke ontwikkeling wordt gekeken of en hoeveel sociale huurwoningen en starterswoningen kunnen worden toegevoegd, ook in de spoorzone. Zowel concrete plannen als zachtere plannen zijn opgenomen in de woningbouwprogrammering rondom de spoorzone als het gaat om deze segmenten. We zetten overal in op gemengde buurten en wijken en toevoeging van woningen in álle segmenten. Aanpassing in Omgevingsvisie: n.v.t.

Eneco gelden Samenvatting zienswijze: Tot slot vraagt Reclamant 1 zich af of voor de bouw van de woningen in en rondom de Spoorzone Eneco gelden worden gebruikt. Hij stelt dat de opbrengst hiervan ten gunste moet komen aan alle Dordtenaren ongeacht rang, stand, opleiding of financiële mogelijkheden. Hij stelt dat dit geld dan ook gebruikt moet worden voor sociale huurwoningen en woningen voor starters en voor de 'gewone' Dordtenaar. Reactie: De besluitvorming rond de Enecomiddelen heeft nog niet plaatsgevonden. College en raad bereiden besluiten voor met betrekking tot de inzet van de Enecomiddelen in de stad en voor de Dordtse inwoners. Besluitvorming hierover staat voor het voorjaar gepland. De Spoorzone als ontwikkelgebied is één van de projecten / ontwikkelingen waar naar verwachting Eneco middelen naartoe gaan. Hoeveel en waarvoor moet nog besloten worden. De Omgevingsvisie is een beleidsstuk. En dat gaat niet over de verdeling van middelen. Aanpassing in Omgevingsvisie: n.v.t.

5

Zienswijze / Reclamant 2: Havenbedrijf Rotterdam Eén van de doelen van Reclamant is om de haven en de daarop gelegen haventerreinen zo efficiënt en duurzaam mogelijk te ontwikkelen, uit te geven en te beheren. Een belangrijke randvoorwaarde daarbij is voldoende (milieu)gebruiksruimte. Bereikbaarheid Samenvatting zienswijze: Reclamant 2 steunt het voorstel om volgend jaar de eerste bereikbaarheidsmonitoring in het kader van de Omgevingsvisie uit te voeren en wordt graag geïnformeerd over de uitwerking van het criterium bereikbaarheid en de wijze waarop u de monitoring gebruikt bij de planvorming en het eventueel bijstellen van deze plannen. Tijdens piekuren is de regio niet optimaal bereikbaar en zal dit door het toevoegen van woningen en bedrijven onder grotere druk komen te staan. Reactie: Inzicht in de beleidscyclus in het kader van de Omgevingsvisie is te vinden op www.omgevingswet.nl. Dat er monitoring gaat plaatsvinden, ook voor de bereikbare stad, staat vast. Dit werken we nog nader uit in programma's en in het Omgevingsplan. In de Omgevingsvisie doen we hier nog geen uitspraken over. Aanpassing in Omgevingsvisie: N.v.t. Geurhinder Samenvatting zienswijze: Er wordt in de ontwerp Omgevingsvisie geen aandacht besteed aan geurhinder.

Reclamant verzoekt de gemeente om vóór de vaststelling van de definitieve omgevingsvisie eventuele geurhinder te onderzoeken en in beeld te brengen. Reactie: Er is in de ontwerp-Omgevingsvisie niet apart aandacht besteed aan geurhinder. De huidige praktijk geeft geen aanleiding voor een eventueel onderzoek. Desalniettemin erkennen we dat 'geurhinder' wel terug moet komen in de Omgevingsvisie. Daarom voegen we een kopje toe waarin we aangeven hoe we omgaan met geurhinder. Aanpassing in Omgevingsvisie: In de Omgevingsvisie wordt in Hoofdstuk 4 bij de systemen volgend kopje toegevoegd: 4.3.5 Geurhinder Er is in deze Omgevingsvisie niet apart aandacht besteed aan geurhinder. De huidige praktijk geeft daarvoor geen aanleiding. In de bestemmingsplannen is bij bedrijven- en industrieterreinen milieuzonering toegepast conform de systematiek van de VNG. Die systematiek gaat over het hanteren van afstand tussen mogelijk milieuhinderlijke bedrijfsmatige activiteiten en gevoelige functies in de omgeving daarvan. Daarbij is geur één van de beoordeelde aspecten. Milieucategorieën Samenvatting zienswijze: In het vigerende bestemmingsplan ‘Zeehavens Dordrecht’ zijn overwegend bedrijven toegelaten tot en met milieucategorie 5.2 en in enkele gevallen zelfs tot en met milieucategorie 5.3. Volgens reclamant is dit in de ontwerp Omgevingsvisie dit niet altijd goed vermeld.

Zo wordt volgens Reclamant op pagina 124 namelijk ten onrechte gesteld dat op de industrieterreinen Zeehaven en Merwedehavens ontwikkelingen tot milieucategorie 4.2 mogelijk zijn. Op pagina 126 staat vervolgens dat in de Zeehaven en de Merwedehavens bedrijfsvestiging tot maximaal milieucategorie 5.2 is toegestaan, maar dat dit door omgevingsfactoren lager kan uitpakken. Dat is een onjuiste weergave van het vigerende

6

bestemmingsplan en tevens een ongewenste inperking voor de ontwikkeling van het zeehavengebied. Reclamant verzoekt om dit te corrigeren en de omgevingsvisie in lijn te brengen met de milieucategorieën zoals deze zijn vastgelegd in het bestemmingsplan ‘Zeehavens Dordrecht’. Reactie: Terecht wordt gewezen op het feit dat er in de tekst van de Omgevingsvisie omissies zijn geslopen. In de Zeehaven en de Merwedehavens is bedrijfsvestiging tot maximaal milieucategorie 5.2 toegestaan. Omdat het plangebied grotendeels een reeds bestaand bedrijventerrein betreft, doet de situatie zich voor dat er reeds gevestigde bedrijven zijn die een hogere milieucategorie hebben dan op het betreffende perceel conform de milieuzonering eigenlijk is toegestaan. Deze bedrijven hebben een maatbestemming gekregen (tot maximaal 5.3). Bij vertrek van bedrijven met een dergelijke hogere categorie kan eenzelfde bedrijf zich hier vestigen, of uitsluitend een bedrijf tot en met de milieucategorie, die volgens de plankaart is toegestaan. Zoals hierboven aangegeven zijn nieuwe bedrijfsvestigingen met nieuwe activiteiten in de Zeehaven mogelijk tot maximaal milieucategorie 5.2. In de toelichting op het bestemmingsplan is aangegeven dat in het plan een milieuzonering is opgenomen met de bedoeling om milieubelastende activiteiten zoveel mogelijk te scheiden van milieugevoelige functies.

Het vertrekpunt voor de toegepaste inwaartse zonering zijn de woningen in de nabijheid van het plangebied. Als gevolg neemt de toegestane milieucategorie richting het oosten af van 5.2 via categorie 5.1 en 4.2 naar 3.2 ter hoogte van de strook detailhandel aan de Mijlweg. Aanpassing in Omgevingsvisie: De op pagina 124 opgenomen milieucategorie 4.2 wordt gewijzigd in 5.2. De tekst op pagina 126 wordt gewijzigd in: "De zeehaven en de Merwedehavens zijn inwaarts gezoneerd, waarbij bedrijfsvestiging tot maximaal categorie 5.2 is toegestaan". Omgevingswet en geluid Samenvatting zienswijze: in de ontwerp Omgevingsvisie wordt gesproken over de inwerkingtreding van de Omgevingswet en de gevolgen die dat heeft op de verschillende milieuthema’s. Reclamant verzoekt om te verduidelijken dat de Geluidproductieplafonds voor Groote Lindt/Dordt-West worden gebaseerd op de maximale benutting van de huidige grenswaarden en dat deze verhoogd worden met nestgeluid, voor zover dat niet is meegenomen bij de vaststelling van de huidige grenswaarden. Met als doel dat geen geluidruimte verloren gaat voor de haven- en industriële activiteiten in de zeehaven van Dordrecht. Reactie: Gekoppeld aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet wordt ook een beleidsvernieuwing geluid ingevoerd.

Onderdeel daarvan is dat de systematiek van het zonebeheer van gezoneerde industrieterreinen Wijzigt, waarbij onder meer per industrieterrein geluidproductieplafonds moeten worden vastgesteld. Wij zijn nog niet met de voorbereiding hiervan gestart. Op dit moment is het uitgangspunt dat deze omschakeling geluidsneutraal wordt uitgevoerd. Aanpassing in Omgevingsvisie: n.v.t. Externe veiligheid Samenvatting zienswijze: Er rijden treinen over het spoor in Dordrecht met gevaarlijke stoffen. Reclamant stelt dat er binnen de afspraken van het 'basisnet vervoer gevaarlijke stoffen' ruimte is voor stijging van dit vervoer. In de Omgevingsvisie streeft Dordrecht naar het verminderen van het vervoer van gevaarlijke stoffen per spoor. Daarvoor zijn 7

zeer ingrijpende maatregelen nodig. Door realisatie van nieuwe woningen nabij het spoor neemt het groepsrisico toe. Reclamant verzoekt om bij deze plannen te motiveren waarom een hoger groepsrisico acceptabel is en welke maatregelen hiervoor getroffen worden. Reactie: Wij zijn ons ervan bewust dat over het spoor treinen rijden met gevaarlijke stoffen. In de regeling bassinet zijn (wettelijke) risicoplafonds opgenomen waarbinnen het vervoer van gevaarlijke stoffen zich zal moeten afwikkelen. Op dit moment wordt de risicoruimte die het bassinet biedt niet ingevuld. Daarom kan geconcludeerd worden dat er nog ruimte is voor groei van het goederenvervoer. Dordrecht voert sinds 2007 een gebiedsgericht risicobeleid waarbij per gebiedstype een maximum toelaatbaar groepsrisico is gedefinieerd. In hoofdstuk 5 van deze omgevingsvisie zijn deze maximum waarden opgenomen. De in deze visie opgenomen bouwplannen zijn getoetst aan de in de regeling basisnet opgenomen referentiehoeveelheden voor het spoortracé Dordrecht Lage Zwaluwe en leiden niet tot een overschrijding van de maximale risiconiveaus zoals opgenomen in de Omgevingsvisie. Tegelijkertijd is er in delen van de stad sprake van bestaande structurele grote overschrijdingen van de oriëntatiewaarde en hiermee ook van de door ons gewenste maximale groepsrisiconiveaus.

Dit betreft met name delen van de wijken Nieuw Krispijn en het Reeland (langs het tracé Dordrecht aansluiting zuid –Moerdijk). Voor deze delen is het in het in de rapportage bassinet spoor geconstateerde maximum groepsrisico (11 maal de oriëntatiewaarde) door sloop en herontwikkeling door de Gemeente gesaneerd (huidige waarde is 5,3 maal de oriëntatiewaarde). Verder zijn door gemeente en Rijk maatregelen getroffen op het gebied van incidentbestrijding (toegankelijkheid, bluswatervoorziening, beschikbaar materieel, toezicht en training) en spoorveiligheid ( minder wissels, ATBvv, ontsporingsgeleiding). Het na sanering optredend groepsrisico is het maximum toelaatbare en wij streven naar verder gaande risicoreductie. Op de middellange termijn wordt deze risicoreductie ingevuld door de ingebruikname van de zuid west boog bij Meteren waarvan de veiligheidswinst door het ministerie van I&W is toegewezen aan de stad). Om zowel vervoers- als verstedelijkingsambities voor de lange termijn waar te kunnen maken zijn ingrijpendere (zeer kostbare) maatregelen noodzakelijk. Hiervoor voeren wij als stad samen met partners een actieve lobby. Aanpassing in Omgevingsvisie: n.v.t.

Aandachtsgebieden Samenvatting zienswijze: Op pagina 125 staat dat de aandachtsgebieden voor brand beperkt moeten blijven tot het eigen terrein en dat aandachtsgebieden voor explosie en gifwolk niet over woongebieden mogen reiken. Reclamant geeft aan dat een dergelijk uitgangspunt niet is wat het rijksbeleid met aandachtsgebieden beoogt en niet realistisch, vanwege de manier waarop aandachtsgebieden moeten worden berekend. De reeds bestaande gifwolkaandachtsgebieden, die niet op de kaart op pagina 76 staan, liggen immers in de huidige situatie al over woonwijken heen. Reactie: In artikel 5.15 van het Besluit Kwaliteit Leefomgeving is aangegeven dat in een omgevingsplan voor beperkt kwetsbare, kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen en beperkt kwetsbare en kwetsbare locaties binnen een brandaandachtsgebied, een explosieaandachtsgebied en een gifwolkaandachtsgebied rekening gehouden moet worden met de kans op het overlijden van een groep van tien of meer personen per jaar als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval veroorzaakt door een activiteit. Lid 2 van dit artikel geeft aan dat dit kan door niet te bouwen binnen aandachtsgebieden, personendichtheden binnen aandachtsgebieden te beperken of maatregelen zijn getroffen die personen in gebouwen en op locaties beschermen. De omgevingsvisie vult 8

dit in door voor nieuwe situaties aandachtsgebieden voor explosie en gifwolk in principe niet over woongebieden te laten reiken. Hierop is een uitzondering mogelijk als blijkt dat de kans op een incident met 10 of meer op een acceptabel laag niveau ligt. De aanvaardbaarheid van de optredende kans wordt vooralsnog gerelateerd aan de waarden zoals geformuleerd in het groepsrisico en de in de omgevingsvisie aangegeven maximale waarde per gebiedstype. Voor bestaande situaties is aangegeven dat we streven naar een permanente verbetering van de veiligheidssituatie. Hierbij hanteren wij Beste Bestaande Technieken (BBT) en waar nodig BBT+ als uitgangspunt. Aanpassing in Omgevingsvisie: n.v.t.

9

Zienswijze / Reclamant 3: Waterschap Hollandse Delta Reclamant heeft de wettelijke taak om de waterveiligheid van de Zuid-Hollandse eilanden te waarborgen en zorg te dragen voor een veilig en duurzaam waterbeheer ten behoeve van het voorkomen van wateroverlast, de zoetwatervoorziening en een goede waterkwaliteit. Daarnaast heeft Reclamant de ambitie om in 2030 energieneutraal te zijn en in 2050 klimaatbestendig en volledig circulair. Algemeen Samenvatting zienswijze: In figuur 1.1 tot en met figuur 1.5 in paragraaf 1.2 Omgevingswet staat een Pragmatische aanpak beschreven. Het betreft echter een Programmatische aanpak. Reactie: Dit betreft een schrijffout. Reclamant heeft gelijk. Aanpassingen in Omgevingsvisie: De afbeeldingen 1.1 t/m 1.5 worden aangepast van Pragmatische aanpak naar Programmatische aanpak. We passen het aan. Groenblauwe systeem Samenvatting zienswijze: Gemeente Dordrecht wil de herkenbaarheid en continuïteit van de dijklinten verbeteren door het ontharden van de dijklinten en door meer bomen toe te voegen. Reclamant wil als randvoorwaarde meegeven dat hierbij de waterveiligheidsfunctie van dijken die een functie hebben als waterkering, nooit in het geding mag komen. Ook dient er rekening gehouden te worden met de lange termijnontwikkelingen ten aanzien van (de onzekere) zeespiegelstijging en rivierafvoer.

Reactie: We zijn het met Reclamant eens dat er nooit getornd gaat worden aan de waterveiligheidsfunctie van de dijken. Maar de herkenbaarheid en continuïteit van dijklinten gaat vooral over oude dijklinten die op het eiland liggen, niet de primaire kering. Als hier een instandhoudsverplichting geldt voor de kering houden we ons hier aan. We verduidelijken de tekst op onderstaande manier. Aanpassingen in Omgevingsvisie: In 4.1 onder het kopje 'Wat gaan we doen om dit te bereiken?' is bij de bullet die over historische dijklinten gaat de volgende zin toegevoegd: "Dit heeft voornamelijk betrekking op oude keringen die geen waterkerende functie meer hebben. Als het gaat om primaire keringen of keringen met een instandhoudingsplicht zal er altijd voor gezorgd worden dat de waterveiligheidsfunctie niet in geding komt". Samenvatting zienswijze: Reclamant kan zich vinden in de doelstelling om een gezondere leefomgeving te maken met oog voor klimaatverandering en biodiversiteit. In paragraaf 4.1 Groenblauwe systeem wordt aangegeven: "Allereerst moet groen vanzelfsprekend deel uitmaken van onze stedelijke leefomgeving". Graag zien we bij dit groen ook het water genoemd als vanzelfsprekend onderdeel van de stedelijke leefomgeving. Ook bij de zin: "Zo ontstaat meer ruimte voor de natuur." is het goed om hier aan te geven dat er zo meer ruimte ontstaat voor de natuur én het water.

Reactie: We zien dit als een goede en logische toevoeging. In de stedelijke leefomgeving moeten we, waar nodig, hier ook het water toevoegen naast het belang van groen. Aanpassingen in Omgevingsvisie: In 4.1 is water toegevoegd aan groen als onderdeel van de stedelijke leefomgeving. De zin luidt nu: "Allereerst moeten groen én water vanzelfsprekend deel uitmaken van onze stedelijke leefomgeving". We zien dit als een goede en logische toevoeging.

10

In 4.1 voegen we onder 'natuur' bij het Killenlandschap een voetnoot toe waarin duidelijk wordt gemaakt wat wordt verstaan onder natuur: "Onder natuur wordt zowel water als groen verstaan". Samenvatting zienswijze: Reclamant stelt dat het logisch is dat oppervlaktewater genoemd wordt in paragraaf 4.6 'Ondergrond systeem' vanuit de gedachte dat er een koppeling is tussen de (hemelwater)riolering en het oppervlaktewater. Anderzijds is het een gezamenlijke visie dat water zichtbaar mag zijn. In die zin is het benoemen van dit thema onder de paragraaf 'Ondergrond systeem' volgens Reclamant niet de meest voor de hand liggende keuze. Reactie: Het gaat hier om een Babylonische spraakverwarring. Wij bedoelen het systeem van de bodem en ondergrond, inclusief het oppervlaktewater. We bedoelen met ondergrond dus ook zichtbaar oppervlaktewater. Het waterschap denkt bij de term ondergrond wellicht aan ondergrondse buizen, maar dat is niet wat wij bedoelen. We delen de wensen om water oppervlakkig af te voeren. Daarnaast komt oppervlaktewater ook nadrukkelijk aan de orde in het groenblauwe systeem (paragraaf 4.1) Aanpassingen in Omgevingsvisie: n.v.t. Waterveiligheid systeem Samenvatting zienswijze: Reclamant stelt dat de dijken op het eiland van Dordrecht elke 12 jaar gecontroleerd worden, in tegenstelling tot wat in paragraaf 4.2 Waterveiligheid systeem staat.

Reactie: Met de nieuwe waterwet worden de dijken elke 12 jaar gecontroleerd en niet elke 7 jaar. Aanpassingen in Omgevingsvisie: De zin wordt nu veranderd naar: " De dijken op het Eiland van Dordrecht voldoen aan de nationale richtlijnen en worden elke twaalf jaar gecontroleerd". Samenvatting zienswijze: "Daarnaast is de impact van een overstroming in Dordrecht door de lage ligging van een groot gedeelte van de stad zeer groot." Reclamant benoemt dat de impact hiervan alleen maar groter wordt naarmate er in de toekomst meer waarde achter de dijken wordt toegevoegd. Reclamant wordt graag uitgenodigd mee te denken met betrekking tot laag 2 (ruimtelijk domein). Daarnaast ziet Reclamant graag dat laag 2 ook wordt meegenomen in de plannen voor ruimtelijke ontwikkelingen en gebiedsontwikkelingen met betrekking tot het thema 'gevolgen van de overstromingen' uit het Deltaplan Ruimtelijke adaptatie. Reactie: Het is een terechte opmerking dat naarmate meer waarde wordt toegevoegd de impact van een overstroming ook groter wordt. Dit onderstreept nogmaals het belang van het doel 'klimaatbestendige stad'. Op pagina 66 wordt ook ingegaan op mogelijke ruimtelijke aanpassingen om de gevolgen van een overstroming te beperken. We gaan een samenwerkingsovereenkomst met het waterschap opstellen waarin ruimtelijke adaptatie centraal staat.

De gemeente stelt het juist enorm op prijs als er vanuit het waterschap wordt meegedacht over laag 2 het ruimtelijk domein. Aanpassingen in Omgevingsvisie: Onder 4.2 Waterveiligheid systeem worden de volgende zinnen toegevoegd: "De impact van een overstroming wordt groter naarmate er in de toekomst meer waarde achter de dijken wordt toegevoegd". En "het belang van een klimaatbestendig Dordrecht wordt hiermee onderstreept". 11

Energieneutraal Samenvatting zienswijze: In de Regionale Energiestrategie heeft Reclamant gewezen op de potenties van de inzet van aquathermie voor de verwarming van de gebouwde omgeving. Reclamant treedt graag in (tijdig) overleg met initiatiefnemers wanneer er plannen zijn om aquathermie projecten, of andere energieprojecten te ontwikkelen, die van invloed kunnen zijn op het waterbeheer. Reactie: Met dank voor het wijzen op de potentie van aquathermie. Wij zullen het waterschap betrekken indien dit speelt. Zo is er momenteel een initiatief voor aquathermie bij Plan Tij. Dit is nog in een onderzoekstadium. Aanpassingen in Omgevingsvisie: n.v.t. Klimaatbestendig Samenvatting zienswijze: Het Deltaprogramma 2021 laat zien dat bij het inrichten van de omgeving, water meer sturend moet zijn. Reclamant benoemt dat wateropgaven dienen als randvoorwaarden voor de keuzes in de ruimtelijke inrichting. Ook dient er bij de locatiekeuze en de gebiedsinrichting van nieuwe woonwijken rekening gehouden te worden met de klimaatverandering. Klimaatbestendig worden, is een opgave dat in samenwerking met omgevingspartners gerealiseerd moet worden. Reclamant draagt zodoende graag bij aan het realiseren van de ambitie met haar kennis en wordt daarom voor zowel herstructurerings- als ontwikkelingsopgaven graag uitgenodigd.

Reactie: Gemeente Dordrecht herkent zich in hetgeen Reclamant aangeeft over de rol van water bij ruimtelijke inrichting. Dit gebeurt momenteel al en zal in de toekomst nog nadrukkelijker gebeuren. De klimaatbestendige stad (met onder meer water als onderdeel) is niet voor niets één van de 7 doelen in de Omgevingsvisie. Bij elke nieuwe ontwikkeling in de fysieke leefomgeving is dit dus één van de voorwaarden. Hierin werken we graag samen met alle relevante omgevingspartners, dus ook met Reclamant. Aanpassingen in Omgevingsvisie: n.v.t. Effecten op waterveiligheid Samenvatting zienswijze: Reclamant geeft als aandachtspunt dat een toename aan woningen en economische activiteiten als gevolg heeft dat de gevolgen bij een mogelijke overstroming ernstiger worden. Reactie: Onder het kopje: waterveiligheid systeem is reeds een reactie gegeven op dit punt en hebben we een aantal zinnen toegevoegd in de Omgevingsvisie die dit benadrukken. Daarnaast wordt hier in paragraaf 4.2 'Waterveiligheid systeem' al nader op ingegaan. Daarin wordt onder meer benoemd dat we de Staart willen ontwikkelen als schuilplaats. Bij nieuwe ontwikkelingen zal het doel 'klimaatbestendig' elke keer terugkomen, waardoor er meer klimaatadaptief gebouwd en ontwikkeld zal worden. Er is dan wel meer waarde achter de dijk, maar kan het risico voor mensen gelijk blijven of zelfs minder worden.

Aanpassingen in Omgevingsvisie: Onder 4.2 Waterveiligheid systeem worden de volgende zinnen toegevoegd:

12

"De impact van een overstroming wordt groter naarmate er in de toekomst meer waarde achter de dijken wordt toegevoegd". En "het belang van een klimaatbestendig Dordrecht wordt hiermee onderstreept".

13

Zienswijze / reclamant 4: TeVoet en Wandelnet Reclamant 4 zet zich in voor behoud, verbetering en uitbreiding van onverharde paden en streeft naar een wandelinfrastructuur die toegankelijk is (en goed bewegwijzerd). Veel ruimte voor wandelen Samenvatting zienswijze: Reclamant 4 is verheugd te lezen dat er in de omgevingsvisie veel ruimte is voor wandelen en het daarbij niet blijft bij abstracte plannen, maar er ook hele concrete principes en uitwerkingen zijn die sturing gaan geven aan toekomstige ontwikkelingen. Reactie: Wij danken u voor uw betrokkenheid bij de gemeente en de Omgevingsvisie. Door het indienen van een zienswijze kan gewerkt worden aan een (nog) sterkere en een breed gedragen visie. Aanpassingen in Omgevingsvisie: n.v.t. Buitenste dijken van het eiland: toplocatie voor wandelaars Samenvatting zienswijze: Reclamant ziet echter ook een aantal verbeterpunten die met name de wandelnetwerken in Dordrecht kunnen versterken. Het valt reclamant namelijk op dat in de omgevingsvisie een belangrijke mogelijkheid van extensief recreatief natuurgebruik ongenoemd blijft. Het gaat om de buitenste dijken van het eiland en de kades van de Otterpolder, de polder Stededijk en de kade langs het Wantij tussen spoorbrug en Kop van ’t Land.

De bijzondere combinatie van de grote rivieren en de Biesbosch maken dat het Eiland van Dordrecht niet alleen voor eigen inwoners prachtige natuur heeft maar dat die natuur ook nationaal gezien aantrekkelijk is. Reactie: Wij zijn het met Reclamant eens dat er ook een versterking kan plaatsvinden van het wandelen in het buitengebied en de verbinding daarnaartoe. We scherpen de tekst van de Omgevingsvisie aan, geïnspireerd op een tekstvoorstel uit de zienswijze van Reclamant. Aanpassingen in Omgevingsvisie: pagina 85, D. Wandel- en slenternetwerken aangepast: Voor het buitengebied (Nieuwe Dordtse Biesbosch, polders en dijken) gaan we in gesprek met bewoners en stakeholders om helder te krijgen hoe we de wandel- en fietsverbindingen tussen stad en buitengebied kunnen versterken en hoe het buitengebied nog meer uniek wandelgebied kan worden. Het vergeten dijklint Samenvatting zienswijze: Op het kaartje op bladzijde 63 worden de dijken bezuiden de Zeedijk niet genoemd. Er is één lang lint van af de Kop van ’t Land langs de Oosthaven, de Zuidhaven, het Zuidplaatje, de Tongplaat, de Elzen en dan langs het Zuid Maartensgat tot aan Willemsdorp. Voor wandelaars zijn het prachtige trajecten. Reactie: Het gaat hier niet om functionele kaarten, maar kaarten die de landschappelijke hoofdstructuren die versterkt moeten worden aangeven. Op pag.

85 staan de belangrijke wandel- en slenternetwerken. Daar is deze dijk wel aangeduid. De kaart die Reclamant bedoelt is afkomstig van de Urbanisten uit de groenblauwe visie. Deze kunnen niet worden aangepast. Het feit dat deze dijken niet op de kaart staat, betekent niet dat ze niet geschikt zijn om te wandelen. De dijken die in de groenblauwe visie zijn opgenomen, zijn de dijken die nu nog onderbenut blijven als groenblauwe routes en kansen bieden om verder als netwerk beter benut te kunnen worden. In de groenblauwe visie is er vooral naar groenblauwe netwerken gekeken, en waar hier nog kansen liggen, niet alleen naar goede wandelroutes. 14

De dijk waar Reclamant het over heeft, is de primaire waterkering onder beheer van het waterschap. Dit is inderdaad een zeer waardevolle looproute, maar als dijk zal deze ook altijd beschikbaar blijven. Aanpassingen in Omgevingsvisie: n.v.t. Recreatieve wandelaars en fietsers scheiden Samenvatting zienswijze: Reclamant pleit ervoor om in de omgevingsvisie de recreatieve infrastructuur voor wandelaars en fietsers zoveel als mogelijk te scheiden. Er zijn volgens reclamant regelmatig onveilige situaties op (smalle) paden waar fietsers en wandelaars gezamenlijk gebruik van maken. De volgende tekstvoorstellen worden gedaan: • Hoofdstuk 4.1. blz. 62, doelstelling 2: na: fijnmazig netwerk van fietspaden: “en een netwerk van wandelpaden, zo veel mogelijk gescheiden van het fietspadennetwerk “. •

hoofdstuk 4.5 onder D: Wandel- en slenternetwerken De wandel- en slenternetwerken hebben van oudsher een verblijfs-, een verbindende en een recreatieve functie. We zien een herwaardering van de betekenis van dit netwerkniveau. Lopen is goedkoop, gezond en het netwerk heeft een hoge capaciteit. In bestaand gebied en bij nieuwe ontwikkelingen is het herstellen of verbinden van een fijnmazig voetgangersnetwerk uitgangspunt. Voor de aantrekkelijkheid en de veiligheid van het wandelen is het daarbij van belang een scheiding aan te brengen tussen wandel- en fiets infrastructuur. Voor het buitengebied (Nieuwe Dordtse Biesbosch, polders en dijken) gaan we in gesprek met bewoners en stakeholders om helder te krijgen hoe we de wandelverbindingen tussen stad en buitengebied kunnen versterken en hoe het buitengebied nog meer uniek wandelgebied kan worden.

Reactie: Het scheiden van fiets- en wandelpaden waar wenselijk mogelijk, is ook voor de gemeente een streven. Dit vraagt om maatwerk per locatie. In de Omgevingsvisie zal dit worden toegevoegd. De ruimte op het Eiland van Dordrecht is schaars. Daarbij leven we in een samenleving waarin iedereen rekening met elkaar dient te houden. Ten tweede voorzien we het eiland steeds verder van een zeer fijnmazig netwerk van fietspaden en ander langzaam verkeer. Dat is een mix van snelle functionele doorgaande routes en ontspannen recreatieve routes . Daarmee is er altijd een veilige comfortabele route in de buurt en is er ook een keuze uit verschillende typen routes. Aanpassingen in Omgevingsvisie: Pagina 62, Doelstellingen, 2e bullitpoint aangepast: Dat is een mix van snelle functionele doorgaande routes en ontspannen recreatieve routes waarbij we streven naar het scheiden van fiets- en wandelpaden waar wenselijk en mogelijk. Pagina 85, D. Wandel en slenternetwerken aangepast: Voor het buitengebied (Nieuwe Dordtse Biesbosch, polders en dijken) gaan we in gesprek met bewoners en stakeholders om helder te krijgen hoe we de wandel- en fietsverbindingen tussen stad en buitengebied kunnen versterken en hoe het buitengebied nog meer uniek wandelgebied kan worden.

Toekomst: Dordrecht Wandeleiland Samenvatting zienswijze: Reclamant stelt dat het past om in een Omgevingsvisie die unieke dijk- en kadelinten, bekleed met gras, toegankelijk te maken voor extensieve 15

wandelsport. Reclamant 4 pleit ervoor dat in de Omgevingsvisie de intentie opgenomen wordt om dit unieke dijklint op termijn toegankelijk te maken voor wandelaars. De volgende tekstvoorstellen worden gedaan: • Op blz 134 van de Concept Visie: “In datzelfde buitengebied willen we afspraken maken met het Waterschap Hollandse Delta om daar waar mogelijk de grasdijkkruinen open te stellen voor wandelaars”. De notie dat het om een kwaliteitssprong gaat, meer dan om nog een paar leuke wandelstukjes, wordt gemist. Voorstel tot herformulering: “Om te komen tot een integraal wandelnetwerk op het eiland willen we in overleg met het Waterschap Hollandse Delta en de pachters komen tot het openstellen van de grasdijkkruinen voor wandelaars.” • Op blz 63: Toevoegen aan de alinea over dijklinten: “Het meest zuidelijke dijklint, bezuiden de Zeedijk is nu nog niet toegankelijk en wordt begraasd door schapen. Op termijn wordt gestreefd naar het openstellen van dit dijklint voor extensief wandelen.” Reclamant stelt verder dat de huidige situatie er een is van aantrekkelijke wandelgebiedjes, maar versnipperd (Merwelanden, NDB, Elzen, Natuurpad Nieuwe Merwede, Tongplaat). Het dijklint verbindt de gebieden en trekt wandelaars van buiten aan. De Otterpolder en de polder Stededijk zijn een prachtige aanvulling op de Merwelanden.

Het Lange Afstand Wandelpad (LAW) Floris V, van Amsterdam naar Bergen op Zoom, loopt over het Eiland van Dordrecht en zal daar een stuk aantrekkelijker door worden, ook als onderdeel van wandelommetjes van inwoners van Dordrecht. Er worden een aantal voorbeelden gegeven en op een bijgevoegd kaartje zijn apart ingetekend de Otterpolder (3) en de polder Stededijk (4). Reactie: Genoemde punten worden meegenomen in de uitwerking. Dit is onder andere aangegeven bij de paragraaf 4.5 Verkeer systeem, onder D. De Omgevingsvisie omschrijft de kaders en gewenste ontwikkelingen voor de fysieke leefomgeving op hoofdlijnen. Aanpassingen in Omgevingsvisie: Pagina 85, D. Wandel en slenternetwerken aangepast: Voor het buitengebied (Nieuwe Dordtse Biesbosch, polders en dijken) gaan we in gesprek met bewoners en stakeholders om helder te krijgen hoe we de wandel- en fietsverbindingen tussen stad en buitengebied kunnen versterken en hoe het buitengebied nog meer uniek wandelgebied kan worden. Reclamant 4 praat graag mee over wandelverbindingen stad-land Samenvatting zienswijze: In de ontwerp Omgevingsvisie wordt aangegeven dat voor het buitengebied de gemeente in gesprek wil gaan met bewoners om helder te krijgen hoe de wandelverbindingen tussen stad en buitengebied versterkt kunnen worden. Reclamant doet hier graag aan mee.

Met haar uitgebreide netwerk van vrijwilligers en wandelprofessionals zijn zij in staat goede voorstellen te doen. Een aantal voorbeelden worden gegeven met name met betrekking tot de Dordwijkzone. Reactie: Hartelijk dank voor uw aanbod. We geven de suggestie ieder geval mee aan het projectteam dat bezig is met een Programma voor de Dordwijkzone. Aanpassingen in Omgevingsvisie: n.v.t.

16

Zienswijze / reclamant 5: NS

Reclamant geeft puntsgewijs een reactie op de Omgevingsvisie. Het gebied Maasterras leent zich bij uitstek om de bestaande Park&Ride voorziening Weeskinderendijk uit te breiden naar een volwaardig transferium met aansluitende verbindingen naar centrum, Spuiboulevard en station. Samenvatting zienswijze: De afstand tussen parkeerterrein Weeskinderendijk en station is te groot om als P+R functie voor het station te kunnen functioneren. Reactie: In de huidige situatie is Weeskinderendijk inderdaad ver van het centraal station. Ook is de looproute onaantrekkelijk. De locatie is wel geschikt om door te ontwikkelen tot een HUB functie voor de binnenstad en de 19e eeuwse schil. Vanaf januari 2021 rijden er 7 buslijnen langs de Weeskinderendijk (via de Spuiboulevard) naar het station. Als ook wordt geïnvesteerd in betere langzaam verkeer routes, zal deze locatie zeker een HUB functie vervullen voor (ook) het station. Aanpassing in Omgevingsvisie: Op pagina 142, Spoorzone, Bereikbare Stad, is het volgende aangepast: Het gebied Maasterras leent zich bij uitstek om de bestaande Park&Ride HUB voorziening Weeskinderendijk uit te breiden naar een volwaardig transferium met aansluitende verbindingen naar centrum, Spuiboulevard en station.

Naast het stimuleren en investeren in het openbaar vervoer, dient de directe stationsomgeving veilige en exclusieve routes en ruimtes voor fietsers en voetgangers te bieden. Samenvatting zienswijze: Voetganger op 1 en fiets op 2, ten gunste van een autoluw voorplein. Zorg wel voor een goede toegankelijkheid van het station voor verschillende modaliteiten, een snelle overstap voor alle modaliteiten. Denk ook goed na over het faciliteren van stationslogistiek: bevoorrading, schoonmaak, afvalophaal etc. Reactie: Bedankt voor de aanbevelingen, deze nemen wij mee in de ontwikkelingen. Hierover zijn en blijven we uiteraard met u in gesprek. Aanpassing in Omgevingsvisie: n.v.t. De verbinding die prioriteit verdient is de centrale as Nassauweg-Stationsweg. Deze route is van historisch, strategisch en ruimtelijke belang vanwege de verbinding tussen historische binnenstad, zuidelijke wijken en station. Samenvatting zienswijze: Het letterlijk doortrekken van deze route door het station is ontzettend complex en kostbaar, vanwege een brede sporenbundel en een monumentaal stationsgebouw. Zorg in ieder geval voor een rode loper vanaf het station naar de binnenstad én een goede verbinding met de zuidelijke wijken. Reactie: De verbinding verdient prioriteit, dit betekent niet dat deze direct door het station doorgetrokken zal worden.

De notie dat er sprake is van een belangrijke verbinding en dat deze moet worden verbeterd, betekent niet dat er direct een weg onder het station moet komen. Op dit moment ligt er een voorstel om het centraal station van Dordrecht te verbeteren. Bij het verbeteren van het knooppunt hoort ook het verbeteren van de verbinding. De wijze waarop de rode loper als interwijk verbinding vorm krijgt, is onderdeel van een gezamenlijke studie. Overigens is met de nieuw te bouwen fietsenstalling wel rekening gehouden met een eventuele tunnel of doortrekking. Aanpassing in Omgevingsvisie: n.v.t. 17

Nieuwe haltes moeten te combineren zijn met een aantrekkelijke tunnel of passage onder of over het spoor, die beide zijden verbindt. Randvoorwaarde voor het goed functioneren van de stations is de aanwezigheid van een aankomstplek en een kwalitatief hoogwaardige openbare ruimte, die voorzieningen als fietsenstalling, bushalte en Kiss & Ride biedt. Samenvatting zienswijze: Het is niet verstandig om een treinstation te bouwen als de gebiedsontwikkelingen (hoogst) onzeker zijn. Er is grote kans op het ontstaan van een geïsoleerd station incl. sociale veiligheidsproblemen, etc. Sociale veiligheid is al snel een aandachtspunt als het gebruik (aantal reizigers) van een treinstation achter blijft. Dit betekent dat voldoende draagvlak (programma), nodig is met een mix aan functies, die zorgen voor activiteit verspreid over de dag. Als er een nieuw station bij komt, zorg er dan voor dat het een prettige plek wordt, met een aantal goede functies, waar het prettig is om te zijn. Ervaring is dat je bij minder dan ca. 10.000 in-/uitstappers de voorzieningen niet goed op orde krijgt. Reactie: De stations in Dordrecht hebben als prognose, gezien de reizigersgroei op het spoor en de ombouw van de Oude Lijn, het benodigde aantal in en uitstappers. Sociale veiligheid is ook voor de gemeente een belangrijk aspect en wordt uiteraard meegenomen in de planontwikkelingen.

Voor Amstelwijck geldt dat de gebiedsontwikkeling goed moet worden afgestemd op de komst van een station. Het Leerpark is dusdanig ver ontwikkeld dat de aantallen reizigers, bij het sluiten van station zuid, realistisch zijn. Aanpassing in Omgevingsvisie: Op pagina 145, Spoorzone, Openbare ruimte, is het volgende aangepast: De openbare ruimte dient gericht te zijn op verblijf, spelen, bewegen, ontmoeting, vergroening en (sociale) veiligheid. Ten eerste dient de entree aan de zuidzijde van het station gelijkwaardig te zijn aan de noordzijde. Een representatieve en hoogkwalitatieve entreeruimte en gebouw en een groter aantal verbindingen onder en over het spoor met hogere kwaliteit en capaciteit helpen dit te bereiken. Samenvatting zienswijze: Bij het maken van verbindingen boven het spoor spelen een aantal zaken: • Er moet een fors hoogteverschil overbrugd worden om over het spoor heen te gaan. Zorg ervoor dat de verbindingen gebruiksvriendelijk zijn, anders zullen mensen er geen gebruik van maken en een andere route kiezen. • Bij het maken van grote vlakken boven het spoor ontstaat een aan het zicht onttrokken onderwereld. De kans dat het gevoel van onveiligheid toeneemt is groot.

• Het succes van een station wordt bepaald door het concentreren van loopstromen, zodat een beperkt aantal reizigersvoorzieningen nodig is en het station goed leesbaar is met het liefst maximaal twee ontvangstdomeinen. Voor het station zelf geldt dus max. 1 verbinding. Ga zorgvuldig om met (een goede aansluiting met) het rijksmonumentale stationsgebouw. • Functie stationsgebouw: het monumentale stationsgebouw heeft een overmaat aan ruimte. Onderzoek moet uitwijzen of rehabilitatie van het stationsgebouw tot hoofdontvangstdomein mogelijk is. Reactie: De zienswijze van Reclamant wordt onderstreept: de capaciteit en kwaliteit van de verbinding moet centraal staan bij het verbeteren van knoopunt Dordrecht. Voor de gemeente behoort het tot de mogelijkheden dat er meer dan één route is om van de zuidzijde naar de noordzijde te geraken. In een gezamenlijk ontwerp moeten de 18

verschillende ontwerpvraagstukken, aandachtspunten en ervaringen uit de zienswijze een plaats krijgen. Aanpassing in Omgevingsvisie: n.v.t.

19

Zienswijze / reclamant 6: ProRail Reclamant verzoekt om de onderstaande aspecten in een verdere uitwerking op te laten nemen c.q. te verwerken, met als uitgangspunt dat de bedrijfsvoering van reclamant 6 niet wordt belemmerd. Externe Veiligheid Samenvatting zienswijze: Reclamant 6 verzoekt voor het aspect Externe Veiligheid in relatie tot Railverkeer gebruik te maken van de meest recente gegevens (Basisnet). Reactie: Externe veiligheid/omgevingsveiligheid rondom transportassen is in deze Omgevingsvisie een zeer relevant onderwerp. In de hoofdstukken 3, 4 en 5 alsmede in bijlage 5 staat uitgebreid omschreven hoe nu en in de toekomst omgegaan wordt met externe veiligheid/omgevingsveiligheid in relatie tot de ontwikkeling van de stad. Voor het spoor hanteren wij de volgende uitganspunten en randvoorwaarden: • Niet bouwen binnen de 10-6 contour (deze contour is gebaseerd op de in het de regeling bassinet opgenomen risicoplafond 10-6) • Niet bouwen binnen het brandaandachtsgebied van het spoor zoals opgenomen in het Besluit kwaliteit leefomgeving (BKL). • Het explosie aandachtsgebied behorende bij het spoortracé Dordrecht- Lage Zwaluwe wordt aangewezen als een explosie voorschriften gebied.

Binnen dit gebied zijn beperkingen opgenomen voor de vestiging van zeer kwetsbare functies • De maximaal toelaatbare personendichtheden per gebied zijn beschreven in hoofdstuk 5 en gebaseerd op de in het de regeling bassinet opgenomen referentiewaarden voor het vervoer. Verder streven wij, gezien de huidige hoogte van het groepsrisico, naar en verdergaande reductie van de door het spoor veroorzaakte risico's. Aanpassing in Omgevingsvisie: n.v.t. Geluid Samenvatting zienswijze: Reclamant 6 verzoekt voor het aspect Geluid in relatie tot Railverkeer gebruik te maken van de meest recente gegevens (Geluidproductieplafonds). Reactie: Bij geluidonderzoek naar railverkeerslawaai wordt uitgegaan van de geldende geluidproductieplafonds (GPP's). Daarbij is wel van belang dat er niet onnodig veel ruimte zit in de GPP's. Dat is in Dordrecht wel het geval, zowel op de lijn Dordrecht – Lage Zwaluwe als op de MerwedeLingeLijn. In overleg met Prorail en het ministerie van IenW loopt al enige tijd een traject om de GPP's langs de lijn Dordrecht – Lage Zwaluwe te verlagen. Vanwege de grote bouwopgave in de Spoorzone heeft deze lijn prioriteit. In vervolg daarop wil de gemeente ook de GPP's langs de MerwedeLingeLijn verlagen. Uit een eerdere verkenning bleek dat die GPP's niet in verhouding zijn tot het inmiddels veel stillere materieel op de lijn.

Dat leidt in geval van bouwplannen langs de lijn tot onnodige geluidmaatregelen. Aanpassing in Omgevingsvisie: n.v.t. Aspect Trillingen Samenvatting zienswijze: Indien de “ontwerp Omgevingsvisie Dordrecht" bebouwing dichtbij het spoor mogelijk maakt, kan trillinghinder voor de toekomstige bewoners/gebruikers ontstaan als gevolg van treinverkeer. Hoewel er geen wettelijke normen bestaan voor trillinghinder in dit soort situaties acht reclamant 6 het gewenst dat er in de planvorming wel aandacht voor is. In het kader van de goede ruimtelijke 20

ordening en de zorgvuldige voorbereiding van besluiten raadt reclamant 6 aan om het aspect trillinghinder af te wegen. Reclamant 6 raadt aan om het aspect trillingen te betrekken bij de “ontwerp Omgevingsvisie Dordrecht” en alle in de toekomst daarop gebaseerde ruimtelijke plannen. Er wordt verwezen naar de Handreiking Nieuwbouw en Spoortrillingen. Reactie: Spoortrillingen is een relatief nieuw aspect bij ruimtelijke ontwikkelingen. Wij hebben daar nog geen onderzoek naar gedaan en/of beleid voor ontwikkeld, maar erkennen het belang van het onderwerp en voegen het toe in de Omgevingsvisie. In de Omgevingswet en met name in het Besluit kwaliteit leefomgeving is dit wel voorzien. Wij hebben een regel over trillingshinder al toegepast in het recent vastgestelde bestemmingsplan Amstelwijck. Deze regel is gebaseerd op de Handreiking Nieuwbouw en Spoortrillingen, waarbij wij de onderzoekslast hebben neergelegd bij de ontwikkelende partij. Vooruitlopend op de inwerkingtreding van de Omgevingswet en op het omgevingsplan, streven wij ernaar om het aspect spoortrillingen op vergelijkbare wijze mee te nemen bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen met trillingsgevoelige gebouwen in de aandachtszone, een zone van 100 meter aan weerszijden van het spoor, gericht op de spoorlijn Zwijndrecht – Lage Zwaluwe, de lijn waar het zwaar transport zich op concentreert.

Aanpassing in Omgevingsvisie: Naar aanleiding van deze zienswijze is het onderwerp spoortrillingen op een aantal plaatsen in de Omgevingsvisie toegevoegd: • Doel 3, subdoel Een akoestisch aanvaardbare woon-, werk- en leefomgeving, als laatste alinea toegevoegd: Een aan geluid te relateren en relatief nieuw thema is hinder van spoortrillingen. In hoofdstuk 4 geven we hiervoor een eerste richting. We zullen dit thema uitwerken als onderdeel van het Omgevingsplan. • Doel 3, Uitwerking in programma's, afspraken en/of omgevingsplan, toegevoegd: Spoortrillingen • Hoofdstuk 4, 4.3 Milieu systeem, aan de inleiding toegevoegd: Daarnaast besteden we kort aandacht aan spoortrillingen, een relatief nieuw aspect binnen milieu en leefbaarheid. • Hoofdstuk 4, 4.3 Milieu systeem, toegevoegd als 4.3.2.: Spoortrillingen Spoortrillingen is een relatief nieuw aspect bij ruimtelijke ontwikkelingen. In Dordrecht is daar nog geen onderzoek naar gedaan en/of beleid voor ontwikkeld. In de Omgevingswet en met name in het Besluit kwaliteit leefomgeving is dit wel voorzien. In het recent vastgestelde bestemmingsplan Amstelwijck is een regel over trillinghinder opgenomen. Deze regel is gebaseerd op de Handreiking Nieuwbouw en Spoortrillingen, waarbij in de planregels de onderzoekslast is neergelegd bij de ontwikkelende partij.

Vooruitlopend op de inwerkingtreding van de Omgevingswet en op het Omgevingsplan, streven wij ernaar om het aspect spoortrillingen op vergelijkbare wijze mee te nemen bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen met trillingsgevoelige gebouwen in de aandachtszone (een zone van 100 meter aan weerszijden van het spoor) gericht op de spoorlijn Zwijndrecht – Lage Zwaluwe, de lijn waar het zwaar transport zich op concentreert. Gronden in eigendom Samenvatting zienswijze: In de Omgevingsvisie zijn gronden opgenomen die in eigendom zijn van reclamant. Reclamant merkt op dat deze gronden – zonder nadrukkelijke toestemming - niet mogen worden gebruikt. Deze gronden zijn benodigd ten behoeve van de uitvoering van haar taken en eventuele toekomstige plannen. De gronden dienen te allen tijde onbelemmerd toegankelijk te zijn en te blijven voor het uitvoeren van werkzaamheden en in het geval van calamiteiten. Reclamant verzoekt alle gronden in haar eigendom te voorzien van de bestemming Verkeer-Railverkeer.

21

Reactie: In de uitwerking wordt uiteraard rekening gehouden met de verschillende belangen, de eigendomssituaties en calamiteitenroutes. In de Omgevingsvisie gaat het echter om abstract beleid en grotere gebiedsontwikkelingen. Aanpassing in Omgevingsvisie: n.v.t. Gronden NS Percelen in eigendom van NS, grenzend aan gronden welke in eigendom zijn van ProRail, worden vaak door reclamant gebruikt. Er wordt verzocht hiermee rekening te houden en het gebruik van NS gronden door reclamant niet onmogelijk te maken. Reactie: In de uitwerking van plannen, wordt rekening gehouden met de verschillende belangen en eigendomssituatie. De bereikbaarheid van eigendommen maakt hier onderdeel van uit. Aanpassing in Omgevingsvisie: n.v.t. Stamlijn Reclamant 6 verzoekt zorg te dragen dat het gebruik van de aanwezige stamlijn naar Dordrecht Zeehaven niet onmogelijk wordt gemaakt door de in de Omgevingsvisie genoemde plannen. Reactie: Het huidige gebruik van de Stamlijn is het uitgangspunt. De Stamlijn maakt ook onderdeel uit van de visie op de ontwikkeling van het Maasterras. Aanpassing in Omgevingsvisie: n.v.t.

22

Zienswijze / Reclamant 7 Reclamant wil een zienswijze op de Omgevingsvisie geven m.b.t. het omzetten van oude tuinbouw kassenlocatie aan de Haaswijkweg Oost 75A. Samenvatting zienswijze: Reclamant is ervan overtuigd dat de herontwikkeling van de locatie (en meer in het algemeen; locaties met landschapsontsierende grootschalige tuinbouwcomplexen) een waardevolle bijdrage kan leveren in het realiseren van de gestelde doelen • Aantrekkelijke stad door versterken woningdifferentiatie, woningen in duurdere sector, hoogwaardige inrichting, landschappelijk ontwerp dat aansluit bij polderomgeving; •

• •

Gezonde stad en het versterken van de biodiversiteit door het verwijderen van glazen opstallen, verregaand vergroenen van de locatie en het toevoegen van water(berging); Dordrecht als vestigingsstad door het toevoegen van woningen in een sector waar veel vraag naar is (zeker bij ondernemers); Klimaatbestendige en energieneutrale stad door klimaatadaptief te bouwen, energieneutraal, hoge mate van circulariteit en in hoge mate zelfvoorzienend.

Momenteel zijn de kassen (ca. 15.000 m2) in gebruik als caravanstalling en Reclamant 7 zou de locatie graag omzetten naar een woningbouwlocatie. Er is een plan toegevoegd voor het verkavelen van de locatie in zes grote vrije kavels (kaveloppervlakte tussen 1700 en 2500 m2). Het plan is nu opgezet conform de beleidsregels van de landelijke Rood voor Rood-regeling waarmee de mogelijkheid geboden wordt om bij de sloop van tenminste 850 m2 aan landschapsontsierende agrarische bouwwerken een of meerdere woningen te realiseren op kavels van tenminste 1000 m2. In overleg met de architect en een makelaar hebben wij onderzocht waar de behoefte ligt voor grotere kavels in Dordrecht en wat ruimtelijk mogelijk zou zijn op deze plek en zijn we op het bijgevoegde verkavelingsplan gekomen. Reclamant stelt met dit plan het overleg met de gemeente te zijn aangegaan waarbij is aangegeven dat de Rood voor Rood-regeling niet van toepassing is verklaard in de beleidsstukken in Dordrecht en dat er daarom op het hele gebied maar een of twee woningen gebouwd zouden mogen worden. Volgens Reclamant is dit een gemiste kans en wordt verzocht de Rood voor Rood-regeling alsnog op te nemen en ons plan daarmee mogelijk te maken. Reactie: Uw plan is eind 2018 reeds behandeld binnen de gemeente en besproken met de wethouder ruimtelijke ordening en aan uw architect teruggekoppeld.

Hierbij is geconcludeerd dat het plan niet past binnen de kaders van de Structuurvisie. De Structuurvisie wordt nu vervangen door de Omgevingsvisie, maar ook daarin is het beleid dat er geen woningen worden toegevoegd in het buitengebied, in dit specifieke geval de Zuidpolder. Hier is in het verleden een duidelijk standpunt over ingenomen door de politiek. Daarnaast zal zowel de Provincie Zuid Holland als LTO Nederland bebouwing in het buitengebied niet ondersteunen. Wel is de mogelijkheid geboden om te bezien of er één woning kan worden gerealiseerd als de huidige bebouwing / kassen worden gesloopt. Aanpassing in Omgevingsvisie: n.v.t.

23

Zienswijze / Reclamant 8: Vereniging oud-Dordrecht Reclamant vindt dat de cultuurhistorische ambities en duurzaamheidsambitie voor erfgoed erg slap zijn geformuleerd. En dat de ambities zich uitsluitend op behoud en op haalbaarheid en op zeer korte termijn richten. Reclamant stelt dat een visie zich meer zou moeten richten op langere termijn doelen. Er wordt een opsomming gegeven als inspirerende illustratie. Algemeen Samenvatting zienswijze: Reclamant vraagt om een hoger ambitieniveau. Het gaat Reclamant niet alleen om behoud maar ook om het herstel van beschadigde teloorgegane cultuurhistorische, maar ook om het terugbrengen van het historisch weefsel in routes en schaal waardoor contextuele schade aan het nog aanwezige cultuurgoed wordt weggenomen. Reactie: De concrete ambities en het beleid van de gemeente komen terug in de Welstandsnota Dordrecht en het Beeldkwaliteitplan Binnenstad Dordrecht. Het klopt dat de Omgevingsvisie grotendeels uit bestaand beleid bestaat. Met de komst van een nieuw instrument, de Omgevingswet, verandert ons beleid niet. Het doel van de Omgevingsvisie is voornamelijk het integreren van beleid op het gebied van de fysieke leefomgeving. Het ruimtelijk beleid voor de historische binnenstad is verder uitgewerkt in de Welstandsnota Dordrecht en het Beeldkwaliteitplan Binnenstad Dordrecht.

Uitgangspunt bij ontwikkelingen is (herstel van) de historische structuur. De Welstandsnota en het Beeldkwaliteitplan Binnenstad horen bij de zogenaamde bruidsschat en blijven voorlopig het toetsingskader voor ontwikkelingen. Aanpassingen in de Omgevingsvisie: n.v.t. Pag. 27 Samenvatting zienswijze: “Behoud en waar mogelijk versterking van de cultuurhistorische waarden”. Reclamant stelt dat "waar mogelijk" geen visie is en stelt voor om hier volgende zin van te maken: "Behoud en versterking van de cultuurhistorische waarden, het terugbrengen van verloren waarden en het creëren van de juiste context door schade aan het historisch weefsel te herstellen qua schaal en routes". Reactie: Als er geen ontwikkelingen zijn, kan er ook geen herstel plaats vinden. In het Beeldkwaliteitplan zijn door de gemeente zogenaamde frictiegebieden benoemd, waar de historische structuur is verstoord. Dit zijn met name de Grote Markt en het Otto Dickeplein. Hier ambieert de gemeente verbetering. Aanpassingen in de Omgevingsvisie: n.v.t. Pag. 29 Samenvatting zienswijze: “Verbeteren ruimtelijke kwaliteit van de Grote Markt en omgeving en het Otto Dickeplein.” Reclamant vindt het verbeteren van de kwaliteit een slap doel op plekken waar die kwaliteit ver te zoeken is.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/267/documents/8648