CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Nota naar aanleiding van de zienswijzen ontwerp bestemmingsplan Vlijweide Scholenlocatie Noordendijk - raad.pdf

Gemeenteraad Dordrecht 21 september 2021, gemeente DordrechtBij agendapunt: 50: Vaststellen bestemmingsplan Vlijweide Scholenlocatie Noordendijk - Raadsvoorstel6.363 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bijlage Behorend bij het raadsvoorstel tot vaststelling van het bestemmingsplan Vlijweide, scholenlocatie Noordendijk

Nota naar aanleiding van de zienswijze ontwerp bestemmingsplan Vlijweide Inleiding Het ontwerp bestemmingsplan heeft ter inzage gelegen van 30 november 2020 t/m 10 januari 2021. Er zijn vier zienswijzen ingediend tegen het ontwerpbestemmingsplan, waarvan er één is ingediend op 11 januari, dus buiten de gestelde termijn. Het voorstel is om deze niet ontvankelijk te verklaren, inhoudelijk zijn deze zienswijzen gelijk aan die van reclamant 2. Zienswijzen en reacties Reclamant 1 Zienswijze 1: Wij maken bezwaar tegen het gehele Ontwerpbestemmingsplan inclusief alle onderliggende stukken en rapporten en al hetgeen verder voor de besluitvorming ter zake doet of heeft gedaan. We stellen dat onder meer sprake is van onzorgvuldigheid, verzaken van zorgplicht, onvoldoende belangenafweging en onvoldoende informeren, althans niet adequaat, van belanghebbenden. De Bewonersvereniging Plan Tij vertegenwoordigt ondergetekenden niet. We verzoeken u om vanaf heden alle correspondentie aangaande het Ontwerpbestemmingsplan met de Bewonersvereniging Plan Tij tevens direct met ons te delen. We verzoeken u (WOB) bij deze tevens om alle voorgaande correspondentie met de Bewonersvereniging Plan Tij aangaande het Ontwerpbestemmingsplan ons te doen toekomen.

Reactie: Het voorontwerp bestemmingsplan Vlijweide heeft van 15 juni t/m 27 juli 2020 ter inzage gelegen, zowel op het Stadskantoor als digitaal via www.ruimetlijkeplannen.nl en de website www.dordrecht.nl/ruimtelijkeplannen, dit is zoals gebruikelijk gepubliceerd in het Gemeentenieuws en de Staatscourant. Het ontwerp bestemmingsplan heeft ter inzage gelegen van 30 november 2020 t/m 10 januari 2021, ook deze is op bovenstaande wijze gepubliceerd. Met de bewonersvereniging Plan Tij is niet afzonderlijk gecorrespondeerd. De bewoners van Plan Tij hebben (net als de bewoners van de andere omliggende wijken) de nieuwsbrieven per post ontvangen. De nieuwsbrieven zijn verstuurd in juni 2019, februari 2020, april 2020, juni 2020 en november 2020. Ook was en is er de mogelijkheid van inschrijving voor de digitale nieuwsbrief bij mevrouw S. de Keizer via SCA.de.keizer@dordrecht.nl. Dezelfde nieuwsbrief wordt dan digitaal gestuurd. Er zijn op 21 februari 2019 en 19 februari 2020 informatieavonden georganiseerd waarvoor alle omwonenden zijn uitgenodigd.

Middels toezending van de nieuwsbrieven en de correspondentie tussen de Gemeente en de bewonersvereniging Plan Tij is aan het WOB verzoek is voldaan. Voorstel: Wij stellen u voor deze zienswijze ongegrond te verklaren.

Zienswijze 2: We maken bezwaar tegen artikel 8 in zijn geheel en in het bijzonder tegen lid 8.1 sub e: [. . .] natuurontwikkeling [. . .] We maken ernstig bezwaar tegen deze uitbreiding. Dit is in het vigerende bestemmingsplan niet mogelijk. Dit leidt onder meer, maar niet uitsluitend tot extreme planschade, overlast, onveilige situaties en parkeerproblemen. We verzoeken lid 8.1 sub e te verwijderen. Reactie: Het begrip natuurontwikkeling is opgenomen in de begrippenlijst van het bestemmingsplan: natuurontwikkeling: inrichting van een gebied met het oogmerk van daaropvolgend ontstaan van leefgebieden met een hogere natuurwaarde dan die er eerst aanwezig was. Onduidelijk is waarom dit zou leiden tot extreme planschade, overlast, onveilige situaties en parkeerproblemen. Om verduidelijking van de zienswijze te krijgen is er gepoogd om met de reclamant een overleg in te plannen om uitleg en toelichting van deze zienswijze. In eerste instantie heeft de reclamant aangegeven om hier aan mee te werken. Er is meerdere malen geprobeerd een afspraak te maken, de reclamant heeft echter niets meer van zich laten horen. Geconcludeerd kan worden dat de zienswijze onvoldoende is onderbouwd. Voorstel: Wij stellen u voor deze zienswijze ongegrond te verklaren.

Zienswijze 3: Het onderzoek flora en fauna is onzorgvuldig. Voor diverse soortgroepen wordt in het onderzoek "lnventarisatie Noordendijklocatie te Dordrecht januari 2019" aangegeven dat aanvullend onderzoek nodig is. Dit aanvullend onderzoek heeft nog niet plaatsgevonden althans maakt geen onderdeel uit van de besluitvorming, c.q. ligt niet ter inzage. De "Memo Quick Scan Milieu" bevestigt dit beeld. Reactie: Het aanvullend vleermuisonderzoek is uitgevoerd en heeft als bijlage 13 bij het ontwerp bestemmingsplan ter inzage gelegen. Voorstel: Wij stellen u voor deze zienswijze ongegrond te verklaren.

Zienswijze 4: We maken bezwaar tegen de locatie van de scouting. Belanghebbenden zijn niet betrokken in de besluitvorming, noch blijkt dat er naar alternatieven is gekeken, althans niet gedeeld noch gecommuniceerd op andere wijze. We verzoeken de scouting te behouden op de huidige locatie. Reactie: Tijdens de inspraakavonden is vanuit een aantal bewoners duidelijk de wens kenbaar gemaakt om scouting in het gebied te behouden. Deze wens kwam enerzijds voort uit het feit dat de activiteiten goed in dit gebied passen anderzijds omdat dit gebied altijd kinderrijk is geweest. Met behoud van de scouting in het gebied kunnen we aan deze wens tegemoet komen. Scouting is dan ook als onderdeel van de gebiedsontwikkeling in het plan gebleven. Er is vanuit de gemeente in overleg met Scouting en de watersportvereniging naar diverse mogelijkheden gekeken binnen de project grens. Locatie aan het water was het meest logische en passend voor de verenigingsactiviteiten. De scouting heeft op 31 oktober 2020 een informatiemiddag daaromtrent gehouden. Uit die informatiemiddag is als resultaat de nu gekozen locatie als meest gewenste naar voren gekomen en vanuit de gemeente zijn er geen belemmeringen voor die locatie gebleken. Niet duidelijk is echter welke inhoudelijke bezwaren reclamant tegen de voorgestelde locatie heeft, zodat de zienswijze op dat punt onvoldoende onderbouwd is.

Voorstel: Wij stellen u voor deze zienswijze ongegrond te verklaren. Zienswijze 5: De contouren van de jachthaven zijn niet consequent ingevuld. Aan de zuid-west zijde van de haven wordt de uiteinden van de steigers gevolgd om de bestemming jachthaven af te bakenen. Aan de noord zijde van de haven wordt dit principe niet toegepast. Dit is niet consistent. We verzoeken om de bestemming jachthaven af te bakenen conform de rode lijn in onderstaande weergave.

Reactie: Gezien de ligging van de aanlegsteigers zien wij mogelijkheid om medewerking te geven aan uw verzoek. . De functieaanduiding wordt aangepast conform onderstaande verbeelding. Ontwerpplan:

Aangepast:

Voorstel: Wij stellen u voor deze zienswijze gegrond te verklaren en de verbeelding op bovenstaande wijze aan te passen voor wat betreft de functieaanduiding 'jachthaven'.

Reclamant 2 Zienswijze 1: Allereerst willen we benadrukken dat wij an sich geen bezwaar hebben tegen de ontwikkeling van woningbouw aan de Vlijweide. Wel hebben wij bezwaar tegen de wijze waarop de belangen van de huidige bewoners aan de markt worden overgelaten en niet in harde kaders van het bestemmingsplan worden vastgelegd. Weliswaar mogen bewoners adviseren over plannen van ontwikkelaars, maar daarbij is er afhankelijkheid van de kwaliteit van plannen die door ontwikkelaars worden ingediend. Reactie: De wetgeving op RO-gebied tendeert steeds meer in de richting van minder strakke kaders in het bestemmingsplan zelf. Dat valt af te leiden uit de Crisis – en Herstelwet , maar ook uit de Omgevingswet die nog in werking moet treden. Een bestemmingsplan met verbrede reikwijdte is een voorloper van het omgevingsplan, onderdeel van de nieuwe Omgevingswet welke naar alle waarschijnlijkheid op 1-1-2022 in werking gaat treden. In de omgevingsplannen wordt, anders dan in de huidige bestemmingsplannen, veel meer aan de uiteindelijke ontwikkelaar overgelaten. De gemeente bepaalt de kaders in een bouwenvelop, waaraan een toekomstig plan getoetst wordt. Bij het bestemmingsplan verbrede reikwijdte Vlijweide is in een heel vroeg stadium overleg geweest met diverse betrokkenen, waaronder ook de omwonenden.

Er zijn diverse informatie- avonden georganiseerd waarvan de opmerkingen en wensen van omwonenden in sommige gevallen aanleiding zijn geweest tot het aanpassen van de bouwenvelop en het uitvoeren van extra onderzoeken. De ingediende plannen van ontwikkelaars worden beoordeelt door diverse ambtelijke disciplines, waarbij ook het onderwerp ecologie een grote rol speelt. Tevens wordt er advies gevraagd aan een door bewoners samengestelde Bewonersgroep. De raad blijft ook na realisatie een rol spelen door de doelen gesteld in de bouwenvelop regelmatig te monitoren en kan middels handhaving ingrijpen. Voorstel: Wij stellen u voor deze zienswijze ongegrond te verklaren.

Zienswijze 2: In hoofdstuk 2.12.4 staat dat het onderzoek naar stikstofdecompositie nog niet volledig is en nog aangevuld dient te worden. Ook de omgevingsdienst Haaglanden heeft hier in eerste instantie opmerkingen op gemaakt, waarna volgens uw reactie op de inspraakreactie van de omgevingsdienst een aanvulling gestuurd is. De reactie van de omgevingsdienst hierop is niet bijgevoegd. Het ontwerpbestemmingsplan is derhalve op dit punt incompleet en niet goed te beoordelen. Reactie: In een bestemmingsplan verbrede reikwijdte hoeven nog niet alle onderzoeken afgerond te zijn. Bij de indiening van de bouwaanvraag wel. Op dat moment toetst de Omgevingsdienst het plan aan de vereiste met betrekking tot de stikstofdecompositie. Het definitieve plan kan alleen worden vergund indien hieraan voldaan wordt. Voorstel:

Wij stellen u voor deze zienswijze ongegrond te verklaren.

Zienswijze 3: Het nieuwe bestemmingsplan maakt bebouwing direct langs de oevers van de Vlij mogelijk, waar dit in het vigerende bestemmingsplan als groen bestemd is. Er wordt niet onderbouwd waarom er op dit punt wordt afgeweken van het vigerende bestemmingsplan. Wij verzoeken u dan ook om de huidige groenbestemming van oevers van de Vlij als groenbestemming te handhaven, zodat deze oever gegarandeerd groen en openbaar toegankelijk blijft en bebouwing pas vanaf de huidige bebouwingsgrenzen plaatsvindt. Reactie: De gemeente heeft er bewust voor gekozen om voor deze complexe unieke opgave een tender uit te schrijven. Eis is dat de ontwikkelaar een zoetwatergetijde gebied maakt waarin maximaal ruimte is voor 70 woningen. Hiervoor moeten de bestaande oevers verflauwd worden. Wij willen op voorhand niet een strook van het gebied aanwijzen met een groenbestemming met een vooraf bepaalde grens. Dit wordt als te beperkend gezien voor de invulling van de opgave. Met de eis dat minimaal 40% van de oever openbaar moet zijn is hier wel op aangestuurd. Samen met de wens om zoveel mogelijk bestaande bomen te handhaven. De definitieve invulling is daarna door de ontwikkelaar te bepalen en volgens de gunningseisen, waaronder de hierboven genoemde eisen, uit de tender te beoordelen. Voorstel: Wij stellen u voor deze zienswijze ongegrond te verklaren.

Zienswijze 4: Daarnaast verzoeken wij u nogmaals om in lijn met de wens voor ecologische oevers de bebouwingshoogte ook binnen het plangebied vanaf de Vlij richting de Noordendijk stapsgewijs te laten oplopen van 0 (groenbestemming) tot 12 meter. Indien u dit niet wenst, dan verzoeken we minimaal het gebied waar in het vigerende ontwerpbestemmingsplan de bestemming groen is aangegeven, op 0 meter bouwhoogte stellen. Reactie: Een bebouwingshoogte van 0 betekent dat bouwen onmogelijk is. Gezien de uitdagende opgave willen wij niet op voorhand sturen, vandaar dat voor het hele gebied 12 meter is opgenomen. Voorstel: Wij stellen u voor deze zienswijze ongegrond te verklaren.

Zienswijze 5: We juichen een ecologische inrichting van het bestaande talud toe. In de informatiebijeenkomsten is toegezegd dat onderdeel van het ecologische talud ook bomen zijn die in de bovenste deel van de ecologische zone staan. Dit is nu nergens vastgelegd, noch in het bestemmingsplan, noch in de bouwenvelop. Wij verzoeken u de toezegging

gestand te doen en vast te leggen dat een bomenrij onderdeel is van de ecologische zone en daarmee onlosmakelijk van de inrichting. Reactie: Wij veronderstellen dat hiermee bedoeld wordt de bomen die in de doorsnede (figuur 2) staan in de zone boven de gemiddelde hoogwaterlijn. Deze is gebruikt op de informatieavond om de zogenaamde gradiënten (zones) van een zoetwatergetijde te verduidelijken (pagina 12 van 112928-19-002.980-Onderzoek kaderstellende criteria Noordendijk). In de begeleidende tekst staat dat dit ook afhankelijk is van het soort beheer. Dit rapport dient als inspiratiebron voor de ontwikkelaar en zet uiteen wat de kenmerken zijn van een zoetwatergetijdegebied en hoe je dit kan maken. De bomen zijn daarin geen eis. De eisen staan in de bouwenvelop (pagina 19). Daarin wordt vermeld dat er ecologisch waardevolle plekken gecreëerd moeten worden waarvan zoveel mogelijk aangesloten oeverlengte wordt nagestreefd, omdat versnippering van groen ongewenst is. Er is geen eis voor een bomenrij. Dat bomen van belang zijn voor natuurbeleving en de ecologie staat buiten kijf. Er is echter geen aantal of plek benoemt. Voorstel: Wij stellen u voor deze zienswijze ongegrond te verklaren.

Zienswijze 6: In hoofdstuk 2.12 wordt in de bestaande situatie op geen enkele wijze gerefereerd aan de bomen aan de Vlijzijde. Wij zouden deze graag toegevoegd zien aan de lijst met waardevolle bomen. Dit hebben wij u ook reeds middels onze inspraakreactie van 23 juli 2020 gevraagd. In uw reactie geeft u aan dat dit buiten het formele participatietraject voor de bomenlijst was; deze liep echter van 16 juli tot 1 september 2020 en viel daar dus ruim binnen. Daarmee is ons verzoek aan het college middels die inspraakreactie ontvankelijk. Daarnaast blijkt uit de onderbouwing van het bestemmingsplan dat deze bomenrij ook van belang is voor oriëntatie van in dit gebied voorkomende vleermuizen. Wij ontvangen dus graag alsnog een formele en inhoudelijk onderbouwde reactie op ons verzoek om deze toe te voegen aan de bomenlijst, waarbij ook ingegaan wordt op de belangen voor vleermuizen. Reactie: De inspraak om bomen toe te voegen aan de bomenlijst staat los van dit bestemmingsplan. Nomineren van waardevolle bomen kon gedurende juli t/m eerste week september 2020 (via kaart en prikker op de website of per mail of telefonisch). Het voorstel voor de geactualiseerde Bomenlijst komt in maart op de agenda van de raad ter besluitvorming, waarna er gedurende 6 weken ter inzage legging van de Bomenlijst is.

Omdat de Bomenlijst nu een interactieve vorm heeft, is afgesproken met wethouder Stam dat bewoners continu bomen kunnen nomineren. Dus na besluitvorming van de raad, wordt de Bomenlijst weer op de webpagina geplaatst en kunnen nieuwe waardevolle bomen worden genomineerd. Een verzoek voor het toevoegen van bomen aan de bomenlijst kan niet middels een inspraakreactie op het bestemmingsplan; dit zijn afzonderlijke (besluitvormings) trajecten. Voorstel: Wij stellen u voor deze zienswijze ongegrond te verklaren.

Zienswijze 7: In eerdere gesprekken hebben wij naar aanleiding van de plangrens van het ontwikkelgebied aangegeven bezwaar te hebben tegen uitbreiding van het bestaande eiland. Dit vanwege de beperking van de huidige zichtlijnen over het water richting de Baden Powelllaan. In de bouwenvelop is deze mogelijkheid nog steeds opgenomen. Wij maken bezwaar tegen de mogelijkheid om het bestaande eiland uit te breiden. Reactie: Een eventuele uitbreiding van het eiland is een optie voor het realiseren van een gesloten grondbalans. Grond die elders wordt uitgegraven kan worden toegevoegd aan het eiland. Mocht dit in aan de orde komen, moeten we voldoen aan de Wet natuurbescherming. We houden daarom zorgvuldig rekening met beschermde fauna. Dat betekent dat we verstoring van fauna voorkomen door onze werkwijze aan te passen, denk bijvoorbeeld aan het werken buiten de kwetsbare periode van broedende vogels. Een eventuele uitbreiding van het eiland beperkt mogelijk het uitzicht, maar daarbij ook het eventuele zicht op de nieuwe bebouwing en biedt in plaats daarvan uitzicht op nieuwe natuur. Voorstel: Wij stellen u voor deze zienswijze ongegrond te verklaren.

Zienswijze 8: In hoofdstuk 2.13.3 wordt aangegeven dat het waterbergende vermogen toeneemt als gevolg van het vrij spel krijgen van eb en vloed. Aangezien vloed hier al vrij spel heeft neemt de waterberging helemaal niet toe, graag zien wij een nadere onderbouwing op dit punt. Reactie: Het waterbergend vermogen is voor het bestemmingsplan niet leidend geweest, het uitbreiden van het zoetwatergebied is wel een voorwaarde geweest. De reclamant stelt terecht dat het waterbergend vermogen met deze ontwikkeling niet toeneemt. Deze zin wordt verwijderend uit de toelichting. Voorstel: Wij stellen u voor deze zienswijze gegrond te verklaren en de zin 'Het waterbergend vermogen neemt hierdoor toe' te verwijderen uit hoofdstuk 2.13.3 van de toelichting. Zienswijze 9: In de Vlij is een bever aanwezig. Onduidelijk is dat het wijzigen van het getij en aanpassen van het bestaande eiland in de Vlij met het leefgebied van de bever doet. Reactie: Het betreft een natuurontwikkeling die mede is bedoeld om het leefgebied natuurlijker en geschikter te maken voor de bever. Door zorgvuldig te handelen (werkperiode en werkwijze) in overeenstemming met de Wet natuurbescherming en die handelwijze vast te leggen in een ecologisch werkprotocol kan en zal rekening gehouden worden met de algemene en beschermde zoogdieren die in en om het plangebied leven.

Uitgangspunt daarvoor is dat bestaande functionele leefgebieden onverstoord en behouden blijven.

Voorstel: Wij stellen u voor deze zienswijze ongegrond te verklaren.

Zienswijze 10: De route met bomen langs de oever fungeert als een oriëntatie route voor vleermuizen. Tevens is de groene oever op dit moment een foerageergebied voor vleermuizen. Derhalve verzoeken wij u deze groene zone te behouden en te versterken met een ecologische oever. Reactie: In de bouwenvelop is opgenomen dat waardevolle bomen moeten blijven staan, de overige bomen bij voorkeur. Dit betekent dat we voorkeur geven om zoveel mogelijk bomen te laten staan en hierbij moet ook rekening worden houden met het behoud van de vliegroute van vleermuizen. Mocht inderdaad sprake zijn van kap van één of meerdere bomen, bepalen we met de stadsecoloog de impact op de vliegroute. Als sprake is van aantasting van de vliegroute, bijvoorbeeld doordat de luwte wegvalt, is er een ontheffing nodig conform de Wet natuurbescherming. Het is dan ook belangrijk dat deze vliegroute, zoveel als mogelijk, wordt behouden. Dit is een belangrijk aandachtspunt voor het verdere ontwerp. Voorstel: Wij stellen u voor deze zienswijze ongegrond te verklaren.

Zienswijze 11: Daarnaast geeft u voor het plangebied aan dat alle afwatering van wegen en daken ongefilterd de Vlij in gespuid mag worden. Ervaring leert juist dat bij regenbuien veel vervuiling van wegen en daken afspoelt en daarmee een diffuse bron van verontreiniging van het oppervlaktewater vormt. Dit past niet bij een ecologische ontwikkeling. U refereert in uw reactie op onze inspraak dat dit het wettelijke kader is, terwijl een doelstelling van het bestemmingsplan een hoogwaardig ecologisch gebied is. Wij verzoeken u nogmaals de bouwenvelop aan te vullen met eisen ten aanzien van filtering van regenwater, voordat dit op de Vlij gespuid wordt om het plan in overeenstemming met de door uzelf gestelde doelen te brengen. Reactie: De Rijksoverheid heeft bepaald dat hemelwater afkomstig uit woonwijken zonder zuiverende voorziening op het open water geloosd mag worden. Uitzonderingen zijn bv koperen daken. En gebouwen moeten voorzien worden van niet-uitloogbare materialen, dus geen zinken of koperen dakgoot. De gebiedsontwikkeling Stadswerven loost via een gescheiden stelsels hemelwater op de rivier, dus ongezuiverd. Filtering van regenwater kan met het toepassen van bodempassages, grote bezinkvijvers, helofyten- of zandfilters. Deze maatregelen passen bij lozing op een beek, maar niet bij aansluiting op een rivier.

Voorstel: Wij stellen u voor deze zienswijze ongegrond te verklaren.

Zienswijze 12: In de bouwenvelop is opgenomen dat de privacy van de bestaande bewoners aan de Vlij dient te worden geborgd. Hierbij is geen enkele definitie gegeven, waarmee het feitelijks niets zegt. Eerder hebben wij u bericht per mail dd 20-12-2019 16:26u dat wij onder “borgen” privacy het volgende verstaan: “Zoals in het eerdere overleg aangegeven is ons niet helder wat bedoeld wordt met privacy. Dit is ook niet uitgelegd. Als het uitgelegd wordt in de context van de historische uitleg: ‘het recht om met rust gelaten te worden’ in die zin dat het niet drukker wordt dan nu op de oever aan de overzijde van het water, dan vinden wij dat een prima definitie. Als jullie uitleg anders is, dan zouden we dat graag vernemen. “ Aangezien hier ook in de inspraakreactie niet inhoudelijk op is gereageerd gaan wij er vanuit dat u deze definitie onderschrijft en verzoeken wij u nogmaals deze op te nemen in het bestemmingsplan danwel de bouwenvelop. Het overlaten van de invulling van de definitie door een ontwikkelaar is niet acceptabel. Reactie: Navraag bij de VNG levert het onderstaande advies op: "als een begrip in het normale spraakgebruik (Van Dale Groot Woordenboek van de Nederlandse Taal) voldoende duidelijk is dan is het advies om hiervoor in het bestemmingsplan geen nadere definitie voor op te nemen". Het gebied vormt een onderdeel van de bebouwde kom van de gemeente.

Zoals bekend mag worden verondersteld ontwikkelt de gemeente zich en is er grote behoefte aan meer woningen. In die situatie kan nooit gegarandeerd worden dat het niet drukker wordt op de oever aan de overzijde van het water. Dat kan zelf niet gegarandeerd worden als het huidige bestemmingsplan gehandhaafd zou worden. Ook binnen de geldende bestemming is vervanging tot 12 meter en intensivering van de bebouwing mogelijk. Rekening houden met .. betekent niet beschermen in die zin dat er geen enkele aantasting van die privacy mogelijk is. Bovendien speelt de afstand tussen de mogelijke bebouwing en de bestaande woningen aan de overzijde van de Vlij bij het begrip "aantasting van de privacy" ook een rol. Die afstand is voor de bebouwde kom niet klein te noemen waardoor de kans op reële aantasting van de privacy afneemt. Er zijn diverse gesprekken geweest maar de wens van de bewoners om middels de bouwenvelop en bestemmingsplan te garanderen dat er nooit een woning aan de overkant wordt gebouwd kan niet worden gegeven. Wij kunnen ook niet garanderen dat er niet meer of minder mensen zullen lopen of verblijven aan de overzijde. Het is nu een openbaar pad waar iedereen kan wandelen of verblijven. Als een ontwikkelaar ervoor kiest om een deel privé te maken, wordt het rustiger.

We hebben in bouwenvelop aangegeven dat in het plan rekening moet worden gehouden met de privacy van de huidige bewoners. Het is aan de ontwikkelaar om dit te waarborgen, bijvoorbeeld door het uit te geven, of door niet recht tegenover de woning een grote glazen open gevel te maken, of het af te schermen met groen. Aan deze eis zal dus moeten worden voldaan maar de wijze waarop is afhankelijk van de uitwerking van het plan. Voorstel: Wij stellen u voor deze zienswijze ongegrond te verklaren.

Zienswijze 13: Onze tuin heeft zoals bekend een damwand met een plasdraszone aan de Vlij. Door het wijzigen van het waterpeil, wijzigt ook de belasting op de damwand en de mogelijke begroeiing en daarmee het beheer en onderhoud van de plas-dras zone. U geeft in uw inspraakreactie aan dat de aannemer gevraagd zal worden een nulmeting uit te voeren, zodat de huidige staat van de damwand bepaald kan worden, waarvoor dank. Vervolgens geeft u aan dat wij een schadevergoeding kunnen indienen indien schade ontstaat. Wij verzoeken u de aannemer ook te verplichten een nameting te doen en te bevestigen dat de gemeente schade die op basis van deze beide metingen ontstaat zal vergoeden. Daarnaast hebben wij momenteel de verplichting tot onderhoud van de plas-dras zone. Omdat niet in te schatten is wat een wijziging van het waterpeil in de Vlij doet, accepteren wij na wijziging van het waterpeil niet langer zonder meer de beheerverplichting die de gemeente ons heeft opgelegd. Wij verzoeken u toe te zeggen dat u met ons aanvullende afspraken zal maken over het beheer als deze beheerlasten wijzigen. Reactie: Gezien het risico op schade aan de bestaande damwand vragen wij de aannemer om een nulmeting van de bestaande damwand uit te voeren. Daarbij wordt de staat van de damwand vóór het wijzigen van het waterpeil bepaald.

Bij schade door de waterpeil wijziging kunt u schadevergoeding eisen van de ontwikkelaar dan wel gemeente. Voorstel: Wij stellen u voor deze zienswijze ongegrond te verklaren.

Reclamant 3 Zienswijze 1: Zolang dit gedeelte van de Vlij een uithoek blijft en er dus geen doorstroming aanwezig is, zal de bodem in hoog tempo bedekt worden met slib dat nog steeds veel giftige stoffen zoals PFOA en GenX, maar ook PAK’s, etc., zal bevatten. In eerste instantie is het plan dat de bodem van de Vlij ter plaatse, dus na de schotbalken wordt uitgebaggerd, waarbij de vraag is waar die bagger kan blijven. Maar daarna wordt op deze bodem en op de bodem van het nieuw af te graven gedeelte van het plangebied weer vervuild slib afgezet. Dat betekent dat er frequent zal moeten worden gebaggerd ter sanering om te voorkomen, dat mensen, in het bijzonder kinderen, die hier komen te wonen en spelen, met deze stoffen in aanraking komen. Ook zal frequent baggeren nodig zijn om een zekere diepte te handhaven. Het baggeren zal een aanslag zijn op het bodemleven, dus op de ecologische situatie die intussen is ontstaan. Een geheel onmogelijke situatie ontstaat na het aanleggen van natuurlijke oevers in deze uithoek van de Vlij: Natuurlijke oevers zijn in principe een verbetering van de ecologische- en duurzaamheidswaarde van het gebied, maar het nadeel in deze situatie is dat het ecologisch gezien onwenselijk / onmogelijk is deze oevers van een vervuilde sliblaag te ontdoen.

Alleen door een brede en diepe waterverbinding via de Oranjelaan te maken kan enigszins tegemoet worden gekomen aan deze bezwaren en de water- en bodemkwaliteit op peil gehouden worden. Zo niet, dan zal ook de gezondheid van alle dierlijk leven zwaar worden belast. Het voorstel voor zo´n verbinding is niet nieuw. Stichting Het Wantij deed dit voorstel al in 2008 in een brief aan het college. Het college wees dit af vanwege de hoge kosten. Daarna is het voorstel wel opgenomen als doel in de nota voor de Stedelijke Ecologische Structuur, (SES). Toch heeft het college hier nooit werk van gemaakt. Vanwege het verkrijgen van toestemming voor het bestemmingsplan Stadswerven van 2016 zijn met Rijkswaterstaat (RWS) afspraken gemaakt die o.a. inhielden dat die verbinding van de Vlij er zou komen vanwege compensatie van het verlies aan ecologische waarde bij de uitvoering van de plannen voor Stadswerven. Het kan niet zo zijn dat die afspraken niet meer zouden gelden. Stichting Het Wantij is van oordeel dat het college vanwege ecologische- en milieuoverwegingen een grote verantwoordelijkheid en verplichting heeft deze verbinding te realiseren en wel als randvoorwaarde voor goedkeuring door de raad van dit ontwerpbestemmingsplan.

Reactie: In november 2002 is een structuurplan voor De Stadswerven vastgesteld waarin sprake is van het doortrekken van de Vlij naar het Wantij om zo het Watertorengebied autonoom te maken. Toenmalig wethouder Hans Spigt heeft op 18-9-2007 besloten om vanwege de kosten dit plan niet door te zetten. In het op 10 mei 2016 vastgestelde 'nieuwe' bestemmingsplan Stadswerven is hier dan ook geen sprake meer van.

Verder geldt dat we de waterbodem gaan baggeren, voorafgaand aan dit baggeren wordt onderzoek gedaan naar de waterkwaliteit en ook naar de verspreidbaarheid van het waterbodemslib. Daarbij moeten we voldoen aan landelijk gestelde normen voor toelaatbare concentraties aan vervuilende stoffen. We leveren daarmee, na het baggeren, een schone oever op, zoals op locatie van de ecologische oever. Daarna is een regulier baggerwerk nodig (eens in de 8 jaar), dit moeten we met de groep beheerders verder concreet maken. Er wordt niet verwacht dat de ecologische oever daarmee zo vervuild raakt, dat dit impact heeft op alle flora en fauna. Ook in de huidige situatie hebben zich namelijk, met de aanwezige waterbodem, natuurwaarden ontwikkeld, die zijn aangepast aan de huidige abiotiek van de Vlij. Stichting EcoShape wijst juist op een positief effect van het weghalen van de houten damwandconstructie (schotbalk). “Dit is ook beter vanuit het oogpunt van sedimentatie”. In de huidige situatie hoopt het slib zich namelijk op achter de schotbalk. Voorstel: Wij stellen u voor deze zienswijze ongegrond te verklaren.

Zienswijze 2: Wat betreft de stikstofdepositie en de effecten op het nabijgelegen Natura 2000 gebied schiet de berekening aan alle kanten te kort, zo concludeert ook de Omgevingsdienst Haaglanden. De berekening van stikstofuitstoot vanwege vervoersbewegingen in de gebruiksfase van de woonwijk is te laag ingeschat, omdat de extra belasting over een te korte afstand in rekening is gebracht. Minimaal tot aan de N3, luidt de kritiek. Ook dient de stikstofuitstoot vanaf het eerste begin, dat wil zeggen het begin van de sloop, tot en met de bouw, hierbij betrokken te worden. Daarnaast schiet de berekening te kort omdat de stikstofdepositie in cumulatief verband behoort te worden bezien met die van alle projecten op Stadswerven op een steenworp afstand van dit project. De stikstofdepositie kan flink omlaag gebracht worden als er gekozen wordt voor eenvoudige woningen met een echt duurzame manier van bouwen; het verbouwen in plaats van slopen van de schoolgebouwen en de aanleg van een Tiny Forest. Tiny Houses, die geplaatst kunnen worden zonder te hoeven funderen met palen, voldoen veel meer aan deze opgave. Ook het nalaten van het plaatsen van damwanden en/of basaltkeien als oeverbeschoeiing of om andere redenen, bespaart veel stikstofuitstoot. Nergens valt te lezen dat dit soort beperkende maatregelen tot de randvoorwaarden behoren.

Reactie: In een bestemmingsplan verbrede reikwijdte hoeven nog niet alle onderzoeken afgerond te zijn. Bij de indiening van de bouwaanvraag wel. Op dat moment toetst de Omgevingsdienst het plan aan de vereiste met betrekking tot de stikstofdecompositie. Het plan wordt alleen vergund indien hieraan voldaan wordt. Voorstel: Wij stellen u voor deze zienswijze ongegrond te verklaren.

Zienswijze 3: De Vlij is een zeer smal riviertje met kwetsbare oevers met grote ecologische waarden. Vanwege de pleziervaart vanuit Plan Tij en de jachthaven, staan deze oevers bloot aan steeds meer golfslag, hetgeen afkalving tot gevolg heeft. Een verdere toename betekent een nog grotere belasting. Niet alleen van de Vlij, maar ook via het Wantij naar de Biesbosch. Ook hier weer een cumulatie van vaarbewegingen op het Wantij o.a. vanwege de toenemen van pleziervaart vanuit Stadswerven. De nieuwe bewoners zullen waarschijnlijk frequenter gaan varen, omdat de boten voor hun deur of, de grotere boten, in de nabijgelegen jachthaven komen te liggen. Ook de vaarbewegingen van grote werkschepen in de bouwfase en bij het (latere onderhouds)baggeren, etc. zal impact hebben op de belasting van de oevers en al het leven dat zich daar bevindt. Bij de komst van deze wijk met woningen aan het water zal dit gedeelte van de Vlij veranderen van een rustig leefgebied voor dieren waaronder het ecologisch zeer belangrijke ‘kleine leven’ in een drukke speelvijver met bootjes, afgesloten voor grotere boten vanwege de bruggen aan de Baaden Powellaan. Het is onduidelijk of bewoners boten mogen hebben en waar en of er aanlegplaatsen komen. Het zou goed zijn als in dit kwetsbare gebied veel golfslag veroorzakende boten en waterscooters worden verboden. Te vaak wordt vol gas door de Vlij geraced.

Reactie: De bruggen onder de Baden Powellaan zijn een beperkende factor qua diepte en hoogte voor eventuele bootjes van de nieuwe bewoners. De bestaande jachthaven wordt niet uitgebreid, dus het aantal ligplaatsen voor jachten zal niet toenemen. Er is wel een mogelijkheid voor sloepen en kano's, waar deze komen is afhankelijk van het winnenede plan, maar moet binnen het plangebied van de tender worden gerealiseerd. Voorstel: Wij stellen u voor deze zienswijze ongegrond te verklaren.

Zienswijze 4: Het is buitengewoon treurig dat de bestaande bomen, op twee na, niet beschermd zijn door een opname in de bomenlijst. Er is geen enkele garantie dat een projectontwikkelaar rekening zal houden met deze bomen bij het maken en uitvoeren van plannen. Natuurinclusief bouwen houdt niet alleen in dat er voorzieningen voor vleermuizen en nestgelegenheid voor vogels wordt ingebouwd in de woningen en dat daken en gevels worden voorzien van groen. Natuurinclusief houdt in, zoals het woord zelf al zegt, dat de bouwplannen de bestaande natuur en bomen zoveel mogelijk als uitgangspunt neemt; ze inclusief beschouwt, integreert in de plannen. Dat houdt ook in dat er geen koele en vaak nogal opportunistische en onbewezen afweging plaats mag vinden tussen het verlies van het oude en de komst van het

nieuwe. Ook de ecologische waarde en functie van oudere bomen zijn zeker op korte termijn niet vervangbaar. Dit ecotoop en de functie voor dieren gaat dan definitief verloren. Het is nogal een flauw antwoord van het college op bezorgde vragen van eerder betrokkenen over de bomen: “uw reactie om bomen beschermd te krijgen op de bomenlijst is te laat; de aanmelding voor nieuwe bomen is zojuist gesloten”… Stichting Het Wantij pleit voor het opnemen op de bomenlijst van alle bestaande bomen. Ook dan is er de mogelijkheid bomen te kappen, maar is er via een vergunningsprocedure meer garantie voor zorgvuldigheid in de afwegingen. Reactie: De inspraak om bomen toe te voegen aan de bomenlijst staat los van dit bestemmingsplan. Nomineren van waardevolle bomen kon gedurende juli t/m eerste week september 2020 (via kaart en prikker op de website of per mail of telefonisch). Het voorstel voor de geactualiseerde Bomenlijst komt in maart op de agenda van de raad ter besluitvorming, waarna er gedurende 6 weken ter inzage legging van de Bomenlijst is. Omdat de Bomenlijst nu een interactieve vorm heeft, is afgesproken met wethouder Stam dat bewoners continu bomen kunnen nomineren. Dus na besluitvorming van de raad, wordt de Bomenlijst weer op de webpagina geplaatst en kunnen nieuwe waardevolle bomen worden genomineerd.

Een verzoek voor het toevoegen van bomen aan de bomenlijst kan niet middels een inspraakreactie op het bestemmingsplan. Voorstel: Wij stellen u voor deze zienswijze ongegrond te verklaren.

Zienswijze 5: Het bestaande eilandje in de Vlij dient vergroot te worden met de aanleg van natuurlijke oevers en zoveel mogelijk rust- / vluchtgebied te worden voor dieren. Het leefgebied van dieren zal tot in de verre omgeving, vanwege de nieuwe woonwijk veel meer belast worden vanwege de grote toename van menselijke invloeden. Dit eilandje kan een belangrijke, nodige (hoewel nog steeds onvoldoende) compensatie zijn. Te weinig wordt rekening gehouden met de verstoring van bestaande essentiële vliegroutes voor vleermuizen over de Oranjelaan richting binnenstad. Deze is sinds 2006 al ernstig verstoord vanwege de kap van bomen op die route naast het Watertorenterrein. Ook is het foerageergebied van vleermuizen op het Watertorenterrein vanwege de bouwprojecten aldaar volledig vernietigd, inclusief de route langs de bomenrijen aan de oevers. Het steeds maar weer vernietigen van routes met het argument dat er nog voldoende alternatieven zijn en routes verlegd kunnen worden is niet meer acceptabel. Het is niet te verwachten dat de ecologische waarde van dit gebied zal toenemen als er niet geheel natuurinclusief wordt gebouwd en respectvol met de natuur wordt geleefd. Plan Tij is wat dat betreft geen inspirerend voorbeeld geworden.

De Stichting vraagt zich af of er ooit een evaluatie heeft plaatsgevonden naar de ecologische impact van Plan Tij, zodat daarvan geleerd kan worden bij het bouwen van de nieuwe woonwijk.

De aan te leggen natuurlijke oevers zijn winst wat betreft het contact dat bewoners met de natuur kunnen ervaren, maar de ecologische winst is waarschijnlijk beperkt gezien de intensieve menselijke aanwezigheid en het intensieve beheer dat is aangekondigd. Reactie: In de bouwenvelop is de mogelijkheid opgenomen voor de vergroting van het natuureiland. Een eventuele uitbreiding van het eiland is een optie voor het realiseren van een gesloten grondbalans. Grond die elders wordt uitgegraven kan worden toegevoegd aan het eiland. Mocht dit in aan de orde komen, moeten we voldoen aan de Wet natuurbescherming. We houden daarom zorgvuldig rekening met beschermde fauna. Dat betekent dat we verstoring van fauna voorkomen door onze werkwijze aan te passen, denk bijvoorbeeld aan het werken buiten de kwetsbare periode van broedende vogels. Het is aan de inschrijvende partij om hier, aan de hand van de voorschriften in de bouwenvelop, al dan niet een concreet voor te doen. Het is juist dat in dit gebied een vliegroute voor vleermuizen aanwezig is. Het is dan ook belangrijk dat deze vliegroute, zoveel als mogelijk, wordt behouden. Dit is een belangrijk aandachtspunt voor het verdere ontwerp. Een ontheffing van de Wet natuurbescherming is nodig als we de vliegroute niet kunnen behouden.

Wij zetten met de aanleg van natuurvriendelijke oevers, het toelaten van meer getij en de mogelijkheid tot vergroting van het natuureiland maximaal in op de mogelijkheden voor getijdenatuur binnen de stad. Het eventueel vergroten van het eiland betekent niet dat het daarmee ook meer toegankelijk wordt voor mensen; het is de bedoeling dat hier de natuur zich ongestoord kan ontwikkelen. Het ecologisch beheer bepaalt erna in hoeverre we ermee onze biodiversiteit stimuleren. Uit evaluatie van Plan Tij is gebleken dat het beheer een grote rol speelt bij de ecologische impact. Er wordt nu met de bewoners van Plan Tij onderzocht hoe dit beter kan. In het nieuwe plan is beheer en onderhoud als gunningscriterium opgenomen. Voorstel: Wij stellen u voor deze zienswijze ongegrond te verklaren.

Zienswijze 6: Daarom pleit de Stichting ook voor vergroting van de ecologische waarde van de oevers van de Vlij tegenover Plan Tij door het verbreden van het griend. Dat kan door ook water toe te laten tussen het eerste en tweede dijkje langs het Wantijpark. Dit voorstel heeft de Stichting ook in haar visie over de Wantijzone gedaan. Reactie: De bedoelde oever ligt buiten de grenzen van dit bestemmingsplan. Voorstel: Wij stellen u voor deze zienswijze ongegrond te verklaren.

Zienswijze 7:

Het bestuur van Stichting Het Wantij wil zijn ongenoegen uiten over het volstrekt negeren door het college van de Stichting aangaande de al jaren gaande voorbereidingen op de weg naar dit ontwerpbestemmingsplan. De Stichting is als direct belanghebbende nooit geïnformeerd, laat staan uitgenodigd. Het is dan ook buitengewoon vreemd en oneerlijk dat in de stukken vermeld wordt dat het college zeer geïnteresseerd was in de meningen en inbreng van betrokkenen. De meest directe belangenbehartiger van ontwikkelingen in de Wantijzone is dus met opzet buitenspel gezet. Soortgelijk gebeurde bij de ontwikkeling van “groenblauw” langs de grote rivieren bij “Rivier als Getijdenpark XL” i.s.m. de Provincie onder leiding van projectleidster mevrouw Kelder. Na een aanvankelijk goed contact met deze projectleidster, liet zij plotseling weten door wethouder Stam verboden te zijn nog langer met de Stichting te spreken! Ook bij de ontwikkeling van de visieplannen voor het Wantij en de Staart werd de Stichting op aanwijzing van het college, door het ontwerpbureau van Geuze, volstrekt genegeerd. Nota bene als belangenbehartiger voor de Wantijzone en met bewoners van de Staart in het bestuur. Gelukkig heeft de Stichting o.a. via de motie op initiatief van o.a. Groen Links invloed kunnen krijgen op de plannen voor een visie.

Op de manier zoals hierboven beschreven, wordt geen gebruik gemaakt van aanwezige nuttige kennis van Stichting het Wantij. Een beschamende gang van zaken, zeker voor een gemeente die zich laat voorstaan op de wijze waarop met de burger en met de natuur wordt omgegaan. Desondanks is de Stichting graag bereid in overleg te gaan met de gemeente Reactie: Een ontwerp bestemmingsplan wordt voor iedereen ter inzage gelegd. Dit wordt gepubliceerd in het Gemeentenieuw en de Staatscourant. Vervolgens is dit te raadplegen middels de website dordrecht.nl en ruimtelijkeplannen.nl. Voor het plan Vlijweide is er ook een voorontwerp bestemmingsplan openbaar gemaakt, de Stichting heeft geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid om in te spreken bij het voorontwerp bestemmingsplan. Voorstel: Wij stellen u voor deze zienswijze ongegrond te verklaren.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/317/documents/12178