CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Nota Lokale Heffingen 2021.pdf

Gemeenteraad Dordrecht 16 mei 2023, gemeente DordrechtBij agendapunt: 15: Vaststellen Financiële verordening gemeente Dordrecht 2023 - Raadsvoorstel11.741 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

8 alinea's met “invordering”: 16 25 39 46 76 77 547 580

NOTA LOKALE HEFFINGEN Gemeente Dordrecht, 2021

1. 1.1 1.2 1.3

INLEIDING Aanleiding Doelstelling Leeswijzer

3 3 3 3

2. 2.1 2.2 2.3

LOKALE HEFFINGEN Introductie Publiekrechtelijk/privaatrechtelijk Lokale heffingen gemeente Dordrecht

4 4 4 5

3. 3.1 3.2 3.2.1 3.2.2 3.3 3.3.1 3.3.2 3.4 3.4.1 3.4.2 3.4.3 3.4.4 3.5 3.6

HEFFINGEN – ALGEMENE KADERS Inleiding Belastingen en rechten Belastingen Rechten Tariefbeleid Belastingdruk Doelstelling tariefbeleid Kostendekkendheid Opbrengstnorm Kostentoerekening Kostendekkingsgraad Kruissubsidiëring Vrijstelling Kwijtschelding

7 7 7 7 8 8 8 8 8 9 9 11 11 11 12

4. 4.1 4.2 4.2.1 4.2.2 4.2.3 4.2.4 4.2.5.1 4.2.5.2 4.2.6 4.2.7 4.2.8 4.2.9 4.3 4.3.1.1 4.3.1.2

13 13 13 13 15 16 18 19 21 22 24 25 27 29 29

4.3.1.3 4.3.2 4.3.3 4.3.4

HEFFINGEN – BESCHRIJVING PER HEFFING Inleiding Belastingen Afvalstoffenheffing BI-zones Hondenbelasting Logiesheffing Onroerendezaakbelasting (OZB) - woningen Onroerendezaakbelasting (OZB) - niet-woningen Parkeerbelastingen Precariobelasting Reclamebelasting Rioolheffing Rechten Leges (titel I) - Algemene dienstverlening Leges (titel II) - Dienstverlening vallend onder fysieke leefomgeving/ omgevingsvergunning Leges (titel III) - Dienstverlening vallend onder Europese dienstenrichtlijn Lijkbezorgingsrechten Marktgelden Reinigingsrecht

5.

INVORDERING

38

Nota Lokale Heffingen (oktober 2021)

31 32 33 35 36

2

1. INLEIDING 1.1 Aanleiding Artikel 212 van de Gemeentewet verplicht gemeenten tot het opstellen van regels op het gebied van financieel beleid, het financieel beheer en de inrichting van de financiële organisatie. Deze zijn voor Dordrecht vervat in de Financiële verordening gemeente Dordrecht. In deze verordening zijn regels opgenomen, die de uitoefening van de kaderstellende en controlerende taken in het financiële beleid door de raad mogelijk moeten maken. De raad geeft met de verordening aan binnen welke financieel-administratieve kaders het college zijn bestuur moet voeren. In artikel 6 van de Financiële verordening gemeente Dordrecht is vastgelegd, dat het college een nota Lokale Heffingen ter behandeling en vaststelling aanbiedt aan de raad.

In de nota wordt invulling gegeven aan de verplichte elementen vanuit artikel 212 lid 2b van de Gemeentewet, namelijk: "grondslagen voor de berekening van de door het gemeente bestuur in rekening te brengen prijzen en van tarieven voor rechten als bedoeld in artikel 229b, alsmede, voor zover deze wordt geheven, voor de heffing bedoeld in artikel 15.33 van de Wet Milieubeheer." Daarnaast wordt in de nota ook invulling geven aan de voorschriften die vanuit het Besluit Begroting en verantwoording worden gesteld ten aanzien van de verplichte paragraaf lokale heffing in de gemeentelijke begroting en jaarstukken, meer in het bijzonder artikel 10: "De paragraaf betreffende de lokale heffingen bevat ten minste: a) de geraamde inkomsten. b) het beleid ten aanzien van de lokale heffingen. c) een overzicht op hoofdlijnen van diverse heffingen, waarin inzichtelijk wordt gemaakt hoe bij de berekening van tarieven van heffingen, die hoogstens kostendekkend mogen zijn, wordt bewerkstelligd dat de geraamde baten ter zake geraamde lasten niet overschrijden, wat de beleidsuitgangspunten zijn die ten grondslag liggen aan deze berekeningen en hoe deze uitgangspunten bij de tariefstelling worden gehanteerd. d) een aanduiding van de lokale lastendruk.

e) een beschrijving van het kwijtscheldingsbeleid." De leden b), c) en e) hebben een plaats in deze nota en worden beperkt beschreven in de paragraaf Lokale Heffingen van de P&C-documenten. Op deze manier wordt voorkomen dat inhoudelijke kaders van document tot document elke keer integraal moeten worden beschreven. Op de leden a) en d) wordt juist in de paragraaf Lokale Heffingen uitgebreid ingegaan (zowel bij de begroting als bij de jaarrekening). Deze informatie kan per jaarschijf een andere uitkomst geven. We gebruiken de kaders, zoals die in deze nota worden beschreven ten aanzien van lid c), om de gevraagde berekening op te stellen in de paragraaf Lokale Heffingen. Deze nota vervangt de vorige nota Lokale Heffingen (d.d. 19 februari 2013). Hiermee is het complete vigerende beleid weer onderdeel van de nota in plaats van dat er diverse besluiten bij elkaar moeten bezien.

1.2 Doelstelling Doel van de nota is het verstrekken van een overzicht en stand van zaken van het totaal aan gemeentelijke heffingen en het formaliseren van de gemeentelijke beleidslijnen. Het vormt de basis voor de gemeentelijke belastingheffingen voor de komende periode.

1.3 Leeswijzer Na een introductie van lokale heffingen in hoofdstuk 2, wordt in hoofdstuk 3 ingegaan op de diverse algemene aspecten en bijbehorende kaders ten aanzien van heffingen. Per in Dordrecht in gebruik zijnde heffing is vervolgens onder hoofdstuk 4 per heffing een overzicht waarin deze algemene kaders per heffing specifiek worden gemaakt. Tenslotte wordt in hoofdstuk 5 ingegaan op het aspect invordering.

Nota Lokale Heffingen (oktober 2021)

3

2. LOKALE HEFFINGEN 2.1 Introductie Het recht tot het heffen van belastingen is een pijler van onze democratische rechtsstaat:  het heffen van belasting vergroot de betrokkenheid van burgers met de gemeente als decentrale overheid.  een eigen belastinggebied geeft de raad de mogelijkheid om met belastingen (aanvullend) beleid te financieren, of financiële buffers op te bouwen.  een gemeentelijk belastinggebied maakt het mogelijk om de verdeling tussen inkomsten en uitgaven af te stemmen op plaatselijke voorkeuren. Het Europees Handvest voor de lokale autonomie geeft decentrale overheden expliciet de mogelijkheid om eigen inkomsten te genereren. De Grondwet verankert dat gemeenten deze inkomsten mogen genereren door belastingen te heffen. Dit is verder uitgewerkt in de Gemeentewet (met name de artikelen 216 tot en met 219). Hiermee reguleert de wetgever veel ten aanzien van lokale heffingen. De nota gaat in op de keuzen die binnen de nog bestaande beleidsvrijheid gemaakt kunnen worden Gemeenten zijn vrij belastingen wel, of niet te heffen. Zo heffen niet alle gemeenten een hondenbelasting, of een toeristenbelasting. De afvalstoffenheffing, de rioolheffing en de OZB, die samen de lokale lastendruk vormen, worden door vrijwel iedere gemeente geheven.

Er zijn drie belangrijke voorwaarden verbonden aan het heffen van belastingen door gemeenten: • gemeenten heffen alleen belastingen die in de Gemeentewet, of in andere wetten specifiek zijn benoemd (Gemeentewet, artikel 219 lid 1). • gemeentelijke belastingen mogen niet naar winst, vermogen of inkomen worden geheven (Gemeentewet, artikel 219 lid 2). • voorafgaand aan het heffen van de belasting, dient een verordening vastgesteld te worden (Gemeentewet, artikel 216/217). Het grootste gedeelte aan middelen voor de uitvoering van de gemeentelijke taken ontvangen gemeenten van de Rijksoverheid. Een groot deel daarvan, afhankelijk van het aantal inwoners, de oppervlakte en enkele speciale omstandigheden, komt uit het gemeentefonds. Gemeenten mogen hier in principe mee doen wat ze willen. Mits ze invulling geven aan de aan hen toebedeelde taken. Het andere gedeelte wordt gevormd door doelgerichte bijdragen van het Rijk, die gekoppeld zijn aan een specifiek doel waaraan de gelden besteed moeten worden. Naast de middelen van de Rijksoverheid ontvangen gemeenten ook geld van haar inwoners en bedrijven die binnen haar grenzen gevestigd zijn en van bezoekers. Een gedeelte hiervan wordt gevormd door de gemeentelijke heffingen. De raad bepaalt ieder jaar de hoogte van de heffingen.

Tijdens de behandeling van de begroting worden de geraamde inkomsten vastgesteld, nadat de raad bij de voorafgaande kadernota de indices voor onder andere de lokale heffingen heeft bepaald. Daarnaast wordt door de raad ieder jaar voor iedere afzonderlijke belasting een verordening vastgesteld. In de verordening staan de voorwaarden, tarieven en uitgangspunten voor de desbetreffende belasting. De raad heeft een aantal vrijheden waar het de invulling van het gemeentelijk belastinggebied betreft. Zo kan besloten worden over: • de belastingen die de gemeente heft. • de verdeling van belastingdruk over burgers en bedrijven. • de hoogte van de tarieven en totale opbrengst van belastingen. • de kwijtschelding.

2.2 Publiekrechtelijk/privaatrechtelijk De lokale heffingen omvatten enkel publiekrechtelijke inkomsten van de gemeente. Naast publiekrechtelijke inkomsten zijn er ook privaatrechtelijke inkomsten. Privaatrechtelijke inkomsten hebben betrekking op tarieven voor economische activiteiten. Dit betreft economische activiteiten die verricht worden in het algemeen belang. Hierbij kan gedacht te worden aan de catering zoals die wordt verzorgd op de Essenhof, kaartjes voor de musea, of de verhuur van panden.

Nota Lokale Heffingen (oktober 2021)

4

Wanneer de overheid optreedt als marktpartij is zij gehouden aan de Wet Markt en Overheid. Dit heeft bijvoorbeeld tot gevolg dat een dienst kostendekkend moet worden aangeboden. Ook bij een publiekrechtelijke heffing kan de overheid optreden als marktpartij. Deze situatie doet zich bijvoorbeeld voor bij het reinigingsrecht. De Nota Lokale Heffingen laat de privaatrechtelijke inkomsten buiten beschouwing.

2.3 Lokale heffingen gemeente Dordrecht Het gemeentelijk belastinggebied wordt beperkt tot heffingen die volgens de wet kunnen worden opgelegd. Op grond van het in artikel 104 van de Grondwet neergelegde legaliteitsbeginsel1 kan de gemeente geen belastingen invoeren, die niet eerst door de Rijksoverheid mogelijk zijn gemaakt. Kaders Lokale Heffingen Dordrecht Het gemeentelijke kader om de lokale heffingen vorm te geven en uit te voeren bestaat uit:  Nota Lokale Heffingen.  Kadernota, Begroting en Jaarrekening (met name de paragraaf Lokale Heffingen).  Belastingverordeningen2.  eventuele separate raadsbesluiten. De Nota Lokale Heffingen is hierbij het meerjarig en richtinggevende kader. In deze nota wordt aangegeven op welke wijze binnen de gemeente vorm is gegeven aan de mogelijkheden die er voor gemeenten zijn ten aanzien van heffingen. Hierbij wordt vastgelegd welke belastingen en heffingen in Dordrecht worden geheven en welke niet. Tevens is er aandacht voor beleidslijnen en ontwikkelingen die de praktijk van heffen (kunnen) beïnvloeden. In de kadernota wordt jaarlijks de voorgenomen ontwikkeling van de inkomsten uit heffingen uiteengezet, als voorbereiding op de begroting. De begroting en de jaarrekening - die in het kader van de planning en controlcyclus ter vaststelling worden voorgelegd aan de raad - kennen een paragraaf Lokale Heffingen.

Deze paragraaf geeft een beeld van de geraamde en daadwerkelijke invulling voor een bepaald jaar van het beleid op alle heffingen, de inkomsten daaruit en de effecten voor burgers en bedrijven, inclusief lastendruk en de toepassing van kwijtschelding. In de paragraaf Lokale Heffingen bij de begroting betreft het een vooruitkijkende blik naar het komende jaar en in de paragraaf Lokale Heffingen bij de jaarstukken wordt teruggeblikt op het afgelopen jaar. De raad bepaalt door de vaststelling van verordeningen welke belastingen de gemeente heft en hoe hoog de tarieven zijn. De raad is hierbij gebonden aan de landelijke regelgeving. Bij twijfel kan de rechter de belastingverordening toetsen aan onder andere de Gemeentewet en de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. In de verordeningen worden tenminste, conform artikel 217 Gemeentewet, het belastbare feit, de belastingplichtige, het voorwerp van de belasting, de heffingsmaatstaf, het tarief en het tijdstip van ingang van de heffing geregeld. De belastingverordeningen worden jaarlijks voor het begin van het nieuwe belastingjaar geactualiseerd en door de raad vastgesteld.

Heffingsmaatstaf en tarieven Voor zowel de heffingsmaatstaf als het tarief geldt in beginsel dat de gemeente enige vrijheid heeft om deze zelf te kiezen en vast te stellen, zij het dat ook hier de grenzen worden bepaald door het verbod om de gemeentelijke belastingen afhankelijk te stellen van inkomen, winst of vermogen en het gelijkheids- en evenredigheidsbeginsel. Voor rechten en gebonden belastingen geldt in zijn

1

Een rechtsbeginsel dat inhoudt dat iedere eenzijdige overheidshandeling – bijvoorbeeld het heffen van een belasting of retributie – direct of indirect moet berusten op een wet in formele zin. Een wet in formele zin is middels de procedure van artikel 81 Grondwet tot stand is gekomen wat betekent dat vaststelling geschiedt door de Staten-Generaal en de Regering tezamen. Hierdoor is gewaarborgd dat ingrijpende inbreuken op rechten van burgers enkel kunnen plaatsvinden onder goedkeuring van een meerderheid van de volksvertegenwoordiging. 2 Onder belastingverordeningen wordt in dit verband ook verstaan de verordening die de heffing en invordering van rechten regelen.

Nota Lokale Heffingen (oktober 2021)

5

algemeenheid nog dat de tarieven zodanig moeten worden vastgesteld, dat de begrote opbrengsten de begrote kosten niet overstijgen, de zogenaamde 100%-dekkingsgraad. Heffingen voor zover die worden opgelegd aan ondernemers bevatten verkoop-BTW.

Nota Lokale Heffingen (oktober 2021)

6

3. HEFFINGEN – ALGEMENE KADERS 3.1 Inleiding In dit hoofdstuk gaan we in op de algemene kaders die gelden voor heffingen. Allereerst duiden we het verschil tussen belastingen en rechten. Vervolgens benoemen we welke heffingen wettelijk gezien geheven mogen worden en welke we in Dordrecht heffen. De beschrijvingen van alle bestaande heffingen staan onder hoofdstuk 4. In het vervolg van het hoofdstuk worden de algemene kaders voor het tariefbeleid, het toerekenen van overhead en de kwijtschelding behandeld.

3.2 Belastingen en rechten De gemeentelijke heffingen betreffen belastingen en rechten ofwel retributies. Bij belastingen is er geen individueel bewezen dienst van de overheid ten opzichte van de betalende burger, wat bij het heffen van rechten wel het geval is. Een tweede factor die belastingen van rechten onderscheidt, is de, in beginsel, ongebondenheid van de opbrengst. Aan de belastingenopbrengst is geen specifiek bestedingsdoel gekoppeld en deze kan daarom toegevoegd worden aan de algemene middelen om vervolgens door de raad bestemd te worden. We kennen echter ook gebonden belastingen: de gemeente is dan niet 100% vrij in de besteding van de opbrengst van de gebonden belasting. Bij deze belastingen bestaat er geen directe relatie met een te leveren prestatie maar is wel bepaald welke kosten er precies verhaald mogen worden en er dus mee gedekt mogen worden. Om de heffingen te kunnen innen is een officieel bekendgemaakte (belasting)verordening nodig. In de verordening moet het volgende worden beschreven: de belastingplichtige, het voorwerp van de belasting, het belastbare feit, de heffingsmaatstaf, het tarief, het tijdstip van ingang van de heffing, het tijdstip van beëindiging van de heffing en het overige dat voor de heffing en de invordering van belang is.

3.2.1 Belastingen Belastingen zijn gedwongen bijdragen van de burger aan de overheid. Kenmerkend is dat er geen direct aanwijsbare individuele tegenprestatie van de overheid tegenover staat. Met andere woorden: de burger draagt bij aan de kas van de overheid, waaruit een groot deel van de uitgaven worden bekostigd. Op dit moment kennen we de volgende belastingen:  Afvalstoffenheffing  Bedrijven Investeringszone (BIZ)  Hondenbelasting  Logiesheffing  Onroerendezaakbelastingen  Parkeerbelastingen  Precariobelasting  Reclamebelasting  Rioolheffing. Op elk van deze belastingen wordt in hoofdstuk 4.1 ingegaan. Een belasting kan gebonden, of ongebonden zijn. Een gebonden belasting wordt ook wel bestemmingsheffing genoemd. Hierbij zijn de inkomsten niet vrij besteedbaar, maar moeten de inkomsten worden uitgegeven aan een bijbehorende collectieve voorziening. De afvalstoffenheffing, de bedrijveninvesteringszones en de rioolheffing zijn gebonden. Naast bovenstaande belastingen bestaat op grond van de Gemeentewet specifiek de mogelijkheid baatbelasting (art. 222), belasting op roerende woon- en bedrijfsruimten (art. 221) en forensenbelasting (art. 223) te heffen. De gemeente Dordrecht maakt hiervan geen gebruik. Dit

Nota Lokale Heffingen (oktober 2021)

7

omdat de verwachte opbrengsten beperkt zijn en de kosten die gemaakt moeten om de gemoeide bedragen te innen niet tot elkaar in verhouding staan.

3.2.2 Rechten Rechten, zijn vergoedingen voor door de gemeente aan een belastingplichtige verleende diensten. Deze rechten worden in rekening gebracht bij de burger die van deze diensten gebruik maakt. Te denken valt aan de afgifte van paspoorten, het sluiten van huwelijken en het in behandeling nemen van aanvragen tot afgifte van een vergunning. Omdat bij de heffing van rechten de door de gemeente gemaakte kosten worden doorberekend aan de individuele burger komt hierbij veel belang toe aan de wijze waarop kostentoerekening plaats vindt. Op dit moment kennen we de volgende rechten:  Leges  Lijkbezorgingsrechten  Marktgelden  Reinigingsrecht. Op elk van deze rechten wordt in hoofdstuk 4.3 ingegaan. Naast bovenstaande rechten bestaat op grond van de Gemeentewet specifiek de mogelijkheid brandweerrechten (art. 229) en een vermakelijkhedenretributie (art. 229) te heffen. De gemeente Dordrecht maakt hiervan geen gebruik. In het verleden werden in Dordrecht ook Havengelden op publiekrechtelijke basis geïnd. Dit vindt tegenwoordig echter op privaatrechtelijke basisplaats door het Havenbedrijf Rotterdam.

3.3 Tariefbeleid 3.3.1 Belastingdruk Tot de gemeentelijke woonlasten worden gerekend de onroerendezaakbelastingen, de afvalstoffenheffing en de rioolheffing. De gemeentelijke woonlasten vormen het grootste deel van de opbrengst uit de gemeentelijke heffingen en zijn daarmee grotendeels bepalend voor de lokale lastendruk. Door het tariefbeleid beïnvloedt de gemeente de ontwikkeling van de woonlastendruk. Het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (COELO) van de Rijksuniversiteit Groningen brengt jaarlijks het niveau en de ontwikkeling van de lokale lasten van gemeenten in kaart. Zij focust hierbij vooral op de gemeentelijke woonlasten (OZB, afvalstoffenheffing en de rioolheffing). In de paragraaf Lokale heffingen van elke begroting en jaarrekening maken we dit inzichtelijk op basis van de meest recente informatie voor inwoners met een eigen woning en voor inwoners met een huurwoning. Met name in de begroting nemen we meer gedetailleerde vergelijkingen op. Daarnaast kan relatief eenvoudig elke willekeurige vergelijking gemaakt worden vanuit de beschikbare data op de website van het COELO.

3.3.2 Doelstelling tariefbeleid Het algemene uitgangspunt van de gemeente Dordrecht is dat de heffingen gemiddeld niet meer stijgen dan de inflatie (op basis van de CPI-index). Met dit uitgangspunt blijft de 'koopkracht' van heffingen intact. Het oorspronkelijke inhoudelijke programma kan hierdoor in principe ook bij prijsstijgingen ongewijzigd worden uitgevoerd.

3.4 Kostendekkendheid Onder het nieuwe Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) is het niet langer mogelijk om uit de begroting en de jaarrekening alle kosten die van toepassing zijn voor

Nota Lokale Heffingen (oktober 2021)

8

tarieven van lokale heffingen, die maximaal kostendekkend mogen zijn, in een keer af te leiden. Bij de gebonden belastingen en de rechten is dit inzicht wel noodzakelijk en wenselijk omdat wij transparant willen zijn over de wijze waarop tarieven worden vastgesteld. Om deze reden is het van groot belang dat op een andere wijze uit de begroting blijkt hoe de tarieven worden berekend en welke (beleids)keuzes bij de berekening hiervan worden gemaakt. Vanwege het grote belang van dit inzicht is dit ook wettelijke afgedwongen in het BBV (artikel 10 lid c). Daarom worden in de paragraaf Lokale Heffingen (bij de begroting en de jaarrekening) overzichten opgenomen ten aanzien van de kostendekkendheid van heffingen. De toelichting op deze overzichten beperkt zich tot de wijzigingen die optreden in de kostendekkendheid. De kaders waarbinnen deze cijfermatige overzichten tot stand komen beschrijven we in het vervolg van deze nota.

3.4.1 Opbrengstnorm In de Gemeentewet heeft de wetgever uitdrukkelijk bepaald dat de tarieven van rechten en de gebonden belastingen zodanig dienen te worden vastgesteld dat de geraamde opbrengsten niet uitstijgen boven de geraamde kosten. Er mag, met andere woorden, door de gemeente geen winst gemaakt worden op de door haar geleverde diensten. Deze wettelijke bepaling geldt op basis van begrote opbrengsten en lasten en niet voor de werkelijke opbrengsten en lasten. Dit houdt in dat indien in enig jaar de opbrengsten voor een dienst onvoorzien toch boven de werkelijke kosten uitkomen, bijvoorbeeld omdat vaker dan begroot van een dienst gebruik gemaakt is, dit is toegestaan. Een aantal keren is in juridische procedures de vraag aan de orde geweest wat de schaal is waarop de kostendekkendheid moet worden beoordeeld. Ruwweg is er een drietal varianten: per dienst afzonderlijk, per cluster van diensten die op enigerlei wijze samenhangen (bijvoorbeeld alle huwelijksleges samen), of voor alle diensten die in een bepaalde verordening zijn verenigd samen. De Hoge Raad heeft in bestendige jurisprudentie beslist dat de kostendekkendheid mag worden beoordeeld voor de gehele verordening.

Concreet houdt dit in dat, binnen de grenzen van de redelijkheid, de ene dienst meer dan kostendekkend kan zijn en de andere minder dan kostendekkend, zolang de kostendekkendheid van de verordening als geheel maar niet boven de 100% uitkomt. In de Legesverordening van Dordrecht zijn zowel de tarieven van producten in de stadswinkel, de omgevingsvergunning en de APV opgenomen. Op basis van het bovenstaande is het wettelijk toegestaan om de kostendekkendheid te bepalen op dat totale niveau. De aard van diverse onderdelen van de legesverordening zijn echter dusdanig verschillend dat wij dat niet wenselijk vinden. We brengen de kostendekkendheid dan ook in beeld op basis van de titel I (algemene dienstverlening), titel II (dienstverlening vallend onder fysieke leefomgeving/omgevingsvergunning) en titel III (dienstverlening vallend onder Europese dienstenrichtlijn). Tenslotte worden tarieven bepaald binnen de geldende richtlijnen vanuit de Europese Dienstenrichtlijn.

3.4.2 Kostentoerekening Onder kostentoerekening wordt de (boekhoudkundige) exercitie verstaan om binnen het geheel van kosten, die door de gemeente worden gemaakt, de kosten aan te wijzen die samenhangen met de geleverde dienst. Om vervolgens deze kosten op een correcte wijze aan deze dienst toe te rekenen. De directe kosten die aan een dienst zijn toe te rekenen, hebben een directe relatie met de specifieke dienst. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om de loonkosten van de geleverde arbeid en de kosten voor het verbruik van materialen. In de berekening worden ook de BTW-kosten opgenomen die kostprijsverhogend zijn (deze zijn onderdeel van de geraamde directe kosten) en de BTWkosten die we declareren op het BCF (BTW Compensatiefonds). Naast de directe kosten en de BTW is er ook de zogenaamde overhead.

Nota Lokale Heffingen (oktober 2021)

9

De kosten van overhead mogen worden meegenomen bij de tariefbepaling van de diverse heffingen. Op basis van het BBV mag dat niet intracomptabel, maar moet dat extracomptabel. Hiermee wordt bedoeld dat de toerekening niet in de (financiële) administratie zichtbaar is, maar naast de administratie onderbouwd moet worden. Het argument voor deze wijziging is dat de overhead bij verschillende gemeenten hierdoor eenvoudig vergeleken kan worden. De totale overhead van de gemeente is terug te vinden in de begroting en jaarrekening van enig jaar. Ten aanzien van de toerekening van overheadkosten aan heffingen geldt het volgende wettelijke kader: “Bij de berekening van de tarieven moet de methodiek van de toerekening overhead worden opgenomen in de financiële verordening”. Dit is een zogenaamde stellige uitspraak van de commissie BBV. Een stellige uitspraak dient in principe te worden gevolgd, alleen bij hoge uitzondering (op basis van zwaarwegende argumenten) en met vastlegging in een raadsbesluit kan hiervan worden afgeweken. Het bedrag aan overhead dat wordt toegerekend aan een heffing is afhankelijk van twee factoren: de omvang van de overhead (in euro's) en de verdeelsleutel. De kaders ten aanzien van beide factoren worden in deze nota vastgelegd.

Omvang overhead Om de eenduidigheid te bevorderen kiezen we voor het bepalen van de omvang van de (bruto) overhead voor de exact gelijke definitie van overhead zoals die ook in het BBV gebruikt wordt: alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces. Het voordeel van deze definitie is dat er veel jurisprudentie beschikbaar is of specifieke kosten (en functies) wel of niet onder de overhead vallen. Ten aanzien van het niet intracomptabel toerekenen van overhead is één uitzondering. Een gemeente mag overhead intracomptabel toerekenen aan grondexploitaties en investeringen. We rekenen in Dordrecht overhead toe aan grondexploitaties. Dit omdat we de overheadkosten dan kunnen meenemen in de vennootschapsbelastingaangifte. Hiermee wordt een (potentiële) belastingaanslag kleiner. Het bedrag dat met deze toerekening gemoeid is, trekken we af van het totale bedrag aan overhead. Het restant van deze som is het bedrag dat we gebruiken voor de toerekening aan heffingen, de (netto) overhead. De omvang van het bedrag in een jaar is één-opéén terug te vinden in zowel de begroting als de jaarrekening3. Bij investeringen speelt het aspect met betrekking tot een potentiële belastingaanslag niet en weegt het werk dat gepaard gaat met de toerekening van overhead niet op tegen de lasten.

Daarbij komt dat de hoeveelheid investeringen slechts beperkt invloed heeft op de omvang van de overhead. Verdeelsleutel De manier waarop een gemeente vervolgens overhead toerekent aan heffingen is vrij. De enige voorwaarde is dat er continuïteit is in de wijze van toerekening (een gemeente mag dus niet jaarlijks een manier kiezen om op een gewenst resultaat uit te komen) en de wijze van toerekening moet voor alle heffingen identiek zijn. Voorkomende manieren van toerekening zijn: een toeslag op basis van formatie, op basis van kosten, of op basis van inkomsten. In Dordrecht rekenen we de (netto) overhead toe op basis van een vast bedrag per begrote directe formatieplaats (inclusief griffie/college). Dit zijn alle formatieplaatsen die niet vallen onder overhead. Het bedrag per begrote directe formatieplaats wordt bepaald door de omvang van de overhead te delen door de directe formatie. Aan een heffing wordt vervolgens overhead toebedeeld op basis van de hoeveelheid begrote 'directe formatie' die samenhangt met de heffing. Het argument voor deze wijze van toerekening is dat een groot deel van de overheadkosten vrij direct samenhangt met de omvang van de formatie. De overhead is opgebouwd uit vier kosten componenten: kosten GR Drechtsteden – SCD/OCD (ongeveer 45%), personeelskosten (35%), 3

Zie bijvoorbeeld de Begroting 2021, € 38,651 miljoen.

Nota Lokale Heffingen (oktober 2021)

10

algemene en personeelsgebonden kosten (15%) en huisvesting & facilitaire zaken (5%). Deze componenten hangen allemaal samen met de omvang van de formatie. Bij de jaarrekening wordt enkel een correctie gemaakt voor de omvang van de overhead. We maken geen correctie van de begrote directe formatie naar de bezette directe formatie. Dit omdat de bezetting het hele jaar door muteert, maar tendeert naar de begrote formatie. De bijbehorende verwachte correctie is daarbij minimaal. Hierdoor wordt ook voorkomen dat voor producten waar op formatie wordt ingehuurd geen overhead wordt gerekend, terwijl die producten evenveel profijt hebben van de activiteiten die vallen onder overhead.

3.4.3 Kostendekkingsgraad Binnen de in hoofdstuk 3.4.2 beschreven kaders is voor de gebonden belastingen en rechten per heffing beschreven welke kosten en opbrengsten worden meegenomen in de berekening van de kostendekkendheid (zie hoofdstuk 4). Op basis van deze beschrijving rekenen we bij elke begroting en jaarrekening het dan geldende kostendekkendheidspercentage uit. Een percentage van meer dan 100% betekent dat er meer opbrengsten zijn dan kosten. In het betreffende jaar is er sprake van winstgevendheid. Op incidentele basis zou dit kunnen voorkomen. Structureel kan dat niet het geval zijn omdat heffingen niet meer dan kostendekkend mogen zijn. Bij een percentage van exact 100% zijn de opbrengsten gelijk aan de kosten. Bij een percentage van minder dan 100% zijn er minder opbrengsten dan kosten. In deze situatie wordt er vanuit de algemene middelen bijgedragen aan de kosten binnen de heffing.

3.4.4 Kruissubsidiëring We presenteren de kostendekkenheid op het niveau van de bijbehorende verordeningen (met uitzondering van de legesverordening, daar vindt het plaats op het niveau van titels). Daarmee is (op macroniveau) inzichtelijk gemaakt hoe de kostendekkendheid tot stand komt. Binnen een verordening zijn soms meerdere tarieven opgenomen. Op dit lagere niveau (microniveau is niet (direct) inzichtelijk hoe de kostendekkendheid van onderliggende tarieven is. In de uitwerking per heffing onder hoofdstuk 4 wordt toegelicht of, en zo ja wanneer er sprake is van kruissubsidiëring. Kruissubsidiëring definiëren we als volgt: Wanneer bij een tarief X binnen heffing A sprake is van meer opbrengsten dan kosten, zodat tarief Y binnen heffing A (deels) wordt 'gecompenseerd', omdat bij tarief Y meer kosten dan opbrengsten zijn. Alleen dan is er sprake van kruissubsidiëring. Een bekend voorbeeld zijn de leges vallend onder titel II (o.a. Omgevingswet). De leges voor de aanvraag van een dakkapel zijn niet kostendekkend. De leges voor de aanvraag van een groot distributiecentrum zijn daarentegen meer dan kostendekkend. Op totaal niveau van titel II overstijgen de leges-inkomsten de kosten niet. Er is echter wel sprake van kruissubsidiëring.

Wanneer het ene tarief binnen een heffing bijvoorbeeld 60% kostendekkend is en een ander tarief 80% en de heffing daarmee in totaliteit 75% kostendekkend is, noemen we dat geen kruissubsidiering. Beide tarieven zijn in dit geval niet kostendekkend, waardoor kruissubsidiëring niet mogelijk is. Wel is het natuurlijk zo dat op het ene tarief meer moet worden bijgedragen vanuit de algemene middelen dan op het andere tarief.

3.5 Vrijstelling Het is mogelijk een vrijstellingsgrond op te nemen in een belastingverordening. Vrijstellingen gelden voor alle burgers die daarvoor in aanmerking komen. Voor het deel van de heffingsgrondslag waarvoor geen vrijstelling is opgenomen blijft de verschuldigdheid bestaan. Het streven is zo minimaal als mogelijk gebruik te maken van vrijstellingen. Dit kan door het belastbare feit, de belastingplichtige en het voorwerp scherp te definiëren. Voor een kat hoeft bijvoorbeeld geen hondenbelasting betaald te worden. Dit niet op basis van een vrijstelling, maar op basis van de definitie in de verordening (die in dit voorbeeld overigens landelijk is voorgeschreven).

Nota Lokale Heffingen (oktober 2021)

11

3.6 Kwijtschelding Door kwijtscheldingen kunnen we bepaalde groepen burgers (op grond van hun betalingscapaciteit) vrijwaren van het betalen van belasting. Kwijtschelding kan worden toegepast, indien het verschuldigde bedrag aan belasting vaststaat. Het is gemeenten niet toegestaan om met de gemeentelijke belastingen inkomenspolitiek te bedrijven. Toch maakt artikel 255 Gemeentewet in combinatie met de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 het voor gemeenten mogelijk om bepaalde belastingplichtigen, die niet in staat zijn anders dan met buitengewoon bezwaar de aan hen opgelegde aanslagen gemeentelijke belastingen te voldoen als gevolg van onvoldoende inkomen, gehele of gedeeltelijke kwijtschelding te verlenen van de belastingschuld. Degene die van de gemeentelijke kwijtscheldingsregeling gebruik wil maken dient hiertoe een schriftelijke aanvraag te doen. Deze aanvraag dient onderbouwd te zijn met de actuele financiële situatie van de indiener. De ambtenaar, belast met de invordering van de gemeentebelastingen, beslist schriftelijk op het verzoek tot kwijtschelding. Hiertegen is administratief beroep mogelijk bij het college van burgemeester en wethouders. Inwoners met een inkomen op bijstandsniveau komen in beginsel voor kwijtschelding in aanmerking. Wel vindt nog een vermogenstoets plaats.

Met de vermogenstoets wordt eerst nagegaan of er geen of onvoldoende vermogensbestanddelen aanwezig zijn om de openstaande belastingaanslag te voldoen. Indien er vermogen aanwezig is kan er geen kwijtschelding worden verleend. Indien er geen vermogen is moet worden beoordeeld in hoeverre de aanwezige betalingscapaciteit voldoende is om de belastingaanslag te voldoen. Om de betalingscapaciteit vast te stellen, wordt eerst het netto besteedbare inkomen na aftrek van een aantal vaste lasten berekend. Van het netto inkomen worden vervolgens de kosten van bestaan afgetrokken. Is de op deze wijze vastgestelde betalingscapaciteit positief dan moet, zo nodig, 80% hiervan voor belastingschuld worden opgeëist. De rest wordt kwijtgescholden. Is er geen betalingscapaciteit aanwezig, dan kan de gehele belastingschuld worden kwijtgescholden. In het kader van armoedebestrijding wordt in Dordrecht kwijtschelding verleend op de heffing van onroerendezaakbelastingen, rioolheffing en afvalstoffenheffing. De rijksregeling kwijtschelding wordt ruim toegepast in Dordrecht. De in artikel 16 van de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 genoemde bedoelde normuitkering van 90% is gesteld op 100%.

Dit houdt in dat nagenoeg alle Dordtse burgers die moeten rondkomen van alleen een bijstandsuitkering of een AOW-uitkering en geen vermogen hebben, op basis van deze norm voor kwijtschelding in aanmerking komen. Hierbij wordt gebruik gemaakt van de voortoets om de administratieve lastendruk voor inwoners te beperken. De voortoets verloopt via het Landelijk Inlichtingenbureau voor het verlenen van geautomatiseerde kwijtschelding. Betalingsregeling Als belastingplichtigen niet in aanmerking komen voor kwijtschelding maar tijdelijk onvoldoende geld hebben kan een betalingsregeling worden afgesproken. Per individueel geval wordt beoordeeld of er voldoende aanleiding is voor een dergelijke regeling. De bevoegdheid om hier invulling aan te geven is in handen gelegd van de GBD.

Nota Lokale Heffingen (oktober 2021)

12

4. HEFFINGEN – BESCHRIJVING PER HEFFING 4.1 Inleiding 4.2 Belastingen 4.2.1 Afvalstoffenheffing Naam

Afvalstoffenheffing

Omschrijving

Afvalstoffenheffing wordt geheven van particuliere huishoudens ter bestrijding van de kosten van het beheer van huishoudelijk afval. De grondslag van de heffing kan zijn een vast bedrag, per perceel, aantal personen, inzamelfrequentie, aantal kilo's, aantal aanbiedingen of aantal vuilniszakken. Belasting (gebonden) Landelijk : Art. 15.33 Wet milieubeheer

Soort Wettelijke basis

Lokaal Tariefbeleid

Bijzonderheden tariefbeleid

Kwijtscheldingen Presentatie kostendekkendheid in P&C-producten

: Verordening Afvalstoffenheffing

  

In Dordrecht wordt geheven naar een vast bedrag per huishouden. Het tarief mag niet meer dan kostendekkend zijn. Het tarief wordt in principe jaarlijks geïndexeerd met het CPIpercentage.  Eventuele aanvullende tariefsaanpassingen volgen uit besluiten omtrent beleidsmaatregelen (zoals grondstoffen-plan) en/of specifieke besluitvorming bij de kadernota c.q. begroting.  Jaartarieven dienen deelbaar te zijn door 12. De werkelijke lasten en baten van het begrotingsproduct Afvalinzameling en –verwerking worden gerelateerd aan de geraamde lasten en baten. Een nadelig verschil wordt onttrokken aan de reserve Afval; een positief saldo wordt gedoteerd aan de reserve Afval. Het saldo van (de ontwikkeling van) de reserve Afval wordt betrokken bij de tariefbepaling. Ja, zie Verordening inzake kwijtschelding van gemeentelijke belastingen Ja

Grondslagen tariefberekening Component

Toelichting

Kosten taakveld

         

Nota Lokale Heffingen (oktober 2021)

Inzamel- en verwerkingskosten naar rato van het aangeboden (huishoudelijk) afval Afvalstoffenbelasting naar rato van het aangeboden (huishoudelijk) afval (Personele) inzet voor m.n. monitoring, beleid en beheer, handhaving en toezicht, advisering en voorlichting/educatie Bijdrage in kosten van straatvegen Subsidies en bijdragen aan diverse organisaties en particulieren, die huishoudelijk afval inzamelen Kosten van aanpassingen in de openbare ruimte voor afvalvoorzieningen Kapitaallasten (afschrijving en rente) van investeringen voor afval naar rato van het aangeboden (huishoudelijke) afval Perceptiekosten Oninbare afvalstoffenheffing Overige direct toewijsbare kosten, zoals kosten van accountantscontroles en automatiseringskosten

13

Naam

Afvalstoffenheffing   

Baten van afvalstoffen via inzamelaar huishoudelijk afval Baten door bestuurlijke boetes en kostenverhaal Baten door ophalen grof afval tegen betaling

AF: inkomsten taakveld

Opbrengsten van derden, zoals Afvalfonds Verpakkingen

directe kosten taakveld

Kosten taakveld minus inkomsten taakveld

Overhead

Zie toelichting Overhead

BTW

• •

Compensabele BTW van goederen en diensten, die direct als last op de exploitatie drukken Compensabele BTW op afschrijvingslasten van geactiveerde investeringen.

indirecte kosten taakveld

Overhead plus BTW

Totale kosten taakveld

Totaal van de directe en indirecte kosten

Opbrengst heffingen

• •

% kostendekkendheid

Kruissubsidiëring Toelichting kruissubsidiëring Ontwikkelingen

Afvalstoffenheffing, gebaseerd op het aantal huishoudens (gecorrigeerd voor leegstand) x tarief afvalstoffenheffing. Opbrengsten voor het in bruikleen hebben van extra containers voor restafval.

Opbrengst heffingen : Totale kosten taakveld x 100%

Nee Niet van toepassing In het nieuwe Grondstoffenplan Dordrecht 2021-2030 worden de mogelijkheden van meer bronscheiding, gedifferentieerde tarieven (naar aantal personen en/of hoeveelheid restafval) meegenomen. Gestreefd wordt naar een hoger rendement qua milieudoelstelling en een nog betere beheersing van de kosten door efficiënte logistiek en beter scheiden van afval. De kwijtscheldingen worden t/m 2021 toegerekend aan de afvalstoffenheffing, daarna niet meer (daarom ook niet opgenomen in de tabel grondslagen tariefberekening)

Nota Lokale Heffingen (oktober 2021)

14

4.2.2 Bedrijven Investeringszones (BI-zones) Naam

Bedrijven Investeringszones (BI-zones)

Omschrijving

Een BI-zone is een afgebakend gebied waarbinnen ondernemers gezamenlijk investeren in de kwaliteit en aantrekkelijkheid van de openbare ruimte van hun bedrijfsomgeving. De ondernemers bepalen zelf de activiteiten en maken daarvoor een plan van aanpak met activiteiten en een begroting. Indien voldoende draagvlak bestaat bij de ondernemers in de BIZ-zone zorgt de gemeente voor inning van de bijdrage. Dit gebeurt in de vorm van een belasting op basis van de WOZ-waarde. De gemeente fungeert in feite als doorgeefluik. De bijdrage aan de stichting is nooit hoger dan de som van de geïnde belasting in een jaar. Het college legt de afspraken vast in een bij wet voorgeschreven uitvoeringsovereenkomst en de raad stelt de belastingverordening vast.

Soort Wettelijke basis

Onder de naam 'BIZ-bijdrage' wordt jaarlijks een directe belasting geheven ter zake van binnen de bedrijven-investeringszone gelegen onroerende zaken die op grond van artikel 220a Gemeentewet niet in hoofdzaak tot woning dienen. Belasting (gebonden) Landelijk : Wet op de Bedrijveninvesteringszones Lokaal

Tariefbeleid

Bijzonderheden tariefbeleid Kwijtscheldingen Presentatie kostendekkendheid in P&C-producten

Kruissubsidiëring Toelichting kruissubsidiëring Ontwikkelingen

Nota Lokale Heffingen (oktober 2021)

: Verordening voor de betreffende BI-zone

De BIZ-bijdrage wordt geheven naar de op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken voor het belastingobject vastgestelde waarde zoals deze geldt voor het kalenderjaar. De BIZ-bijdrage bedraagt per belastingobject per jaar een bedrag (tarief) per WOZ-waardeklasse, zoals vastgesteld in de verordening voor de betreffende BI-zone. De bijdragen zijn afhankelijk van de BIzone vastgesteld voor 4 of voor 5 jaar. Niet van toepassing Niet van toepassing Nee, omdat het tarief is vastgesteld voor een bepaalde periode en de opbrengst, onder aftrek van de perceptiekosten, volledig wordt ingezet voor de betreffende BI-zone. De kostendekkendheid is daarmee per definitie 100%. Nee Niet van toepassing Geen

15

4.2.3 Hondenbelasting Naam

Hondenbelasting

Omschrijving

Hondenbelasting wordt geheven van houders van één of meer honden en van kennelhouders. Belasting (niet gebonden) Landelijk : Artikel 226 Gemeentewet

Soort Wettelijke basis

Lokaal Tariefbeleid

Bijzonderheden tariefbeleid

Kwijtscheldingen Presentatie kostendekkendheid in P&C-producten

: Verordening Hondenbelasting

Het tarief wordt in principe jaarlijks geïndexeerd met het CPIpercentage.  Eventuele aanvullende tariefsaanpassingen volgen uit specifieke besluitvorming bij de kadernota c.q. begroting.  De totale inkomsten uit de hondenbelasting zijn in beginsel niet meer dan de kosten van de uitvoering van het hondenbeleid.  Jaartarieven dienen deelbaar te zijn door 12.  Er wordt ontmoedigd om meer dan één hond te bezitten. Dit betekent dat na de eerste hond voor de opvolgende honden steeds een hoger tarief wordt gehanteerd. Voor het houden van honden in kennels geldt een separaat tarief.  Het streven is de tarieven te brengen op het gemiddelde van de gemeenten die hondenbelasting innen. De hoogte van de heffing wordt jaarlijks vastgesteld mede aan de hand van de afrekening hondenbelasting (= inkomsten uit hondenbelasting minus kosten van het hondenbeleid) van enig voorafgaand jaar, waarbij overschotten in de afrekening betekenen dat een korting kan worden verstrekt op de hoogte van de belasting en tekorten in de afrekening kunnen leiden tot een verhoging van de belastingheffing. De lokale Verordening Hondenbelasting kent vrijstellingen voor o.a. honden in een dierenasiel en honden met een maatschappelijke functie. Niet van toepassing Ja

Grondslagen tariefberekening Component

Toelichting

Kosten taakveld

  

       AF: inkomsten taakveld

Nota Lokale Heffingen (oktober 2021)

Personele inzet voor het opzetten, beheren en uitvoeren van hondenbeleid Aanlegkosten nieuwe hondenvoorzieningen Onderhoudskosten voor hondenvoorzieningen, zoals: groenonderhoud, hondenpoepzuigers speeltoestellen prullenbakken borden etc. Bijdrage handhavingskosten Communicatiekosten Kosten voor aanpassingen hondenuitlaat-kaarten Onderzoeks- en evaluatie-kosten van het hondenbeleid Perceptiekosten Oninbare hondenbelasting Overige direct toewijsbare kosten

Geen

16

Naam

Hondenbelasting

directe kosten taakveld

Kosten taakveld minus inkomsten taakveld

Overhead

Zie toelichting Overhead

BTW

•

indirecte kosten taakveld

Overhead plus BTW

Totale kosten taakveld

Totaal van de directe en indirecte kosten

Opbrengst heffingen

• •

% kostendekkendheid

Kruissubsidiëring Toelichting kruissubsidiëring Ontwikkelingen

Nota Lokale Heffingen (oktober 2021)

Niet van toepassing

Hondenbelasting, gebaseerd op het aantal honden per huishouden x tarief. Tarief voor kennels per kennel

Opbrengst heffingen : Totale kosten taakveld x 100%

Nee Niet van toepassing Geen

17

4.2.4 Logiesheffing Naam

Logiesheffing

Omschrijving

De heffing wordt opgelegd aan iedereen, die nachtelijk verblijf aanbiedt tegen een vergoeding aan niet-ingezetenen van de gemeente Dordrecht. In de volksmond wordt deze heffing ook wel toeristenbelasting genoemd. Aangezien het motief van verblijf niet ter zake doet en de heffing niet geldt voor dagtoerisme, hanteren we de term "logies". Belasting (ongebonden) Landelijk : Art. 224 Gemeentewet

Soort Wettelijke basis Tariefbeleid

Bijzonderheden tariefbeleid

Lokaal : Verordening logiesheffing  De gemeente overweegt jaarlijks bij de kadernota of significante tariefaanpassing wenselijk is, waarbij we streven naar tarieven rond het landelijk en regionaal gemiddelde voor beide categorieën.  Tarief per volwassen niet-ingezetene (geen onderscheid kamerprijs of hotelclassificatie).  Aparte tarieven voor accommodaties en staan- en ligplaatsen.  Afgeronde tarieven op € 0,25 per persoon (voor administratieve doeleinden).  Forfaitaire aanslag mogelijk o.b.v. vaste berekening voor lang verblijf in accommodaties en voor staan-/ligplaatsen. De opbrengst dekt een bescheiden deel van kosten, die samenhangen met bezoekers van buiten de stad. Onder deze kosten rekenen wij bijvoorbeeld de gemeentelijke kosten voor de VVV en citymarketing, bijdragen aan evenementen en kosten van diverse (toeristische) voorzieningen in met name de binnenstad en de Biesbosch. Logies in accommodaties hebben een hoger tarief dan logies op staanen ligplaatsen, omdat de belasting anders relatief zwaar drukt op de verblijfsprijs. (Staan- en ligplaatsen zijn per nacht aanzienlijk goedkoper).

Kwijtscheldingen Presentatie kostendekkendheid in P&C-producten Kruissubsidiëring Toelichting kruissubsidiëring Ontwikkelingen

Nota Lokale Heffingen (oktober 2021)

Er is geen onderscheid voor de hoogte van de kamerprijs, zoals enkele andere gemeenten kennen (% van de kamerprijs of staffel op basis van sterrenclassificatie). Niet van toepassing Nee Nee Niet van toepassing In 2020 is deze belasting ingevoerd met een –toen- conventionele totaalraming. Als gevolg van de corona-uitbraak zijn de werkelijke resultaten 2020 niet representatief voor de komende jaren. We evalueren de ramingen en het tarievenbeleid, zodra er over een vol jaar is geïnd waarbij geen mobiliteitsbeperkende maatregelen meer aan de orde zijn. En bij de Kadernota muteren we eventueel de begrote opbrengst bij toe- of afname aantal logies.

18

4.2.5.1 Onroerendezaakbelasting (OZB) - woningen Naam

Onroerendezaakbelasting (OZB) woningen

Omschrijving

Onder de naam OZB woningen wordt een eigenarenbelasting geheven (bij de eigenaren van woningen). De opbrengst komt ten gunste van de algemene middelen en is vrij besteedbaar. Belasting (ongebonden) Landelijk : Art. 220 e.v. Gemeentewet Landelijk : Wet waardering onroerende zaken Lokaal : Verordening Onroerende-zaakbelasting  Het tarief is een percentage van de waarde van de onroerende zaak (i.c. woning).  Het tarief wordt in principe zo gesteld dat de totale verwachte opbrengst wordt verhoogd met maximaal het CPI-percentage. Enkel in geval dat de gemeentelijke financiële situatie daartoe aanleiding geeft wordt hiervan afgeweken.  Jaarlijks vindt op grond van de Wet waardering onroerende zaken de waardering plaats van alle binnen de gemeentegrenzen van Dordrecht gelegen onroerende zaken. De aanslagen OZB worden opgelegd met als maatstaf de waarde in het economisch verkeer op peildatum 1 januari van het jaar voorafgaande aan het belastingjaar. De OZB aanslag bevat twee variabelen die de uiteindelijke omvang van de aanslag bepalen: het tarief en de WOZ-waarde. Het tarief wordt vastgesteld door de gemeenteraad, zodat de gewenste –en eerder door de gemeenteraad vastgestelde- OZB opbrengst wordt gerealiseerd. De WOZ-waarde volgt uit taxatie (conform wettelijke vereisten).

De WOZ-waarde is door de tijd onderhevig aan forse mutaties, wanneer hiermee bij de tariefstelling geen rekening wordt gehouden, zal de totale opbrengst van jaar tot jaar sterk muteren. Dit is niet in overeenstemming met het beleid om stabiele woonlasten na te streven, die in principe niet meer stijgen dan de CPI-index. Het te stellen tarief wordt daarom gecorrigeerd voor de gemiddelde ontwikkeling van de WOZ-waarde. Dit gebeurt op een manier zodat de totale gewenste opbrengst toeneemt met het vastgestelde percentage (of bedrag).

Soort Wettelijke basis

Tariefbeleid

Bijzonderheden tariefbeleid

Omdat de gemiddelde ontwikkeling van de WOZ-waarde op het moment van tariefstelling nog niet volledig vastligt, wordt elk jaar een nacalculatie gemaakt, zodat uiteindelijk de daadwerkelijke ontwikkeling van de WOZ-waarde wordt meegenomen in de berekening voor de komende jaren.

Kwijtscheldingen Presentatie kostendekkendheid in P&C-producten Kruissubsidiëring Toelichting kruissubsidiëring Ontwikkelingen

Nota Lokale Heffingen (oktober 2021)

De totale opbrengst wordt daarnaast jaarlijks beïnvloed door eventuele toe- of afname van het aantal woningen. Eventuele verschillen die hierdoor optreden worden niet verrekend in het tarief, maar worden gecorrigeerd op de totale opbrengst. Ja, zie Verordening inzake kwijtschelding van gemeentelijke belastingen Nee Nee Niet van toepassing In het verleden werd de toegestane stijging van de totale OZBopbrengst in Nederland gemaximeerd door de zogenoemde 'macronorm'. Deze norm is afgeschaft, zie hiervoor de brief over Invoering benchmark lokale lasten. De nieuwe situatie doet recht aan

19

Naam

Onroerendezaakbelasting (OZB) woningen de autonome beleidsbevoegdheid van gemeenten ten aanzien van de lokale heffingen. De betreffende benchmark (COELO-atlas) gebruiken we ook in Dordrecht al jaren om de ontwikkeling van de lokale lasten te volgen.

Nota Lokale Heffingen (oktober 2021)

20

4.2.5.2 Onroerendezaakbelasting (OZB) - niet-woningen Naam

Onroerendezaakbelastingen niet-woningen

Omschrijving

Onder de naam onroerendezaakbelastingen (OZB) niet-woningen wordt een gebruikersbelasting en een eigenarenbelasting geheven. Belasting (ongebonden) Landelijk : Art. 220 e.v. Gemeentewet Landelijk : Wet waardering onroerende zaken Lokaal : Verordening onroerende zaakbelasting  Het tarief is een percentage van de waarde van de onroerende zaak.  Het tarief wordt zo in principe zo gesteld dat de totale verwachte opbrengst wordt verhoogd met maximaal het CPI-percentage. Enkel in geval dat de gemeentelijke financiële situatie daartoe aanleiding geeft wordt hiervan afgeweken.  Jaarlijks vindt op grond van de Wet waardering onroerende zaken de waardering plaats van alle binnen de gemeentegrenzen van Dordrecht gelegen onroerende zaken. De aanslagen OZB worden opgelegd met als maatstaf de waarde in het economisch verkeer op peildatum 1 januari van het jaar voorafgaande aan het belastingjaar. Huidige basis voor de ontwikkeling van de OZB-tarieven: 1. begrote opbrengst voor het komend jaar. Deze bestaat in principe uit de opbrengst van het voorgaande belastingjaar vermeerderd met het CPI-percentage en een nacalculatie op voorgaande jaren, exclusief areaaluitbreiding. Daarnaast zal jaarlijkse toename van het areaal leiden tot extra opbrengsten en een afname van het areaal tot minder opbrengsten. In de gebruikersbelasting maken we een correctie voor verwachte leegstand.

Wanneer deze verwachting wijzigt wordt het tarief hier in principe op aangepast, zodat de opbrengst niet wordt beïnvloed. 2. verwachte waardeontwikkeling van niet woningen. De CBS-WOZwaarde van het vastgoed van t-1 fungeert als vertrekpunt voor de OZB-tariefgrondslag, vermeerderd met areaaluitbreiding en buiten gebruik/sloop. Wanneer de totale vastgoedwaarde stijgt, wordt de meeropbrengst geneutraliseerd door het tarief te verlagen. Bij een dalende waarde is het effect omgekeerd. De hoogte van de OZBaanslag is daarmee niet gekoppeld aan ontwikkelingen op de vastgoedmarkt. Niet van toepassing Nee

Soort Wettelijke basis

Tariefbeleid

Bijzonderheden tariefbeleid

Kwijtscheldingen Presentatie kostendekkendheid in P&C-producten Kruissubsidiëring Toelichting kruissubsidiëring Ontwikkelingen

Nota Lokale Heffingen (oktober 2021)

Nee Niet van toepassing Niet van toepassing

21

4.2.6 Parkeerbelastingen Naam

Parkeerbelastingen

Omschrijving

Parkeerbelastingen zijn van toepassing op parkeren in de openbare ruimte. Er wordt belasting geheven ter zake van parkeren in de openbare ruimte (parkeren op parkeerplaatsen geregeld met parkeerapparatuur – kort parkeren), of de afgifte van een parkeervergunning (parkeren op vergunninghouderplaatsen). Parkeren op vergunninghouderplaatsen betreft afgifte van: bewoners-, zakelijke-, autodate-, diensten-, kampeermiddel-, schippers- en bezoekersparkeervergunningen.

Soort Wettelijke basis

Tariefbeleid

Bijzonderheden tariefbeleid

Kwijtscheldingen Presentatie kostendekkendheid in P&C-producten

Als geparkeerd wordt zonder de verschuldigde parkeerbelasting te betalen of langer geparkeerd wordt dan is betaald, wordt een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd (parkeerboete). Deze naheffingsaanslag bestaat uit het uurtarief parkeren en een kostenopslag voor de controle en de heffingskosten. Verder vallen onder parkeerbelasting nog het plaatsen en verwijderen van wielklemmen en het wegslepen en bewaren van voertuigen tot zekerheid van de betaling van een naheffingsaanslag. Belasting (gebonden) Landelijk : artikel 216 en 225 van de Gemeentewet, Wegenverkeerswet 1994, Besluit gemeentelijke parkeerbelastingen en Besluit wegslepen van voertuigen Lokaal : Verordening parkeerbelastingen Dordrecht Wegsleepverordening Dordrecht De hoogte van de publiekrechtelijke parkeerbelastingen volgt in principe de CPI-index van februari van het voorgaande jaar, met minimale stappen van € 0,10.  Het tarief van de naheffingsaanslag mag niet meer dan kostendekkend zijn. Welke kosten aan de naheffingsaanslag mogen worden toegerekend is geregeld in artikel 2, lid 1 van het Besluit gemeentelijke parkeerbelastingen. Deze kostendekkendheid wordt inzichtelijk gemaakt bij de vaststelling van de Verordening parkeerbelastingen.  In de gemeente Dordrecht is de opbrengst parkeren voor een groot deel bestemd voor de parkeervoorzieningen.

Er is daarom een reserve parkeervoorzieningen, die in beginsel wordt gevoed vanuit de parkeeropbrengsten van alle parkeervoorzieningen van de stad. Deze is bestemd om de aanloopverliezen en onrendabele toppen van de huidige en toekomstige parkeervoorzieningen te kunnen opvangen. De omvang van deze reserve wordt jaarlijks – na verrekening van de onderhavige exploitatieverschillengeactualiseerd en bezien (qua minimaal vereiste omvang). Niet van toepassing Ja

Grondslagen tariefberekening Component

Toelichting

Kosten taakveld

•

•

Nota Lokale Heffingen (oktober 2021)

Personele inzet voor met name opstellen en (doen) uitvoeren van beleid, behandelen van parkeeraanvragen en toezicht houden op en handhaven straatparkeren Exploitatiekosten straatparkeren (incluis geldtransport en afhandeling)

22

• • • •

Kapitaallasten straatparkeren Perceptiekosten Kosten oninbare naheffingsaanslagen Parkeren Overige direct toewijsbare kosten

AF: inkomsten taakveld

Legesinkomsten Gehandicapten-parkeren, verhuur van parkeerplaatsen op contractbasis.

directe kosten taakveld

Kosten taakveld minus inkomsten taakveld

Overhead

Zie toelichting Overhead

BTW

• •

Compensabele BTW van goederen en diensten, die direct als last op de exploitatie drukken Compensabele BTW op afschrijvingslasten van geactiveerde investeringen.

indirecte kosten taakveld

Overhead plus BTW

Totale kosten taakveld

Totaal van de directe en indirecte kosten

Opbrengst heffingen

•

% kostendekkendheid

Opbrengst heffingen : Totale kosten taakveld x 100%

Opbrengsten straatparkeren (kort parkeren, vergunningen en naheffingsaanslagen)

Kruissubsidiëring

Nee

Toelichting kruissubsidiëring

Niet van toepassing

Ontwikkelingen

Parkeren kent in Dordrecht zowel een publiekrechtelijke (= parkeerbelastingen) als privaatrechtelijke (= parkeergelden) kant. De privaatrechtelijke kant komt in de nota verder niet naar voren. Via de reserve Parkeervoorzieningen komen de financiële effecten van beide kanten wel bij elkaar. De gemeente overweegt om meer tariefdifferentiatie aan te brengen tussen de tarieven voor straat- en garage parkeren als ook in de tarieven voor parkeervergunningen. Daarnaast heeft de gebiedsontwikkeling Spuiboulevard tot gevolg dat zowel de parkeergarage Veemarkt, als de parkeergarage Spuihaven niet in de huidige vorm kunnen blijven bestaan (zie Kadernota 2021). Welke effecten dit heeft op toekomstige tarieven is nog niet bekend, maar zullen op een later moment met de raad worden besproken.

Nota Lokale Heffingen (oktober 2021)

23

4.2.7 Precariobelasting Naam

Precariobelasting

Omschrijving

Precariobelasting wordt geheven voor het hebben van voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond. Belasting (ongebonden) Landelijk : Art. 228 Gemeentewet

Soort Wettelijke basis

Lokaal Tariefbeleid Bijzonderheden tariefbeleid Kwijtscheldingen Presentatie kostendekkendheid in P&C-producten Kruissubsidiëring Toelichting kruissubsidiëring Ontwikkelingen

: Verordening precariobelasting

Het tarief wordt in principe jaarlijks geïndexeerd met het CPIpercentage. Niet van toepassing Niet van toepassing Niet van toepassing Nee Niet van toepassing Kabels en leidingen Er wordt ook precario opgelegd voor het hebben van voorwerpen onder de voor openbare dienst bestemde gemeentegrond, de zogenaamde precario op kabels en leidingen. De wettelijke mogelijkheid om deze heffing op te leggen aan nutsbedrijven vervalt met ingang van belastingjaar 2022. In de bovenstaande uitwerking is hier reeds op vooruitgelopen. Over 2021 wordt in 2022 echter nog wel precario voor kabels en leidingen opgelegd aan nutsbedrijven. Grondslagen Het beleid ten aanzien van de heffing (o.a. grondslagen zoals m2) is al minstens 15 jaar ongewijzigd. In 2021 wordt het gebruik van de openbare ruimte in het kader van de APV herijkt. Hierbij zal worden nagegaan of de grondslagen voor precario aanpassingen vergen. Vooralsnog verwachten wij hierin geen grote wijzigingen.

Nota Lokale Heffingen (oktober 2021)

24

4.2.8 Reclamebelasting Naam

Reclamebelasting

Omschrijving

Dordrecht kent een Ondernemersfonds voor het kernwinkel-gebied binnenstad. De middelen in het ondernemersfonds voor het kernwinkelgebied binnenstad kunnen aangewend worden voor activiteiten, die bijdragen aan het vergroten van de aantrekkingskracht op bezoekers. Het gaat uitdrukkelijk niet om de financiering van gemeentelijke kerntaken op het gebied van schoon, heel en veilig. Het fonds wordt gevuld met de opbrengsten verkregen vanuit reclamebelasting. Het fonds wordt daarnaast gevuld door de gemeente met een vast jaarlijks bedrag voor de binnenstad.

Soort Wettelijke basis

Tariefbeleid

Bijzonderheden tariefbeleid

Nota Lokale Heffingen (oktober 2021)

Onder de titel "reclamebelasting" wordt, onder de bij deze verordening gestelde voorwaarden, binnen het daartoe aangewezen gebied bij onroerende zaken zijnde niet-woningen een directe belasting geheven ter zake van openbare aankondigingen zichtbaar vanaf de openbare weg. Deze verordening is van toepassing binnen het afgebakende gebied van de gemeente Dordrecht zoals aangegeven op de bij deze verordening behorende kaart "Kernwinkelgebied". Belasting (gebonden) Landelijk : Niet van toepassing Lokaal : Verordening Reclamebelasting Kernwinkelgebied Lokaal : Dordrecht De reclamebelasting wordt geheven per onroerende zaak op basis van de waarde zoals bepaald op grond van Hoofdstuk III van de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ). Hierbij worden de volgende waarde categorieën gehanteerd: 1. een WOZ-waarde tot en met € 300.000 2. een WOZ-waarde van € 300.001 tot en met € 800.000 3. een WOZ-waarde van meer dan € 800.000. De reclamebelasting wordt niet geheven voor openbare aankondigingen: a. die korter dan 13 weken aanwezig zijn; b. die als algemene bewegwijzering waarmee een algemeen belang wordt gediend, kunnen worden aangemerkt; c. die door de gemeente of in opdracht van de gemeente is geplaatst of aangebracht, indien en voor zover de openbare aankondiging geschiedt ter uitvoering van de publieke taak; d.

die door (semi-)overheden of culturele, maatschappelijke of daarmee gelijk te stellen lichamen met ideële doelstellingen zijn aangebracht en betrekking hebben op activiteiten die uitsluitend een cultureel, maatschappelijk, charitatief of ideëel belang dienen; e. aangebracht door of namens winkeliersverenigingen of centrummanagement, waarbij het reclameobject uitsluitend bestaat uit een vlag, banier of zuil met de naam van de winkeliersvereniging of het centrummanagement; f. aangebracht op bouwterreinen, voor zover deze opschriften rechtstreeks betrekking hebben op de op dat terrein in uitvoering zijnde bouwwerkzaamheden; g. die door politieke partijen zijn aangebracht en die een ideëel belang dienen; h. die onderdeel uitmaken van voor de verkoop of verhuur bestemde

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/550/documents/23779