CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Nota beantwoording zienswijzen en staat van wijzigingen_3e wijziging.pdf

Dordtse Dinsdag – Beeld- en oordeelsvormende commissies 20 januari 2026, gemeente DordrechtBij agendapunt: 6: Vaststellen besluit 3e wijziging omgevingsplan (groenblauwe regels) - Raadsvoorstel3.715 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Nota beantwoording zienswijzen en staat van wijzigingen Behorend bij het besluit tot derde wijziging van het omgevingsplan gemeente Dordrecht (groenblauwe regels)

Datum: september 2025 Organisatie: gemeente Dordrecht

Inhoud 1.

Inleiding ........................................................................................................... 3

2.

Beantwoording zienswijzen ................................................................................ 3

3.

2.1

Zienswijze 1 ............................................................................................... 3

2.2

Zienswijze 2 ............................................................................................... 6

Staat van wijzigingen ontwerpbesluit .................................................................. 7

2

1. Inleiding Het ontwerpbesluit tot wijziging van het omgevingsplan gemeente Dordrecht heeft van 1 augustus tot en met 11 september 2025 voor iedereen ter inzage gelegen. Tijdens deze periode zijn twee zienswijzen ontvangen op het ontwerpbesluit. Deze zienswijzen vormen aanleiding om het ontwerpbesluit op onderdelen aan te passen. Dit volgt in hoofdstuk 2. Daarnaast is er ambtshalve aanleiding om ook het ontwerpbesluit op onderdelen aan te passen. De onderbouwing hiervoor volgt in hoofdstuk 3. In hoofdstuk 4 wordt een overzicht (staat) van de voorgestelde wijzigingen gegeven.

2. Beantwoording zienswijzen Onderdelen van de ingediende zienswijzen die niet expliciet worden genoemd in de samenvatting zijn wel bij de beoordeling betrokken. De zienswijzen zijn dus in hun geheel beoordeeld.

2.1

Zienswijze 1 Waterschap

Ontvankelijkheid De zienswijze is op 3 september 2025 ontvangen en daarmee ontvankelijk. Behandeling zienswijze Allereerst wordt de zienswijze verkort weergegeven en vervolgens wordt de zienswijze van een reactie voorzien. 1. Waterberging en waterbuffering Het oogmerk van de opgestelde regels is onder meer het voorzien in voldoende waterberging om daarmee water vast te houden om wateroverlast te voorkomen maar ook het vasthouden van water voor droge periodes. Blijkens de toelichting is het echter ook van belang dat de waterberging tijdig wordt geledigd om een volgende regenbui te kunnen opvangen. Dit oogmerk kan dus tegengesteld uitwerken. Deze tegenstelling in het oogmerk is weg te nemen door in twee oogmerken te hanteren: waterberging en waterbuffering. Geadviseerd wordt dit onderscheid ook door te voeren in de regels. Reactie Met het waterschap zijn wij van mening dat waterberging een dubbel oogmerk heeft: zowel waterberging (tegen wateroverlast) als waterbuffering (tegen droogte) en dat daar een tegenstelling in kan zitten. Wij nemen het advies om de begrippen uit elkaar te trekken over. Een nadere doorwerking in de regels achten wij niet noodzakelijk. De eis om voldoende waterberging te realiseren sluit niet uit dat die waterberging ook benut wordt voor waterbuffering.

In de artikelsgewijze toelichting bij deze eis is aangegeven dat 20% van het water in de waterberging langer vastgehouden mag worden, indien deze wordt ingezet voor hergebruik. Op die manier kan een maatregel ook aan beide oogmerken voldoen. Het afzonderlijk oogmerk ‘het lokaal vasthouden van water voor droge periodes’ verplicht het college om bij vergunningverlening dit oogmerk toe te passen en af te wegen ten opzichte van de andere oogmerken. Conclusie De zienswijze is aanleiding het onderdeel oogmerken aan te passen

3

2 Regenbuien T=100 en T-250 De regels in het omgevingsplan die waterlast moeten voorkomen worden gerelateerd aan de typen buien: T=100 en T=250 (waarbij T=100 staat voor een bui die maar eenmaal in de 100 jaar voorkomt). Omdat daarbij niet is aangegeven binnen welke tijdperiode die bui kan vallen, is dat een lastig toetsingscriterium. Geadviseerd wordt een norm te hanteren die uitdrukt hoeveel regen en mag vallen in de bepaalde periode: bijvoorbeeld 60 mm per uur. Reactie Het klopt dat de duur van de buien mist en deze worden aan de regels toegevoegd. We nemen de tekst over uit het convenant Klimaatadaptief Bouwen. De tekst is: ‘De gehanteerde buien zijn maatgevende neerslaggebeurtenissen voor stedelijk gebied van een uur in 2050. In 2018 (STOWA) was dit 70 mm voor 1x per 100 jaar en 90 mm voor 1x per 250 jaar. Bij nieuwe klimaatontwikkelingen wordt de neerslaghoeveelheid geactualiseerd. 3 Beleidsregels waterschap Onduidelijk is wat verstaan wordt onder voldoende waterberging. Het waterschap heeft in haar verordening en beleidsregel eveneens voorwaarden opgenomen. Het lokaal vasthouden, op eigen percelen, is zeer wenselijk en voorkomt afwenteling. Reactie Wat ‘voldoende waterberging’ is en hoe je dat moet berekenen is uitgebreid nader toegelicht bij de artikelen 14.5 (bouwplannen) en 14.15 (ontwikkelgebieden).

Bij de indieningsvereisten worden nog een formulier toegevoegd die de aanvrager gaat helpen de berekening uit te voeren. Als het gaat om de beleidsregel van het waterschap hebben we daarvoor in het kader van het vooroverleg eerder contact gezocht met het waterschap. De reactie van het waterschap was toen dat het niet wenselijk was een koppeling te maken tussen de Waterschapsverordening en het omgevingsplan. Uit nader ambtelijk overleg met het waterschap naar aanleiding van deze zienswijze is, vergelijkbaar aan het onderdeel vloedschotten onder punt 6, gekozen voor een digitale oplossing. Door in het omgevingsloket zichtbaar te maken dat bij de aanvraag omgevingsvergunning bouwen tevens een aanvraag omgevingsvergunning water noodzakelijk is, moet voor de aanvrager direct duidelijk worden dat hier toepassing van twee regels noodzakelijk is. De afstemmingsbepaling in artikel 14.4 onder h en artikel 14.10 onder i kan daarmee vervallen. Conclusie De zienswijzen leidt niet tot aanpassing van de regels. In het omgevingsloket wordt digitaal de afstemming tussen regels omgevingsplan en Waterschapsverordening geborgd. 4 Schuilplekken bij overstromingen Waterschap en gemeente werken samen aan de meerlaagse veiligheid voor de gemeente Dordrecht. Schuilplekken, die hoger gelegen zijn, maken daar deel vanuit.

De eerste trede is preventie en keuze van locaties voor ruimtelijke ontwikkelingen. Reactie De samenwerking met het waterschap zetten wij graag voort, zoals bij projecten als het Maasterras. De regels in dit omgevingsplan zien niet op de eerste trede (die afweging wordt gemaakt in de omgevingsvisie) maar juist op de inrichting van de locaties als eenmaal de keuze is gemaakt. Conclusie De zienswijze vormt geen aanleiding tot aanpassing van het omgevingsplan.

4

5. Handhaafbaarheid De waterberging wordt voor een deel gerealiseerd op particulieren gronden. Op welke wijze wordt geborgd dat deze waterberging in de praktijk wordt gecontroleerd, beheerd, onderhouden en indien nodig gehandhaafd. En daarmee wordt voorkomen dat op termijn dit alsnog wordt afgewenteld op openbaar gebied en/of het aanwezige watersysteem. Reactie In de motivering bij het omgevingsplan is uitgebreid ingegaan op de handhaafbaarheid van de gestelde regels. Wij zien hier een gezamenlijke en gedeelde verantwoordelijkheid die niet eenzijdig door de overheid kan worden opgelegd en waarbij ook duidelijk een belang bij de samenleving ligt om een groene veilige leefomgeving zo veel mogelijk samen in stand te houden. De in het omgevingsplan opgenomen zorgplicht brengt dit tot uitdrukking. Daarbij is het allereerst van belang dat een groenblauw inrichting wordt gerealiseerd. De gemeente kiest er niet voor om vervolgens te eisen dat die inrichting exact in stand moet blijven maar zal wel kunnen optreden als blijkt dat de zorgplicht niet wordt nageleefd. Conclusie De zienswijze vormt geen aanleiding tot aanpassing van het omgevingsplan. 6. Vloedschotten In de Waterschapsverordening zijn regels opgenomen voor het aanleggen en instandhouden van een vloedschottensysteem voor de Voorstraat, Riedijk en Prinsenstraat.

Om dit systeem te beschermen verzoekt het waterschap hiervoor regels op te nemen in het omgevingsplan. Reactie Op 15 september 2025 is voor dit onderwerp en op initiatief van het waterschap een excursie georganiseerd. Bij deze excursie waren vanuit de gemeente en omgevingsdienst diverse ambtenaren aanwezig. Kern van de problematiek is naar ons oordeel niet het ontbreken van regels in het omgevingsplan, maar de kenbaarheid en de toepassing van de regels die opgenomen zijn in de waterschapsverordening. Regelmatig blijkt dat er wel een bouwvergunning is aangevraagd maar dat de watervergunning ‘vergeten’ is. Een belangrijke oorzaak hiervan is gelegen in het landelijke systeem van het omgevingsloket. Bij de aanvraag voor een bouwvergunning blijkt niet dat ook een watervergunning nodig is. Dit is op te lossen door de informatievoorziening op dit punt te verbeteren in samenwerking tussen gemeente en waterschap. Wij pakken dit gezamenlijk op. Een aanpassing van het omgevingsplan is hiervoor niet noodzakelijk. Conclusie De zienswijze vormt geen aanleiding tot aanpassing van het omgevingsplan. In het omgevingsloket wordt digitaal de afstemming tussen regels omgevingsplan en waterschapsverordening geborgd. 7. Bindend advies Het waterschap wil graag een advies uitbrengen op de onderdelen: I. Realisatie waterbergingen; II. Werkzaamheden Vloedschotten.

Uit navraag bij het waterschap blijkt dat hier de volgende motivering bij hoort: Ad I: De reden dat we dit willen is vanwege onze wateropgaven en de invloeden op het watersysteem en/of de waterketen. Door tijdig te adviseren voorkomen we mogelijk dat initiatiefnemer dubbel (moet) compenseren. Ad II: We merken dat er aanpassingen aan de waterkering gedaan worden zonder dat het waterschap daarover geïnformeerd is en/of reactie heeft gegeven. In de zienswijze staat het volgende voorstel die we graag als regel terugzien:

5

Voor constructieve aanpassing aan de gevels/vloeren/deuren/constructie van gebouwen/objecten in het aangegeven gebied moet afstemming met het waterschap Hollandse Delta plaats vinden. Reactie In het vooroverleg is vanuit het waterschap benadrukt dat onze regels over verschillende systemen en buien gaan (en dat het integreren van de regels ongewenst is). De waterschapsverordening zorgt ervoor dat aan de waterbelangen wordt 'voldaan?'. De gemeentelijke regel is voor een vertraagde afvoer naar het rioolsysteem. Water dat voor de watercompensatie van het waterschap gegraven moet worden, mag niet meegeteld worden voor de gemeentelijke bergingsopgave, maar wel voor het percentage groenblauw. Gelet op de beantwoording onder 3 achten wij voor het onderdeel ‘realisatie waterbergingen’ een bindend advies van het waterschap vooralsnog niet nodig. Als de digitale informatievoorziening straks goed werkt is bij een aanvraag omgevingsvergunning duidelijk dat zowel de belangen van het waterschap als de waterbelangen van de gemeente een afweging vragen. Voor het onderdeel ‘werkzaamheden aan vloedschotten’ achten wij een adviesverplichting evenmin noodzakelijk. Het opnemen van een regel in het omgevingsplan gaat in tegen de systematiek van de Omgevingswet: ieder bestuursorgaan stelt zijn eigen regels, het omgevingsloket (DSO) moet ervoor zorgen dat die regels duidelijk zijn.

In plaats van een regel in het omgevingsplan gaan we in samenspraak met het waterschap op zoek naar een digitale oplossing die ervoor zorgt dat voor de aanvrager duidelijk wordt gemaakt dat bij bouwactiviteiten in de waterkering ook een vergunning van het waterschap nodig kan zijn. Conclusie De zienswijze vormt op dit onderdeel geen aanleiding tot aanpassing van de regels. 8. Redactioneel Typefoutje artikel 14.4 : waterschapverordening moet zijn waterschapsverordening. Reactie De tekst wordt hierop aangepast. Voorstel Wij stellen de gemeenteraad voor om de zienswijze van het Waterschap deels gegrond te verklaren door de oogmerken waterberging en waterbuffering uit elkaar te trekken en beter te omschrijven hoe gerekend moet worden met het begrip maatgevende bui. Zie paragraaf 3 (staat van wijzigingen) voor een overzicht van alle wijzigingen.

2.2

Zienswijze 2 ProRail

Ontvankelijkheid De zienswijze is op 22 januari 2025 ontvangen en daarmee ontvankelijk. Behandeling zienswijze Allereerst wordt de zienswijze verkort weergegeven en vervolgens wordt de zienswijze van een reactie voorzien. Deze zienswijze heeft betrekking op:

6

1. Maatwerk In het kader van het vooroverleg heeft ProRail aandacht gevraagd voor de situatie waar de groenblauwe regels kunnen knellen. In reactie hierop heeft de gemeente aangegeven hieraan tegemoet te komen door een extra lid 1 toe te voegen aan de beoordelingsregels, waarin staat dat de indiener ook op een andere manier mag voldoen aan de oogmerken, als dit goed gemotiveerd wordt. ProRail constateert dat dit niet terug te vinden in de regels uit het ontwerp. Daar staat: de omgevingsvergunning wordt alleen verleend als het bouwplan voldoet aan een goede groenblauwe inpassing. Vooropgesteld wordt dat wij de zorg van ProRail delen en dat situaties waar de groenblauwe regels gaan knellen, voorkomen moeten worden. Dat hebben wij in lid 1 van artikel 14.5 en artikel 14.15 proberen te ondervangen door een open norm op te nemen. De norm ‘goede groenblauwe inpassing’ brengt tot uitdrukking dat we voor ieder bouwplan groenblauwe maatregelen willen vragen, voor zover dat redelijk en evenredig is. In lid 2 is benoemd wanneer in ieder geval aan deze norm wordt voldaan. Dat laat echter ruimte om daar ook op een andere manier aan te voldoen: een maatwerkoplossing.

In een afzonderlijke notitie (bijlage bij de nota zienswijzen) hebben wij voor ProRail, maar ook voor de wooncorporaties in Dordrecht, een beleidslijn opgesteld die duidelijk maakt hoe wij om gaan met knelpunten en welk proces daarbij gevolgd gaat worden. Een jaar na in werkingtreding van de 3e wijziging gaan wij de toepassing van de groenblauwe regels evalueren. Bij onder meer Pro Rail wordt nagegaan of deze wijze van toepassing van de groenblauwe regels de zorg bij ProRail wegneemt. Zo nodig zullen wij naar aanleiding van de evaluatie de gemeenteraad verzoeken de groenblauwe regels aan te passen. Conclusie De zienswijze leidt niet tot aanpassing van de regels. Met ProRail wordt een werkafspraak gemaakt die na een jaar geëvalueerd wordt.

3. Staat van wijzigingen ontwerpbesluit Hieronder is weergeven wat exact de voorgestelde wijzigingen aan het ontwerpbesluit zijn. Dit betreffen de in hoofdstuk 2 en 3, vanuit de zienswijzen en ambtshalve wijzigingen. De ambtshalve wijzigingen zien vooral op een aangepaste vereenvoudigde normstelling of formulering van de gestelde regels (geen wezenlijke wijzigingen). Bij het raadsbesluit zal ook een renvooi van de regeling en artikelsgewijze toelichting worden toegevoegd voor een exacte weergave van alle wijzigingen (ook de redactionele wijzigingen). Vanuit de zienswijzen worden ook wijzigingen aan de artikelsgewijze toelichting doorgevoerd. Ook is de motivering van dit wijzigingsbesluit aangepast naar aanleiding van de zienswijzen.

Artikel

Was

Wordt

N.a.v. zienswijzen waterschap 14.2, 14,8 en 14.14

Het ‘voldoende waterberging zodat bij hevige neerslag geen waterschade optreedt bij gebouwen en in de openbare ruimte, en zodat

Het oogmerk wordt gesplitst: - voldoende waterberging zodat bij hevige neerslag geen waterschade optreedt bij gebouwen en in de openbare ruimte;

7

Artikel

14.11 lid 2 onder b en c

Was

Wordt

water langer lokaal wordt vastgehouden voor drogere periodes.”

- het lokaal vasthouden van water voor droge periodes.

b. binnen de gronden die binnen het ontwikkelplan ingericht worden treedt geen waterschade op aan bebouwing en infrastructuur bij een bui die 1 x per 100 jaar (T=100) kan voorkomen’; ‘c. binnen de gronden van het ontwikkelplan blijven vitale en kwetsbare functies beschikbaar bij een bui die 1 x per 250 (T=250) jaar voor kan komen;

b. binnen de gronden die binnen het ontwikkelplan ingericht worden treedt geen waterschade optreedt aan bebouwing en infrastructuur bij een maatgevende bui T=100; c. binnen de gronden van het ontwikkelplan vitale en kwetsbare functies beschikbaar blijven bij een maatgevende bui T=250;

Bijlage I

14.4 onder h en 14.10 onder i

in de situatie dat tevens een omgevingsvergunning op grond van de Waterschapsverordening is vereist, wordt aangegeven of in de uitwerking van de groenblauwe eisen rekening is gehouden met de eis van het waterschap dat voor het aanbrengen van verhardingen compensatie moet plaatsvinden. Ambtshalve wijzigingen BOUWHUYS

De volgende begrippen worden toegevoegd: maatgevende bui T=100: maatgevende neerslaggebeurtenis in het stedelijk gebied van een uur in 2050. In 2018 (STOWA) is dit voor 2050 bepaald op 70 mm voor 1 x per 100 jaar. maatgevende bui T=250: maatgevende neerslaggebeurtenis in het stedelijk gebied van een uur in 2050. In 2018 (STOWA) is dit voor 2050 bepaald op 90 mm voor 1 x per 100 jaar. Deze bepaling wordt in beide artikel geschrapt.

Artikel 14.4 aanvraagvereisten vergunning gebouwen bouwen groenblauw (aanscherping aanvraagvereisten): onder a

een tekening van het bouwwerkperceel, met daarop de huidige situatie, het bouwplan en de groenblauwe ruimte(s);

onder b

een tabel waarin de oppervlaktes van het bouwwerkperceel, het bouwplan en de groenblauwe ruimte(s) zijn benoemd

onder c

een inrichtingstekening van de groenblauwe ruimte(s) met de groenblauwe maatregelen; een ecologische notitie hoe het bouwplan bijdraagt aan minimaal drie biotopen voor minimaal soorten of soortgroepen; een waterplan voor de eis van minimaal 60 mm waterberging per m2 bebouwd oppervlak;

onder d onder e

onder f

een doorsnede van de bebouwing en aanliggende straat/straten met NAP hoogtes

Onder g

een tekening van het bouwwerkperceel, met daarop de huidige situatie en de nieuwe situatie met daarop aangegeven: de gebouwen, verharding en de groenblauwe inrichting; een tabel waarin de oppervlaktes van het bouwwerkperceel, het bebouwd oppervlak van het bouwplan en de groenblauwe inrichting zijn benoemd voor de huidige en nieuwe situatie ; Geschrapt een ecologische motivering hoe het bouwplan bijdraagt aan minimaal drie biotopen voor minimaal drie soorten of soortgroepen; voor bouwplannen met een bebouwd oppervlak van 300m2 of meer: een berekening voor de eis van minimaal 60 mm waterberging per m2 bebouwd oppervlak; een doorsnede van de bebouwing inclusief aanduiding vloerniveaus en aanliggende straat/straten met NAP hoogtes; en een motivering hoe rekening is gehouden met de risico’s van overstroming

indien het bouwplan een hoofdgebouw betreft, een motivering hoe rekening is gehouden met de risico’s van overstroming Artikel 14.5 lid 2 Beoordelingsregels gebouwen bouwen groenblauw (verbeterede normstelling): a

op het bouwwerkperceel wordt voldaan aan de minimale waterbergingseis van 60 mm per m2 bebouwd oppervlak van het bouwplan;

b

het bepaalde onder a geldt niet voor bouwplannen die een bebouwd oppervlakte hebben van minder dan 300 m2; bij minder dan 0,2 meter water op straat mag geen schade optreden aan het bouwplan; een groenblauwe ruimte binnen het bouwwerkperceel is aangewezen met een

c e

op het bouwwerkperceel wordt voldaan aan de minimale waterbergingseis van 60 mm per m2 bebouwd oppervlak van het bouwplan, indien het bebouwd oppervlak van het bouwplan 300m2 of meer bedraagt; Geschrapt. bij minder dan 0,2 meter water op straat geen schade optreedt aan het bouwplan; op het bouwwerkperceel een groenblauwe inrichting binnen het bouwwerkperceel wordt toegevoegd met

8

Artikel

Was

Wordt

oppervlakte dat minimaal 30% bedraagt van het een oppervlakte dat minimaal 30% bedraagt van het bebouwd oppervlak van het bouwplan; bebouwd oppervlak van het bouwplan; f de inrichting van de groenblauwe ruimte voldoet de groenblauwe inrichting van het bouwwerkperceel aan de kwaliteitseisen uit de welstandsnota met voldoet aan de kwaliteitseisen uit de ‘welstandsnota betrekking tot: aanvulling 2026’ met betrekking tot de bijdrage aan 1°.de bijdrage aan minimaal drie biotopen voor minimaal drie biotopen voor drie soorten of drie soorten of soortgroepen; soortgroepen; 2°. de voorkeursvolgorde water en het voorkomen van afwenteling van water; 3°. de gevolgbeperkingen bij overstromingen; 4°. het tegengaan van hittestress. 14.6 Bij toepassing van de beoordelingsregels wordt Bij toepassing van de beoordelingsregels wordt door door het college advies ingewonnen bij de het college advies ingewonnen bij de adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit als het adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit als het de betreft: toepassing van artikel 14.5, tweede lid onder e a. de toepassing van artikel 14.5 lid 2 onder e (kwaliteitseisen biodiversiteit) betreft. (kwaliteitseisen). b.de toepassing van artikel 14.5 lid 1 als niet voldaan wordt aan het bepaalde in artikel 14.5 lid 2.

14.7 Deze paragraaf is van toepassing op de Deze paragraaf is van toepassing op de activiteit activiteit: ‘woonrijp maken’ binnen de locatie ‘groenblauw a.'gebouw bouwen' binnen een locatie ontwikkelgebied’. 'groenblauw ontwikkelgebied'; en b. 'woonrijp maken' binnen een locatie 'groenblauw ontwikkelgebied' 14.9 1. Het is binnen de locatie 'groenblauw Het is binnen de locatie ‘groenblauw ontwikkelgebied’ ontwikkelgebied' verboden zonder verboden zonder omgevingsvergunning de activiteit omgevingsvergunning de activiteit 'gebouw ‘woonrijp maken ’ uit te voeren. bouwen' uit te voeren. 2. Het is binnen de locatie 'groenblauw ontwikkelgebied' verboden zonder omgevingsvergunning de activiteit 'woonrijp maken' uit te voeren Artikel 14.10 Aanvraagvereisten vergunning groenblauw ontwikkelgebied onder b

de 'groenblauwe ruimte' in m2 is benoemd en het percentage groenblauw ten opzichte van het de gehele locatie 'groenblauw ontwikkelgebied'; onder c een inrichtingstekening met de groenblauwe maatregelen met nadere motivering hoe die maatregelen bijdragen aan de kwaliteitseisen uit het handboek Kwaliteit Openbare Ruimte en de welstandsnota; onder i in de situatie dat tevens een omgevingsvergunning op grond van de Waterschapverordening is vereist, wordt aangegeven of in de uitwerking van de groenblauwe eisen rekening is gehouden met de eis van het waterschap dat voor het aanbrengen van verhardingen compensatie moet plaatsvinden. Artikel 14.11 Beoordelingsregels groenblauw ontwikkelgebied

de 'groenblauwe inrichting in m2 en het percentage groenblauw ten opzichte van de gehele locatie 'groenblauw ontwikkelgebied'; een inrichtingstekening met de groenblauwe maatregelen met nadere motivering hoe die maatregelen bijdragen aan de ontwerpprincipes uit het handboek ontwerp openbare ruimte;

Lid 2 onder a

Van een goede groenblauwe inpassing voor ontwikkelgebieden is in ieder geval sprake indien: a. minimaal 40% van het ontwikkelplan een groenblauwe inrichting krijgt volgens de ontwerpprincipes uit het handboek OOR met betrekking tot: (..).

Lid 2 onder d 14.12

Van een goede groenblauwe inpassing in ieder geval sprake indien: a. minimaal 40% van het ontwikkelplan wordt ingericht als 'groenblauwe ruimte' volgens de groenblauwe kwaliteitseisen uit het handboek KOR als het gaat om het openbaar gebied en voor gebouwen volgens de kwaliteitseisen uit de welstandsnota met betrekking tot: (..). binnen het ontwikkelplan wordt voor bouwwerkpercelen voldaan aan de minimale waterbergingseis van 60 mm per m2 bebouwd oppervlak; Bij toepassing van de beoordelingsregels wordt door het college advies ingewonnen bij de adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit als het betreft:

Geschrapt

Wordt geschrapt.

Bij toepassing van de beoordelingsregels wordt door het college advies ingewonnen bij de adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit als het betreft voor de toepassing van artikel 14.11, tweede lid onder

9

Artikel

Was

Wordt a als het gaat om de kwaliteitseisen ‘bijdrage aan minimaal drie biotopen voor drie soorten of soortgroenen’

25.3

a. de toepassing van artikel 14.11 lid 2 onder a (kwaliteitseisen). b. de toepassing van artikel 14.11 lid 1 als niet voldaan wordt aan het bepaalde in artikel 14.11 lid 2. Aanwijzing besluiten verplicht advies

25.4

Aanwijzing besluiten optioneel advies

26.5

Bijlage Geo

Diverse

Afdeling 26.1 Kwaliteit inrichting openbaar toegankelijk gebied Artikel 26.5 Advies kwaliteit openbaar gebied Ontwerp Voordat een activiteit wordt uitgevoerd wordt door het college advies ingewonnen bij de adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit.

Toegevoegd wordt een nieuw onderdeel f: f. een omgevingsplanactiviteit die betrekking heeft op biodiversiteit; Toegevoegd worden een nieuw onderdeel c:. adviseert de adviescommissie uit eigen beweging of op verzoek van de aanvrager over de inrichting van de groenblauwe ruimte aan de hand van de ‘ontwerpprincipes groenblauw’ uit de welstandsnota met betrekking tot: I. de voorkeursvolgorde water en het voorkomen van afwenteling van water; II. de gevolgbeperkingen bij overstromingen; en III. het tegengaan van hittestress; Afdeling 21.2 Kwaliteit inrichting openbaar toegankelijk gebied Wordt geschrapt

Begripsbepaling vitale functies toegevoegd. De begripsbepaling ‘groenblauw ruimte’ is vervangen door een begripsbepaling ‘groenblauwe inrichting’. Bij de eerste en tweede wijziging zijn abusievelijk niet de juiste locaties opgenomen bij de volgende werkingsgebieden: - Brandaandachtsgebied_wegen.gml - Bouwhistorische_verwachtingenkaart.gml - Brandaandachtsgebied_leidingen.gml - Explosie-aandachtsgebied_wegen.gml Ten opzichte van het ontwerpbesluit wordt voorgesteld dit te herstellen en het besluit hierop aan te vullen. Redactionele aanpassingen.

10

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/1089/documents/45499