NMF_Publicatie_NatuurenLandschap-LR.pdf (Natuur en Milieu Federatie Zuid Holland) (Natuur en Milieu Federatie Zuid Holland).pdf
Tekst van het document
Natuur & Landschap in de RES
Bouwstenen voor een natuur- en landschapsinclusieve energietransitie
Natuur & Landschap in de RES Nu alle 30 concept-RES’en zijn opgeleverd, wordt duidelijk dat regio’s verschillend omgaan met natuur en landschap. Nadere uitwerking van de omgang met ecologische en landschappelijke belangen wordt in veel regio’s vooruitgeschoven, of een degelijke onderbouwing ontbreekt. Daarmee groeit het risico dat de energieplannen onnodig tot ecologische en landschappelijke schade leiden, terwijl er juist volop kansen zijn voor wederzijdse winst. Met deze publicatie bieden we de regio’s handvatten voor een transparante en uitlegbare borging van natuur en landschap in de RES 1.0. Ook geven we hiermee de aanzet voor een objectievere toetsing en monitoring van de impact op deze waarden.
Colofon Auteurs: Gerben de Vries, Rinske Scheifes Publicatiedatum: 6 oktober 2020 De Natuur en Milieufederaties www.natuurenmilieufederaties.nl info@natuurenmilieufederaties.nl Opbouwend commentaar op de inhoud van deze uitgave is welkom: Natuur en Milieufederaties t.a.v. Has Bakker h.bakker@natuurenmilieufederaties.nl Met inhoudelijke bijdragen van Wageningen University & Research: M. Enserink, D. Oudes, S. Stremke. © Citeren uit deze uitgave wordt aangemoedigd. Overname van foto’s en illustraties alleen met bronvermelding.
Natuur en Milieufederaties | Participatiecoalitie Natuur en Landschap in de RES
2
Inhoud Inleiding 4 1 Begrippenkader 6 1.1 Natuur
6
1.2 Landschap 7
2 Aanbevelingen
Maak een regionale toekomstvisie en koppel daarbij verschillende gebiedsopgaven
9
9
Maak op regioniveau een strategie voor omgang met natuur en landschap
9
Breng cumulatieve effecten vooraf in kaart, en blijf monitoren en evalueren
10
Zet zorgvuldig en zuinig ruimtegebruik centraal
10
Stimuleer meervoudig ruimtegebruik
11
Creëer meerwaarde voor natuur en landschap
11
Creëer experimenteerruimte voor vernieuwende toepassingen
12
Verder lezen…
12
3 Processtappen
13
Fase I: Inventariseren
14
1. Breng de natuurwaarden van de regio in kaart
14
2. Breng de landschappelijke waarden van de regio in kaart
15
3. Breng andere restricties in kaart en combineer deze met de natuur- en landschappelijke waarden
15
Fase II: Afwegen
16
1. Verdeel de regio in deelgebieden
16
2. Breng een prioritering aan en werk per deelgebied een gebiedsvisie en randvoorwaarden uit
16
3. Onderzoek mogelijke cumulatieve effecten en samenhang binnen de regio en bovenregionaal
17
Fase III: Integraal ontwerpen
18
1. Bepaal de werkwijze en routekaart waarmee de regio haar energieplannen ten uitvoer kan brengen
18
2. Stel ontwerpkaders op, aansluitend bij de gebiedsvisies en randvoorwaarden
18
3. Richt een toetsingssysteem in voor de beoordeling van projectplannen
18
Fase IV: Monitoren en evalueren
19
1. Leg vast wat er gemonitord moet worden
19
2. Leg vast wie de monitoring gaat uitvoeren
20
3. Monitor ook de natuurversterkende maatregelen
20
4. Deel regionale bevindingen periodiek met het Rijk
20
5. Evalueer en leer
20
4 Bronnen
Natuur en Milieufederaties | Participatiecoalitie Natuur en Landschap in de RES
21
3
De 30 RES Regio’s
Regio Achterhoek Aalten, Berkelland, Bronckhorst, Doetinchem, Montfer land, Oost Gelre, Oude IJsselstreek, Winterswijk
-
Regio Noord-Holland Zuid Aalsmeer, Amstelveen, Amsterdam, Beemster, Beverwijk, Blaricum, Bloemendaal, Diemen, Edam-Vo lendam, Gooise Meren, Haarlem, Haarlemmermeer, Heemskerk, Heemstede, Hilversum, Huizen, Lands meer, Laren, Oostzaan, Ouder-Amstel, Purmerend, Uithoorn, Velsen, Waterland, Weesp, Wijdemeren, Wormerland, Zaanstad, Zandvoort
Inleiding Regio Alblasserwaard Gorinchem, Molenlanden
Regio Arnhem Nijmegen Arnhem, Berg en Dal, Beuningen, Doesburg, Druten, Duiven, Heumen, Lingewaard, Nijmegen, Overbetuwe, Renkum, Rheden, Rozendaal, Westervoort, Wijchen, Zevenaar
Metropoolregio Eindhoven Asten, Bergeijk, Best, Bladel, Cranendonck, Deurne, Eersel, Eindhoven, Geldrop-Mierlo, Gemert-Bakel, Heeze-Leende, Helmond, Laarbeek, Nuenen; Gerwen en Nederwetten, Oirschot, Reusel-De Mierden, Someren, Son en Breugel, Valkenswaard, Veldhoven, Waalre
Regio Amersfoort Amersfoort, Baarn, Bunschoten, Eemnes, Leusden, Soest, Woudenberg
Regio Drenthe Aa en Hunze, Assen, Borger-Odoorn, Coevorden, De Wolden, Emmen, Hoogeveen, Meppel, MiddenDrenthe, Noordenveld, Tynaarlo, Westerveld
Regio Zeeland Borsele, Goes, Hulst, Kapelle, Middelburg, Noord-Be veland, Reimerswaal, Schouwen-Duiveland, Sluis, Terneuzen, Tholen, Veere, Vlissingen Regio Zuid-Limburg Beek, Beekdaelen, Brunssum, Eijsden-Margraten, Gulpen-Wittem, Heerlen, Kerkrade, Landgraaf, Maas tricht, Meerssen, Simpelveld, Sittard-Geleen, Stein, Vaals, Valkenburg aan de Geul, Voerendaal
Regio Noord-Holland Noord Alkmaar, Bergen (NH.), Castricum, Den Helder, Drech terland, Enkhuizen, Heerhugowaard, Heiloo, Hollands Kroon, Hoorn, Koggenland, Langedijk, Medemblik, Opmeer, Schagen, Stede Broec, Texel, Uitgeest
Regio Drechtsteden Alblasserdam, Dordrecht, Hardinxveld-Giessendam, Hendrik-Ido-Ambacht, Papendrecht, Sliedrecht, Zwijndrecht
Regio West-Overijssel Dalfsen, Deventer, Hardenberg, Kampen, Olst-Wijhe, Ommen, Raalte, Staphorst, Steenwijkerland, Zwarte waterland, Zwolle
-
-
-
IJsselmeergebied Het IJsselmeergebied is toebedeeld aan omliggende gemeenten dus regio’s. Zie de gemeentegrenzen in het IJsselmeergebied via www.imergis.nl/map/2019/2019-NL-Gemeentenbasis-2500px.png
Regio Noord- en Midden Limburg Beesel, Bergen (L.), Echt-Susteren, Gennep, Horst aan de Maas, Leudal, Maasgouw, Mook en Middelaar, Nederweert, Peel en Maas, Roerdalen, Roermond, Venlo, Venray, Weert
| Opgave RES
Regio Flevoland Almere, Dronten, Lelystad, Noordoostpolder, Urk, Zeewolde
Handreiking
In de Regionale Energiestrategie (RES) worden de afspraken uit het Klimaatakkoord1 over hernieuwbare energieopwekRegio Noordoost Brabant Bernheze, Boekel, Boxmeer, Boxtel, Cuijk, Grave, Haaren, Landerd, Meijerijstad, Mill en Sint Hubert, Oss, s-Hertogenbosch, Sint Anthonis, Sint-Michielsgestel, Uden, Vught
Regionale Energiestrategie
Regio Foodvalley Barneveld, Ede, Nijkerk, Renswoude, Rhenen, Scher penzeel, Veenendaal, Wageningen
Regionale Energiestrategie
king op land regionaal uitgewerkt. Hoeveel hernieuwbare -
Regio Noord-Veluwe Elburg, Ermelo, Harderwijk, Hattem, Nunspeet, Olde broek, Putten
Regio Friesland Achtkarspelen, Ameland, Dantumadiel, De Fryske Marren, Harlingen, Heerenveen, Leeuwarden, Noordeast-Fryslân, Ooststellingwerf, Opsterland, Schiermonnikoog, Smallingerland, Súdwest Fryslân, Terschelling, Tytsjerksteradiel, Vlieland, Waadhoeke, Weststellingwerf
energie wil iedere regio (zie Figuur 1) in 2030, en daarna, -
Regio Fruitdelta Rivierenland Buren, Culemborg, Maasdriel, Neder-Betuwe, Tiel, West Betuwe, West Maas en Waal, Zaltbommel
Handreiking
| Opgave RES
opwekken uit zon en wind? Waar komen de projecten en op Regio Rotterdam-Den Haag Albrandswaard, Barendrecht, Brielle, Capelle aan den IJssel, Delft, Hellevoetsluis, Krimpen aan den IJssel, Lansingerland, Leidschendam-Voorburg, Maassluis,
welke wijze moeten die vorm krijgen? Regio Hart van Brabant Dongen, Gilze en Rijen, Goirle, Heusden, Hilvarenbeek, Loon op Zand, Oisterwijk, Tilburg, Waalwijk Regio Groningen Appingedam, Bedum, De Marne, Delfzijl, Eemsmond, Groningen, Grootegast, Het Hogeland, Leek, Loppersum, Marum, Midden-Groningen, Oldambt, Pekela, Stadskanaal, Veendam, Westerwolde, Wester kwartier, Winsum, Zuidhorn
Ridderkerk, Rijswijk, Rotterdam, Schiedam, s-Graven hage, Vlaardingen, Wassenaar, Westland, Westvoorne, Zoetermeer
Vooropgesteld: de klimaatcrisis vraagt dringend om actie -
Cleantech Regio Apeldoorn, Brummen, Epe, Heerde, Lochem, Voorst, Zutphen
op alle fronten. Daarbij horen RES’en met een hoog amRegio Holland Rijnland Alphen aan den Rijn, Hillegom, Kaag en Braassem, Katwijk, Leiden, Leiderdorp, Lisse, Nieuwkoop, Noordwijk, Oegstgeest, Teylingen, Voorschoten, Zoeterwoude
Regio Twente Almelo, Borne, Dinkelland, Enschede, Haaksbergen, Hellendoorn, Hengelo, Hof van Twente, Losser, Olden zaal, Rijssen-Holten, Tubbergen, Twenterand, Wierden
bitieniveau voor grootschalige energieopwekking uit zon Regio Hoeksche Waard Hoeksche Waard
Regio U16 Bunnik, De Bilt, De Ronde Venen, Houten, IJsselstein, Lopik, Montfoort, Nieuwegein, Oudewater, Stichtse Vecht, Utrecht, Utrechtse Heuvelrug, Vijfheerenlanden, Wijk bij Duurstede, Woerden, Zeist
en wind. Het is onvermijdelijk dat ons landschap daardoor Regio Midden-Holland Bodegraven-Reeuwijk, Gouda, Krimpenerwaard, Waddinxveen, Zuidplas
Regio West-Brabant Alphen-Chaam, Altena, Baarle-Nassau, Bergen op Zoom, Breda, Drimmelen, Etten-Leur, Geertruidenberg, Halderberge, Moerdijk, Oosterhout, Roosendaal, Rucphen, Steenbergen, Woensdrecht, Zundert
verandert en ecosystemen worden beïnvloed.2 Maar ook natuur en landschap staan in Nederland onder
Figuur 1 - In deze 30 RES-regio’s worden plannen uitgewerkt voor grootschalige
toenemende druk. Door verstedelijking, intensivering van
energieopwekking
| landbouw en de komst van nieuwe ruimtevragers – 28 de
| 29
energieproductie, distributiecentra, bedrijventerreinen, woningbouw, etc. – ligt verrommeling op de loer in diverse
én ervoor zorgen dat regio’s aantrekkelijk en leefbaar blijven
unieke landschappen.3 Met onze natuur gaat het niet beter:
voor mens en natuur. Dat lijkt misschien tegenstrijdig, maar
het overgrote deel van de Nederlandse habitattypen ver-
er zijn volop kansen om ecologische en landschappelijke
keert in een ongunstige of bedreigde staat4 en het herstel
waarden juist te versterken in de RES’en. Door de dialoog te
verloopt traag .
starten over de toekomst van het landschap, door koppelkan-
5
sen te verzilveren en door te investeren in onderscheidende Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) constateerde
regio’s. Dat zal niet alleen resulteren in aantrekkelijke, groene
in 2019 dat natuur en landschap doorgaans het sluitstuk
landschappen, maar ook in meer begrip voor nieuwe ener-
vormen in beleid- en planvorming. En dat terwijl zij van
gieprojecten en minder herstelwerkzaamheden achteraf.
groot maatschappelijk belang zijn: zonder robuuste natuur geen ecosysteemdiensten, gezonde leefomgeving of duur-
In het document RES 1.0 (deadline: 1 juli 2021) moeten
zame economie6; en zonder groene en samenhangende
regio’s beschrijven welke aanpak en strategie zij gaan
landschappen geen rust en beleving, regionale identiteit of
hanteren om hun energiedoelstellingen te halen. En hoe
gunstig vestigingsklimaat.7 Natuur en landschap zouden dus
zij de uitvoering daarvan gaan organiseren met betrokken
juist uitgangspunt moeten zijn bij nieuwe ontwikkelingen.
partijen. De komende maanden is het dus zaak om de
8
cijfermatige ambities en globale projectideeën uit de Ziedaar de uitdaging in de energietransitie: een snelle op-
concept-RES te vertalen naar concrete zoekgebieden en
schaling organiseren van hernieuwbare energieopwekking
plannen voor energielandschappen met ruimtelijke kwaliteit.
De doelstelling in het Klimaatakkoord is: in 2030 tenminste 35 TWh
2
ECN & WUR 2017.
‘hernieuwbare, weersafhankelijke, grootschalige elektriciteit op land’. In
3
Kunsten ’92 & FRK 2019.
de praktijk komt dit neer op: alle installaties die elektriciteit produceren uit
4
Europees Milieuagentschap, 2015.
wind- en zonne-energie. Voor zon-PV installaties geldt daarbij een onder-
5
Sanders et al., 2019.
grens van minimaal 15 kW aan vermogen. Voor het gemak spreken wij in
6
Atlas Leefomgeving 2020; WUR 2020a.
deze publicatie van ‘grootschalige energieopwekking’.
7
WUR 2020b
8
CRa 2019; Zandbelt 2020.
1
Natuur en Milieufederaties | Participatiecoalitie Natuur en Landschap in de RES
4
Deze publicatie bevat handvatten voor een goede omgang met natuur en landschap bij de uitwerking en uitvoering van
Over de NMF’s en de Participatiecoalitie
RES 1.0. Het is daarmee een aanvulling op bestaande hand-
De Natuur en Milieufederaties (NMF’s) zetten zich
reikingen die zich meer richten op het niveau van individuele
in alle twaalf provincies in voor een rijke natuur, een
wind- en zonprojecten en op de meer algemene richtlijnen
mooi landschap en een duurzaam Nederland. Dit is
in het Klimaatakkoord en de NOVI. De notitie zal worden
voor ons de reden waarom wij het Klimaatakkoord
aangeboden aan RES-coördinatoren, ambtenaren, betrokken
hebben ondertekend en ons committeren aan de
bestuurders, volksvertegenwoordigers en maatschappelijke
doelstellingen. Omdat we samen meer impact
organisaties.
kunnen maken, is de Participatiecoalitie opgericht.
9
Dit is een samenwerking van vijf maatschappelijke
Leeswijzer
organisaties: de NMF’s, Energie Samen, HIER, LSA
De handreiking is als volgt opgebouwd: onder Begrippenkader
Bewoners en Buurkracht. Wij zijn ervan overtuigd
geven we een korte inleiding op de belangrijkste begrippen
dat het succesvol uitvoeren van het Klimaatakkoord
waarmee de ecologische en landschappelijke waarde van
alleen sámen met bewoners en maatschappelijke
een regio worden bepaald. Bij Aanbevelingen worden deze
organisaties lukt. Met de RES-regio’s, gemeenten en
begrippen toegepast op de regionale energieopgaven, en
provincies dragen wij op die manier bij aan maat-
gaan we in op een aantal inhoudelijke aspecten die in de
schappelijk gedragen Regionale Energiestrategieën.
uitwerking van RES 1.0 meer aandacht verdienen. Tot slot
Zorgvuldige inpassing met aandacht voor natuur en
laten we de Processtappen zien die nodig zijn om natuur en
landschap is hierbij een belangrijk speerpunt.
landschap volwaardig mee te wegen in een RES.
9
Het spreekt voor zich dat in de RES ook andere belangen en opgaven een rol spelen, zoals politiek/maatschappelijk draagvlak, netcapaciteit en voorziene bouwplannen. Deze handreiking richt zich zuiver op het aspect natuur en landschap. Door alle belangen samen te nemen kan een goede integrale afweging worden gemaakt.
Natuur en Milieufederaties | Participatiecoalitie Natuur en Landschap in de RES
5
1 Begrippenkader Hoe kunnen de natuur- en landschappelijke waarden in een regio worden beschreven? Zonder context en toelichting blijven natuur en landschap relatief abstracte begrippen, waar niet iedereen hetzelfde beeld bij heeft. Heldere definities en voorbeelden zijn dus nodig. Wat verstaan we onder natuur en landschap op het regioniveau? En hoe kennen we daar waarde aan toe? Dit hoofdstuk geeft een korte inleiding op de belangrijkste begrippen.
1.1 Natuur
Soorten Zowel binnen als buiten natuurgebieden komen zeldzame
De natuurwaarden van een gebied zijn een graadmeter voor
en kwetsbare soorten voor. Veel van deze soorten vallen
de kwaliteit van een ecosysteem. Om de natuurwaarde (en
onder de Wet Natuurbescherming. Maar ook andere soor-
het potentieel) van een regio te kunnen beschrijven, zijn in
ten verdienen bijzondere aandacht, bijvoorbeeld omdat ze
elk geval de volgende aspecten van belang:
typerend zijn voor een gebied of omdat ze een belangrijke schakel vormen in het voedselweb. Een soort staat nooit op
Gebieden
zichzelf, maar speelt een eigen rol in het functioneren van
Beschermde natuurgebieden (Natura2000, Natuurnetwerk
een ecosysteem.
Nederland, Nationale Parken en Nationale Landschappen) bieden een habitat voor een diversiteit aan flora en fauna.
Bodemkwaliteit
Deze soorten zijn met elkaar en met hun omgeving verbon-
De bodem verricht diverse functies in het ecosysteem:
den en vormen zo een samenhangend ecosysteem. Tegelijk
bodems bieden een habitat voor allerlei soorten, leveren
is de natuur niet gebonden aan de gebiedsgrenzen van
buffer- en regulatiefuncties en maken de productie van
beschermde natuur. Ook diverse andere gebieden vervullen
gewassen en andere hulpbronnen mogelijk. Licht en water
belangrijke ecologische functies. Denk bijvoorbeeld aan
zijn essentieel voor de bodemvruchtbaarheid en planten-
bufferzones rond kwetsbare natuurgebieden, weidevogelge-
groei. Bodemtype en bodemleven bepalen mede welk type
bieden, leef-, foerageer-, voortplantings- en rustgebieden.
ecosysteem ondersteund kan worden.
10
Een gebied is ecologisch gezien gebaat bij ruimte, afwezigheid van verstoring en eventueel passend beheer. Daarnaast is samenhang tussen en verbondenheid van deze gebieden noodzakelijk, zodat soorten kunnen migreren door de lucht (trekvogelroutes), over land of door het water (verbindingszones). Tot slot kunnen gebieden variëren in kwetsbaarheid en zeldzaamheid.
Figuur 2 - Voorbeeld van een bodemvoedselweb (Bron: Ron de Goede, Bodembiologie, WUR)
10
De verschillende natuurtypen en hun beoogde ontwikkeling zijn in de Index Natuur en Landschap vastgelegd. Alle provincies beschikken over natuurbeheerplannen waarbij deze natuurtypen als uitgangspunt dienen.
Natuur en Milieufederaties | Participatiecoalitie Natuur en Landschap in de RES
6
1.2 Landschap Om de landschappelijke waarde (en het potentieel) van een
De Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed (RCE) geeft in Panorama
gebied te kunnen beschrijven, zijn in elk geval de volgende
Landschap een karakterisering van het Nederlandse landschap
aspecten van belang:
in 78 regio’s. Ook beschikken veel provincies over kwaliteitsgidsen en kaarten waarin de verschillende landschapstypen
Landschapstypen
nader worden beschreven.
Ieder (type) landschap heeft eigen kenmerken en kwaliteiten: van grootschalig tot kleinschalig, van open en weids tot
Landschapselementen
bosrijk of gevarieerd. De kernkwaliteiten van een gebied en
Daarnaast zijn er karakteristieke elementen zoals (historische)
de samenhang daartussen bepalen samen de identiteit van
landschapsstructuren, gebouwen en monumentale bomen
het landschap. Ook cultuurhistorie speelt hierin een rol. Veel
die een landschap eigenheid geven. Denk hierbij aan:
landschappelijke structuren zijn een erfenis uit het verleden
bomenlanen, houtwallen en steilranden.
en vertellen ons over het vroegere gebruik: bijvoorbeeld welke gronden vruchtbaar waren, en welke plekken zich goed leenden voor bewoning en infrastructuur. Als de mens in grote mate bepalend is geweest voor de vorming van een landschap, dan spreken we van een cultuurlandschap.11
11
Houtwallen geven het landschap een eigen karakter. Foto: Jeroen Hillenga
In de publicatie Nederland Energieland laat de RCE zien hoe de verschillende generaties energielandschappen hun sporen hebben nagelaten in het Nederland van nu.
Natuur en Milieufederaties | Participatiecoalitie Natuur en Landschap in de RES
7
Ruimtelijke kwaliteit
Ontwikkeling
Het begrip ruimtelijke kwaliteit geeft aan in welke mate een
Landschappen veranderen voortdurend als gevolg van
landschap gewaardeerd wordt. Op individueel niveau is dit
nieuwe maatschappelijke uitdagingen, die vragen om ruimte
voor iedereen anders. Toch is er consensus over ruimtelijke
of een herinrichting daarvan. Bij grotere ontwikkelingen
kwaliteit op maatschappelijk niveau, en wordt die bepaald
is het noodzakelijk om vooraf goed na te denken over de
aan de hand van drie criteria: belevingswaarde (mooi, verrij-
plaatsingsstrategie: inpassen, aanpassen of transformeren
kend en aantrekkelijk), gebruikswaarde (nut, noodzaak en
(zie figuur 3). Blijven de bestaande karakteristieken van het
functionaliteit) en toekomstwaarde (duurzaamheid en adap-
landschap volledig intact, is een combinatie van bestaand en
tief vermogen). Bij nieuwe maatschappelijke ontwikkelingen
nieuw mogelijk, of ontstaat er een geheel nieuw landschap?
12
gaat het erom een balans te vinden tussen deze waarden, waarbij de bestaande kwaliteiten het uitgangspunt vormen.
Figuur 3 - Weergave van de drie plaatsingsstrategieën (Bron: Provincie Zuid-Holland)
12
Hooimeijer et al. 2001.
Natuur en Milieufederaties | Participatiecoalitie Natuur en Landschap in de RES
8
2 Aanbevelingen Hoe kan bij grootschalige energieopwekking rekening gehouden worden met natuur en landschap? Het begrippenkader helpt ons om te bepalen waar en hoe we met oog voor natuur en landschap energieprojecten kunnen realiseren in een regio. Voor een verantwoorde en volledige RES 1.0 moeten in ieder geval de volgende inhoudelijke aspecten worden meegenomen: Maak een regionale toekomstvisie en koppel daarbij verschillende gebiedsopgaven
Ruimte voor de Waal
Een goede RES begint bij een grondige verkenning van be-
Het project Ruimte voor de Waal is een van de
hoeften, zorgen en wensen in de regio. Welke ruimtevragers
succesvolle voorbeeldprojecten van het programma
zijn er, en welke transitieopgaven en ontwikkelingen worden
Ruimte voor de Rivier. Doelstelling was het combi-
voorzien? Welke toekomstvisie heeft de regio voor 2030 en
neren van de kwantitatieve waterveiligheidsopgaven
2050? Door hierbij ook buiten het domein van de energie-
met de versterking van ruimtelijke kwaliteit. Het
transitie te kijken, wordt een integrale benadering mogelijk
gebied moest op de schop om meer ruimte te
en komen regionale koppelkansen in beeld. Vanuit een
geven aan de Waal, maar tegelijk staat het gebied
gebiedsvisie kan zo een integraal ontwikkelplan ontstaan.
onder druk van stedelijke uitbreiding en vormt het
Uitdagingen die mogelijk tegelijk kunnen worden aange-
een belangrijk uitloopgebied voor inwoners van
pakt zijn onder meer: transitie naar kringlooplandbouw,
Nijmegen en omgeving. De werkzaamheden zijn
klimaatadaptatie, recreatieve netwerken, versterking van
in 2016 afgerond en het resultaat is een verweven
groenstructuren, bestrijding van veenoxidatie, vernatting
landschap, waar klimaatadaptatie, stedelijke uit-
en habitatverbetering voor doelsoorten.
breiding en recreatie samen gaan.
Het klimaatakkoord bevat in Hoofstuk C 5.9 een aanzet voor een goede omgang met natuur en
In veel regio’s zijn verschillende deelgebieden te onderschei-
landschap. Er worden vier ruimtelijke principes
den: gebieden die een ruimtelijke samenhang vertonen en/
genoemd en een aantal afspraken op hoofdlijnen.
of gemeenschappelijke kenmerken, kwaliteiten of knelpunten
Ook de NOVI geeft in Hfd 4.2.1 enkele denk
bezitten. Door een volledige en transparante analyse kan
richtingen mee aan de RES.
bepaald worden wat een acceptabele impact in een deelgebied is en welke plaatsingsstrategie daarbij het beste past. Per deelgebied volgen dan eigen randvoorwaarden voor projecten. In sommige deelgebieden zal verantwoorde
Maak op regioniveau een strategie voor omgang met natuur en landschap
ontwikkeling niet of nauwelijks mogelijk blijken; in andere
Elke regio bevat andere landschapstypes en natuurwaarden
waarde worden gerespecteerd door strenge voorwaarden
en vormt zo zijn eigen identiteit. Elk landschapstype vraagt
te verbinden aan energieprojecten. Ook geeft deze aanpak
om een eigen specifieke benadering. Bovendien houdt de
de mogelijkheid om te differentiëren tussen deelgebieden
natuur zich doorgaans niet aan gemeentegrenzen en stopt
(en tussen regio’s onderling). Daardoor behouden of krijgen
de beleving van het landschap daar niet ineens. Het schaal-
die een onderscheidend karakter: sommige deelgebieden
niveau van de RES-regio is daarom beter geschikt om de
krijgen een grotere rol in de energieproductie, waar in
bestaande kenmerken en kwaliteiten van natuur en landschap
andere deelgebieden de bestaande kwaliteiten juist
te onderzoeken.
onverenigbaar zijn met hernieuwbare energieopwekking.
Natuur en Milieufederaties | Participatiecoalitie Natuur en Landschap in de RES
gebieden kunnen hoge ecologische of landschappelijke
9
Breng cumulatieve effecten vooraf in kaart, en blijf monitoren en evalueren In de RES’en worden (zoek)locaties en randvoorwaarden
Natuurcompensatie voor Windpark Eemshaven
bepaald voor een groot aantal afzonderlijke projecten.
Bij de verdere ontwikkeling van windpark Eemshaven
De initiatiefnemers daarvan zullen in de ontwikkelfase wel-
in 2014 werd duidelijk dat er significante verstoring
iswaar de effecten van hun project op natuur en landschap
zou optreden van diverse lokale vogelpopulaties.
onderzoeken, maar daarbij komt niet de cumulatieve impact
Daarom ging de provincie Groningen al vóór de uit-
in beeld. Verschillende wind- en zonneparken kunnen geza-
breiding van het windpark over tot voorfinanciering
menlijk leiden tot versnippering van leefgebieden, barrières
van de natuurcompensatie. Zo konden iets verderop
voor bepaalde soorten en voor druk op lokale populaties.
broedeilanden worden aangelegd ten gunste van
Daarom is het waardevol om al bij de uitwerking van de RES
de betreffende vogelsoorten. De ontwikkelaars
deze optelsom te onderzoeken: van alle geplande energie-
betrokken bij het windpark betaalden later deze
projecten in een regio en van alle RES’en samen. Daarbij
natuurcompensatie terug.
horen ook afspraken over de omgang met voorziene cumulatieve effecten. Het kan ertoe leiden dat de locatiekeuzes in de RES worden bijgesteld en dat er extra eisen worden gesteld aan de inrichting van projecten. Sommige cumulatieve effecten zullen pas zichtbaar worden tijdens realisatie en exploitatie van de projecten. Daarom is monitoring en evaluatie ook in deze fasen van belang. Bijzondere aandacht verdienen de gebieden op de grenzen van verschillende RES’en: veel regio’s plannen hier relatief veel energieprojecten, wat een meervoudige druk levert op de daar aanwezige natuur- en landschapswaarden.
Zet zorgvuldig en zuinig ruimtegebruik centraal Ruimte is schaars in Nederland en natuur en landschap staan onder toenemende druk. Energiebesparing moet daarom op
als uitgangspunt en maak samen met de omgeving een plan
de eerste plek komen: alle energie die wordt bespaard, hoeft
voor het ruimtegebruik in de komende tijd13. Soms kan dit
niet opgewekt te worden. Daarnaast is het zaak om daken
door aan te sluiten bij bestaande landschapsstructuren (in-
en andere bebouwde oppervlakken (parkeerterreinen,
passing). Bijvoorbeeld door windturbines de lijnelementen
braakliggende bedrijfslocaties, etc.) optimaal te gebruiken
in het landschap te laten volgen en zonneparken aan te laten
voor energieopwekking. We zien dat de benutting van dit
sluiten bij de verkavelingsstructuur. In andere gevallen is
areaal achterblijft. Extra stimulering, in de vorm van financiële
‘aanpassen’ of ‘transformeren’ van het bestaande landschap
prikkels en ontzorging, is hard nodig. Zo kunnen we onnodige
de beste optie. Door te kiezen voor een passende plaatsings-
belasting van ruimte voorkomen.
strategie kan er optimaler gebruik worden gemaakt van de ruimte zonder de landschappelijke kwaliteiten verloren te
Dat neemt niet weg dat de RES-opgave voor een groot deel
laten gaan. Projectontwikkelaars kunnen hiertoe gestimu-
buiten de gebouwde omgeving ligt. Hier is zorgvuldigheid
leerd worden door bovengemiddeld zorgvuldig ontwerp te
van groot belang: neem bij de uitwerking van zon- en
belonen met een premie of voorrang in het selectieproces
windprojecten de aanwezige kwaliteiten van het landschap
(zie ook Processtappen: Fase III stappen 2 & 3).
13
Het betrekken van lokale kennis uit de omgeving draagt tevens bij aan draagvlak voor de resulterende plannen.
Natuur en Milieufederaties | Participatiecoalitie Natuur en Landschap in de RES
10
Stimuleer meervoudig ruimtegebruik
Creëer meerwaarde voor natuur en landschap
Projectlocaties voor energieopwekking kunnen vaak ook
Bij een gedegen ecologisch ontwerp kunnen zonnevelden
op andere manieren van waarde zijn voor mens en natuur.
en windturbines ook zorgen voor een toegevoegde waar-
Dat geldt voor windparken - waaronder zelfs nieuwe bossen
de voor natuur en landschap. De natuurwaarden kunnen
kunnen worden aangeplant - en ook voor zonnevelden.
versterkt worden door op de projectlocatie passende
Door slim te ontwerpen zijn er diverse combinaties denk-
inrichtingsmaatregelen te treffen: aanleg van bosschages of
baar, zoals met recreatie, sport, educatie, voedselproductie,
natuurvriendelijke waterpartijen, inzaaien van kruidenrijk
klimaatadaptatie, cultuurhistorie en biodiversiteit. Hiermee
gras of een extensief beheer waardoor de bodem kan her-
kan de maatschappelijke meerwaarde van projecten worden
stellen. De kans op een ‘plus’ is groter in gebieden met een
vergroot en de druk op het landschap worden verlicht.14
lage ecologische uitgangswaarde, en met een groenplan dat zorgvuldig is afgestemd op specifieke doelsoorten, gebruik makend van inheemse en gebiedseigen beplanting. Concepten als ‘eco-zonneparken’ en ‘windbossen’ kunnen uitkomst
Energietuinen Nederland
bieden. Maar de compensatie kan ook buiten het plangebied
Om werk te maken van nieuwe functiecombinaties
plaatsvinden, door (een deel van) de opbrengsten van het
lanceerden de Natuur en Milieufederaties in 2018
energieproject daarvoor in te zetten. De landschapswaar-
het concept “Energietuinen”: duurzame energie
den kunnen versterkt worden door delen van het landschap
opwekking gecombineerd met natuurontwikkeling,
(weer) toegankelijk en/of recreatief aantrekkelijk te maken,
recreatie, educatie, participatie en innovatie. De
bestaande elementen te behouden en te integreren in het
inzet van het integrale ontwerpproces, in samen-
ontwerp en door structuren en landschapselementen te
werking met WUR/landschapsarchitectuur, is dat zo
herstellen.
toegankelijke en beleefbare tuinen ontstaan, met meerwaarde voor de natuur en de lokale omgeving. Op dit moment worden drie pilottuinen ontwikkeld
Solarpark De Kwekerij: een multifunctioneel zonnepark in Bronckhorst, Gelderland.
in Assen, Wijhe en Montfoort – elk met een uniek eigen verhaal en identiteit. In de ontwerptrajecten worden omwonenden en lokale belanghebbenden vanaf de start nauw betrokken, zodat optimaal gebruik gemaakt wordt van lokale expertise en behoeften. Meer informatie over de projecten is te vinden op: www.energietuinen.nl.
14
Let op: niet alle functiecombinaties resulteren in plannen met ecologische en landschappelijke kwaliteit. Zeker waar natuur en landschap niet centraal staan als ontwerpprincipes blijft een grondige afweging van de effecten noodzakelijk.
Natuur en Milieufederaties | Participatiecoalitie Natuur en Landschap in de RES
11
Creëer experimenteerruimte voor vernieuwende toepassingen
Vogeltrekvoorspelling in de Eemshaven
De ontwikkelingen rondom de opwekking van hernieuwbare
De windmolens in de Eemshaven staan op een
energie zijn de afgelopen decennia in een stroomversnelling
belangrijke route voor trekvogels. Om het aantal
gekomen. Windturbines en zonnepanelen worden steeds
aanvaringsslachttoffers onder trekvogels zoveel
efficiënter en er komen nieuwe toepassingen en technieken
mogelijk te beperken, wordt in de Eemshaven
beschikbaar. Vertaling naar de praktijk blijkt echter weer-
onderzoek gedaan door een onderzoeksconsorti-
barstig: pilots en living labs zijn hard nodig om innovatieve
um bestaande uit de Universiteit van Amsterdam,
technieken, maatregelen en functiecombinaties (ten behoeve
Bureau Waardenburg en Altenburg & Wymenga.
van natuur en landschap) te onderzoeken en marktrijp te
Door middel van een grote verzameling radarge-
maken. Hierbij valt te denken aan bifacial en lichtdoorlatende
gevens, kan 48 uur van tevoren worden voorspeld
zonnepanelen, maar ook aan verbeterde stilstandvoorzien
tijdens welke nachten er massale vogeltrek plaats
ingen bij windmolens, en combinaties van zonnepanelen
vindt, zodat tijdens deze nachten de windturbines
met akkerbouw of vernatting. Ook na 2030 zullen de regio’s
stilgezet kunnen worden. Zie https://www.youtube.
nog werken aan verdere opschaling van grootschalige
com/watch?v=FXdroiByBwA.
energieopwekking uit zon en wind. Door in RES 1.0 al ruimte te reserveren voor innovatieve pilotprojecten, kan de regio de komende jaren ervaring opdoen met nieuwe concepten. Zo wordt er actief bijgedragen aan beter inpasbare energietechnieken op de (middel)lange termijn.
Verder lezen… Over een goede omgang met natuur en landschap bij locatiekeuze en inpassing van energieprojecten zijn diverse handreikingen beschikbaar. Deze instrumenten geven bijvoorbeeld tips aan gemeenten voor de ontwikkeling van beleidskaders en aan ontwikkelaars voor zorgvuldige plan-
Handreiking De Constructieve Zonneladder. Met ‘De
vorming. Hier een overzicht van enkele recente publicaties:
Constructieve Zonneladder’ kunnen gemeenten en regio’s in vijf stappen zelf helder en realistisch beleid
Checklist Natuurbelangen bij Windenergie op Land. Biedt hulp bij de natuurvriendelijke inpassing van een
uitwerken voor een goede inpassing van zonne-energie. Gedragscode Zon op Land. Deze gedragscode werd in
windturbine of windpark: welke natuuraspecten verdie-
2019 ondertekend door 9 partijen, waaronder branche-
nen extra of juist minder aandacht? Met deze checklist
organisatie Holland Solar. De leden van Holland Solar
kunnen betrokken partijen in goed overleg afspraken
(ontwikkelaars van zonnevelden) committeren zich hier-
maken over een verantwoorde wijze van vooronderzoek
mee o.a. aan het principe dat hun projecten meerwaarde
en realisatie.
hebben voor de natuur en de lokale gemeenschap. De
Checklist Natuurbelangen bij Grondgebonden Zonne parken. Biedt hulp bij de natuurvriendelijke inpassing van
publicatie bevat diverse afspraken over een zorgvuldige wijze van locatiekeuze en inpassing.
een zonnepark: welke natuuraspecten verdienen extra of
Kansenkaart windenergie. De Vogelbescherming werkt op
juist minder aandacht? Met deze checklist kunnen betrok-
dit moment aan een kansenkaart, die inzichtelijk maakt
ken partijen in goed overleg afspraken maken over een
waar in Nederland mogelijkheden liggen voor windpro-
verantwoorde wijze van vooronderzoek en realisatie.
jecten zonder substantiële schade aan vogelpopulaties.
Natuur en Milieufederaties | Participatiecoalitie Natuur en Landschap in de RES
12
3 Processtappen Welke stappen zijn nodig om natuur en landschap in een RES volwaardig mee te wegen? In de periode tot 1 juli 2021 worden de energiedoelstellingen uit de concept-RES uitgewerkt tot concrete plannen voor energielandschappen met ruimtelijke kwaliteit. Het resulterende document, de RES 1.0, is daarmee een cruciaal instrument voor een goede omgang met natuur en landschap. Het bevat niet alleen een verantwoording van voorgenomen ontwikkellocaties, maar ook diverse afspraken en kaders voor projectontwikkeling, realisatie en exploitatie. Bovendien schetst het een tijdspad voor de realisatie van de doelstellingen voor 2030 en daarna. In de uitwerking van de RES 1.0 onderscheiden we vier fasen. Dit hoofdstuk laat de stappen zien die in iedere fase nodig zijn voor een volwaardige en transparante omgang met ecologische en landschappelijke waarden. Zo worden natuur en landschap niet het sluitstuk van de RES, maar juist het vertrekpunt.
De vier fasen Op weg naar RES 1.0 Fase I
Fase II
Inventariseren
Afwegen
1 Breng de natuurwaarden van de regio in kaart. 2 Breng de landschappelijke waarden van de regio in kaart. 3 Breng andere restricties in kaart en combineer deze met de natuur- en landschappelijke waarden.
1 Verdeel de regio in deelgebieden. 2 Breng een prioritering aan en werk per deelgebied een gebiedsvisie en randvoorwaarden uit. 3 Onderzoek mogelijke cumulatieve effecten en samenhang binnen de regio en bovenregionaal.
Fase IV
Fase III
Monitoren en evalueren
Integraal ontwerpen
1 Leg vast wat er gemonitord moet worden. 2 Leg vast wie de monitoring gaat uitvoeren. 3 Monitor ook de natuurversterkende maatregelen. 4 Deel regionale bevindingen periodiek met het Rijk. 5 Evalueer en leer.
1 Bepaal de werkwijze en routekaart waarmee de regio haar energieplannen ten uitvoer kan brengen. 2 Stel ontwerpkaders op, aansluitend bij de gebiedsvisies en randvoorwaarden. 3 Richt een toetsingssysteem in voor de beoordeling van projectplannen.
Natuur en Milieufederaties | Participatiecoalitie Natuur en Landschap in de RES
13
Fase I: Inventariseren Om rekenschap te kunnen geven van een goede omgang met natuur en landschap moet allereerst inzichtelijk worden gemaakt waar energieopwekking theoretisch mogelijk is en welke ecologische en landschappelijke waarden in de regio aanwezig zijn. Dat kan in de inventarisatiefase, waarbij in elk geval de volgende stappen van gelijk belang zijn en parallel uitgevoerd moeten worden:
1 Breng de natuurwaarden van de regio in kaart Met behulp van onderstaande vragen wordt er een zo volledig mogelijk inzicht verkregen in welke natuurwaarden de regio heeft. De (lokale) natuurorganisaties en terreinbeherende organisaties zijn een belangrijke kennisbron voor deze stap. Tevens beschikt het Nationaal Programma RES over een kaartenbak die openbaar toegankelijk is, en werkt de Vogelbescherming aan een ‘kansenkaart windenergie’. Welke natuurtypen zijn in de regio aanwezig? Waar bevinden zich de beschermde natuurgebieden en soorten? Zijn er andere gebieden met een bijzondere ecologische functie?
Natuur en Energie in de Noord-Hollandse Energieregio De twee RES-regio’s in de provincie Noord-Holland zijn verenigd in de Noord-Hollandse Energieregio.
Welke gebieden zijn meer of minder kwetsbaar?
Gezamenlijk hebben ze onderzoek laten doen naar de
Welke ecologische uitdagingen kent de regio?
wisselwerking tussen het veranderende energiesys-
Welke doelstellingen, plannen of ambities bestaan er om-
teem en de natuur en haar biodiversiteit. Er is zowel
trent de verdere ontwikkeling van deze natuurwaarden?
gekeken naar de impact van energieopwekking op
Zijn er gebieden of locaties waar energieprojecten – finan-
lokale flora, fauna en bodemkwaliteit als naar de
cieel of ruimtelijk– een positieve impuls kunnen geven?
impact die grootschalige energieopwekking heeft
Welke koppelkansen voor natuur kunnen we identificeren?
op het ecosysteem en de biodiversiteit. Daarnaast is er door middel van ontwerpend onderzoek gekeken naar de eventuele kansen die de energietransitie kan bieden om de natuur, de ecosystemen en de biodiversiteit van Noord-Holland te versterken. Zo wordt er een voorbeeld uitgewerkt van een zonnepark als bufferzone bij natuurgebieden. Het gehele document is hier te vinden.
De Veluwe is met ruim 100.000 hectare een van de grootste natuurgebieden van Nederland.
Natuur en Milieufederaties | Participatiecoalitie Natuur en Landschap in de RES
14
Fase I: 2 Breng de landschappelijke waarden van de regio in kaart Het vatten van het landschap in concrete indicatoren is niet altijd even makkelijk. De onderstaande vragen zijn een handvat om de landschappelijke waarden in beeld te brengen. De antwoorden op deze vragen kunnen gevonden worden in Panorama Landschap (RCE) en eventueel bij provincies en gemeenten beschikbare databases. Landschapsarchitecten kunnen in deze onderzoeksfase als gids of coördinator dienen, maar het is belangrijk dat ook gemeenten, regionale landschapsorganisaties lokale groepen en bewoners een actieve rol krijgen in dit proces. Welke landschapstypen zijn in de regio aanwezig? Wat zijn de landschappelijke kenmerken en kwaliteiten? Wat is de belevingswaarde, gebruikswaarde en toekomstwaarde van deze deelgebieden? Welke landschappelijke uitdagingen kent de regio? Welke doelstellingen, plannen of ambities bestaan er omtrent de verdere ontwikkeling van deze kwaliteiten? Zijn er gebieden of locaties waar energieprojecten – financieel of ruimtelijk– een positieve impuls kunnen geven? Welke koppelkansen in het landschap kunnen we identificeren?
Landschap als onderlegger in RES-regio Noordoost Brabant Een goed voorbeeld van een grondige landschappelijke analyse is te vinden in RES Noordoost Brabant. In samenspraak met de gemeenten, provincie, waterschappen en natuurorganisaties is er een uitgebreid ‘afwegingskader landschap’ opgesteld waarin per deelgebied en landschapstype uiteen wordt gezet welke kansen er zijn voor duurzame energieopwekking. Naast leidende inpassingsprincipes en voorkeursladders voor wind- en zonne-energie, wordt ook aangegeven welke gebieden nadrukkelijk uitgesloten moeten worden van grootschalige energieopwekking. Door dit thema te combineren met nog vier andere pijlers – potentie, maatschappelijke acceptatie, koppelkansen en MKBA – moet uiteindelijk duidelijk worden welke (combinaties van) gebieden, technieken en inpassingsvarianten de voorkeur krijgen in deze RES.
3 Breng andere restricties in kaart en combineer deze met de natuur- en landschappelijke waarden Naast natuur en landschap spelen ook andere ruimtelijke beperkingen een rol. Maak inzichtelijk waar wettelijk en technisch gezien ruimte is voor windturbines en zonnepanelen, rekening houdend met ‘harde restricties’ zoals: geluidszones rond woonkernen, veiligheidszones rond infrastructuur en industrie en radarzones bij defensieterreinen. Ook Natura 2000-gebieden en nationale parken passen in dit rijtje: unieke en kwetsbare gebieden met een belangrijke functie in Europa, die bovendien een sterke juridische bescherming genieten. In de Gedragscode Zon op Land zijn deze gebieden uitgesloten voor de realisatie van zonneparken. Werk deze restricties uit op de kaart. Hiermee wordt inzichtelijk waar er theoretisch ruimte is voor grootschalige energie opwekking. Ontbreekt deze kennis als onderlegger, dan is de nut en noodzaak van specifieke zoekgebieden en projectlocaties later in het proces niet goed uitlegbaar – zeker waar die controversieel zijn of gevoelig liggen.
Natuur en Milieufederaties | Participatiecoalitie Natuur en Landschap in de RES
15
Fase II: Afwegen Zodra de kansen en mogelijke knelpunten in beeld zijn, kan de afwegingsfase beginnen. Daarin vindt een vertaalslag plaats van theoretisch potentieel naar zoekgebieden en voorkeurslocaties. Wij adviseren daarbij de volgende stappen:
1 Verdeel de regio in deelgebieden Combineer de ecologische en landschappelijke analyse om de regio op te delen in deelgebieden en te bepalen waar wat mogelijk is. Een deelgebied onderscheidt zich door een ruimtelijke samenhang en/of overeenkomstige kenmerken, kwaliteiten of knelpunten.
Uitsluiting van natuurgebieden in RES Drenthe In de RES-regio Drenthe is ervoor gekozen om natuurgebieden die vallen onder Natura2000 of het Natuurnetwerk Nederland uit te sluiten. De hoge natuur- en landschapswaarden in deze gebieden zijn kwetsbaar en wil de regio be houden. Wel worden er veel kansen gezien voor energieopwekking in bufferzones rondom natuurgebieden. In de rand om natuurgebieden wordt vaak extra veel stikstof vastgelegd en lijdt de natuur door extra verzuring en eenzijdige verrijking met voedingsstoffen. De volledige concept-RES is hier te vinden.
2 Breng een prioritering aan en werk per deelgebied een gebiedsvisie en randvoorwaarden uit Welke kwaliteiten moeten in de regio behouden worden? Zijn er deelgebieden die uitgesloten moeten worden van energieopwekking omdat de natuur- en/of landschappelijke waarden15 onverenigbaar zijn met energieopwekking? Onderzoek hierbij welke mogelijkheden er zijn buiten natuurgebieden, zodat gebieden met hoge ecologische en/of landschappelijke waarden vermeden kunnen worden. De conclusies voor wind en zon kunnen hierbij van elkaar verschillen. Zodra de zoekgebieden en uitgangspunten duidelijk worden, kan per deelgebied een gebiedsvisie worden opgesteld. Hier is de plaatsingsstrategie van belang: bepaal per deelgebied of je inzet op inpassen, aanpassen of transformatie. Dit hangt af van het gewenste niveau van ruimtelijke kwaliteit, de beoogde hoeveelheid energieopwekking en de mogelijkheden voor ontwerp en integrale gebiedsontwikkeling. Andere gebiedsopgaven en koppelkansen moeten worden meegenomen om te komen tot een integrale gebiedsvisie. Voor deze stap is het noodzakelijk samen met de betreffende gemeenten, maatschappelijke organisaties (inclusief lokale natuur- en landschapsorganisaties) en bewoners de randvoorwaarden uit te werken voor energieprojecten.
Let daarbij op dat natuur en landschap een volwaardige stem krijgen in de gesprekken en dat er voldoende deskundigen worden betrokken. Uit de gebiedsprocessen volgen naast een gebiedsvisie ook concrete randvoorwaarden voor energieprojecten. Die beschrijven bijvoorbeeld de gewenste wijze van vooronderzoek (nulmeting), maximale omvang, ontwerpcriteria (zoals bufferafstanden, opstellingen, bedekkingsgraad), participatieproces en meervoudig ruimtegebruik.
15
Met de Constructieve Zonneladder kunnen gemeenten en regio’s in vijf stappen zelf helder en realistisch beleid uitwerken voor een goede inpassing van zonne-energie.
Natuur en Milieufederaties | Participatiecoalitie Natuur en Landschap in de RES
16
Fase II: 3 O nderzoek mogelijke cumulatieve effecten en samenhang binnen de regio en bovenregionaal In wisselwerking met stap twee wordt de optelsom voor de gehele RES-regio onderzocht: levert dit een landschappelijk samenhangend en aantrekkelijk beeld op, en welke ecologische impact maken de projecten gezamenlijk? Om de ecologische effecten te kunnen beoordelen, moet er ook naar de plannen van aangrenzende RES-regio’s gekeken worden. Regionale coördinatie hierop is essentieel en heeft een aantal voordelen: Het maakt tijdige afstemming met buurregio’s mogelijk over ontwikkeling van de grensgebieden. Er kan actief regionaal gestuurd worden op differentiatie tussen deelgebieden – door landschappelijke contrasten te vergroten – of juist op evenredige spreiding van energieprojecten over de regio.16 Het geeft de kans om te anticiperen op voorziene cumulatieve ecologische effecten van energieprojecten. Zie hiervoor ook de Aanbevelingen: cumulatieve effecten (zoals barrièrewerking en druk op populaties) kunnen niet goed op individuele projecten verhaald worden als hierover op voorhand geen afspraken zijn gemaakt. Bovendien zou een regio of provincie mitigerende of compenserende maatregelen kunnen voorfinancieren zodat dit vroegtijdig in gang wordt gezet. Wij adviseren om voor deze stap een ‘Adviesgroep Natuur en Landschap’ in te richten.
Deze kan worden samengesteld uit natuur- en landschapsdeskundigen van provincie en gemeenten, kennisinstellingen en natuur- en landschapsorganisaties. Dit team kan tevens ondersteunen en adviseren bij de uitwerking van projecten. Tijdens de realisatie en exploitatie van de energieprojecten heeft deze adviesgroep een rol in het monitoren van de daadwerkelijke impact.
16
Dit kan verschillen per regio: in grotere regio’s met veel buitenruimte geeft clustering van energieopwekking kansen voor onderscheidend landschapsontwerp en investeerruimte; in andere regio’s ligt meer spreiding voor de hand, vanwege lokale initiatieven (en draagvlak) of vanwege aansluiting bij stedelijke (infra) structuren.
Natuur en Milieufederaties | Participatiecoalitie Natuur en Landschap in de RES
17
Fase III: Integraal ontwerpen 1 B epaal de werkwijze en routekaart waarmee de regio haar energieplannen ten uitvoer kan brengen De gebiedsvisies en randvoorwaarden per deelgebied vormen de spelregels voor het ontwerp van concrete projecten. Bij grotere gebiedsontwikkeling ligt een regisserende rol voor de overheid voor de hand; in andere gevallen is het aan commerciële en coöperatieve initiatiefnemers om plannen uit te werken en hebben overheden een opdrachtgevende en controlerende rol. Daarbij is het van belang heldere afspraken te maken over de periode waarbinnen en de wijze waarop energieprojecten uitgewerkt worden.
2 Stel ontwerpkaders op, aansluitend bij de gebiedsvisies en randvoorwaarden In alle gevallen is het belangrijk duidelijke ontwerpkaders op te stellen waarin de regionale ambities concreet zijn uitgewerkt. Daarmee wordt voor de ontwikkelende partijen duidelijk welke kwaliteit er in hun plannen verwacht wordt. Om een goede omgang met natuur en landschap daarbij te borgen, moeten in ieder geval de volgende onderwerpen terugkomen in de ontwerpkaders: Een grondige natuurtoets voor de beoogde projectlocatie en directe omgeving.17 Bij grotere projecten past ook een uitgebreider vooronderzoek. Een goed uitgewerkt biodiversiteitsplan waarin zowel inrichting als beheer worden beschreven. Een samenhangend en realistisch beheerplan, waarin de onderhoudsmaatregelen staan beschreven. Plan van aanpak voor de aanlegfase, waardoor de ecologische effecten geminimaliseerd worden. Meervoudig ruimtegebruik en benutting van koppelkansen, aansluitend bij de behoeften in het gebied. Aansluiten bij wensen van de lokale gemeenschap. Inventariseer daarvoor samen met lokale groepen en bewoners de lokale waarden op en rond de projectlocatie. Er is veel draagvlak te kweken door in te spelen op lokale vraagstukken.
3 Richt een toetsingssysteem in voor de beoordeling van projectplannen Door deze ontwerpkaders vast te leggen in een checklist of puntensysteem, kan getoetst worden in hoeverre de plannen voldoen aan de gestelde ontwerpkaders. Ontwikkelaars worden zo aangemoedigd om de kwaliteit van hun projecten te waarborgen.
Het puntensysteem van Wijk bij Duurstede In het ‘beleidskader zonnevelden’ van de gemeente Wijk bij Duurstede, dat eind 2019 samen met inwoners en een burgerpanel is opgesteld, wordt ruimte gemaakt voor maximaal 60 hectare aan zonnevelden in de periode tot en met 2022. Om te kunnen beoordelen welke initiatieven het beste binnen dat beleid passen, ontwikkelde de gemeente een puntensysteem. Er konden punten behaald worden op diverse thema’s, waaronder: ‘natuur en biodiversiteit’, ‘landschap en recreatie’ en ‘meervoudig ruimtegebruik’. Voor de beoordelingen werd een expertpanel ingericht met deskundigen binnen en buiten de ambtelijke organisatie. Zo kon bij de acht ingediende principeverzoeken gelijktijdig worden getoetst hoe die rekening houden met de belangen van onder meer bewoners, natuur en landschap. In april 2020 ontvingen de vier initiatieven met de hoogste scores groen licht om hun plannen verder te gaan uitwerken. Meer over het beleidskader en de procedure is te vinden op: https://zonneveldenwijkbijduurstede.nl/.
17
De NMF’s hebben hiervoor twee instrumenten beschikbaar: de Checklist Natuurbelangen bij Wind op Land en de Checklist Natuurbelangen bij Grondgebonden Zonneparken.
Natuur en Milieufederaties | Participatiecoalitie Natuur en Landschap in de RES
18
Fase IV: Monitoren en evalueren Zodra de realisatiefase aanbreekt is het essentieel om de werkelijke impact van de plannen in de RES (individueel en cumulatief) op ecologische en landschappelijke waarden blijvend te monitoren op het regioniveau. In het monitoringsplan van RES 1.0 wordt uitgewerkt wat er gemonitord gaat worden en wie de monitoring gaat uitvoeren.
1 Leg vast wat er gemonitord moet worden
Monitoring in zonneparken Er lopen meerdere projecten en onderzoeken naar het
In het monitoringsplan wordt vastgelegd welke effecten
monitoren van natuurwaarden en bodemkwaliteit in
gemonitord gaan worden. Het landschap is veranderd, wat
zonneparken. Wageningen Universiteit en Research
is daarbij de impact op de landschappelijke waardes en land-
(WENR) heeft een uitgebreide literatuurstudie gedaan
schapsbeleving geweest? Is de inschatting van de impact
naar de effecten op de bodem en biodiversiteit in
op het landschap die vooraf is gemaakt juist geweest? De
zonneparken, waaruit blijkt dat zonneparken kunnen
monitoring van de effecten op populaties, biodiversiteit en
bijdragen aan een verhoging van de biodiversiteit.
bodemkwaliteit moet over meerdere jaren plaats vinden
Cruciaal is dat er voldoende licht en water op de bodem
omdat de effecten soms langzaam merkbaar zijn. Hierbij
komt. Een vervolg op dit onderzoek is een recent
benadrukken wij het belang van kwantitatieve monitoring
gestart onderzoeksproject ‘SolarEcoPlus’, geïnitieerd
(hoe groot zijn de populaties) naast kwalitatieve monitoring
door het Nationaal Consortium Zon in Landschap.
(welke soorten zijn er aanwezig).
In dit project wordt onderzocht welke effecten verschillende type PV-opstellingen hebben op de bodem. Een ander recent gestart onderzoek focust op de biodiversiteit in zonneparken, dit is een samenwerking van Shell en Naturalis. Vanuit het Nationaal Consortium Zon in Landschap is een meetprotocol uitgegeven om biodiversiteit in zonneparken op uniforme wijze vast te stellen en te monitoren.
Natuur en Milieufederaties | Participatiecoalitie Natuur en Landschap in de RES
19
Fase IV: 2 Leg vast wie de monitoring gaat uitvoeren Door vooraf vast te leggen welke partijen een rol gaan spelen bij de monitoring, vindt er een beter waarborging plaats. De eerder voorgestelde ‘Adviesgroep Natuur en Landschap’ kan hier een rol in spelen.
3 Monitor ook de natuurversterkende maatregelen Evalueer ook de beoogde natuurversterkende maatregelen. Worden de natuurwaarden van het gebied daadwerkelijk verhoogd? Bekijk of het biodiversiteitplan bijgesteld moet worden. In hoeverre is de uitwerking tot stand gekomen en heeft deze effect gehad? Daarnaast is het zaak om het beheerplan te monitoren, zoals de effecten van het maai- en graasbeheer.
4 Deel regionale bevindingen periodiek met het Rijk Een grote toename van het aantal zonnevelden en windturbines zal ook op nationaal niveau effect hebben. Door informatie over regionale impact op natuur en landschap uit te wisselen en samen te voegen, kunnen ook de bovenregionale effecten worden onderzocht. Momenteel wordt gewerkt aan een landelijke cumulatieboekhouding, inclusief afspraken over de omgang met cumulatieve effecten. Meer hierover is te lezen in de onderstaande tekstbox ‘Programma natuurinclusieve energietransitie’.
5 Evalueer en leer Neem de resultaten van het monitoringsprogramma mee naar nieuwe plannen. Stel waar nodig de gebiedsvisie of ontwerp kaders bij.
Programma natuurinclusieve energietransitie Het Rijk, de Provincies, Vogelbescherming Nederland, de Nederlandse Wind Energie Associatie, Tennet, de Zoogdier vereniging en de Natuur en Milieufederaties werken samen aan bouwstenen voor afspraken ten behoeve van een natuurinclusieve energietransitie voor wind en hoogspanning op land. Het doel is te komen tot afspraken waarmee we zorgen voor de doorgang van wind en hoogspanningsprojecten op land én we de negatieve effecten op de staat van instandhouding van kwetsbare soorten verminderen. Het werken aan deze afspraken is nog niet afgerond, maar de reeds gemaakte afspraken over mitigatie en onderzoek binnen dit traject zullen door de provincies wel al als leidraad gebruikt gaan worden. In dit verband zullen de verschillende wijzen van monitoring van slachtoffers beter op elkaar worden afgestemd. Vraagstukken rond cumulatie kunnen hierdoor naar verwachting beter worden beantwoord. Van belang in de context van de handreiking Natuur en Landschap, die u nu in handen heeft, is om de gemaakte en op handen zijnde afspraken mee te nemen in de RES en bij energieprojecten in de diverse RES regio’s. We kunnen ons voorstellen dat u hier vragen over heeft, waarvoor we u verwijzen naar: IPO/Bij12 - Jeroen Ostendorf: jostendorf@ipo.nl NMF’s - Annie van de Pas: a.vande.pas@natuurenmilieufederaties.nl
Natuur en Milieufederaties | Participatiecoalitie Natuur en Landschap in de RES
20
4 Bronnen Voor deze publicatie is gebruik gemaakt van de volgende bronnen: Binnen de NMF’s beschikbare kennis over ecologie, landschap, duurzame energie en de Regionale Energiestrategieën. Inhoudelijke bijdragen van Wageningen University & Research: M. Enserink, D. Oudes, S. Stremke. Uitwisselingen met brancheorganisaties en natuurorganisaties: NVDE, Landschappen NL, Natuurmonumenten en Vogelbescherming Nederland. Atlas Leefomgeving (2020) ‘Natuur’, Atlas Leefomgeving (2020) ‘Kaarten’. CRa (2019) Via Parijs: Een ontwerpverkenning naar een klimaatneutraal Nederland. ECN & WUR (2017): De energietransitie: een nieuwe dimensie in ons landschap. Europees Milieuagentschap (2015) The state of nature in the EU. EEA, Luxembourg. Hooimeijer, P., Kroon, H., & Luttik, J. (2001). Kwaliteit
Raad van Europa (2000): Europees Landschapsverdrag. Sanders, M.E., R.J.H.G. Henkens & D.M.E. Slijkerman (2019). Verdrag inzake biologische diversiteit; Zesde nationaal rapport van het Koninkrijk der Nederlanden. Wettelijke Onderzoekstaken Natuur & Milieu, WOt- technical report 156. Sijmons, D., Frijters, E., Wijnakker, R., Hugtenburg, J., Stremke, S., Hocks, B., ... & Gerretsen, P. (2017). Energie & Ruimte: Een Nationaal Perspectief. Vereniging Deltametropool.
in meervoud: Conceptualisering en operationalisering
WUR (2020a) dossier ‘Groen: goed voor de gezondheid’
van ruimtelijke kwaliteit voor meervoudig ruimtegebruik.
WUR (2020b) ‘Betekenis landschap voor welbevinden
Gouda, the Netherlands: Habiforum. Kunsten ’92 & Federatie Ruimtelijke Kwaliteit (2019): Fiks Nederland!
Nederlanders’. Zandbelt, D. (2020) ‘Smeer de energietransitie niet als pindakaas uit over Nederland’.
Provincie Zuid-Holland (2014) – Verordening Ruimte, Artikel 2.2.1 Ruimtelijke kwaliteit en maatschappelijke tegenprestatie.
Natuur en Milieufederaties | Participatiecoalitie Natuur en Landschap in de RES
21