CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

nationaal-actieplan-dakloosheid-eerst-een-thuis.pdf

Dordtse Dinsdag – Beeld- en oordeelsvormende commissies 28 mei 2024, gemeente DordrechtBij agendapunt: 1: Verzoek van inwoner tot inspreken op niet geagendeerde onderwerpen24.903 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Nationaal Actieplan Dakloosheid: Eerst een Thuis

Op de foto van de voorpagina speelt Cloud (24) met hondje Tim in de kamer waar ze nu slaapt. Cloud, in het dagelijks leven jongerenambassadeur voor Amnesty International, kan en wil niet bij haar ouders wonen vanwege een onveilige thuissituatie. Al vanaf haar 16de is ze het huis uit. Paula (68) woont in een groot huis in het centrum van Amsterdam. Omdat ze het zonde vindt om in de huidige wooncrisis woonruimte onbenut te laten, woont Cloud tijdelijk in de kamer van een van Paula’s zoons, die al een tijdje het huis uit is. Fotograaf: Boudewijn Bollmann Initiatief: Het Beelddepot

Inhoud 1.

2.

Voorwoord

4

Ambitie: in 2030 heef iedereen een thuis

5

1.1. Zes leidende principes als landelijk kompas 1.2. Zes actielijnen 1.3. Samenhang met andere nationale programma’s en ontwikkelingen 1.4. Leeswijzer

7 9 11 12

Samen werken aan zes actielijnen

13

2.1. Actielijn 1 Versterken fnanciële bestaanszekerheid: borging van het bestaansminimum

14

2.1.1.

Samenhang Actieplan Dakloosheid met Aanpak geldzorgen, armoede en schulden en Participatiewet in balans (SZW)

2.2. Actielijn 2 Preventie: dakloosheid wordt te allen tijde voorkomen 2.2.1. 2.2.2. 2.2.3. 2.2.4. 2.2.5. 2.2.6. 2.2.7.

19

Tegengaan van stigmatiserende beeldvorming Goede en vindbare informatie op alle leefgebieden Investeer in goede ambulante begeleiding, onafankelijke clientondersteuning en sociaal-juridisch advies Investeren in een outreachende aanpak en bemoeizorg Verbinding medisch en sociaal domein en zorg aan onverzekerden Uitstroom uit een intramurale seting leidt niet tot dakloosheid Huisuitzeting leidt niet tot dakloosheid

29

2.3.1. Wonen Eerst als landelijk kompas 2.3.2. Samenhang met de woningbouwopgave en programma ‘Een thuis voor Iedereen’

29 32

36

2.4.1. De basis snel op orde door betere regie en eigenaarschap 2.4.2. Integrale toegang en begeleiding

37 38

2.5. Actielijn 5 Inzet ervaringskennis in de hele beleidscyclus

40

2.5.1. Landelijk platform belangenbehartiging dakloosheid 2.5.2. Lokaal betrekken ervaringskenners bij beleidscyclus en in hulpverlening

4.

19 20 21 22 23 25 26

2.3. Actielijn 3 Wonen Eerst: iedereen een stabiele woonplek met ondersteuning op maat

2.4. Actielijn 4 Versterken van de uitvoeringspraktijk: betere regie, snelheid en de menselijke maat centraal

3.

15

41 41

2.6. Actielijn 6 Aandacht voor jongeren, LHBTIQ+ en EU-burgers

43

Randvoorwaarden: Monitoring, fnanciën, sturing en kennis

45

3.1. Monitoring 3.2. Financiën

45 48

Proces van totstandkoming

50

Bijlagen

51

Bijlage.1. Bijlage.2.

Begrippenlijst Actieplan Dakloosheid Overzicht van actielijnen, resultaten, tijdpad, trekkers en samenhang met andere programma’s

51 54

Nationaal Actieplan Dakloosheid: Eerst een Thuis | 3

Voorwoord Ons land telt een te groot aantal dakloze mensen. Deze mensen hebben geen thuis waar zij op kunnen terugvallen als basis. Terwijl zij net als ieder ander een eigen plek nodig hebben waar zij zich thuis kunnen voelen. Veel van deze jongeren en volwassenen hebben mij verteld over hun ervaringen. Juist de stem van mensen die in deze situatie hebben gezeten is van belang om tot een efectieve aanpak te komen. Want zij weten meer dan wie dan ook wat er nodig is. De verhalen over wat zij hebben meegemaakt grijpen mij aan. Bijvoorbeeld over de enorme drempel die zij ervaarden om aan te kloppen voor hulp. Ook sprak ik met mensen die door schulden noodgedwongen hun huis moesten verlaten en met mensen die zich ongehoord voelden door instanties wanneer zij hun leven weer op orde probeerden te krijgen. De verhalen zijn stuk voor stuk uniek maar wat deze mensen met elkaar gemeen hebben is de behoefe eerder gezien en gehoord te worden, en aan (het behoud van) een eigen thuis. Het is tijd voor een nieuwe aanpak. Vanuit een fundamenteel andere kijk op wat nodig is. Een aanpak gericht op het voorkomen van dakloosheid en een thuis voor iedereen. Dat vraagt om een paradigmashif.

Waar het beleid gericht op dakloosheid nu feitelijk vaak nog primair het beleid ‘maatschappelijke opvang’ betref, vraagt het Nationaal Actieplan Dakloosheid: Eerst een Thuis, om de focus te verleggen: van opvang, naar wonen met begeleiding. Van dakloze mensen als ‘cliënten maatschappelijke opvang’, naar mensen die een eigen woonplek nodig hebben. Van dakloosheid als individueel probleem, naar dakloosheid als fenomeen dat we alleen samen kunnen oplossen. Dakloosheid voorkomen en oplossen gaat naast huisvesting immers ook over bestaanszekerheid, preventie en een toegankelijke overheid. Het plan heef daarom aandacht voor al deze verschillende leefgebieden. We hebben daar ieders hulp heel hard bij nodig. Alleen samen kunnen we ervoor zorgen dat in 2030 in Nederland iedereen een thuis heef.

Maarten van Ooijen, Staatssecretaris Volksgezondheid, Welzijn en Sport, Coördinerend bewindspersoon Nationaal Actieplan Dakloosheid

4 | Nationaal Actieplan Dakloosheid: Eerst een Thuis

1. Ambitie: in 2030 heef iedereen een thuis

“Op mijn 16e was ik voor het eerst ‘bankhopper’. Ik raakte onzichtbaar voor het systeem en werd van het kastje naar de muur gestuurd. Voor een verblijf in de nachtopvang of de aanvraag van een uitkering was ik te jong. Voor een verblijf in een Jeugdzorginstelling was ik ‘te complex’. In deze periode ben ik ook meerdere malen afgewezen voor klinische behandeling door de problemen die ik in de loop der jaren had ontwikkeld. Er was nergens plek voor mij.”

Aanleiding De afgelopen tien jaar bleek dat het aantal dakloze mensen sterk gestegen was. Daarom is vanuit de overheid fors ingezet op het voorkomen en verminderen van dakloosheid. Tussen 2019 en 2021 heef het Rijk twee tijdelijke programma’s opgezet: de brede aanpak ‘Een (T)huis, een Toekomst’1, en het Actieprogramma dak- en thuisloze jongeren2. Het advies van de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving ‘Herstel begint met een huis’3 was een belangrijk uitgangspunt van deze programma’s. De kern van het advies luidde dat een structureel andere aanpak van dakloosheid nodig was: niet de maatschappelijke opvang, maar een plek om te wonen staat aan de basis van elk hulpverleningstraject. Dit sloot inhoudelijk ook aan bij het advies van de commissie Dannenberg4 waar sociale inclusie van mensen met een psychosociale kwetsbaarheid centraal staat. Een efectieve aanpak van dakloosheid vraagt om een duurzame langetermijnstrategie. Een strategie waarbij essentiële thema’s als bestaanszekerheid en voldoende betaalbare huisvesting onderdeel zijn van de oplossing. Daarom reikt dit plan verder dan één kabinetsperiode, namelijk van 2023 tot en met 2030. Dakloosheid wordt door een integrale bril bekeken, waarbij de structurele oorzaken van dakloosheid centraal staan: bestaansonzekerheid en het tekort aan betaalbare huisvesting.

Dit Actieplan gaat over alle mensen die rechtmatig in Nederland verblijven, te maken hebben met sociale problematiek en een urgente woonvraag hebben. Het plan gaat niet over mensen zonder verblijfsvergunning, daarop is het vreemdelingenbeleid van toepassing. Dit is geen beleidsplan zoals veel andere. Het plan is samen met de gehele sector en met mensen met ervaringskennis gemaakt. Omdat zij weten wat nodig is. Omdat zij de kennis in huis hebben die de meeste beleidsmakers op ministeries niet hebben. Het doel was om een breed gedragen plan te maken waarin mensen zich zoveel mogelijk herkennen5. De leidende principes, actielijnen, doelstellingen en beoogde resultaten zijn tot stand gekomen via een intensief proces. Honderden mensen hebben meegedacht over dit Actieplan. Dat was geen gemakkelijke weg, met zoveel partijen, belangen en zienswijzen. Het was zoeken naar de juiste balans om verschillende visies samen te brengen. Dat zal terug te lezen zijn in dit Actieplan: niet alle input is één-op-één geland in het plan. Maar de essentie staat als een huis: dakloosheid in 2030 oplossen door fors in te zeten op preventie en een focus op wonen. Meer over de totstandkoming van dit Actieplan is te lezen in hoofdstuk vier.

1 2 3 4 5

Zie: htps://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2020/06/03/kamerbrief-over-een-thuis-een-toekomst-de-aanpak-van-dak-en-thuisloosheid Zie: htps://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2019/03/14/actieprogramma-dak-en-thuisloze-jongeren-2019-2021 Zie: htps://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2020/04/22/herstel-begint-met-een-huis Zie: htps://vng.nl/fles/vng/van-beschermd-wonen_20151109.pdf Er is voor gekozen om ambtelijke taal zoveel mogelijk achterwege te laten. Want dit plan moet voor iederéén begrijpelijk en aansprekend zijn. Nationaal Actieplan Dakloosheid: Eerst een Thuis | 5

Ambitie Het Nationaal Actieplan Dakloosheid zet in op een paradigmashif in de manier waarop we kijken naar en omgaan met dakloosheid. Het plan stelt de ambitie om dakloosheid in Nederland fors en structureel terug te dringen, waarmee aangesloten wordt bij de Verklaring van Lissabon 6 om dakloosheid in 2030 te beëindigen. Dit vereist stevige inzet en commitment van vele partners, nú en de komende jaren. Een andere manier van werken en denken past daarbij. Door te investeren in een plan met een veel grotere nadruk op een preventieve aanpak, moet het managen van dakloosheid aan de achterkant in de toekomst verleden tijd zijn. Velen zijn gewend geraakt aan de maatschappelijke opvang als een tijdelijke, maar logische noodoplossing. Maar we moeten nu stevig de omslag maken naar preventie en ‘eerst een woning, dan herstel’. Preventie en wonen zijn dan ook de twee belangrijke pilaren van dit Actieplan. Want uit onderzoek en ervaring blijkt dat juist een eigen thuis het beste startpunt is voor het werken aan herstel en het opbouwen van een (nieuwe) toekomst. Door dakloosheid te voorkomen worden bovendien op korte en lange termijn kosten bespaard in opvangplekken, sociale uitkeringen, zorginstanties, politie en justitie.7 Kortom, een stabiele thuisbasis zorgt dat problemen met meer succes worden opgelost.

Een eigen woning is een cruciaal startpunt voor elk terrein, of het nu gaat om het aanpakken van een verslaving, het vinden van werk of het oplossen van psychische problematiek. Het slagen hiervan is niet alleen in het belang van het individu, maar ook van de maatschappij als geheel. Zodat mensen zo snel mogelijk weer mee kunnen doen aan de maatschappij, naar eigen wensen en vermogen. De oplossingen vinden we bij het centraal zeten van eigen regie, stem en verantwoordelijkheid van mensen die het betref, bestaanszekerheid en preventie, versterken van de uitvoeringspraktijk en dienstverlening aan mensen, én huisvesting als startpunt in beleid en uitvoering. Dat betekent een systeemverandering die niet alleen iets vraagt van de centrumgemeenten maatschappelijke opvang en beschermd wonen, maar van álle gemeenten en partners in het land. Het vraagt een omslag in denken en doen, en goede regionale samenwerking. Dit Actieplan werkt uit hoe we daar komen.

Door het ondertekenen van de Lissabon Verklaring heef Nederland zich gecommiteerd aan de ambitie dakloosheid eind 2030 te beëindigen en o.a. te werken aan de volgende doelstellingen. De maatregelen in dit plan dragen aan deze doelstellingen bij: 1. Dakloze mensen slapen niet buiten door gebrek aan toegankelijke, veilige en passende opvang. 2. Niemand verblijf langer in een nood- of tussenvoorziening dan strikt noodzakelijk is voor een succesvolle doorstroom naar een duurzame stabiele huisvestingsoplossing. 3. Niemand wordt ontslagen uit een instelling (gevangenis, ziekenhuis, zorginstelling) zonder een aanbod van passende stabiele huisvesting, niet zijnde maatschappelijke opvang. 4. Huisuitzetingen worden zoveel mogelijk voorkomen en niemand wordt uitgezet zonder hulp voor een passende duurzame huisvestingsoplossing. 5. Niemand wordt gediscrimineerd vanwege zijn dakloosheidsstatus.

Tot slot is het belangrijk om de huidige wooncrisis en de economische en politieke situatie te benoemen. De oorlog in Oekraïne heef geresulteerd in stijgende energiekosten en hyperinfatie. Er worden maatregelen genomen als een koopkrachtpakket en de Nationale Woon-en Bouwagenda moet voor meer betaalbare huisvesting zorgen. Toch bestaat het risico dat meer mensen dan voorzien dakloos raken. We zeten alles op alles om dit te voorkomen, maar deze omstandigheden kunnen efect hebben op het Actieplan Dakloosheid. In welke mate deze externe factoren invloed hebben op het behalen van de doelstellingen valt op moment van schrijven nog niet te beoordelen.

6 7

Zie: htps://ec.europa.eu/commission/presscorner/detail/en/IP_21_3044 Zie Mackie, 2013; Berry et al., 2003; Evans et al., 2016.

6 | Nationaal Actieplan Dakloosheid: Eerst een Thuis

6 leidende principes als kompas Huisvesting is een mensenrecht

Ondersteuning is flexibel en op maat

Dakloosheid voorkomen is altijd het beste

Scheiden van wonen en zorg

Respect voor eigen keuze en regie Herstelondersteuning en inzet ervaringsdeskundigheid

1.1. Zes leidende principes als landelijk kompas Uit andere Europese landen weten we dat de aanpak van dakloosheid het meest succesvol is wanneer er rigoureuze keuzes worden gemaakt in het denken over dakloosheid. Daarom zijn voor dit plan zes leidende principes opgesteld op basis van het gedachtegoed van de methode Housing First en reeds bestaande adviezen zoals die van de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving (RVS) en de commissie Dannenberg. Preventie, Wonen Eerst en regie voor de inwoner staan daarbij centraal. In deze Nederlandse aanpak wordt consequent over Wonen Eerst gesproken. We zeten Wonen Eerst in als systeembenadering. Onderstaande zes met elkaar samenhangende leidende principes vormen de komende jaren het kompas van het landelijke beleid. Ze zullen de meetlat vormen van nationaal, regionaal en lokaal beleid op basis waarvan gewerkt wordt aan het behalen van de doelstellingen uit dit Actieplan. Dit betekent dat we op basis van de zes leidende principes de transformatie in gang zeten, aanjagen en versnellen. Deze principes worden gehanteerd als stip op de horizon: het zijn leidende principes waar we naartoe werken maar die nu (nog) niet overal realiteit zijn. De transformatie is niet van de één op de andere dag gerealiseerd omdat het aanpassingen vraagt in cultuur, gedrag en houding bij veel verschillende partijen. 1.

Dakloosheid voorkomen is altijd beter dan opvang of herhuisvesting Dakloosheid wordt vaak veroorzaakt door een samenloop van omstandigheden. In vrijwel alle gevallen kan met de juiste inzet dakloosheid voorkomen worden. De overheid zal de komende jaren de bestaanszekerheid verbeteren en verstevigen. We werken aan de situatie dat iedereen naar vermogen mee kan doen, met een fundament van bestaanszekerheid voor iedereen en het perspectief van vooruitgang en meedoen. Daarnaast zijn er meer specifeke maatregelen nodig voor mensen die dakloos dreigen te raken. Deze maatregelen zijn altijd beter dan opvang of herhuisvesting. 2. Huisvesting is een mensenrecht Huisvesting maakt zelfstandig leven mogelijk. Stabiele huisvesting voorkomt in de eerste plaats dakloosheid. Dakloze mensen hoeven niet te bewijzen dat ze ‘klaar’ zijn voor een zelfstandige woning of deze te ‘verdienen’. Mensen kunnen het liefst direct en zonder tijdelijke voorzieningen of anders zo snel mogelijk in een voor hen zo thuis mogelijke omgeving wonen. Gezondheids- en sociale problemen worden het meest efectief aangepakt wanneer huisvesting duurzaam en veilig is.

Nationaal Actieplan Dakloosheid: Eerst een Thuis | 7

3. Respect voor keuze en eigen regie van mensen Mensen die dakloos zijn of riskeren dakloos te worden, zijn volwaardige inwoners met rechten en plichten net als iedere andere inwoner. Zij worden in staat gesteld om autonoom mee te beslissen over zaken die hen raken. De persoon zelf staat centraal bij elke beslissing die zijn of haar leven raakt: zelf keuzes maken en daar verantwoordelijk voor zijn. Er is geen sprake van dwang of (dreigen met) uitzeting, zolang mensen zoals iedere inwoner hun rechten en plichten nakomen zoals huur betalen en geen overlast veroorzaken. Als iemand middelengebruik niet volledig wil opgeven, wordt hij daartoe niet gedwongen. In plaats daarvan is een voldoende doel om het middelengebruik en de schade veroorzaakt door psychiatrische symptomen te verminderen, zodat de bewoner in zijn huis kan blijven wonen. 4. Scheiden van wonen en zorg De (toegang tot) huisvesting is gescheiden van zorg en behandeling. Er worden geen eisen gesteld die niet ook voor andere burgers gelden, voor zover de veiligheid en de leefaarheid in een buurt dit toelaat. Een woning is een voorwaarde voor iemand om zijn leven zelf in te kunnen richten en daar zelf samen met zijn omgeving regie over te nemen. Het hebben van een eigen woning draagt bij aan het gevoel verbonden te zijn met de bredere samenleving.

De bewoner wordt ondersteund bij het onderhouden en herstellen van contact met directe netwerken zoals de familie. Het is essentieel dat welzijnsvoorzieningen in de sociale basis betrokken worden. Voor sommigen is het beste model voor zelfstandig wonen een regulier huurappartement, voor anderen is het een gemengd wonen project, een begeleide wooneenheid of beschermd wonen waar ondersteuning 24 uur per dag beschikbaar is8. Van belang is dat de inwoner een keuze heef en zich altijd eigenaar voelt van de beslissing, en dat de beslissing voor de bewoner en de buurt bijdraagt aan het succesvol wonen. 5. Ondersteuning is gericht op herstel Herstel is het proces van mensen om (weer) op eigen wijze te kunnen leven, werken, leren en participeren in de samenleving. Het herstelproces is uniek en persoonlijk. Dat vraagt om ondersteuning die niet probeert te beheersen, maar die helpt het leven te verbeteren. Ervaringsdeskundigen spelen een cruciale rol om ondersteuning vorm te geven. Interactie met mensen is gericht op het opbouwen van vertrouwen, wat helpt te herstellen op iemands eigen voorwaarden. Risico’s nemen horen hierbij, fouten maken is onderdeel van ontwikkeling: die geven juist kans op groei en versterken het vertrouwen. Het doel van dialoog en interactie is altijd om samen oplossingen te vinden. Dit vereist vaak een nieuwe manier van werken. 6.

Ondersteuning is fexibel en op maat Met een woning begint het herstel pas. Om succesvol zelfstandig te kunnen wonen kan gedurende langere tijd ondersteuning nodig zijn. Dat hoef niet te betekenen dat er altijd behoefe is aan intensieve ondersteuning, maar vaak wel langdurig. De behoefen en levensdoelen van de cliënt staan centraal, zolang dit in overeenstemming is met pretig en veilig wonen. Dit stelt hoge eisen aan de relatie tussen professional, hulpverlener, omgeving en betrokkene zelf, want de hulp moet daarop aansluiten. We zeten in op goede ondersteuning en opleiding van professionals, naasten, herstelgroepen, de inzet van ervaringsdeskundigheid en cliëntgestuurde rehabilitatie.

8

In lijn met het respect voor de eigen keuze van mensen kan ook overeengekomen worden tussen zorgpartijen, corporatie én de inwoner dat een andere partij dan de client (tijdelijk) garant staat voor de huur.

1.2. Zes actielijnen Voor het Actieplan Dakloosheid 2023-2030 zijn zes inhoudelijke doelstellingen opgesteld: de actielijnen. Ze zijn opgesteld op basis van de leidende principes en de rijke input van de vele partners en betrokkenen. In het volgende hoofdstuk worden de actielijnen in meer detail toegelicht. Daarbij wordt ook de doelstelling benoemd die in 2030 behaald moet zijn. De zes actielijnen zijn:

1. Versterken bestaanszekerheid Voldoende inkomsten zijn een randvoorwaarde voor het hebben van een woning. Daarom is fnanciële bestaanszekerheid een belangrijk onderdeel van huisvesting en het scheiden van wonen en zorg. Het is een voorwaarde om te werken aan preventie van dakloosheid. Doelstelling: Borging van het bestaansminimum. 2. Preventie Een succesvolle preventieve aanpak van dakloosheid werkt aan sociale inclusie. Dat houdt in dat wonen, inkomen, toegang tot zorg, zelfregie, informele zorg en de sociale basis op orde moeten zijn. De beeldvorming over mensen die dakloos zijn wordt bijgesteld: het kan iedereen overkomen en is een probleem van ons allemaal. Doelstelling: Dakloosheid wordt te allen tijde voorkomen. 3. Wonen Eerst Herstel, terugvalpreventie én het voorkomen van dakloosheid begint met stabiele huisvesting. Dat betekent dat de maatschappelijke opvang de komende jaren zoveel mogelijk wordt afgebouwd. Mensen moeten met zo min mogelijk tussenstappen een stabiele woonplek met ondersteuning kunnen krijgen. Finland is het enige land in Europa dat dakloosheid structureel heef verminderd, wat met name is gelukt door Wonen Eerst als systeemaanpak rigoureus toe te passen9. Doelstelling: Iedereen heef een stabiele woonplek of wordt begeleid naar een zo thuis mogelijke oplossing, met indien nodig passende ondersteuning. 4.

Versterken van de uitvoeringspraktijk: regie op alle leefgebieden, snelheid en de menselijke maat centraal Integraal werken en snelle hulp voor mensen is een randvoorwaarde voor minder dakloosheid. Dat geldt op ieder niveau: landelijk, regionaal en lokaal. Ook is een goede samenwerking tussen het fysieke, veiligheidsmedische en sociale domein nodig. Professionals moeten kunnen doen wat nodig is om snel hulp te bieden. Doelstelling: Professionals in de uitvoeringspraktijk kunnen op basis van maatwerk snel en integraal ondersteuning bieden. 5. Ervaringskennis in de hele beleidscyclus, op lokaal en nationaal niveau De inbreng van ervaringskennis is de sleutel naar efectiever beleid en betere dienstverlening. Het inzeten van ervaringskennis helpt de kloof die is ontstaan tussen de leef- en systeemwereld te verkleinen en het vertrouwen tussen overheid en burger te vergroten. Ervaringskennis wordt ingezet in de hele beleidscyclus, dat betekent zowel in de ontwikkeling van beleid als in het toetsen van beleid op lokaal en nationaal niveau. Ook wordt ervaringskennis ingezet in de uitvoering, in het contact met mensen die (dreigend) dakloos zijn. Doelstelling: Ervaringskennis wordt ingezet in de hele beleidscyclus, op lokaal en nationaal niveau. 6. Speciale aandacht voor bijzondere doelgroepen De groep (dreigend) dakloze mensen is zeer divers.

Voor sommige specifeke groepen zijn soms extra acties nodig om tegemoet te komen aan hun behoefen. Vanuit dit Actieplan is aandacht voor de extra kwetsbare groepen (dreigend) dakloze jongeren, dakloze LHBTIQ+’ers en dakloze EU-burgers. Voortschrijdend inzicht kan ertoe leiden dat tijdens de looptijd van het Actieplan een nieuwe groep wordt geïdentifceerd. Doelstelling: Daar waar voor bijzondere doelgroepen de generieke aanpak ontoereikend is, wordt extra inzet gepleegd, en worden extra kwetsbare groepen adequaat geholpen. 9

Zie: htps://demoshelsinki.f/julkaisut/housing-frst-a-new-systems-perspective/ Nationaal Actieplan Dakloosheid: Eerst een Thuis | 9

© Wiosna van Bon/Het Beelddepot

Drie jongeren geven in deze fotoserie van fotograaf Wiosna van Bon een inkijkje in hun leven en hun dagelijkse activiteiten.

10 | Nationaal Actieplan Dakloosheid: Eerst een Thuis

1.3. Samenhang met andere nationale programma’s en ontwikkelingen Het aanpakken van dakloosheid vraagt goede samenwerking met verschillende domeinen en programma’s bij verschillende ministeries. Daarom wordt intensief samengewerkt met de volgende domeinen en programma’s: Aanpak geldzorgen, Armoede en Schulden en Participatiewet in balans (ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid) Het ministerie van SZW heef een belangrijke rol in het verstevigen van bestaanszekerheid van mensen. Dat gebeurt op verschillende manieren. Ten eerste staat fnanciële bestaanszekerheid in het coalitieakkoord, “omzien naar elkaar, vooruitkijken naar de toekomst”. Ten tweede in de Aanpak Geldzorgen, Armoede en Schulden. Ten derde in de acties die het ministerie van SZW onderneemt om meer balans in de Participatiewet te krijgen en dus meer de menselijke maat. Tenslote is een onafankelijke commissie ingesteld die onderzoek doet naar de herijking van het sociaal minimum. Koopkrachtpakket (ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid) Op moment van schrijven heef Nederland te maken met hoge infatie mede door de oorlog in Oekraïne en stijgende energieprijzen. Huishoudens met de laagste inkomens hebben de minste ruimte om fnanciële schokken op te vangen. Deze groep vangt bij elke crisis de hardste klappen.

Daarom is in 2022 een koopkrachtpakket gelanceerd dat zowel incidentele als structurele ondersteuning aan deze groepen biedt. Hieronder vallen onder andere ondersteuning voor een (tijdelijk) prijsplafond, verlaging van de energierekening en energietoeslag. Tevens worden de zorgtoeslag en de huurtoeslag verhoogd en het wetelijk minimumloon wordt verhoogd met 10,15%. Dit moet huishoudens verlichting bieden. Ook zijn middelen vrijgemaakt voor aanvullende en incidentele inzet op het terrein van armoede en schulden. De middelen zijn bestemd voor enerzijds gerichte tegemoetkomingen (zoals voedselbanken, initiatieven die deelname van kinderen aan school en samenleving mogelijk maken) en anderzijds voor extra capaciteit, snelheid en efectiviteit in de schuldhulpverlening. Voor een deel van de huishoudens is dit mogelijk niet voldoende. Het kabinet heef daarom een tijdelijk noodfonds ingericht dat mensen helpt die, ondanks alle maatregelen, hun energiekosten écht niet kunnen betalen. Wonen voor aandachtsgroepen: Een thuis voor iedereen (ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties i.s.m. ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, ministerie van Volksgezondheid Welzijn en Sport en ministerie van Justitie van Justitie en Veiligheid) Het programma ‘Een thuis voor iedereen’ is een interbestuurlijk programma gericht op de huisvesting van aandachtsgroepen.

Dakloze jongeren en volwassenen vormen één van de aandachtsgroepen binnen dit programma. Uitgangspunt is dat naast afspraken over wonen ook afspraken gemaakt worden rondom de benodigde zorg en ondersteuning. Voor een aantal aandachtsgroepen geldt immers dat zorg en ondersteuning een randwoordwaarde zijn voor het zelfstandig wonen. Dit plan vormt de nadere uitwerking voor specifek deze aandachtsgroep en draagt op die manier bij aan het behalen van de doelstellingen van ‘Een thuis voor iedereen’, en vice versa. Beschermd thuis (ministerie van Volksgezondheid Welzijn en Sport, Vereniging Nederlandse Gemeenten) De transitie van Beschermd Wonen naar Beschermd Thuis kan niet los worden gezien van dit Actieplan. De doelstellingen van deze transitie komen in grote lijnen overeen met die van het Actieplan Dakloosheid: mensen met een psychosociale kwetsbaarheid moeten als gelijkwaardig burger zoveel mogelijk kunnen deelnemen in de samenleving met een eigen woning in de wijk. Voor een duurzame beweging naar kwalitatief goede, beschikbare en betaalbare hulp dichtbij mensen is het evident dat het Actieplan Dakloosheid in samenhang moet worden aangepakt met de doordecentralisatie van beschermd wonen naar alle gemeenten en de ontwikkeling van beschermd wonen naar een beschermd thuis.

Het in samenhang organiseren van de transformatie maatschappelijke opvang en beschermd wonen ligt daarom voor de hand en is in veel regio’s ook al in gang gezet. De menselijke maat en versterking uitvoeringspraktijk (ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, ministerie van Volksgezondheid Welzijn en Sport en ministerie van Justitie van Justitie en Veiligheid en ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties) Om nieuwe schrijnende situaties zoals bij de kinderopvangtoeslagenafaire te voorkomen, wordt vanuit het Rijk gewerkt aan verbetering van de publieke dienstverlening en daarmee aan mogelijk herstel van vertrouwen. Regels kunnen en moeten eenvoudiger en minder rigide, zodat bijvoorbeeld bijstandsgerechtigden niet meteen in de problemen komen als zij een extraatje ontvangen. Het huidige kabinet wil het vertrouwen tussen burgers en de overheid herstellen. De overheid wil betrouwbaar zijn, heef vertrouwen in inwoners en heef oog voor de menselijke maat. De democratische rechtsorde is een essentieel fundament van de samenleving en brede welvaart. Vanuit het Actieplan Dakloosheid is dit een zeer relevant thema en zoeken we op dit onderdeel de samenwerking met het Programma Werk aan Uitvoering10 (WaU). Vanuit WaU zal o.a.

worden gekeken hoe de samenwerking in de overheidsbrede dienstverlening of het organiseren van noodzakelijk maatwerk loopt, wat knelpunten hierin zijn, en hoe we deze integrale dienstverlening waar nodig verder kunnen verbeteren. Zodat inwoners weten waar ze aan toe zijn en wat ze van de overheid kunnen verwachten. 10 Zie voor meer informatie: htps://www.werkaanuitvoering.nl/over-werk-aan-uitvoering Nationaal Actieplan Dakloosheid: Eerst een Thuis | 11

1.4. Leeswijzer De inhoud van dit Actieplan volgt de ervaringen van dakloze jongeren en volwassenen die hebben meegewerkt aan de totstandkoming van dit plan. Deze ervaringen zijn als startpunt voor ieder hoofdstuk gebruikt. De volgorde van inhoudelijke uitgangspunten en doelstellingen volgt de route die vaak doorlopen wordt in de weg naar dakloosheid: van een normaal leven met geen of kleine problemen, naar steeds zwaardere problematiek en een lange weg terug. Uiteraard is iedere persoon en situatie uniek, maar tegelijkertijd zijn er gelijkenissen uit de ervaringen te halen die van belang zijn voor beleidsaanpassingen. Zo maken we in dit plan de leefwereld van mensen iets meer zichtbaar voor de mensen uit de systeemwereld, en wordt helder waarom specifeke keuzes zo van belang zijn om te ambitie te behalen. Naast deze zes inhoudelijke actielijnen zal in dit Actieplan worden stilgestaan bij randvoorwaarden zoals sturing, monitoring, fnanciën, kennis en innovatie, en de governance.

12 | Nationaal Actieplan Dakloosheid: Eerst een Thuis

2. Samen werken aan zes actielijnen

In dit hoofdstuk worden de zes actielijnen gepresenteerd, met voor iedere actielijn de concrete doelstellingen, beoogde resultaten en de benodigde activiteiten. Er is zoveel mogelijk gefocust op het ‘wat’ en minder op het ‘hoe’ – het is aan de lokale en regionale samenwerkingspartners om de actielijnen vorm te geven op basis van de lokale context. Voor iedere actielijn wordt ook inzichtelijk gemaakt welke actoren (hoofd)eigenaar zijn en of de acties op de korte of langere termijn genomen worden.

Actielijnen

Versterken bestaanszekerheid Borging van bestaansminimum

Voorkomen van dakloosheid Dakloosheid voorkomen is altijd het beste

Wonen Eerst Iedereen een eigen woonplek met ondersteuning op maat

Integraal werken in de uitvoering Regie, snelheid en menselijke maat

Geen beleid zonder ervaringskennis Beleid wordt gemaakt, getoetst en uitgevoerd met mensen met ervaringskennis

Inclusieve aanpak Aandacht voor jongeren, LHBTIQ+ en dakloze EU-burgers

Nationaal Actieplan Dakloosheid: Eerst een Thuis | 13

Een vrouw zit op de bank in haar appartement binnen een beschermd wonen organisatie.

© Robin Alysha Clemens/Het Beelddepot

2.1. Actielijn 1 Versterken fnanciële bestaanszekerheid: borging van het bestaansminimum →

SZW, BZK, VNG, gemeenten, uitvoeringsorganisaties, maatschappelijke partners

“Ik had eigenlijk een Wajong-uitkering moeten hebben. Maar als je een boterham kunt smeren heb je er eigenlijk al geen recht meer op, aldus mijn toenmalige begeleiding. Ondanks dat ik al jaren keer op keer van school uitviel, banen verloor en meermaals dakloos raakte omdat ik niet voor mezelf kon zorgen. Dus die uitkering hebben we maar helemaal niet aangevraagd, want ik had snel geld nodig en dat proces van de Wajong duurde véél te lang. Bovendien moest ik dan de bijstand met terugwerkende kracht terugbetalen en dat vond ik doodeng, want bij mijn moeder had dat in een soortgelijke situatie voor duizenden euro’s schulden gezorgd. Meer informatie over mijn rechten had hier kunnen helpen, voor zowel mijzelf als de medewerkers van de opvang.” Financiële problematiek en gebrek aan participatie -vaak veroorzaakt door ingrijpende levensgebeurtenissen- vormen belangrijke oorzaken van dakloosheid. Onzekere inkomsten, stijgende vaste lasten en te weinig fnanciële bufers maken het voor veel mensen anno 2022 lastig om rond te komen. Maar ook complexe toeslagen en een fexibele arbeidsmarkt maken dat mensen in de fnanciële problemen kunnen komen. Het hebben van voldoende inkomsten is een randvoorwaarde voor het hebben van een woning. Daarom is fnanciële bestaanszekerheid onlosmakelijk met het de focus op huisvesting verbonden.

Het is een voorwaarde om te werken aan preventie van dakloosheid bij jongeren en volwassenen.

14 | Nationaal Actieplan Dakloosheid: Eerst een Thuis

2.1.1. Samenhang Actieplan Dakloosheid met Aanpak geldzorgen, armoede en schulden en Participatiewet in balans (SZW) Binnen het Actieplan Dakloosheid werken we met betrekking tot fnanciële bestaanszekerheid samen in twee trajecten die worden getrokken door het ministerie van SZW: ‘Aanpak geldzorgen, armoede en schulden’ en ‘Participatiewet in balans’. Deze aanpakken dragen bij aan de bestaanszekerheid van veel Nederlanders, in het bijzonder mensen met een laag inkomen. Helaas hebben deze mensen, zeker als ze partime of in fexconstructie werken, het hoogste risico op geldzorgen, armoede en schulden11 en daarmee een groter risico op instabiele huisvesting en uiteindelijk dakloosheid. Naast deze trajecten wordt bestaanszekerheid versterkt met het koopkrachtpakket. Hierin wordt bijvoorbeeld het wetelijk minimumloon met 10,15% verhoogd naast een verhoging van de zorg- en huurtoeslag en het kindgebonden budget. Aanpak Geldzorgen, Armoede en Schulden In de Aanpak Geldzorgen, Armoede en Schulden wordt gewerkt aan de volgende actielijnen die in de brede zin moeten bijdragen aan het verminderen van het risico op dakloosheid: 1. Een betere borging van bestaans- en inkomenszekerheid: een voldoende en stabiel inkomen is de basis. 2. Preventie van geldzorgen: goede voorlichting van jongs af aan, in alle levensfases en dichtbij om de juiste fnanciële keuzes te kunnen maken. 3.

Een overheid die werkt voor mensen en voorziet in laagdrempelige, eenvoudige, mensgerichte fnanciële hulp en sociale incasso. 4. Maatregelen nemen om (generatie)armoede te doorbreken zodat iedereen mee doet en vooruitkomt. 5. Realiseren dat meer mensen eerder en betere schuldhulpverlening ontvangen en sneller perspectief hebben op een fnancieel zorgeloze toekomst. Concreet betekent dit onder meer het in gang zeten van overkoepelende acties, zoals preventieve inzet op levensgebeurtenissen ter voorkoming van geldzorgen. Ook wordt gewerkt aan armoedebestrijding door het versterken van inkomenszekerheid, aanspraak op voorzieningen (niet-gebruik), werk laten lonen en tegengaan van armoedeval. Met betrekking tot schulden wordt onder meer ingezet op de doorontwikkeling van clustering rijksincasso’s en intensivering vroegsignalering schulden12.

Goed voorbeeld: Financiële bestaanszekerheid, gemeente Tilburg Sinds 2020 werkt de gemeente Tilburg met een nieuwe visie bestaanszekerheid. Het begrip bestaanszekerheid krijgt binnen de gemeente een brede invulling. In 2020 zijn de consulenten bestaanszekerheid van gemeente Tilburg gestart met huisbezoeken en het gericht zoeken van de doelgroep via verschillende vindplaatsen. Per jaar willen zij 250 mensen spreken met een laag inkomen, tot 130 procent van het sociale minimum. Het gaat bijvoorbeeld om mensen met een kleine AOW, een klein pensioen of baan met weinig uren. Gemeente Tilburg zoekt hen actief op en gaat met hen in gesprek over fnanciën, gezondheid of andere zaken die spelen. Doel is om hen passende hulp of een traject te bieden, voor iedere inwoner is iets anders nodig. De consulenten kijken eerst waar mogelijkheden zijn om iemands situatie op de korte termijn te verbeteren (via bijvoorbeeld een energiecoach of hulp bij het doen van een aanvraag). Daarna gaan de consulent en de inwoner samen op zoek naar structurele oplossingen en verbeteringen van de inkomenspositie.

Participatiewet in balans Het ministerie van SZW zet ook stappen om de menselijke maat in de Participatiewet te verbeteren13. De bedoeling van de wet is om mensen die het tegenzit inkomensondersteuning te bieden via de bijstand en weer (gedeeltelijk) aan het werk te helpen. Veel jongeren en volwassenen die (dreigend) dakloos zijn, krijgen op te maken met de Participatiewet. Bekend is bovendien dat mensen die een beroep doen op de Participatiewet vaak een hoger risico lopen op schulden, geldzorgen en armoede. Het weer in balans krijgen van de wet draagt bij aan de bestaanszekerheid van mensen. Menselijke maat, vertrouwen en vereenvoudiging zijn daarbij richtinggevende waarden. Door professionals in de uitvoering meer ruimte te geven voor persoonlijk maatwerk, kan beter worden ingespeeld op de persoonlijke situatie van mensen en sluit hiermee aan op de leidende principes van deze aanpak.

11 Zie: htps://www.cpb.nl/stresstest-kosten-van-levensonderhoud 12 Zie voor een gedetailleerde omschrijvig van acties de factsheet behorende bij het armoedeplan op htps://www.rijksoverheid.nl/documenten/brochures/2022/07/13/factsheet-armoedeplan 13 Zie voor een omschrijving van alle aangekondigde maatregelen om de Participatiewet in balans te brengen htps://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2022/06/21/bijlage-rapport-participatiewet-in-balans Nationaal Actieplan Dakloosheid: Eerst een Thuis | 15

Een belangrijke maatregel is het verhogen van de leefijd voor kostendelersnorm van 21 naar 27 jaar voor inwonende jongvolwassenen. Januari 2023 treedt aanpassing van de kostendelersnorm voor thuiswonende jongvolwassenen tot 27 jaar in werking. Ook wordt gewerkt aan het lonender maken van (deeltijd)werk binnen de bijstand, waardoor uitstroom uit de bijstand wordt gestimuleerd. Tenslote wordt de komende periode gewerkt aan het wegnemen van belemmeringen om jongeren in kwetsbare posities snel en zo goed mogelijk op weg te helpen richting zelfstandigheid. Acties Onderstaande acties 1 t/m 8 worden opgepakt in spoor 1 van het traject Participatiewet in balans, de acties 9 t/m 12 zijn onderdeel van de Aanpak geldzorgen, armoede en schulden. De pakketen zijn omvangrijker14, hieronder de meest essentiële zaken die betrekking hebben op het Actieplan Dakloosheid en naar verwachting een positief efect hebben op de groep (dreigend) dakloze mensen en professionals die met hen werken. Het ministerie van SZW trekt deze acties en werkt hierop samen met VNG, gemeenten en tal van partijen in het land. 1. Aanpassen van de 4-weken-zoektermijn voor jongeren tot 27 jaar (SZW) Door het creëren van een kan-bepaling in plaats van een verplichting, kan daar waar de 4-weken zoekperiode15 onwenselijke efecten heef maatwerk worden geboden.

Met name de ondersteuning van jongeren in een kwetsbare positie is hierbij gebaat. Jongeren blijven beter bij de gemeente in beeld, waardoor escalatie (denk aan dakloosheid) kan worden voorkomen. 2. Codifceren dat bij vooropgezet tijdelijk verblijf de kostendelersnorm buiten toepassing blijf (SZW) Hiermee wordt de eerdere oproep aan gemeenten om bij vooropgezet tijdelijk verblijf betrokkene niet als kostendeler aan te merken gecodifceerd16. Dat betekent dat als iemand in een crisissituatie tijdelijk bij een bijstandsgerechtigde intrekt, wordt de uitkering voortaan niet meer gekort. Hierbij kan het bijvoorbeeld gaan om mensen in een crisissituatie, dakloze mensen of mensen die dakloos dreigen te raken. 3. Harmoniseren van de hoogte van de aanvullende bijzondere bijstand aan jongeren van wie ouders niet in beeld zijn of geen ondersteuning kunnen bieden door ziekte of armoede (SZW) De jongmeerderjarigen-norm (18-21 jaar) gaat uit van ouderlijke ondersteuning. Wanneer die ouderlijke ondersteuning ontbreekt, bestaat recht op bijzondere bijstand. Hierbij spelen grote verschillen tussen gemeenten. Dit creëert rechtsonzekerheid. Door de norm te harmoniseren17 wordt deze rechtsonzekerheid weggenomen. Het wegnemen van deze onzekerheid biedt een stevigere basis voor de dienstverlening op andere vlakken aan deze groep jongeren in een kwetsbare positie. 4.

Creëren van de mogelijkheid tot verlening van categoriale bijzondere bijstand (SZW) Door de mogelijkheid te creëren om bij Algemene Maatregel van Bestuur aan te wijzen situaties categoriale bijzondere bijstand toe te staan, kan soepeler worden ingespeeld op bredere behoefen aan inkomensondersteuning, zoals deze zich ook in het recente verleden hebben voorgedaan (denk b.v. aan de Energietoeslag). Daarnaast wordt ook meer rechtszekerheid gecreëerd voor betrokkenen. 5. Verruiming van de bijverdiengrenzen (maatregel uit coalitieakkoord) (SZW) Een bredere toepassing van de vrijlating van inkomsten uit werk maakt (deeltijd)werken aantrekkelijker. Werk is de opstap naar bijstandsonafankelijkheid. Meer werk betekent ook meer uitstroom kansen voor de doelgroep. Voor mensen voor wie (deeltijd)werk het hoogst haalbare blijkt te zijn blijf er een fnanciële prikkel om te blijven werken. Daarnaast krijgen gemeenten de mogelijkheid om de vrijlating nu ook toe te passen voor kwetsbare jongeren 6. In schrijnende situaties afwijken van het principe aanvraag datum is ingangsdatum. Het kan voorkomen dat aanvragers van een bijstandsuitkering al één of enkele maanden nauwelijks inkomen ontvangen voor ze een uitkering aanvragen. Dit kan leiden tot opbouw van schulden. Daarom wordt mogelijk gemaakt om in schrijnende situaties bijstandsverlening voor aanvraag mogelijk te maken. 7.

Ontvangsten uit gifen en incidentele hobbymatige verkoop. Het wordt voor bijstandsgerechtigden mogelijk om gifen (ook in natura) te ontvangen tot een bedrag van 1200 euro. 14 Zie voor het volledige pakket aan maatregelen de factsheet htps://www.rijksoverheid.nl/documenten/brochures/2022/07/13/factsheet-armoedeplan 15 4 weken zoektermijn: Voor jongeren tot 27 jaar geldt dat zij voor een bijstandsaanvraag bij de gemeente eerst 4 weken naar een opleiding of werk zoeken. Na deze zoekperiode kan de uitkering defnitief aangevraagd worden. 16 Codifceren is het vastleggen in wetgeving van jurisprudentie of staande uitvoeringspraktijk. 17 Harmoniseren betekent in dit geval dat een bodembedrag gecreëerd wordt waar de norm voor noodzakelijk uitwonenden niet onder zou moeten komen, maar omdat maatwerk belangrijk blijf kunnen gemeenten daarvan afwijken. 16 | Nationaal Actieplan Dakloosheid: Eerst een Thuis

8. Meer ruimte voor afstemming op individuele omstandigheden bij het opleggen van maatregelen. Het huidige systeem van maatregelen kent nu stevige standaardverlagingen van de bijstandsuitkering bij het niet nakomen van verplichtingen. Een verlaging van 100 procent heef grote gevolgen voor iemand die op het sociaal minimum van de bijstand leef. Daarom wordt het mogelijk om deze verlagingen te diferentiëren al naar gelang de individuele omstandigheden. 9. Vroegsignalering en schuldhulpverlening (SZW) • Intensivering vroegsignalering schulden. Vanaf 2023 structureel extra middelen voor gemeenten voor vroegsignalering. • De positie van publieke schuldeisers bezien bij schuldhulpverlening en schuldsanering, zodat sneller tot een akkoord kan worden gekomen. Door de afoscapaciteit evenrediger over alle schuldeisers te verdelen, hoeven private schuldeisers, waaronder kleine ondernemers, minder schulden kwijt te schelden. Dat kan fnanciële risico’s verkleinen. • Experimenten met vroegsignalering voor aanvullende signalen, zoals hypotheekachterstanden, gemeentelijke belastingschulden, belasting- en toeslagschulden, studieschulden. • Betalingsregeling voor iedereen beschikbaar. Stimuleren betalingsregelingen en persoonlijk contact schuldeiser-schuldenaar. De rechter krijgt de mogelijkheid om in incassozaken betalingsregelingen te trefen.

Een conceptwetsvoorstel voor consultatie is in voorbereiding. • Beter toezicht malafde schuldbemiddelaars Regelgeving (om bestuursrechtelijke handhaving mogelijk te maken). • Landelijk Platform Schuldenbewind - Versterken samenwerking schuldenbewind, schuldhulpverlening en wetelijke schuldsanering. Bevorderen doorstroom van schuldenbewind naar gemeentelijke schuldhulpverlening om schulden op te lossen. • Versterken van de verbindingen tussen zorgverleners, welzijn met schuldhulpverlening en gemeentelijke kredietbanken. 10. Maatschappelijke verantwoorde incasso (SZW) • De maatschappelijk verantwoorde incasso en deurwaardersactiviteiten worden verbeterd met intensievere samenwerking tussen incasseerders, gerechtsdeurwaarders en schuldhulpverleners. Hoe een sociaal tarief en verdienmodel te realiseren, inclusief de normering van buitengerechtelijke incassokosten, wordt verkend. • Clustering Rijksincasso. Intensiveren samenwerking bij inning en incasso-trajecten met als doel leveren van gezamenlijke dienstverlening in de minnelijke fase, zoals één gezamenlijke betalingsregeling Rijksincasso en een vorderingenoverzicht Rijk, voor burgers, ondernemers en hulpverleners. Hiermee wordt voorkomen dat schulden onnodig oplopen. 11.

Bewezen efectieve schuldinterventies toepassen (SZW) • Bewezen efectieve aanpakken in kaart brengen en opschalen, zoals Geldzorgenlab, SchuldenlabNL, Preventie-aanpak en experimenteren met nieuwe fnancieringsvormen. Met snelle fnanciële ondersteuning kunnen soms veel grotere problemen worden voorkomen. Daarom stimuleren we experimenten met nieuwe fnancieringsvormen, die geld voor hulp of voorzieningen eenvoudig beschikbaar kunnen maken. • Schuldenpauze - Evaluatie breed moratorium gestart. Gemeenten zijn opgeroepen om (gratis) gebruik te maken van de verwijsindex schuldhulpverlening (VISH). Gemeenten die ondersteuning bieden op het gebied van schulden aan inwoners kunnen dat in VISH kenbaar maken, zodat een deurwaarder weet waar hij even niet op pad hoef te gaan. Zo wordt schuldenrust gecreëerd. Naar aanleiding van de ervaringen van gemeenten Amsterdam, Eindhoven en Den Haag en de NVVK met betrekking tot uitstel van betaling (pauzeknop, noodstop) bepalen hoe deze aanpak landelijk op te schalen is. 12. Huurverlaging voor lage inkomens en huurtoeslag (BZK) • De huurverlaging voor huurders met een laag inkomen in een corporatiewoning was eerder voorzien voor 2024, maar wordt een jaar vervroegd naar juli 2023. Gemiddeld gaat de huur voor deze groep dan met €57 per maand omlaag.

De huurverlaging naar €550 (prijspeil 2020) geldt voor huurders in een sociale huurwoning van een woningcorporatie en een inkomen tot 120% van het sociaal minimum. • Door een lagere eigen bijdrage ontvangen huurtoeslagontvangers vanaf januari 2023 maandelijks € 16,94 extra huurtoeslag. Daarnaast zorgt de doorwerking van het verhoogde wetelijk minimumloon voor een deel van de ontvangers voor een verdere verhoging van de huurtoeslag. Bovenstaande acties dragen bij aan: Onderstaande resultaten moeten voortvloeien uit het omvangrijke pakket Aanpak geldzorgen, armoede en schulden. In dit plan zijn de meest essentiële punten benoemd die van belang zijn voor het Actieplan Dakloosheid. 1. Een halvering van het aantal mensen in armoede in 2030 (t.o.v. 2015). 2. Een halvering van het aantal kinderen dat in armoede opgroeit in 2025 (t.o.v. 2015). 3. Een halvering van het aantal huishoudens met problematische schulden in 2030. Dit draagt bij aan de doelstelling om het aantal mensen in armoede te halveren. Nationaal Actieplan Dakloosheid: Eerst een Thuis | 17

“Vanuit de opvang neem ik vaak broodjes mee. Zo heb ik altijd wat te eten gedurende de dag.” - Anoniem

© Wiosna van Bon/Het Beelddepot 18 | Nationaal Actieplan Dakloosheid: Eerst een Thuis

2.2. Actielijn 2 Preventie: dakloosheid wordt te allen tijde voorkomen →

VWS, SZW, BZK, J&V, OCW, gemeenten, corporaties, zorgaanbieders, welzijnsorganisaties

Het uitgangspunt van landelijk beleid is dat we dakloosheid voorkomen. Een succesvolle preventieve aanpak van dakloosheid werkt in de basis aan sociale inclusie. Het is hierbij cruciaal om te werken aan de bestaanscondities van mensen. Dat houdt in: wonen, zinvolle daginvulling (werk of school), zorg en gezondheid, fnanciën op orde of hulp daarbij, en informele steun en relaties18. Als de basis van bestaanscondities van mensen en hun bronnen van zelfregie en informele zorg niet op orde zijn, blijven mensen uitvallen. Doordat preventie de kans op werk en participatie en zelfregie vergroot, verbetert het welzijn van mensen en neemt de kans dat zij een beroep hoeven te doen op hulpverlening af. Voor een efectief preventiebeleid is het belangrijk dat we een bredere defnitie van dakloosheid gebruiken (zie ook hoofdstuk over monitoring). Want het gaat bij preventie niet om de mensen die al dakloos zijn. We willen juist voorkómen dat mensen dakloos raken. Daarom kijken we naar de groepen die een risico lopen op dakloosheid.

Dat zijn mensen die instabiel gehuisvest zijn (die bijvoorbeeld tijdelijk bij familie of vrienden inwonen en wonen zonder huurcontract, mensen die leven onder dreiging van huiselijk geweld) en mensen met ontoereikende huisvesting, zoals mensen die wonen op een adres zonder woonbestemming (denk aan vakantiehuizen) of in onconventionele of ongeschikte woonruimten wonen (campers, kraakpanden)19, en instellingverlaters (detentie, GGZ, MO/BW en jeugdzorg). Belangrijk is om zowel aan preventie, als aan herstelzorg te werken zodat een efectief goeddekkend systeem van vroegsignalering en soorten ondersteuning beschikbaar is en uitval én terugval voorkomen wordt. Dat begint bij goede informatievoorziening, cliëntondersteuning en rechtsbescherming, toegang tot voorzieningen en diensten, tot en met het investeren in de sociale basis, bemoeizorg en outreachende ondersteuning in de wijk. Ook is het van belang te werken aan de beeldvorming over dakloze mensen en het stigma van dakloosheid tegen te gaan. De hieronder uitgewerkte acties op het gebied van stigma en toegang tot goede informatie zijn meer generieke oplossingen die breder van toepassing zijn op alle inwoners en professionals. De overige zijn toegesneden op de doelgroep: dreigend dakloze mensen en maatregelen ter voorkoming van dakloosheid.

2.2.1. Tegengaan van stigmatiserende beeldvorming “Ik kon en kan mij nog steeds niet identifceren met de doelgroep waartoe ik behoorde. Mede door de incomplete informatievoorziening over wat je kunt doen als je dakloos dreigt te worden, samen met het huidige beeld over dakloze mensen, zag ik de ernst van mijn situatie niet in. Ik behoorde toch niet tot die groep mensen? Dit zorgde ervoor dat ik alles begon te bagatelliseren, waardoor de weg naar hulp en dus ook erkenning nog meer wordt belemmerd.” De groep dakloze mensen is zeer divers. Vaak is aan de buitenkant niet zichtbaar dat er sprake is van (dreigende) dakloosheid. Positievere en eerlijke beeldvorming helpt om de oude stereotypering bij te stellen. Beeldvorming en stigma over dakloze mensen draagt niet bij aan de transformatie die we voor ogen hebben. Een eerlijk en divers beeld van de (ex)dakloze inwoner is daarom van belang voor het goed laten slagen van de transformatie naar preventie, wonen eerst en het goed kunnen landen in de wijk. Dakloosheid wordt in de maatschappij vaak gezien als een individueel probleem, waarbij het onuitgesproken oordeel vaak is: eigen schuld, dikke bult. Hierdoor zijn burgers en organisaties geneigd om mensen die dakloos zijn (geweest) te mijden of buiten te sluiten.

Daarnaast nemen mensen die dakloos zijn vaak zelf de negatieve denkbeelden uit de samenleving over en passen die op zichzelf toe. Daardoor kan stigmatisering grote negatieve gevolgen hebben, zoals angst, werkloosheid, laag zelfeeld, depressieve symptomen, hopeloosheid en het mijden van professionele hulp. Professionals – of het beleidsmakers, zorgprofessionals, medewerkers van corporaties, gemeentelijke diensten of handhavers zijn - staan vaak weinig stil bij de vraag of zij zelf (onbewust) stigmatiseren. Bewustwording en aanpassing van denken en doen kan iedereen, ook vrijwilligers en buurtbewoners, helpen om zijn rol beter te pakken en de maatschappij inclusiever te maken.

18 Voor concrete acties ter versterking van de bestaanscondities, de voorzorg, de herstelzorg en vormen van inclusief wonen zie de Gids voor Preventie van Dakloosheid (Wolf & Scheepers, 2022 | Impuls Radboudumc). Een bijlage bij de Gids biedt een overzicht van Informatie, interventies en praktijkvoorbeelden voor het werken aan preventie van dakloosheid. Beide beschikbaar via: www.preventie-alliantie.nl. 19 Edgar, B. (2012). The ETHOS defnition and classifcation of homelessness and housing exclusion. European Journal of Homelessness, 6 (2), 219-225. Nationaal Actieplan Dakloosheid: Eerst een Thuis | 19

De-stigmatiseringsprogramma’s zijn vooral succesvol wanneer zij meer lokaal doen (gemeenten, maar ook in en door verenigingen, buurthuizen, kerkgemeenschappen, werkvloer); doelen en prioriteiten stellen op grond van wat mensen die dakloos zijn (geweest) zelf aangeven nodig te hebben; een grote, liefst voortrekkersrol voor ervaringskenners/deskundigen bevaten; zorgen voor duurzame en lokale inbedding en dus continuïteit; voorlichting en educatie bij voorkeur opzeten rond ervaringsverhalen, gebaseerd op de kracht van persoonlijke herstelverhalen en voorzien van één of meer elementen van persoonlijk contact. Acties: 1. 2023-2030: Landelijke campagne(s) over bespreekbaar maken psychosociale problematiek: haakjes naar dakloosheid en inclusie (aanhaken bij Hey ben je oké? en Eenzaamheid of Mentaal gezond) (VWS). 2. 2023: Aanpassen beeldbanken landelijke journalistiek en Rijksoverheidspagina’s met foto’s die voldoen aan de huidige realiteit en diversiteit van mensen die te maken hebben dakloosheid (VWS, Fontys Hogeschool/Beelddepot). 3. 2023-2024: (Door)ontwikkelen en verspreiden toolkit met handvaten voor professionals om stigma in de buurt bespreekbaar te maken (VWS, HVO Querido, Movisie). 4. 2024: Onderzoek naar wet- en regelgeving die bijdraagt aan stigma van (dreigend) dakloze mensen (VWS, J&V) Bovenstaande acties dragen bij aan: 1.

Er worden realistischere foto’s gebruikt in de media en in Rijkscommunicatie (2025) 2. Positievere beeldvorming en bewustwording over dakloosheid in de maatschappij in den brede; minder weerstand/minder NIMBY-efect20 (2027). 3. Niemand wordt gediscrimineerd vanwege zijn dakloosheidsstatus (de Verklaring van Lissabon) (2030).

2.2.2. Goede en vindbare informatie op alle leefgebieden “Ik wist niet eens dat er mogelijkheden waren om stappen te ondernemen. Ik dacht alleen maar ik heb geen dak boven m’n kop, die moet ik regelen. Wist ik veel dat ik naar de gemeente kon. Je weet niet wat je niet weet.” Toegang tot goede informatie is een voorwaarde om goede keuzes te kunnen maken. De wereld van zorg, toegang tot huisvesting en ondersteuning op fnancieel en participatievlak is in Nederland niet eenvoudig georganiseerd. (Dreigend) dakloze jongeren en volwassenen hebben vaak problemen op meerdere leefgebieden. Het goed vindbaar maken van informatie op een centrale plek, inclusief inzicht in rechten en plichten, helpt mensen en hun omgeving om beter de weg te vinden. Op dit moment wordt informatie gefragmenteerd aangeboden of is helemaal niet vindbaar. Informatie moet vindbaar en toegankelijk zijn voor iedereen, en op meerdere manieren aangeboden. Een combinatie van digitale vindplekken en fysieke laagdrempelige inlooppunten is essentieel. Ongeacht de vraag moet er in de wijk of plaats een laagdrempelige inloop zijn waar mensen terecht kunnen met vragen over rechten, plichten en informatie op de vijf leefgebieden. (Dreigend) dakloze mensen komen terecht in een wereld van complexe regels en regelgeving. In deze complexe juridisch-bureaucratische werkelijkheid hebben zij vaak moeite zich staande te houden.

Het kunnen begrijpen en interpreteren van de regels en regelgeving vraagt (ook) juridische kennis. Onafankelijke cliëntondersteuners kunnen (dreigend) dakloze mensen helpen om hun weg te vinden in het stelsel van zorg- en ondersteuning, omdat zij kennis hebben van hoe de regelgeving in elkaar zit. In Amsterdam is bijvoorbeeld het Daklozenkantoor ingericht, waarin ondersteuning en informatie voor (dreigend) dakloze mensen en hun omgeving is samengebracht. Een mooi voorbeeld met betrekking tot jongeren en meerderjarig worden is Kwikstart: het biedt informatie op alle leefgebieden op landelijk niveau aan en biedt gemeenten daarnaast de mogelijkheid om zich kosteloos aan te laten sluiten en lokale informatie toe te voegen. Het is essentieel dat vanuit laagdrempelige inloopvoorzieningen goed geschoolde onafankelijke cliëntondersteuners werken, in samenwerking met professionals en ervaringsdeskundigen die goed getraind zijn in positieve bejegening, vroegsignalering en goed de weg weten. Op die manier kunnen mensen (en hun omgeving) beter de weg vinden in het systeem, geïnformeerd keuzes maken, weten wat hun rechten en plichten zijn en worden toegeleid naar hulp.

Ook het faciliteren van peer-to-peer programma’s op scholen, bij jeugdhulpaanbieders, of wijken zoals MoneyWays en ‘ben jij er klaar voor?’ trainingen; met daarbij aandacht voor stigmatisering en taboe-onderwerpen zoals armoede, dakloosheid, (ouders met) psychische problemen of verslaving is voor de jongere doelgroep in het kader van preventie essentieel.

20 Not In My Backyard 20 | Nationaal Actieplan Dakloosheid: Eerst een Thuis

Acties: 1. 2023-2025: Rijksoverheid zorgt voor betere communicatie en informatie de landelijk beschikbaar moet zijn op één logische vindbare plek (VWS, SZW, BZK) 2. 2023-2025: Stimuleren dat gemeenten digitaal en fysiek informatievoorziening op orde krijgen m.b.t. de vijf leefgebieden, rechten en plichten en regelzaken (VWS, VNG, gemeenten). 3. 2023-2024: Inventariseren en verspreiden best practices van op de doelgroep toegesneden informatievoorziening (VWS, BZK). 4. Jongeren: 2023-2025: Stimuleren dat bij gemeenten, op scholen en bij aanbieders jeugdzorg informatieaanbod beschikbaar is over volwassen worden en de 5 leefgebieden, rechten en plichten (SZW, OCW, mbo-raad, jeugdzorg NL). Bovenstaande acties dragen bij aan: 1. Het op orde hebben van vindbare informatievoorziening door Rijk en gemeenten zodat inwoners de weg vinden op: gezondheid & zorg, wonen, inkomen en hulp bij fnanciën/schulden, werk, opleiding, relaties, alsmede de rechten en plichten van mensen en de voor hen beschikbare hulp (2026).

2.2.3. Investeer in goede ambulante begeleiding, onafankelijke clientondersteuning en sociaal-juridisch advies “Het zou niet zo moeten zijn dat iemand die hulp nodig heef tot het uiterste moet gaan om gehoord te worden. Ik werd afgewezen want daar stond het labeltje agressie. Je moet zo ver gaan om gewoon hulp te krijgen. Ik snap dat er gekeken wordt naar wie direct, op dat moment, hulp nodig heef. Maar het zou niet zo moeten zijn dat je tot drie keer toe van een station afgetrokken wordt omdat je lager op een lijstje staat. Pas als je gaat dreigen met zelfmoord, wordt actie ondernomen. Moet het zo ver komen voordat je iemand helpt?” Een sterke sociale basis is van grote waarde voor de leefaarheid, vitaliteit én in het voorkomen van escalatie van problematiek. Herstel, terugvalpreventie en voorkomen van dakloosheid begint met stabiele huisvesting. Dit vraagt iets van de lokale samenleving: mensen de ruimte geven en daar waar nodig een steuntje in de rug bieden. Tegelijkertijd is goede ambulante hulpverlening dichtbij nodig. Het is belangrijk te investeren in het vergroten en versterken van het informele, persoonlijke netwerk om mensen heen, de toegankelijkheid en kwaliteit van het professionele netwerk in de wijk, én een goede aansluiting daartussen.

Denk bijvoorbeeld aan de mogelijkheden van zelfstandig wonen met gegarandeerde ambulante hulpverlening, waarin ambulante ondersteuning, huisartsen en sociale (wijk)teams en/of Wmo-loketen samenwerken, waarbij ook het sociale netwerk van de inwoner en vrijwilligers betrokken worden. Inclusie is hierbij de grote uitdaging. Dat betekent zo gewoon mogelijk wonen, met op de persoon aangepaste ambulante begeleiding gericht op zelfredzaamheid en participatie. Om dat goed te kunnen vormgeven is het nodig dat gemeenten, wijkteams, corporaties en zorgaanbieders goed zijn toegerust met de juiste kennis en expertise. Zodat zij voor deze doelgroep passende en kwalitatief goede begeleiding en continuïteit kunnen bieden, en de leefaarheid in wijken wordt gewaarborgd. Ook schuldhulpmaatjes, buddynetwerken en GGZ-ervaringsdeskundigen (lotgenotencontact) kunnen een waardevolle bijdrage leveren aan herstel en het voorkomen van oplopende problemen en herstel. Initiatieven als de Rustplek21, Onder de Pannen22 of Kamers met Aandacht23 waarin mensen particuliere woonruimte beschikbaar stellen kunnen bovendien enorm veel verschil maken, vooral in de huidige krapte op de woningmarkt.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/755/documents/32570