CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

nationaal-actieplan-dakloosheid-eerst-een-thuis.pdf

Dordtse Dinsdag – Beeld- en oordeelsvormende commissies 11 juni 2024, gemeente DordrechtBij agendapunt: 3: Verzoek van inwoner tot inspreken op een niet geagendeerd onderwerp24.903 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Eén van de leidende principes van dit Actieplan houdt in dat voor het goed regelen van het scheiden van wonen en zorg de bewoner wordt ondersteund bij het onderhouden en herstellen van contact met directe netwerken zoals de familie. Dat betekent dat het investeren in professionele ondersteuning een randvoorwaarde is voor het slagen van de transformatie en de ambitie. Van belang is ook om laagdrempelige toegang tot recht voor mensen met een laag inkomen te vergroten. Dit kan bijvoorbeeld door betere toegang tot bezwaarmechanismen van de gemeente, of onafankelijke cliëntondersteuning zoals in een aantal gemeenten voor deze doelgroep is georganiseerd via straatadvocaten. Gemeenten voelen de urgentie om hun dienstverlening te verbeteren, kwetsbare mensen meer te ondersteunen en het vertrouwen in de overheid te herstellen.24

21 Zie: htps://derustplek.nl/ 22 Zie: htps://www.onderdepannen.nl/ 23 Zie: htps://kamersmetaandacht.nl/ 24 In de toeslagenafaire bleek dat rechtvaardige dienstverlening en goede rechtsbescherming niet altijd vanzelfsprekend zijn. Gemeenten krijgen sinds 2022 structureel 150 miljoen euro extra om de dienstverlening aan mensen in kwetsbare posities te versterken. De middelen komen naar aanleiding van de Parlementaire Ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslagen (POK). Nationaal Actieplan Dakloosheid: Eerst een Thuis | 21

Acties: 1. 2023-2024: Verzamelen, bundelen en breed delen van goede voorbeelden van samenwerking tussen woningcorporaties, hulpverlening en sociale basis in de wijk (VWS, BZK, Aedes, VNG). 2. 2023: Inventariseren en verspreiden best practices van op de doelgroep toegesneden onafankelijke clientondersteuning (VWS) 3. Jongeren: 2023-2025: Stimuleren jongerenwerk i.s.m. ervaringsdeskundigen op scholen, signaleren en kunnen doorzeten naar sociale wijkteams (VWS, OCW). 4. 2023-2030: In de bouw- en bestemmingsplannen in wijken ruimte maken voor buurtontmoetingsplekken en laagdrempelige herstel (inloop)plekken/centra/academies integreren (BZK, VNG, gemeenten). 5. 2024 – 2026: In samenwerking met J&V wordt verkend hoe voor (dreigend) dakloze mensen de rechtsbescherming en laagdrempelige sociaaljuridische dienstverlening versterkt kan worden (J&V, VWS, VNG/gemeenten)25. Bovenstaande acties dragen bij aan: 1. Verbeterde rechtsbescherming van mensen met een laag inkomen die te maken hebben met (dreigende) dakloosheid (2028). 2. Corporaties, wijkteams, zorgaanbieders en gemeentelijke diensten werken nauw samen in wijken in toewijzing, begeleiding en toegang zodat inwoners niet uit- of terugvallen en dakloos raken (2030).

2.2.4. Investeren in een outreachende aanpak en bemoeizorg “Toen ik de eerste maand huur miste kwam de sociaal beheerder naar mij toe met de vraag of ik meer schulden had. Nadat ik met tegenzin een betalingsregeling trof, hield hij mij een beetje in de gaten. Na 2 jaar en 3 gemiste termijnen belde ik hem om een oplossing van mijn schulden te vinden. Door zich tegen mij aan te bemoeien kwam ik niet opnieuw op straat te staan.”

Vroegtijdige signalering van problemen thuis is belangrijk om uitval, terugval en dakloosheid te voorkomen. Niet voor iedere inwoner is het vanzelfsprekend dat zij met een hulpvraag bij een wijkteam of de gemeente aanklopt. Allerlei factoren spelen hierbij een rol, zoals niet op de hoogte zijn van de beschikbare hulp, terugtrekgedrag als gevolg van verlies, trauma en rouw, de impact van chronische stress op het denken en doen, schaamte en (zelf)stigma en een groot wantrouwen tegen de overheid. Bemoeizorg en een meer outreachende werkwijze vanuit maatschappelijk- of jongerenwerk kan hierbij het verschil maken. Het is nodig dat bemoeizorg niet langer wordt gezien als een instrument dat alleen wordt ingezet bij ‘overlast’, maar als aanvullend aanbod zodat mensen die zelf geen hulpvraag kunnen formuleren beter en eerder geholpen worden. Belangrijk is ook dat gemeenten zorgdragen voor gespecialiseerde expertise, zoals van de GGZ, de verslavingszorg en de zorg voor mensen met verstandelijke beperkingen, zodat die in de wijk en voor professionals in de wijk in lokale teams beschikbaar is. Daarbij is van belang dat in de toegang breed en pro-actief bekeken wordt welke ondersteuning iemand nodig heef. Vroegsignalering en waar nodig preventieve ondersteuning kunnen er vervolgens aan bijdragen dat het escaleren van de problematiek wordt voorkomen.

Er wordt daarom ingezet op versterking van de gemeentelijke toegang. Denk hierbij aan expertise over (dreigende) dakloosheid en goede clientondersteuning - die ook door mensen met ervaringskennis ingevuld kan worden. Time-out en respijtvoorzieningen vormen belangrijk aanbod in de-escalatie van spanningen thuis of om even op adem te komen. Zo kan (crisis)opname of uitval voorkomen kunnen worden. Daarnaast wordt ingezet op het investeren in bemoeizorg en het beter inzichtelijk krijgen van goedlopende praktijken, zodat verergering van problematiek voorkomen wordt en bovendien de kans verkleint dat mensen in aanraking komen met politie of justitie. Hiervoor is het belangrijk dat er een intensievere samenwerking ontstaat tussen politie en GGZ zodat mensen met onbegrepen gedrag de juiste zorg krijgen en niet onnodig worden opgepakt.

25 Hiervan heef het Rijk heef structureel 25 miljoen euro vrijgemaakt voor lokale versterking van sociaaljuridische ondersteuning en rechtsbescherming. De inzet van deze POK-middelen is bedoeld ter ondersteuning van mensen in kwetsbare posities. De inzet op sociaaljuridische raadslieden voor dak en thuisloze mensen sluit aan bij Actielijn 2: Rechtsbescherming: versterking van de rechtsbescherming van inwoners door extra capaciteit voor sociale raadslieden in de gemeente en versterking van de gemeentelijke ombudsfunctie. 22 | Nationaal Actieplan Dakloosheid: Eerst een Thuis

Acties: 1. 2023-2025: Stimuleren van het organiseren en delen van goede voorbeelden van sociaal beheerders in de wijk, herstel- en respijtvoorzieningen, inclusief lotgenotencontact, werken met vrijwilligers en ervaringsdeskundigen (VWS, VNG). 2. 2023-2025: Verkennen op welke wijze gemeenten en regio’s invulling geven aan bemoeizorg en wat hier eventueel aanvullend nodig is ter verbetering (J&V, VWS). 3. 2023-2028: Conform afspraken gemaakt in het Integraal Zorgakkoord (IZA) wordt toegewerkt naar een landelijk dekkend netwerk van laagdrempelige steunpunten zoals herstel- en zelfregiecentra waar iedere inwoner, met een aanspreekpunt voor huisartsen en gerund door vrijwilligers en ervaringsdeskundigen, ondersteund door sociaalwerkers en in verbinding met ggz-professionals (VWS, VNG, SWN, MIND, deNLggz, ZN, LHV, InEen). Bovenstaande acties dragen bij aan: 1. Mensen zijn eerder in beeld, krijgen eerder de hulp die zij nodig hebben, zaken zijn nog veel beter oplosbaar en terugval kan worden voorkomen (2027).

2.2.5. Verbinding medisch en sociaal domein en zorg aan onverzekerden “Ik had geen toegang tot medische zorg. Ik ben bijvoorbeeld een keer bewusteloos van straat geplukt door een ambulance. Maar zodra ik bijkwam ben ik het ziekenhuis uit gevlucht, hoewel ik nauwelijks kon staan en dringend medische zorg nodig had. Ik had namelijk geen zorgverzekering en was bang met tienduizenden euro’s in de schulden te raken. Omdat ik geen psychiatrische medicatie had werd ik zwaar depressief en suïcidaal. Hierdoor sliep ik, zelfs als ik een plek in een opvang had, soms buiten op de plek waar ik me bevond. Ik kon me er niet meer toe zeten naar de opvang te lopen. Ik begon dagelijks te drinken en totaal te verwilderen.”

Vaak is het de huisarts die mensen eerder in beeld heef als het gaat om groeiende problemen. Zeker als het gaat om problemen op meerdere leefgebieden en dreigende dakloosheid, heef de huisarts een essentiële signalerende functie. Tegelijkertijd is het voor huisartsen niet altijd makkelijk mensen op een goede en eenvoudige wijze door te verwijzen naar welzijn en het sociaal domein. Hoewel er in het land veel initiatieven zijn om de verbinding tussen het medisch en het sociaal domein te versterken, is het duidelijk dat hier wat betref (dreigende) dakloosheid nog een wereld te winnen valt. Het uitgangspunt is: zo zwaar als nodig, en wat samen en in het voorliggend veld kan, dan doen! Denk hierbij aan goede voorbeelden als Welzijn op recept, POH-schulden en POH-GGZ. Als mensen eenmaal dakloos zijn, raken zij vaak uit beeld bij zorgverleners, raken zij onverzekerd en wordt de toegang tot zorg en ondersteuning steeds lastiger. Binnen de populatie dakloze mensen zijn er voor bepaalde problemen hoge drempels om toegang tot zorg te vinden, krijgen en behouden26. Zeker wanneer er sprake is van een verstandelijke beperking, psychiatrische problemen, verslavingsproblematiek of het ontbreken van een zorgverzekering, al dan niet door het ontbreken van de juiste documenten.

Voor de kosten van medische zorg aan dak- en thuisloze mensen kunnen zorgaanbieders een beroep doen op de ‘Subsidieregeling medisch noodzakelijke zorg aan onverzekerden’. De kosten van medisch noodzakelijke zorg aan onverzekerde personen, zowel aan Nederlanders als aan vreemdelingen, kunnen gedeclareerd worden, zodat er geen fnanciële belemmeringen zijn voor zorgaanbieders om zorg te verlenen. De kosten van medisch noodzakelijke zorg is in 2022 globaal als volgt verdeeld: ziekenhuiszorg (55%), ggz-zorg (36%), farmaceutische zorg (3%) en huisartsenzorg (3%).

26 Zie: Sterfe, ziekte en toegang tot zorg bij dak- en thuislozen (Slockers 2021) digitale-defnitieve-versie-proefschrif-marcel-slockers.pdf

Nationaal Actieplan Dakloosheid: Eerst een Thuis | 23

“Sommige dagen duren lang. Dan speel ik de hele dag spelletjes op mijn telefoon.” -Anoniem

© Wiosna van Bon/Het Beelddepot 24 | Nationaal Actieplan Dakloosheid: Eerst een Thuis

Acties: 1. 2023-2028: Conform afspraken gemaakt in het Integraal Zorgakkoord werken aan verbeterde samenwerking tussen sociaal domein, huisartsenzorg en GGZ-zorg. 1e lijnszorg aanbieders kunnen worden ondersteund in het signaleren en bespreekbaar maken van sociale problematiek, zoals armoede en schulden en goede voorbeelden van samenwerking tussen de 1e lijnszorg en gemeenten kunnen worden opgeschaald. 2. 2025: Met een aanpassing van de Wmo 2015 wordt een wetelijke grondslag gerealiseerd voor het kunnen verwerken van gegevens van onverzekerden die zorgaanbieders doorgeven via het Meldpunt Onverzekerden (is ingericht bij GGD GHOR). Dit betref ook personen die nog niet bij gemeenten of GGD’en bekend zijn. Deze gegevens kunnen door GGD’en en gemeenten worden gebruikt met als doel om ofwel een bemoeizorg-traject in te zeten of iemand toe te leiden naar een reguliere, betaalde zorgverzekering. VWS onderzoekt samen met GGD GHOR de mogelijkheden om -totdat deze wetelijke grondslag is gerealiseerd- de nodige hulp te blijven bieden. Bovenstaande acties dragen bij aan: 1. Verbeterde verbinding medisch en sociaal domein en zorg aan onverzekerden (2027).

2.2.6. Uitstroom uit een intramurale seting leidt niet tot dakloosheid “De verschillende plekken waar ik verbleef van mijn 15e tot 18e jaar zijn eigenlijk altijd voor mij bepaald. In die 3 jaar tijd heb ik circa 8 verschillende plekken gezien, ben ik 2 keer opnieuw terecht gekomen bij mijn oma en heb ik 2 perioden gekend waarin ik van bank naar bank ging. In die periode is er een versnelde ondertoezichtstelling uitgesproken en een machtiging uithuisplaatsing, waardoor ik überhaupt voor mijn 18e niet meer naar huis zou kunnen.” Een belangrijke risicofactor op dakloosheid is het moment dat mensen uitstromen van een intramurale seting. Dat is het geval bij jongeren die uitstromen uit jeugdzorginstellingen, mensen die uitstromen uit detentie, maatschappelijke opvang, beschermd wonen, vrouwenopvang, en uit GGZ-instellingen. Om deze reden zijn vrijwel al deze groepen benoemd als primaire aandachtsgroepen binnen het Programma Een Thuis Voor Iedereen, en wordt voor hen extra ingezet om passende woonruimte te realiseren. Zo is het de bedoeling dat wetelijk wordt vastgelegd dat gemeenten uitstromers uit intramurale instellingen met voorrang moeten huisvesten (zie paragraaf 2.4).

Het verhuisboekje, gemeente Lelystad Praktische instrumenten kunnen helpen bij een goede landing. Een mooi voorbeeld is ‘Het verhuisboekje’ voor mensen die verhuizen van Beschermd Wonen naar een zelfstandige woning met praktische tips & ervaringsverhalen → Meer info - htps://www.windesheim.nl/getmedia/ad9beb8b-0049-4c1f-a2c3-d240681747ab/ 2021_juni_21_VerhuisboekjeLelystad_Digitaal.pdf

Het is voor vrijwel alle mensen die in een institutie verblijven, bekend dat zij op enig moment de stap van binnen naar buiten zeten. Dat kan en moet op tijd voorbereid worden door deze instellingen en de ontvangende gemeente. Het helpt gemeenten als zij weten met wie zij contact kunnen opnemen. Dat vraagt om goede afspraken en contacten tussen instellingen, gemeenten en corporaties. Op het niveau van de jongere of volwassene die uitstroomt is het noodzakelijk dat tijdig en geleidelijk wordt losgelaten en voorbereid op terugkeer naar (een nieuw) huis. Vóór klinische opname moet met cliënt een (perspectief)plan gemaakt worden op alle leefgebieden, met focus op de plek waar iemand gaat verblijven. Dat vraagt om goede afspraken tussen MO/BW, gemeenten en GGZ-partners, zorgverzekeraars over de inzet van FACT (belangrijk voor ambulante cliënten), en over de uitstroom uit klinieken en detentie (aansluitende plekken en nazorg). Het wordt de norm dat iedereen die uitstroomt uit een institutie een contactpersoon krijgt (of ‘regisseur’) die ervoor zorgt dat ‘de big 5’ op orde is voordat iemand uitstroomt. Met de big 5 bedoelen we: 1. het is duidelijk waar iemand gaat wonen, 2. zorg continuïteit is geregeld, 3. fnanciën zijn op orde dan wel ondersteuning daarbij, 4. zinvolle daginvulling (werk, school, dagbesteding), 5. er is geïnvesteerd in het netwerk (iemand om op terug te vallen).

Uitgangspunt is eigen regie; stress-sensitief werken en positieve bejegening van mensen die het betref. Dat sluit naadloos aan op de leidende principes 1 (recht op huisvesting) en 2 (respect voor keuze en eigen regie van mensen). Een bewezen efectieve interventie, specifek gericht op mensen tijdens een transitieperiode, zoals uitstroom uit een verblijfsinstelling is Critical Time Intervention (CTI). De CTI-werker is de regisseur die mensen ondersteunt met het oog op een zachte landing in de wijk. Samenwerkingspartijen staan hiervoor gezamenlijk aan de lat hier goede afspraken over te maken. Nationaal Actieplan Dakloosheid: Eerst een Thuis | 25

Goed voorbeeld: Aanpak 16-27 in de regio Lekstroom Regio Lekstroom werkt in samenwerking met de nieuw te contracteren aanbieders van Jeugdhulp met verblijf een transformatieplan uit. Het project ‘perspectief op uitstroom’ gaat hier onderdeel van uitmaken. Dit project richt zich op het waarborgen van een goede overgang van jeugdhulp naar vervolgzorg of zelfstandigheid. Als een jongere 16 jaar is wordt er samen met de jongere een toekomstplan gemaakt. Er wordt in kaart gebracht welke vervolgplek het meest passend is bij de behoefe van de jongere bij uitstroom van verblijf. Hierbij wordt gebruik gemaakt van de door het NJI opgestelde uitstroomprofelen. Aan de hand van deze uitstroomprofelen organiseert de zorgaanbieder vroegtijdige monitoring en signalering van de behoefen. Doordat er tijdig wordt gekeken wat nodig is, kan er proactief worden geanticipeerd.

Acties: 1. 2023: Verkenning naar aansluiting van partijen (GGZ, Wmo, jeugd, justitie, gemeenten) op communicatieplatform die de communicatie tussen aanbieders en gemeenten vergemakkelijkt en waarbij de betrokkene zelf eigenaar van de gegevens blijf (J&V, VWS, VNG, deNLggz). 2. 2024: Regie en gezamenlijke afspraken over eigenaarschap in de centrumgemeenten: niemand raakt dakloos als gevolg van uitstroom uit een instelling (Valente, deNLggz, VNG, zorg en veiligheidshuizen, gemeenten). 3. 2023-2024: Binnen het programma Een (t)huis voor iedereen werkt BZK aan een verplichte urgentieregeling, waarin mensen die uitstromen uit intramurale instellingen voorrang krijgen (BZK). Bovenstaande acties dragen bij aan: 1. Bij ontslag uit een instelling (gevangenis, jeugdzorg of GGZ) ontvangt iedereen een aanbod met passende stabiele huisvesting, niet zijnde maatschappelijke opvang (de Verklaring van Lissabon).

2.2.7. Huisuitzeting leidt niet tot dakloosheid “Ik ben mijn huis uitgezet voor een huurachterstand van 3 maanden. Dat was destijds bijna € 3000. Na gerechtelijke kosten, deurwaarder en ontruimingskosten liep dit bedrag al snel op naar over de € 5000. Mijn huis verliezen is het meest vernederende wat ik ooit heb meegemaakt. Vervolgens kwam ik terecht in de maatschappelijke opvang. Jaren later leerde ik dat mijn plek in de maatschappelijke opvang, en later in beschermd wonen, veel meer koste dan de huurschuld.”

Vanuit het Actieplan Dakloosheid spannen we ons er samen met BZK en verhuurderspartijen voor in dat het aantal huisuitzetingen daalt. Vanaf 1 januari 2021 melden woningcorporaties en particuliere verhuurders betalingsachterstanden in een vroeg stadium bij gemeenten. Hierdoor krijgen gemeenten mensen met schulden tijdig in beeld en kunnen zij actief schuldhulp aanbieden. Dit is belangrijk omdat veel mensen met schulden laat of niet om hulp vragen. Verhuurders doen een melding bij de gemeente als ze tevergeefs hebben geprobeerd om in contact met huurders de huurproblemen op te lossen. In 2015 waren er 9.900 huisuitzetingen en in 2019 waren dat er 5.000. In 2020 en 2021 is dit verder gedaald naar 3.100 huisuitzetingen27. Deze daling heef er mee te maken dat steeds meer gemeenten convenanten voorkomen huisuitzetingen afsluiten met corporaties, en dat verhuurders bij een betalingsachterstand sneller contact opnemen met huurders en er alles aan doen om huisuitzeting te voorkomen. Snel contact tussen verhuurder en huurder helpt de groei van verdere schulden én uiteindelijk huisuitzeting te voorkomen. Dat contact is niet altijd makkelijk.

Het versterken van de sociale basis, en het terugbrengen van sociaal beheer en versterken van outreachend werken en bemoeizorg in wijken (zie 2.3 en 2.4) moet bijdragen aan het vroegsignaleren van oplopende betalingsachterstanden en het faciliteren van het contact tussen huurders en corporaties en andere verhuurders.

27 Bron: KBvG via CBZ (2022). 26 | Nationaal Actieplan Dakloosheid: Eerst een Thuis

BZK gaat in gesprek met partijen die betrokken waren bij de statements over het voorkomen van huisuitzetingen door betaalachterstanden in coronatijd. Dat zijn VNG, Aedes, IVBN, Vastgoedbelang en Kences, de afspraken zijn destijds onderstreept door Woonbond. BZK wil komen tot nieuwe bestuurlijke afspraken zodat huisuitzetingen door betaalachterstanden door de stijgende energieprijzen zoveel mogelijk voorkomen worden. Verhuurders hebben sinds 2021 de plicht om sociale incasso te voeren, contact te zoeken met huurders die betaalachterstanden hebben en deze achterstanden te melden bij gemeenten. Gemeenten moeten vervolgens een hulpaanbod doen. De bestuurlijke afspraken in aanvulling op de wetelijke plicht die verhuurders hebben op grond van de gewijzigde Wet Gemeentelijke Schuldhulpverlening, kunnen gaan over het bieden van maatwerk bij betaalachterstanden, het trefen van betalingsregelingen, het actief wijzen op ondersteuning vanuit de bijzondere bijstand van gemeenten of het aanbieden van alternatieve (goedkopere) woonruimte. Bovendien geef het ministerie van BZK aan het nut en noodzaak van aanvullende juridische maatregelen zoals een generiek moratorium op huisuitzetingen van mensen die aan een schuldhulpverleningstraject deelnemen, te verkennen in gesprekken met partijen. Acties: 1. 2023: Eén partij neemt de regie na huisuitzeting. Lokaal spreken partijen af wie dat doet.

(VNG, gemeenten, woningcorporaties). 2. 2023: Goede voorbeelden, handreikingen en kennis bundelen en breed delen met gemeenten en aanbieders (VWS, BZK). 3. 2023: Verkennen optie van een moratorium op huisuitzetingen van mensen die in een schuldhulptraject ziten (BZK). Bovenstaande acties dragen bij aan: 1. Huisuitzetingen worden zoveel mogelijk voorkomen en niemand wordt uitgezet zonder hulp voor een passende duurzame huisvestingsoplossing (de Verklaring van Lissabon) (2030).

© Dingena Mol/Het Beelddepot

Amsterdam, 22 november 2021 – Jongere zonder vaste woon- of verblijfplaats. De foto is een remake van een veelgebruikte foto uit de beeldbank van het ANP van een stereotype dakloze op hetzelfde bankje.

Nationaal Actieplan Dakloosheid: Eerst een Thuis | 27

Goed voorbeeld: Amsterdam, geregelde betaling Van alle huurders die in Amsterdam bij de gemeente worden gemeld vanwege huurachterstand heef zo’n twintig procent een uitkering op grond van de Participatiewet. Zij komen terecht bij de sinds 2016 bestaande speciale vroegsignaleringsaanpak: de Geregelde Betaling. Vast onderdeel van deze aanpak is een inhouding van de lopende huur op de uitkering die, met toestemming van de huurder, rechtstreeks wordt overgemaakt aan de verhuurder. Zo loopt de huurachterstand niet verder op en wordt in een aantal gevallen bovendien dakloosheid voorkomen. De aanpak is succesvol en kent weinig uitval. De huurders met huurachterstanden worden uitgenodigd voor een budgetadviesgesprek met een klantmanager en een schuldhulpverlener van het buurteam. Tijdens het budgetadviesgesprek wordt breed naar de situatie van de huurder gekeken: welke hulp is nodig? In de meeste gevallen komt door dit contact een duurzame betalingsregeling voor de huurachterstand tot stand, waarbij meteen ook een overdracht aan de deurwaarder wordt voorkomen. Voor slechts één op de vijf wordt uiteindelijk een schuldhulpverleningstraject ingezet. Na negen maanden wordt er geëvalueerd, met als doel om waar mogelijk de huurinhouding weer stop te zeten.

→ Meer info – ‘Naar nul huisuitzetingen’, Eropaf en Movisie htps://www.movisie.nl/sites/movisie.nl/fles/2022-03/Naar-nul-huisuitzetingen.pdf

28 | Nationaal Actieplan Dakloosheid: Eerst een Thuis

2.3. Actielijn 3 Wonen Eerst: iedereen een stabiele woonplek met ondersteuning op maat →

BZK, SZW, VWS, VNG en gemeenten

“Wanneer ik eenmaal ergens een plekje had werden er vaak harde eisen gesteld aan mijn verblijf daar en werd ik telkens weer belemmerd in mijn eigen autonomie en daarbij mijn ontwikkeling. Echt kijken na wat ik nou nodig had als persoon, en daarbij aansluiten om mijn behoefe, daar was geen sprake van. Ik stond onder dwang van het systeem en als ik maar even niet ‘naar hun pijpen danste’, was het einde verblijf.” Het hebben van een stabiele woonplek met de juiste ondersteuning is het belangrijkste antwoord op het verminderen van dakloosheid. Dat betekent dat gewerkt wordt aan het verminderen van opvang en het nodeloos moeten doorlopen van verschillende stappen voordat iemand een vaste woonplek krijgt. Hieronder wordt uitgewerkt wat Wonen Eerst in de Nederlandse context betekent en welke acties nodig zijn om de ambities van dit plan te behalen.

2.3.1. Wonen Eerst als landelijk kompas Zoals in de inleiding geschetst is Wonen Eerst de beleidsmatige benaming voor de systeemaanpak in het denken over de oplossingen om dakloosheid te voorkomen en uit te bannen in Nederland. Uit literatuur blijkt dat inzet op Wonen Eerst zorgt voor kostenbesparingen bij o.a. gebruik van medische zorg, veiligheid, en het sociaal domein (Jeugd, Wmo, opvang, schuldhulp en uitkeringen). Uit een recente kosten-batenanalyse uit 202228 is gebleken dat elke geïnvesteerde euro in Wonen Eerst maatschappelijk 2,5 euro bespaart. Dit omdat er generiek hoge kosten worden bespaard voor onder meer maatschappelijke opvang, Wlz of Beschermd Wonen, er minder delicten worden gepleegd en er minder handhaving nodig is voor overlast op straat. Met andere woorden: duurdere vormen van verblijf of inzet van handhaving waar deze groep anders mee te maken zou krijgen.

Een aantal regio’s is al bezig met het implementeren van Wonen Eerst. Zo is in diverse regio’s de af- of ombouw van de opvang gestart en bestaat er een diversiteit aan vormen van Wonen Eerst waar als basis de huisvesting in plaats van de opvang voorop staat. De afgelopen jaren hebben we gezien dat deze transitie botom-up aan het groeien is. De systeemaanpak gaat niet slechts over het vermenigvuldigen van het aantal woonplekken met begeleiding voor een subgroep, maar over een aanpak waarin alle partijen toewerken naar een aanpak voor alle (dreigend) dakloze mensen. Die transformatie gaat niet over één nacht ijs. In de praktijk zien we veel al dan niet bewuste verschillen in de manier waarop gemeenten de transformatie vormgeven. We willen ruimte houden voor deze gevarieerde uitvoeringspraktijk enerzijds, en stimuleren dat de transformatie sneller gaat volgens bewezen efectieve interventies anderzijds. Het succes van deze transformatieopgave hangt in grote mate af van het realiseren van voldoende betaalbaar woonaanbod en de adequate begeleiding die daaraan gekoppeld is en de zachte landing in de wijk. Aanbieders en professionals moeten daarop toegerust zijn. Er is daarom aandacht voor de toerusting van organisaties en professionals die werken met (dreigend) dak- en thuisloze mensen. De opvang kan in de ene regio sneller af- of omgebouwd kan worden dan in de andere regio.

Inzet is dat regio’s op basis van hun woon-zorgvisies en de regionale aanpak dakloosheid stappen zeten om te komen tot af- en ombouw van de opvang enerzijds en beschikbaarheid van woonplekken met begeleiding anderzijds. Opvang zal nodig blijven, maar wordt tot het minimum beperkt en alleen als kortdurende noodvoorziening. Zolang opvang nodig is houden opvanginstellingen, gemeenten en VWS oog voor de kwaliteit van deze voorzieningen29. De regeling huisvesting aandachtsgroepen die door BZK ter beschikking is gesteld voor het bouwen, transformeren of aankopen van huisvesting voor dakloze mensen kan ingezet worden voor de ombouw van de huidige opvangvoorzieningen.

28 Maatschappelijke kosten baten van de brede aanpak dakloosheid (Cebeon en Xpertisezorg, 2022). 29 In dit kader past ook het kwaliteitskader kinderen in de opvang, dat wordt ontwikkeld in samenwerking met Valente, VNG en het ministerie van VWS, Nationaal Actieplan Dakloosheid: Eerst een Thuis | 29

“Home” © Wiosna van ©

© Robin Alysha Clemens/Het Beelddepot

30 | Nationaal Actieplan Dakloosheid: Eerst een Thuis

Goed voorbeeld: Gemeente Den Bosch De maatschappelijke partners, gemeente ’s-Hertogenbosch, Maatschappelijke Opvang Den Bosch, en de Bossche woningcorporaties, kiezen voor ‘Wonen Eerst’ voor álle mensen die dakloos zijn. Mensen die zich in Den Bosch vanaf 1 januari 2023 melden bij de opvang worden niet langer opgevangen in de traditionele (nacht)opvang. De grootschalige opvang wordt gesloten, al een aantal jaren wordt in Den Bosch kleinschalige opvang gerealiseerd. De nieuwe aanpak is dat mensen die dakloos zijn binnen een maand een passende plek aangeboden krijgen in plaats van een plek in de opvang. De zorg en bestaanszekerheid wordt geborgd door de gemeente ‘s-Hertogenbosch en Maatschappelijke Opvang Den Bosch. Zo wordt voorkomen dat mensen eerst worden opvangen en daarna langzaam de traditionele woonladder afopen. En wordt er meteen gewerkt aan een passende plek met voldoende bestaanszekerheid. In de samenwerking betekent dit dat de partners vanuit verschillende domeinen als netwerkorganisatie georganiseerd zijn. Niet de eigen organisatiedoelen maar de gezamenlijke ambitie staat centraal. Met deze werkwijze worden in Den Bosch al betere oplossingen voor bewoners bereikt met onder andere Thuis in de Wijk.

De vijf vuistregels van ‘Thuis in de Wijk’ zijn daarom ook uitgangspunt in de daklozenaanpak: goed wonen, gezonde fnanciën, juiste ondersteuning, waardevolle daginvulling en fjne leefomgeving.

Acties: 1. 2023-2030: De transformatie wordt met behulp van kwalitatieve monitoring gevolgd (VWS). 2. 2023-2030: In alle landelijke communicatie straalt de Rijksoverheid uit dat ‘Wonen Eerst’ centraal staat in het Actieplan Dakloosheid en dat we de leidende principes hiervan nastreven (VWS). 3. 2023-2028: Gemeenten zeten in op de transformatie naar Wonen Eerst en om- en afouw van langdurige en grootschalige opvang. 4. 2023-2026: Kennis over de leidende principes en Wonen Eerst en de implicaties van de werkwijze voor regio’s wordt vergroot door middel van een ondersteuningsaanbod mbv Experteam Huisvesting Aandachtsgroepen (VWS, BZK). 5. 2023: Ontwikkelen (juridisch gevalideerde) oplegger bij huurcontracten op eigen naam ontwikkelen en ontsluiten voor verhuurders (VWS, BZK). 6. 2023-2024: Ontwikkelen kwaliteitskader in samenwerking met het veld over Wonen Eerst (VWS). 7. 2023-2025: Met opleidingen social work wordt verkend op welke wijze de leidende principes onderdeel kunnen zijn van het curriculum (VWS). Bovenstaande acties dragen bij aan: 1. Wonen Eerst is als systeemaanpak gemeengoed en wordt het werken volgens de leidende principes breed toegepast in alle regio’s (2030). 2. Dakloze mensen slapen niet buiten door gebrek aan toegankelijke, veilige en passende opvang (de Verklaring van Lissabon). 3.

In 2025 heef de helf van de regio’s geen langdurige grootschalige opvang30 meer, in 2030 geen enkele. 4. Niemand verblijf langer in een nood- of tussenvoorziening dan strikt noodzakelijk is voor een succesvolle doorstroom naar een duurzame stabiele huisvestingsoplossing (Lissabon Declaratie). 5. Het op basis van kwalitatieve monitoring inzichtelijk maken hoe de transformatie van opvang naar Wonen Eerst vorm krijgt (2026-2030). 6. Een huurcontract op eigen naam is de norm, huurcontracten op naam van een derde partij worden toegepast als dit gebeurt in het belang van de huurder die daar zelf een stem in heef (2030). ! NB. De afouw van de opvang is niet mogelijk bij onvoldoende beschikbaarheid van woonplekken met passende begeleiding en ondersteuning in de wijk. Dat is een belangrijke voorwaarde voor de voortgang op deze resultaten.

30 Noodopvang (kortdurend) zal in de toekomst ook in een zo beperkt mogelijke vorm nodig blijven. Deze locaties zijn voorzien van 1 persoonskamers. Nationaal Actieplan Dakloosheid: Eerst een Thuis | 31

2.3.2. Samenhang met de woningbouwopgave en programma ‘Een thuis voor Iedereen’ Zonder eerst meer beschikbare en betaalbare woningen te realiseren, kan er niet aan Wonen Eerst gewerkt worden. Vanuit het Actieplan Dakloosheid wordt met betrekking tot wonen samen opgetrokken met het ministerie van BZK en alle andere partijen die betrokken zijn bij de plannen rondom bouwen en wonen. De Nationale Woon- en Bouwagenda31 heef als prioriteit te zorgen voor een woning voor iedereen, of je nu huurt of koopt. Het doel is het bevorderen van de beschikbaarheid, betaalbaarheid en kwaliteit van het woningaanbod in Nederland. Het programma ‘Een (t)huis voor Iedereen’ is als 2e van de 6 programma’s onder de Nationale Woon- en Bouwagenda onlosmakelijk verbonden met het Actieplan Dakloosheid. Dit programma heef als doel te zorgen voor voldoende betaalbare woningen voor alle aandachtsgroepen – waaronder dakloze mensen- met een evenwichtige verdeling over gemeenten en met de juiste zorg, ondersteuning en begeleiding. In ‘Een (t)huis voor Iedereen’ wordt meer regie genomen door het Rijk en worden gemeenten bij wet verplicht te werken aan woonzorgvisies, deze woonzorgvisies regionaal af te stemmen en moeten gemeenten aandachtsgroepen opnemen in hun urgentieregeling32.

Het aantal dakloze mensen dat gehuisvest wordt, wordt gemonitord door de overkoepelende monitor aandachtsgroepen die het ministerie van BZK in samenwerking met IPO, VNG en Aedes in ontwikkeling heef (start 2024). Hierin zal per aandachtsgroep inzichtelijk worden gemaakt in welke aantallen woonplekken zijn toegewezen. Woonzorgvisies Het streven is dat per 1 januari 2024 de wetelijke verplichting ingaat dat elke gemeente een woonprogramma opstelt, waarvan een integrale woonzorgvisie onderdeel uitmaakt. Het doel van de woonzorgvisie is de verdere uitwerking van de visie op hoofdlijnen op het woonbeleid. Onderdeel van de woonzorgvisie is de woon – en zorgbehoefe van aandachtsgroepen, waaronder dakloze mensen. Deze woon-, zorg- en ondersteuningsbehoefen worden hierin geïntegreerd. Bij het ontwikkelen en het uitvoeren van de woonzorgvisie is het ook van belang dat gemeenten ervaringsdeskundigen betrekken. Om de woonbehoefe van (dreigend) dakloze mensen mee te nemen in de woonzorgvisies zal vanuit de Actieplan Dakloosheid ingezet worden op het opnemen van de leidende principes van deze aanpak en het hanteren van een brede defnitie voor de doelgroep (dreigend) dakloze mensen conform de ETHOS Light classifcatie. Het toewerken naar de nieuwe defniëring van dakloosheid wordt verder toegelicht in de paragraaf over monitoring.

Urgentieregeling Het is de bedoeling dat in 2024 alle gemeenten een urgentieverordening hebben. Hiermee wordt verplicht voorrang gegeven op een woning aan een aantal aandachtsgroepen, waaronder dakloze mensen. Wanneer mensen uit de urgentiecategorieën een urgentieverklaring krijgen, moet hen dus met voorrang woonruimte worden toegewezen. Op moment van schrijven wordt gewerkt aan de defnitie van de verschillende aandachtsgroepen die in de Huisvestingswet aan de verplichte urgentie categorieën zullen worden toegevoegd. Acties De hieronder genoemde acties zijn onderdeel van ‘Een(t)huis voor iedereen, en het slagen ervan is met betrekking tot het Actieplan Dakloosheid van groot belang. Met betrekking de punten 2 en 4 is een aanscherping voor de opgave dakloosheid toegevoegd. 1. Vergroten van de woonvoorraad, ook voor (dreigend) dakloze mensen Het is noodzakelijk om extra woonruimte te creëren voor het beëindigen van dakloosheid. Met de nationale Woon- en Bouwagenda vanuit het ministerie van BZK wordt gewerkt aan voldoende woningen in 2030. Het programma Woningbouw heef als doel de realisatie van 900.000 woningen tot en met 2030. Van de in totaal 900.000 woningen is tweederde betaalbaar, waarvan 350.000 huur- en koopwoningen voor mensen met een middeninkomen.

Het streven is bovendien dat corporaties tot en met 2030 in totaal 250.000 nieuwe sociale huurwoningen bouwen, met oog voor de behoefe aan passende woningen voor mensen met een laag inkomen, waaronder dakloze mensen. Er wordt daarnaast toegewerkt naar meer balans in de woonvoorraad met een streven naar 30% sociale huurwoningen. Dit betekent dat bij de nieuwbouw van sociale huurwoningen, gemeenten met minder dan 30 procent sociale huur, in de bestaande woningvoorraad moeten bijdragen aan dit streven. Gemeenten moeten in het uiterste geval gehouden kunnen worden aan het toewerken naar het streven naar meer evenwicht. Daartoe krijgen provincies een wetelijke bevoegdheid. Ook gaan alle gemeenten een verordening opstellen waarmee zij met voorrang woningen toewijzen aan dakloze mensen, uitstromers uit intramurale instellingen en sociaal en medisch urgenten. Mocht blijken dat er gemeenten zijn die zich blijven ontrekken aan hun eerlijke deel, dan zal het ministerie van BZK een percentage vastleggen dat als norm gaat gelden voor toewijzing aan specifeke aandachtsgroepen.

31 Zie Nationale Woon- en Bouwagenda htps://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2022/03/11/kamerbrief-over-nationale-woon-en-bouwagenda-en-het-programma-woningbouw 32 Zie het volledige programma een Thuis voor Iedereen Programma ‘Een thuis voor iedereen’ | Rapport | Rijksoverheid.nl 32 | Nationaal Actieplan Dakloosheid: Eerst een Thuis

Mihreteab (22) verlaat zijn woning in het stadscentrum van Deventer waar hij binnen een half jaar defnitief uit moet zijn getrokken, omdat hij geen student meer is.

© Desiré van den Berg/Het Beelddepot

2. Publiek private samenwerking Daarnaast zal het Platform Woonplek in afstemming met de ministeries VWS en BZK publieke en private partijen aan elkaar koppelen en op deze manier bijdragen aan de versnelling van de realisatie van woonplekken voor aandachtsgroepen. Het Platform Woonplek is specifek gericht op het realiseren van extra woonplekken met begeleiding voor o.a. (dreigend) dakloze mensen met behulp van publiek – private samenwerking. Doel van het platform is kennisdeling, matchmaking, aanjagen van samenwerkingen en het organiseren van extra (private) middelen. Om zo projecten mogelijk te maken, te versnellen en het huidig aantal woonplekken voor o.a. dakloze mensen op te schalen. 3. Prestatieafspraken voor huisvesting aandachtsgroepen In het Wetsvoorstel versterking regie volkshuisvesting wordt het proces rondom de prestatieafspraken verbreed. Naast gemeenten, huurdersorganisaties en woningcorporaties krijgen ook zorgpartijen een rol, waardoor naast afspraken over wonen ook afspraken over zorg en ondersteuning worden gemaakt; dit moet comfort bieden voor woningcorporaties om aandachtsgroepen sneller te huisvesten. 4. Toewijzing en verhuur op eigen naam Bij het toewijzen van een huurwoning wordt gestreefd naar huur op naam van de beoogd bewoner. Dit om te voorkomen dat mensen onnodig lang op woon-zorg huurcontracten ziten.

Wanneer de huur meteen op eigen naam staat kunnen zij sneller huurrechten opbouwen. Dit sluit aan op het leidende principe van scheiden wonen en zorg in het Actieplan Dakloosheid. De autonomie van (dreigend) dakloze mensen wordt aangemoedigd, ondersteund en gerespecteerd: de eigen woonwens en keuze in ondersteuning staat voorop. 5. Flexibele intermediaire verhuur en woonbegeleidingsovereenkomsten op maat: zo lang en zo kort als nodig Er zijn situaties denkbaar waarbij mensen ervoor kiezen om niet direct het huurcontract op eigen naam te laten zeten, maar op naam van een derde partij. Hoewel het streven is om tot 2030 zoveel mogelijk toe te werken naar de situatie waarbij mensen een huurcontract op eigen naam hebben, blijf het van belang om ook ruimte te bieden voor fexibele intermediaire verhuur en woonbegeleidingsovereenkomsten op maat. Dit biedt een veilige gelegenheid voor mensen om fouten te maken en daarvan te kunnen leren, zonder dat zij het risico lopen om uitgezet te worden.

Nationaal Actieplan Dakloosheid: Eerst een Thuis | 33

6. Alternatieve woonvormen en tijdelijk wonen Om zo snel mogelijk zoveel mogelijk mensen in schrijnende situaties van een passende woonplek te voorzien, is het belangrijk om ook naar alternatieven te zoeken. Daarbij kan het gaan om tijdelijke en permanente woonplekken, en zelfstandige en onzelfstandige woonplekken. Te denken valt aan: transformatie van leegstaande kantoren, fexwoningen, onderhuur/kamerverhuur (bv. Kamers met aandacht), woningdelen, woning splitsen, mogelijk maken om een tiny house in tuin te plaatsen dan wel tuinhuis te laten bewonen, en het stimuleren van doorstroming op de woningmarkt. Concreet zet het ministerie van BZK hierop in door o.a.: • Versnellen van de bouw van fexwoningen via een stimuleringsregeling voor fex- en transformatiewoningen; • In gesprek te gaan met hypotheekverstrekkers en woningcorporaties over het toestaan van kamerverhuur en het promoten van friendscontracten; • Platform 31 inzeten in op het stimuleren van woningdelen, woningsplitsing en kamerverhuur; • Een instructieregel bij de omgevingswet te voegen om gemeenten te stimuleren om vergunningsvrij een huisje in de tuin mogelijk te maken. Er wordt kortom gewerkt aan een breed palet van zo-thuis-mogelijke oplossingen die aansluiten bij de behoefe van verschillende behoefen van doelgroepen.

Naast extra woningen wordt ingezet op gemengd wonen, wooncirkels, kleinschalige BW-voorzieningen, skaeve huuse, en alternatieve woonvormen. Bovenstaande acties dragen bij aan: 1. In alle gemeenten zijn woonzorgvisies gemaakt met onderbouwde (regionale) cijfers, op basis waarvan woningen worden toegewezen, gebouwd, getransformeerd en/of aangekocht voor dakloze mensen (2023). 2. Het inzichtelijk maken van het aantal dakloze mensen dat aan een woning is geholpen via de integrale monitor huisvesting aandachtsgroepen (2024). 3. Het maken van regionaal brede afspraken tussen alle partijen (gemeenten, corporaties, zorgaanbieders, de mensen zelf) voor passende zorg en ondersteuning op basis van individueel maatwerk en zijn er urgentieverordeningen in alle gemeenten (2025). 4. Eind 2030 zijn 250.000 sociale huurwoningen gerealiseerd.

34 | Nationaal Actieplan Dakloosheid: Eerst een Thuis

Housing First bewezen efectieve interventie Het bewijs voor Housing First wordt sinds 1992 in de Amerikaanse praktijk geleverd, dat snel is opgevolgd in de rest van de (westerse) wereld. Het eerste Amerikaanse bewijs laat zien dat het bij 80-92% van de dakloze personen met complexe ondersteuningsbehoefen mogelijk was deze permanent te huisvesten, waarbij op termijn ook andere positieve gezondheidsefecten optreden (Tsemberis and Eisenberg, 2000; Padget et al., 2016)33. Bevindingen uit Canadees onderzoek dat hierop volgt laat zien dat Housing First met succes kan worden aangepast in verschillende contexten en voor verschillende populaties zonder zijn betrouwbaarheid te verliezen. Uit een vergelijking blijkt hier dat mensen die Housing First kregen, uitstekende huisvestingsresultaten bereikten en snellere verbeteringen vertoonden in het functioneren in de gemeenschap en in kwaliteit van leven, vergeleken met zij die de het gebruikelijke aanbod kregen (Aubry et al., 2015)34. In 2014 bevestigen vijf Europese evaluaties eveneens de hoge huisvestingsretentie van de HF-aanpak in vier van vijf projecten, welke laten zien dat de aanpak werkt in verschillende lokale contexten en met enkele variaties op het originele Housing First model, waarin wel de kernprincipes van de Housing First-aanpak zijn gevolgd.

Uit deze studie blijken ook positieve resultaten aangaande de sociale inclusie van de doelgroep (Busch-Geertsema, 2014)35. Pleace et al (2015)36 concluderen dat het hoofddoel van het Finse programma, de permanente vermindering van langdurige dakloosheid op nationaal niveau, in Finland tussen 2008 en 2015 is bereikt met behulp van een zorgvuldig geplande, alomvatende samenwerkingsstrategie. Een presentatie van de Y-foundation illustreert hoe tussen 1985 en 2016 de afouw van 2121 naar 62 tijdelijke opvang plekken, gepaard ging met de opbouw van 127 naar 1309 zelfstandige geclusterde woningen met housing frst begeleiding en van 65 naar 2433 zelfstandige woningen in de wijk met housing frst begeleiding. Ook uit Nederlands onderzoek blijkt de efciëntie van housing frst praktijken en blijkt uit een studie onder Nederlandse praktijken dat de percentages klanten van housing frst die sinds de start van de praktijken stabiel zijn gehuisvest hoog zijn en, met uitzondering van één praktijk, variëren van 79-93% (Wewerinke et al., 2014)37. Op dit moment zijn er in 93 Nederlandse gemeenten 74 housing frst praktijken, en wordt gewerkt aan een naar de Nederlandse situatie vertaalde modelgetrouwheidsschaal (en kwaliteitsnorm) Housing First38

33 Tsemberis, S. and Eisenberg, R.F (2000), Pathways to housing: supported housing for street-dwelling homeless individuals with psychiatric disabilities, Psychiatric Services 51:487-493, American Psychiatric Association; Padget, D., Henwood, B. and Tsemberis, S. (2016), Housing First. Ending Homelessness, Transforming Systems, and Changing Lives. Oxford: University Pres 34 Aubry, T., Nelson, G. and Tsemberis, S. (2015), Housing frst for people with severe mental illness who are homeless: a review of the research and fndings from the at home–chez soi demonstration project, Can J Psychiatry, 2015 Nov; 60, 11: 467–474. 35 Busch-Geertsema, Volker: Housing First Europe – Results of a European Social Experimentation Project, European Journal of Homelessness, 2014, 13–28. 36 Pleace, N., Culhane, D., Granfelt, R. and Knutagård, M. (2015) The Finnish Homelessness Strategy - An International Review, Ministry of the Environment, last accessed 12 November 2022, YMra_3en_2015.pdf (helsinki.f) 37 Wewerinke, D., Al Shamma, S. & Wolf, J. (2018). Housing First Principes en Praktijken. Nijmegen: Impuls – Onderzoekscentrum Maatschappelijke Zorg. 38 Zie Trimbos: htps://www.trimbos.nl/kennis/maatschappelijke-opvang/housing-frst-onderzoek-modelgetrouwheid-en-efecten/

Nationaal Actieplan Dakloosheid: Eerst een Thuis | 35

Halima in het gemeentehuis met haar maatschappelijk werker om post op te halen die betrekking heef op Halima’s aanvraag voor een uitkering.

© Desiré van den Berg/Het Beelddepot

2.4. Actielijn 4 Versterken van de uitvoeringspraktijk: betere regie, snelheid en de menselijke maat centraal →

VWS, SZW, J&V, OCW, VNG, gemeenten, corporaties, zorgaanbieders, welzijn

“Het briefadres aanvragen duurde meer dan twee maanden. Bovendien vertelde de opvang me dat aanvragen van een briefadres zonder dat ik in de opvang verbleef vrijwel onmogelijk was, omdat de gemeente dan niet geloofde dat ik écht dakloos was. Ik verbleef een periode liever in hostels, bij klasgenoten en op straat in de buurt van mijn opleiding, dus de aanvraag voor het briefadres heb ik steeds maar uitgesteld tot ik wel in de opvang zat.”

Over domeinen samen werken is een randvoorwaarde om het aantal (dreigend) dakloze mensen te verminderen. Het ontwikkelen en uitvoeren van integraal beleid zodat aangesloten kan worden op de behoefe van de (dreigend) dakloze jongere of volwassene, kan en moet nog veel beter, en is om die reden een belangrijk uitgangspunt van dit Actieplan. Dat geldt op ieder niveau: zowel landelijk, regionaal als lokaal. Om de gewenste kentering teweeg te brengen, is een nog betere samenwerking tussen domeinen vereist: het fysieke, medisch, veiligheids- en het sociaal domein. En binnen het sociaal domein de samenwerking tussen het jeugd-, Wmo-, werk- en inkomen, schulden en armoededomein. De hieronder geformuleerde acties bouwen voort op de geleerde lessen uit voorgaande jaren, met daarbij de gewenste opschalings- en versnellingsmaatregelen.

36 | Nationaal Actieplan Dakloosheid: Eerst een Thuis

2.4.1. De basis snel op orde door betere regie en eigenaarschap “Ik moest een uitkering aanvragen. Maar naast die vervelende overgangsperioden telkens weer, moest ik ook nog eens ‘bewijzen’ dat het dusdanig slecht ging, dat ik niet kon werken en dus zo ook vrijgesteld kon worden van enige sollicitatieplicht.” Vanuit de ervaringen in voorgaande programma’s is bekend dat het cruciaal is om snel de basis op orde te krijgen. Het snel kunnen regelen van een briefadres, verblijf en inkomen maakt dat problematiek niet nog verder escaleert. Een vast aanspreekpunt (of: een ‘regisseur’) helpt regie en overzicht te houden op alle leefgebieden. Iemand die naast iemand staat als spin in het web bij de ondersteuning; als coach of vertrouwenspersoon, maar indien nodig ook als vertegenwoordiger of persoonlijke advocaat. Regisseurs voeren integrale regie over het hele proces van de persoon in kwestie, van toegang tot en met het moment dat de persoon en regisseur vinden dat het niet meer nodig is. Het efect van deze aanpak op maat, de ‘jongerenregisseur’, is in gemeenten die hiermee werken, positief. Het blijkt dat trajecten korter duren, efectiever zijn, en tot grotere tevredenheid leidt bij zowel de professional als de jongere zelf. Een vergelijkbare werkwijze wordt gehanteerd voor personen met verward gedrag en een hoog veiligheidsrisico.

Hierbij wordt een Levensloopcoördinator ingezet voor de realisatie, organisatie en monitoring van ondersteuning en zorg op alle leefgebieden.39 Een wezenlijk bijefect van deze manier van werken is dat het vertrouwen tussen professional en de persoon om wie het gaat groeit. Een belangrijke voorwaarde voor het slagen van trajecten, zeker omdat bij deze doelgroep het vertrouwen in de overheid vaak laag is. Reden dus om de geleerde lessen van deze aanpakken mee te nemen en op te schalen. Dat betekent niet een rol erbij maar juist het slimmer organiseren. Gemeenten en zorgaanbieders hebben zelf een keuze hoe zij dat inrichten. Het gaat erom dat ondersteuning fexibel wordt aangeboden naar voorkeur van mensen. Dit betref in principe de keuze in 1) welke ondersteuning iemand ontvangt, 2) op welke locatie, 3) op welk moment 4) met welke frequentie 5) en van wie.

Goed voorbeeld: Jongerenregisseur in de gemeente Haarlem In Haarlem worden dak- en thuisloze jongeren integraal ondersteund door jongerenregisseurs. Zij werken bij het Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG) en richten zich volledig op dak- en thuisloze jongeren van 18 tot 23 jaar. De jongerenregisseurs brengen samen met de jongere snel in kaart wat er moet gebeuren, waarbij alle leefgebieden integraal worden meegenomen: wonen, zorg en ondersteuning, fnanciën, zinvolle daginvulling (school of werk) en het eigen netwerk. Binnen zes weken ligt er een trajectplan op tafel, dat leidend is in het hele hulpverleningsproces. De jongerenregisseurs werken volgens de ‘omgekeerde toets’: uitgangspunt is niet onder welke wet- of regelgeving iemand valt of juist niet valt. De regisseurs kijken wat er voor de betrokken jongere nodig is en hoe ze dat kunnen organiseren. Er wordt gewerkt met één contactpersoon, één plan en één traject. De jongerenregisseurs zijn bij de verschillende afdelingen binnen de gemeente bekend, er is wordt gewerkt op basis van vertrouwen. De zorg is niet langer versnipperd, waardoor de trajecten korter duren. Dat is beter voor de jongere én het bespaart de gemeente geld. Het is voor jongeren veel fjner en efectiever om met één contactpersoon te werken. Iemand die er is als je ’m nodig hebt, en ook langere tijd blijf.

→ Meer info – ‘De basis op orde’, Movisie De basis op orde voor dak- en thuisloze jongeren | Movisie Eén jongerenregisseur, één plan, één traject | Wat er al gebeurt | Iedereenondereendak

Acties: 1. 2024: Handreiking geleerde lessen en randvoorwaarden jongerenregisseur uit gemeenten Haarlem, Alkmaar, Leiden en Den Haag breed delen (VWS, VNG). 2. Jongeren: 2023-2026: Regie en werken met een toekomstplan (16-27) geborgd in alle centrumregio’s ter versterking uitstroom uit jeugdzorginstellingen. 3. 2023-2025: Faciliteren van het organiseren van regionale regelvrije doorbraak- of maatwerkbudgeten, op basis van onderzoeksuitkomsten ZonMW naar integrale fnanciering (VWS, SZW, VNG). Bovenstaande acties dragen bij aan: 1. Alle centrumgemeenten werken met een vorm van regie om snel integraal de basis op orde te krijgen.

39 Zie: htps://www.fvoor.nl/levensloopaanpak/ Nationaal Actieplan Dakloosheid: Eerst een Thuis | 37

2.4.2. Integrale toegang en begeleiding “Ik kon mij geen fouten veroorloven. Wat voor een ander een goede les voor een volgende keer betekende, betekende voor mij dakloosheid. Dus wat is preventie? Hoe had mijn dakloosheid voorkomen kunnen worden? Preventie is in ieder geval niet: eerst maanden of jarenlang in een daklozenopvang of tijdelijke, gedeelde woningen. Preventie is niet: het aanvragen van een uitkering, postadres of identiteitskaart zo ingewikkeld mogelijk maken. Van het kastje naar de muur, net zo lang totdat iemand die om hulp vraagt, het opgeef. Dat is niet alleen geen preventie: dat is toestaan van dakloosheid.” De samenwerking tussen werk en inkomen, schuldhulpverlening en zorg (begeleiding behandeling) en huisvesting kan beter. Een voorwaarde om dit voor elkaar te krijgen, is dat mensen vanuit verschillende organisaties werken vanuit hetzelfde mensbeelden begrijpen vanuit welke methodiek zij werken. Voor (dreigend) dakloze mensen geldt bovendien dat snelheid geboden is. Een veelgehoord argument is dat professionals belemmerd worden door schurende wet- en regelgeving. Maar de praktijk leert dat maatwerk feitelijk altijd mogelijk is. Ook is er een roep om vragen eenvoudiger en sneller af te handelen. Denk hierbij aan het verkrijgen van een briefadres, en de toegang tot een woning, inkomen en schuldhulpverlening.

Vanuit deze toegang kan een regisseur zoals eerder omschreven aan mensen gekoppeld worden voor wie dit nodig is. Het organiseren van de centrale toegang in samenwerking met de corporatie(s), zorg, GGZ en inkomen, schulden kan hierbij helpend zijn. Naast de toegang tot ondersteuning is het essentieel om aan integraal aanbod op maat te werken. Dat geldt voor het mogelijk maken van integrale behandeling GGZ, verslaving en licht verstandelijke beperking en dat een contra-indicatie er niet toe mag leiden dat iemand niet de juiste hulp ontvangt. Ook het continueren van ondersteuning is van belang, ook als een lopend traject tijdelijk wordt onderbroken (door bijv. detentie, time-out, opname in de GGZ). De basis moet kunnen doorlopen, zoals het contact met het wijkteam of regisseur, en eventuele uitkering of traject schuldhulpverlening. Dit voorkomt problemen na uitstroom en bevordert herstel in de wijk. Acties: 1. 2023: Meer bekendheid geven aan het meldpunt briefadressen40 (BZK). 2. 2023: Toeleiding en bekendmaking van steunpunt maatwerk multiprobleemhuishoudens en overbruggingsprocedure VWS41 (Wlz, Zvw, Wmo en Jeugdwet) (VWS). 3. 2024: Goede voorbeelden bundelen en delen m.b.t. regio’s die al werken met centrale toegang in samenwerking met corporaties, zorg, GGZ en inkomensvoorzieningen (VWS) 4.

2024: Afspraken over een minimale ‘basisnorm dienstverlening’ bij (dreigende) dakloosheid: binnen x dagen een briefadres, inkomen geregeld, een eerste inventarisatie van hulpvragen en noodzakelijke en passende opvang is binnen x dagen geregeld (SZW, VWS, VNG). 5. 2025-2027: Alle gemeenten organiseren een integrale en toegankelijke toegang (VWS, VNG, gemeenten). Hierbij organiseren dat kennis van veranderde wetgeving snel bekend is op de werkvloer (SZW, VWS, BZK, J&V, VNG, gemeenten) en faciliteren dat professionals foreren in maatwerk, bejegening en werken vanuit vertrouwen (VNG). Bovenstaande acties dragen bij aan: 1. Eenvoudiger en snellere toegang tot basisvoorzieningen zoals inschrijving in de BRP en inkomen leidt tot kortere trajecten en sneller herstel.

40 Dit meldpunt is aan de ene kant bedoeld voor organisaties die (dreigend) dakloze mensen helpen en gemeenten. Aan de andere kant kunnen personen er terecht met meldingen van voorbeelden waar het niet goed gaat of om hulp te vragen als er onduidelijkheden zijn over de wet. Het meldpunt is nu nog niet breed bekend 41 Zie: htps://maatwerkmultiprobleemhuishoudens.nl/news/view/68d29406-f060-4f75-a153-04740adb2856/ landelijk-maatwerkloket-multiproblematiek-helpt-professionals-sneller-bij-inwoners-in-de-knel 38 | Nationaal Actieplan Dakloosheid: Eerst een Thuis

Na de danslessen vindt er altijd een kringgesprek plaats bij ‘Gaby Coacht’ waarin iedereen z’n gedachtes kan delen en om advies kan vragen.

© Desiré van den Berg/Het Beelddepot Nationaal Actieplan Dakloosheid: Eerst een Thuis | 39

Al Brian’s bezitingen zijn verdeeld over deze tas, een fetstas die hij heef gekregen van vrienden en een opslagbox in Amsterdam Zuid.

© Robin Alysha Clemens/Het Beelddepot

2.5. Actielijn 5 Inzet ervaringskennis in de hele beleidscyclus →

VWS, VNG, gemeenten

“Ik ben al jong betrokken bij belangenbehartiging, dat doe ik nu op beleidsniveau en op cliëntniveau. Wat mij het meest aantrok is dat je de situatie voor diegenen die na jou komen verbetert. Het omzeten van je eigen negatieve ervaringen in positieve ervaringen voor anderen. Voor het maken van ‘nieuw’ beleid, een beleid dat beter is, voor diegenen die nu met dakloosheid te maken krijgen. Juist omdat mensen met ervaringskennis weten hoe het is om te leven in een bepaalde situatie, weten zij goed waar de zere plekken ziten en wat er anders zou kunnen. Het is belangrijk dat met beleidsmakers te delen en mee te denken in oplossingen.” Nog vaak wordt beleid over dakloze jongeren en volwassenen gemaakt zonder dat zij hier zelf bij betrokken worden. De inzet van het landelijke jongerenpanel De Derde Kamer heef de afgelopen jaren laten zien wat de impact is wanneer mensen met ervaringskennis duurzaam worden betrokken in de hele beleidscyclus. We spreken van betekenisvolle participatie wanneer de overheid – van Rijk tot aan gemeentelijk nievau- aan de beleidstafel continue gebruik maakt van de inbreng van mensen met ervaringskennis en hun belangenbehartigers. Dat heef een aantal voordelen. Ten eerste leidt het tot betere wet- en regelgeving die aansluit bij de leefwereld van mensen en beter aansluit bij de bedoeling van de wetgever.

Ten tweede zorgt het voor empowerment en destigmatisering van (dreigend) dakloze mensen, doordat zij zelf aan tafel ziten en mee kunnen denken. Tenslote levert een goede betrokkenheid van mensen met ervaringskennis een bijdrage aan het hiaat dat is ontstaan tussen de overheid en inwoners. Door beleid samen te maken en in gesprek te blijven over de uitwerking van beleid op de leefwereld van mensen kan de vertrouwensbreuk worden hersteld.

40 | Nationaal Actieplan Dakloosheid: Eerst een Thuis

2.5.1. Landelijk platform belangenbehartiging dakloosheid →

VWS, SZW, BZK, landelijk platform en ervaringskenners vanuit lokale praktijken

In 2019-2022 zijn goede ervaringen opgedaan met de inzet van het landelijke Jongerenpanel de Derde Kamer. Deze ervaringen breiden we daarom uit naar een panel voor 27+’ers waardoor ervaringen, kennis en ideeën van de doelgroep (dreigend) dak- en thuisloze mensen ingebracht worden in de landelijke beleidsvorming. Beide panels worden ingezet voor het totstandkomen, verbeteren en monitoren van beleid, wet- en regelgeving voor alle betrokken ministeries. Beide panels verbinden zich aan (lokale) belangenbehartigersorganisaties zodat zij goed weten wat er lokaal gebeurt. De lokale belangenbehartigers en hun achterbannen leveren de input voor landelijke beleidsbeïnvloeding en kaarten signalen aan als beleid niet de gewenste uitwerking heef of onjuist wordt toegepast, denken mee aan oplossingen én delen goede voorbeelden uit het land. De jongeren en volwassenenpanels worden ondersteund door een op te zeten landelijk platform. In het landelijk platform komen projecten en samenwerkingen samen en het landelijk platform is de schakel tussen de systeemwereld en de leefwereld. Signalen vanuit het land worden naar oplossingsrichtingen en standpunten richting het Rijk vertaald. Ook draagt het platform bij aan het inspireren, scherp houden en ter verantwoording roepen van bestuurders en bewindslieden.

Het moet de omstandigheden creëren die ervaringskenners gelijkwaardig in staat stelt met uitvoerders en ontwikkelaars van beleid, wet- en regelgeving samen te werken. Het landelijk platform krijgt ruimte om ervaringskenners gepast te waarderen en te ondersteunen bij het doorgroeien naar school en/of (betaald)werk. Acties: 1. 2024: Faciliteren van het opzeten het landelijk platform (dreigende) dakloosheid (VWS).

2.5.2. Lokaal betrekken ervaringskenners bij beleidscyclus en in hulpverlening →

VNG, gemeenten, zorgaanbieders

“Een meisje zat in een situatie waarin ze zich nog nooit gezien of gehoord voelde. Ik vertelde haar toen mijn verhaal, en ze barste in huilen uit. Ze zei: voor het eerst heb ik het gevoel dat ik me gehoord voel en dat ik niet alleen ben.” Een aantal gemeenten is al bezig met de ontwikkeling van het betrekken van ervaringskennis- en deskundigheid in hun beleidsprocessen rondom de aanpak van dakloosheid. De inschating is dat in 2022 10-15 gemeenten een samenwerking met een lokale belangenbehartigingsorganisatie heef voor (dreigend en voormalig) dakloze mensen. Voor een efectieve beleidsvorming wordt ingezet op het versterken van lokale belangenbehartiging in meer gemeenten, zodat een landelijk dekkend netwerk ontstaat. Gemeenten kunnen lokale organisaties ondersteunen om hier goed vorm aan te geven, en in staat te stellen lokaal mee te denken op gemeentelijk beleid op alle thema’s die raken aan het leven dan (dreigend) dakloze mensen. Bekend is dat dit het beste werkt als deze organisatie verbonden wordt met het lokale netwerk van cliëntondersteuning, cliëntenraden, en zorgorganisaties om signalen vroegtijdig op te halen en te signaleren.

Daarnaast kunnen gemeenten veel meer bereiken met het inzeten van ervaringskennis in bijvoorbeeld de inloopvoorzieningen, informatiepunten in de wijken en stimuleren in hun inkoopvoorwaarden dat aanbieders ervaringsdeskundigen in de hulpverlening inzeten.

Goed voorbeeld: Inzet ervaringsdeskundigheid bij beleid en uitvoering in Leiden Bij het ontwikkelen van het nieuwe beleid rondom de toegang tot maatschappelijke zorg in de Leidse Regio zijn ervaringsdeskundigen vanaf het begin betrokken. De inzet van ervaringskennis draagt eraan bij dat beleidskeuzes zo dicht mogelijk aansluiten op de behoefe en beleving van de mensen voor wie we het doen. Hiervoor werkt de gemeente Leiden onder andere samen met regionale cliëntenbelangenorganisatie Lumen. Het Lumen panel van ervaringsdeskundigen geef gevraagd en ongevraagd advies over de uitvoeringsthema’s en de verwachte impact ervan. Bijvoorbeeld over de inrichting van de nieuwe toegang en de manier van communiceren daarover vanuit de gemeente. Het panel helpt gemeenten om zo praktisch, inclusief en toegankelijk mogelijk te werken. Het panel komt maandelijks bij elkaar. Elke sessie kent een duidelijke hulpvraag die vooraf wordt geagendeerd. Met de inzichten uit de sessies zijn in de afgelopen periode al diverse beleidskeuzes en brieven aangescherpt.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/770/documents/32928