CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Nagekomen beantwoording technische vragen schoollocaties.pdf

Dordtse Dinsdag – Beeld- en oordeelsvormende commissies 30 juni 2026, gemeente DordrechtBij agendapunt: 4: Agenderingsverzoek CTOO over Knelpunt verbouwing/nieuwbouw schoollocaties645 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Beantwoording technische vragen commissievergadering d.d. 30 juni 2026 over Knelpunt verbouwing/nieuwbouw schoollocaties 1. Hoe groot zijn de tekorten voor onderwijshuisvesting in Dordrecht precies en waar komt dat geld vandaan (uit de Algemene Reserve?) (de heer Van der Graaf, PVV) Antwoord: de verwachting is dat de (niet geoormerkte) bijdrage die wij ontvangen uit het gemeentefonds lager is dan de kosten die wij betalen voor nieuwbouw. In de sessie op 30 juni meldden wij al dat dit landelijk het beeld is. De reden hiervoor is vooral inflatie/ stijgende bouwkosten. Hoe groot het verschil precies is, is nu nog niet precies bekend. Er zijn namelijk nog geen concrete bouwplannen van nieuw te bouwen scholen beschikbaar die we kunnen afzetten tegen beschikbare middelen. Hoewel er nog geen concrete bouwplannen zijn, hebben we de (plannen voor) nieuwbouw al wel op inschatting in de begroting verwerkt (PPN2026). Deze is vastgesteld door de raad. Dit ging dus om geschatte bedragen.  Na uitwerking van bouwplannen kunnen we deze bedragen bijstellen. Wanneer dan blijkt dat de begrote bedragen niet voldoende zijn voor de uitgaven, is het aan de gemeente te bepalen of er meer middelen worden ingezet. Als dit nodig is, dan zal het college dit bij een perspectiefnota of via een raadsvoorstel aan de Raad voorleggen.

Achtergrond: gemeenten krijgen jaarlijks een zogeheten lumpsumvergoeding voor onderwijshuisvesting. Deze is gebaseerd op een vast bedrag per leerling. De vergoeding is bedoeld voor investeringen in nieuwbouw, uitbreiding, eerste inrichting, herstel van constructiefouten en voorzieningen als gevolg van bijzondere omstandigheden. Die vergoeding is dus doorgaans lager dan nodig omdat voornoemde doelen duurder zijn (geworden). 2. Welke concrete maatregelen en richtlijnen zijn er voor de tussenliggende periode (tot aan de realisatie van het geactualiseerde IHP) beschikbaar om hittestress in de huidige, verouderde schoolgebouwen te beheersen en een gezond binnenklimaat te waarborgen? (mevrouw Vol-van der Holst, Partij voor de Dieren) Antwoord: de verantwoordelijkheden voor de onderwijshuisvesting zijn wettelijk bepaald. Gemeente en Schoolbesturen hebben ieder hun eigen rol:  De gemeente heeft de financiële zorgplicht voor nieuwbouw, renovatiebouw en uitbreiding van schoolgebouwen.  Schoolbesturen ontvangen middelen vanuit het Rijk en zijn verantwoordelijk voor de instandhouding, dagelijks beheer en onderhoud van het schoolgebouw. De scholen hebben voor de ventilatie en luchtkwaliteit de wettelijke verplichting om te voldoen aan de wettelijke eisen, zoals bijvoorbeeld vastgelegd in het bouwbesluit.

Hiernaast verplicht de Arbowet het schoolbestuur als werkgever om te zorgen voor een veilige en gezonde werkomgeving voor medewerkers. Het Arbobesluit bepaalt dat de temperatuur op de arbeidsplaats geen schade mag veroorzaken aan de gezondheid van werknemers. Er geldt echter geen wettelijke maximumtemperatuur voor klaslokalen. Scholen kunnen op grond van hun zorgplicht aanvullende maatregelen (zoals bijvoorbeeld; zonweringen, koeling, nachtventilatie toepassen om de effecten van de hoge buitentemperaturen te beperken). De gemeente heeft vanuit haar financiële rol t.a.v. de zorgplicht geen mogelijkheden om extra middelen beschikbaar te stellen 3. In hoeverre is er momenteel budget of ambtelijke ondersteuning beschikbaar waar scholen een beroep op kunnen doen voor tijdelijke koeloplossingen of zonwering, vooruitlopend op de grotere renovatie- en nieuwbouwplannen? (mevrouw Vol-van der Holst, Partij voor de Dieren) Antwoord: zoals in vraag 1 aangegeven ligt de verantwoordelijkheid ten aanzien van de ventilatie en luchtkwaliteit in de schoolgebouwen én de verantwoordelijkheid voor een veilige werkomgeving bij de scholen zelf. Scholen kunnen dus zelf investeren in maatregelen.

In verband met het gelijkstellingsbeding (artikel 23 grondwet), mag de gemeente ook niet zomaar budget beschikbaar stellen voor tijdelijke oplossingen voor bepaalde scholen, omdat dit niet binnen de zorgplicht valt: Als de gemeente toch extra geld doorsluist naar haar openbare onderwijs, moeten bijzondere besturen (op basis van materiële gelijkstelling) een evenredige vergoeding krijgen. 4. Hoe is de verantwoordelijkheid belegd wanneer een schoolgebouw door extreme hitte tijdelijk niet meer aan de arbonormen voldoet en de continuïteit van het onderwijs hierdoor direct in het geding komt? (mevrouw Vol-van der Holst, Partij voor de Dieren) Antwoord: zie antwoord op vraag 1.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/1143/documents/49685