Nadere ambtelijke toelichting op vraag CU-SGP bij commissiebehandeling Leegstands- en Verhuurverordening.pdf
Tekst van het document
Nadere ambtelijke toelichting op commissiebehandeling: Nadere toelichting op vraag CU-SGP of er een inschatting kan worden gemaakt van de middelen die nodig zijn wanneer alleen de vergunningplicht voor het verhuren van verblijfsruimte aan arbeidsmigranten wordt uitgevoerd? Vanuit kostenperspectief leidt de invoering van uitsluitend de verhuurvergunning voor arbeidsmigranten tot lagere structurele uitvoeringskosten dan een combinatie met een gebiedsgerichte algemene verhuurvergunning, doordat de vergunningplicht zich richt op een specifieke vorm van verhuur en het volume aan vergunningaanvragen en administratieve lasten beperkter blijft. Voor toezicht en handhaving geldt dat de inzet in beginsel gericht en selectief kan worden georganiseerd. Tegelijkertijd is het verblijf van arbeidsmigranten niet altijd vooraf of stadbreed inzichtelijk, waardoor extra inzet nodig kan zijn voor signalering, gegevensverzameling en samenwerking met ketenpartners. Dit kan leiden tot aanvullende uitvoeringskosten die samenhangen met het opbouwen van zicht op de doelgroep, zonder dat dit leidt tot een brede regulering van de particuliere verhuur. De verhuurvergunning voor arbeidsmigranten kent lagere kosten maar een beperkter bereik. De gebiedsgerichte algemene verhuurvergunning is kostbaarder, maar biedt bredere en voorspelbare grip op de particuliere verhuur.
De combinatie leidt tot hogere uitvoeringskosten, maar zorgt voor een effectiever en consistenter toezicht- en handhavingskader. Nadere toelichting op het aanmelden voor het CHW Leegstandverordening-experiment (waar Amsterdam en Utrecht al aan meedoen): Omdat de Crisis- en herstelwet is vervallen, kunnen gemeenten niet meer automatisch aansluiten bij bestaande experimenten. Meedoen kan nu alleen als het ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (VRO) dat expliciet toestaat. In plaats van dit via een algemene maatregel van bestuur te doen, wil het ministerie van VRO de Wet versterking regie op de volkshuisvesting aanpassen zodat gemeenten eenvoudiger, via een ministeriële regeling, aan zo’n experiment kunnen worden toegevoegd. Pas nadat die wetswijziging in werking is getreden (streven is 1 juli 2026), kan Dordrecht officieel aan het experiment deelnemen. Zodra deze wetswijziging is doorgevoerd (op zijn vroegst 1 juli 2026) zouden we ons kunnen aanmelden. Dit betekent dat de verordening te zijner tijd wordt aangepast op basis van de ruimere bevoegdheden die je krijgt omdat je aan het experiment meedoet. Hier gaat dus nog tijd overheen en kan uiteindelijk samenlopen met de invoering van de Wet aanpak leegstand. Als deze wordt ingevoerd dan vervalt het experiment. De ruimere bevoegdheden op basis van het experiment zijn dan namelijk verankerd in een wet.
Haalbaarheid van het invoeren van de algemene verhuurvergunningplicht in heel de stad (en dus niet beperkt tot een aantal wijken): Naar aanleiding van de opgedane ervaringen in de aangewezen wijken waar de verhuurvergunningplicht wordt ingevoerd, is het denkbaar dat er in de toekomst/te zijner tijd nog een aantal wijken worden aangewezen. Het invoeren van een algemene verhuurvergunning vereist op grond van de Wet goed verhuurderschap een concrete en gebiedsgebonden onderbouwing dat particuliere verhuur leidt tot aantasting van de leefbaarheid. Deze wettelijke koppeling vormt de grondslag voor het instrument en moet worden aangetoond vóórdat wordt toegekomen aan de toets op noodzaak en proportionaliteit. Bij een
stadbrede vergunning moet aannemelijk worden gemaakt dat die aantasting zich in de gehele stad voordoet. Nu leefbaarheidsproblemen zich in de praktijk plaatselijk en niet uniform manifesteren, is een dergelijke stadbrede onderbouwing juridisch moeilijk houdbaar. Een stadbrede invoering van de algemene verhuurvergunningplicht lijkt dan ook niet haalbaar.