CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Motivering.pdf

Gemeenteraad Dordrecht 1 juli 2025, gemeente DordrechtBij agendapunt: 5: Vaststellen tweede wijziging omgevingsplan voor bodem, Bouwhuyslocatie, Zuidbuitenpoldersekade en bedrijventerreinen - Raadsvoorstel33.915 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

42

De parkeerbehoe�e is bepaald aan de hand van de 'Beleidsregels parkeren bij nieuwbouwprojecten Dordrecht'. Er is een parkeerbalans opgesteld, welke integraal in het stedenbouwkundig plan is verwerkt. Het verwachte aantal benodigde parkeerplaatsen kan binnen de projectloca�e worden opgelost. De inrich�ng is dusdanig dat de verkeersdruk in het plangebied wordt geminimaliseerd. Conclusie: verkeer en parkeren hebben geen nadelig effect op het doel bereikbare stad. Door te zorgen voor goede fietsvoorzieningen wordt het gebruik van de fiets ges�muleerd. Fietsverbinding In de Zuid-Hollandse omgevingsverordening is in ar�kel 7.45c een bepaling met betrekking tot bereikbaarheid opgenomen. In hun vooroverlegreac�e vraagt de provincie om aandacht voor de fietsinfrastructuur binnen het plangebied. Er lijken namelijk geen afzonderlijke fietspaden te zijn voorzien, terwijl een goede fietsontslui�ng wenselijk is. In de toekoms�ge situa�e zijn aan alle zijden van de loca�e hoofdfietsroutes voorzien. Via korte inprikkers zijn de fietsenstallingen voor de bewoners en bezoekers te bereiken. Aparte fietspaden zijn daardoor niet nodig. Daardoor blij� ook de hoeveelheid verharding beperkt. Zie ook a�eelding 3 uit het stedenbouwkundig plan (hierna weergeven). De regels in dit omgevingsplan waarborgen dat deze structuur ook gerealiseerd gaat worden.

43

A�eelding 3: fietsstructuur

11.4. Uitstekend ves�gingsklimaat Om te kunnen groeien moet Dordrecht een goed ves�gingsklimaat hebben en goed op de kaart staan. In de Omgevingsvisie ligt het accent van deze doelstelling op de economische aspecten: bij een uitstekend ves�gingsklimaat gaat het vooral om werken. Op de Bouwhuysloca�e staat wonen centraal. Doordat het plan ook ruimte biedt aan maatschappelijke voorzieningen en horeca is er toch sprake van enig raakvlak en een posi�eve bijdrage aan de doelstelling van een uitstekend ves�gingsklimaat.

11.5. Klimaat Dordrecht wil in 2035 klimaatbestendig en waterrobuust zijn. Dit is belangrijk voor de lee�aarheid en de veiligheid van de stad. Vanuit het doel klimaatadapta�e en energieneutraliteit wordt het Omgevingsplan in de toekomst uitgebreid met regels ten aanzien van groenblauw. De eis voor ontwikkelprojecten wordt: 40% van de totale oppervlakte is groenblauw ingericht. Dit kunnen ook groene daken zijn. Vooruitlopend op deze regels is in het plan voor de Bouwhuysloca�e al rekening gehouden met deze 40%-eis. Hiermee wordt tegemoetgekomen aan de doelstelling omtrent klimaatbestendigheid. 44

Afwatering De wateropgave in Wielwijk is groot. In het stedenbouwkundig plan zijn sugges�es opgenomen voor de waterafvoer. De nodige maatregelen worden afgestemd met het Waterschap Hollandse Delta in verband met de aanwezige hoofdwatergang. Watercompensa�e Voor het plangebied is een watertoets uitgevoerd (te vinden op de website Omgevingsplan 2e wijziging). Het waterschap vereist een watercompensa�e indien een onverhard terrein verhard wordt. De noodzakelijke compensa�e wordt gesteld op 14% (nieuwe beleidsregel). Alleen als de verharding (bijvoorbeeld voet- of fietspad) afstroomt naar de bodem is watercompensa�e voor dat deel niet verplicht. Dit betekent dat bij vermeerdering van het verharde oppervlak in hetzelfde bemalingsgebied extra water gegraven moet worden. De wateropgave voor dit bouwproject is het graven van 80 m² aan gedempte watergang en de compensa�e van 14% van 3.000 m². Totaal 500 m². In het naastgelegen Tromptuinen is er recent meer dan 2.000 m² extra water gegraven. Dat is in hetzelfde bemalingsgebied van NAP -1,40 m. De compensa�e van het bouwproject Bouwhuys wordt volledig gecompenseerd in het bouwproject Tromptuinen. De administra�eve verwijzingen komen in de gemeentelijke waterbank terecht en worden gecommuniceerd met het waterschap. Conclusie In het stedenbouwkundig plan is ruim aandacht voor klimaatadapta�e.

Waar mogelijk wordt worden maatregelen getroffen om posi�ef bij te dragen aan dit doel. Het plan voldoet aan de toekoms�ge 40%-eis voor een groenblauwe inrich�ng en is daarmee in lijn met de Omgevingsvisie.

11.6. Energieneutraliteit Dordrecht wil in 2050 energieneutraal zijn. De doelen voor een energieneutrale stad maken het noodzakelijk om bij nieuwbouwprojecten maximaal in te zeten op energiebesparende maatregelen. De nieuwbouw op de Bouwhuysloca�e zal minimaal moeten voldoen aan de eisen voor bijna energie neutrale gebouwen (BENG). In het stedenbouwkundig plan is vastgelegd dat: • In een later op te stellen inrich�ngsplan onderzocht wordt hoe bestaande materialen hergebruikt kunnen worden (circulariteit) • In het inrich�ngsplan ruimte wordt gereserveerd voor deelauto’s en andere MAAS concepten en laadpunten voor elektrisch rijden

11.7. Biodiversiteit De gemeente zet in op de bescherming en bevordering van de biodiversiteit. Daarvoor is ook het stoppen van de achteruitgang van biodiversiteit nodig. Dordrecht beschermt de biodiversiteit door in te zeten op behoud van bestaande natuurgebieden (Natura 2000-gebieden en Natuurnetwerk NL) en beschermde soorten. Ook vanuit de Omgevingswet is het verplicht om bij alle nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen zorgvuldig om te gaan met beschermde gebieden. Via een quickscan Flora en Fauna en s�kstofonderzoek zijn de effecten van de ontwikkeling in beeld gebracht. 45

Quickscan Flora en Fauna Voor de ontwikkeling van de Bouwhuysloca�e is op 14 maart 2024 een quickscan Flora en Fauna uitgevoerd. Hieronder volgen de per onderwerp de resultaten: Gebiedsbescherming De onderzoeksloca�e ligt op ruime afstand van een Natura 2000-gebied (3,5 km) of het NNN (200 meter). Bij het uitvoeren van de voorgenomen werkzaamheden worden geen structuren in het landschap aangetast. Omdat de afstand tot een beschermd natuurgebied groot is en omdat er geen structuren in het landschap worden aangetast, wordt verwacht dat er geen nega�eve effecten optreden in deze beschermde gebieden. Houtopstanden De Omgevingswet beschermt bossen en overige houtopstanden. Voor het kappen van houtopstanden dient in bepaalde gevallen een omgevingsvergunning te worden aangevraagd. Dit geldt wanneer: • • •

de houtopstand buiten de bebouwde kom ligt; de houtopstand groter is dan 10 are (1.000 m²) of het om bomen gaat in een rijbeplan�ng van meer dan 20 bomen.

Op de onderzoeksloca�e worden enkele bomen gekapt. De onderzoeksloca�e ligt in de bebouwde kom en de aanwezige bomen vormen geen houtopstand groter dan 10 are of zijn deel van een rijbeplan�ng. Er hoe� geen omgevingsvergunning bij het rijk te worden aangevraagd. Dit betekent niet dat de bomen zomaar gekapt kunnen worden. Het omgevingsplan van de gemeente Dordrecht gee� aan wanneer er een kapvergunning nodig is. Soortbescherming Uit de onderzoeksresultaten blijkt dat in de bebouwing van M.H. Trompweg 225 a t/m l verblijfplaatsen van gebouw-bewonende en boom-bewonende vleermuizen aanwezig kunnen zijn. Overige delen van het plangebied zijn geschikt voor vrijgestelde zoogdier- en amfibiesoorten. De onderzoeksloca�e is daarnaast geschikt voor nestplaatsen van algemene broedvogels (zie tabel 5). Bij de sloopwerkzaamheden kunnen verblijfplaatsen van vleermuizen verloren gaan. Om vast te stellen of er sprake is van verblijfplaatsen op de onderzoeksloca�e en de directe omgeving moet een nader ecologisch onderzoek worden uitgevoerd. Dit onderzoek is inmiddels in gang gezet. Het onderzoek is in april 2024 opgestart, maar in verband met de doorloop�jd (1 jaar) nog niet afgerond. Het is afgerond voor de vaststelling van het omgevingsplan. S�kstof Voor de realisa�e van de woningen een onderzoek naar de s�kstofdeposi�e gedaan.

Met de AERIUS Calculator is bepaald hoe groot de NOx-emissie per jaar in de aanlegfase mag bedragen voordat s�kstofdeposi�e ter plaatse van de omliggende Natura 2000-gebieden optreedt. Ook is een AERIUSberekening uitgevoerd voor de gebruiksfase van het project. Voor de gebruiksfase zal de s�kstofdeposi�e van het ontwikkelingsproject niet groter zijn dan 0,00 mol/ha/jaar op de s�kstofgevoelige Natura 2000-gebieden. Voor de aanlegfase van het project is bepaald hoe groot de s�kstofemissie kan bedragen voordat s�kstofdeposi�e op de omliggende Natura 2000-gebieden optreedt. Bij een s�kstofemissie van maximaal 182 kg/jaar zal de

46

s�kstofdeposi�e als gevolg van de aanlegfase niet groter zijn dan 0,00 mol/ha/jaar op s�kstofgevoelige Natura 2000-gebieden. Voor de uiteindelijke bepaling van de s�kstofdeposi�e zullen de werkelijke emissies voor de aanlegfase moeten worden bepaald en ingevoerd in een Aeriusberekening. Daarbij gaat het met name om de mobiele werktuigen en vrachtwagens op de loca�e. Tevens moet dan het verkeer op de openbare weg als gevolg van de aanlegfase worden meegenomen totdat het in het heersend verkeersbeeld is opgenomen. Uit de resultaten van AERIUS Calculator 2023.1 blijkt dat er ten gevolge van het planvoornemen geen sprake is van s�kstofdeposi�e waarbij significant nega�eve effecten in Natura-2000 gebieden kunnen plaatsvinden ten gevolge van de gebruiks- en aanlegfase in de verschillende rekenjaren, ten opzichte van de referen�esitua�e. In overeenstemming met de uitspraak Raad van State in de zaak Logstebaan is geen vergunning nodig voor intern salderen. De berekening toont aan dat het aspect s�kstofdeposi�e geen beperkingen oplevert ten aanzien van de uitvoering van het beoogde plan. Natuurinclusief bouwen In juni 2023 hee� de gemeente Dordrecht het 'Handboek Natuurinclusief Bouwen en Ontwerpen' vastgesteld. Bij het opstellen van het defini�eve Inrich�ngsplan wordt in overleg met de stadsecoloog naar de beste natuur inclusieve inpassing gekeken.

Een eerste indica�e van doelsoorten voor deze loca�e betre�: de aardhommel, de atalanta, de gewone dwergvleermuis, egel, de bruinkikker en de zwarte boomstaart. Conclusie Door de voorzieningen uit te voeren die volgen uit het Handboek Natuur inclusief Bouwen en Ontwerpen kan het plan posi�ef bijdragen aan de biodiversiteit. Als het Flora en Fauna onderzoek is afgerond moet blijken of maatregelen nodig zijn ten behoeve van de aanwezige vleermuizen. S�kstof vormt geen beperking voor de uitvoering van het beoogede plan. Er is geen sprake van botsende belangen met de doelstelling Biodiversiteit.

11.8. Conclusie omgevingsaspecten De Bouwhuysloca�e levert een substan�ële bijdrage aan de binnenstedelijke verdich�ngsopgave. Toetsing aan alle omgevingsaspecten leidt niet tot botsende belangen. Per saldo draagt het plan bij aan de primaire doelen uit de omgevingsvisie, zonder daarbij a�reuk te doen aan de overige doelen uit de omgevingsvisie.

12. Uitvoerbaarheid 12.1. Inspraak In de voorbereiding op een wijziging van het omgevingsplan is het vanuit de wet verplicht om par�cipa�e uit te voeren. In het vaststellingsbesluit moet komen te staan hoe de gemeente burgers, bedrijven, maatschappelijke organisa�es en andere bestuursorganen bij de voorbereiding hee� betrokken (ar�kel 10.2, lid 2 Omgevingsbesluit). A�ankelijk van de omgevingsplanwijziging wordt de vorm van par�cipa�e bepaald en wie de gemeente moet betrekken. Omdat het gaat om het mogelijk maken van een woningbouwontwikkeling in een woonwijk hee� het volgens de VPNG scan enige impact op de omgeving. Daarom is par�cipa�e gewenst op basis van een basis par�cipa�eplan. Ook is een uitgebreid verslag van de inspraak opgenomen. Beide stukken zijn in te zien via de website Omgevingsplan 2e wijziging. 47

De volgende gebiedsinforma�eavonden zijn georganiseerd voor omwonenden, bedrijven in de buurt en geïnteresseerden: - 23 februari 2022 (digitaal): kaders en eerste ontwerp - 28 september 2022: stedenbouwkundig plan gepresenteerd - 13 juni 2024: plan voor woningbouw en openbare ruimte getoond Tijdens deze avonden zijn met name vragen gesteld over het plan. Bewoners toonden vooral interesse en het getoonde plan voor de openbare ruimte werd gewaardeerd. Naast deze avonden konden geïnteresseerden/omwonenden vragen stellen via een app. In november 2022 is overleg gevoerd met de Bomenridders over de bomeneffectrapportage en inrich�ngsplan. Naar aanleiding van dit gesprek is het inrich�ngsplan aangepast en onderzoek gedaan naar de verplaatsbaarheid van bestaande bomen. Ook is overleg gevoerd met het waterschap Hollandse Delta en Omgevingsdienst Haaglanden, vooraf aan het vooroverleg. In overleg met het waterschap is afgesproken geen duikers onder bebouwing te plaatsen. In overleg met Haaglanden is besloten eerst nieuw te bouwen voordat er gesloopt wordt. Zie voor meer informa�e het verslag van de par�cipa�e.

12.2. Vooroverleg Het conceptvoorstel tot deze wijziging van het omgevingsplan is ter beoordeling toegestuurd aan de volgende organisa�es: -

Provincie Zuid-Holland Waterschap Hollandse Delta Gasunie Evides TenneT TSO b.v. Veiligheidsregio ZHZ

In het verslag van de vooroverlegreac�es (te vinden op de website Omgevingsplan 2e wijziging) zijn uitgebreid de reac�es en beantwoording te lezen. In het structureel overleg met de provincie is dit nieuwbouwplan toegelicht. Daarna is in het kader van vooroverleg een inhoudelijke reac�e gegeven. De provincie gee� aan dat een aantal zaken nog onderbelicht zijn bij dit plan en een plek moeten krijgen in deze mo�vering. Het gaat dan om de onderwerpen omgevingsveiligheid, toekomstbestendig bouwen, biodiversiteit en mobiliteit. Specifiek moet: -

Omgevingsveiligheid: aansluiten bij de termen van de Omgevingswet Nadere aandacht en onderbouwing hoe voldaan wordt aan art. 7.41aa over toekomstbestendig bouwen - Rela�e met de richtlijn Handreiking Versterken van Biodiversiteit bij Stedelijke Ontwikkelingen opnemen - Aandacht voor een goede fietsontslui�ng van het plangebied In het kader van deze opmerkingen is deze mo�vering op onderdeel 1.6.2, hoofdstuk 2 en paragraaf 10.1 aangepast. Vanuit de Gasunie is een reac�e gegeven dat er geen opmerkingen zijn ten aanzien van dit plan. Ter controle zijn hun voorbeeldregels meegestuurd om naast onze omgevingsplanregels te leggen. 48

Vanuit het waterschap zijn geen opmerkingen ten aanzien van de regels, maar wel ten aanzien van het stedenbouwkundig plan en watertoets. Het waterschap zal betrokken worden bij de nadere uitwerking hiervan. Rijkswaterstaat gee� in hun reac�e aan dat ten aanzien van de snelweg het belangrijk is om (in de toekomst) ook rekening te houden met wat de effecten zijn van het extra verkeer op de afwikkeling naar de snelweg toe. Dit aandachtspunt wordt in de verdere planontwikkeling van de Bouwhuysloca�e meegenomen en zal ook aandacht krijgen bij andere omgevingsplanwijzigingstrajecten. Vanuit de Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid is geen reac�e ontvangen op de wijziging omgevingsplan met betrekking tot de Bouwhuysloca�e. In het kader van het uit te werken bouwplan zal contact worden gezocht met Stedin.

12.3. Economische uitvoerbaarheid Deze omgevingsplanwijziging betre� kostenverhaalplich�ge ac�viteiten, als bedoeld in ar�kel 8.13 Omgevingsbesluit. In dat kader is een anterieure overeenkomst opgesteld tussen de ontwikkelaar en de gemeente. Op deze manier zijn de kosten van deze omgevingsplanwijziging verzekerd.

12.4. Dereguleringstoets Bij het opstellen van de regels voor de Bouwhuysloca�e is per regel een toets uitgevoerd op noodzaak, alterna�ef en effecten op de uitvoering voor ini�a�efnemer, vergunningverlening en toezicht en handhaving. Deze toets is nog beperkt uitgevoerd en zal komende wijzigingen van het omgevingsplan geëvalueerd worden waarbij zo nodig bijstelling van de regels zal plaatsvinden, voordat dat deze stadsbreed worden toegepast. 12.4.1. Noodzaak De tweede wijziging van het omgevingsplan introduceert een aantal nieuwe vergunningplichten. Een belangrijk deel van die vergunningen richten zich tot de bouwer/ontwikkelaar. Dat werkt later, na voltooiing van de wijk, door in regels die gelden voor bewoners. Naast de al bestaande omgevingsvergunning ‘bouwen’ komen daar omgevingsvergunningen bij voor ruimtelijke kwaliteit, inrichten van het openbaar gebied, parkeren bij func�ewisselingen, hinder woonomgeving, geluid en externe veiligheid. De noodzaak van deze regels komt voort de omgevingsvisie. Vanuit het doel aantrekkelijk stad wordt het noodzakelijk geacht eisen te stellen aan de kwaliteit van zowel de gebouwde omgeving als het nieuw aan te leggen openbaar gebied.

Voor de doelen klimaat, gezondheid en biodiversiteit zijn in de omgevingsvisie ambi�es gesteld die alleen te halen zijn als die zich vertalen naar eisen aan nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen, zoals de eis van een klimaatbestendige woonomgeving, niet te veel geluidsoverlast, beperking van de risico’s externe veiligheid, voldoende speelplekken voor kinderen, voldoende parkeerplekken voor auto en fiets en een bijdrage aan de doelstelling behoud biodiversiteit. Voor andere doelen zoals energie, ves�gingsklimaat is geen noodzaak gebleken om regels te stellen. Om de uitvoeringslast van al deze eisen te beperken is gekozen voor een zoveel mogelijk gebundelde vergunningverlening op basis van twee ac�viteiten: het bouwen van woningen en het inrichten van het openbaar gebied. Aanvullend daarop zijn alle eisen zoveel mogelijk gebundeld in het opgestelde stedenbouwkundig plan, dan in samenwerking met de ontwikkelaar / woonbron is opgesteld. In de 49

prak�jk betekent dit dat de ini�a�efnemer per woningbouwplan op één moment een vergunning aanvraagt voor alle regels, een soort verzamelvergunning. Die verzamelvergunning wordt dan in een keer verleend. Aangezien de bouwer in het voortraject al betrokken is geweest bij het opstellen van het stedenbouwkundig plan zullen er geen verrassingen mogen ontstaan en kan dat leiden tot snelle vergunningverlening. De regels zijn dan ook te zien als een beves�ging wat in het voortraject is afgesproken. Door dit goed vast te leggen in het omgevingsplan worden discussies in het uitvoeringstraject voorkomen en hoe� niet meer over ieder onderwerp overleg met gemeente en de ontwikkelaar. 12.4.2 Alterna�ef Helemaal niets regelen zou uit oogpunt van deregulering het meest voor de hand liggende alterna�ef zijn. Gelet op de noodzaak van de regels is dat geen gewenst alterna�ef. Dat zou bovendien als gevolg kunnen hebben dat veel lasten doorgeschoven worden naar de toekomst. Denk aan klachten van bewoners over de kwaliteit van het woongebied, wateroverlast, parkeeroverlast, geluidsoverlast. Een ander alterna�ef voor de vergunningplichten zijn algemene regels. Voor iedereen is dan duidelijk welke eisen gesteld worden. De prak�jk van gebiedsontwikkeling laat zien dat dit geen reëel alterna�ef is.

In de fase van bouwplannen blijkt veelvuldig dat flexibiliteit gewenst is omdat niet alles vooraf is te voorzien, bijvoorbeeld als een bepaald type woning niet goed blijkt te verkopen en een aangepast bouwplan gewenst is. De vergunning is dan het meest geschikte instrument om enerzijds te sturen op kwaliteit en anderzijds ruimte te bieden voor aanpassingen. 12.4.3 Uitvoeringslasten ini�a�efnemer De nieuwe vergunningen lijken op het eerste gezicht een aanzienlijke verzwaring van de administra�eve lasten te betekenen. In de prak�jk zal dat naar verwach�ng meevallen omdat bij gebiedsontwikkelingen ook zonder vergunningplicht al veelvuldig overleg en afstemming met de gemeente plaatsvindt en op diverse momenten toestemmingen nodig zijn als het gaat om de inrich�ng van het openbaar gebied. De vergunningplicht formaliseert een al gegroeide prak�jk van instemming door de gemeente en hoe� dus geen verzwaring van de uitvoeringslast te betekenen. Het kan zelf helpen om de uitvoering te versnellen omdat de ontwikkelaar/bouwen beter weet waar hij aan toe is en er mogelijkheden zijn om dit proces te versnellen / stroomlijnen via de omgevingstafel zoals ook toegepast in Amstelwijck. Er wordt dan toegewerkt naar één gebundelde vergunning per bouwplan.

De omgevingstafel komt er in het kort gezegd op neer dat een aanvraag omgevingsvergunning in een gezamenlijk overleg wordt voorbereid zodat de vergunning bij indienen direct kan worden verleend. Uitvoeringslasten vergunningverlening Het proces van vergunningverlening is een samenwerking tussen omgevingsdienst en gemeente. Voor de omgevingsdienst is door een toename van het aantal vergunningplichten ook een verzwaring van de toetsing vergunningverlening te verwachten. Die verzwaring is weg te nemen door een goed georganiseerde omgevingstafel. Bij Amstelwijck zijn daar eerste ervaringen mee opgedaan die voor de Bouwhuys-loca�e doorgetrokken kunnen worden. Voor een snelle en efficiënte vergunningverlening is het, blijkens het overleg met de OZHZ, van groot belang dat bij de aanvraag de juiste gegevens worden verstrekt. Met name als de norm algemeen gesteld is – voldoende parkeren of geen hinder woonomgeving – helpt het om digitaal formulieren te ontwikkelen die zorgen voor de juiste informa�e om te kunnen toetsen of aan de regel wordt voldaan. Deze formulieren worden in samenwerking met de omgevingsdienst opgesteld en zullen bij de uitvoering van het project gereed moeten zijn. 50

Uitvoeringslasten toezicht en handhaving In de fase van gebiedsontwikkeling zullen de effecten op toezicht en handhaving naar verwach�ng heel beperkt zijn. Dat zal veranderen na oplevering van de eerste woningen. Op dat moment kunnen afwijkingen van de verleende vergunningen ontstaan: bijvoorbeeld parkeren op plekken waar dat niet de bedoeling is, hinder door horeca in het gebied, aantas�ng van groen dat bedoeld was de wijk klimaatbestendig en biodivers te maken etc. Het omgevingsplan stelt heel beperkt regels die toezien op normstelling in de beheerfase. Het is met name de zorgplicht die hier als vangnet kan dienen. In overleg met de omgevingsdienst zal dit vraagstuk van de beheerfase nader worden uitgewerkt. Dat kan betekenen dat regels in het omgevingsplan, op het moment dat woningen gebouwd zijn, bijgesteld moeten worden. In plaats van vergunningplichten zouden dan algemene regels voor de hand liggen waardoor een hele duidelijk beheersitua�e ontstaan met loca�es waar gebouwd mag worden, loca�es voor parkeren, groen, water etc. Financieel Vooralsnog is de aanname dat een samenwerking via de omgevingstafel of vooroverleg per saldo sneller, en daarmee tegen lagere kosten, tot vergunningverlening moet kunnen leiden. Bijvoorbeeld omdat niet steeds bij ieder bouwplan advies van de beleidsteams nodig is.

13. Integrale afweging De Omgevingswet verplicht de gemeenteraad om na te gaan of de regels in het omgevingsplan bijdragen aan een evenwich�ge toedeling van func�es aan loca�es. Het gaat daarbij om het zoeken naar de balans tussen beschermen en benuten van de fysieke leefomgeving als bedoeld in ar�kel 1.3 Omgevingswet. In voorgaande hoofdstukken zijn alle omgevingsaspecten en effecten van dit plan getoetst en afgewogen of deze nega�ef of posi�ef zijn. In hoofdstuk 2 is per omgevingsvisiedoel nagegaan wat het effect is van de gestelde regels ten opzichte van de referen�esitua�e. Daaruit blijkt dat als totaaluitkomst geen nieuwe nega�eve effecten zijn te verwachten en dat op bepaalde onderdelen sprake is van een posi�ef effect. De regels zijn niet in strijd met instruc�eregels en/of milieubelangen. Ook de uitkomsten van de toets op uitvoerbaarheid laat zien dat uitvoering van deze wijziging van het omgevingsplan geen nieuwe nega�eve effecten gee�. Uitgangspunt bij het toedelen van func�es aan loca�es is vaak een balans zoeken tussen het behouden c.q. toevoegen van openbare ruimte en groen en anderzijds het voorzien in de woningvraag en -tekorten. Een balans tussen beschermen en benuten. In Dordrecht vertaalt zich dit in het vrijwaren van natuurgebieden en buitengebieden en inzeten op het verdichten op loca�es binnen bebouwde kom.

Deze loca�e komt vrij door het vertrek van een andere func�e en, gezien de omgeving die zich vooral kenmerkt met woningbouw, is het niet meer dan logisch en passend om op deze loca�e woningbouw mogelijk te maken. Daarbij stelt het omgevingsplan eisen aan de posi�onering en bouw van de woningen zodat de omgevingsveiligheid is gewaarborgd. Ook door in te zeten op meer hoogbouw, blij� meer ruimte over voor een groene en kwalita�ef goede buitenruimte. Daarmee kan geconcludeerd worden dat de uitvoering van dit plan bijdraagt aan een evenwich�ge toedeling van func�es aan loca�es.

51

DEEL D: BEDRIJVENTERREINEN MET HOGE MILIEUCATEGORIEËN 14. Inleiding 14.1. Aanleiding en reikwijdte Er is een schaarste qua ruimte voor bedrijven binnen de gemeente Dordrecht. Daarnaast hebben ontwikkelaars zich de afgelopen jaren gefocust op de vraag vanuit de markt naar kleinschalige bedrijfsruimten bestemd voor bedrijfsverzamelgebouwen en opslagunits voor par�culier en zakelijk gebruik. Deze toename aan kleinschalige bedrijfsruimten hee� invloed op het schaarse aanbod aan bedrijfskavels wat met name gevolgen hee� voor grotere bedrijven en de zwaardere bedrijvigheid in de hogere milieucategorieën. Vanuit de gemeente, de provincie en het Rijk wordt ingezet op het beschermen van ruimte voor bedrijvigheid en met name loca�es waar een hogere milieubelas�ng dus grootschalige bedrijvigheid mogelijk is. Vanwege het bovenstaande hee� de gemeenteraad op 7 november 2023 een voorbereidingsbesluit genomen ter regulering van kleinschalige bedrijfsverzamelgebouwen en opslagunits. Het voorbereidingsbesluit hee� als doel de ruimte op bedrijventerreinen te behouden voor bedrijvigheid in de hoge milieucategorieën en te voorkomen dat industrieloca�es bijvoorbeeld opgevuld worden met opslagcomplexen of opgeknipt worden voor kleine bedrijfsverzamelgebouwen.

Het voorbereidingsbesluit is in het omgevingsplan omgezet naar regels over gebruiksac�viteiten binnen de loca�e 'bedrijventerrein met een hoge milieucategorie'. In het omgevingsplan is een verbod gesteld om binnen die loca�e zonder omgevingsvergunning een nieuwe gebruiksac�viteit te starten die betrekking hee� op bedrijfsac�viteiten in de milieucategorieën 1 of 2, het splitsen van een bedrijf in twee of meer bedrijven en/of het bouwen van een bedrijfsverzamelgebouw met een of meer eenheden die kleiner zijn dan 200m². Het omgevingsplan roept dus een vergunningplicht in het leven voor deze ac�viteiten. Daardoor kan er bij nieuwe gebruiksac�viteiten op bedrijventerreinen beoordeeld worden of de gebruiksac�viteiten geen a�reuk doen aan een doelma�g gebruik en inrich�ng van bedrijventerreinen, die bedoeld zijn voor bedrijfsac�viteiten in de milieucategorieën 3.1 en hoger.

14.2. Doel van deze omgevingsplanwijziging Deze omgevingsplanwijziging hee� als doel de schaarse ruimte op bedrijventerreinen te behouden voor bedrijvigheid in de hoge milieucategorieën.

14.3. Planbeschrijving Met de tweede wijziging van het omgevingsplan van de gemeente Dordrecht zullen de volgende vernieuwingen worden aangebracht in de regels inzake bedrijventerreinen: -

Er komt een verbod om binnen de loca�e 'bedrijventerrein met hoge milieucategorie' zonder omgevingsvergunning gronden en bouwwerken te gebruiken voor bedrijfsac�viteiten behorende tot de milieucategorie 1 of 2

-

Binnen de loca�e 'bedrijventerrein met hoge milieucategorie' zal het verder ook verboden worden om zonder omgevingsvergunning gronden en bouwwerken te gebruiken voor zover het gaat om het splitsen van een bedrijf in twee of meer bedrijven

-

Tot slot komt er ook nog een verbod om binnen de loca�e 'bedrijventerrein met hoge milieucategorie' zonder omgevingsvergunning gronden en bouwwerken te gebruiken voor 52

ac�viteiten waarbij een bedrijfsverzamelgebouw wordt gewijzigd naar één of meer eenheden kleiner dan 200m² De regels op het gebied van bedrijventerreinen die bij deze tweede wijziging van het omgevingsplan worden voorgesteld betreffen enerzijds dus een beleidsvernieuwing gezien de bovenstaande veranderingen in de regels. Los van deze wijzigingen, blijven de regels van de bestemmingsplannen die voorheen golden voor bedrijventerreinen onverminderd van kracht. Anderzijds zal er dus ook een beleidsneutrale omze�ng van de regels plaatsvinden.

14.4. Milieubeoordeling Bepaalde ac�viteiten kunnen in poten�e gevolgen met zich meebrengen voor het milieu. Op basis van de Omgevingswet hebben gemeenten de plicht om deze mogelijke nadelige milieueffecten in beeld te brengen middels een mer-beoordeling (milieueffectrapportage). Een mer-beoordeling is op grond van de Omgevingswet verplicht voor ac�viteiten die opgenomen zijn in kolom 1 van bijlage V van het Omgevingsbesluit. Het doel daarbij is om vast te stellen of ac�viteiten aanzienlijke nega�eve effecten op het milieu kunnen hebben en, zo ja, hoe die effecten dan zoveel mogelijk beperkt of voorkomen kunnen worden. De nieuwe regels voor bedrijventerreinen gaan niet over nieuwe ac�viteiten in de zin van kolom 1 van bijlage V van het Omgevingsbesluit. De regels hebben dus geen betrekking op nieuwe ac�viteiten die nadelige gevolgen voor het milieu met zich meebrengen in de zin van het Omgevingsbesluit.

14.5. Instruc�eregels Rijk & provincie Het Rijk en provincies kunnen algemene regels stellen waarmee zij andere bestuursorganen, zoals gemeenten, uitleggen hoe die organen bepaalde taken of bevoegdheden moeten uitoefenen. Deze instruerende regels worden ook wel instruc�eregels genoemd en gaan over de wijze van uitoefening van een taak of over de inhoud of mo�vering van een instrument uit de Omgevingswet. 2 In hoofdstuk 5 van het Bkl staan de instruc�eregels van het Rijk bevat aan gemeenten betreffende het omgevingsplan (in afdeling 5.1). Instruc�eregels van provincies aan gemeenten inzake omgevingsplannen van gemeenten, zijn terug te vinden in omgevingsverordening van provincies. De instruc�es die de provincie Zuid-Holland gee� aan de gemeente Dordrecht staan in hoofdstuk 7 van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening (ZHOV). 14.5.1 Rijk Voor eventuele instruc�eregels van het Rijk waaraan gemeenten gehoor dienen te geven bij het opstellen van hun omgevingsplan dient, zoals reeds aangegeven, afdeling 5.1 van het Bkl geraadpleegd te worden. In afdeling 5.1 van het Bkl worden verschillende instruc�es gegeven, zoals instruc�es over geluid (in paragraaf 5.1.4.2) en geur (in paragraaf 5.1.4.6).

In het Bkl zijn er echter geen instruc�eregels terug te vinden waar de gemeente zich aan moet houden bij de wijziging van de regels voor bedrijventerreinen als het gaat om hogere milieucategorieën. 14.5.2 Provincie De instruc�eregels vanuit de provincie Zuid-Holland met betrekking tot het omgevingsplan van de gemeente staan in hoofdstuk 7 van de ZHOV. In paragraaf 7.3.11 van de ZHOV wordt er ingegaan op de regels die specifiek gelden voor bedrijven.

2

https://iplo.nl/regelgeving/instrumenten/instructieregel.

53

Zo schrij� ar�kel 7.52 van de ZHOV voor dat een omgevingsplan dat betrekking hee� op een bedrijventerrein (zoals omschreven in ar�kel 7.51c van de ZHOV) bedrijven dient toe te laten met de grootst mogelijke gebruiksruimte voor geluid en geur per bedrijf, vastgelegd in een hoogst mogelijke geluidruimte zone en geurruimte zone of vergelijkbare milieuzonering, passend bij de omgeving van het bedrijventerrein. De bovenstaande instruc�eregel ziet dus ook toe op het zoveel mogelijk toelaten van zware bedrijvigheid op bedrijventerreinen waar dat mogelijk is, net als de nieuwe regels die met deze tweede wijziging van het omgevingsplan worden nagestreefd voor bedrijventerreinen. De nieuwe regeling gee� dus concreet een uitvoer aan de instruc�eregel van de provincie inzake bedrijventerreinen, en ook aan de daarmee samenhangende beleidslijnen. De provincie gee� namelijk aan dat bedrijventerreinen erg waardevol zijn voor de economie van Zuid-Holland, onder andere omdat de 26.000 bedrijven op bedrijventerreinen samen goed zijn voor bijna 1/3e van de totale werkgelegenheid in Zuid-Holland. Om die reden vindt de provincie een aantrekkelijk, toekomstbestendig ves�gings- en werkklimaat met goed func�onerende bedrijventerreinen een belangrijke voorwaarde.

De provincie zet in dat verband in op een aantal uitgangspunten, zoals een goed evenwicht tussen de vraag en het aanbod van bedrijventerreinen alsook het beter benutten en laten func�oneren van bestaande bedrijventerreinen. 3 Op dat vlak sluiten de nieuwe regels van het omgevingsplan betreffende bedrijventerreinen goed aan op de visie en het beleid van de provincie.

15. Omgevingsaspecten In de omgevingsvisie 1.0, zoals vastgesteld op 28 april 2021, zijn de volgende doelen vastgesteld voor de gemeente Dordrecht: • • • • • • •

Een aantrekkelijke stad Een bereikbare stad Een gezonde stad Een stad met een uitstekend ves�gingsklimaat Een stad die in 2035 klimaatbestendig is Een energieneutrale stad in 2050 Beschermend en bevorderend voor biodiversiteit

De nieuwe regels voor bedrijventerreinen die bij deze tweede wijziging van het omgevingsplan in het leven zijn geroepen, zijn getoetst aan de bovenstaande doelen van de omgevingsvisie en de omgevingsaspecten die horen bij die doelen. Hieronder volgt een korte beschrijving van deze toetsing, waarbij zal worden aangegeven of en, zo ja, in hoeverre de nieuwe regels voor bedrijventerreinen een bijdrage leveren aan de doelen van de omgevingsvisie en de omgevingsaspecten. Bedrijventerreinen worden in de Omgevingsvisie geplaatst onder de categorie werkgebieden. Voor die categorie worden de doelen uitstekend ves�gingsklimaat, bereikbare stad en gezonde stad als prioritaire doelen gesteld. Als het aankomt op prioritaire doelen wordt verwacht dat nieuwe regels een posi�eve bijdrage leveren aan die prioritaire doelen. Voor niet prioritaire doelen geldt dat nieuwe regels geen a�reuk mogen doen aan deze doelen.

https://www.zuid-holland.nl/onderwerpen/economie/ruimte-ondernemen-voorheenwerklocaties/bedrijventerreinen. 3

54

15.1. Een aantrekkelijke stad In de Omgevingsvisie is ook het doel opgenomen dat Dordrecht een aantrekkelijke stad dient te zijn. Onder dit doel worden verschillende dingen verstaan, zoals het behoud/versterken van cultuurhistorische waarden, het water binnenhavens op�maal benuten en voldoende ruimte bieden aan voorzieningen, spor�aciliteiten, winkels, 1e lijn medische zorg en groenvoorzieningen alsook het streven naar mul�func�oneel ruimtegebruik. Verder ziet het doel ''Aantrekkelijke stad'' ook toe op het realiseren van sterke, gedifferen�eerde lee�are woonwijken waar bewoners zich thuis voelen en een hoogwaardige inrich�ng van de openbare ruimte waarbij het streven is naar par�cipa�e in inrich�ng en beheer. De voorgestelde regels inzake bedrijventerreinen hebben geen posi�ef effect op het doel ''Aantrekkelijke stad'' en de bijbehorende subdoelen die hierboven beschreven staan, maar zijn ook niet in strijd met het doel en de subdoelen.

15.2. Een bereikbare stad In de Omgevingsvisie is als doel opgenomen dat Dordrecht een bereikbare stad moet zijn en in dat verband is in de Omgevingsvisie ook als uitgangspunt vermeld dat werkgebieden, zoals de bedrijventerreinen binnen de gemeente, goed bereikbaar moeten zijn met de (vracht)auto vanaf de hoofdinfrastructuur N3 en A16. In de Omgevingsvisie wordt aangegeven dat openbaar vervoer of een alterna�ef daarop als gewenst wordt beschouwd. Ook wordt de aanslui�ng op een goed fiets- en wandelnetwerk voor het personenverkeer gezien als iets wat van belang is om meer beweging alsook fietsen te s�muleren en om het autogebruik daar waar mogelijk te beperken. Het doel dat Dordrecht een bereikbare stad moet zijn, wordt in de Omgevingsvisie verder ook vertaald naar de volgende subdoelen: Parkeerbeleid en innova�eve verkeersoplossingen die bijdragen aan het verminderen van het autogebruik en werken aan een op�male bereikbaarheid van economische kerngebieden. De nieuwe regels op het gebied van bedrijventerreinen doen geen a�reuk aan de subdoelen die hierboven beschreven staan en evenmin aan het hoofddoel dat Dordrecht een bereikbare stad moet zijn. De regels zien daarentegen ook niet toe op het verbeteren van de bereikbaarheid van de stad Dordrecht en leveren dus ook geen bijdrage aan dat doel van de Omgevingsvisie of aan de daaraan verbonden subdoelen.

15.3. Een gezonde stad Het doel ''Gezonde stad'' geldt op grond van de Omgevingswet eveneens als prioritaire doel voor de werkgebieden binnen de stad. Onder dat doel wordt onder andere het inzeten op een akoes�sch aanvaardbare woon-, werk- en leefomgeving verstaan. Dit houdt onder meer in dat milieuhinder als het gevolg van de aanwezigheid van bedrijvigheid voorkomen moet worden en dat het van belang is om milieuzonering te betrekken bij de ruimtelijke inrich�ng van werkgebieden. Dat is ook wat wordt beoogd met de nieuwe regels over bedrijventerreinen. De regels zien toe op het samenbrengen van bedrijven van hogere milieucategorieën op de loca�es die geschikt zijn voor hogere milieubelastende ac�viteiten en loca�es waarop tevens geen hinder wordt veroorzaakt voor woningen. De nieuwe regels leiden tot een milieuzonering waarbij een scheiding wordt aangebracht tussen milieubelastende ac�viteiten en milieugevoelige func�es. Dit zorgt voor een verbetering van de lee�waliteit en levert een bijdrage aan het subdoel ''Inzeten op een akoes�sch aanvaardbare woon-, werk- en leefomgeving'', en uiteindelijk ook aan het hoofddoel ''Gezonde stad''. 55

Aan de overige subdoelen die horen bij het doel ''Gezonde stad'' wordt geen bijdrage geleverd via de nieuwe regeling voor bedrijventerreinen. De regels leveren echter ook geen strijdigheden op met die subdoelen of het hoofddoel.

15.4. Een stad met een uitstekend ves�gingsklimaat In de Omgevingsvisie 1.0 is ook het doel uitgesproken om van Dordrecht een stad met een uitstekend ves�gingsklimaat te maken. Ook dat doel geldt als prioritaire doel voor de werkgebieden in de stad. Een uitstekend ves�gingsklimaat wordt noodzakelijk geacht voor de stad om te kunnen groeien en om goed op de kaart te kunnen staan. Om die groei te kunnen verwezenlijken wordt er vanuit economisch opzicht de nadruk gelegd op een aantal aspecten. Zo wordt in de Omgevingsvisie onder andere benadrukt dat de gemeente Dordrecht met het Distripark Dordrecht over het laatste uitgee�are terrein beschikt, dat gronden binnen de gemeente steeds schaarser worden en dat bestaande werkloca�es daarom op�maal benut moeten worden. Bedrijven dienen op de juiste plek te ziten en tegelijker�jd blij� er een vraag bestaan naar bedrijven uit hogere milieucategorieën. De nieuwe regels voor bedrijventerreinen hebben als doel de schaarse ruimte qua bedrijventerreinen te behouden voor bedrijvigheid in de hoge milieucategorieën. Daarmee hangt samen dat de regels beogen te voorkomen dat industrieloca�es die ten goede zouden kunnen komen aan bedrijven in hogere milieucategorieën opgevuld worden met opslagcomplexen of opgeknipt worden voor kleine bedrijfsverzamelgebouwen, die prima op andere loca�es in de gemeente geves�gd kunnen worden.

De nieuwe regeling voor bedrijventerreinen sluit daarmee naadloos aan op de eerder beschreven aandachtspunten uit de omgevingsvisie waar vanuit economisch perspec�ef de nadruk op wordt gelegd voor het realiseren van een uitstekend ves�gingsklimaat in Dordrecht. De regels die bij deze tweede wijziging van het omgevingsplan worden voorgesteld betreffende bedrijventerreinen dragen dus bij aan dat doel van de omgevingsvisie en het daaraan verbonden subdoel dat de aantrekkingskracht van Dordrecht behouden en versterkt moeten worden. De overige subdoelen die horen bij het doel ''Uitstekend ves�gingsklimaat'' worden niet verwezenlijkt noch aangetast door de nieuwe regels voor bedrijventerreinen.

15.5. Een stad die in 2035 klimaatbestendig & in 2050 energieneutraal is Een tweetal andere doelen dat voor de stad Dordrecht is opgenomen in de Omgevingsvisie, zijn de doelen dat de stad in 2035 klimaatbestendig moet zijn en in 2050 energieneutraal. De subdoelen die aan deze doelen verbonden zijn, zien er onder andere op toe dat Dordrecht haar groenblauwe structuur versterkt, klimaatadap�ef bouwt, inzet op circulariteit bij gebiedsontwikkeling en overgaat tot duurzame opwekking van energie. De wijziging voor bedrijventerreinen hee� geen betrekking op deze onderwerpen en hee� dus, zowel posi�ef als nega�ef, geen invloed op deze doelen.

15.6. Behoud biodiversiteit De Omgevingsvisie gaat in op het beschermen en bevorderen van biodiversiteit. In dat verband wordt als subdoel gesteld dat er bij herinrich�ng en ontwikkeling ingezet moet worden op een natuurinclusieve inrich�ng, dat de biodiversiteit gemonitord moet worden en dat er gestreefd moet worden naar maximaal ecologisch beheer van de landschapstypologieën, zoals benoemd in de visie Groenblauw Eiland van Dordrecht. In de nieuwe regeling voor bedrijventerreinen worden regels gesteld die gaan over het doelma�g gebruik van bedrijventerreinen en niet over een natuurinclusieve inrich�ng bij herinrich�ng en ontwikkeling, ecologisch beheer van landschapstypologieën en het monitoren van biodiversiteit. De nieuwe regeling dient deze belangen dus niet, maar raakt evenmin aan die belangen. 56

15.7. Conclusie De gewijzigde regels voor bedrijventerreinen zijn aan de hand van de omgevingstoetsmatrix getoetst aan de (sub)doelen van de omgevingsvisie. Uit die toetsing is gebleken dat de regels beperkt bijdragen aan de doelen ''Een gezonde stad'' en ''Een stad met een uitstekend ves�gingsklimaat''. Daarmee dragen de regels dus bij aan de verbetering van de fysieke leefomgeving van de gemeente Dordrecht. De regels doen verder geen a�reuk aan de overige doelen van de omgevingsvisie.

16. Uitvoerbaarheid 16.1. Verslag van de inspraak Er is voor de wijziging van het omgevingsplan op het punt van bedrijventerreinen een par�cipa�eplan opgesteld (deze is te vinden op de website Omgevingsplan 2e wijziging). De wijziging van de regels voor bedrijventerreinen is voorafgegaan aan een voorbereidingsbesluit, dat onder geheimhouding genomen is, dus ook zonder par�cipa�e van belanghebbenden. Voor de omze�ng van het voorbereidingsbesluit naar planregels is vervolgens op een aantal manieren gepar�cipeerd: -

-

Contact met enkele marktpar�jen (makelaars/ontwikkelaars) naar aanleiding van het voorbereidingsbesluit. Presenta�e in het WDO-pla�orm (ondernemersgeleding Westelijke Dordtse Oever) op 23 mei 2024 met de aanvullende mogelijkheid voor aanwezigen en hun achterban om te reageren op de voorgenomen planregels. Ambtelijke afstemming met de Provincie Zuid-Holland, de regio Drechtsteden en het Netwerk Economie Zuid-Holland Zuid.

16.2. Vooroverleg De tweede wijziging, en daarmee ook de regels voor bedrijventerreinen, is voorgelegd aan de provincie, Rijkswaterstaat, veiligheidsregio en het waterschap. Vanuit de provincie is mondeling aangegeven dat kan worden ingestemd met de voorgestelde regeling. Voor het overige zijn geen reac�e ontvangen op dit deel.

16.3. Economische uitvoerbaarheid De uitvoering van de voorgestelde regels voor bedrijventerreinen brengen naar verwach�ng geen extra kosten met zich mee voor de gemeente. Er is voor de uitvoering van die regeling dan ook geen budget nodig.

16.4. Dereguleringstoets Bij het opstellen van de regels voor de bedrijventerreinen is per regel een toets uitgevoerd op noodzaak, alterna�ef en effecten op de uitvoering voor ini�a�efnemer, vergunningverlening en toezicht en handhaving. Deze toets is nog beperkt uitgevoerd en zal komende wijzigingen van het omgevingsplan geëvalueerd worden waarbij zo nodig bijstelling van de regels zal plaatsvinden, voordat dat deze stadsbreed worden toegepast. 15.4.1 Noodzaak De noodzaak van de regels voor bedrijventerreinen vloeit voort ui de omgevingsvisie, waarin vanuit het doel ''Een stad met een uitstekend ves�gingsklimaat'' het noodzakelijk wordt geacht de beperkte bedrijfsruimtes voor hogere milieucategorieën te behouden voor bedrijven in deze categorie. 3.4.2 Alterna�ef

57

Als er geen regels gesteld zouden worden voor bedrijventerreinen zou dat betekenen dat de huidige situa�e zich voortzet en dat daardoor de schaarse bedrijventerreinen niet langer meer beschikbaar zullen zijn. Een ander alterna�ef zoals algemene regels of een zorgplicht stellen zouden te beperkend zijn, waardoor er geen mogelijkheid overblij� om in een specifieke gevallen een afweging te kunnen maken. 15.4.3 Effecten op uitvoering De voorgestelde regels roepen een nieuwe vergunningplicht in het leven. Dat zou mogelijk kunnen leiden tot een toename aan aanvragen voor omgevingsvergunningen. In de prak�jk is tot nu toe gebleken dat ini�a�efnemers zich bewust zijn van het voorbereidingsbesluit en daarop an�ciperen bij nieuwe ini�a�even. Het aantal aanvragen voor een omgevingsvergunning is tot dusverre dan ook niet toegenomen. De verwach�ng is dat deze trend zich zal voortzeten onder het omgevingsplan.

17. Integrale afweging De gemeenteraad hee� op basis van de Omgevingswet de verplich�ng om er toezicht op te houden dat de regels in het omgevingsplan een bijdrage leveren aan een evenwich�ge toedeling van func�es aan loca�es. Daarbij is het van belang dat er wordt gezocht naar de balans tussen het beschermen en benuten van de fysieke leefomgeving (ar�kel 1.3 Omgevingswet). In de vorige hoofdstukken hee� er een integrale toetsing plaatsgevonden van de nieuwe regels inzake bedrijventerreinen aan verschillende aspecten, waarbij er in brede zin is gekeken naar de (mogelijke) effecten van deze regels. Allereerst is er gekeken naar de mogelijke nadelige milieueffecten die de nieuwe regels met zich mee zouden kunnen brengen. Uit die check is gebleken dat de regels hebben geen betrekking hebben op nieuwe ac�viteiten die nadelige gevolgen voor het milieu met zich meebrengen in de zin van het Omgevingsbesluit. Ook levert de nieuwe regeling betreffende bedrijventerreinen behorende tot de hoge milieucategorieën geen strijdigheden op met de instruc�eregels van het Rijk en de provincie. In het Bkl zijn er geen instruc�eregels terug te vinden waar de gemeente zich aan moet houden bij de wijziging van de regels voor bedrijventerreinen als het gaat om hogere milieucategorieën.

De instruc�eregels van de provincie zien ook toe op het zoveel mogelijk toelaten van zware bedrijvigheid op bedrijventerreinen waar dat mogelijk is, net zoals ook beoogd wordt met de nieuwe regels die met deze tweede wijziging van het omgevingsplan worden nagestreefd voor bedrijventerreinen. De nieuwe regeling is dus in lijn met de instruc�eregels van de provincie inzake bedrijventerreinen, en ook aan de daarmee samenhangende beleidslijnen. Verder is uit een toets naar de (sub)doelen van de omgevingsvisie gebleken dat de nieuwe regels voor bedrijven beperkt bijdragen aan de doelen ''Een gezonde stad'' en ''Een stad met een uitstekend ves�gingsklimaat''. Daarmee dragen de regels dus bij aan de verbetering van de fysieke leefomgeving van de gemeente Dordrecht. De regels doen verder geen a�reuk aan de overige doelen van de omgevingsvisie. Tot slot levert de uitvoerbaarheid van de regels ook geen problemen op, zoals is gebleken uit de analyse in hoofdstuk 3. Op basis van het bovenstaande kan geconcludeerd worden dat regels voor bedrijventerreinen van hoge milieucategorieën bijdragen aan een evenwich�ge toedeling van func�es aan loca�es.

58

DEEL E: ZUIDBUITENPOLDERSEKADE 18. Inleiding 18.1. Aanleiding en reikwijdte De aanleiding voor de wijziging van het omgevingsplan Dordrecht voor het perceel Zuidbuitenpoldersekade 3 vormt de uitkoopregeling 'specifieke uitkering aankoop woningen onder een hoogspanningsverbinding' van het rijk. Deze regeling is op 1 januari 2017 in werking getreden. Reden voor deze uitkoopregeling is het feit dat hoogspanningsverbindingen electromagne�sche straling veroorzaken waardoor het voor mensen in bepaalde lee�ijdscategorieën niet gezond is om onder de hoogspanningslijnen te wonen. Daarnaast is op Europees niveau bepaald dat mensen niet blootgesteld mogen worden aan magneetvelden van meer dan 100 microtesla. Deze uitkoopregeling van het Rijk komt dus aan de maatschappelijke wens tegemoet om bewoners de mogelijkheid te geven niet langer onder een hoogspanningslijn te wonen. De regeling biedt woningeigenaren die loodrecht onder een hoogspanningslijn wonen de mogelijkheid hun woning te koop aan te bieden aan de gemeente. Hierover kunnen woningeigenaren contact opnemen met de gemeente en vervolgens bepaalt de gemeente of zij mee wil werken aan de uitkoopregeling. De gemeente Dordrecht hee� bepaald in beginsel mee te werken aan de aankoop van de betreffende woningen. De kosten van de aankoop worden vergoed door het rijk en behelzen ook de eventuele sloopkosten.

Het pand op Zuidbuitenpoldersekade 3 is door de gemeente aangekocht vanwege deze uitkoopregeling van het rijk. Op het perceel is momenteel een woning geves�gd. Deze woning ligt direct onder een 380 kV hoogspanningslijn. Het doel is te zorgen dat na aankoop van de woning geen inwoners meer direct onder een hoogspanningslijn wonen. Totdat een uitgewerkt en gemo�veerd ini�a�ef zich meldt voor deze loca�e is een func�e gezocht die aansluit op de omgeving. Net als naastgelegen percelen krijgt dit perceel de func�e Recrea�e om bij te dragen aan de recrea�eve func�e van het gebied.

18.2. Voorgeschiedenis In het voorjaar van 2023 hee� voor Zuidbuitenpoldersekade 3 een ontwerpbestemmingsplan ter inzage gelegen, genaamd ‘4e Herziening Nieuwe Dordtse Biesbosch, loca�e Zuidbuitenpoldersekade 3’. De bezwaren �jdens deze ter inzage periode gaven aanleiding om het ontwerpplan opnieuw te doen, waarbij ook perceel Zuidbuitenpoldersekade 3a moest worden betrokken i.v.m. onlosmakelijke samenhang (jurispruden�e) en ook verschillende nieuwe onderzoeken in de onderbouwing meegenomen kunnen worden. Vooraf aan de juridische procedure hiervoor is door de ini�a�efnemer van het hoveniersbedrijf een bewonersavond georganiseerd. Tijdens deze avond zijn opnieuw forse bezwaren binnengekomen. Dit gaf aanleiding om de plannen en procedures voor deze loca�e te herzien. Er is meer zorgvuldigheid, afstemming met de omgeving en �jd nodig voor eventuele ontwikkeling op deze loca�e. In basis wenst de gemeente vanuit beleid hier een recrea�eve func�e. Er is snelheid geboden bij een omgevingsplanprocedure in het kader van de uitkoopregeling. Om deze reden is gekozen voor deze omgevingsplanprocedure.

18.3. Doel van deze omgevingsplanwijziging Het doel van deze omgevingsplanwijziging voor de Zuidbuitenpoldersekade is om de mogelijkheid voor wonen op deze loca�e te verwijderen en in de plaats dagrecrea�e mogelijk te maken. In de rijksregeling is bepaald dat uiterlijk vijf jaar (met mogelijkheid tot uitstel) na toekenning van een uitkering op grond van de uitkoopregeling de vrijgekomen grond geen woonbestemming of -func�e 59

meer mag hebben. Het is taak voor de gemeente de vrijgekomen grond en de bestemming of func�e te wijzigen (nadat een geschikte invulling is gevonden).

18.4. Planbeschrijving Het plangebied Zuidbuitenpoldersekade 3 betre� het kadastraal perceel X345, zoals hieronder weergeven. Er bevindt zich een woning met enkele bijgebouwen op het perceel. Deze zullen worden gesloopt door de gemeente.

•

Bestaande situa�e

Het perceel ligt centraal in het landelijk gebied van Dordrecht en nabij het beschermde natura 2000gebied de Dordtse Biesbosch. De Zuidbuitenpoldersekade is een doodlopende weg waaraan verschillende soorten agrarische, agrarisch aanverwante of recrea�eve bedrijven met bedrijfswoningen zijn geves�gd. Ook bevinden zich hier een hoveniersbedrijf en haardhouthandel. De bebouwing concentreert zich rond de Zuidbuitenpoldersekade, maar verder daarbuiten kenmerkt de omgeving zich met polderlandschap, afgewisseld met bosschages. De Zuidbuitenpoldersekade mondt uit op de Oude Veerweg waaraan meerdere openbare parkeerplaatsen voor bezoekers van de Dordtse Biesbosch liggen. Daarvanuit lopen verschillende wandel- en fietsroutes het polderlandschap in. De bedoeling is om het gebied grenzend aan de Zuidbuitenpoldersekade om te vormen tot een recrea�eknooppunt waar par�culiere ini�a�even voor dagrecrea�e een plek zouden kunnen vinden. In dat kader is er inmiddels een pluktuin en een manege gerealiseerd. Het perceel ligt tussen andere bebouwing. Zuidbuitenpoldersekade 3 grenst in het oosten aan een hoveniersbedrijf en in het westen aan een agrarisch loonbedrijf. Ten noorden, aan de andere zijde van de Zuidbuitenpoldersekade ligt een agrarische bedrijfswoning met schuren. •

Huidige bestemming

60

Het vigerend bestemmingsplan voor Zuidbuitenpoldersekade 3 is het bestemmingsplan Nieuwe Dordtse Biesbosch, vastgesteld op 23 september 2014. Het perceel hee� twee bestemmingen: "Wonen" en "Tuin". Voor het perceel geldt verder de dubbelbestemmingen 'Leidinghoogspanningsverbinding', 'Leiding' en 'waarde - archeologie 1'. •

Nieuwe situa�e

Op het perceel X345 zal de woning worden gesloopt en de nieuwe func�e zal wonen niet langer toestaan op het perceel. Voor de sloop van de woning zal een sloopvergunning aangevraagd worden. De uitkoopregeling van het rijk verplicht de gemeente om na aankoop de woonbestemming eraf te halen. Er is getracht om na aankoop een nieuwe passende func�e - niet zijnde een woonfunc�e voor het perceel te vinden. Dit is gedaan in overeenstemming met de nieuwe toekoms�ge eigenaar van het perceel en toekoms�g gebruik van het perceel. In de plaats komt de func�e Recrea�e op het perceel X345 te liggen. Op deze manier wordt aangesloten bij het recrea�eve karakter van de Zuidbuitenpoldersekade en omgeving, wat aansluit op de omgevingsvisie voor dit gebied. Het betre� specifiek dagrecrea�e. De andere vorm (nachtverblijf) past hier niet. Er wordt aangesloten bij de normen in het huidige bestemmingsplan Nieuwe Dordtse Biesbosch. Dezelfde voorwaarden voor de bestemming Recrea�e worden bij deze nieuwe func�e Recrea�e overgenomen. Conclusie De volgende set regels zal worden toegevoegd aan het omgevingsplan Dordrecht: -

Func�e recrea�e in plaats van wonen Ruimte voor groen, water en natuurontwikkeling Normen ten aanzien van hoogspanningsverbinding en bouwwerken. Bouwwerken zullen niet worden toegestaan

Op deze onderdelen wijkt het omgevingsplan af van het voormalige bestemmingsplan. Het betre� daarmee grotendeels een beleidsvernieuwing van het omgevingsplan Dordrecht. In het volgende hoofdstuk wordt op basis van deze afwijkingen nagegaan of uitvoering van het omgevingsplan leidt tot effecten in de leefomgeving die een nadere afweging vragen.

18.5. Milieubeoordeling De Omgevingswet verplicht de gemeente om na te gaan of de voorgenomen ac�viteiten mogelijk tot nadelige milieueffecten kunnen leiden. Indien de regels ac�viteiten mogelijk maken die opgenomen zijn in kolom 1 bijlage V van het Omgevingsbesluit kan een m.e.r.(beoordeling) verplicht zijn. De m.e.r. beoordeling is er dan op gericht na te gaan of uitvoering van het plan kan leiden tot aanzienlijke effecten op het milieu. Zijn er aanzienlijke effecten, dan is een m.e.r. procedure of beoordeling noodzakelijk. Het veranderen van de woonfunc�e naar recrea�e zonder bouwmogelijkheden valt niet in een categorie aangewezen in kolom 1 van bijlage V van het Omgevingsbesluit. Op basis van de analyse in de volgende paragrafen en hoofdstuk 2 zijn er ook geen aanzienlijke milieueffecten te verwachten.

61

18.6. Instruc�eregels rijk en provincie Hoofdstuk 5 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) bevat de instruc�eregels voor omgevingsplannen van het rijk. De instruc�eregels voor omgevingsplannen van de provincie staan in hoofdstuk 7 van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening (ZHOV). Rijk Het rijk verplicht de gemeente om in het omgevingsplan rekening te houden met het belang vanuit het waarborgen van de veiligheid, bescherming van de gezondheid en het milieu, ruimte voor toekoms�ge func�es en bescherming van onder andere landschappelijke waarden. Ten aanzien van de hoogspanningsverbinding of andere leidingen in het gebied worden regels opgenomen die voorkomen dat kwetsbare func�es zijn toegestaan. Er zijn verder geen instruc�es van het rijk waar invulling aan moet worden gegeven in dit plan. Provincie In de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening (in werking 24 juli 2024) en de daaropvolgende wijzigingen van de omgevingsverordening zijn instruc�eregels opgenomen ten aanzien van dit plangebied: 1. S�ltegebied Voor de ac�viteiten geldt een zorgplicht ten aanzien van het s�ltegebied om geluidbelas�ng te beperken en voorkomen. Er mogen geen handelingen worden uitgevoerd die de s�lte op significante wijze verstoren of als dit niet mogelijk is om alle maatregelen te treffen om de verstoring te voorkomen of te beperken. Voor specifieke gevallen geldt een vergunningplicht.

De uitkoopregeling maakt het nodig om een vervangende func�e op te leggen. Er is daarbij gekozen voor een func�e dat aansluit bij de huidige gebiedskenmerken en waarbij geluidhinderlijke ac�viteiten niet mogen toenemen (de regels in de Bruidsschat voorzien daarin bij elk ini�a�ef). 2. Grondwaterbeschermingsgebied Het gebied is aangewezen als grondwaterbeschermingsgebied. Voor eenieder die een milieubelastende ac�viteit verricht geldt de zorgplicht om alle maatregelen te treffen tegen milieuverontreiniging van het grondwater. Deze zorgplicht geldt bij de ac�viteiten voor onder andere graven, lozen en saneren van de bodem. Voor dit omgevingsplan zijn deze ac�viteiten (nog niet) aan de orde. 3. Beschermingscategorie 1 en 2 In een omgevingsplan wordt voor het waarborgen van de ruimtelijke kwaliteit rekening gehouden met de beschermingscategorie en het gebiedstype en het soort en mate van ingrijpendheid van de ruimtelijke ontwikkeling (inpassen, aanpassen en transformeren). Dit plan valt in beschermingscategorie 1 (kroonjuweel cultureel erfgoed) en categorie 2 (recrea�egebied).

Specifiek gelden hier de volgende 2 ar�kelen: Artikel 7.43n (gebiedstype: beschermingscategorie 1 kroonjuwelen cultureel erfgoed) 1.Een omgevingsplan voor locaties binnen kroonjuwelen cultureel erfgoed als bedoeld in artikel 7.42, vierde lid, kan voorzien in een ruimtelijke ontwikkeling voor zover de ruimtelijke kwaliteit ten minste

62

gelijk blijft en de ontwikkeling het behoud en de versterking van het betreffende cultureel erfgoed ondersteunt en overwegend meerwaarde heeft voor kwaliteiten en de gebruikswaarde ervan. 2.In de motivering worden de volgende kwaliteiten betrokken: a. b. c. d. e. f. g.

de herkenbaarheid van het kroonjuweel cultureel erfgoed; de historische context van het kroonjuweel cultureel erfgoed; de uniciteit van het kroonjuweel cultureel erfgoed; de kwetsbaarheid van het kroonjuweel cultureel erfgoed; de gaafheid van het kroonjuweel cultureel erfgoed; de samenhang van de kwaliteiten van het cultureel erfgoed; de richtpunten die zijn opgesteld voor het specifieke kroonjuweel, als bedoeld in bijlage IX, onder A.

Artikel 7.43i (gebiedstype: beschermingscategorie 2 recreatiegebied) Een omgevingsplan voor een recreatiegebied als bedoeld in artikel 7.42, vijfde lid, kan voorzien in nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen voor zover: a. de ontwikkeling geen beperking oplevert voor de openbare toegankelijkheid van het gebied, rekening houdend met het huidige gebruik van het gebied; b. de ontwikkeling gericht is op de vergroting van de diversiteit en de kwaliteit van het recreatiegebied en ook de recreatieve waarde van het gebied zal versterken; c. de ontwikkeling past bij de uitstraling en het recreatieve gebruik van het gebied; d. de ontwikkeling bijdraagt aan de samenhang tussen binnenstedelijke en buitenstedelijke groen- en waterstructuren; e. de ontwikkeling zo mogelijk gekoppeld wordt aan recreatie knooppunten en cultuurhistorisch erfgoed. Dit ini�a�ef valt in de categorie inpassen, want deze ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsiden�teit en voorziet geen wijziging op structuurniveau. Het past bij de aard en schaal van de omgeving, deze kenmerkt zich met verschillende agrarische en recrea�eve func�es. Door de groene en vaak openbaar toegankelijke omgeving (fiets- en wandelpaden) past een recrea�eve func�e op deze loca�e. In het plangebied liggen specifiek geen cultureel erfgoed-objecten of landschapsvormen, zie daarvoor het archeologisch advies.

Verder moet aangetoond worden dat de ruimtelijke kwaliteit voldoende gelijk blij�. Belangrijke afweging hierbij is hoe groot de toename van bebouwing en verharding is en of daar een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit tegenover staat. In dit geval is in de huidige situa�e sprake van een woning met bijgebouwen van 100 m2 en in de nieuwe situa�e zal dit omgevingsplan geen bebouwing meer toestaan (ongeacht wat vergunningvrij is toegestaan). Dit sluit aan bij het open polderlandschap en zal de ruimtelijke kwaliteit verbeteren. Er is dus geen sprake van een verslechtering en dat het niveau gelijk blij�. Er is geen aantas�ng van de wezenlijke kenmerken van het recrea�egebied en het kroonjuweel erfgoed. 4. Buitengebied – beschermingscategorie 3 De volgende instruc�e geldt voor dit gebied: Artikel 7.43h (gebiedstype: beschermingscategorie 3 buitengebied)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/907/documents/40596