CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Motivering.pdf

Dordtse Dinsdag – Beeld- en oordeelsvormende commissies 3 juni 2025, gemeente DordrechtBij agendapunt: 4: Vaststellen tweede wijziging omgevingsplan voor bodem, Bouwhuyslocatie, Zuidbuitenpoldersekade en bedrijventerreinen - Raadsvoorstel33.915 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

63

1.Een omgevingsplan voor een locatie in het Buitengebied als bedoeld in artikel 7.42, zesde lid, kan voorzien in een ruimtelijke ontwikkeling mits de openheid en het groene karakter van het landschap niet onevenredig wordt aangetast, zoals blijkt uit een afdoende motivering die ook ingaat op de keuze voor een locatie buiten bestaand stads- en dorpsgebied. 2.In de motivering worden de volgende kwaliteiten betrokken: a. de openheid en de structuur van het landschap en de vergezichten daarin; b. de relatie tussen stad en buitengebied en het onderscheid daartussen; c. het groene karakter, het type functies en de kenmerkende verschijningsvormen van het landschap; d. de herkenbaarheid van de ontstaansgeschiedenis van het landschap. Recrea�e sluit aan in de directe omgeving en zal de openheid en structuur van het landschap niet aantasten. Het omgevingsplan biedt daarnaast in de regels standaard ruimte voor groen (gronden mogen al�jd voor groen gebruikt worden). 5. Beschermingszone drinkwatervoorziening De volgende instruc�e geldt voor dit gebied: Artikel 7.81 (beschermingszone drinkwatervoorziening) 1.Een omgevingsplan waarin een leiding, behorend tot de vitale infrastructuur openbare drinkwatervoorziening, bedoeld in artikel 7.80, aanwezig is, wijst een zone van minimaal vijf meter aan weerszijden van de leiding aan als beschermingszone drinkwatervoorziening.

2.Het omgevingsplan laat nieuwe ontwikkelingen binnen de beschermingszone drinkwatervoorziening slechts toe voor zover bij de verwezenlijking daarvan geen belemmeringen kunnen ontstaan voor het functioneren, het onderhoud en de veiligheid van de drinkwatervoorziening. 3.Voor de beoordeling of sprake is van belemmeringen als bedoeld in het tweede lid, wordt tijdig advies gevraagd aan het drinkwaterbedrijf dat beheerder is van de leiding. In het kader van het vooroverleg wordt de drinkwaterbeheerder en provincie om advies gevraagd. Zij beoordelen of sprake is van een of meerdere belemmering(en). Vanuit beide par�jen is beves�ging dat dit plan geen belemmering vormt voor de grondwaterbeschermingszone. Zie ook 3.2

19. Omgevingsaspecten In dit hoofdstuk wordt het plan uit paragraaf 1.3 getoetst aan de doelen van de omgevingsvisie, rekening houdend met de instruc�eregels van rijk en provincie. Hierna worden de 7 doelen in de omgevingsvisie met daarbij behorende omgevingsaspecten per paragraaf behandeld. In onderdeel F van deze omgevingstoets zijn de omgevingsaspecten in tabel nader uitgewerkt. In deze tabel is per aspect beoordeeld of de uitvoering van dit plan bijdraagt aan het bijbehorende doel.

19.1. Aantrekkelijke stad Als onderdeel van de aantrekkelijke stad zet de gemeente in op het borgen en waar mogelijk versterken van de aantrekkelijke kwaliteiten van Dordrecht, zoals de cultuurhistorie, water en natuur. Verschillende subdoelen zijn het bieden van voldoende ruimte aan voorzieningen en het behoud van het groenblauwe karakter (van het openbare gebied) buiten de stad.

64

Dit plan draagt bij aan het doel van een aantrekkelijke stad omdat er ruimte wordt geboden voor een recrea�eve voorziening (of uitbreiding daarvan) voor de inwoners van Dordrecht. De omgeving kenmerkt zich met natuur- en recrea�eve func�es, daar past het bij. Vanuit het archeologisch onderzoek op deze loca�e (te vinden op de website Omgevingsplan 2e wijziging) volgt dat er geen behoudenswaardige archeologische waarden worden verwacht op deze loca�e.

19.2. Bereikbare stad Bij het doel bereikbare stad zet de gemeente in op het waarborgen van de bereikbaarheid terwijl het autogebruik op bepaalde punten wordt verminderd, het fietsgebruik en OV wordt ges�muleerd en de lee�aarheid verbeterd. Het plan hee� geen nega�eve of posi�eve invloed op dit doel.

19.3. Gezonde stad Als onderdeel van het doel een gezonde stad zet de gemeente in op voldoende mogelijkheden voor zelfredzaamheid, het verbeteren van de (externe) veiligheid, een akoes�sch aanvaardbare woonwerk- en leefomgeving en gestaag verbeteren van de bodemkwaliteit. Deze wijziging omgevingsplan zal een bijdrage leveren aan het doel gezonde stad. Doordat het niet langer mogelijk wordt gemaakt om (permanent) te kunnen wonen op deze loca�e onder een hoogspanningsverbinding wordt een ongezonde en onveilige situa�e voor inwoners van Dordrecht voorkomen. Vooraf aan de sloop van de woning is een verkennend bodem- en asbestonderzoek (te vinden op de website Omgevingsplan 2e wijziging) uitgevoerd. De conclusie van het onderzoek is dat de verhoogde gehalten in het grond- en grondwater geen milieuhygiënische risico's voor de gebruikers of het milieu opleveren. Er is geen aanleiding om nader onderzoek uit te voeren.

19.4. Klimaatadapta�e en Biodiversiteit De gemeente hee� als doel om in 2035 klimaatbestendig en waterrobuust ingericht en zet in op de bescherming en bevordering van de biodiversiteit. Daarvoor is ook het stoppen van de achteruitgang van biodiversiteit nodig. Dordrecht beschermt de biodiversiteit door in te zeten op behoud van bestaande natuurgebieden (Natura 2000-gebieden en Natuurnetwerk NL) en beschermde soorten. Door geen bouwmogelijkheden te bieden zal een onbebouwd terrein uitgangspunt worden. Er is zo meer ruimte voor groen, natuurontwikkeling- en behoud en waterberging. Dit is een posi�eve bijdrage aan de doelstellingen voor klimaat en biodiversiteit. Bij eventuele (her)inrich�ng van dit gebied zal de gemeente toepassing geven aan het handboek openbare ruimte met daarin de kwaliteitseisen die gelden voor klimaat en biodiversiteit. Voor de sloop van de woning wordt een quickscan flora en fauna uitgevoerd om te achterhalen welke beschermde flora en fauna aanwezig zijn in het plangebied. Eventueel benodigde aanvullende flora en fauna onderzoeken worden uitgevoerd voor de sloop van de woning.

19.5. Uitstekend ves�gingsklimaat en energieneutraliteit De omgevingsplanregels voor de Zuidbuitenpoldersekade zullen het ondernemersklimaat van Dordrecht en de doelen om energieneutraal te worden niet posi�ef of nega�ef beïnvloeden. Hier liggen eventueel in een verdere planfase kansen voor verbetering. Er is kans op een andere invulling voor deze loca�e in de toekomst. Dan zal dit plan opnieuw getoetst worden aan de doelen van de omgevingsvisie voor Dordrecht en is de referen�esitua�e de nieuwe recrea�eve func�e.

65

19.6. Conclusie Toetsing van de (nieuwe) regels voor het mogelijk maken van een recrea�eve func�e aan alle omgevingsaspecten leidt niet tot botsende belangen. Per saldo dragen de regels bij aan het merendeel van de doelen uit de omgevingsvisie die de belangen van de fysieke leefomgeving vertegenwoordigen zonder dat daarbij a�reuk wordt gedaan aan andere belangen vanuit de doelen voor de fysieke leefomgeving.

20. Uitvoerbaarheid 20.1. Verslag van de inspraak Op basis van de par�cipa�escan van de VPNG kan voor een plan onderzocht worden wat het geschikte par�cipa�elevel bij het ini�a�ef is. Omdat het gaat om het toevoegen van een recrea�eve func�e hee� het plan weinig tot geen impact. Het is daarbij goed om in te gaan op het par�cipa�etraject in het kader van een eerder ontwerpbestemmingsplan voor deze loca�e voor het mogelijk maken van een hoveniersbedrijf en verdere planontwikkeling voor dit ini�a�ef. Des�jds zijn verschillende bezwaren ingediend die meegenomen zijn in deze omgevingsplanwijziging. Bezwaren vanuit zienswijzen • • • • • • •

Bescherming hoogspanningsverbinding niet goed geborgd Planbegrenzing klopt niet door samenhang naastliggend perceel Toename (zwaar) verkeer leidt tot hinder en verkeersonveilige situa�es Missen ladderonderzoek Missen onderbouwing ten aanzien van hinder van bedrijvigheid Missen onderbouwing s�ltegebied Bezwaren t.a.v. s�kstof- en luchtkwaliteitsberekening

Bezwaren vanuit bewonersavond • •

•

•

•

Een hoveniersbedrijf met deze omvang en intensiteit past niet op deze loca�e Er is geen sprake van een hoveniersbedrijf, maar van een aannemersbedrijf gezien de ac�viteiten Het hoveniersbedrijf zal overlast opleveren voor omwonenden en bedrijven in de omgeving De weg Zuidbuitenpoldersekade is niet geschikt voor het zware verkeer van het hoveniersbedrijf De gemeente geen consistente beleidslijn voert in deze omgeving

Doordat deze omgevingsplanwijziging geen hoveniersbedrijf meer mogelijk maakt, maar een recrea�eve func�e wordt meer aangesloten bij de bezwaren of zijn deze niet meer van toepassing.

20.2. Overleg Het conceptvoorstel tot deze wijziging van het omgevingsplan is ter beoordeling toegestuurd aan de volgende organisa�es: -

Gasunie Evides Air Liquide TenneT TSO b.v. Veiligheidsregio ZHZ Provincie Zuid-Holland

66

Dit plan hee� geen betrekking op de belangen van het waterschap of Omgevingsdienst Haaglanden. Vanuit de Veiligheidsregio en Air Liquide zijn geen reac�es ontvangen. In het verslag van de vooroverlegreac�es (te vinden op de website Omgevingsplan 2e wijziging) zijn uitgebreid de reac�es en beantwoording te lezen. De Gasunie gee� aan dat er voor hun HTL gasleiding van 80 bar een belemmeringsstrook met aanvullende regels moet worden opgenomen om een veilige ligging te garanderen. Door het gewijzigde plan voor Zuidbuitenpoldersekade 3 is het plangebied kleiner geworden en valt de gasleiding met belemmeringsstrook buiten het plangebied. De opmerkingen zijn voor dit plan niet meer aan de orde, maar in het vervolg bij andere omgevingsplanwijzigingen wordt rekening gehouden met de opmerkingen van Gasunie en indien nodig overleg gevoerd. Evides gee� aan dat voor hun waterleiding naast de beschermende dubbelbestemming/func�e ook een zakelijk recht van opstal met bijbehorende belemmerende strook van 25 meter geldt. Deze strook is aanzienlijk breder dan de 5 meter aan weeszijden in het omgevingsplan. Zij verzoeken hier rekening mee te houden vanuit het zakelijk recht van opstal. Binnen deze strook wil Evides in beginsel geen bouwwerken of andersoor�ge bovengrondse obstakels zoals bomen en werkzaamheden zonder hun toestemming toegestaan.

Ook ten aanzien van deze reac�e geldt dat door het gewijzigde plan voor Zuidbuitenpoldersekade 3 de waterleiding buiten het plangebied valt. De opmerkingen zijn voor dit plan niet meer aan de orde, maar in het vervolg bij andere omgevingsplanwijzigingen zal rekening worden gehouden met de opmerkingen van Evides ten aanzien van hun waterleiding en indien nodig overleg gevoerd. Met TenneT TSO en de provincie Zuid-Holland hee� aanvullend overleg plaatsgevonden over het plan. Met TenneT is het vergunningstelsel voor ac�viteiten nabij een hoogspanningsverbinding afgestemd. Het belang is dat de bescherming van de hoogspanningsverbinding wordt geborgd. Er zal met deze wijziging omgevingsplan niet langer sprake zijn van enkel een vergunningstelsel maar een deel van de ac�viteiten zullen gaan vallen onder een zorgplicht in de plaats van een vergunningplicht. Met dit voorstel hee� TenneT ingestemd. Met de provincie is overleg gevoerd over de kenmerken en beschermingswaarden van het gebied. Zo valt dit gebied onder het cultuurhistorisch kroonjuweel Polder de Biesbosch. Dit betekent dat het een categorie 1 beschermingsgebied is waar specifieke regels en richtpunten gelden op het gebied van cultuurhistorie. De provincie gee� aan dat omdat de ontwikkeling plaatsvindt in een gebied waar reeds bebouwing is, de impact op het kroonjuweel gering lijkt.

Op deze specifieke loca�e is geen sprake van bijzondere waarden van het kroonjuweel en is daarom geen bezwaar tegen de ontwikkeling. Aangetoond moet worden of de ruimtelijke kwaliteit voldoende gelijk blij�, dit komt nog onvoldoende terug in de mo�vering. In het kader van deze opmerking is de mo�vering op dit onderdeel aangepast en aangevuld.

20.3. Economische uitvoerbaarheid Deze omgevingsplanwijziging is vereist vanuit de verplichte aankoop volgend uit de regeling voor uitkoop van woningen onder hoogspanningsverbindingen. Vanuit deze regeling worden de aankoopen sloopkosten vergoed. De gemaakte plankosten (inclusief onderzoeken) komen voor rekening van de gemeente en zullen (moeten) worden verhaald bij een nieuw ini�a�ef voor deze loca�e.

67

20.4. Dereguleringstoets Bij het opstellen van de regels voor het perceel Zuidbuitenpoldersekade 3 is een beperkte toets uitgevoerd op noodzaak, alterna�ef en effecten op de uitvoering voor ini�a�efnemer, vergunningverlening en toezicht en handhaving. Voor het perceel Zuidbuitenpoldersekade zijn in deze tweede wijziging geen vergunningplichten opgenomen. Er is alleen extensief recrea�ef gebruik zonder bebouwing mogelijk gemaakt. Dat vraagt geen nadere afweging. Toekoms�ge ini�a�even voor dit perceel kunnen zeer divers zijn. Om hiervoor een vergunningplicht met toetsingskader op te nemen zou een uitgebreid toetsingskader met nadere regulering vereisen. Hier is vanaf gezien. Met een buitenplanse omgevingsvergunning kan hier eventueel medewerking worden verleend als het een ini�a�ef betre� dat bijdraagt aan de recrea�eve doelstelling zoals bedoeld in de omgevingsvisie. Omdat het perceel is gelegen onder de hoogspanningsmast zijn in het omgevingsplan ook regels opgenomen voor ac�viteiten die vanwege het belang van de hoogspanning niet zonder meer mogen plaatsvinden. In de voorheen geldende bestemmingsplannen waren in deze zone onder de hoogspanning vergunningplichten opgenomen die een groot aantal ac�viteiten omvaten, zoals het te hoog laten groeien van planten, het verharden van gronden, het opslaan van goederen. Een vergunningplicht is dan in veel gevallen een zwaar instrument.

Bijvoorbeeld voor een bedrijf dat onder de hoogspanning zijn terrein gebruikt om goederen op te slaan. Daar zou dan iedere keer, bij start van nieuwe opslagac�viteiten, een vergunning voor nodig zijn. Uit oogpunt van vergunningverlening en toezicht en handhaving is dit een ongewenste regulering. In dit soort gevallen zou een zorgplicht kunnen volstaan, waarbij verwezen kan worden naar brochure van TenneT die daarin als leidingbeheerder hee� aangegeven hoe die zorgplicht invulling kan krijgen. Als duidelijk sprake is van een overtreding van de zorgplicht kan handhaving plaatsvinden. In onderstaande tabel is aangegeven welke ac�viteiten vergunningvrij zijn gemaakt. Belangrijk daarbij op te merken dat de ac�viteiten die wel vergunningplich�g blijven toch al een vergunning nodig hebben. De extra uitvoeringslast voor een vergunning hoogspanning is dan beperkt. Ac�viteiten voorheen vergunningplich�g

Wordt zorgplicht

Bouwwerken bouwen Bouwwerken in stand houden die zonder vergunning gebouwd zijn.

X

Bouwwerk slopen Wijzigen maaiveldniveau door ontgronding of ophoging. Aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van watergangen Aanleggen wegen en parkeergelegenheden en andere oppervlakte verhardingen

X

Zonnepanelen en daarmee verband houdende construc�es / installa�es

X

Het opslaan van goederen, (brand)barestoffen en of materialen

X

Aanleggen Kabels en leidingen

X 68

Het aanbrengen van hoogopgaande beplan�ng

X

Het kappen van hoogopgaande beplan�ng

X

Opwekken van elektriciteit met een windturbine

X

Het oprichten en in stand houden van bouwwerken als opslagtank voor gassen of vloeibare gevaarlijke stoffen

X

Opslaan van gevaarlijke stoffen in verpakking

X

Op basis van het voorgaande wordt geen verzwaring van de uitvoeringslast verwacht. Voor individuele eigenaren wordt het aantal benodigde vergunningen minder.

21. Integrale afweging De Omgevingswet verplicht de gemeenteraad om na te gaan of de regels in het omgevingsplan bijdragen aan een evenwich�ge toedeling van func�es aan loca�es. Het gaat daarbij om het zoeken naar de balans tussen beschermen en benuten van de fysieke leefomgeving als bedoeld in ar�kel 1.3 Omgevingswet. In voorgaande hoofdstukken zijn alle omgevingsaspecten en effecten van dit plan getoetst en afgewogen of deze nega�ef of posi�ef zijn. In hoofdstuk 2 is per omgevingsvisiedoel nagegaan wat het effect is van de gestelde regels ten opzichte van de referen�esitua�e. Daaruit blijkt dat als totaaluitkomst geen nieuwe nega�eve effecten zijn te verwachten en dat op bepaalde onderdelen sprake is van een posi�ef effect. De regels zijn niet in strijd met instruc�eregels en/of milieubelangen. Ook de uitkomsten van de toets op uitvoerbaarheid laat zien dat uitvoering van deze wijziging van het omgevingsplan geen nieuwe nega�eve effecten gee�. Het doel is om een balans te zoeken tussen beschermen en benuten. Binnen de bebouwde kom ligt de focus op verdichten. Buiten de bebouwde kom, waar deze loca�e zich bevindt, ligt de focus op ruimte voor natuur, recrea�e en landbouw. Passende func�es zijn func�es die het open en groene karakter van het buitengebied versterken.

In de zoektocht naar deze balans is het toevoegen van een recrea�eve func�e op deze loca�e passend bij de omgeving en de plek. Daarmee kan geconcludeerd worden dat uitvoering van dit plan bijdraagt aan een evenwich�ge toedeling van func�es aan loca�es.

69

DEEL F: BEOORDELINGSMATRIXEN OMGEVINGSEFFECTEN 1. Beoordelingsmatrix Bodemkwaliteit Doel

Bijdrage

Referen�esitua�e

Plan-situa�e

Aantrekkelijke stad

Subdoelen: ruimte voor alle soorten voorzieningen, woonwijken waar bewoners zich thuis voelen, hoogwaardige inrich�ng van de openbare ruimte. Dat is mogelijk als de bodemkwaliteit deze func�es toelaat. Doel van deze regels is het voorkomen van een verslechtering van de bodemkwaliteit. Op die manier kunnen wij blijven voorzien in het bouwen van woonwijken, voorzieningen en openbare ruimte. Die ook schoon en veilig is en geen gevaar voor bewoners oplevert.

0

+

Bereikbare stad

Deze regels hebben geen nega�eve of posi�eve invloed op het doel bereikbare stad. Dit onderwerp hee� geen rela�e met de regels voor bodem.

0

0

Gezonde stad

Eén van de subdoelen is het 'gestaag verbeteren van de bodemkwaliteit'. Dit is exact de reden waarom deze regels voor bodem nodig zijn en dit is het doel wat deze regelset moet bereiken. Dit was ook al het doel van het huidige bodembeleid. Er is dus sprake van een grote bijdrage aan dit subdoel, vooral ten aanzien van de beleidsvernieuwende elementen. Bijvoorbeeld de regels voor PFOA; op landelijk niveau zijn hiervoor geen normen opgenomen. Deze stof bevindt zich op het eiland van Dordrecht en er is bekend dat hier nega�eve gezondheidseffecten van komen. Daarom wordt PFOA met deze omgevingsplanwijziging geregeld, om zwaardere vervuiling van de grond met PFOA tegen te gaan. Een ander voorbeeld is thermisch gereinigde grond. Een verbod maakt dat er een zorgvuldige afweging plaatsvindt over de mogelijke effecten en of deze niet tot een slechtere bodemkwaliteit leiden. Ook zijn veel regels opgesteld in het kader van het te voeren bodemonderzoek, zodat voldoende gegevens over de huidige en toekoms�ge bodemkwaliteit worden gegeven en deze ook getoetst kunnen worden.

+

++

Uitstekend ves�gingsklimaat

Deze regels hebben geen nega�eve of posi�eve invloed op het ves�gingsklimaat en de aantrekkingskracht van Dordrecht. Het is wel zo dat een regel zich richt op bedrijventerreinen. Hier wordt soepeler omgegaan met het toepassen van vervuilde grond, sanering en nazorg. Dit is echter voortze�ng van bestaande prak�jk. Hier is ook nog een delega�e aan het college om in het kader van duurzaamheid minder vervuilde grond op industrieen bedrijventerreinen toe te staan. Maar hier zal al�jd zorgvuldig

0

0

70

afgewogen worden met dit doel (beschermen en benuten binnen het kader van de omgevingsvisie). Klimaatbestendig

Deze regels hebben geen effecten voor de doelstellingen rondom klimaatbestendigheid. Het is wel zo dat deze regels met het oog op een duurzame bodem, waarvan de huidige kwaliteit ook gegarandeerd moet zijn voor de toekoms�ge genera�e, zijn opgesteld. Dus het voorkomen van een verslechtering van de bestaande bodemkwaliteit.

0

0

Energieneutraal

Deze regels hebben geen effecten op de doelstellingen rondom energieneutraliteit. Er worden geen regels gesteld voor bodemenergiesystemen.

0

0

Behoud biodiversiteit

Het huidige bodembeleid richt zich grotendeels op het voorkomen van milieuschade (natuur). Met deze regels worden daar nieuwe onderwerpen aan toegevoegd zoals wegbermen. De regels hebben als doel wegbermen schoon te houden voor de bloei van flora en fauna. Dat is een extra posi�ef effect ten opzichte van de huidige situa�e.

+

++

2. Beoordelingsmatrix Bouwhuysloca�e In onderstaande tabel is op basis van de uitkomsten van hoofdstuk per doel en aspect nagegaan in hoeverre de uitvoering van dit omgevingsplan bijdraagt aan het betreffende doel. Daarbij is een onderscheid gemaakt naar de plansitua�e afgezet tegen de situa�e dat het plan niet wordt uitgevoerd: de referen�esitua�e. Dat wil zeggen een situa�e waarbij we uitgaan van de huidige invulling van de Bouwhuysloca�e. Doel

Subdoelen

Aantrekkelijke stad

Bereikbare stad

Referen�esitua�e

Plansitua�e

Behoud en waar mogelijk versterking van cultuurhistorische waarden;

o

o

Voldoende ruimte bieden aan voorzieningen, spor�aciliteiten, winkels en 1e lijn medische zorg en groenvoorzieningen en streven naar mul�func�oneel ruimtegebruik;

o

+

Het maken van sterke en gedifferen�eerde lee�are woonwijken waar bewoners zich thuis voelen, waarbij het streven is naar een op�malisa�e van evenwicht tussen woningvraag en het woningaanbod;

+

++

Waar nodig de kwaliteit van de huidige woningvoorraad verbeteren

+

++

Hoogwaardige inrich�ng van de openbare ruimte waarbij het streven is naar par�cipa�e in inrich�ng en beheer.

o

++

Dordrecht moet een echte fietsstad worden

o

o

S�muleren van het (H)OV

o

o

Parkeerbeleid en innova�eve verkeersoplossingen dragen bij aan het verminderen van het autogebruik

-

-

71

Gezonde stad

Werken aan een op�male bereikbaarheid van economische kerngebieden

o

o

Bewoners verleiden tot meer bewegen.

o

+

Voldoende mogelijkheden voor zelfredzaamheid van inwoners.

o

o

Streven naar een permanente verbetering van de luchtkwaliteit: zicht op WHO norm.

o

o

Overlast van het goederenvervoer op het spoor, dwars door de stad, beperken.

o

o

Inzeten op een akoes�sch aanvaardbare woon-, werk- en leefomgeving.

o

+

Gestaag verbeteren van de bodemkwaliteit.

o

o

S�muleren van een veilig lee�limaat door samenwerking tussen bewoners en organisa�es.

o

o

De aantrekkingskracht van Dordrecht behouden en versterken

o

+

Dordrecht is koploper in mari�eme maakindustrie en blij� innoveren;

o

o

Koppelen van onderwijs- en arbeidsmarktbeleid: “In Dordt kun je gegarandeerd aan de slag”;

o

o

Investeren in het poten�eel van jongeren

o

o

Bestaande bedrijventerreinen, waaronder de Zeehaven, revitaliseren met aandacht voor duurzaamheid, circulaire economie en watergebonden bedrijvigheid;

o

o

Dordt hoort tot de top 5 van MKB-vriendelijkste gemeenten.

o

o

Dordrecht is in 2040 een zelfredzaam eiland.

o

o

Dordt verstrekt haar robuuste groenblauwe structuur tot aan de voordeur.

o

+

Dordrecht bouwt klimaatadap�ef. (voorlopig nieuwbouw, tegelwippen, kans groene tuinen, hergebruik kan ook bijdragen).

o

+

Dordt zet in op circulariteit bij gebiedsontwikkeling;

o

+

Bieden van een handelingsperspec�ef voor energiebesparing aan inwoners en bedrijven;

o

O

Alle huizen en gebouwen worden gefaseerd aardgasvrij;

o

+

Alle energie die nodig blij�, wordt duurzaam opgewekt.

o

+

Een natuurinclusieve inrich�ng bij herinrich�ng en ontwikkeling; Welstand

o

+

o

+

-

-

(maatwerk, via de vergunning, koppelkans energie)

Uitstekend ves�gingsklimaat

Klimaatbestendig

Energieneutraal

Behoud biodiversitei t

Groen dak, plate daken zijn goed te benuten voor zon en groen. Groene gevels onder voorwaarden mogelijk. Streven naar maximaal ecologisch beheer van de landschapstypologieën benoemd in de visie Groenblauw Eiland van Dordrecht; Bij grote gebiedsontwikkelingen mogelijk wel knelpunten . Monitoren van de biodiversiteit.

72

Toelichting Het plan is om aan de loca�e M.H Trompweg 229 te herontwikkelen tot een woonloca�e. In de huidige situa�e bevindt zich hier bebouwing van een voormalig opleidingsins�tuut. Het opleidingsins�tuut is verhuisd. Tijdelijk zijn hier bedrijfsverzamelgebouwen in gerealiseerd totdat het gesloopt wordt t.b.v. de woningbouwontwikkeling. Door het parkeren niet langer op maaiveld op te lossen ontstaat ruimte voor voldoende groen- en speelvoorzieningen. Ook door in te zeten op hoogbouw is er minder ruimtebeslag. Ook komen in de nieuwe gebouwen eerstelijnszorg en horeca. Dit vertaalt zich in een posi�eve bijdrage aan het doel aantrekkelijke stad. Verder bevindt deze loca�e zich in de woonwijk Wielwijk en draagt deze ontwikkeling bij aan een sterker en gedifferen�eerder Wielwijk. In het plangebied wordt ook vervangende nieuwbouw gepleegd aan sociale huurwoningen; een bijdrage aan de huidige woonkwaliteit verbeteren. Het plan hee� geen nega�eve of posi�eve invloed op bereikbare stad. Voor het plan is een verkeersonderzoek gedaan en deze wijst uit dat er geen problemen zijn voor de bereikbaarheid. In het stedenbouwkundig plan is voor deze loca�e een speelgelegenheid voorzien. Dit levert een bijdrage aan een gezonde stad en het verleiden tot het meer bewegen van de samenleving. Ook is een aanvaardbaar akoes�sch klimaat verzekerd ten aanzien van de snelweg nabij.

Er is een klein posi�ef effect te verwachten voor het aantrekkelijk ves�gingsklimaat, want in het plangebied is ruimte voor een horecagelegenheid en dus nieuwe arbeidsplaatsen. Dat is nu niet aanwezig. Het plan levert een bijdrage aan de doelstellingen op gebied van klimaat, energie en biodiversiteit. In het inrich�ngsplan en stedenbouwkundig ontwerp zijn vergroening, gasloos, duurzame energie en ruimte voor dieren en planten doorgevoerd. Daarbij wordt ons vastgestelde handboek NIBO toegepast. De nadruk ligt op de verbinding met het aangrenzende park en dat type planten te planten waar bepaalde belangrijke soorten insecten of vogels op a�omen. Wat wel mist is de monitoring van de (verbetering van) de biodiversiteit. Daarom wordt daar nega�ef op gescoord. Verder zijn er nog kansen ten aanzien van innova�eve verkeersoplossingen.

3. Beoordelingsmatrix Bedrijventerreinen Doel

Subdoelen

Referen�esitua�e

Plansitua�e

Aantrekkelijke stad

Behoud en waar mogelijk versterking van cultuurhistorische waarden;

0

0

Het water binnenhavens op�maal benuten

0

0

Voldoende ruimte bieden aan voorzieningen, spor�aciliteiten, winkels en 1e lijn medische zorg en groenvoorzieningen en streven naar mul�func�oneel ruimtegebruik;

0

0

Het maken van sterke en gedifferen�eerde lee�are woonwijken waar bewoners zich thuis voelen, waarbij het streven is naar een op�malisa�e van evenwicht tussen woningvraag en het woningaanbod;

0

0

Waar nodig de kwaliteit van de huidige woningvoorraad verbeteren

0

0

73

Bereikbare stad (prioritaire doel)

Gezonde stad (prioritaire doel)

Uitstekend ves�gingsklimaat (prioritaire doel)

Klimaatbestendig

Energieneutraal

Hoogwaardige inrich�ng van de openbare ruimte waarbij het streven is naar par�cipa�e in inrich�ng en beheer.

0

0

Dordrecht moet een echte fietsstad worden

0

0

S�muleren van het (H)OV

0

0

Parkeerbeleid en innova�eve verkeersoplossingen dragen bij aan het verminderen van het autogebruik

0

0

Werken aan een op�male bereikbaarheid van economische kerngebieden

0

0

Bewoners verleiden tot meer bewegen.

0

0

Voldoende mogelijkheden voor zelfredzaamheid van inwoners.

0

0

Streven naar een permanente verbetering van de luchtkwaliteit: zicht op WHO norm.

0

0

Overlast van het goederenvervoer op het spoor, dwars door de stad, beperken.

0

0

Inzeten op een akoes�sch aanvaardbare woon-, werk- en leefomgeving.

+

++

Gestaag verbeteren van de bodemkwaliteit.

0

0

S�muleren van een veilig lee�limaat door samenwerking tussen bewoners en organisa�es.

0

0

De aantrekkingskracht van Dordrecht behouden en versterken

+

++

Dordrecht is koploper in mari�eme maakindustrie en blij� innoveren;

0

0

Koppelen van onderwijs- en arbeidsmarktbeleid: “In Dordt kun je gegarandeerd aan de slag”;

0

0

Investeren in het poten�eel van jongeren

0

0

Bestaande bedrijventerreinen, waaronder de Zeehaven, revitaliseren met aandacht voor duurzaamheid, circulaire economie en watergebonden bedrijvigheid;

0

0

Dordt hoort tot de top 5 van MKB-vriendelijkste gemeenten.

0

0

Dordrecht is in 2040 een zelfredzaam eiland.

0

0

Dordt verstrekt haar robuuste groenblauwe structuur tot aan de voordeur.

0

0

Dordrecht bouwt klimaatadap�ef.

0

0

Dordt zet in op circulariteit bij gebiedsontwikkeling;

0

0

Bieden van een handelingsperspec�ef voor energiebesparing aan inwoners en bedrijven;

0

0

Alle huizen en gebouwen worden gefaseerd aardgasvrij

0

0

Alle energie die nodig blij�, wordt duurzaam opgewekt.

0

0

Een natuurinclusieve inrich�ng bij herinrich�ng en ontwikkeling;

0

0

74

Behoud biodiversiteit

Streven naar maximaal ecologisch beheer van de landschapstypologieën benoemd in de visie Groenblauw Eiland van Dordrecht;

0

0

Monitoren van de biodiversiteit.

0

0

4. Beoordelingsmatrix Zuidbuitenpoldersekade Doel

Referen�e-situa�e

Plan-situa�e

Aantrekkelijke stad

o

+

Bereikbare stad

o

o

Gezonde stad

o

+

Uitstekend ves�gingsklimaat

o

o

Klimaatbestendig

o

+

Energieneutraal

o

o

Behoud biodiversiteit

o

+

Toelichting Het plan is om aan het perceel van Zuidbuitenpoldersekade 3 een recrea�eve func�e te geven en geen bouwmogelijkheden op te leggen. In de huidige situa�e is er een woning aanwezig op Zuidbuitenpoldersekade 3, deze is direct onder de hoogspanningsverbinding gelegen. Uit onderzoek blijkt dat constante blootstelling aan deze energiegolven kan leiden tot gezondheidsschade. Door de woning te verwijderen en in de plaats een func�e te realiseren waarbij minder lang mensen aanwezig zijn op het perceel, wordt een posi�eve bijdrage geleverd aan een gezonde stad. Dit plan draagt ook bij aan een aantrekkelijke stad omdat er ruimte wordt geboden voor een recrea�eve voorziening voor de inwoners van Dordrecht. De omgeving kenmerkt zich met natuur- en recrea�eve func�es. Het is een aantrekkelijk gebied om te wandelen en fietsen. Dit kan straks ook plaatsvinden op deze loca�e. Door geen bouwmogelijkheden te bieden zal een onbebouwd terrein uitgangspunt worden. Er is zo meer ruimte voor groen, natuur en waterberging. Dit is een posi�eve bijdrage aan de doelstellingen voor klimaat en biodiversiteit. Het plan hee� geen nega�eve of posi�eve invloed op de doelen voor een bereikbare stad, energieneutraliteit of een uitstekend ves�gingsklimaat. Mogelijk in een verdere planfase (vergunning) komt er een andere invulling voor deze loca�e.

Dan zal dit plan opnieuw getoetst worden aan de doelen van de omgevingsvisie en is de referen�esitua�e de recrea�eve func�e.

75

DEEL G: AANVULLENDE MOTIVERING BIJ 6.3.2 Zoals in paragraaf 6.3.2 (Bodem) genoemd zijn de aandachtsbouwstoffen onvoldoende gereguleerd. Hierna volgt een aanvullende mo�vering voor het opnemen van een regeling voor (secundaire) bouwstoffen. 1. Inleiding In deze aanvullende mo�vering, behorend bij de mo�vering van de wijziging omgevingsplan van de gemeente Dordrecht voor onder andere het onderwerp bodemkwaliteit, volgt de onderbouwing en noodzaak voor een regeling voor het toepassen van (secundaire) bouwstoffen (AVI-bodemassen, grondstabilisa�e, metaalslakken en immobilisaten) en thermisch gereinigde grond. Onder de Omgevingswet zijn deze bouwstoffen en thermisch gereinigde grond onder beperkte voorwaarden vrij toepasbaar. Daarbij geldt wel een informa�eplicht. Vanuit het voorbereidingsbesluit geldt in Dordrecht sinds 1 januari 2024 een verbod op het toepassen van deze bouwstoffen en thermisch gereinigde grond. Het toepassen van deze stoffen is alleen mogelijk met een vergunning voor een buitenplanse omgevingsplanac�viteit. In de ontwerpwijziging van het omgevingsplan is het verbod doorgezet. Naar aanleiding van zienswijzen is dit instrument heroverwogen. In de defini�eve wijziging van het omgevingsplan zet de gemeente het verbod om naar een binnenplanse vergunningplicht.

Hieronder wordt beschreven wat voor de gemeente aanleiding gee� om aanvullende regels te stellen voor het toepassen van (secundaire) bouwstoffen en thermisch gereinigde grond. Vervolgens wordt de keuze van de regeling gemo�veerd. 2. Waarom aanvullende regels? In paragraaf 4.123 van het Besluit ac�viteiten leefomgeving (hierna Bal) zijn rijksregels opgenomen voor het toepassen van bouwstoffen. Met een informa�eplicht moet een aantal gegevens bij de gemeente worden aangeleverd over de toepassing van AVI bodemassen en immobilisaat. De kwaliteitseisen van de toe te passen bouwstoffen zijn vastgelegd in de Regeling bodemkwaliteit 2022. Als voldaan wordt aan de eisen van het Bal en de Regeling bodemkwaliteit dan zijn de betreffende bouwstoffen vrij toepasbaar. Dat wil bijvoorbeeld zeggen dat ze onafgedekt mogen worden toegepast of in contact mogen komen met grond- of hemelwater. In de prak�jk vinden incidenten plaats bij het toepassen van bouwstoffen. Deze incidenten veroorzaken onder andere verontreiniging van de bodem, grondwater en/of oppervlaktewater. Waar het mis gaat zijn het vaak de betreffende gemeenten die met de problema�ek worden opgezadeld. Daarnaast is er de afgelopen jaren onderzoek gedaan naar het toepassen en de gezondheidsrisico’s van de bouwstoffen en naar de regels die hierbij gelden.

De onderzoeksrapporten geven een zorgelijk beeld over de vrije toepasbaarheid van deze bouwstoffen en over de geldende regels, want die schieten tekort. Bovenstaande leidt bij ons tot de conclusie dat de huidige landelijke regels voor het toepassen van AVI-bodemassen, grondstabilisa�e, metaalslakken, immobilisaten en thermisch gereinigde grond onvoldoende bescherming bieden om verontreiniging van bodem, grondwater en/of oppervlaktewater te voorkomen.

76

In de Omgevingsvisie 1.0 hee� de gemeente doelen ten aanzien van voorzorg, preven�ef handelen en bronbestrijding bij bodemkwaliteit vastgelegd. Specifiek voor bodemkwaliteit geldt: naast verbetering van de bodemkwaliteit bij herontwikkeling wordt verslechtering van de bestaande bodemkwaliteit zoveel mogelijk voorkomen. Hiertoe stelt de gemeente in het omgevingsplan lokale normen vast. Wij stellen onszelf dus tot doel om preven�ef maatregelen te nemen gericht op het voorkomen van verslechtering van de bodemkwaliteit. Er wordt ook aangegeven dat het omgevingsplan het middel wordt om hiervoor normen op te nemen, die passen bij de lokale situa�e. Deze ambi�e wordt overgenomen in de volgende versie van de omgevingsvisie (nummer 2.0). Deze gaat binnenkort in procedure. Op basis van het voorzorgbeginsel kunnen overheden preven�ef maatregelen nemen als er gegronde redenen zijn om aan te nemen dat ac�viteiten nega�eve gevolgen en risico’s kunnen hebben voor het milieu en de gezondheid. Op grond van het voorzorgbeginsel nemen wij, aanvullend op de landelijke regels, een binnenplanse vergunningplicht voor het toepassen van de hierboven genoemde stoffen op in het omgevingsplan. In bijlage 1 bij deze memo zijn een aantal voorbeelden van recente incidenten met het toepassen van bouwstoffen en een aantal recente onderzoeken naar het toepassen en de regels daarbij beschreven. 3.

Regeling in het omgevingsplan De voorbeelden en onderzoeken geven inzicht in de (mogelijk) nega�eve gevolgen van het toepassen van de bouwstoffen AVI-bodemassen, metaalslakken, immobilisaten, grondstabilisa�e en thermisch gereinigde grond voor het milieu en de gezondheid. In onze ogen zijn dit voldoende zorgelijke signalen over de mogelijke milieuschade die kan optreden bij de (verkeerde) toepassing van deze bouwstoffen en thermisch gereinigde grond om terug te vallen op het voorzorgbeginsel. Ons doel is om deze zorgwekkende situa�es te voorkomen, in lijn met onze omgevingsvisie. Het is al jaren bekend dat er milieurisico’s kunnen zijn bij het toepassen van bouwstoffen en thermisch gereinigde grond. De huidige wetgeving biedt op dit punt onvoldoende bescherming. Wij zijn van mening dat een binnenplanse vergunningplicht het meest geschikte instrument is om grip te krijgen op de problema�ek. Een belangrijk voordeel van de vergunningplicht is dat de toepassing vooraf beoordeeld kan worden, indien gewenst of nodig in afstemming met de aanvrager of met partners (bijvoorbeeld andere overheden of het waterschap). Er zijn beoordelingsregels toegevoegd om zo goed als mogelijk vooraf duidelijk te maken op welke punten een aanvraag wordt beoordeeld.

Vanwege de verouderde en onvolledige uitlogingsnormen zijn in de beoordelingsregels opgenomen dat de bouwstoffen nu en in de toekomst niet in contact mogen komen met het grondwater en ook niet met hemelwater. Daarnaast moet het project onder meer voldoende schaalgroote hebben en moet ook bij de aanleg uitloging of verontreiniging van de onderliggende bodem, het grondwater of het oppervlaktewater voorkomen worden. In bijlage 2 zijn de kenmerken van de verschillende instrumenten op een rij gezet.

77

BIJLAGE 1

Voorbeelden van incidenten o -

-

Voorbeelden waar metaalslakken (verkeerd) zijn toegepast en milieueffecten ontstonden 4: Spijk: 700.000 ton voor uitbreiding golfclub. Eerbeek: 240.000 ton staalslakken in een afvalberg om zonnepark te bouwen. Hellevoetssluis: onder een weg Oude Tonge: Verkeerd toegepast Onder provinciale wegen in Zeeland (en Flevoland) Fietspaden van Staatsbosbeheer: uitlogen van gi�ige Vanadium 5

Uit deze voorbeelden blijkt ook dat veelal staalslakken verkeerd worden toegepast met gevolgen van dien. Ondanks de wetgeving. Ons doel is dit te voorkomen en beoordelingsruimte in te bouwen om een zorgvuldige toepassing te kunnen beoordelen (en afdwingen). o -

Voorbeelden waar AVI-bodemassen (verkeerd) zijn toegepast en milieueffecten ontstonden: Tjalmaweg Katwijk: onder nieuwe provinciale weg is Beaumix toegepast 6 Elsloo: bij verbreding van de A2 is het voorstel om Beaumix toe te passen, maar deze bevaten hoge gehalten metalen en PFAS 7

Voorbeelden van onderzoeken •

Evalua�e normeringskader (her)gebruik secundaire bouwstoffen, RIVM-rapport 2024-0074 8 Dit recente rapport van het RIVM evalueert de huidige normen (in de landelijke wet- en regelgeving) voor het toepassen van secundaire bouwstoffen. Het RIVM schrij� in het rapport: - Dat de (landelijke) normen nu niet genoeg rekening houden met de bijzondere eigenschappen die sommige bouwstoffen hebben. Ze worden te algemeen beoordeeld. - De bouwstoffen worden in dikkere lagen en met grotere hoeveelheden toegepast dan was gedacht. Daardoor kunnen de bouwstoffen bij toetsing wel aan de normen voldoen, maar in de prak�jk toch ongewenste milieueffecten veroorzaken. Op basis van deze zorgwekkende constateringen gee� het RIVM aanbevelingen aan het rijk mee voor vervolgonderzoek: -

-

Rekening houden met het effect van de zuurgraad van bouwstoffen. “Sommige bouwstoffen hebben kort nadat ze zijn gemaakt een lage zuurgraad (of hoge pH). Na een �jd kan de zuurgraad door natuurlijke processen toenemen (de pH zakt), waardoor sommige metalen in grotere hoeveelheden uit bouwstoffen kunnen vrijkomen.” Methode ontwikkelen om nieuwe stoffen in bouwstoffen op �jd op te merken.

Zie: https://nos.nl/r/445697 en https://nos.nl/l/2542672 Zie: Risico's verkeerd gebruik staalslakken waren al tientallen jaren bekend - EenVandaag 6 Zie https://nos.nl/regio/zh-west/artikel/442931-schadelijke-stoffen-gevonden-in-water-onder4 5

nieuwe-provinciale-weg-mogelijk-verband-met-beaumix 7 Zie https://elsloo.info/nieuws/nieuws-dossiers/3766-verbreding-a2 8

Dit rapport is te raadplegen via https://www.tweedekamer.nl/downloads/document?id=2024D32286

78

-

Opnieuw in kaart brengen welke (nieuwe) stoffen in secondaire bouwstoffen kunnen ziten en bepaal hiervoor normen. Methode ontwikkelen om te beoordelen of bouwstoffen meerdere keren veilig kunnen worden (her)gebruikt. “Op basis van de resultaten van deze studie en de vervolgstudies kan de beoordeling van het (her)gebruik bouwstoffen worden verbeterd. Op termijn kan de normstelling hierop worden aangepast.”

In onze ogen is het een zorgwekkend signaal uit dit onderzoek over dat bouwstoffen alleen algemeen worden beoordeeld, terwijl elke bouwstof, zeker AVI-bodemassen, metaalslakken, grondstabilisa�e en immobilisaten, unieke eigenschappen hebben. De huidige landelijke normen zijn niet toereikend genoeg aan de gevolgen van de toepassing van deze bouwstoffen en dekken dus niet dat milieuschade wordt voorkomen. Uit de aanbevelingen wordt duidelijk dat aanpassing van de normen, maar ook meer kennis over de bouwstoffen en registra�e hiervan, nodig is. Ook moet rekening gehouden worden met de zuurgraad en moeten nieuwe stoffen op �jd opgemerkt worden. •

Rekenkameronderzoek 2024: Resultaten verantwoordingsonderzoek 2023 ministerie van IenW 9 In dit onderzoek van de Algemene Rekenkamer wordt ingegaan op de beleidsresultaten (en uitgaven) ten aanzien van het gebruik van secundaire bouwstoffen in en op de bodem. Ten aanzien van de doelstellingen van het ministerie op gebied van een circulaire economie wordt ingezet op het gebruik van secundaire bouwstoffen in en op de bodem. Echter mag dit niet ten koste gaan van de bodemkwaliteit in Nederland en kleven er risico's aan het gebruik van secundaire bouwstoffen voor bodem, water en volksgezondheid. De Algemene Rekenkamer gee� aan dat in een circulaire economie het toepassen van secundaire bouwstoffen veilig hoort te zijn. Daarvoor moeten waarborgen worden ingebouwd om hoogwaardig hergebruik van bouwstoffen en bescherming van de bodem te garanderen. De Rekenkamer concludeert echter dat de verantwoordelijk staatssecretaris niet weet of de maatregelen die daarvoor moeten zorgen (in de huidige wetgeving) voldoen, terwijl zij wel op de hoogte is van de verschillende risico’s (5.3.6 Conclusie). De Algemene Rekenkamer constateert verder in het rapport dat de regels bepaalde risico’s voor mens en milieu niet goed ondervangen, namelijk: -

-

Risicovolle toepassingen zijn toegestaan. AEC-bodemas, vermengd met cement of andere bindmiddelen, wordt op veel plekken toegepast en hoe� niet gemonitord te worden, maar in die toepassing zit nog steeds verontreinigde bodemas. Aan de buitenkant is dit niet te zien en als deze beschadigd raken komt de verontreiniging in de bodem. Bovendien blijkt uit een studie van het ministerie dat na een lange periode door chemische processen en verwering van de bouwstof ook verontreinigde stoffen kunnen vrijkomen. De regels niet meer actueel zijn voor de veranderde prak�jk. De normen voor schadelijke stoffen in secundaire bouwstoffen zijn berekend op de manier van werken in 2008, terwijl de prak�jk nu anders is. “Des�jds ging het ministerie bij de toepassing van staalslakken uit van een dunne laag van maximaal 50 cen�meter. Uit onderzoek van het RIVM, in opdracht van de ILT, blijkt dat er veel meer staalslakken in dikkere lagen worden toegepast.

9

Dit rapport is te raadplegen via: https://www.rekenkamer.nl/binaries/rekenkamer/documenten/rapporten/2024/05/15/resultatenverantwoordingsonderzoek-2023-ministerie-van-infrastructuur-en-waterstaat/XII+IenW+WR.pdf Zie ook:https://www.rekenkamer.nl/actueel/nieuws/2024/05/15/snel-maatregelen-nodig-voor-veilig-hergebruik-vanafvalstoffen

79

-

-

-

Laboratoriumtesten die worden gebruikt om inzicht te geven in de veiligheid van de secundaire bouwstoffen gaan nog uit van een dunnere laag.” Sinds 2008 zijn er daarnaast veel nieuwe stoffen op de markt gekomen die niet in de wet- en regelgeving zijn opgenomen. Als deze nieuwe stoffen worden gebruikt in producten of verpakkingen, komen deze in ons afval terecht en daarmee in de AEC-bodemas. Het probleem is dat producenten van secundaire bouwstoffen niet hoeven te leten op veel van deze nieuwe stoffen. In 2006 is voor het laatst onderzoek gedaan naar welke stoffen in AECbodemas ziten. De huidige wetgeving houdt ook geen rekening met de omstandigheden op de loca�e waar het materiaal wordt gebruikt. Volgens de huidige wetgeving mogen alle secundaire bouwstoffen overal worden toegepast. Dat maakt het mogelijk om op dit moment secundaire bouwstoffen in de beschermde drinkwatergebieden toe te passen. Als er dan verontreiniging vrijkomt brengt dat de kwaliteit en beschikbaarheid van drinkwater in gevaar. De bodemregelgeving is voor het laatst herzien in 2008. Door de staatssecretaris is een herijking van de bodemregelgeving aangekondigd. Alleen pas vanaf halverwege 2025 kan pas duidelijk worden aangegeven welke wetswijzigingen worden voorgesteld.

Kortom, de overheid weet onvoldoende over de kwaliteit van secundaire bouwstoffen, want dan moet eerst achterhaald worden wat er precies in zit. En dat is in 2006 voor het laatst onderzocht (wat er in ons afval zit en wat er in bodemas overblij�). De problemen met secundaire bouwstoffen spelen al jaren, maar er lijkt geen haast te worden gemaakt met de oplossing. De oplossing zit in de regels, opnieuw tegen het licht houden, verbeteren en handhaven, maar dit volgt pas na halverwege 2025 10. In onze ogen is dit een duidelijk signaal dat het landelijk beleid is verouderd en achterloopt op de prak�jk en dus maatregelen op korte termijn nodig waren/zijn voor de bouwstoffen AVI-bodemassen, immobilisaten, grondstabilisa�e en staalslakken. Een oplossing op korte termijn wordt niet door het ministerie geboden. Vandaar dat er een voorbereidingsbesluit door de gemeente is genomen op 1 januari 2024 en dit gaat worden voortgezet met een omgevingsplanwijziging. Het is, zoals de Algemene Rekenkamer constateert, nodig om in een voorfase al maatregelen te kunnen opleggen om de risico’s op verontreiniging in te perken. Dat is niet mogelijk met huidige informa�eplicht van het rijk. Daarnaast is sprake van nala�gheid van het ministerie.

Het meest recente nieuwsbericht is: htps://www.nu.nl/klimaat/6349022/ministerie-negeert-oproepen-om-vervuilende-staalslakkenharder-aan-te-pakken.html?referrer=htps%3A%2F%2Fwww.google.com%2F •

Andere relevante onderzoeken en stukken o No��e Circulaire Bouwstoffen in de prak�jk ODNL (2022) o Literatuurstudie van het RIVM naar de Milieuhygienische kwaliteit van LD-staalslakken (april 2023) 11 o Quickscan gezondheidsrisico's van werken met grond die hergebruikte bouwstoffen bevat, RIVM (2013) o Signaalrapportage ILT, 2019 12 en juni 2022

10

Bron: https://www.rekenkamer.nl/actueel/andere-rubrieken/weblog/2024/pak-de-verontreiniging-doorbouwstoffen-aan# 11

Te raadplegen via: https://www.rivm.nl/publicaties/milieuhygienische-kwaliteit-ld-staalslakken

Zie: Analyse risico's in de keten van bodemas | Signaalrapportage | Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) 12

80

o o o

Omgevingsdienst Arnhem: gevaren van immobilisaat Onderzoek RHDHV immobilisaten Toepassing van thermisch gereinigde grond. Een evalua�e en op�es voor een toepassingskader, RIVM 2021 13

BIJLAGE 2 De verschillende mogelijkheden voor aanvullende bodemregels in het omgevingsplan. •

Verbod

Met dit instrument geldt een absoluut verbod op de betreffende ac�viteit. Het is alleen mogelijk via een BOPA (buitenplanse omgevingsplanac�viteit) af te wijken waarvoor het beoordelingskader ‘een evenwich�ge toedeling van func�es aan loca�es’ geldt. Dit is het instrument met de hoogst mogelijke bescherming om in te zeten vanuit omgevingsrecht. Vanuit het voorbereidingsbesluit werd een verbod voorgesteld. Dit verbod impliceert geen medewerking. Dat is niet het uitgangspunt, want dat is een zorgvuldige toepassing. Zolang de risicovolle bouwstoffen en thermisch gereinigde grond zorgvuldig worden toegepast, is toepassing mogelijk. •

Binnenplanse vergunningplicht

Met dit instrument kan de toepassing vooraf worden beoordeeld en kunnen indien nodig of gewenst vooraf maatregelen worden voorgeschreven. De voordelen: -

-

-

•

Met een binnenplanse vergunningplicht staat de gemeente het toepassen van de betreffende stoffen toe en kan de gemeente vooraf toetsen of de toepassing zorgvuldig is en welke voorschri�en dat moeten borgen. Maatregelen achteraf meegeven is te laat, de ac�viteit is dan al gebeurd en moet dan worden hersteld. Uitloging of verontreiniging kan dan al hebben plaatsgevonden. De toepassing of verontreiniging achteraf ongedaan maken is in de prak�jk las�g en (heel) duur. Aan de hand van de indieningsvereisten krijgt het bevoegd gezag voldoende gegevens om te kunnen beoordelen of de toepassen zorgvuldig is. Het gee� de gemeente beoordelingsruimte om elke aangevraagde toepassing zorgvuldig en op maat te beoordelen en vergunnen. Met de beoordelingsregels wordt zo veel als mogelijk duidelijkheid gegeven over de vergunbaarheid van het toepassen van een bouwstof. Er is ruimte om vooraf de zorgvuldige toepassing en eventuele maatregelen met de aanvrager of partners af te stemmen, te toetsen of voor te schrijven. Hiermee kan voorafgaand aan een werk consensus worden gezocht en wordt een ambtshalve (eenzijdig) opgelegd maatwerkbesluit, zoals bij een melding, voorkomen.

Informa�eplicht

Bij een informa�eplicht moet de indiener op een bepaald moment gegevens doorgeven aan het bevoegd gezag. Het bevoegd gezag kan alleen toetsen of de gevraagde informa�e wordt aangeleverd.

13

Zie https://www.rivm.nl/publicaties/toepassing-van-thermisch-gereinigde-grond

81

De ac�viteit (toepassing) is al toegestaan. Een informa�eplicht is onvoldoende om de volgende redenen: -

-

-

•

Dit instrument biedt geen ruimte om de toepassing en risico's te beoordelen. Als bevoegd gezag kun je alleen de gegevens die worden aangeleverd verwerken. Het bevoegd gezag mag niet beoordelen en mag de indiener ook niet aanspreken. Als er geen gegevens worden aangeleverd is de toepassing nog steeds toegestaan. De toepassing kan niet worden tegengehouden, ook al past deze niet bij de func�e van een loca�e of gebied. Kleinschalige toepassingen kunnen niet tegengegaan worden, waardoor versnipperde toepassing mogelijk is, deze slecht terugneembaar is, later niet herkenbaar is als secundaire bouwstof en kan leiden tot diffuse verslechtering van de milieukwaliteit. Maatregelen om �jdens en na toepassing de zorgplicht te monitoren zijn niet te vragen/controleren. Er kan niet getoetst worden aan provinciale regelgeving ZHOV. Instruc�eregels of belangen van de provincie kunnen niet worden getoetst. Het bevoegd gezag kan de par�j die de bouwstoffen toepast alleen aanspreken op de zorgplicht �jdens en na toepassen. Het gevoegd gezag moet zelf met bewijslast komen wanneer zij vindt dat een toepassing het milieu schaadt (pH strookje gaat nog wel, maar labanalyse is al duurder). Meestal is dat pas als de flora en fauna zichtbaar doodgaat. Het milieu hee� dan al schade opgelopen.

Meldingsplicht

Bij een meldingsplicht moet de indiener een aantal weken voordat hij de ac�viteit (toepassen) gaat uitvoeren melden aan het bevoegd gezag dat een toepassing gaat plaatsvinden. Het bevoegd gezag kan alleen toetsen of de indieningsvereisten compleet zijn. De ac�viteit (toepassing) is toegestaan als de melding compleet is. Een meldingsplicht is onvoldoende om de volgende redenen: -

-

-

Zie ook de overwegingen bij de informa�eplicht. Het bevoegd gezag kan alleen beoordelen of aan alle indieningsvereisten wordt voldaan. Het is alleen mogelijk om de indiener aan te schrijven op vereisten die missen. Het is niet mogelijk om preven�eve maatregelen ten aanzien van de toepassing voor te schrijven. Na de melding maatwerkvoorschri�en opstellen is mogelijk, maar vraagt een ambtshalve procedure (las�g uitvoerbaar binnen de termijn, omdat het gedegen onderbouwing en onderzoek vraagt). En de indiener krijgt in een laat stadium of achteraf nog extra maatregelen opgelegd. Buiten de meldplicht is het alleen mogelijk om aan te schrijven op basis van de zorgplicht. Dit kan alleen achteraf en dan hee� de toepassing al plaatsgevonden. Het is dan alleen mogelijk om mi�gerende maatregelen voor te schrijven, maar de toepassing blij� op die plek en eventuele schade moet achteraf gemi�geerd worden. Het is verboden om zonder melding de ac�viteit uit te voeren. De indiener kan pas aan de slag na het melden. De melding is akkoord als voldaan wordt aan de indieningsvereisten. Voor toepassing kunnen alleen algemeen geldende regels worden vastgesteld, maar de toepassingen wil je juist per toepassing op een loca�e afwegen. Weinig flexibel en alleen achteraf maatwerkvoorschri�en op te leggen.

82

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/1020/documents/40122