CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Motivering 4e wijziging.pdf

Gemeenteraad Dordrecht 26 mei 2026, gemeente DordrechtBij agendapunt: 13: Raadsinformatiebrief over Terinzagelegging Omgevingsplan (energie-opslagsystemen) vierde wijziging - Raadsinformatiebrief7.168 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

4 alinea's met “bopa”: 9 69 71 72

MOTIVERING Behorend bij het voorstel ‘4e wijziging omgevingsplan Dordrecht’

Datum: februari 2026 Organisatie: gemeente Dordrecht

1

Inhoud DEEL A: ALGEMEEN ................................................................................................................................. 3 1.

Inleiding ...................................................................................................................................... 3

2.

Planbeschrijving ......................................................................................................................... 3

3.

Verwerken verleende BOPA’s ..................................................................................................... 3

4.

Herstel fout bodemregel ............................................................................................................ 4

5.

Herstel horeca norm................................................................................................................... 4

6.

Dereguleringstoets ..................................................................................................................... 4

7.

Integrale afweging ...................................................................................................................... 4

DEEL B: ENERGIE-OPSLAGSYSTEMEN ...................................................................................................... 6 8.

Inleiding ...................................................................................................................................... 6

8.1.

Aanleiding en reikwijdte ........................................................................................................ 6

8.2.

Doel en oogmerken ................................................................................................................ 6

8.3.

Planbeschrijving ..................................................................................................................... 7

9.

Beleidskader en milieubeoordeling ............................................................................................ 7

9.1.

Nationaal beleidskader .......................................................................................................... 7

9.2.

Provinciaal beleidskader ........................................................................................................ 9

9.3.

Gemeentelijk beleidskader .................................................................................................. 10

9.4.

Milieubeoordeling ................................................................................................................ 11

10.

Omgevingsaspecten ............................................................................................................. 12

10.1.

Aantrekkelijke stad ............................................................................................................... 12

10.2.

Gezonde stad........................................................................................................................ 13

10.3.

Bereikbare stad .................................................................................................................... 14

10.4.

Toekomstbestendige economie ........................................................................................... 14

10.5.

Klimaatbestendige stad ........................................................................................................ 15

10.6.

Duurzame en klimaatneutrale stad ...................................................................................... 16

10.7.

Biodiverse stad ..................................................................................................................... 16

10.8.

Conclusie .............................................................................................................................. 17

11.

Uitvoerbaarheid ................................................................................................................... 17

11.1.

Participatie ........................................................................................................................... 17

11.2.

Overleg ................................................................................................................................. 18

11.3.

Economische uitvoerbaarheid ............................................................................................. 18

11.4.

Dereguleringstoets ............................................................................................................... 19

12.

Integrale afweging................................................................................................................ 20

2

DEEL A: ALGEMEEN 1. Inleiding Gemeente Dordrecht heeft gekozen voor een gefaseerde opbouw van het omgevingsplan. Het omgevingsplan wordt niet in één keer gewijzigd, maar per thema voor heel Dordrecht of per locatie voor meerdere activiteiten. Het omgevingsplan wordt gewijzigd wanneer dit nodig is (op basis van urgentie). Op deze manier wordt het omgevingsplan geleidelijk definitief gemaakt voor 2032. Daarbij is het uitgangspunt om parallelle besluitvormingsprocessen te voorkomen en daarom gebundelde omgevingsplanwijzigingen aan de gemeenteraad aan te bieden (per kwartaal bijvoorbeeld). Daardoor omvat deze wijziging van het omgevingsplan een verzameling van onderwerpen en thema’s die geregeld moeten worden voor heel Dordrecht of voor een bepaalde locatie. Deze motivering is uit delen opgebouwd. In dit algemene deel wordt de totale omgevingsplanwijziging beschreven en getoetst aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Dat laatste gebeurt op basis van de uitkomsten voor elk thema of locatie. Die zijn in de delen daarna apart beschreven en getoetst (deel B).

2. Planbeschrijving Deze wijziging van het omgevingsplan bestaat uit de volgende drie onderwerpen: 1. 2. 3. 4.

Thema energie-opslagsystemen (opvolging voorbeschermingsregels) Verwerken verleende BOPA's 2024 Herstel fout bodemregel Herstel horeca norm

Het thema energie-opslagsystemen volgt in onderdeel B.

3. Verwerken verleende BOPA’s Bij deze vierde wijziging van het omgevingsplan zullen twee buitenplanse omgevingsplanactiviteiten (hierna: BOPA's) in het omgevingsplan worden verwerkt. Het gaat daarbij om BOPA's waarbij de gemeente toestemming heeft verleend voor een personal trainingsstudio aan de Schuttevaerkade 45 (zaaknummer Z-24-444473) en voor kamerverhuur aan 7 personen aan de Paul Krugerstraat 67 in afwijking van de maximum toegestane hoeveelheid van 4 personen (zaaknummer Z-24-441696). Deze BOPA's moeten verwerkt worden in het omgevingsplan. De gemeente heeft op basis van artikel 4.17 van de Omgevingswet namelijk de verplichting om verleende BOPA's binnen 5 jaar op te nemen in het omgevingsplan. In deze vierde wijziging is invulling gegeven aan die wettelijke verplichting door regels in het omgevingsplan op te nemen die ervoor zorgen dat de BOPA's een geïntegreerd onderdeel van het omgevingsplan worden. Het gaat daarbij om een beleidsneutrale omzetting van de BOPA's en de bijbehorende onderdelen van de bestemmingsplannen die gelden op de locaties van de BOPA's. Van materieel inhoudelijke wijzigingen van de BOPA's of de bestemmingsplannen is dus geen sprake.

Voor een nadere toelichting op de wijze van verwerking van de BOPA's volgens de systematiek van het omgevingsplan, wordt verwezen naar de artikelsgewijze toelichtingen bij de artikelen in hoofdstuk 5 van het omgevingsplan. De inpassing van de BOPA's in het omgevingsplan is een verplichting. Omdat de inhoud van de BOPA's zelf al onherroepelijk is (tegen de verlening van de vergunningen is al inhoudelijk

3

geprocedeerd), kunnen bezwaren zich in de inpassingsfase primair alleen richten op de technische vertaling in de regels en kaarten, of op gewijzigde omstandigheden.

4. Herstel fout bodemregel Met de tweede wijziging van het omgevingsplan van de gemeente Dordrecht zijn de bodemregels vastgesteld. In de tabel behorend bij artikel 11.58 zijn de waarden voor de toelaatbare kwaliteit van de bodem voor de stoffen PFOA en lood opgenomen. Kortgezegd de waarden waarboven de bodem gesaneerd moet worden bij het bouwen (saneringsdrempel). In zowel het ontwerpbesluit als het vastgestelde besluit staat bij de gebruiksfunctie Industrie een waarde van 0,030 mg/kg droge stof voor PFOA. Dit is dezelfde waarde als voor de gebruiksfuncties Landbouw en Wonen. Dit is verkeerd ingevoerd in de plansoftware (een menselijke typefout), want bij Industrie hoort een hogere waarde dan die voor de gebruiksfunctie Landbouw en Wonen. De juiste waarde voor de gebruiksfunctie Industrie is 0,060 mg/kg droge stof voor PFOA. In de motivering van de tweede wijziging staat waarom deze waarde voor de gebruiksfunctie Industrie wordt opgenomen. Voor de bedrijfs- en industrieterreinen wordt namelijk aangesloten bij de INEV (Indicatieve Niveaus voor Ernstige Verontreiniging) van het rijk in 2021, omdat hier saneren vaak minder meerwaarde voor mens en milieu heeft gezien het gebruik in vergelijking tot woonwijken en agrarische gebieden. Met deze vierde wijziging wordt de juiste waarde in de tabel bij artikel 11.58 opgenomen.

Het is niet nodig om hiervoor een beoordeling door te lopen, omdat deze al in de motivering van de tweede wijziging is gedaan. Ook in de producten die zijn gebruikt voor de participatie bij de tweede wijziging is de juiste waarde opgenomen. Het betreft enkel een typefout.

5. Herstel horeca norm Met de tweede omgevingsplanwijziging zijn regels opgenomen voor de woningbouwontwikkeling op de Bouwhuyslocatie aan de M.H. Trompweg. In de plint van een gedeelte van de nieuwe woningbouw is horeca voorzien. Dit is onderbouwd en afgewogen bij de motivering in de tweede wijziging. Hierbij is in de regels de horeca-activiteit (paragraaf 5.7.1 Horeca-activiteiten) opgenomen. In verband met de techniek tijdens het vaststellen van de tweede wijziging werden wij beperkt in het opnemen van een digitaal zichtbare (omgevings)norm voor de gebruiksoppervlakte. Daarom is de norm uitgeschreven in het artikel 5.17 in het omgevingsplan. Inmiddels zijn de technische beperkingen opgelost en kunnen wij de digitale norm opnemen. Inhoudelijk wijzigt er niets aan de regel. Het betreft enkel een technisch mankement wat nu is opgelost.

6. Dereguleringstoets Voor onderdeel B is in overleg met de omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid (hierna OZHZ) een toets gedaan op uitvoeringslasten voor de gemeente, de initiatiefnemer, de vergunningverlening en toezicht en handhaving. Op basis hiervan kunnen de volgende conclusie worden getrokken: De uitvoering van deze regels leiden naar verwachting tot extra kosten voor de gemeente en omgevingsdienst. Er komen lasten voor de omgevingsdienst en gemeente bij door het invoeren van een nieuwe vergunningplicht. Hier tegenover gaan leges staan. Zie voor meer toelichting onderdeel 11.4.

7. Integrale afweging Uit deze onderbouwing blijkt dat de voorgestelde regels per saldo bijdragen aan de doelen uit de omgevingsvisie. De instructie van rijk en provincie vormen geen belemmering. De resultaten van de 4

participatie zijn betrokken bij de uitwerking van de regels en vormen geen aanleiding tot een nadere afweging. Daarmee is sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. De uitvoeringstoets toont aan dat de vierde wijziging uitvoerbaar is.

5

DEEL B: ENERGIE-OPSLAGSYSTEMEN 8. Inleiding 8.1.

Aanleiding en reikwijdte

Binnen het omgevingsplan van de gemeente Dordrecht (bestaande uit voormalige bestemmingsplannen) zijn bedrijfsmatige voorzieningen voor energiedistributie vaak toegestaan. Dit is bedoeld voor traditionele transformatorstations waarvan de effecten op de leefomgeving bekend zijn. Door de huidige netcongestie is er toenemende behoefte aan energie-opslagsystemen (ook wel batterijen) en de ontwikkeling van deze systemen gaat snel. Alleen de ruimtelijke- en milieu impact van deze systemen is niet te vergelijken met traditionele voorzieningen voor energiedistributie. Omdat deze systemen zijn toegestaan op basis van het omgevingsplan kan er niet gestuurd worden op de plaats van deze voorzieningen om zo de fysieke leefomgeving te kunnen beschermen en benutten. De energie-opslagsystemen reserveren netcapaciteit op elektriciteitsstations dat ten koste gaat van andere ontwikkelingen zoals nieuwbouw of bedrijvigheid. Ook kunnen ze de pieken op het elektriciteitsnet vergroten en kennen externe veiligheidsrisico’s. Deze wijziging van het omgevingsplan voor het onderwerp energie-opslagsystemen is vereist vanwege de uitvoering van de energietransitie en de gemeentelijke doelstellingen en uitgangspunten hierbij. Het is een urgent vraagstuk door de huidige netcongestie en nieuwbouwplannen voor de stad.

Vooraf aan deze wijziging van het omgevingsplan zijn daarom voorbeschermingsregels over energie-opslagsystemen vastgesteld. De regels in deze omgevingsplanwijziging zullen zich specifiek richten op bedrijfsmatige energieopslagsystemen met een vermogen van 1MW (MegaWatt) en daarboven en een opslagcapaciteit van 1MWh (MegaWattUur) en daarboven. Vanaf deze grenzen kunnen de energie-opslagsystemen negatieve effecten hebben op de netbalancering en is sprake van externe veiligheidsrisico’s. De regels zijn van toepassing voor heel het grondgebied van de gemeente.

8.2.

Doel en oogmerken

Het is nu veelal bij recht toegestaan of met alleen een omgevingsvergunning bouwen binnenplans energie-opslagsystemen te plaatsen. Het doel van deze regels is om de negatieve effecten van deze activiteit te beperken, maar niet onmogelijk te maken. Het is nodig om ruimte te maken voor de beoordeling van de effecten van deze energie-opslagsystemen ten aanzien van de prioritering van verschillende nieuwe ontwikkelingen in de gemeente zoals de energietransitie, nieuwbouw, bedrijvigheid en omgevingsveiligheid. Een energie-opslagsysteem levert niet altijd een bijdrage aan de verduurzaming of lokale economie van Dordrecht. Het reserveert netcapaciteit die ten koste gaat van andere ontwikkelingen en kan zelfs netcongestie veroorzaken in plaats van verminderen 1. Het is van belang dat de beperkte ruimte op het elektriciteitsnet van Dordrecht wordt benut voor de energietransitie, nieuwbouw en de voortgang van de verduurzaming van (bedrijfs)activiteiten. Wanneer wij als gemeente geen regels voor energie-opslagsystemen stellen kunnen hierdoor ruimtelijke ontwikkelingen ontstaan die vanwege de energievraag ten koste gaan van andere ruimtelijke ontwikkelingen. Het is daarom gewenst dat het college een nadere afweging kan maken ten aanzien van deze ruimtelijke ontwikkelingen.

1

Nationaal Programma RES, Factsheet Opslag van elektriciteit, 23 december 2023, p. 7

6

Het doel is dat de gemeente voor deze systemen voorwaarden kan stellen op het gebied van ruimtelijke impact en veiligheid. Dit voorstel beoogt niet om de bouw en exploitatie van een energieopslagsysteem onmogelijk te maken. De regels zijn gesteld met het oog op: -

Het behouden van de mogelijkheden voor verduurzaming van bedrijfsactiviteiten Het bevorderen van een duurzame ontwikkeling Het op zo kort mogelijke afstand van elkaar realiseren van vraag naar- en aanbod van energie Het kunnen overschakelen van fossiele energie naar hernieuwbare energie Het in stand houden van een veilige en gezonde leefomgeving

Deze oogmerken zijn ontleend aan de Omgevingsvisie 2.0 van de gemeente Dordrecht en de Regionale Energiestrategie van de Drechtsteden (hierna RES Drechtsteden).

8.3.

Planbeschrijving

Voor deze wijziging van het omgevingsplan voor het thema energie-opslagsystemen zal de volgende set regels worden toegevoegd aan het omgevingsplan van de gemeente Dordrecht: 1. Vergunningplicht voor het in gebruik nemen van een energie-opslagsysteem 2. Aanvraagvereisten en beoordelingsregels die zich richten op een zorgvuldige uitrol van de energietransitie en de bescherming van de veiligheid Een energie-opslagsysteem kan in gebruik worden genomen zolang deze voldoet aan de beoordelingsregels. Deze beoordelingsregels zijn gebaseerd op de ruimtelijke impact van een energieopslagsysteem, de doelstellingen op het gebied van het vestigingsklimaat voor ondernemers en de doelstellingen voor milieu en veiligheid, zoals geformuleerd in de omgevingsvisie 2.0.

9. Beleidskader en milieubeoordeling In dit hoofdstuk wordt ingegaan op het beleid en instructieregels op nationaal-, provinciaal en gemeentelijk niveau voor energie-opslagsystemen en de milieubeoordeling.

9.1.

Nationaal beleidskader

In de nationale omgevingsvisie (NOVI) is de langetermijnvisie voor Nederland opgenomen. Hierin worden het toekomstperspectief en de nationale belangen (ambities) en opgaven in de fysieke leefomgeving beschreven. Waar de opgaven vragen om een geïntegreerde benadering, komen deze samen in vier prioriteiten, die de richting geven voor de nationale beleidskeuzes. De vier prioriteiten zijn: 1. 2. 3. 4.

Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Duurzaam economisch groeipotentieel Sterke en gezonde steden en regio’s Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied

Bij ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie wordt aangegeven dat Nederland voorbereidt moet worden op de klimaatverandering en de overstap naar duurzame energiebronnen. Bij het duurzaam economisch groeipotentieel wordt aangegeven dat in Nederland sterker wordt ingezet op duurzaamheid en circulariteit. De volgende nationale belangen (ambities) gaan in op de energietransitie, duurzame economie en veiligheid: 7

1. Bevorderen van een duurzame ontwikkeling van Nederland als geheel en van alle onderdelen van de fysieke leefomgeving. 2. Waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving. 3. Realiseren van een betrouwbare, betaalbare en veilige energievoorziening, die in 2050 CO2arm is, en de daarbij benodigde hoofdinfrastructuur. Gemeenten zijn daarbij aan zet om op lokaal niveau de energietransitie zorgvuldig uit te rollen 2. Instructieregels In het Besluit kwaliteit leefomgeving (hierna: Bkl) staan de instructies waar een omgevingsplan aan moet voldoen. In paragraaf 5.1.2 zijn de vereisten voor in het omgevingsplan ten aanzien van het waarborgen van de veiligheid opgenomen. Zo wordt voor risico’s van branden, rampen en crises rekening gehouden met belang van het voorkomen, beperken en bestrijden daarvan en de mogelijkheden voor personen om zich in veiligheid te brengen. Op dit moment is een energie-opslagsysteem in de rijksregelgeving nog niet aangemerkt als een milieubelastende activiteit met omgevingsveiligheidsrisico’s. Onderzoek van het rijk laat wel zien dat energie-opslagsystemen een voor (externe) veiligheid relevante installatie is waaraan ontwerp- en constructie-eisen moeten worden gesteld voor een veilige exploitatie ervan.

Ook leidt exploitatie van energie-opslagsystemen mogelijk tot het ontstaan van explosie- en gifwolk aandachtsgebieden hetgeen ruimtelijke consequenties met zich meebrengt. Het rijk heeft wel het voornemen om energie-opslagsystemen aan te wijzen als milieubelastende activiteit. 3 Dit is de reden om vanuit veiligheid regels in het omgevingsplan te stellen voor energieopslagsystemen. De beoordelingsregels vanuit omgevingsveiligheid zijn in voorbereiding op deze toekomstige rijksregel aangepast. Het doel van de regels sluit aan bij de instructieregel voor het voorkomen en beperken van rampen en crises. De andere instructieregels van het rijk voor het omgevingsplan zijn: -

-

Beschermen van de waterbelangen Beschermen van de gezondheid en het milieu Beschermen van landschappelijke, stedenbouwkundige en cultuurhistorische waarden en een zorgvuldig ruimtegebruik bij het toevoegen van stedelijke functies zoals detailhandel (laddertoets) Behoud van ruimte voor toekomstige functies Behouden van de staat en werking van grote infrastructuur en nationale veiligheid Bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare ruimte

De voorgestelde regeling voor energie-opslagsystemen heeft verder geen effecten op deze instructieregels van het Bkl. De regeling voor de energie-opslagsystemen is bedoeld voor een zorgvuldige uitrol van de energietransitie. Onder het huidige recht zijn deze systemen direct toegestaan. De voorgestelde regeling belemmert de bescherming van de waterbelangen, gezondheid en het milieu en het behoud van ruimte voor toekomstige functies niet. De voorgestelde regeling beoogt eigenlijk ook te voorkomen dat energie-opslagsystemen ruimte voor toekomstige functies beperkt en draagt daarmee bij aan de instructieregels. De landschappelijke, stedenbouwkundige en cultuurhistorische waarden zijn beschermd via huidige regimes in het omgevingsplan waar de 2

3

Bron: www.vng.nl/sites/default/files/gemeentelijk-pespectief-novi.pdf

Rapport Onderzoek Veiligheid Energie Opslag Systemen (dec 2023) 8

energie-opslagsystemen ook aan moeten voldoen. Daarmee voldoet de regeling voor energieopslagsystemen aan de instructieregels van het Bkl. Toetsing beleidskader Het belang om regels te stellen voor energie-opslagsystemen is in lijn met de nationale omgevingsvisie die inzet op een duurzame ontwikkeling en een betrouwbare energievoorziening. De voorgestelde regeling voor energie-opslagsystemen in het omgevingsplan is opgesteld met het oog op waarborgen van de veiligheid. Voor de rest voldoen de regels aan de instructieregels.

9.2.

Provinciaal beleidskader

In het omgevingsbeleid van de provincie Zuid-Holland, bestaande uit de provinciale omgevingsvisie, programma’s en de omgevingsverordening, zijn de volgende speerpunten ten aanzien van energie opgenomen: 1. Ruim baan geven aan zonne-energie op daken; 2. De warmte zoveel mogelijk lokaal en regionaal opwekken voor onze gebouwen en kassen en werken aan een robuust warmtetransportnet; 3. Zuinig omgaan met ons open landschap en natuur, met name het Groene Hart. Belangrijk hierbij is om slim gebruik te maken van de ruimte. 4 In de provinciale omgevingsvisie is het beleidsdoel energietransitie opgenomen waarin is aangegeven dat gestreefd wordt naar een klimaatneutrale energievoorziening. Uitwerking staat in de RES (Regionale energie strategieën) met gemeenten. De ontwikkeling en ruimtelijke inpassing van het energiesysteem zijn een uitdaging in Zuid-Holland door de beperkte ruimte en overbelasting van het stroomnet. Daarom wordt ingezet op het slim en efficiënt inrichten van de energiesystemen (elektriciteits-, waterstof- en warmtenetten om de energietransitie mogelijk te maken. Instructieregels In de omgevingsverordening zijn instructies van de provincie opgenomen waar de gemeente in haar omgevingsplan rekening mee moet houden. Dit zijn: -

Beschermingscategorie en type van gebieden om ruimtelijke kwaliteit te waarborgen. Vereisten voor inpassen, aanpassen en transformeren Regels voor wonen, kantoren, detailhandel Regels ten aanzien van de omgevingsveiligheid en het aanwijzen van risicogebieden externe veiligheid Bescherming van onder andere het Natuurnetwerk Nederland en erfgoed (buitengebied en landgoederen)

Er zijn geen specifieke instructieregels voor energie-opslagsystemen. Nieuwe energie-opslagsystemen moeten getoetst worden aan deze instructieregels van de provincie zodat deze goed worden ingepast in de omgeving. Afhankelijk van de casus en de locatie zijn de provinciale regels van toepassing. Toetsing beleidskader

4

Bron: https://www.zuid-holland.nl/onderwerpen/energie/energie-omgevingsbeleid/

9

Er zijn geen specifieke instructies op provinciaal niveau ten aanzien van energie-opslagsystemen. Het is in lijn met het provinciale beleid, waarbij een deel van de instructieregels zal moeten worden getoetst wanneer een energie-opslagsysteem wordt geplaatst.

9.3.

Gemeentelijk beleidskader

Omgevingsvisie 2.0 De in de Omgevingsvisie 2.0 geformuleerde hoofdopgave is de groei van het aantal inwoners en arbeidsplaatsen. Waarbij rekening wordt gehouden met alle aspecten van de fysieke leefomgeving. Om dit te bewerkstelligen zijn een zevental doelen geformuleerd. De keuzes die de gemeente maakt bij de realisatie van de hoofddoelstelling moeten passen binnen deze doelen. In dit kader zijn een drietal doelen relevant; -

Dordrecht is in 2040 een duurzame en klimaatneutrale stad Dordrecht is een gezonde stad Dordrecht heeft een toekomstbestendige economie

Dordrecht is in 2040 een duurzame en klimaatneutrale stad In 2040 is de ambitie om geen uitstoot van broeikasgassen meer te hebben of dat die uitstoot wordt gecompenseerd. De doelen, opgaven en aanpak voor klimaatneutraal staan in het programma de Routekaart klimaatneutraal 2040. Hierin zijn de volgende doelstellingen opgesteld: •

a. We stoppen met het gebruik van aardgas.

•

b. We zetten sterk in op energiebesparing.

•

c. We stoppen met het gebruik van benzine, diesel e.d.

•

d. We zetten in op duurzame opwekking van elektriciteit.

•

e. We realiseren dit met de hoogst haalbare maatschappelijke opbrengst.

Deze milieudoelstellingen hebben ook impact op bedrijven. Dit is verder uitgewerkt in de RES (Regionale energiestrategie) Drechtsteden. Dordrecht is een gezonde stad Energie-opslagsystemen hebben invloed op de leefomgeving. Een van de thema's binnen het doel Gezonde stad is externe veiligheid. Binnen dit thema streven wij naar een zo veilig mogelijke ruimtelijke inrichting van de stad. Recente onderzoek van het RIVM ("Onderzoek relevantie energieopslagsystemen voor omgevingsveiligheid" RIVM-briefrapport 2024-0012) laat zien dat het plaatsen van een EOS, in de vorm van lithium-ion batterijmodules, bij optredende incidenten zodanige explosie en gifwolk effecten kunnen optreden dat deze negatieve invloed hebben op de leefomgeving. Dordrecht heeft een toekomstbestendige economie In de Omgevingsvisie is als doel opgenomen dat Dordrecht een toekomstbestendige economie heeft. Ondernemers zijn belangrijk voor de stedelijke economie. Als onderdeel van deze doelstelling is opgenomen dat bestaande bedrijventerreinen moeten worden gerevitaliseerd waarbij aandacht is voor duurzaamheid. Door het verduurzamen ontstaat een schonere industrie wat goed is voor het woon- en leefklimaat van de stad. Echter, de duurzaamheidseisen moeten niet een te grote drempel vormen voor nieuwe bedrijven of nieuwbouw. 10

RES (Regionale energiestrategie) Drechtsteden In de Drechtsteden gebruiken vele bedrijven op jaarbasis meer dan 50.000 KWh aan elektra of meer dan 25.000 m3 aardgas. Voor deze bedrijven geldt een energiebesparingsplicht. De gemeente stimuleert dat er grootschalig zon op dak wordt gerealiseerd op bedrijfsdaken. Ook worden opties onderzocht om het plaatsen van zonnepanelen op grote bedrijfspanden te verplichten. De energietransitie waarbij van aardgas naar duurzame energie wordt overgestapt heeft ook als gevolg dat het elektriciteitsnet onder druk komt te staan. Deze transitie levert netcongestie op. Dit betekent dat het elektriciteitsnet moet worden verzwaard, wat tijd en geld kost. Ondertussen moeten er keuzes worden gemaakt over welke ruimtelijke ontwikkelingen kunnen worden aangesloten op het elektriciteitsnet. Energie-opslagsystemen zijn nodig voor de energietransitie naar duurzame energie. Dit aangezien de hoeveelheid energie dat wordt opgewekt door bijvoorbeeld wind of zon afhankelijk is van het weer. Ook is het verbruik van energie niet altijd gelijk aan de hoeveelheid energie die wordt opgewekt. Om een variabele energievoorziening en een goede match met het energieverbruik mogelijk te maken zal er ook gebruik moeten worden gemaakt van opslagsystemen.

Energie-opslagsystemen met een eigen aansluiting leggen op dit moment een disproportionele druk op de beschikbare transportcapaciteit van het elektriciteitsnet. Hierdoor blijft er minder transportcapaciteit beschikbaar voor andere ontwikkelingen zoals de nieuwbouwopgave en vestiging of uitbreiding van bedrijven (arbeidsplaatsen). Toetsing beleidskader De Omgevingsvisie van Dordrecht en de RES Drechtsteden hebben als gezamenlijk doel het verduurzamen van Dordrecht. Dit is noodzakelijk voor een goed woon- en leefklimaat. Deze energietransitie naar duurzaam opgewekte energie heeft impact op het elektriciteitsnet van Dordrecht. Dit heeft ruimtelijke impact aangezien netcongestie ertoe kan leiden dat nieuwe (bedrijfs)activiteiten niet meer mogelijk zijn of dat bestaande bedrijfsactiviteiten worden beperkt in de overschakeling naar hernieuwbare energie. Het is voor de gemeente van belang dat een EOS bijdraagt aan de verduurzaming van de gemeente en daarnaast ook de bestaande en nieuwe bedrijfsactiviteiten ondersteunt in deze transitie. Daarmee heeft deze regeling vanuit een ander motief een aanvullende werking op artikel 6.12 van de Energiewet. Naast verduurzaming richt de omgevingsvisie zich op het creëren van een veilige en gezonde leefomgeving. Energie-opslagsystemen hebben invloed op de leefomgeving zowel in termen van ruimtelijke inpassing als, veiligheid.

Het is voor de gemeente van belang dat vestiging een energieopslagsysteem niet leidt tot een onevenredig ruimtebeslag en/of (milieu)belasting.

9.4.

Milieubeoordeling

Bepaalde activiteiten kunnen in potentie gevolgen met zich meebrengen voor het milieu. Op basis van de Omgevingswet hebben gemeenten de plicht om deze mogelijke nadelige milieueffecten in beeld te brengen door middel van een mer-beoordeling (milieueffectrapportage). Een merbeoordeling is op grond van de Omgevingswet verplicht voor activiteiten die opgenomen zijn in kolom 1 van bijlage V van het Omgevingsbesluit. Het doel daarbij is om vast te stellen of activiteiten aanzienlijke negatieve effecten op het milieu kunnen hebben en, zo ja, hoe die effecten dan zoveel mogelijk beperkt of voorkomen kunnen worden. De nieuwe regels voor energie-opslagsystemen gaan niet over nieuwe activiteiten in de zin van kolom 1 van bijlage V van het Omgevingsbesluit. Onderdeel c gaat over energie-industrie en onderdeel i over opslag. Hier komen geen energie-opslagsystemen in voor. De regels hebben dus geen betrekking 11

op nieuwe activiteiten die nadelige gevolgen voor het milieu met zich meebrengen in de zin van het Omgevingsbesluit. Wel worden in het volgende hoofdstuk Omgevingsaspecten de (milieu)effecten van deze regels beschouwd.

10. Omgevingsaspecten In dit hoofdstuk worden de voorgestelde regels voor energie-opslagsystemen getoetst aan de relevante omgevingsaspecten. Dit gebeurt aan de hand van de doelen uit de omgevingsvisie 2.0. Op dit moment zijn energie-opslagsystemen grotendeels toegestaan op basis van het omgevingsplan (binnen de functie bedrijf). Vanuit de energietransitie en veiligheid is het nodig een vergunningplicht op te nemen om zorgvuldige plaatsing van deze systemen in de fysieke leefomgeving te waarborgen. Het doel is niet om energie-opslagsystemen onmogelijk te maken. Er is ook geen sprake van een nieuw ruimtebeslag.

10.1. Aantrekkelijke stad Als onderdeel van het doel voor een aantrekkelijke stad zet de gemeente in op voldoende ruimte voor verschillende soorten voorzieningen, sterke en gedifferentieerde woonwijken waar bewoners zicht thuis voelen, verdichting en een hoogwaardige inrichting van de openbare ruimte. De regels voor energie-opslagsystemen zijn nodig om te voorkomen dat de energietransitie wordt belemmerd. Dit speelt voornamelijk bij bedrijven en niet bij woningen of voorzieningen, gezien de netcongestie. Er is dus geen sprake van positieve of negatieve effecten ten aanzien van het bereiken van sterke en gedifferentieerde woonwijken of verdichten. Ook is geen sprake van nieuw ruimtebeslag dus zullen geen positieve of negatieve effecten optreden ten aanzien van het vergroenen, vergroten van de leefbaarheid en het levendig houden van de stad. De energie-opslagsystemen zijn op dit moment grotendeels toegestaan op basis van het omgevingsplan. De bescherming van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden is niet aan de orde. Waar het nodig is deze te beschermen, geldt al een regime op basis van het omgevingsplan. Vanuit archeologie geldt standaard een beschermingsregime als in de grond wordt geroerd of het waterpeil wordt gewijzigd. Deze geldt nu al voor het plaatsen van energie-opslagsystemen. Daarmee zijn de archeologische waarden voldoende beschermd.

Indirect is wel sprake van een positief effect. Met een regeling voor energie-opslagsystemen wordt bijgedragen aan de ruimtelijke ontwikkelingen op gebied van economie en woningbouw in Dordrecht die nodig zijn om het doel aantrekkelijke stad te realiseren. Doel

Uitgangspunten

Sterke en gedifferentieerde woonwijken

Referentie situatie (geen EOS regels) o

Plan situatie (uitvoering EOS regels) o

Aantrekkelijke stad

• •

Kwaliteit door verdichten

o

o

•

Groene stad

o

o

•

Leefbare stad

o

o

•

Levendige stad

o

o

•

Aantrekkelijke entrees

o

o

12

Conclusie Geconcludeerd kan worden dat er geen directe negatieve of positieve effecten te verwachten zijn en indirect sprake is van een positief effect ten aan zien van het doel aantrekkelijke stad.

10.2. Gezonde stad Het doel gezonde stad richt zich op het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving. Een goede fysieke en mentale gezondheid vormt mede de basis voor een veerkrachtige inclusieve stad. De kwaliteit en inrichting van de stad heeft direct effect op lichamelijke en mentale gezondheid van de inwoners. Ook wordt gewerkt aan het permanent verbeteren van de milieukwaliteit in de stad en een groene omgeving. Omdat de energie-opslagsystemen nu ook al kunnen worden gebouwd zal het een neutraal effect hebben op het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde leefomgeving. Het heeft geen invloed op het bieden van voldoende ruimte om te bewegen en ontmoeten, de toegankelijkheid van gebieden en een groene inrichting. In relatie tot het bereiken van onze doelen en het opvolgen van de instructieregels voor een veilige en gezonde fysieke leefomgeving is het nodig om regels te stellen over de veiligheid bij energieopslagsystemen. Op landelijk niveau is aangetoond dat energie-opslagsystemen negatieve effecten kunnen hebben op een veilige leefomgeving. Dan gaat het over de explosie- en gifwolkeffecten die de lithium-houdende batterijen kunnen hebben.

Op dit moment is nog niets geregeld voor deze negatieve effecten op de leefomgeving en zijn de energie-opslagsystemen op dit moment op lokaal niveau vrij te plaatsen, maar is wel regelgeving in voorbereiding op rijksniveau. Om dit te overbruggen en ook op lokaal niveau een veilige inrichting van de stad te realiseren is het nodig om de risico’s vooraf aan het in gebruik nemen van een energie-opslagsysteem te kunnen beoordelen. De regeling voorkomt verdere negatieve effecten ten aanzien van een veilige leefomgeving. Daarom is sprake van een positieve score ten opzichte van de referentiesituatie. Energie-opslagsystemen hebben net als warmtepompen en andere installaties geluideffecten. In de huidige situatie geldt de standaardnorm van 50 dB in het tijdelijk omgevingsplan ook voor energieopslagsystemen. De zorgplicht bepaald dat eenieder hier rekening mee moet houden. In de voorbeschermingsregels voor energie-opslagsystemen was een geluidnorm voor 40 dB opgenomen, in aansluiting bij de landelijke geluidnorm voor warmtepompen. Na verdere afstemming en overleg is besloten dat de huidige standaardnorm voldoende is en in lijn is met de omgevingsvisie 2.0. Ook loopt momenteel een regionaal traject voor geluidregels. In dat traject wordt de geluidsnorm voor installaties nader beschouwd en indien nodig aangepast. Deze zal dan ook kunnen gaan gelden voor energie-opslagsystemen.

Ten aanzien van het aspect bodem (en grondwater) geldt het standaardregime als in de bodem wordt gegraven/geroerd welke voldoende bescherming biedt. De aspecten trillingen, luchtkwaliteit en geur zijn niet aan de orde bij energie-opslagsystemen. Doel

Uitgangspunten

Gezonde stad

•

Realiseren, verbeteren en in stand houden van voldoende ruimte op te spelen, bewegen, ontmoeten en het groen te beleven

• •

Referentie situatie o

Plan situatie o

Een voor iedereen toegankelijke leefomgeving

o

o

Stimuleren van gebruik van speel-, beweeg-, sport- en ontmoetingsplekken en groenblauwe routes

o

o

13

•

Gezonde klimaatadaptieve, groene inrichting van de openbare ruimte

o

o

•

Een sociaalveilige inrichting van de leefomgeving en rookvrije kindomgevingen

o

o

•

Een gezonde voedselomgeving

o

o

•

Veilige leefomgeving (externe veiligheid)

o

+

•

Streven naar een permanente verbetering van de luchtkwaliteit met zicht op de WHO advieswaarde

o

o

•

Streven naar het verbeteren van het akoestisch klimaat

o

o

Werken aan een goede bodem- en waterkwaliteit

o

o

•

Conclusie Er is een positieve effect op het doel Gezonde stad te verwachten.

10.3. Bereikbare stad Bij het doel bereikbare stad zet de gemeente in op een goede bereikbaarheid, nu en in de toekomst, via water, spoor en weg. Ook moet er een goede balans zijn tussen bereikbaarheid en leefbaarheid. Het in gebruik nemen van een energie-opslagsysteem heeft geen gevolgen voor de bereikbaarheid. Het zal dit doel ook niet negatief beïnvloeden, omdat het niet ten koste zal gaan van ruimte die nodig is voor (fiets)parkeren of een goede verkeersafwikkeling. De regels zijn bedoeld om te voorkomen dat de energietransitie wordt belemmerd. Doel

Uitgangspunten

Bereikbare stad

•

STOMP principe

Referentie situatie o

Plan situatie o

•

Nabijheidsprincipe

o

o

•

Langzaam verkeer en OV krijgt waar mogelijk voorrang op de auto

o

o

•

Terugbrengen autoverkeer op plekken waar dat noodzakelijk en wenselijk is

o

o

•

Slimmer organiseren van autoparkeren

o

o

Conclusie Er zijn geen positieve of negatieve effecten te verwachten ten aanzien van het doel Bereikbare stad.

10.4. Toekomstbestendige economie Met het doel een toekomstbestendige economie zet de gemeente in op het met aandacht vergroten van het verdienvermogen met perspectief voor bedrijven en werknemers en optimale benutting van de schaarse ruimte. Verder wordt ingezet op een duurzame economie en een inclusieve economie. Ondernemers zijn belangrijk voor de stedelijke economie. Als onderdeel van deze doelstelling is opgenomen dat bestaande bedrijventerreinen moeten worden gerevitaliseerd waarbij aandacht is voor duurzaamheid. Door het verduurzamen ontstaat een schonere industrie wat goed is voor het woon- en leefklimaat van de stad. Ten aanzien van het bereiken van een duurzame economie zullen de regels van energieopslagsystemen een positieve bijdrage hebben. Op dit moment kunnen de energie-opslagsystemen 14

overal binnen de functie bedrijf geplaatst worden. Dit kan negatieve effecten hebben op het verduurzamen van bestaande en nieuwe bedrijventerreinen. Door in het omgevingsplan regels op te nemen die de gemeente afwegings- en beoordelingsruimte geeft kan de gemeente voor het in gebruik nemen van een energie-opslagsysteem vooraf nagaan of deze negatieve effecten gaat geven. Zo kunnen deze worden voorkomen. Het verduurzamen van de economie wordt daarmee veiliger gesteld. Een energie-opslagsysteem is een vorm van duurzame energie en het is niet de bedoeling deze systemen onmogelijk te maken of volledig te weren. Wel vormt een vergunningplicht een extra last voor bedrijven en ondanks de positieve bijdrage zijn belemmeringen voor bedrijven niet uit te sluiten. Mogelijk wordt een bedrijf wat beperkt in hun ontwikkeling. Het sluit wel aan bij een juiste benutting van de schaarse ruimte. Met deze vergunningplicht wordt gezorgd dat de schaarse ruimte en netcongestie zorgvuldig worden ingevuld/zorgvuldig mee om wordt gegaan. Dat betekent dat er meer positieve effecten dan negatieve effecten te verwachten zijn. Doel

Uitgangspunten

Toekomstbestend ige economie

• • •

Toekomstbestendige economie

Referentie situatie o

Plan situatie o

Duurzame economie

o

+

Inclusieve economie

o

o

Conclusie Er is sprake van een licht positief effect op het doel van een toekomstbestendige economie ten aanzien van duurzaamheid.

10.5. Klimaatbestendige stad De gemeente heeft als doel om in 2040 klimaatbestendig te zijn. Het accent bij deze doelen ligt op: klimaatadaptief bouwen, versterking water- en groenstructuren en waterveiligheid. De regels voor energie-opslagsystemen zijn nodig voor een zorgvuldige uitrol van de energietransitie. In de huidige situatie zijn deze systemen vaak al toegestaan op basis van het omgevingsplan. De regels hebben ook geen nieuw ruimtebeslag tot gevolg. Dit heeft geen directe link met klimaatbestendigheid van de stad; de regels staan dit doel ook niet in de weg. Er zijn geen positieve of negatieve effecten te verwachten. Doel

Uitgangspunten

Klimaatbestendig e stad in 2040

• •

Robuuste groenblauwe structuur tot aan voordeur

Referentie situatie o

Plan situatie o

Nieuw (bouw)plan draagt bij aan groenblauwe stad

o

o

•

Mate van wateroverlast verkleinen

o

o

•

Tuinen en omgeving vergroenen

o

o

•

Zelfredzaam

o

o

•

Water en bodem sturend

o

o

Conclusie Geen negatieve of positieve effecten op het doel klimaatbestendige stad. 15

10.6. Duurzame en klimaatneutrale stad De gemeente heeft als doel om in 2040 duurzaam en klimaatneutraal (energieneutraal) te zijn. De regels voor energie-opslagsystemen zijn primair bedoeld om de realisatie van dit doel veilig te stellen. Het doel van de regels is namelijk een zorgvuldige uitrol van de energietransitie en te voorkomen dat energie-opslagsystemen dit beperken. In de huidige situatie kunnen namelijk energie-opslagsystemen veelal vrij geplaatst worden en met hun nieuwe aansluiting de energietransitie belemmeren. Energieopslagsystemen kunnen namelijk (na aansluiting) een disproportionele druk hebben op de beschikbare transportcapaciteit van het elektriciteitsnet. Hierdoor blijft er minder transportcapaciteit beschikbaar voor andere ontwikkelingen zoals de nieuwbouwopgave en vestiging of uitbreiding van bedrijven (arbeidsplaatsen). Met deze regels wordt een slim en lokaal (evenwichtig) gebruik van energie mogelijk gemaakt. Er komt namelijk beoordelingsruimte en afweging voor het bevoegd gezag voordat een energie-opslagsysteem in gebruik wordt genomen waarmee getoetst kan worden of de energie evenwichtig wordt gebruikt. Op die manier wordt geborgd dat de energietransitie zo min mogelijk wordt belemmerd en de ontwikkeling van de stad en overstap naar duurzame energie door kan gaan. Het levert een grote bijdrage aan deze doelstelling. Doel

Uitgangspunten

Duurzame en klimaatneutrale stad in 2040

•

Route gebouwde omgeving: we helpen inwoners, organisaties en bedrijven om energie te besparen

•

Referentie situatie +

Plan situatie +

Route gebouwde omgeving: we gaan stap voor stap over naar andere manieren van verwarmen van woningen en gebouwen

o

o

•

Route gebouwde omgeving: bij nieuwbouw zetten we in op klimaatneutraal groeien

o

o

•

Route energie: de vraag naar energie die overblijft na besparen wekken we duurzaam op

o

o

•

Die opgewekte energie gebruiken we slim en lokaal

o

++

Conclusie Er is sprake van een duidelijk positief effect op het doel duurzame stad ten opzichte van de huidige situatie.

10.7. Biodiverse stad De gemeente zet in op het beschermen en bevorderen van de biodiversiteit. De regels voor energieopslagsystemen hebben geen effecten op dit doel. In de huidige situatie is het reeds mogelijk deze systemen te plaatsen. Flora en fauna en stikstof zijn niet aan de orde. Het gaat niet over een nieuw ruimtebeslag. In het huidige regime moet al aan de regels ten aanzien van flora en fauna en stikstof worden voldaan. Dit wijzigt niet. Doel

Uitgangspunten

Biodiverse stad

•

Behalen minimaal basiskwaliteit natuur

Referentie situatie o

Plan situatie o

•

Stoppen achteruitgang biodiversiteit

o

o

•

Voorkomen verspreiding ziekten en plagen en bijen behouden en stimuleren

o

o

16

•

Natuurvriendelijke bebouwde omgeving

o

o

•

Ecologische openbare ruimte en klimaatbestendige buitenruimte

o

o

Conclusie Er zijn geen positieve of negatieve effecten te verwachten ten aanzien van het doel biodiverse stad.

10.8. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat de nieuwe regeling voor energie-opslagsystemen niet in strijd is met de omgevingsvisiedoelen. Totaal wordt een positieve bijdrage aan de omgevingsvisiedoelen verwacht ten aanzien van het doel om in 2040 klimaatneutraal te zijn. Met deze regels wordt geborgd dat energie slim en lokaal wordt gebruikt en de energietransitie niet kan worden belemmerd. Het is wel zo dat de nieuwe regeling niet aan alle omgevingsvisiedoelen een bijdrage leveren, maar ook geen afbreuk doen.

11. Uitvoerbaarheid In dit hoofdstuk volgt de toetsing van de regels voor energie-opslagsystemen aan de maatschappelijke en financiële haalbaarheid.

11.1. Participatie Voor deze wijziging van het omgevingsplan is een participatieplan en participatieverslag opgesteld. Beide documenten zijn te vinden via [weblink wordt bij publicatie ingevoegd]. Deze wijziging is voorafgegaan aan de vaststelling van voorbeschermingsregels zonder participatie van belanghebbenden. Vanuit de Omgevingswet is het verplicht participatie te organiseren voor een omgevingsplanwijziging. Het volgende is aan participatie georganiseerd voor deze wijziging: -

Overleg met belangrijke ketenpartners: de Energiecoöperatie Drechtsteden, Stedin, Tennet en bedrijven zoals NOVAR Publicatie in de lokale krant voor de inwoners van Dordrecht met een emailadres om reacties in te sturen

Reacties ketenpartners en inwoners De volgende opmerkingen zijn gemaakt: -

Uitzondering voor zonnepark niet nodig Onduidelijkheid bij aanvraagvereisten en wanneer sprake is van transportschaarste Relatie met Capaciteitssturingscontracten Vragen over thuisbatterijen

Zie verder het participatieverslag. Aanpassingen aan de regels Ten aanzien van de reacties vanuit ketenpartners en inwoners is het nodig gebleken om de regels voor energie-opslagsystemen aan te passen op de volgende punten: -

De uitzondering voor zonneparken weggehaald uit het toepassingsbereik Toelichting op artikel aanvraagvereisten aangepast en uitgebreid 17

Zie verder het participatieverslag.

11.2. Overleg De Omgevingswet stelt het verplicht om wijzigingen van het omgevingsplan met belanghebbende bestuursorganen en overlegpartners af te stemmen. Het voorstel voor een regeling voor energieopslagsystemen is ter beoordeling gestuurd aan de volgende organisaties: 1. Rijkswaterstaat 2. Waterschap Hollandse Delta 3. Evides 4. Prorail 5. TenneT TSO 6. Gasunie 7. Stedin 8. Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid 9. Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid 10. Provincie Zuid-Holland De reacties van de overlegpartners zijn uitgewerkt in het participatieverslag. Deze is in te zien via [weblink wordt bij publicatie ingevoegd]. Hieronder worden de reacties samengevat en aangegeven of de regeling is gewijzigd. Reacties Vanuit de provincie Zuid-Holland, Prorail, Evides en de Gasunie zijn geen opmerkingen ontvangen op de voorgestelde wijziging van het omgevingsplan voor energie-opslagsystemen. Met Stedin is vanuit ketenpartners overleg gevoerd. TenneT en Rijkswaterstaat verzoeken om geen/pas na instemming en advies energie-opslagsystemen toe te staan nabij hoogspanningsstations, bovengrondse hoogspanningsverbindingen, rijks vaarwegen en rijkswegen. Vanuit de Veiligheidsregio en Omgevingsdienst zijn inhoudelijke opmerkingen gemaakt ten aanzien van de regels voor veiligheid. Waterschap Hollandse Delta wijst op de bestaande vergunning- en meldplichten ten aanzien van waterstaatswerken.

Zie verder het participatieverslag. Aanpassingen aan de regels Ten aanzien van de reacties is het nodig gebleken om de regels voor energie-opslagsystemen aan te passen op de volgende onderdelen: -

Toevoegen adviesverplichting TenneT voor het plaatsen van EOS binnen 50 meter van een hoogspanningsverbinding en hoogspanningsstation Toevoegen adviesverplichting Rijkswaterstaat voor het plaatsen van EOS binnen 25 meter van een rijksweg of rijksvaarweg (kunstwerk)

Zie verder het participatieverslag.

11.3. Economische uitvoerbaarheid De voorgestelde regels maken geen activiteiten mogelijk die verplichten tot kostenverhaal, als bedoeld in artikel 8.13 Omgevingsbesluit. 18

11.4. Dereguleringstoets Bij het opstellen van de regels voor energie-opslagsystemen is een globale toets uitgevoerd op noodzaak, alternatief en de effecten op de uitvoering voor de initiatiefnemer, vergunningverlening en toezicht en handhaving. 11.4.1 Noodzaak Voor energie-opslagsystemen is gekozen om een nieuwe beperkende regeling op te nemen; een vergunningplicht. Binnen de huidige bestemmingen, zoals Bedrijf, zijn nutsvoorzieningen standaard toegestaan. Deze zijn bedoeld voor de traditionele nutsvoorzieningen waarvan de ruimtelijke effecten bekend en beperkt zijn en (nog) niet voor een nieuwe ontwikkeling zoals batterijen om energie in op te slaan. Uit onderzoek blijkt dat de batterijen veiligheidsrisico’s kennen en naast het oplossen van netcongestie ook juist kunnen zorgen voor onbalans op het net. Dat is belastend voor de uitrol van verduurzaming door de gemeente. De gemeente draagt zorg voor de energietransitie en heeft als doel om in 2040 klimaatneutraal te zijn in de omgevingsvisie 2.0. Daarom is het noodzakelijk voor de gemeente om de effecten van de batterij te kunnen beoordelen/inschatten en het daarna mogelijk te maken (met indien nodig voorwaarden) om de verduurzaming door te zetten. Het niet stellen van regels kan direct gevaar opleveren voor de energietransitie en veilige leefomgeving.

De vergunningplicht richt zich tot de initiatiefnemer om een energie-opslagsysteem te realiseren. Om de uitvoeringslast voor de initiatiefnemer zoveel mogelijk te beperken wordt gewerkt met een binnenplanse vergunningplicht met duidelijke aanvraagvereisten en beoordelingsregels. Wanneer voldaan wordt aan de beoordelingsregels is de initiatiefnemer zeker van het verkrijgen van de vergunning en daarmee toestemming om de batterij te plaatsen. 11.4.2 Alternatief Vanuit deregulering is ‘niets regelen’ voor de hand liggend en is dit vanuit het oogpunt van de Omgevingswet het eerste wat overwogen wordt bij het opstellen van nieuwe omgevingsplanregels. Gezien de noodzaak van de regels voor energie-opslagsystemen is dit geen gewenst alternatief. Als we niets regelen (wat veel in de huidige situatie al is) ontstaan de volgende risico’s: -

Onbalans op de energiemarkt en prijsopdrijving (van private partijen) Belemmering van andere ruimtelijke projecten omdat er geen netcapaciteit beschikbaar is Bij brand ontstaat de kans op een ramp/ontploffing

De vergunningplicht is het meest geschikte instrument omdat op deze manier vooraf de risico’s en negatieve effecten van het energie-opslagsysteem ingeschat/berekend kunnen worden. 11.4.3 Effecten op de uitvoering Samen met de omgevingsdienst is nagegaan wat de nieuwe regels betekenen voor de uitvoeringspraktijk: -

De inhoudelijke toetsing en beoordeling van de vergunningen ligt voornamelijk bij de gemeente. De omgevingsdienst neemt de procesbegeleiding, enige toetsing en beoordeling en toezicht en handhaving op zich. De uren per vergunning worden geraamd op: 19 – 28,75 uur.

19

De kosten voor deze ureninschatting zullen worden gedekt via te betalen leges. Op dit moment gaat het om een beperkt aantal vergunningen bij de voorbeschermingsregels, de verwachting is dat deze wel gaan toenemen in de toekomst. Gezien de urgentie van dit probleem en de effecten is het niet mogelijk om een soepelere regeling (deregulering) toe te passen.

12. Integrale afweging De Omgevingswet verplicht de gemeenteraad om na te gaan of de regels in het omgevingsplan bijdragen aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Het gaat daarbij om het zoeken naar de balans tussen beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving als bedoeld in artikel 1.3 Omgevingswet. In voorgaande hoofdstukken zijn alle omgevingsaspecten en effecten van dit plan getoetst en afgewogen of deze negatief of positief zijn. In hoofdstuk 6 is per omgevingsvisiedoel nagegaan wat het effect is van de gestelde regels ten opzichte van de referentiesituatie (geen regeling in de toekomst). Daaruit blijkt dat als totaaluitkomst geen nieuwe negatieve effecten zijn te verwachten en dat op bepaalde onderdelen sprake is van een positief effect ten aanzien van het realiseren van de omgevingsvisiedoelen. De regels zijn niet in strijd met instructieregels en/of milieubelangen. Ook de uitkomsten van de toets op uitvoerbaarheid laat zien dat uitvoering van deze wijziging van het omgevingsplan geen nieuwe negatieve effecten geeft. Daarmee kan geconcludeerd worden dat uitvoering van dit plan bijdraagt aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Energie-opslagsystemen, ook wel batterijen, zijn een functie die zorgvuldig moet worden ingepast, want deze systemen geven risico’s voor de energietransitie en veiligheid van de leefomgeving.

Andere ruimtelijke ontwikkelingen kunnen worden beperkt wanneer niet zorgvuldig wordt nagegaan wat de effecten van een energie-opslagsysteem zijn op de omgeving. Van de andere kant is het ook nodig om energie-opslagsystemen te faciliteren die bijdragen aan het verminderen van de netcongestie. Het doel is om de juiste balans te zoeken tussen beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving. Oftewel het beschermen van de ruimtelijke ontwikkeling van de stad en het bevorderen van de energietransitie.

20

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/1102/documents/47709