CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Memo Meicirculaire 2022.pdf

Gemeenteraad Dordrecht 13 september 2022, gemeente DordrechtBij agendapunt: 35: Raadsinformatiebrief Meicirculaire 2022 en financiële paragraaf politiek hoofdlijnenakkoord - Raadsinformatiebrief3.442 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

MEMO Van

college B&W

Contactpersoon

Aan

gemeenteraad

Brigitte Knoop

Datum

14 juni 2022

T 06 18683031

Betreft

meicirculaire 2022 en financiële paragraaf politiek hoofdlijnenakkoord

E GA.hagoort@dordrecht.nl

Samenvatting Jaarlijks verschijnen normaal gesproken drie circulaires van het Rijk. Mei geeft de vertaling van de Voorjaarsnota van de rijksoverheid, september van de vertaling van de Miljoenennota, december rondt het uitkeringsjaar zoveel mogelijk af. Dit jaar bevat de Meicirculaire ook de vertaling van het regeerakkoord, informatie over de invoering van de nieuwe verdeling van het gemeentefonds per 1 januari 2023 en de actualisatie van het accres op basis van de Voorjaarsnota 2022. In de meicirculaire 2022 is aan Dordrecht € 20 miljoen voor het jaar 2022, € 40 miljoen voor 2023, € 43 miljoen voor 2024, € 45 miljoen voor 2025 en € 18 miljoen voor 2026 toegekend. Deze bedragen kunnen verdeeld worden in vrij beschikbare bedragen en geoormerkte bedragen. Van de geoormerkte bedragen, die voor beleidsmaatregelen worden ingezet, is een groot gedeelte bestemd voor Dordrecht als centrumgemeente, voor GR DGJ of de GR Sociaal. Het bedrag voor 2022 is relatief kleiner omdat we al halverwege het jaar zijn, en de inflatiecorrectie voor 2022 kleiner is dan voor 2023 en verder. Dit zijn forse bedragen; tegelijk dienen hieruit o.a. de indexeringen aan gesubsidieerde instellingen, contractpartners, verbonden partijen en de verwachte gemeentelijke CAOloonstijgingen te worden gedekt.

Ook autonome ontwikkelingen zoals het Stedin-dividend en de hogere kosten voor de Jeugdzorg dienen hieruit te worden gedekt. Daarnaast is in deze raadsinformatiebrief de onderlegger van de financiële paragraaf van het politiek hoofdlijnenakkoord 2022 – 2026 opgenomen, zoals eerder toegezegd. Inhoud memo In dit memo wordt achtereenvolgens ingegaan op de volgende aspecten van de meicirculaire 2022: 1. Accres (vrije ruimte). 2. 'Geoormerkte' middelen. 3. Lopende ontwikkelingen ten aanzien van gemeentefonds. 4. Financiële vertaling Politiek akkoord 2022 - 2026. 1. Accres (vrije ruimte) De voeding van het gemeentefonds als gevolg van de methode 'samen de trap op en samen de trap af' wordt het accres genoemd. Het accres is gekoppeld aan de rijksuitgaven. Als het Rijk haar begroting omhoog bijstelt, dan profiteren de gemeenten daarvan, en als het Rijk moet bezuinigen, of minder heeft uitgegeven dan begroot, merken gemeenten dat ook in het gemeentefonds. In de meicirculaire 2022 zijn de accressen vanaf 2022 bijgewerkt. Voor alle jaren vanaf 2022 is sprake van een opwaartse bijstelling van het accres. De accressen zijn hoger dan aangekondigd in de voorgaande circulaires en ook hoger dan aangekondigd in de startnota van het kabinet. Het accres wat gemeenten ontvangen is gebaseerd op de verwachte uitgaven van het Rijk. Er wordt hierbij uitgegaan dat alle uitgaven gerealiseerd worden.

Indien het Rijk minder uitgeeft, wordt ook het accres voor gemeenten verlaagd. De bedragen hebben tot en met 2025 een structurele doorwerking. Vanaf 2026 wordt de normeringsmethodiek aangepast. In de Startnota heeft het kabinet aangegeven dat het accres voor 2026 niet is berekend, maar vastgezet op een vast bedrag van € 840 miljoen

Pagina 1/7

meer ten opzichte van de septembercirculaire 2021. Voor de gemeente Dordrecht betekent dit dat er vanaf 2026 ongeveer € 20 miljoen minder beschikbaar is ten opzichte van 2025. Dit is uiteraard geen realistisch scenario (voor geen enkele gemeente). Het Rijk verwacht dat een vergroting van het lokaal belastinggebied (en een gelijktijdige verkleining van het nationaal belastinggebied) vanaf 2026 soelaas kan bieden. De omvang van het accres zoals opgenomen in de meicirculaire wordt weergegeven in onderstaande tabel. Een nadere toelichting hierop is terug te vinden in bijlage 1. Deze ruimte wordt in de begroting gebruikt om naast de indexering ook de autonome ontwikkelingen en knelpunten te dekken. (x € 1.000) 2022 2023 2024 2025 2026 Totaal algemene uitkering (vrij beschikbaar) 7.920 26.267 32.424 36.023 11.324 2. 'Geoormerkte' middelen Naast het accres worden er vanuit verschillende inhoudelijke perspectieven middelen toegevoegd aan het gemeentefonds (beleidsmaatregelen, decentralisatie uitkeringen, deelfonds sociaal domein). Hoewel deze middelen wettelijk vrij besteedbaar zijn, worden ze beschikbaar gehouden ten behoeve van het beleidsterrein waarvoor het Rijk de middelen bedoeld heeft. Op een later moment kan alsnog worden geconstateerd dat het geld voor het onderwerp niet of slechts ten dele nodig is.

In dat geval kunnen de middelen alsnog vrijvallen ten gunste van het begrotingssaldo. Een nadere toelichting hierop is eveneens terug te vinden in bijlage 1. (x € 1.000) 2022 2023 2024 2025 2026 Totaal (geoormerkt) 12.742 13.332 10.405 9.275 6.863 3. Lopende ontwikkelingen ten aanzien van gemeentefonds Omtrent het gemeentefonds is veel in beweging. Ten aanzien van de volgende onderwerpen delen we graag de meest recente inzichten: a. Nieuw verdeelstelstel per 1 januari 2023 b. Vergoeding opvang ontheemden Oekraïne a. Nieuw verdeelstelstel per 1 januari 2023 Het doel van het nieuwe verdeelstelsel is om het eenvoudiger en meer uitlegbaar te maken en het beter te laten aansluiten bij de noodzakelijke kosten die gemeenten maken (dit is vooral nodig in het sociaal domein). De indeling van de clusters is logischer en globaler gemaakt en het aantal maatstaven is gehalveerd. In de meicirculaire 2022 is het nieuwe verdeelmodel geactualiseerd naar de stand van 1 januari 2023. Deze actualisatie betreft de volgende onderdelen:  De standen van de gebruikte verdeelmaatstaven zijn geactualiseerd.  Alle budgetontwikkelingen die in de periode 2020 tot en met 2022 hebben plaatsgevonden zijn volgens de nieuwe verdeling verwerkt.  Een actuelere gemeentelijke indeling (2022). Het ingroeipad, waarmee de gemeenten naar de nieuwe verdeling overgaan, wordt beperkt tot drie jaar.

Het maximale positieve of negatieve effect is in 2023 € 7,50 per inwoner en in 2024 en 2025 € 15,- per inwoner. Het maximale positieve of negatieve effect in 2025 bedraagt hierdoor € 37,50 per inwoner. De gemeente Dordrecht is een nadeel gemeente, waarbij het negatieve effect € 31,24 per inwoner is. Het herverdeeleffect als gevolg van het nieuwe verdeelmodel wordt in de jaren 2023 tot en met 2025 verhoogd of verlaagd met een bedrag dat wordt toegekend via de suppletieuitkering nieuw verdeelstelsel 2023.

Pagina 2/7

b. Vergoeding opvang ontheemden Oekraïne De gemeenten en veiligheidsregio's werken aan het realiseren van opvangplekken voor Oekraïense vluchtelingen. Om gemeenten duidelijkheid te geven over wat zij ontheemden kunnen bieden en welke kosten vergoed worden door het Rijk, is een regeling voor een specifieke uitkering op basis van normbedragen opgesteld. In het kader van de opvang ontheemden Oekraïne zijn de gemeenten ook verantwoordelijk voor:  Het realiseren van voldoende en adequate onderwijshuisvesting. Vergoeding vindt plaats via een specifieke uitkering, waarbij de gemeenten achteraf gecompenseerd worden voor de kosten.  Het inrichten van leerlingenvervoer. Vergoeding vindt plaats via een eenmalige decentralisatie uitkering voor de periode maart – juli 2022.  De zorg en ondersteuning vanuit de Wmo en de Jeugdwet, en de uitvoering van het basistakenpakket Jeugdgezondheidszorg, het Rijksvaccinatieprogramma en het prenataal huisbezoek uit de Wet publieke gezondheid. Voor de bedrijfsvoering en kosten voor GGD en veiligheidsregio's en gemeenten moet een systeem voor vergoeding worden opgericht. Om de 25 veiligheidsregio's te kunnen ondersteunen is een bedrag van ongeveer € 500.000,- per maand per regio geschat. Veel mensen die uit Oekraïne zijn gevlucht, melden zich bij gemeenten.

Personen met de Oekraïense nationaliteit kunnen worden ingeschreven in de Basisregistratie Personen (BRP) op aangifte van verblijf en adres bij de gemeente waar zij (tijdelijk) verblijven. Deze inschrijvingen tellen mee bij een jaarlijkse telling op 1 januari van het aantal inwoners en kunnen gevolgen hebben voor de prognose van het aantal inwoners van een gemeente. 4. Financiële vertaling Politiek akkoord 2022 - 2026 Zoals onlangs toegezegd ontvangt u hierbij het voorlopige overzicht van beleidsintensiveringen voor de periode 2023-2026, zoals dat aan de formatie-tafel is besproken en tekstueel een plek heeft gekregen in het hoofdstuk Financiële Strategie van het politiek hoofdlijnenakkoord 2022 - 2026. Als onderdeel van de Begroting 2023 krijgt u deze onderwerpen en bedragen separaat ter besluitvorming voorgelegd, veelal in de vorm van aan te maken reserves. In dat laatste geval komt er vervolgens een kredietaanvraag in de vorm van een raadsvoorstel naar u toe. Focuspunt

Beleidsterrein

Duurzame en Groene Stad Duurzame en Groene Stad Bestaanszekerheid en Gelijke Kansen Bestaanszekerheid en Gelijke Kansen Bestaanszekerheid en Gelijke Kansen Economische Groei en Gezonde Arbeidsmarkt Veilige, Leefbare en Levendige Stad Veilige, Leefbare en Levendige Stad Veilige, Leefbare en Levendige Stad Overig

Energietransitie en Klimaatadaptatie Uitbreiding en onderhoud Groen Preventie en Armoedebeleid Participatie instrumenten Stimuleren sportdeelname en schoolzwemmen Smart Society en MKB Mobiliteit en Recreatie Veiligheid en Leefbaarheid Sportaccommodaties en Evenementen Hondenbelasting en winstuitkering Kilschap

€ 6.700.000 € 2.250.000 € 9.850.000 € 3.050.000 € 2.000.000 € 2.100.000 € 1.900.000 € 4.750.000 € 4.250.000 € 300.000

Dekking

Totale investering voor 2023-2026 Groen-Blauw budget uit reserve Dordwijkzone

€ 37.150.000 -€ 4.000.000

Totaal benodigde extra dekking

€ 33.150.000

Reserve dividend compensatie Algemene reserve stad

€ 17.000.000 € 16.150.000

Totaal beschikbare extra dekking

€ 33.150.000

Dekking Dekking

Pagina 3/7

Te Reserveren Bedrag

Bijlage 1: Mutaties gemeentefonds (x € 1.000) Onderdeel Herverdeling gemeentefonds Herverdeeleffect Suppletie-uitkering Herverdeeleffect Subtotaal herverdeling gemeentefonds

2022

2023

2024

2025

2026

-3.721 1.041 -2.680

-3.721

-3.721

-

-3.721 2.828 -893

-3.721

-3.721

24.171 2.989

31.133 3.971

34.792 4.952

15.045

26.267

32.424

36.023

11.324

-67

-99

9.949 379

7.049 379

-99 -579 6.496 379

-106 -584 4.477 -4

2.774 32 184 81

2.775 32 186 83

2.776 32 187 83

2.777 32 188 83

Accres (nominaal en volume)* Vervallen opschalingskorting (lagere apparaatskosten) Plafond BCF, onderschrijding in jaar 2021

7.008

Totaal algemene uitkering (vrij beschikbaar)

7.920

Beleidsmaatregelen Energietoeslag Valpreventie bij ouderen (Coalitieakkoord) Eigen bijdrage huishoudelijke hulp (Coalitieakkoord) Jeugdzorg (coalitieakkoord)** Vrouwenopvang (DU) Crisisdienstverlening Brede aanpak dak- en thuisloosheid Regionale energiestrategie Bodembescherming Uitvoeringskosten klimaatakkoord Beschermd Wonen (IU) Participatie (IU) (incl loon-prijsbijstelling 2022 Voogdij/18+ (IU) (incl loon-prijsbijstelling 2022) Overige kleine bedragen

912

6.846

399 609 858 271 311 670 1.811 616 279 72

Totaal (geoormerkt)

12.742

13.332

10.405

9.275

6.863

Totaal

20.662

39.599

42.829

45.298

18.187

* het accres i s gekoppel d aan de Rijks ui tgaven. Indi en de ui tgaven mi nder zi jn dan begroot, daal t het accres ** In de begroting i s reeds s tructureel rekeni ng gehouden met € 2,61 mi l joen

TOELICHTING Vrij beschikbaar Herverdeling gemeentefonds Zoals gemeld in 3.a wordt de herverdeling van het gemeentefonds per 1 januari 2023 ingevoerd. Dordrecht is een nadeelgemeente met € 31,24 per inwoner negatief. Voor de jaren 2023 en 2024 wordt een suppletie uitkering ontvangen om het nadeel via een ingroeipad in te voeren. Accres Het accres wordt tot 2025 grotendeels op basis van bestaande afspraken berekend. Een aantal investeringsfondsen (klimaat, ontsluiten nieuwbouwwoningen en stikstof) wordt uitgezonderd op de accresrelevante uitgaven (aru). Het Rijk is in gesprek met de gemeenteen provinciekoepels over het vastzetten van het volumedeel van het accres voor de periode tot en met 2025. Vanaf 2026 zal het gemeentefonds niet langer via de normeringssystematiek geïndexeerd worden. Er wordt geen volume-accres meer verstrekt, alleen nog maar een nominaal accres voor de loon- en prijsontwikkeling. Het accres wat gemeenten ontvangen is gebaseerd op de verwachte uitgaven van het Rijk. Er wordt hierbij uitgegaan dat alle uitgaven gerealiseerd worden. Indien het Rijk minder uitgeeft, wordt ook het accres voor gemeenten verlaagd.

Pagina 4/7

Vervallen opschalingskorting De opschalingskorting wordt door gemeenten als zeer oneerlijk ervaren omdat het principe van herindelen van bovenaf opgelegd is. De opschalingskorting heeft de gemeenten in de jaren 2015 t/m 2021 cumulatief al € 1,5 miljard gekost en daarnaast € 150 miljoen als gemist accres over de opschalingskorting. De oploop van de opschalingskorting is geschrapt voor de duur van de kabinetsperiode. Het betreft een reeks die oploopt van € 400 miljoen in 2023 naar € 675 miljoen in 2025. Eerder was de oploop van de opschalingskorting al bevroren voor de jaren 2020 tot en met 2022. Dit betekent dat de stand van de opschalingskorting zoals bereikt in 2019 van € 300 miljoen wordt bevroren tot en met 2025. Incidenteel wil zeggen dat de korting in de betreffende jaren (€ 400 miljoen voor 2023; € 135 miljoen voor 2024 en € 140 miljoen voor 2025) wordt teruggeboekt, maar de reeks eindigt wel in een korting van € 975 cumulatief in 2026, zoals voorzien. Plafond BCF (BTW-Compensatie Fonds) Het BCF-plafond bedraagt € 3,6 miljard voor gemeenten in 2022. Als de gezamenlijke declaraties onder het plafond blijven wordt het verschil in het gemeentefonds gestort. Bij overschrijding van het plafond volgt een uitname. Het plafond muteert jaarlijks met het accrespercentage. Gemeenten hebben minder gedeclareerd bij het BCF, waardoor de ruimte onder het plafond groter is geworden.

De afrekening over 2021 vindt plaats in 2022 als incidentele compensatie. Geoormerkt Beleidsmaatregelen Energietoeslag Op 15 maart 2022 is het wetsvoorstel eenmalige energietoeslag lage inkomens ingediend bij de Tweede Kamer. Met het wetsvoorstel krijgen gemeenten de bevoegdheid om dit jaar via categoriale bijzondere bijstand een eenmalige tegemoetkoming voor de gestegen energieprijzen toe te kennen aan huishoudens met een laag inkomen. De bedragen van € 800,- per huishouden zijn leidend. Minister Schouten heeft aangegeven dat gemeenten gecompenseerd worden als ze tekort komen. Valpreventie bij ouderen Het kabinet heeft valpreventie, als kostenbesparende preventiemaatregel opgenomen. Valpreventie draagt bij aan gezond ouder worden en leidt tot netto besparingen in de domeinen Zorgverzekeringswet (Zvw) en Wet landurige zorg (Wlz). De maatregelen die nodig zijn voor implementatie worden komende periode uitgewerkt. Dit leidt vanaf 2023 tot een taakstellende besparing in het gemeentefonds. Eigen bijdrage huishoudelijke hulp In het coalitieakkoord is opgenomen dat het kabinet werkt aan een aanpassing van de eigen bijdrage voor de huishoudelijke hulp in de Wmo. De komende periode wordt deze maatregel met cliënten, gemeenten en het Centraal Administratie Kantoor (CAK) uitgewerkt. De beoogde datum van inwerkingtreding is op 1 januari 2025 gesteld.

De aanpassing dient vanaf 2025 te leiden tot een taakstellende besparing van € 95 miljoen. Jeugdzorg De omvangrijkste taakmutatie in de circulaire: de definitieve verdeling van € 1.445 miljoen voor het jaar 2023 ter compensatie van de tekorten in de jeugdzorg. Het kabinet gaat de komende tijd met gemeenten en andere relevante partijen verder in gesprek over de Hervormingsagenda Jeugd, die moet bestaan uit een combinatie van een set van kostenbesparende maatregelen en een financieel kader waarmee een structureel houdbaarder jeugdstelsel wordt gerealiseerd. Bij het afsluiten van de Hervormingsagenda zal het kabinet ook besluiten over de extra middelen voor 2024 en verder die aan gemeenten beschikbaar gesteld worden. Het advies van de Arbitragecommissie c.q. de Commissie van Wijzen vormt het uitgangspunt.

Pagina 5/7

Vrouwenopvang Aan de decentralisatie-uitkering Vrouwenopvang wordt in 2022 een bedrag van € 21 miljoen en over de periode 2023-2025 jaarlijks een bedrag van € 20 miljoen toegevoegd in het kader van kind- en gezinsbescherming. De middelen zijn objectief verdeeld volgens de actuele maatstaven van de decentralisatie-uitkering Vrouwenopvang. De verdeling van de decentralisatie-uitkering Vrouwenopvang is bij deze circulaire vanaf uitkeringsjaar 2022 aangepast door actualisatie van de maatstaven woonruimten, klantenpotentieel regionaal en omgevingsadressendichtheid en door verwerking van de gemeentelijke herindelingen. Crisisdienstverlening Als onderdeel van de crisisdienstverlening is de Aanpak Jeugdwerkloosheid met een jaar verlengd tot en met 2022 met een bedrag van € 33,110 miljoen. De middelen worden onverdeeld in drie categorieën: coördinatie van regionale aanpak jeugdwerkloosheid (€ 3,360 miljoen), ondersteunen naar werk van kwetsbare aankomend mbo-gediplomeerden (€ 17,270 miljoen) en ondersteunen naar werk van voortijdig schoolverlaters (€ 12,470 miljoen). Brede aanpak dak- en thuisloosheid Voor het voorkomen van dakloosheid, om- en afbouw van de maatschappelijke opvang en het realiseren van woonplekken met passende ondersteuning voor (dreigend) dakloze jongeren en volwassen wordt in 2022 € 61,9 miljoen aan centrumgemeenten maatschappelijke opvang/beschermd wonen verstrekt.

Verder blijft € 3,1 miljoen op de VWSbegroting en wordt gebruikt voor landelijke subsidies, monitoring, opdrachten, etc. Regionale energiestrategie Belangrijke mijlpaal in het Klimaatakkoord op weg naar 2030 is het opstellen en beleidsmatig verankeren van de Regionale Energie Strategieën (RES). Voor de ondersteuning van dit proces van de RES in de regio zijn destijds door het Rijk middelen beschikbaar gesteld voor drie jaar tot eind 2021. Het RES-traject kent een doorlooptijd tot 2030 en heeft een dynamisch karakter. Voor de resterende periode in 2022 heeft het kabinet € 8,803 miljoen aanvullend beschikbaar gesteld. Dit bedrag zal via de eerder gehanteerde verdeelsystematiek uitgekeerd worden. Bodembescherming Voor apparaatskosten bodem wordt de decentralisatie-uitkering van 2021 voor gemeenten gecontinueerd. Het betreft een tegemoetkoming in de kosten van het ambtelijk apparaat dat zorgdraagt voor het uitvoeren van de taken die de Wet bodembescherming toekent aan bevoegde gezagen (gemeenten en provincies). Met het aflopen van het Convenant Bodem en Ondergrond (2016-2020) is in 2021 de financiering met betrekking tot bodemopgaven gewijzigd, deze wordt nu gecontinueerd met dezelfde verdeling als in 2021. Uitvoeringskosten klimaatakkoord Vanaf 2023 tot en met 2030 krijgen gemeenten meer uitvoeringsmiddelen voor klimaat- en energiebeleid.

Voor de uitvoeringskosten voor het klimaatakkoord wordt in 2022 een totaalbedrag van € 112,591 miljoen aan gemeenten beschikbaar gesteld. Er vinden nog gesprekken plaats tussen onder andere VNG, IPO en het Rijk over de resterende middelen die in het Coalitieakkoord zijn gereserveerd voor de uitvoeringskosten van medeoverheden voor het klimaatakkoord en aanvullend klimaatbeleid. Beschermd wonen De omvang van de integratie-uitkering Beschermd wonen stijgt als gevolg van vier mutaties:  de toekenning van de loon- en prijsbijstelling 2022 (€ 54,278 miljoen structureel);  de toekenning van de volume-indexatie voor het jaar 2023 en verder (€ 36,793 miljoen per jaar);  de ophoging van de volume-indexatie voor het jaar 2022 en verder naar aanleiding van de nieuwe middellangetermijn (MLT)-raming (€ 1,243 miljoen per jaar);  de toekenning van additionele loon- en prijsbijstelling voor de jaren 2022 en verder (€ 14,213 miljoen per jaar) ter compensatie van de toename van salarissen in het

Pagina 6/7

zorgdomein die voortvloeien uit het aanvullende maatregelenpakket naar aanleiding van de Algemene Politieke Beschouwingen van 2021. Op 25 februari jl. heeft de staatssecretaris van VWS de Tweede Kamer op de hoogte gesteld dat besloten is tot uitstel van de invoering van het woonplaatsbeginsel en het nieuwe objectieve verdeelmodel beschermd wonen. Beide instrumenten houden verband met de eerder voorgenomen doordecentralisatie van beschermd wonen zodat alle gemeenten - in plaats van 43 centrumgemeenten - niet alleen inhoudelijk, maar ook financieel verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van beschermd (thuis) wonen. De invoering was voorzien voor 1 januari 2023. In de brief van 1 april jl. wordt nader op het uitstel ingegaan. De periode tot juni 2022 wordt gebruikt om de in de brief genoemde aandachtspunten nader te onderzoeken. Het doel is dat uiterlijk in juni a.s. besluitvorming over de indiening van het wetsvoorstel woonplaatsbeginsel en het verdeelmodel kan plaatsvinden in een bestuurlijk overleg tussen Rijk en gemeenten. In dit kader is een ambtelijke werkgroep gestart, bestaande uit de VNG en de ministeries van VWS en BZK. Uiterlijk eind juni zal de Tweede Kamer worden geïnformeerd over de resultaten van de werkgroep en de uitkomsten van het bestuurlijk overleg.

Participatie De omvang van de integratie-uitkering Participatie wijzigt als gevolg van de toekenning van de loon- en prijsbijstelling 2022 (€ 66,595 miljoen in 2022, aflopend naar € 57,921 miljoen structureel). De verdeling van de bedragen per gemeente wijzigt in de eerste plaats door actualisatie van de verdeling van de Wsw-middelen. Deze is gebaseerd op de gerealiseerde omvang van de sociale werkplaatspopulatie (gemeten in standaardeenheden (SE) per betalende gemeente) zoals die bekend is uit het voorgaande jaar en een inschatting van de blijfkansen in de sociale werkplaats. De Wsw-verdeling vanaf 2022 is geactualiseerd met de realisaties van het gemiddeld aantal SE in 2021 en de blijfkansen voor de jaren 2022 en verder. De omvang van de integratie-uitkering Participatie wijzigt daarnaast als gevolg van de overheveling van de budgetten voor Nieuw Wajong en Nieuw begeleiding (excl. beschut werk) naar de algemene uitkering per 1 januari 2023, zoals aangekondigd in de meicirculaire 2021. Dit in het kader van de nieuwe verdeling van het gemeentefonds per 1 januari 2023. Voogdij Voor 2022 zijn de bedragen per gemeente, zoals bekendgemaakt in de meicirculaire 2021, naar rato opgehoogd in verband met de toevoeging van de loon- en prijsbijstelling 2022.

De verdeling van de integratie-uitkering Voogdij/18+ kent in 2022 nog een systematiek waarbij op basis van historisch zorggebruik (T-2) per gemeente gemiddelde dagprijzen (p) worden vermenigvuldigd met het aantal zorgdagen (q). Hierbij is al wel rekening gehouden met de invoering van het nieuwe woonplaatsbeginsel per 1 januari 2022. Met de invoering van het nieuwe woonplaatsbeginsel is de verantwoordelijkheid voor de zorg van zo'n 10.000 kinderen naar een andere gemeente verschoven. Vanaf 2023 vindt verdeling van de middelen voor voogdij/18+ plaats via de objectieve verdeelmaatstaven van het cluster Individuele voorzieningen Jeugd in de algemene uitkering.

Pagina 7/7

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/472/documents/18737