CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Memo inzake advisering Ouderplatform ZHZ (geanonimiseerd).pdf

Gemeenteraad Dordrecht 10 maart 2026, gemeente DordrechtBij agendapunt: 39: Vaststellen verordening sociaal domein Dordrecht - Raadsvoorstel9.566 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Do r d r e c h t

MEMO

Contactpersoon T

Van Aan Datum Betreft

E

Gemeenteraad Dordrecht 6 anuar 2026 Memo n.a.v. agender ng verordening sociaal domein participatietraject hoofdstuk 6 Gezond en veilig opgroeien (Jeugdwet)

Beste raadsleden,

Ter voorbereiding op de beeldvormende sessie over de verordening sociaal domein Dordrecht, geven wij u de volgende technische informatie mee over de participatie van het Ouderplatform Zuid-Holland Zuid in relatie tot het onderdeel Jeugdwet.

Aanleiding voor het verstrekken van deze technische informatie Het Ouderplatform heeft gevraagd om de adviezen die zij hebben uitgebracht als bijlagen aan het raadvoorstel 'Vaststellen verordening sociaal domein Dordrecht’ toe te voegen. In het kader van het vergroten van de leesbaarheid en het beperken van de hoeveelheid documenten zijn deze specifieke brieven en reacties niet toegevoegd. Voor de volledigheid zijn deze stukken wel als bijlagen opgenomen bij dit memo. Hieronder lichten wij het proces van participatie toe. Proces van participatie bij totstandkoming verordening Op ambtelijk niveau hebben de tien gemeenten in 2025 een regionaal raamwerk opgesteld, samen met de Serviceorganisatie Jeugd ZHZ (SOJ) en het Juridisch Kenniscentrum van de Drechtsteden. De modelverordening van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) heeft als basis gediend voor het raamwerk.

Er zijn meerdere sessies georganiseerd waarin medewerkers van de toegang (regio breed) hebben meegedacht en hun input hebben geleverd. Daarnaast is het concept raamwerk besproken met de tien lokale adviesraden sociaal domein (waaronder de Dordtse Adviesraad Sociaal) en het Ouderplatform Zuid-Holland Zuid. We hebben er in Dordrecht voor gekozen om dit raamwerk zo veel als mogelijk in zijn huidige vorm te integreren in de verordening sociaal domein Dordrecht, omdat het wenselijk is om een geharmonieerd geheel van verordeningen jeugdhulp in de regio Zuid-Holland Zuid te hebben. Op 3 juli 2025 vond een regionale bijeenkomst plaats, georganiseerd vanuit de gemeenten en de SOJ. Het Ouderplatform heeft, samen met lokale adviesraden sociaal domein, tijdens de bijeenkomst input geleverd. Een verslag van deze bijeenkomst is door de regionale werkgroep op 19 augustus gedeeld met alle

genodigden.

Vervolgens heeft het Ouderplatform op 29 augustus 2025 een schriftelijke reactie gestuurd aan de regionale werkgroep, naar aanleiding van de bijeenkomst op 3 juli 2025. De regionale werkgroep heeft hier vervolgens op 15 oktober 2025 een schriftelijke reactie op gegeven. Daarna heeft het Ouderplatform op 11 november 2025 opnieuw een schriftelijke reactie gestuurd aan de regionale werkgroep. Dit heeft niet geleid tot nieuwe inzichten, maar we

Pagina 1/2

blijven de uitvoering van de verordening in de praktijk monitoren en we blijven in gesprek hierover met de lokale adviesraden en het Ouderplatform. Ondertussen sprak het Ouderplatform op 7 oktober 2025 ook in tijdens een Dordtse raadscommissie over het Verbeterprogramma Beschikbare en Betaalbare Jeugdhulp en het regionale raamwerk Jeugdhulpverordening. Op 21 oktober 2025 ontvingen wij n.a.v. de inspraakreactie een schriftelijke reactie van het Ouderplatform. Deze laatste brief heeft de gemeente Dordrecht beantwoord en de raad is hierover geïnformeerd middels een raadsinformatiebrief. Deze raadsinformatiebrief wordt bij de stukken van de verordening sociaal domein Dordrecht gevoegd.

Bijlagen ? 19-8-2025 - Regionale ambt werkgroep - DEF verslag bijeenkomst Adviesraden 3 juli 2025; ? 29-8-2025 - Reactie OZHZ - Concept Verordening Jeugdhulp 2026; ? 29-8-2025 - Reactie OZHZ - Bijlage nternationale Verdragen; ? 29-8-2025 - Reactie OZHZ - Kritische kanttekeningen Raamwerk ZHZ; ? 15-10-2025 - Reactie ambt werkgroep op brief OZHZ 29-8-2025; ? 12-11-2025 - Reactie OZHZ op brief ambt werkgroep 15-10-2025. Met vriendelijke groet,

Pagina 2/2

Jeugdhulpregio ZuidHolland Zuld

Bijeenkomst Adviesraden Raamwerk Jeugdverordening ZHZ

Inhoud Opening.................................................................................................................................. 2 Presentatie en toelichting................................................................................................... 3

Proces tot nu toe.............................................................................................................3 Belangrijkste wijzigingen................................................................................................ 3

Toelichting en vervolgstappen....................................................................................... 5

Reacties Adviesraden gemeenten..................................................................................... 6 Hendrik Ido Ambacht......................................................................................................... 6

Zorgbelang inclusief............................................................................................................7

Zwijndrecht......................................................................................................................... 7 Ouderplatform ZHZ.............................................................................................................8

Gorinchem........................................................................................................................ 11 Molenlanden..................................................................................................................... 11

Papendrecht...................................................................................................................... 11

Hoeksche Waard.............................................................................................................. 13

Zorgen over uitvoerbaarheid verordening in de praktijk..................................................14 Reacties vanuit de werkgroep.......................................................................................... 14 Zorgcontinuïteit bij 18-/18................................................................................................ 14

Participatie van jongeren..................................................................................................15 Taalgebruik........................................................................................................................ 15

Kwaliteit en toezicht op aanbieders................................................................................ 15 Draaglast en draagkracht..................................................................................................16 Vervolg proces en planning............................................................................................... 16

1

Jeugdhulpr gio ZuidHo la d Zuld

Opening Werkgroep Verordening De bijeenkomst werd geopend door de gemeente Dordrecht [

] namens de

werkgroep Verordening. De werkgroep bestaat uit vertegenwoordigers van de gemeenten Hoeksche Waard ( Holland Zuid (

), Zwijndrecht ( en

) en de Serviceorganisatie Jeugd Zuid-

). Gezamenlijk vertegenwoordigen zij de overige

gemeenten binnen de regio Zuid-Holland Zuid. Aanwezigheid adviesraden

Vanuit de gemeenten zijn de adviesraden van Dordrecht, Hendrik-Ido-Ambacht, Molenlanden, Papendrecht, Sliedrecht, Gorinchem en Zwijndrecht aanwezig. Daarnaast zijn ook Zorgbelang Inclusief en het Ouderplatform ZHZ vertegenwoordigd. De adviesraden Alblasserdam, HardinxveldGiessendam en Sliedrecht hebben zich afgemeld. Om een terugkoppeling te maken van de ingebrachte punten naar de gemeenten is

,

programmasecretaris jeugdregio ZHZ, aanwezig om de reacties en besproken punten te bundelen. Het doel van de bijeenkomst is het bespreken van het Concept Raamwerk Jeugdverordening die door de regio is opgesteld. Deze verordening is onderdeel van de wettelijke verplichting tot periodieke

evaluatie. De verordening sluit ook aan bij het lopende verbeterprogramma Betaalbare en Beschikbare Jeugdhulp, evenals bij de voorbereidingen op nieuwe contracten met zorgaanbieders. De werkgroep benadrukt het belang van input vanuit de adviesraden op de volgende punten:

?

Is de tekst van de verordening helder en logisch opgebouwd?

?

Sluit de inhoud aan bij de praktijk?

?

Worden er onderdelen gemist?

?

Zijn er zaken die vragen oproepen of waar bezwaar tegen bestaat?

De bijeenkomst is gericht op een open en constructieve uitwisseling van inzichten en ervaringen.

2

Presentatie en toelichting Proces tot nu toe De werkgroep is in januari 2025 gestart. Zij hebben:

?

De huidige verordeningen van de 10 gemeenten vergeleken

?

De model verordening van de VNG als model gebruikt

?

Verordeningen van andere gemeenten bestudeerd

?

Juridisch advies ingewonnen (o.a. bij

?

Een uitvoeringstoets gedaan met lokale teams

Proces

Advocaten)

Start werkgroep jan. 2025

Vergelijken van huidige verordening met modelverordening VNG

Verordeningen andere gemeenten onderzocht, goede voorbeelden

Inventarisatie groot onderhoud en outGome verbeterprogramma

Juridisch: betrekken van JKC en advocaat Tim Robbe

Uitvoeringstoets met lokale teams

3 juli 2025 sessie met adviesraden en ouderplatform ZHZ

Leidt tot Raamwerk verordening ZHZ

Belangrijkste wijzigingen De onderstaande tekst is samengevat uit de toelichting die bij de presentatie is gegeven en de vragen

die tijdens de presentatie zijn gesteld 1. Verslagtermijn verkort De termijn voor het opstellen van een verslag is aangepast van 30 dagen naar 10 werkdagen. Dit is

gedaan op basis van signalen uit de praktijk: 30 dagen werd als te lang ervaren, terwijl 10 werkdagen in principe haalbaar moet zijn. 2. Toevoeging bijlage over normale uitdagingen In artikel 9 is een bijlage toegevoegd over normale opvoeduitdagingen. Denk aan driftbuien bij

peuters - iets wat erbij hoort - tenzij het structureel en ontwrichtend wordt. Deze bijlage helpt professionals om hierover het gesprek aan te gaan met ouders, vanuit het principe van normaliseren. 3. Beoordeling draagkracht en draaglast (artikel 10) Dit artikel vraagt om politieke afweging. Het uitgangspunt is dat ouders, waar mogelijk, zelf bijdragen aan de zorg voor hun kind. Tegelijkertijd is er terechte zorg over de interpretatie van begrippen als

draagkracht en draaglast. We erkennen dat dit mensenwerk is en dat er risico’ s zijn op willekeur. Daarom wordt dit artikel ook expliciet besproken in de gemeenteraden.

3

Er is behoefte aan duidelijke criteria. In de huidige nadere regels zijn al handvatten opgenomen, en we werken aan verdere uitwerking in de toelichting. De verordening is

juridisch getoetst aan de Jeugdwet, maar niet expliciet aan internationale verdragen zoals het VN-Kinderrechtenverdrag - een punt dat vaker terugkomt tijdens de middag.

4. Afbakening met andere wetgeving Artikelen over de afbakening met de Zvw, Wmo en WLZ zijn compacter in een apart hoofdstuk opgenomen en deels verplaatst naar beleidsregels, om de leesbaarheid te verbeteren en ruimte te

geven voor lokale invulling. 5. Vervoer Er is verduidelijkt dat het gaat om vervoer naar jeugdhulpvoorzieningen, bijvoorbeeld via taxivervoer, wanneer ouders dat zelf niet kunnen organiseren. Er wordt ook gekeken naar kilometervergoeding,

maar dat is nog onderwerp van beraad en zal op lokaal niveau verdere uitgewerkt worden.

6. Algemene vs. individuele voorzieningen Bijvoorbeeld ernstige dyslexie werd eerder als algemene voorziening benoemd. In de nieuwe

verordening is dit gewijzigd naar een individuele voorziening (en wordt toegekend met een

beschikking), omdat dit beter aansluit bij de huidige praktijk.

7. Nieuwe artikelen

Op basis van de VNG-modelverordening zijn artikelen toegevoegd over: •

Vervoer

•

Dyslexie

•

Vaktherapie

•

Kinderopvang en buitenschoolse opvang

•

Niet-meewerken van ouders

•

PGB (Persoonsgebonden budget)

8. Terminologie: van melding naar aanvraag We spreken in de nieuwe verordening niet meer over een 'melding', maar over een aanvraag. Dit is

aangepast op basis van jurisprudentie. Bij een melding begon de beslistermijn pas na een gesprek; bij

een aanvraag start die direct. Dit voorkomt juridische onduidelijkheid en vertraging en doet recht aan

de positie van inwoners.

4

Toelichting en vervolgstappen De werkgroep werkt aan een aanvullende toelichting per artikel. Daarnaast onderzoekt

zij op welke wijze er een praktisch werkdocument kan worden opgesteld voor professionals in begrijpelijke taal. Dit kan samen met uitvoeringsorganisaties, lokale teams en gemeenten worden ontwikkeld.

Alle input die de werkgroep vandaag ontvangt wordt verzameld. Waar mogelijk verwerken zij die in

de definitieve versie. Als iets niet wordt overgenomen, lichten zij dat toe. De adviesraden ontvangen: •

De definitieve verordening

•

De toelichting per artikel

•

Een overzicht van wat wel en niet is verwerkt (N.B. is in dit verslag verwerkt)

Vanwege de zomervakantie verwacht de werkgroep dit pakket eind augustus te kunnen aanbieden.

Zij kiezen ervoor om dan in één keer een compleet pakket te sturen, in plaats van gefragmenteerde updates. De werkgroep is nu vooral benieuwd naar de reacties van de adviesraden: •

Zijn er grote bezwaren?

•

Missen er onderdelen?

•

Zijn er vragen of onduidelijkheden?

5

leugdhulpregio ZuidHolland Zuld

Reacties Adviesraden gemeenten Na de toelichting op de conceptverordening volgt een ronde langs de aanwezigen om

reacties, vragen en suggesties op te halen. Deelnemers brengen verschillende inhoudelijke en procesmatige aandachtspunten in.

Hendrik Ido Ambacht 1. Aandacht voor de overgang van 18- naar 18+ •

De overgang van jeugdhulp naar volwassenhulp rond het 18e levensjaar wordt als

problematisch ervaren. Jongeren vallen op hun 18e verjaardag soms letterlijk in een gat, terwijl hun hulpvraag niet verdwijnt. •

Er wordt gepleit voor meer aandacht voor deze transitie en het voorkomen van zorguitval. Reactie werkgroep: de overgang 18-/18+ staat genoemd in artikel 28. We hebben hier twee

punten aan toegevoegd (leden 7 en 8) over het opstellen van een perspectiefplan. Zie ook pagina 14.

2. Waarschuwing tegen juridisering •

Gemeenten zijn soms geneigd om problemen te juridiseren. De oproep is om de menselijke

maat centraal te blijven stellen en niet te verzanden in juridische procedures en

interpretaties. •

Zorg, aandacht en emotie moeten leidend blijven in het beleid.

3. Positief over risicofactoren en beschermende factoren •

Het is positief dat deze factoren in de verordening zijn opgenomen. Ze dragen bij aan een

meer mensgerichte benadering van jeugdhulp. 4. Leesbaarheid van de verordening •

De nieuwe verordening is iets beter leesbaar dan de vorige, maar blijft lastig te begrijpen.

•

Er wordt gepleit voor een publieksvriendelijke toelichting, zodat ook ouders en jongeren

zonder juridische achtergrond begrijpen wat hun rechten en plichten zijn. •

Er wordt een voorbeeld genoemd waarbij een ouder de toelichting wél begreep, maar de

professional niet. Dit onderstreept het belang van duidelijke taal, ook voor professionals. Reactie werkgroep: We hebben gekeken waar we het taalgebruik kunnen vereenvoudigen, zonder dat

dit ten koste gaat van de juridische duidelijkheid en geldigheid van de verordening. Er volgt nog een

toelichting bij de verordening die beter leesbaar is. 5. Inkomensafhankelijke toetsing •

Er is begrip voor het idee om bij welvarende gezinnen eerst te kijken naar wat zij zelf kunnen

bijdragen, bijvoorbeeld via aanvullende verzekeringen. Dit wordt als redelijk en passend ervaren.

6. Harmonisatie tussen de 10 gemeenten

•

Het is belangrijk om de harmonisatie tussen de gemeenten goed in het oog te houden en te sturen op zo min mogelijk verschillen. Inwoners moeten dezelfde rechten en plichten hebben,

ook al wonen ze net aan de andere kant van de brug.

6

Reactie werkgroep: dit regionale raamwerk moet helpen om de 10 lokale

verordeningen zoveel mogelijk gelijk te laten zijn. Uiteindelijk is het wel de

bevoegdheid van elke individuele gemeenteraad om een verordening vast te stellen.

Zorgbelang inclusief 1. Artikel 31 - Betrekken van jeugd bij de verordening •

Er wordt opgemerkt dat jongeren zelf niet expliciet worden betrokken bij het opstellen van de verordening. Dit wordt als een gemis ervaren, juist omdat het beleid direct invloed heeft op

hun leven. •

Er wordt gepleit voor structurele participatie van jongeren in het proces, naast de

betrokkenheid van adviesraden. 2. Artikel 32 - Monitoring van kwaliteit van zorg •

Er wordt gevraagd in hoeverre de kwaliteit van geleverde zorg daadwerkelijk wordt

gemonitord en geëvalueerd. •

De nadruk ligt op het belang van inhoudelijke kwaliteitsbewaking, niet alleen op het behalen

van prestatie-indicatoren. •

Er wordt gepleit voor een zorgvuldige en frequente evaluatie van de zorgaanbieders, waarbij

de inhoudelijke kwaliteit centraal staat. Reactie werkgroep: aanbieders voeren zelf cliëntervaringsonderzoeken uit. Daarnaast hebben we

als regio de afgelopen jaren zelf cliëntervaringsonderzoeken laten uitvoeren door een onafhankelijk onderzoeks- en adviesbureau. Dit heeft onze aandacht.

Zwijndrecht Zwijndrecht sluit zich aan bij de opmerkingen die Hendrik-Ido-Ambacht heeft gemaakt. De genoemde punten worden herkend en onderschreven

Aanvulling op deze punten door Adviesraad Dordrecht Brede betrokkenheid jongeren vanuit Dordrecht •

De adviesraad sociaal domein Dordrecht is vertegenwoordigd, evenals leden van de werkgroep jeugd en het jongerennetwerk Dordrecht. Er wordt actief gewerkt aan het

versterken van de stem van Dordtse jongeren. •

Tijdens bijeenkomsten met jongeren komen regelmatig signalen naar voren over

onregelmatigheden binnen organisaties waar jongeren mee te maken hebben. •

De indruk bestaat dat deze problemen eerder toenemen dan afnemen.

•

Er wordt gepleit voor meer aandacht voor deze signalen en voor betere bescherming van jongeren binnen de jeugdhulp.

Kwaliteitsbewaking en toezicht op aanbieders •

Er wordt verwezen naar artikel 32 over de kwaliteit van gecontracteerde aanbieders.

7

•

De vraag wordt gesteld hoe vaak en op welke manier aanbieders

daadwerkelijk worden gecontroleerd. Er is behoefte aan meer transparantie over de handhaving van kwaliteitsnormen en certificering.

Reactie werkgroep: zie pagina 15.

Ter volledigheid is er een bijlage toegevoegd met de schriftelijke vragen vanuit de Adviesraad Dordrecht, incl. beantwoording door de werkgroep.

Ouderplatform ZHZ De reactie is gebaseerd op een uitgebreide toetsing van de conceptverordening aan internationale

mensenrechtenverdragen, waaronder het VN-Verdrag Handicap en het Internationaal Verdrag inzake

de Rechten van het Kind (IVRK). Algemene conclusie •

De verordening is op veel punten zorgvuldig opgesteld en benadrukt eigen kracht.

•

Tegelijkertijd mist de verordening op onderdelen aansluiting bij de mensenrechten van

kinderen en gezinnen met beperkingen of complexe participatievraagstukken. •

Met de voorgestelde aanpassingen wordt de verordening beter in lijn gebracht met internationale verdragen.

Zeven hoofdpunten uit de kanttekening vanuit Ouderplatform ZHZ

1. Gelijke toegang tot zorg voor kinderen met een beperking •

De verordening legt veel verantwoordelijkheid bij ouders, ook bij kinderen met een

beperking. •

Dit leidt tot indirecte discriminatie: gezinnen krijgen pas hulp als ze overbelast zijn.

•

Tip: neem op dat kinderen met een beperking altijd recht hebben op passende

ondersteuning, ongeacht de draagkracht van ouders. Reactie werkgroep: de verordening is gebaseerd op landelijke wetgeving en rechtspraak. De definities en artikelen over draagkracht en draaglast doen naar mening van de werkgroep

voldoende recht aan de doelen van de jeugdwet en aan alle jeugdigen en ouders die jeugdhulp

nodig hebben. 2. Recht op participatie en kindperspectief •

Artikel 5 noemt dat het kind minimaal één keer gezien moet worden, maar dit is onvoldoende.

•

Tip: zorg dat kinderen in begrijpelijke taal worden geïnformeerd en dat hun mening serieus wordt meegenomen in alle fasen van het proces.

Reactie werkgroep: we wijzen graag op dat we met artikel 5 al meer doen dan het VNG-model aangeeft en wijzen op artikel 8 lid 2 waar expliciet staat dat het college ervoor zorgt dat zowel de

8

jeugdige als zijn ouder(s) dan wel zijn wettelijk vertegenwoordiger(s) in begrijpelijke taal geïnformeerd worden over de uitkomsten van het onderzoek. Te

allen tijde worden jeugdigen betrokken en serieus genomen in hun eigen

hulpverleningsproces. 3. Onafhankelijke cliëntondersteuning •

Cliëntondersteuning is optioneel, maar niet gegarandeerd of actief aangeboden.

•

Tip: maak onafhankelijke cliëntondersteuning een standaardonderdeel van het proces, zodat

ook minder mondige ouders en jongeren toegang hebben tot hulp. Reactie werkgroep: we wijzen graag op artikel 5 lid 2 waar staat dat iedereen wordt gewezen op

de mogelijkheid van onaföankelijke cliëntondersteuning. Het blijft te allen tijde een mogelijkheid

en vrijwillige keuze (en dus geen verplichting) 4. Passende Hulp bij (onzichtbare) beperkingen •

Artikel 9 lid 3 sluit hulp uit als iets binnen het normale opgroeien valt, met verwijzing naar het NJi-document.

•

Tip: bouw bij twijfel ruimte in om toch hulp te bieden, vooral bij complexe of nog niet

gediagnosticeerde problematiek. Reactie werkgroep: we sluiten hierbij aan bij wat de Jeugdwet voorschrijft en onze visie op normaliseren, waarbij wij (en professionals in de uitvoering) oog blijven houden voor

vroegsignalering. Het al dan niet toekennen van een individuele voorziening blijft altijd maatwerk. 5. Toegankelijkheid van het PGB (artikel 17) •

De eisen aan taalvaardigheid en administratie zijn hoog.

•

Tip: vergoed ondersteuning bij het aanvragen en beheren van een PGB, zodat ouders met taal- of leerproblemen niet buiten de boot vallen.

Reactie werkgroep: we brengen de tip via dit verslag over aan de gemeenten. We wijzen er op

dat het beheren van een pgb een aantal vaardigheden vraagt, zoals vermeld in artikel 17 en dat alle inwoners op grond van de Wmo een beroep kunnen doen op cliëntondersteuning

6. Zorgcontinuïteit bij 18+ •

Er ontbreekt een concreet transitieplan voor jongeren die 18 worden.

•

Tip: maak een transitieplan verplicht voor jeugdhulpaanbieders, conform artikel 28 lid 5 van het VN-Verdrag Handicap.

Reactie werkgroep: de overgang 18-/18+ staat genoemd in artikel 28. We hebben hier twee

punten aan toegevoegd (leden 7 en 8) over het opstellen van een perspectiefplan. Zie ook pagina 14.

7. Abstracte begrippen en risico op willekeur •

Begrippen als eigen kracht, draagkracht en draaglast zijn moeilijk objectief toepasbaar voor

professionals.

9

•

Er bestaat een risico dat aanvragen onterecht worden afgewezen op basis van interpretatieverschillen.

•

Tip: houd in de formulering expliciet rekening met gezinnen met extra uitdagingen. Niet alle situaties zijn vergelijkbaar en verdienen maatwerk.

Reactie werkgroep: De begrippen draaglast en draagkracht worden verder uitgewerkt in de

beleidsregels. Tot slot stelt Ouderplatform ZHZ nog een vraag over kinderen met ouders zonder verblijfsstatus

Er wordt een vraag gesteld over de toegang tot jeugdhulp voor kinderen met (één of twee) ouders

zonder verblijfsstatus. Er is geen duidelijk antwoord gevonden in de verordening; dit wordt als aandachtspunt meegegeven.

Reactie werkgroep: dank voor uw aandachtspunt, we brengen dit via dit verslag ook over aan de

gemeenten. Bij de verordening volgen we de lijn van de jeugdwet die geen onderscheid op basis van nationaliteit of verblijfsstatus van het kind of de ouders maakt en zich richt op de behoefte van de jeugdige. Ter volledigheid is er een bijlage toegevoegd waarin de vragen van het Ouderplatform schriftelijk zijn gesteld.

Dordrecht 1. Nieuwe materie en voorbereiding •

De adviesraad in Dordrecht is relatief nieuw met deze materie.

•

Er is vooraf gezamenlijk voorbereid, maar veel inhoud is nog onbekend terrein.

2. Artikel 10 - draagkracht en draaglast •

Artikel 10 wordt als belangrijk ervaren. Er is behoefte aan meer duidelijkheid over hoe

draaglast en draagkracht worden beoordeeld en toegepast. Reactie werkgroep: De begrippen draaglast en draagkracht worden verder uitgewerkt in de

beleidsregels. 3. Inconsistent taalgebruik •

In de verordening wordt op verschillende plekken verwezen naar “ouders”, "verzorgers" en "personen". Dit gebeurt niet consequent, wat verwarring oproept.

•

Er wordt geadviseerd om het taalgebruik te uniformeren.

Reactie werkgroep: we hebben dit door een juridisch adviseur laten controleren en aangepast

indien noodzakelijk.

4. Kwaliteitsbewaking en toezicht op aanbieders (artikel 32) •

Er wordt verwezen naar artikel 32 over de kwaliteit van gecontracteerde aanbieders.

•

De vraag wordt gesteld hoe vaak en op welke manier aanbieders daadwerkelijk worden

gecontroleerd. Er is behoefte aan meer transparantie over de handhaving van

10

kwaliteitsnormen en certificering. De verordening biedt kaders, maar de

uitvoering in de praktijk is minstens zo belangrijk. Reactie werkgroep: zie pagina 15.

5. Aansluiting bij eerdere opmerkingen •

De adviesraad sluit zich aan bij de algemene opmerkingen die eerder in de bijeenkomst zijn

gemaakt.

Gorinchem 1. Belang van praktijkervaring •

Benadrukt dat het belangrijk is om signalen en ervaringen vanuit het veld serieus te nemen.

•

Praktijkkennis en ervaringen van professionals vormen een waardevolle aanvulling op het beleidsmatige en juridische kader van de verordening.

2. Aansluiting bij eerdere opmerkingen •

De gemeente sluit zich aan bij de eerdere opmerkingen die tijdens de bijeenkomst zijn

gemaakt.

Molenlanden 1.

Geen inhoudelijke opmerkingen op de verordening o

De gemeente geeft aan geen specifieke aanmerkingen te hebben.

o

De eigen verordening is op dit moment niet beschikbaar, waardoor inhoudelijke

vergelijking lastig is. 2.

Waarde van samenwerking o

Er wordt positief gereageerd op de samenwerking binnen de regio.

o

De gemeente herkent zich in de gezamenlijke aanpak en vindt het belangrijk dat deze

wordt voortgezet. 3.

Zorg over juridisering o

Er wordt zorg uitgesproken over het risico dat de menselijke maat verloren gaat door

juridisering. o

De oproep is om te blijven focussen op de persoon om wie het gaat, en niet te verzanden

in procedures en interpretaties.

Belang van risicofactoren en beschermende factoren o

De gemeente vindt het belangrijk dat deze factoren goed in beeld worden gebracht. Dit helpt om de context van de hulpvraag beter te begrijpen en recht te doen aan de situatie

van het kind en gezin. o

De gemeente spreekt waardering uit voor het feit dat deze elementen (zoals

risicofactoren) al zijn opgenomen in de verordening.

Papendrecht 1.

Signalen met emotionele lading

11

o

Papendrecht constateert dat tijdens de bijeenkomst ook signalen worden gedeeld die voortkomen uit persoonlijke ervaringen of emoties.

o

Suggestie: noteer deze signalen expliciet en neem ze - waar passend mee als signaal in het aanbiedingsdocument. Dit geeft deelnemers het gevoel dat hun inbreng serieus genomen wordt, ook als het niet direct leidt tot aanpassing van de verordening.

2.

Evaluatiebepaling in de verordening o

In de huidige tekst ontbreekt een concrete termijn voor evaluatie.

o

Advies: neem een vaste evaluatietermijn op, bijvoorbeeld eens per twee jaar. Dit draagt bij aan duidelijkheid richting adviesraden en inwoners.

Reactie werkgroep: de termijn is open gelaten zodat elke individuele gemeente hierin een keuze

kan maken die aansluit bij de lokale situatie en afspraken. We zullen een termijn van twee jaar

adviseren aan collega's in de regio. Het is uiteindelijk aan de lokale gemeenteraden zelf welke termijn zij vaststellen in de verordening.

3.

Zorgplicht van het college o

Op de laatste pagina van de verordening (woordenlijst) wordt vermeld dat de term

“zorgplicht van het college” niet wordt overgenomen. o

Vraag: waarom wordt dit niet expliciet benoemd, terwijl het wel een belangrijk principe is?

Reactie werkgroep: de zorgplicht is al vastgelegd in de Jeugdwet en komt elders in de verordening

impliciet terug. Herhaling wordt als overbodig beschouwd, maar het punt wordt meegenomen in

de verdere afweging. 4.

Artikel 10 - draagkracht en draaglast

o

De formulering over het “redelijkerwijs verwachten van aanpassing van maatschappelijke activiteiten of arbeid" kan als kwetsend of onrealistisch worden ervaren. Niet alle ouders

hebben de mogelijkheid om minder te werken of hun leven aan te passen. Reactie werkgroep: het gaat hierbij om maatwerk. Het woord "redelijkerwijs" laat ruimte voor afweging per situatie. De begrippen draaglast en draagkracht worden verder uitgewerkt in de

beleidsregels. 5.

Aanvullende zorgverzekering o

Vraag: wat wordt bedoeld met het aanspreken van aanvullende zorgverzekeringen, aangezien kinderen onder de basisverzekering vallen?

Reactie werkgroep: op het moment dat ouders een aanvullende verzekering hebben afgesloten

op basis waarvan zij (al dan niet gedeeltelijk) recht hebben op hulp (gefinancierd) vanuit de

verzekeraar, dan moeten zij daar eerst gebruik van maken. Het artikel verplicht ouders niet om een aanvullende verzekering af te sluiten. Het gaat om situaties waarin bijvoorbeeld vaktherapie

(deels) wordt vergoed vanuit een aanvullende verzekering. In dat geval wordt eerst gekeken of

12

die vergoeding benut kan worden, voordat een beroep op jeugdhulp wordt

gedaan. Respijtzorg is een ander voorbeeld waarbij dit speelt.

Hoeksche Waard 1. Artikel 10 - draagkracht en draaglast •

Er wordt vraagtekens geplaatst bij de duidelijkheid van artikel 10. De begrippen “draagkracht” en “draaglast” worden als vaag ervaren en zijn moeilijk terug te vinden of te duiden.

•

Geadviseerd wordt om deze begrippen duidelijker te definiëren, zeker omdat ze bepalend zijn

voor besluitvorming. Reactie werkgroep: de begrippen draaglast en draagkracht worden verder uitgewerkt in de

beleidsregels. 2. Politiek karakter van het artikel 10 •

Artikel 10 wordt gezien als politiek gevoelig. De toepassing ervan vraagt om zorgvuldige

afwegingen en kan per gemeente verschillend worden geïnterpreteerd.

3. Vervoer en aansluiting op andere regelingen •

Er wordt gewezen op mogelijke knelpunten in de afstemming tussen jeugdhulpvervoer en

andere regelingen, zoals leerlingenvervoer en inclusief onderwijs. •

De vraag wordt gesteld hoe dit in de praktijk gaat matchen, vooral bij jongeren die gebruikmaken van meerdere regelingen.

Reactie werkgroep: het afstemmen van soorten vervoer voor een jeugdige is een herkenbaar aandachtspunt. Bij het toekennen van jeugdhulpvervoer is het de bedoeling dat de professionals

het gebruik van andere voorzieningen zoals leerlingenvervoer, OV-begeleiding of zorgvervoer in een ander kader, in hun afwegingen meenemen.

4. Artikel 14 - buitenschoolse opvang •

In artikel 14 wordt geconcludeerd dat buitenschoolse opvang geen vorm van jeugdhulp is.

•

Er wordt opgemerkt dat 80-87% van de kinderen in Nederland gebruik maakt van

kinderopvang. Kinderopvang wordt gezien als een belangrijke plek waar problematiek zichtbaar wordt en waar vroegtijdige signalering mogelijk is. •

De suggestie is om dit artikel te heroverwegen en niet te stellig te stellen dat buitenschoolse

opvang geen jeugdhulp is, om ruimte te houden voor maatwerk en samenwerking. Reactie werkgroep: in deze bepaling wordt geëxpliciteerd dat reguliere kinderopvang en

buitenschoolse opvang geen jeugdhulp is in de zin van de jeugdwet, waarvoor het college verantwoordelijk is. Met dit artikel wordt bedoeld om een onderscheid te maken tussen de

verschillende regelingen. Het artikel is niet bedoeld om het belang van kinderopvang en de signalerende rol van de professionals te verkleinen, want dat belang is evident.

13

Jeugdhulpregio ZuidHolland Zuld

Zorgen over uitvoerbaarheid verordening in de praktijk Tot slot uiten de aanwezigen zorgen over de uitvoering van de verordening in de

praktijk, met name over: 1.

De rol van sociaal wijkteams - Er is waardering voor hun inzet, maar ook kritiek op het feit dat het systeem soms leidend lijkt te zijn in plaats van de menselijke maat.

2.

Het ontbreken van discretionaire ruimte - Er is frustratie dat er weinig ruimte is voor maatwerk bij specifieke zorgvragen.

3.

Het systeem als mensenwerk - De opmerking dat "het systeem geen entiteit op zich

is, maar gevormd wordt door mensen" wijst op de wens om meer menselijkheid en flexibiliteit in te bouwen.

4.

Kennis en opleiding van professionals - Er wordt gesignaleerd dat er soms kennis

ontbreekt bij sociaal werkers om goed met complexe situaties om te gaan.

Reacties vanuit de werkgroep Na het ophalen van de input reageert de werkgroep op de volgende punten: -

Zorgcontinuïteit 18-/18+

-

Participatie jongeren

-

Taalgebruik

-

Kwaliteit en toezicht aanbieders

-

Draaglast en draagkracht

Zorgcontinuïteit bij 18-/18+ De werkgroep onderstreept het belang van zorgcontinuïteit bij de overgang van jeugd naar

volwassenheid. Hoewel de huidige verordening aandacht besteedt aan deze overgang, is er behoefte aan verdere concretisering, met name in de afbakening en juridische verankering.

Belangrijke punten uit de bespreking: •

Werkgroep actief: Er is een werkgroep actief die zich specifiek buigt over de overgang 18-

/18+, in samenwerking met o.a. Wmo-collega's en de Sociale Dienst Drechtsteden. •

Perspectiefplan: Het perspectiefplan is bedoeld om al vanaf 16 jaar vooruit te kijken naar de

periode na het 18e levensjaar. Dit vraagt om tijdige afstemming en duidelijke afspraken. •

Verordening en juridische borging: De wens is uitgesproken om zorgcontinuïteit steviger te

borgen in de lokale verordening. Hoewel dit deels al in contractvoorwaarden is opgenomen, biedt de verordening als lokaal recht extra juridische kracht. •

Mismatch met landelijke wetgeving: Er is frustratie over de landelijke knip bij 18 jaar, die niet aansluit bij de ontwikkeling van jongeren. De hersenontwikkeling loopt immers vaak door tot

23-24 jaar, zeker bij jongeren met trauma of complexe problematiek.

14

Participatie van jongeren De werkgroep erkent dat jongeren een belangrijke stem hebben in hun eigen

zorgproces. Er is brede steun voor het idee dat jongeren vanaf het begin betrokken

moeten worden, niet pas achteraf. Jongeren sluiten zich steeds vaker aan bij netwerken en maken hun stem hoorbaar. Hun perspectief moet nadrukkelijker worden meegenomen in beleid en

uitvoering. •

Huidige uitdaging: Het onderwerp van vandaag is sterk juridisch van aard, wat het lastig

maakt om jongeren direct te betrekken bij het opstellen van de verordening. Er is twijfel of dit praktisch haalbaar is binnen de huidige kaders en tijdslijnen. •

Tegengeluid: Er wordt stevig benadrukt dat jongeren wél recht hebben op inspraak, zoals vastgelegd in VN-verdragen. Het gebrek aan invloed van jongeren op hun eigen jeugdhulp

wordt als ernstig probleem gezien. •

Voorstel tot verbetering: o

Jongeren kunnen betrokken worden bij de verdere uitwerking van het beleid en de

beleidsregels, ook al is dat niet direct in de verordening. o

Suggestie om in de verordening op z’n minst te benoemen dat jongeren minimaal

één keer worden gezien en in begrijpelijke taal worden geïnformeerd. o

Er wordt gepleit voor structurele en wettelijke verankering van jongerenparticipatie in lokale regelgeving.

•

Concrete actiepunten: o

De werkgroep staat open voor een gesprek over hoe jongeren praktisch betrokken

kunnen worden. o

Er wordt voorgesteld om jongeren input te laten leveren bij de verdere

beleidsontwikkeling, ook al is dat niet direct juridisch bindend.

Taalgebruik De werkgroep begrijpt de opmerking over het complexe taalgebruik in de verordening. Het klopt dat

juridische teksten vaak termen bevatten die voor niet-juristen lastig te begrijpen zijn. Tegelijkertijd zijn sommige van deze termen noodzakelijk om aan de wettelijke eisen en juridische precisie te

voldoen. De werkgroep zal echter onderzoeken in hoeverre het mogelijk is om het taalgebruik te vereenvoudigen, zonder dat dit ten koste gaat van de juridische duidelijkheid en geldigheid van de verordening. Er wordt sowieso nog een toelichting per artikel geschreven die bedoeld is ter

verduidelijking en waar mogelijk in meer eenvoudige taal.

Kwaliteit en toezicht op aanbieders •

Toezichtstructuur: o

Alle jeugdhulpaanbieders hebben een contract met de Serviceorganisatie Jeugd ZHZ.

o

Contractmanagers voeren minimaal twee keer per jaar gesprekken met aanbieders.

o

Er wordt gecontroleerd op declaraties, normenkaders, diploma’s en registraties (zoals

SKJ). o

Er wordt ook gekeken naar een proces omtrent diploma's momenteel wordt dit met

name bij contractverlenging uitgevoerd.

15

leugdhulpregio ZuidHolland Zuld

•

Incidenten en toezicht: o

Bij signalen van incidenten (bijv. via ouders of jeugdprofessionals) wordt direct actie ondernomen.

o

De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd bepaalt uiteindelijk of verscherpt

toezicht nodig is. •

Cliëntervaringen: o

Er wordt gewerkt met cliënttevredenheidsonderzoeken, vaak uitgevoerd door externe bureaus.

•

Jongerenparticipatie bij aanbieders: o

Er is aandacht voor het opnemen van jongerenraden of jongerenparticipatie in de

inkoopvoorwaarden. o

Dit wordt nog niet overal structureel toegepast, vooral bij grotere aanbieders ontbreekt

dit vaak. •

Kwaliteitsborging via beroepsgroepen: o

Er is discussie over de verantwoordelijkheid voor kwaliteitsbewaking: sommige aanwezigen pleiten voor meer vertrouwen in beroepsverenigingen (zoals bij artsen en

advocaten), in plaats van gemeentelijke controle. o

Tegelijkertijd blijft de gemeente verantwoordelijk voor betaalbaarheid en

beschikbaarheid van zorg.

Draaglast en draagkracht De werkgroep erkent het belang van het thema: •

De uitwerking van dit principe zal vooral plaatsvinden in de nadere regels en beleidsregels,

waarin meer ruimte is voor praktische en inhoudelijke specificatie. De nieuwe nadere regels en beleidsregels worden dit najaar opgesteld en zullen ook per 1 januari in werking treden. •

Doel is om willekeur in beoordeling te voorkomen en zoveel mogelijk duidelijkheid te bieden aan professionals en inwoners.

•

De toelichting bij de verordening wordt nog geschreven, waarin extra uitleg komt over o.a.

draaglast en draagkracht.

Vervolg proces en planning •

Alle input uit eerdere sessies, waaronder die van collega-gemeenten, wordt meegenomen in

de definitieve versie van het raamwerk. • •

19 juli wordt het raamwerk voor de verordening opgeleverd aan de 10 gemeenten. Elke gemeente doorloopt daarna haar eigen lokale besluitvormingsproces richting de

gemeenteraad. •

De beleidsregels en nadere regels worden na de zomer verder uitgewerkt. Deze worden

uiteindelijk door de lokale colleges vastgesteld Inbreng en participatie •

Input van adviesraden en betrokkenen is welkom tot uiterlijk dinsdag 8 juli, zodat deze nog

verwerkt kan worden in het regionale raamwerk.

16

•

Lokale adviesraden kunnen ook na 19 juli nog advies uitbrengen, zowel

gevraagd als ongevraagd. •

Er wordt gestreefd naar een praktisch toepasbaar geheel, met duidelijke uitleg en vertaling naar de praktijk.

Implementatie in de praktijk •

De invoering per 1 januari a.s. betekent niet dat alles direct verandert; er volgt een

geleidelijke implementatie met ondersteuning voor professionals en aanbieders. •

Er wordt gewerkt aan harmonisatie tussen gemeenten, maar uiteindelijk beslist elke

gemeenteraad afzonderlijk over haar eigen lokale verordening jeugdhulp.

17

Toetsing Concept

Jeugdhulpverordening ZHZ aan Internationale Verdragen en

de Jeugdwet

Hieronder treft u onze juridische en beleidsmatige bevindingen aan omtrent het concept Raamwerk Verordening Jeugdhulp ZHZ (d.d. 3 december 2024). Wij toetsen deze verordening aan de Jeugdwet en internationale mensenrechtenverdragen, waaronder het VN-Kinderrechtenverdrag (IVRK), het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) en het Internationaal Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke Rechten (IVBPR). Wij hebben in de tabellen hieronder zowel de kern van de verordeningsartikelen als de inhoud van de verdragsartikelen opgenomen, zodat naar onze mening een overzichtelijk geheel is ontstaan.

1. Toetsing aan Internationale Verdragen

Artikel Modelverordening (incl. kern)

Wat staat erin?

Verdrag / Artikel (incl. inhoud)

Toelichting strijdigheid

Art. 10 Draagkracht/draaglast

Ouders moeten eigen mogelijkheden benutten, inclusief minder werken of activiteiten schrappen, voordat hulp wordt toegekend.

IVRK art. 3 - Belang van het kind;

Druk op ouders om arbeid te reduceren kan bestaanszekerheid en belang van het kind schaden.

Vervoer wordt pas verstrekt als eigen verantwoordelijkh eid en alternatieven zijn uitgeput; bij voorkeur collectief; hulp op afstand gaat vóór.

IVRK art. 3 - Belang van het kind;

PGB alleen bij hoge pgbvaardigheid; uitsluiting bij schulden, taalproblemen of

IVRK art. 2 - Nondiscriminatie;

Art. 11 Vervoersvoorziening

Art. 16-21 - PGBtoegang

IVRK art. 27 - Recht op toereikende levensstandaard; EVRM art. 8 - Recht op gezinsleven

IVRK art. 23 Rechten kinderen met beperking; EVRM art. 8 - Recht op gezinsleven

IVRK art. 3 - Belang van het kind;

GGZ-problematiek. IVRK art. 23 -

Rechten kinderen met beperking; EVRM art. 14 - Nondiscriminatie

Strenge vervoerseisen kunnen toegang tot hulp belemmeren, met name voor kinderen met een beperking.

Strenge eisen sluiten kwetsbare gezinnen uit van passende hulp. PGB wordt praktisch onmogelijk.

Art. 23 - Nietmeewerken ouders

Hulp kan worden geweigerd of ingetrokken als ouders onvoldoende meewerken.

IVRK art. 3 - Belang van het kind;

Kinderen mogen niet gestraft worden voor gedrag van ouders.

IVRK art. 6 - Recht op ontwikkeling; IVBPR art. 24 Bijzondere bescherming van minderjarigen

2. Toetsing aan de Jeugdwet

Artikel Modelverordening (incl. kern)

Wat staat erin?

Jeugdwet Artikel (incl. inhoud)

Toelichting strijdigheid

Art. 10 Draagkracht/draaglast

Ouders moeten eigen mogelijkheden benutten, inclusief minder werken of activiteiten schrappen, voordat hulp wordt toegekend.

Art. 2.3 - College moet passende jeugdhulp bieden, zonder financiele draagkrachttoets.

Hulp mag niet afhankelijk zijn van arbeidspatroon of beperking maatschappelijke activiteiten.

Art. 9 lid 3 - Normale ontwikkeling

Hulp kan worden geweigerd als problemen als ‘normaal’ worden beschouwd, volgens NJi-lijst.

Art. 2.3 - Hulp moet aansluiten op individuele behoeften, niet op generieke normen.

Gebruik van standaardlijst ondermijnt maatwerk en individuele beoordeling.

Art. 16-21 - PGBtoegang

PGB alleen bij hoge pgbvaardigheid; uitsluiting bij schulden, taalproblemen of

Art. 8.1.1 - Recht op Extra barrieres bij pgb bij keuzevrijheid pgb-verstrekking en geschiktheid. zijn in strijd met wettelijke toegangseisen.

GGZ-

problematiek. Art. 23 - Niet-

meewerken ouders

Hulp kan worden geweigerd of ingetrokken als ouders onvoldoende meewerken.

Art. 2.3 - Gemeente Recht op hulp is voor is verplicht passende het kind, ongeacht hulp te bieden voor gedrag van ouders. het kind.

Wij verzoeken u bovengenoemde punten te heroverwegen en waar nodig het concept aan te passen, zodat de verordening in lijn komt met de geldende wet- en verdragsverplichtingen.

Met vriendelijke groet,

Stichting Ouderplatform Zuid-Holland Zuid

Voorzitter

De formulering en opmaak van deze tekst zijn mede tot stand gekomen met behulp van ChatGPT. De inhoud ervan valt vanzelfsprekend onder de verantwoordelijkheid Van STICHTING Ouderplatform Zuid-Holland Zuid.

Bijlagen - Verdragen, Jeugdwet en Toelichting IVRK 1. VN-Kinderrechtenverdrag (IVRK) - Kernartikelen

Artikel 2: Het recht op non-discriminatie. Staten moeten het verdrag toepassen zonder onderscheid. Artikel 3: Het belang van het kind moet bij alle maatregelen voorop staan. Artikel 6: Recht op leven, overleving en ontwikkeling. Artikel 12: Recht op participatie - het kind heeft recht om gehoord te worden in alle aangelegenheden die het aangaan. Artikel 23: Rechten van kinderen met een handicap - recht op passende hulp en volledige deelname aan de samenleving. Artikel 24: Recht op de hoogst haalbare gezondheidszorg. Artikel 27: Recht op een toereikende levensstandaard, met hulp van de staat als ouders hierin niet kunnen voorzien. 2. Jeugdwet - Kernartikelen

Artikel 2.3: Verplichting voor het college om passende jeugdhulp te bieden, gebaseerd op individuele behoefte. Artikel 8.1.1: Recht op persoonsgebonden budget (PGB) bij keuzevrijheid en geschiktheid. Artikel 2.9: Verplichting om een verordening vast te stellen met regels over voorzieningen en kwaliteit. Artikel 2.10: Afbakening jeugdhulp en andere wetten. Artikel 2.11: Regels over pgb en voorwaarden voor verstrekking. Artikel 8.1.2: Plicht tot melden van feiten die van invloed kunnen zijn op het recht op hulp (inlichtingenplicht).

3. Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) & Internationale

Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke Rechten (IVBPR)

Artikel 3 EVRM: Verbod op onmenselijke of vernederende behandeling. Artikel 8 EVRM: Recht op eerbiediging van privé-, familie- en gezinsleven. Artikel 14 EVRM: Recht op non-discriminatie bij toepassing van andere rechten. Artikel 7 IVBPR: Recht op bescherming tegen marteling of wrede behandeling. Artikel 17 IVBPR: Bescherming van het gezinsleven. Artikel 24 IVBPR: Kinderen hebben recht op bijzondere bescherming door de staat.

Kritische kanttekeningen Raamwerk Zuid-Holland Zuid Verordening jeugdhulp

4. Kritische kanttekeningen Raamwerk Zuid-Holland Zuid Verordening jeugdhulp 1. Gelijke toegang & non-discriminatie Verdragen: VN-Verdrag Handicap art. 5, IRVK art. 2, EVRM art. 14 Wat speelt? De verordening legt de verantwoordelijkheid voor zorg stevig bij ouders, ook als hun kind een beperking heeft (overweging 1, art. 10). Daardoor worden gezinnen met een kind met een handicap vaak pas geholpen als ze aan hun limiet zitten.

Waarom is dat tricky? •

Dit kan indirect discrimineren: gezinnen met een beperking worden benadeeld.

•

Het botst met het verbod op ongelijkwaardige behandeling (VN-Verdrag Handicap art. 5 & IRVK art. 2).

Tip Zet erin dat kinderen met een handicap altijd gelijke toegang krijgen tot de juiste ondersteuning, ongeacht hoe sterk de ‘eigen kracht’ is.

2. Recht op participatie & kindperspectief Verdragen: IRVK art. 3, 12 & 23; VN-Verdrag Handicap art. 7 Wat speelt? Artikel 5 zegt alleen dat het kind “minimaal één keer gezien” moet worden. Maar er is geen harde afspraak om kinderen in élke stap mee te nemen en serieus te horen.

Waarom is dat tricky? •

‘Belang van het kind’ (IRVK art. 3) moet overal leidend zijn, niet alleen een vinkje.

•

‘Inspraak van het kind’ (IRVK art. 12) blijft nu te vrijblijvend.

Tip Veranker dat kinderen in begrijpelijke taal geïnformeerd worden en dat hun mening écht meetelt.

3. Onpartijdige ondersteuning Verdragen: VN-Verdrag Handicap art. 4 lid 3 & 7 lid 3; IRVK art. 12 lid 2 Wat speelt? Cliëntondersteuning staat erin als optie (art. 5 lid 2), maar er is geen garantie dat iedereen daarvan weet of er recht op heeft.

www.ouderszhz.nl

1

Kritische kanttekeningen Raamwerk Zuid-Holland Zuid Verordening jeugdhulp

Waarom is dat tricky? •

Wie niet mondig is, loopt vast in de procedure.

Tip Maak onafhankelijke cliëntondersteuning een standaardonderdeel van de aanvraag en het onderzoek.

4. Passende hulp bij (onzichtbare) beperkingen Verdragen: VN-Verdrag Handicap art. 24,25 &26 Wat speelt? Artikel9 lid 3 sluit hulp uit als iets binnen ‘het normale opgroeien’ valt, met verwijzing naar een NJi-document. Dat is vaag en kan vroege signalen negeren.

Waarom is dat tricky? •

Kinderen met beginnende of ongediagnosticeerde problemen kunnen tussen wal en schip vallen.

•

Vroege ondersteuning is juist cruciaal (VN-Verdrag Handicap art. 26).

Tip Bouw in dat bij twijfel de hulp gewoon doorgaat, liever voorkomen dan achteraf repareren.

5. PGB-voorwaarden & bureaucratie Verdragen: VN-Verdrag Handicap art. 19; IRVK art. 23 Wat speelt? Artikel 17 eist stevige administratieve en taalvaardigheden van budgethouders. En art. 21 verbiedt vergoeding van hulp bij je administratie.

Waarom is dat tricky? •

Ouders met taal- of leerachterstanden lopen vast op het persoonsgebonden budget.

Tip Laat administratieve en taalkundige ondersteuning wél vergoed worden uit het pgb.

6. Zorgcontinuïteit bij 18+ Verdragen: VN-Verdrag Handicap art. 26; IRVK art. 18 & 23 Wat speelt? Art. 28 lid 5-6 noemt afstemming rond 18 jaar, maar er is geen concreet transitieplan.

www.ouderszhz.nl

2

K itische kanttekeningen Raamwerk Zuid-Holland Zuid Verordening jeugdhulp

Waarom is dat tricky? • Tip

Jongeren kunnen na 18 jaar zonder zorg komen te zitten.

Introduceer een verplicht ‘ transitieplan’ vanaf 16 jaar, met afspraken over vervolgzorg.

7. Vage begrippen ‘ eigen kracht’ & ‘ draagkracht’ Verdragen: VN-Verdrag Handicap ar 4 &8 Wat speelt? In art. 1 staan abs racte definit es van ‘ draagkrach en ‘ draaglas objectief toepasbaar.

Die zijn moeilijk

Waarom is dat tricky? •

Risico dat aanvragen onterecht worden afgewezen op basis van interpretatie.

Tip Maak de criteria voor draagkracht/-last concreet en houd rekening met gezinnen met extra uitdagingen.

? Samenvatting De verordening benadrukt eigen kracht, maar mist soms de aansluiting bij de mensenrechten van kinderen en gezinnen met een beperking of complexe situaties. Met de voorgestelde aanpassingen wordt de verordening beter in lijn gebracht met:

•

VN-Verdrag Handicap (gelijke behandeling, participatie, continuïteit) EVRM (non-discriminatie, gezinsleven)

•

IRVK (belang van het kind, inspraak, speciale bescherming voor kinderen met een

•

beperking)

Met vriendelijke groet, ,

namens Het Kernteam ,

Voorzi ter STICHTING Ouderplatform Zuid-Holland Zuid

E % De formulering en opmaak van deze tekst zijn mede tot stand gekomen met behulp van ChatGPT. De inhoud ervan va t vanzelfsprekend onder de verantwoordelijkheid van STICHTING O derplatform Z id-Holland Z id.

www.ouderszhz.nl

3

Reactie input Ouderplatform Zuid-Holland Zuid Op vrijdag 29 augustus 2025 heeft het Ouderplatform Zuid-Holland Zuid, zoals toegezegd tijdens de regionale bijeenkomst op 3 juli 2025, ook een schriftelijke reactie gestuurd op het concept raamwerk Verordening Jeugdhulp ZHZ. Zie bijlagen. We bedanken het Ouderplatform voor de inbreng en geven

hieronder een reactie op de gestelde vragen c.q. constateringen van het Ouderplatform. Algemeen We constateren dat het Ouderplatform de bepalingen te strikt leest. Hierdoor worden er onjuiste conclusies getrokken. Zowel in de “reactie” als in de “kritische kanttekeningen” lijkt het Ouderplatform te suggereren dat de verordening in strijd is met verdragen en wetgeving. Maar de verordening bevat juist duidelijke waarborgen die de rechten van kinderen en ouders beschermen. Een zorgvuldige bestudering van de definitieve tekst maakt duidelijk dat de geuite kritiekpunten niet terecht zijn. Reactie per punt Artikel 10 legt nadruk op draagkracht en draaglast, maar stelt tegelijk dat het college hulp inzet zodra draagkracht tekortschiet. Het artikel noemt expliciet situaties van overbelasting, gebrek aan vaardigheden of beperkingen bij ouders. De suggestie dat ouders hun bestaanszekerheid moeten opgeven mist feitelijke grondslag. Het uitgangspunt blijft dat het college passende jeugdhulp inzet zodra de balans tussen draagkracht en draaglast ontbreekt.

We zijn van mening dat het kindperspectief juist een stevige plaats heeft in het raamwerk. Artikel 5 schrijft voor dat de jeugdige altijd in het onderzoek betrokken blijft, dat ook met het kind minimaal één keer persoonlijk contact is en dat het college nagaat of de uitkomsten begrepen zijn. Artikel 8 legt vast dat het college uitleg geeft in begrijpelijke taal. De bewering dat inspraak slechts een formaliteit is, is ongegrond. Cliëntondersteuning staat eveneens goed verankerd. Artikel 5 lid 2 verplicht het college om ouders en jeugdigen te wijzen op de mogelijkheid van een vertrouwenspersoon en gratis cliëntondersteuning. Daarmee hebben gezinnen toegang tot onafhankelijke ondersteuning. Het ouderplatform geeft aan dat deze ondersteuning onvoldoende geregeld is. Dit is onjuist. De zorgen over artikel 9 lid 3 en de verwijzing naar het NJi-document geven geen aanleiding om het raamwerk op dit punt aan te passen. Het NJi-document fungeert als hulpmiddel. Het college voert altijd een individuele beoordeling uit en levert maatwerk. De verordening geeft dus geen ruimte om kinderen met beginnende of lichte problemen buiten beeld te houden. De artikelen 16 tot en met 21 over het persoonsgebonden budget leggen strikte eisen vast aan pgbvaardigheid en kwaliteit. Artikel 19 bevat waarborgen voor deskundigheid, toezicht en veiligheid.

Artikel 21 sluit enkele kosten uit om misbruik tegen te gaan. Deze regels beschermen de jeugdige. Als ouders niet aan de pgb-voorwaarden voldoen, ontvangen zij hulp in natura. De toegang tot passende jeugdhulp, ook voor kwetsbare gezinnen, blijft daarmee verzekerd.

1

Artikel 28 lid 5 tot en met 7 verplicht het college om vanaf 16 jaar een perspectiefplan op te stellen en de continuïteit van zorg na 18 jaar te garanderen. Het raamwerk borgt de overgang naar volwassenenzorg sterker dan de reacties veronderstellen. Artikel 11 over vervoer sluit aan bij het subsidiariteitsbeginsel van de Jeugdwet. Ouders dragen in eerste instantie verantwoordelijkheid, maar het college zet vervoer in als medische noodzaak of gebrek aan zelfredzaamheid daartoe aanleiding geeft. Ook hier beoordeelt het college de balans tussen draagkracht en draaglast. Toegang tot hulp blijft daarmee gewaarborgd. Ten slotte raakt artikel 23 over niet-meewerken van ouders niet aan het recht van het kind op jeugdhulp. Het artikel legt de nadruk op samenwerking, maar het college behoudt de plicht om de belangen van het kind te wegen en passende hulp te realiseren. De interpretatie dat kinderen de dupe raken van het gedrag van ouders mist grondslag.

Samengevat Samenvattend: het raamwerk voor de verordening legt expliciete en sterke waarborgen vast voor gelijke toegang, het belang van het kind, maatwerk, onafhankelijke ondersteuning, continuïteit van zorg en bescherming bij het gebruik van pgb’s. De kritiek uit beide reacties berust op een te enge of onjuiste lezing en geeft geen aanleiding om het raamwerk aan te passen.

2

Reac ie Ouderplatform Zuid-Holland Zuid op ambtelijke beantwoording naar aanleiding van onze reactie op het concept raamwerk Verordening Jeugdhulp ZHZ

Aan:

De werkgroep Verordening

, Beleidsmedewerker Jeugdzorg Gemeente Gorinchem , Strategisch adviseur - Team Jeugd & Onderwijs Gemeente Dordrecht

Betreft: Reactie Ouderplatform Zuid-Holland Zuid op ambtelijke beantwoording naar aanleiding van onze reactie op het concept raamwerk Verordening Jeugdhulp ZHZ

Dordrecht, dinsdag 11 november 2025

Geachte leden van de werkgroep Verordening, Wij danken u voor de reactie op onze inbreng over het concept raamwerk Verordening Jeugdhulp ZHZ. Onze bedoeling was niet om het raamwerk af te keuren, maar om vanuit de dagelijkse praktijk van gezinnen te verkennen hoe de Verordening beter kan aansluiten bij de bedoelingen van de Jeugdwet en de internationale mensenrechtenverdragen. Wij hopen dat onze inbreng juist bijdraagt aan een sterker en uitvoerbaarder beleid, waarin rechten en uitvoering elkaar versterken.

Hoewel wij waarderen dat op onze punten afzonderlijk is gereageerd, constateren wij dat de beantwoording grotendeels blijft steken in de mededeling dat “de Verordening dit al borgt” of dat onze lezing “te strikt” zou zijn. Daarmee wordt niet ingegaan op de inhoudelijke kern van onze opmerkingen, die juist zien op de praktische en juridische gevolgen van de voorgestelde bepalingen. Onze toetsing is gebaseerd op concrete artikelen uit de Jeugdwet, het Verdrag inzake de rechten van het kind (IVRK), het Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap (VRPH) en het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM). Het gaat ons niet om interpretatieverschillen, maar om risico’s die in de praktijk zichtbaar zijn.

Zo is het onvoldoende om te stellen dat artikel 10 “de balans tussen draagkracht en draaglast bewaakt zolang niet duidelijk is hoe dit in de uitvoering objectief wordt beoordeeld. Wij erkennen dat het raamwerk een nadere uitwerking bevat van deze begrippen, maar ouders ervaren in de praktijk dat de beoordeling vaak subjectief wordt ingevuld. Daardoor is de grens tussen “eigen verantwoordelijkheid” en “overbelasting” niet helder en worden gezinnen nog te vaak overvraagd.

www.ouderszhz.nl

HOLLAND 1

Reactie Ouderplatform Zuid-Holland Zuid op ambtelijke beantwoording naar aanleiding van onze reactie op het concept raamwerk Verordening Jeugdhulp ZHZ

Ook de uitleg bij de artikelen 16-21 over het persoonsgebonden budget (PGB) miskent de feitelijke uitsluiting die optreedt wanneer ouders met taal-, cognitieve of psychische beperkingen niet aan de zogeheten PGB-vaardigheidseisen kunnen voldoen. Formeel is er dan wel “toegang tot hulp in natura”, maar feitelijk verliezen deze gezinnen de regie over de zorg van hun kind. Dat is in strijd met de uitgangspunten van gelijke toegang en keuzevrijheid uit de Jeugdwet en met de geest van artikel 23 van het IVRK, waarin wordt bepaald dat kinderen met een handicap recht hebben op passende ondersteuning en volwaardige deelname aan de samenleving. Dit artikel noemt niet expliciet de ouderlijke regie, maar impliceert die wél, omdat effectieve zorg aan het kind alleen mogelijk is als de ouders voldoende regie en ondersteuning krijgen. Bovendien zijn gelijke toegang en keuzevrijheid kernbeginselen van de Jeugdwet en vormen zij een waarborg tegen willekeur of uitsluiting door gemeentelijk beleid. Hetzelfde geldt voor artikel 23 Niet meewerken ouder(s). Hoewel in de reactie wordt gesteld dat “het kind niet de dupe wordt”, ontbreekt een expliciete waarborg in de tekst van de Verordening zelf. Juist dat punt willen wij onder de aandacht brengen: rechten die niet duidelijk in de Verordening zijn vastgelegd, kunnen in de uitvoering niet worden afgedwongen.

Daarnaast zien wij in de praktijk dat gemeenten, juist bij zwaardere casuïstiek, de Verordening vaak zeer strikt naleven. Daardoor krijgen gezinnen pas hulp als de situatie al is geëscaleerd. Deze terughoudendheid leidt niet tot lagere kosten, maar juist tot het tegenovergestelde: meer dure, hoogspecialistische zorg, crisisinterventies en inzet in het gedwongen kader. Daarmee gaan niet alleen de maatschappelijke kosten omhoog, maar raakt ook één van de belangrijkste doelstellingen van de Jeugdwet verloren: het versterken van eigen kracht en eigen regie binnen gezinnen.

Het concept raamwerk (Model)Verordening Jeugdhulp ZHZ (augustus 2025) volgt het nieuwe VNG-model vrij trouw en bevat belangrijke verbeteringen ten opzichte van eerdere versies. Zo bevat het raamwerk een nadere definiëring van draagkracht en draaglast (artikel 10), een verplichting tot zorgvuldige onderzoeksfasen en vastlegging van besluiten (artikelen 5-9), en wordt verwezen naar professionele standaarden en kwaliteitseisen. Daarnaast biedt de hardheidsclausule (artikel 33) ruimte voor maatwerk en is er aandacht voor evaluatie, medezeggenschap en cliëntondersteuning.

Tegelijkertijd wijzen toezichthouders, rekenkamers en kennisinstellingen in hun rapportages op structurele tekortkomingen in de uitvoering. Ook rechters, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en de Eerste Kamer hebben in recente uitspraken, handreikingen en debatten gewezen op dezelfde risico’s. Daarbij wordt steeds benadrukt dat juist de toepassing van zulke bepalingen in de praktijk vaak tekortschiet. Structurele knelpunten zoals het overvragen van ‘eigen kracht’, het ontbreken van tijdige en passende hulp en toenemende juridisering blijven bestaan. Zonder duidelijke waarborgen voor tijdigheid, uitvoeringsruimte en menselijke maat blijven de risico’s op escalatie en hogere maatschappelijke kosten reëel. Daarmee wordt door al deze partijen bevestigd wat ook wij in de praktijk zien: dat te strikte toepassing van Verordeningen juist leidt tot escalatie en hogere kosten, in plaats van tot preventie en versterking van eigen kracht.

www.ouderszhz.nl

2

HOLLAND

Reac ie Ouderplatform Zuid-Holland Zuid op ambtelijke beantwoording naar aanleiding van onze reactie op het concept raamwerk Verordening Jeugdhulp ZHZ

Gezien deze bevindingen adviseren wij gemeenten om in de uitvoering en toepassing van de Jeugdwet nadrukkelijk te sturen op vroegtijdige, laagdrempelige ondersteuning, en niet primair op een strikte naleving van de Verordening. Concreet betekent dat meer ruimte voor professionele afweging binnen de toegang, inzet op preventie en normalisering vóórdat situaties escaleren en een beleidsmatige toets op de menselijke maat bij toepassing van de Verordening. Alleen zo kan de oorspronkelijke bedoeling van de Jeugdwet worden waargemaakt: minder dwang en minder zware zorg, en het versterken van eigen kracht en eigen regie binnen gezinnen met behoud van gelijke toegang en keuzevrijheid. Wij willen benadrukken dat onze opmerkingen niet zijn ingegeven door “een te strikte lezing maar voortkomen uit onze dagelijkse ervaring met gezinnen die vastlopen tussen regels, verantwoordelijkheden en beperkte draagkracht. Juist nu toegang en keuzevrijheid steeds verder onder druk staan, en eigen kracht en regie in de praktijk vaak verloren dreigen te gaan, is het van belang dat de Verordening niet bijdraagt aan nieuwe beperkingen, maar ruimte biedt voor vertrouwen, maatwerk en herstel. De kracht van een Verordening ligt niet in het formeel afdekken van risico’s, maar in de praktische uitvoerbaarheid en rechtszekerheid die zij biedt aan haar inwoners.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/1070/documents/46538