LOD Prorail emplacement 14 januari 2021.pdf
Tekst van het document
AANTEKENEN ProRail B.V. t.a.v. de directie Postbus 2038 3500 GA UTRECHT
Uw brief van
-
Uw kenmerk
-
14 januari 2021
Zaaknummer
Z-20-378030
Handhaving Wet algemene
Ons kenmerk
D-20-2107673
bepalingen omgevingsrecht;
Behandeld door
Reactie op Onderwerp
Verzenddatum
(Gelieve bij correspondentie dit nummer te vermelden)
de heer G.H.C.M. Renne
last onder dwangsom; overschrijding vergunde maximale geluidniveau
Geachte directie, Vergunningsituatie Wij hebben, naar aanleiding van een op 5 december 2012 ontvangen aanvraag om een omgevingsvergunning van ProRail Regio Randstad Zuid te Rotterdam, bij besluit van 12 september 2016 een omgevingsvergunning verleend voor een inrichting voor een spoorwegemplacement. Deze inrichting is gelegen aan de Burgemeester de Raadtsingel te Dordrecht, kadastraal bekend Dordrecht, sectie K nummer 7671 en sectie D nummers 6055 en 5998. Dit betreft een omgevingsvergunning voor het wijzigen van een inrichting voor het rangeren/ opstellen/ overstand van reizigers- en goederentreinen en onderhoudsmaterieel, inwendig reinigen van reizigersmaterieel, onderhoud van materieel, het verwarmen van wissels en het gebruik van bestrijdingsmiddelen. In deze vergunning zijn in de voorschriften 7.1.1 en 7.1.2 geluidvoorschriften opgenomen ter regulering van respectievelijk het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau LAr,LT en het maximale geluidniveau LAmax. Met een uitspraak van de rechtbank Rotterdam op 4 oktober 2019, ECLI:NL:RBROT:2019, heeft de rechtbank onder meer een voorlopige voorziening getroffen waardoor de in deze vergunningvoorschriften opgenomen geluidwaarden voor rekenpunt 30 als volgt zijn gewijzigd voor de nachtperiode: 7.1.1.
Het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau LAr,LT veroorzaakt door de in de inrichting aanwezige toestellen en installaties mag niet meer bedragen dan: rekenpunt
dag [dB(A)]
avond [dB(A)]
nacht [dB(A)]
Vergunning
30
44
44
45
Na uitspraak 4 oktober 2019
30
44
44
40
MA001.20.011.22-12-2020
Z-20-378030
7.1.2. Het maximale geluidniveau (LAmax) veroorzaakt door de in de inrichting aanwezige toestellen en installaties mag niet meer bedragen dan: rekenpunt
dag [dB(A)] avond [dB(A)]
nacht [dB(A)]
Vergunning
30
54
69
49
Na uitspraak 4 oktober 2019
30
54
65
49
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit, voor wat betreft onder meer de daaraan verbonden voorschriften 7.1.1 en 7.1.2, beide uitsluitend op meetpunt 30, heeft verweerder opgedragen ten aanzien van de vergunningvoorschriften 7.1.1 en 7.1.2 een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak en heeft bij wijze van voorlopige voorziening ten aanzien van vergunningvoorschrift 7.1.1 bepaald dat de grenswaarde voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau op meetpunt 30 wordt vastgesteld op 44 voor de dag-, 44 voor de avond- en 40 dB(A) voor de nachtperiode. Verder bepaalt de rechtbank bij wijze van voorlopige voorziening ten aanzien van vergunningvoorschrift 7.1.2 dat de grenswaarde van het maximale geluidniveau op meetpunt 30 wordt vastgesteld op niet meer dan 54 voor de dag-, 65 voor de avond- en 49 dB(A) voor de nachtperiode. Deze voorziening vervalt zodra de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State uitspraak heeft gedaan op het hoger beroep tegen deze uitspraak, tenzij binnen de daarvoor geldende termijn geen hoger beroep is ingesteld. In dat laatste geval vervalt de voorlopige voorziening zes weken nadat verweerder met inachtneming van deze uitspraak een nieuw besluit heeft genomen.
Bestuursrechtelijke handhaving Op grond van het bepaalde in artikel 5.2, eerste lid, van de Wabo hebben wij voor de inrichting tot taak zorg te dragen voor de bestuursrechtelijke handhaving. Toezichtbevindingen In de nacht van 6 op 7 juli 2020 zijn door een toezichthouder van de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid de optredende geluidbelastingen in de omgeving van het gedeelte van het emplacement van ProRail langs de Crayensteynstraat te Dordrecht gemeten. Aanleiding voor het uitvoeren van deze geluidmetingen zijn klachten van omwonenden en een van het Platform Spoor & Geluid ontvangen verzoek om handhaving. De toezichtbevindingen hiervan zijn vastgelegd in een bij dit besluit gevoegde notitie van 13 juli 2020, naar de inhoud waarvan wij u verwijzen. Op basis van de meetresultaten wordt onder meer geconcludeerd dat: - het piekgeluid tijdens het koppelen van de treincombinatie met een LAmax van 66,9 dB(A) de voor de nachtperiode geldende eis met 17,9dB(A) overschrijdt; - het piekgeluid tijdens het wegrijden van de treincombinatie vanaf de opstellocatie naar het station met een LAmax van 61,7 dB(A) de voor de nachtperiode geldende eis van 49 dB(A) met 12, 7 dB(A) overschrijdt; en - het piekgeluid tijdens het wegrijden van de treincombinatie met een LAmax van 69,3 dB(A) (nogmaals) de voor de nachtperiode geldende eis van 49 dB(A) met 20,3 dB(A) overschrijdt.
Hierdoor wordt niet voldaan aan de geluidvoorschriften voor wat betreft het maximaal geluidniveau. De geluidniveaus zijn hoger dan volgens de Handleiding meten en rekenen industrielawaai vergunbaar is. U overtreedt het bepaalde in de hiervoor aangehaalde voorlopige voorziening van de rechtbank ten aanzien van de voor rekenpunt 30 vastgestelde geluidwaarden voor de nachtperiode. Deze overtreding kan niet worden toegestaan.
2
Z-20-378030
Tijdens een eerder controlebezoek in de nacht van 23 op 24 juni 2019 is een overschrijding van 9 dB(A) voor de nachtperiode geconstateerd van het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau. Dit hebben wij u kenbaar gemaakt in onze brief van 31 juli 2019, kenmerk D-19-1917811. Beleid Ingevolge onze nalevings- en sanctiestrategie treden wij op tegen de hiervoor genoemde overtreding. Het overtreden voorschrift beoogt namelijk een algemeen belang te beschermen. Wij vinden het van belang dat wettelijke voorschriften worden gehandhaafd. Ook ter voorkoming van precedentwerking vinden wij dat de overtreding niet langer mag voortduren c.q. herhaling moet worden voorkomen. In verband hiermee en naar aanleiding van een van het Platform Spoor & Geluid ontvangen verzoek tot handhaving leggen wij u naar aanleiding van de op 6 en 7 juli 2020 geconstateerde overschrijdingen een last onder dwangsom op om toekomstige overtredingen van genoemde geluidsbepalingen te voorkomen. Handhaving Op grond van artikel 125 van de Gemeentewet en artikel 5:32 van de Algemene wet bestuursrecht hebben wij de bevoegdheid een last onder dwangsom op te leggen.
Gelet op de aard en de ernst van de overtreding leggen wij u, in overeenstemming met onze nalevings- en sanctiestrategie, een last onder dwangsom op om te bewerkstelligen dat daarmee voldoende prikkel uitgaat om nieuwe overtredingen van de hiervoor genoemde in de voorlopige voorziening opgenomen geluidwaarden te voorkomen. De last onder dwangsom treedt een dag na de verzenddatum van dit besluit tot oplegging van de last onder dwangsom in werking. Zienswijze Bij brief van 27 augustus 2020, kenmerk D-20-2076412, hebben wij aan u ons voornemen kenbaar gemaakt om aan u een last onder dwangsom op te leggen. U bent op grond van artikel 4.8 van de Algemene wet bestuursrecht in deze brief in de gelegenheid gesteld uw zienswijze kenbaar te maken. Van deze gelegenheid hebt u gebruik gemaakt met een brief van 14 september 2020, uw kenmerk LJV/EC/20200914. Uw zienswijze is als volgt: 1. U wenst in goed overleg tot een oplossing te komen, indien nodig door wijziging/ verduidelijking van de omgevingsvergunning. U verzoekt ons af te zien van het opleggen van een last onder dwangsom. 2. U meent dat de vergunde activiteit van parkeren van treinen op spoor 32a kan blijven plaatsvinden waarbij ook afdoende is zeker gesteld dat voldaan kan worden aan de in de voorlopige voorziening gewijzigde geluidswaarden.
3
Z-20-378030
3. In het meetrapport wordt melding gemaakt van te hoge piekniveaus. U begrijpt deze resultaten niet helemaal en bent van mening dat te hoge piekniveaus vermijdbaar zijn. Het betreft de volgende drie meetresultaten: 1.
Te hoog piekgeluid tijdens het koppelen van een treincombinatie Indien de machinist zorgvuldig koppelt, gaat dit niet gepaard met het gemeten geluidsniveau van 66,9 dB(A). Hier moet iets uitzonderlijks aan de hand zijn geweest. Het koppelen gebeurt (indien op de juiste manier uitgevoerd) met een snelheid van 1 km/h en veroorzaakt slechts weinig geluid van metaal op metaal en daarbij kortstondig het geluid van stromende lucht door het tot stand komen van de verbinding tussen beide treinstellen. Het vermoeden is dat de handeling in de betreffende nacht te ruw is gegaan. Het is daarbij niet ondenkbaar dat door de hogere koppelsnelheid de koppeling niet in één keer tot stand komt, maar dat wel de automatische luchtverbinding opent. Hierdoor zal de aanwezige treinleidingdruk ontsnappen, hetgeen gepaard gaat met extra geluid. Door vervoerder Qbuzz is inmiddels gekeken naar het aantal keren dat op een normale werkdag gecombineerd moet worden volgens planning op spoor 32a en dan met name in de avonden nachtelijke uren. Volgens plan blijkt dat slechts één keer wordt gecombineerd op spoor 32a, hetgeen al rond 21:00 uur plaatsvindt. Volgens de afdeling operatie komt het in de bijsturing incidenteel voor dat op een ander moment (mogelijk ook ’s nachts) extra gecombineerd of gesplitst moet worden.
In voorkomende gevallen zal dan echter zeker rekening worden gehouden met de voorgeschreven procedure zodat de verwachting is dat ook dan de geluidsnorm niet zal worden overschreden. Hiervoor is inmiddels extra aandacht gevraagd bij het personeel van Qbuzz. Derhalve moet volgens ProRail sprake zijn geweest van een incident en is geen sprake van stelselmatige overtreding van de geluidsnormen.
2.
Het piekqeluid van 61,7 dB(A) tijdens het wegrijden van de treincombinatie Dit geluid wordt volgens het meetrapport kort na het wegrijden van de opstellocatie gemeten. De oorzaak zal waarschijnlijk zijn gelegen in het booggeluid als gevolg van het berijden van het wissel van en naar spoor 32a. Hierbij geldt dat dit booggeluid geheel is te vermijden als de trein wordt geparkeerd op spoor 31a. Het gevolg van deze verplaatsing is echter dat alle doorgaande treinverkeer over spoor 32a moet worden geleid wat tot gevolg heeft dat het piekgeluid veel vaker zal optreden. In eerdere overleggen met de gemeente en omgevingsdienst is besproken dat verplaatsing naar spoor 31a dan ook geen logische maatregel is en juist dit ook een issue betreft dat dient te worden gecorrigeerd via een conform voorlopige voorziening nog te nemen nieuw besluit. Als extra waarborging om toch de komende tijd zoveel mogelijk piekgeluiden te vermijden tijdens het wegrijden van de treincombinatie is met de machinisten besproken om in de nacht met een gereduceerde snelheid van ca. 10 km/h door het wissel te rijden. ProRail is voornemens het effect van deze maatregel via een geluidsmeting te gaan onderzoeken.
3.
Het piekqeluid van 69,3 dB(A) tijdens het wegrijden van de treincombinatie Dit geluidsniveau is door ProRail en vervoerder Qbuzz niet duidelijk te plaatsen. Een oorzaak die zij kunnen bedenken is mogelijk het geluid als gevolg van een wielslip bij gladde sporen. Hierop is inmiddels gedurende vijf nachten door Qbuzz gemonitord. Tijdens deze vijf nachten is echter geen enkele melding van gladde sporen door machinisten gedaan met betrekking tot dit spoor. De veronderstelling dat dit de oorzaak zal zijn van geluidsoverschrijdingen lijkt dan ook niet logisch. ProRail ziet ook geen andere oorzaken en begrijpt dit piekgeluid niet. 4
Z-20-378030
4. Tenslotte leest ProRail in het meetrapport niet of de meting volledig is uitgevoerd conform de Handleiding meten en rekenen industrielawaai. ProRail vraagt zich onder meer af of de meteocorrectie en correctie voor gevelreflectie zijn toegepast, aangezien die niet worden vermeld in het meetrapport. Verder vermeldt het meetrapport bij één meting een meethoogte van 1,5 meter en worden de hoogtes van de andere metingen niet vermeld. De vergunde waarde geldt op 5 meter en het is onduidelijk of op die hoogte is gemeten. Graag zou ProRail de gevraagde aanvullende informatie over het meetrapport ontvangen, zodat duidelijk wordt hoe de metingen zijn uitgevoerd. Om deze reden en ook omdat ProRail het pieklawaai van benoemde voorvallen (combineren, wegrijden) zelf beter wil begrijpen is ProRail voornemens een geluidsmeting uit te voeren. Deze meting zal ProRail gebruiken om nog beter te borgen dat de procesvoering rond parkeren op spoor 32a blijvend plaatsvindt binnen de geluidswaarden van de vergunning en de voorlopige voorziening. Zodra bekend is wanneer de metingen uitgevoerd kunnen worden zal OZHZ worden geïnformeerd en ook de gelegenheid worden geboden om bij de meting aanwezig te zijn. 5.
ProRail is van mening, dat de grondslag voor het opleggen van een last onder dwangsom ontbreekt, nu de meetresultaten nog veel vragen oproepen en het mogelijk is dat sprake is geweest van een eenmalige overschrijding van de opgelegde geluidsnormen. Zo wij toch besluiten een last onder dwangsom op te leggen verzoekt ProRail hiermee te wachten tot de resultaten van de geluidsmetingen die ProRail zal uitvoeren bekend zijn. Uit deze metingen zal immers blijken of sprake is geweest van een incident. Voorts blijft ProRail graag in gesprek over het aanpassen van de vergunning conform de voorlopige voorziening. Onze reactie op uw zienswijze Naar aanleiding van uw zienswijze merken wij het volgende op: Het meetformulier van de op 7 juli 2020 uitgevoerde geluidsmeting hebben wij als bijlage bij dit besluit gevoegd. Ad 1 en 5 Wij onderschrijven uw intentie om in goed overleg tot een oplossing te komen. De geconstateerde geluidsovertredingen geven ons echter, gelet op de door ons gehanteerde sanctie- en nalevingsstrategie, geen aanleiding om af te zien van het opleggen van een last onder dwangsom.
Ad 2 Daar waar sprake is van het in afwijking van de geldende omgevingsvergunning parkeren van treinen op sporen geldt dat concreet zicht op legalisatie eerst ontstaat nadat (1) een volledige vergunningaanvraag tot wijziging van de (onvergunde) situatie bij het bevoegd gezag is ingediend die door het bevoegd gezag in behandeling kan worden genomen en (2) het bevoegd gezag heeft verklaard voornemens te zijn de aangevraagde omgevingsvergunning te verlenen. Uiteraard geldt hierbij dat voldaan dient te worden aan de in de vergunning opgenomen geluidgrenswaarden.
5
Z-20-378030
Ad 3.1 Tijdens de meting zijn piekgeluiden gemeten. In de nachtperiode werd gekoppeld en zoals in de zienswijze wordt aangegeven zal dit ook, zij het sporadisch, 's nachts kunnen gebeuren. Dit koppelen zal, alleen als dit op de juiste manier gebeurt, gepaard gaan met "weinig" geluid. Omdat een overschrijding van het piekgeluid ontstaat als gevolg van te ruw gedrag van de machinist bij het koppelen, sluiten wij niet uit dat herhaling hiervan kan optreden. Om te voorkomen dat er toch piekgeluiden voorkomen door het koppelen en te bevorderen dat op de juiste wijze door de machinist wordt gekoppeld, zowel in de avond- als in de nachtperiode, leggen wij u een last onder dwangsom op. Ad 3.2 De extra waarborg om in de komende tijd overschrijding van piekgeluiden te vermijden tijdens het wegrijden van de treincombinatie, zoals met de machinisten besproken, door in de nacht met een gereduceerde snelheid van ca. 10 km/h door het wissel te rijden, onderschrijven wij. Het parkeren op het door u bedoelde spoor is niet opgenomen in tabel 2 (blz. 9) van het akoestisch rapport van 16 september 2015 behorende bij de aanvraag die ten grondslag ligt aan de vigerende omgevingsvergunning.
Wij onderschrijven uw visie dat de geluidhinder voor omwonenden wordt vergroot wanneer het doorgaande treinverkeer, dat geen onderdeel uitmaakt van de inrichting van het emplacement, door de verplaatsing van geparkeerde treinen naar het vergunde spoor, vaker een wissel zal moeten nemen. Door omwonenden/ vertegenwoordigers van het Platform Spoor & Geluid is tijdens het laatstgehouden overleg aangegeven weliswaar bezwaar te hebben tegen het parkeren ter hoogte van de woningen, echter in de keuze tussen het parkeren op het ene of het andere spoor hebben de vertegenwoordigers aangegeven in verband hiermee het parkeren op het huidige spoor de beste keuze van de twee te vinden. Dit zal, zoals hiervoor onder Ad 2 is aangegeven, met een vergunningaanvraag dienen te worden geformaliseerd. Ad 3.3 Omdat wij niet uitsluiten dat herhaling van deze geluidsovertreding plaatsvindt leggen wij de last onder dwangsom op. Een overschrijding van het toegestane piekgeluid is gemeten. Het is aan u de oorzaak hiervan nader te onderzoeken, maatregelen te treffen en blijvend te voorkomen dat herhaling van deze geluidsovertreding plaatsvindt. Ad 4 De metingen zijn conform de Handreiking meten en rekenen industrielawaai (HMRI) uitgevoerd. De meteocorrectie is, gezien de geringe afstand van bron tot immissiepunt (minder dan 50 meter), over het algemeen bijna 0 dB(A).
In dit geval bedraagt de afstand circa 40 meter en is deze correctie 0,6 dB(A) (zie meettabel). Het gemeten LAmax niveau is na deze correctie 65,7 dB(A), nog steeds een overschrijding van het vergunde geluidsniveau.
6
Z-20-378030
Het maximale geluidniveau LAmax is de hoogste aflezing in de meterstand "fast", verminderd met de meteocorrectie Cm. Hiervoor verwijzen wij naar de HMRI onder industrielawaai 7.35 e.v. Een gevelcorrectie is in casu niet van toepassing. Bij een meting op 1,5 meter hoogte boven een harde bodem mag volgens de oude ILHR1301 omgerekend worden naar 5 meter hoogte waarbij de correctie 0 dB is. Onder de HMRI99 zou voor het meten op 1,5 meter gecorrigeerd moeten worden voor de minimaal langere afstandsweg indien op 5 meter hoogte wordt gemeten. De afgelegde weg van het geluid wijzigt echter nauwelijks van bron naar ontvanger op 1,5 of op 5 meter. Dit zal geen of weinig verschil in beoordelingsniveau geven. Zeker in verhouding tot de gemeten overschrijding van ongeveer 17 dB. E-mail d.d. 17 december 2020 en 6 januari 2021 Bij e-mail van 17 december 2020 heeft u ons geïnformeerd over de door u uitgevoerde geluidsmetingen. Het rapport met de bevindingen van deze metingen alsmede de door u voorgestelde oplossing(en) om de overtreding ongedaan te maken verwacht u begin januari 2021 te overleggen. Naar aanleiding hiervan verzoekt u ons te wachten met het opleggen van een last onder dwangsom.
Mede gelet op het verzoek om handhaving en het ontbreken van een concreet zicht op legalisatie zien wij momenteel geen aanleiding om de besluitvorming naar aanleiding van het verzoek tot handhaving uit te stellen. Met een e-mailbericht van 6 januari 2021 stuurt u OZHZ een brief van 4 januari 2021 met de door u uitgewerkte meetresultaten als bijlage. Ook uit deze meetresultaten blijkt een gemeten overschrijding van het vergunde en te vergunnen maximale piekgeluidsniveau. Uw zienswijze en de meetresultaten leiden ons tot het oordeel dat wij, gelet op de geldende beginselplichtjurisprudentie, gehouden zijn bestuursrechtelijk handhavend op te treden om deze geluidsovertredingen voor de toekomst te voorkomen. Uw zienswijze van 4 januari 2021 geeft ons geen reden tot het afzien van handhavend optreden. Conclusie Uw zienswijze geeft ons, gelet op de hiervoor opgenomen overwegingen, geen aanleiding tot het afzien van bestuursrechtelijk optreden. Wij besluiten tot het aan u opleggen van een last onder dwangsom. De hoogte van het dwangsombedrag is gerelateerd aan de ernst van de overtreding, de positie van de overtreder en de hoogte van de kosten die moeten worden gemaakt om de overtredingen te voorkomen. Hierbij is tevens uitgangspunt geweest dat de overtredingen geen economisch voordeel voor de overtreder mogen opleveren. 7
Z-20-378030
Besluit Gelet op het voorgaande en het bepaalde in artikel 125 van de Gemeentewet, juncto artikel 5:32 van de Algemene wet bestuursrecht, hebben wij dan ook besloten u te gelasten een overtreding van het bepaalde in de voorlopige voorziening van de rechtbank van 4 oktober 2019 ten aanzien van rekenpunt 30 voor wat betreft het daarin opgenomen maximale geluidniveau te voorkomen door ervoor zorg te dragen dat het maximale geluidsniveau (LAmax) veroorzaakt door de in de inrichting aanwezige installaties en toestellen, alsmede door de in de inrichting verrichte werkzaamheden en activiteiten, op rekenpunt 30 niet meer bedraagt dan de hiervoor weergegeven maximale geluidniveaus. Voor wat betreft de nachtperiode wil dat zeggen een maximaal geluidniveau (LAmax) van 49 dB(A). Indien u niet aan de last voldoet, verbeurt u een dwangsom van € 10.000,00 (tienduizend euro) per overtreding tot een maximum van € 50.000,00 (vijftigduizend euro) met een submaximum van € 10.000,00 (tienduizend euro) per week. U moet de last binnen een termijn van zes maanden opvolgen. Dit geeft u naar ons oordeel voldoende ruimte om te zoeken naar mogelijkheden om overschrijding van de geldende maximale geluidniveaus te voorkomen. Dit besluit geldt mede jegens de rechtsopvolger van degene aan wie het besluit is opgelegd alsmede jegens iedere verdere rechtsopvolger.
Overwegingen Op grond van artikel 6.1 van de Wabo treedt dit besluit in werking met ingang van de dag na haar bekendmaking. Een last onder dwangsom wordt verbeurd door het enkele feit dat de last niet wordt nagekomen. U kunt voorkomen dat een dwangsom verbeurt, door ervoor zorg te dragen dat de hiervoor genoemde overtreding in de toekomst niet meer plaatsvindt. De geconstateerde overtreding is mogelijk een strafbaar feit. De genoemde termijn sluit vervolging door het Openbaar Ministerie niet uit. Actieve openbaarmaking De Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid (OZHZ) is voornemens dit handhavingsbesluit integraal openbaar te maken op grond van artikel 8 van de Wet openbaarheid van bestuur. De openbaarmaking zal gebeuren door het publiceren van onderhavig document op de website van OZHZ. Wij verwijzen u hiervoor naar de u gelijktijdig met dit besluit toegezonden brief van het dagelijks bestuur van de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid. Is deze beschikking onduidelijk of heeft u er vragen over? Neemt u dan eerst telefonisch contact met ons op. Dit kan voorkomen dat u een bezwaarschrift hoeft te schrijven.
8
Z-20-378030
Bezwaar maken U kunt tegen dit besluit op grond van de Algemene wet bestuursrecht een bezwaarschrift indienen binnen zes weken na de datum waarop het besluit is verzonden. Dit kan bij burgemeester en wethouders van Dordrecht, Postbus 8, 3300 AA Dordrecht. Het bezwaarschrift moet zijn voorzien van een handtekening en in elk geval bevatten: naam, adres, telefoonnummer en eventueel e-mailadres van de indiener, de dagtekening, een omschrijving van het besluit waartegen het bezwaar is gericht en de reden van het bezwaar. U kunt ook digitaal bezwaar indienen bij de gemeente via www.dordrecht.nl. Daarvoor moet u beschikken over een elektronische handtekening (DigiD of eHerkenning). Kijk op de genoemde site voor de precieze voorwaarden. Voorlopige voorziening De beschikking treedt in werking met ingang van de dag na bekendmaking. Het indienen van een bezwaarschrift houdt de werking van het besluit niet tegen. Hebben u of andere belanghebbenden er veel belang bij dat dit besluit niet in werking treedt, dan kan een belanghebbende, die een bezwaarschrift heeft ingediend, de voorzieningenrechter van de Rechtbank Rotterdam, Bestuursrecht team B (Postbus 50951, 3007 BM Rotterdam) verzoeken om een voorlopige voorziening (tijdelijke beslissing) te treffen. Voor de behandeling van het verzoek wordt een bedrag aan griffierecht geheven.
U kunt ook digitaal een verzoek om voorlopige voorziening instellen bij genoemde rechtbank via https://loket.rechtspraak.nl/Burgers/Digitaal%20procederen/33. Daarvoor heeft u een elektronische handtekening (DigiD of eHerkenning) nodig. Kijk op de genoemde website voor de precieze voorwaarden. Dit besluit is zowel aangetekend als per gewone post verstuurd.
Het college van burgemeester en wethouders van Dordrecht, namens dezen, W.J. van der Ark manager Unit Integraal Toezicht A van de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid
Deze brief is digitaal vastgesteld en is daarom niet ondertekend.
Bijlage:
Kopie:
-
Rapport geluidsmeting 6 en 7 juli 2020
-
Notitie 13 juli 2020
-
Gemeente Dordrecht,
-
de Officier van Justitie, Functioneel Parket, Handhavingseenheid Rotterdam
-
Nationale politie, regionale eenheid Rotterdam, t.a.v. de teamchef
-
Inspectie Leefomgeving en Transport, t.a.v. de Inspecteur-Generaal
9