CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Kleine windturbines - beleidsregels_230806_112946.pdf

Dordtse Dinsdag – Beeld- en oordeelsvormende commissies 24 oktober 2023, gemeente DordrechtBij agendapunt: 1: Agenderingsverzoek aan de Agendacommissie van de fracties GL, Fractie Van Waardhuizen, VVD, CDA, PvdA en Gewoon Dordt over Private windmolens555 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Kleine Windturbines – beleidsregels

Algemene beleidsregels 

U moet altijd een vergunning aanvragen voor het plaatsen van een kleine windturbine

U moet de kleine windturbine altijd in het bouwvlak plaatsen.

Voordat u een vergunning aanvraagt, overlegt u eerst met buren/omwonenden die zicht hebben op de windturbine over uw plannen.

Gebiedspecifieke beleidsregels In een woonwijk heeft een kleine windturbine een andere impact op de omgeving dan op een bedrijventerrein of in het buitengebied. Daarom gelden voor elk van deze gebieden specifieke beleidsregels. Beleidsregels stedelijk gebied (met uitzondering van bedrijventerreinen) 

Hier zijn windturbines van het type ‘savonius’ toegestaan met een maximale hoogte van 2 meter. Voordelen van het savonius-type (verticale ‘windwokkels’) zijn: o

nauwelijks waarneembaar geluid: het geluid komt in de meeste gevallen niet uit boven het geluid van de wind;

o

relatief rustig beeld: geen draaiende wieken, nauwelijks slagschaduw en de aanwezige slagschaduw geeft geen ‘knipperend’ beeld zoals bij slagschaduw van wieken wel het geval is

o

niet schadelijk voor vogels en insecten; dieren zien de molen als één kolom waar ze omheen vliegen, en worden daardoor niet geraakt door voor hen onzichtbare wieken.

Het cumulatief geluid (dus windturbine + andere geluidsbronnen, zoals een aanwezige warmtepomp) mag maximaal 40 dB bedragen (norm en meting gelijk aan die voor warmtepompen, conform artikel 3.8 Bouwbesluit).

De kleurstelling van de windturbine is egaal wit, lichtblauw of lichtgroen en niet spiegelend/reflecterend (deze kleurstelling is gebruikelijk voor dit type kleine windturbine).

De windturbine dient op of aan een gebouw geplaatst te worden. Vrijstaande plaatsing op bouwvlak op masten o.i.d. is niet toegestaan. Dit om ‘verrommeling’ van de woon- en leefomgeving te voorkomen.

De windturbine en mag tot maximaal 10% boven de nokhoogte van het gebouw uitsteken. Bij gebouwen met een hoogte van zo’n 16 meter of meer (m.n. appartement- en bedrijfsgebouwen), zal dit in de meeste gevallen voldoende zijn om een gangbare kleine windturbine van 160 centimeter) op het (platte) dak te plaatsen.

Indien toepassing van de 10%-regel plaatsing van de windturbine op het hoogste punt van het gebouw niet mogelijk maakt, kan de windturbine in sommige situaties hoger worden geplaatst. In die gevallen geldt de nokhoogte plus 2 meter als maximale hoogte.

Voorwaarde is wel dat er geen onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en van het straat- en bebouwingsbeeld plaatsvindt. Toelichting: Bij eengezinswoningen (veelal 2 woonlagen + kap = ongeveer 10 tot 12 meter) of andere gebouwen lager dan 16 meter, leidt toepassing van de 10%-regel er veelal toe dat de windturbine deels voor, achter of naast de nok moet worden geplaatst. Dit kan er toe leiden dat de windturbine niet optimaal functioneert. In die gevallen is hoger plaatsen in sommige situaties mogelijk.

Beleidsregels buitengebied 

Hier volgen we het Bestemmingsplan Buitengebied (2020). Binnen het agrarisch bouwvlak of bij bedrijfsbestemmingen zijn windturbines tot een ashoogte van 25 meter en binnen de woonbestemming tot een tiphoogte van 12 meter toegestaan.

E.e.a. “(…) onder de voorwaarde dat de ruimtelijke en/of stedenbouwkundige inpasbaarheid en de milieuhygiënische aanvaardbaarheid zijn aangetoond en mits geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de ruimtelijke kwaliteit, de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden, het straat- en/of bebouwingsbeeld, de landschappelijke en natuurwaarden, de verkeersveiligheid en de woonsituatie” (Bestemmingplan Buitengebied 2020).

Beleidsregels industrieterreinen 

Kleine windturbines tot 5 meter mogen (binnen het bouwvlak) maximaal 5 meter (tiphoogte) boven de nokhoogte van de hoofdmassa worden geplaatst.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/788/documents/27057