CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Kaderbrief 2023 (RIB).pdf

Gemeenteraad Dordrecht 31 mei 2022, gemeente DordrechtBij agendapunt: 26: Raadsinformatiebrief Kaderbrief 2023 - Raadsinformatiebrief9.042 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Kaderbrief 2023 DORDRECHT (RIB)

Inhoudsopgave Inleiding ........................................................................................ 3 Inleiding ............................................................................................................ 3 Financiële samenvatting ....................................................................................... 4 Disclaimer .......................................................................................................... 4

Mutaties ......................................................................................... 5 Autonome ontwikkelingen .................................................................................... 5 Indexeringen ...................................................................................................... 7 Indexaties uitgaven ....................................................................................................... 7 Indexaties inkomsten ..................................................................................................... 8

Knelpunten .......................................................................................................10 Dekkingsmaatregelen .........................................................................................12

Perspectief................................................................................... 14 Financiële beeld .................................................................................................14 Weerstandsvermogen .........................................................................................15 Vermogenspositie ......................................................................................................... 15 Ontwikkeling weerstandsvermogen ................................................................................. 16

Onzekerheden ...................................................................................................17 Algemeen .................................................................................................................... 17 Sociaal ........................................................................................................................ 20 Fysiek ......................................................................................................................... 20

Kaderbrief 2023 (RIB)

2

Inleiding Inleiding Zoals gebruikelijk in een verkiezingsjaar geen beleidsrijke kadernota, maar een kaderbrief die u inzicht geeft in de meest actuele stand van zaken op het meerjarenperspectief. De Begroting 2023 die in het najaar wordt opgesteld en besproken, zal uiteraard beleidsrijk zijn en een financiële vertaling kennen van het in het voorjaar uit te werken politiek akkoord voor de komende bestuursperiode. Gemeenten zitten in een zeer bijzondere situatie op dit moment. Het kabinet heeft er historisch lang over gedaan om na de landelijke verkiezingen in maart 2021 tot een regeerakkoord te komen. Gemeenten keken reikhalzend uit naar de onderwerpen en besluiten die het vorige kabinet al een tijd voor zich uitschoof en zou overlaten aan een nieuw kabinet. Denk aan besluiten over (de afschaffing van) de opschalingskorting, de uitspraken van de arbitragecommissie rond de Jeugdzorg, het verplicht gestelde WMO-abonnementstarief, en een besluit over de daadwerkelijke effecten en het moment van invoering van de herijking van de algemene uitkering. Het regeerakkoord stelt helaas in feite op al deze punten teleur en voegt zelfs nieuwe onzekerheden toe voor gemeenten. Uit het regeerakkoord blijkt dat:  De opschalingskorting (opnieuw) wordt bevroren tot en met 2025, vanaf 2026 staat deze grote algemene korting op het gemeentefonds voor de volle omvang in de boeken.

 Vanaf 2026 wordt het gemeentefonds niet meer geïndexeerd voor de inflatie (loon- en prijsstijgingen), in plaats daarvan gaat onderzocht worden of een vergroting van het lokaal belastinggebied een alternatief kan zijn.  Het besluit van de arbitragecommissie op de Jeugdzorg wordt niet gevolgd, gemeenten krijgen minder extra middelen dan wat is geadviseerd.  Op de WMO komt geen extra compensatie en het verplichte lage abonnementstarief wordt niet losgelaten.  Een nieuwe uitname uit het gemeentefonds wordt voorgesteld om een woningbouwfonds te vullen, waar gemeenten dan weer aanvragen op kunnen indienen. In zijn algemeenheid is zichtbaar dat het kabinet verder doorzet op de eerder ingezette lijn van fondsen en incidentele financiering, specifiek gericht op de regeerperiode van het kabinet zelf (2022-2025). Dit staat op gespannen voet met de eis van een meerjarig sluitende begroting waar gemeenten jaarlijks aan moeten voldoen; in dit specifieke geval de komende meerjarenbegroting 2023-2026. Mede omdat het Rijk als veruit grootste geldschieter van gemeenten steeds meer werkt met incidentele financiering, ontkomen gemeenten er niet aan ook steeds meer activiteiten incidenteel (dus voor één bestuursperiode) te financieren.

Er is ook een duidelijke 'spagaat' voelbaar voor Dordrecht tussen enerzijds een mager meerjarenperspectief en anderzijds de aanwezige investeringsmiddelen (onder andere Agenda Dordt 2030), een gunstige schuldpositie en een op dit moment overzichtelijke risicopositie op huidige grondexploitaties. Deze tegenstelling is duidelijk zichtbaar in deze Kaderbrief (die vooruit kijkt naar meerjarenbegrotingen) en de recente benchmark gemeenten van BDO (die terugkijkt naar de balans), waarop Dordrecht op de tweede plaats staat van financieel gezondste 100.000+ gemeenten van het land. De ene crisis lijkt over zijn acute hoogtepunt heen (corona); de volgende crisis dient zich alweer in alle hevigheid aan. De zorgwekkende situatie in Oekraïne zorgt niet alleen voor lokale vraagstukken rondom opvang van vluchtelingen, ook de wereldwijde forse stijging van energie- en grondstofprijzen en daarmee verband houdende inflatie en leveringsproblemen raken inwoners, instellingen en de gemeente zelf.

Kaderbrief 2023 (RIB)

3

Bovenstaande betekent dat in het nieuwe politieke akkoord een flinke inhoudelijke en financiële puzzel gelegd moet worden, waarbij een balans gevonden moet worden tussen een sluitende begroting enerzijds en wensen ter continuering van aflopend beleid, dan wel nieuwe wensen anderzijds. Dit alles onder het gesternte van een zeer krappe en concurrerende arbeidsmarkt. Dit is ook de reden waarom wij u als nieuwe raad niet vragen deze Kaderbrief vast te stellen, maar ter informatie tot u te nemen. Zodat u op de hoogte raakt van actuele perspectieven, onderwerpen en dilemma's en bij de Begroting 2023 optimaal in staat wordt gesteld om de integrale afwegingen daadwerkelijk te maken én vast te stellen. De Kaderbrief 2023 vormt daarmee het startperspectief voor de Begroting 2023.

Financiële samenvatting Net als vorig jaar bevinden gemeenten zich in een financieel zeer onzekere periode. De verdeling van het gemeentefonds, veruit de grootste inkomstenbron van gemeenten, gaat wijzigen. De invoering staat gepland voor 2023. Het nieuwe regeerakkoord geeft vooralsnog meer financiële vragen dan antwoorden. Daar bovenop zijn de structurele effecten van de coronacrisis én de situatie in Oekraïne nog ongewis. Dit zorgt ervoor dat het financiële perspectief nog volop in beweging is, waarbij we de druk op de meerjarenbegroting zien toenemen. Deze kaderbrief is beleidsarm opgesteld, wat betekent dat alleen autonome ontwikkelingen en knelpunten inzichtelijk zijn gemaakt. Nieuwe bestuurlijke beleidsvoornemens zullen bij de formatieonderhandelingen op tafel komen en na weging van het perspectief ter besluitvorming worden voorgelegd in de Begroting 2023. Gezien het feit dat de inflatiecijfers (over 2022) op dit moment zeer fors, maar ook zeer volatiel zijn, hebben we de indexatie pro memorie (p.m.) geraamd. Deze cijfers zijn derhalve nog niet verwerkt in het meerjarenbeeld, maar hebben hier in potentie een substantieel effect op, zeker wanneer de hoge inflatiecijfers structureler van aard worden.

Meerjarenbegroting De stand van de Begroting 2022 samen met alle mutaties zoals opgenomen in deze Kaderbrief 2023 leidt tot het volgende voorlopige meerjarenbeeld: Bedragen x € 1.000 2023

2024

2025

2026

1.005

-3.352

-2.695

-1.849

-7

-37

-44

-46

998

-3.389

-2.739

-1.895

-3.272

-3.032

-2.896

-2.899

Indexeren

p.m.

p.m.

p.m.

p.m.

Knelpunten

-1.706

-1.160

-880

-762

Dekkingsmaatregelen

8.000

8.000

8.000

p.m.

Kadernota 2023

4.020

419

1.485

-5.556

219

672

1.303

pm

4.239

1.091

2.788

-5.556

Eindsaldo Begroting 2022 Besluiten na vaststellen begroting 2022 Startpositie meerjarenraming 2023-2026 Autonome ontwikkelingen

Correctie incidentele baten en lasten (indicatief) Structurele saldo 2023

Disclaimer DISCLAIMER Deze website is met zorg samengesteld. Desondanks is het mogelijk dat deze informatie onvolledig of verouderd is en/of onjuistheden bevat. De gemeente aanvaardt geen aansprakelijkheid voor schade van welke aard dan ook die het gevolg is van eventuele onjuiste informatie op deze website. De gemeente is niet verantwoordelijk voor informatie op internetpagina's van derden waarnaar op deze website wordt verwezen. Ook neemt de gemeente geen verantwoordelijkheid

Kaderbrief 2023 (RIB)

4

voor de gevolgen van het gebruik van de op de website aangeboden informatie. PRIVACY Er worden uitsluitend statistische gegevens verzameld gericht op klikgedrag en geen privacygevoelige informatie.

Mutaties Autonome ontwikkelingen Tussen het moment van de Begroting 2022 en het opstellen van de Kaderbrief 2023 doen zich een aantal autonome ontwikkelingen voor. Onderstaande tabel geeft inzicht in de financiële consequenties van deze autonome ontwikkelingen: Bedragen x € 1.000 Autonome ontwikkelingen

2023

2024

2025

2026

pm

pm

pm

pm

1.

Stedin

2.

Dividend Evides

-400

-400

-400

-400

3.

Cao 2021 -2022

-732

-732

-732

-732

4.

Decembercirculaire 2021

46

48

45

42

5.

Energie

-1.100

-1.100

-1.100

-1.100

6.

Aanbesteding aansprakelijkheidsverzekering

-220

-220

-220

-220

7.

Verhoging oude GRD Begroting 2022

-924

-851

-782

-782

8.

GR Veiligheidsregio Zuid Holland Zuid - conceptbegroting 2023

-657

-657

-657

-657

9.

GR Sociaal - conceptbegroting 2023

100

100

100

100

10.

GR Drechtwerk - conceptbegroting 2023

115

280

350

350

11.

GR Dienst Gezondheid en Jeugd - conceptbegroting 2023

pm

pm

pm

pm

12.

GR Omgevingsdienst Zuid Holland Zuid conceptbegroting 2023

pm

pm

pm

pm

13.

Structurele effecten jaarrekening

500

500

500

500

-3.272

-3.032

-2.896

-2.899

Totaal

1. Stedin In het behalen van de klimaatambities/duurzaamheidsopgave van Nederland zijn de netbeheerders een belangrijke partner. Er zijn zeer forse investeringen in het netwerk nodig om dit toekomstbestendig te maken in het licht van de klimaatambities. Het jaarlijkse dividend van Stedin, dat ongeveer € 5 miljoen bedraagt, staat door de investeringen onder druk, omdat Stedin alle liquiditeit hiervoor aanwendt. Voor het jaar 2022 hebben we in de Begroting 2022 het dividend nagenoeg geheel af geraamd. Naar verwachting zijn de dividendopbrengsten in 2023 veel lager dan begroot. Hoe groot het bedrag is dat precies wordt uitgekeerd is nog niet bekend; in de begroting 2023 komen we hierop terug. In bovenstaande tabel is deze post als p.m. post opgenomen. Het maximale bedrag waarmee de opbrengst verminderd, is € 5 miljoen. Hier moet dan bij de begroting 2023 dekking voor gevonden worden. De keuze van Stedin om over 2022 slechts beperkt dividend uit te keren is gemaakt vooruitlopend op het afronden van de discussie hoe de rekening van de verduurzaming wordt betaald. Door het dividend te beperken komt deze rekening naar de gemeenten, terwijl de kosten het gevolg zijn van afspraken op rijksniveau. Onze lobby is erop gericht om de rekening niet eenzijdig bij de gemeenten neer te leggen, maar rechtvaardig te verdelen over de verschillende overheden en de

Kaderbrief 2023 (RIB)

5

gebruikers. 2. Dividend Evides Op grond van het ondernemingsplan 2022 en het in 2021 ontvangen dividend van Evides is het de verwachting dat het dividend structureel met € 400.000 moet worden verlaagd. Oorzaken hiervan zijn in hoofdzaak de investeringsagenda, de sterke loon- en prijsstijgingen en de tariefregulering; in combinatie met het vasthouden aan een relatief hoge solvabiliteit. Afwijkingen blijven mogelijk en zijn bijv. afhankelijk van het tempo van opleveren van installaties; waaraan resultaat beïnvloedende investeringslasten en -opbrengsten zijn verbonden. 3. Cao 2021 – 2022 De Cao Gemeenten is eind januari 2022 definitief vastgesteld voor de jaren 2021 en 2022. Deze afgesproken cao is hoger dan waar bij de Begroting 2022 rekening mee is gehouden. Hierbij worden de afspraken financieel verwerkt in de meerjarenbegroting 2023 en verder. Voor 2022 worden de hogere kosten meegenomen in de Bestuursrapportage 2022. 4. Decembercirculaire 2021 De Decembercirculaire 2021 heeft een beperkt positief effect op het exploitatiesaldo. In de bijbehorende raadsinformatiebrief 0005689 (zie raadsvergadering van 1 februari 2022) is dit nader toegelicht. 5. Energie Als gevolg van de stijging van de leveringstarieven voor elektriciteit en gas is sprake van hogere energielasten.

Voor 2023 en verder is vanwege de onzekerheden op de energiemarkt alleen gerekend met de stijging van de leveringstarieven voor 2022. Bij deze reeks gaan we ervan uit dat de energielasten blijvend op een hoger niveau zitten. Voor de berekening van de verhoging van de energielasten is een gemiddeld percentage van 40% op de werkelijke energielasten 2021 gehanteerd. Gesloten exploitaties (parkeren, riolen) zijn niet meegenomen in de berekening. Ook de energielasten van het gemeentelijk vastgoed, onderwijshuisvesting en sportaccommodaties zijn niet meegenomen, omdat de energielasten door de gebruiker worden betaald. 6. Aanbesteding aansprakelijkheidsverzekering De aansprakelijkheidsverzekering voor personen-, zaak- en vermogensschade is Europees aanbesteed. Deze aanbesteding is duurder uitgevallen dan het contract. Dit komt met name door de verharding van de verzekeringsmarkt. Op dit moment zijn er nog maar weinig aanbieders voor gemeentelijke aansprakelijkheidsverzekeringen. Ook landelijke letsel- en vermogensschades van de aansprakelijkheidsverzekeringen stijgen door de veranderende wet- en regelgeving. Deze bedragen rekenen verzekeraars door in hun premies en het is niet de verwachting dat die binnen afzienbare tijd weer dalen. 7. Verhoging oude GRD Begroting 2022 De Drechtraad heeft op 7 juli 2021 de GRD-begroting 2022 en de bijbehorende gemeentelijke bijdragen vastgesteld.

In het laatste kwartaal van 2021 is er een aantal ontwikkelingen geweest die aanleiding geven tot aanpassing van die gemeentelijke bijdragen. Conform de samenwerkingsovereenkomst kan een wijziging van de gemeentelijke bijdragen alleen worden doorgevoerd indien alle deelnemende gemeenten daartoe unaniem besluiten. Het betreffen hier de bijdragen voor de serviceorganisatie voor Smart Data Center, loonkosten van de gemeentelijke Belastingdienst, frictiekosten in relatie tot de uittreding van de RAV uit de DG&J en daarmee uit het SCD, ICT beveiliging, en loonkosten 2022 in verband met de nieuwe cao. Het hier genoemde bedrag is de verhoging van het gedeelte van de gemeente Dordrecht in de totale kosten van de serviceorganisatie. 8. GR Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid (VRZHZ) Door diverse factoren ontstaat een structureel tekort in de begroting van de Veiligheidsregio. Om de basis op orde te krijgen, is een structureel bedrag van € 1,6 miljoen benodigd. Daarnaast

Kaderbrief 2023 (RIB)

6

komen er de aankomende jaren een aantal, veelal exogene ontwikkelingen op de VRZHZ af die gepaard gaan met structurele kosten van ruim € 1 miljoen. Het gaat hier bijvoorbeeld om kosten als gevolg van de invoering van de Omgevingswet, de vastgestelde cao 2021-2022 en de kosten om te voldoen aan eisen van informatieveiligheid. De derde component vormen gewenste innovaties en nieuw beleid zoals het Multi Intelligence Center van € 0,35 miljoen en de kosten voor een Risk Factory (nog als p.m. opgenomen, afhankelijk van businesscase). Nadat rekening is gehouden met besparingen op bijvoorbeeld het oversluiten van de leningenportefeuille kent de begroting van de VRZHZ op basis van huidig inzicht een structureel tekort van € 2,26 miljoen. Het aandeel van Dordrecht in de basis op orde is € 464.000, in de exogene ontwikkelingen € 135.000 en in de innovaties en nieuw beleid (exclusief Risk Factory) € 58.000. Op de verhoging van de bijdrage is een zienswijze-procedure van toepassing. 9. GR Sociaal De gemeentelijke bijdrage aan GR sociaal wordt verlaagd met € 100.000. Met name de verwachte stijging op de BUIG (inkomsten vanuit SZW naar gemeenten gerelateerd aan de bijstand) voor 2023 vormt de dekking voor niet alleen de stijgende kosten op de bijstand, maar ook voor de andere kostenstijgingen op de WMO en Participatie. 10.

GR Drechtwerk De gemeentelijke bijdrage aan Drechtwerk kan structureel worden verlaagd, als gevolg van een gunstig verloop van de rijkssubsidie ten opzichte van de personele kosten (en detacheringen) van Drechtwerk. De begroting 2023 en de doorkijk tot 2026 kent nog een aantal onbekende factoren zoals de effecten van de samenwerking/voeging met de SDD en de effecten van (mogelijke) cao ontwikkelingen. 11. GR Dienst Gezondheid en Jeugd (DG&J) De (concept)begroting en eventueel daarbij behorende aanpassingen in de bijdragen zijn nog niet ontvangen. 12. GR Omgevingsdienst Zuid Holland Zuid (OZHZ) De (concept)begroting en eventueel daarbij behorende aanpassingen in de bijdragen zijn nog niet ontvangen. 13. Structurele effecten jaarrekening De structurele effecten uit de Jaarrekening 2021 voor 2023 en verder worden verwerkt in deze kaderbrief. Dit betreft een voordeel op inkomsten OZB.

Indexeringen Het onderdeel indexeringen valt uiteen in twee delen:  Indexaties uitgaven.  Indexaties inkomsten.

Indexaties uitgaven Jaarlijks indexeren wij de personele budgetten, prijsgevoelige budgetten, de bijdrage aan gesubsidieerde instellingen en de bijdragen aan verbonden partijen. Normaliter wordt voor de personele budgetten een inschatting gemaakt van de cao in het volgende jaar en wordt voor de prijsgevoelige budgetten de consumentenprijsindex gehanteerd. Gezien het feit dat de inflatiecijfers (over 2022) op dit moment zeer fors, maar ook zeer volatiel zijn, geven we in dit hoofdstuk inzicht in de indices als de reguliere systematiek zou worden gevolgd. Een daadwerkelijk besluit wordt voorgelegd in de Begroting 2023. Dan zal ook duidelijker zijn wat de door het kabinet voorgestelde maatregelen doen met de daadwerkelijke inflatie over 2022.

Kaderbrief 2023 (RIB)

7

1. Personele budgetten De verwachte indexatie van de personele budgetten is op dit moment 2%. Hiermee kan een verwachte cao-stijging (de huidige cao loopt tot eind 2022) van 2,5% en de verwachte stijging van de pensioenpremie van 1% opgevangen worden. Daarnaast is rekening gehouden met het vervallen van de UFO-premie aan het ABP per 01-01-2023. In de indexering is geen rekening gehouden met de thuiswerkvergoeding van € 2,- per dag thuis werken. In theorie is dit uitwisselbaar met de reiskostenvergoeding. Het effect op het totaal aan vergoedingen is nog niet bekend en wordt in 2022 geëvalueerd. 2. Prijsgevoelige budgetten Bij de berekening van de indexering van de inkoop budgetten baseren wij ons normaliter op de consumentenprijsindex (CPI) van het Centraal Planbureau (CPB). Het percentage wordt bepaald aan de hand van een benodigde correctie van de jaren 2021 en 2022 en de verwachte inflatie in 2023. Op deze manier blijven we de daadwerkelijke index volgen. De meest recente CPI gegevens (uit het Centraal Economie Plan, maart 2022) resulteren in een stijging van 6,9%. Dit percentage is opgebouwd uit een correctie van 2021 met 0,8% (van 1,9% naar 2,7%), een correctie van 2022 met 3,4% (van 1,8% naar 5,2%) en een verwachte inflatie in 2023 van 2,4%. Deze indexatie is fors en veel hoger dan we de afgelopen jaren gewend zijn.

Vandaar dat er in deze kaderbrief voor wordt gekozen deze indexatie niet vast te laten stellen, maar voor te leggen bij de begroting 2023. We hopen tegen die tijd meer duidelijkheid te hebben over de ontwikkeling van de prijsindex 2022 en de compensatie vanuit het Rijk bij de Meicirculaire 2022. Voor de volledigheid wordt vermeld dat de indexatie momenteel alleen geldt voor exploitatiebudgetten en niet voor investeringen en reserves. Echter, de kosten van de investeringen of de projecten die uit reserves gedekt worden, stijgen natuurlijk wel. Willen we deze projecten of investeringen volgens de geplande kwaliteit en kwantiteit uitvoeren, dan dient er met kostenstijgingen rekening gehouden te worden. Voor de reservering Spoorzone geldt bijvoorbeeld dat met een inflatiecijfer van 6,9% er sprake is van een geldontwaarding van € 9,7 miljoen. Kijkend naar de ambitie onder de Spoorzone zal die geldontwaarding hoger zijn. Immers, de kosten in de bouw stijgen momenteel heel hard. 3. Budgetten gesubsidieerde instellingen Bij de berekening van de loon- en prijsontwikkelingen bij gesubsidieerde instellingen gaan wij ervan uit dat de kosten van de gesubsidieerde instellingen voor 75% loonafhankelijk en 25% prijsafhankelijk zijn. Waarbij voor de lonen wordt uitgegaan van een verwachte gemiddelde stijging van de lonen en voor de prijzen van de CPI-index.

Op basis van de bij de begroting gehanteerde indices wordt deze indexatie berekend. 4. Budgetten verbonden partijen De budgetten voor verbonden partijen worden met het zelfde percentage verhoogd als de subsidies. Het betreft hier enkel de budgetten van verbonden partijen die niet afkomstig zijn uit specifiek geoormerkte middelen, welke een-op-een worden doorgezet. Deze specifieke budgetten volgen de hoogte van de door het Rijk beschikbaar gestelde gelden en eventuele bijbehorende indexatie, denk hierbij bijvoorbeeld aan het budget voor bijstand. Bij de partijen waar het huidige budget volstaat om de indexatie op te vangen, wordt geen aanvullend budget opgenomen.

Indexaties inkomsten De indexatie van de inkomsten in de begroting valt uiteen in twee onderdelen. Het eerste onderdeel bevat de indexatie met een effect op het begrotingssaldo (gemeentefonds en ongebonden heffingen). Het tweede gedeelte bevat de indexatie van de onderdelen die geen effect hebben op de exploitatie (gebonden heffingen).

Kaderbrief 2023 (RIB)

8

Onderdeel I: Effect op het begrotingssaldo 1. Beschikbaar stellen budgetten voor prijscompensatie 2023 vanuit circulaires De begroting van de gemeente is opgebouwd in constante prijzen. Dit betekent dat het budget van jaar t+1 (2023) niet is verhoogd voor inflatie ten opzichte van jaar t (2022). In het onderdeel 'indexaties' worden de lasten en de baten verhoogd met inflatiepercentages die horen bij het jaar 2023. Onderdeel van deze aanpassing betreft het laten vrijvallen van de bedragen die beschikbaar zijn voor loon- en prijscompensatie in 2023 vanuit de laatst bekende circulaires. Voor 2023 gaat het om een bedrag van € 4,3 miljoen. 2. Onroerendezaakbelastingen (OZB) Om gelijke tred te houden met de inflatie, zoals de afgelopen bestuursperiode gebruikelijk was, zou de opbrengst van de OZB geïndexeerd moeten worden met de consumentenprijsindex (CPI). De berekende CPI is 6,9% op basis van de maartcijfers van het Centraal Plan Bureau. Indien dit aan de burgers wordt doorberekend, is dit een forse stijging van de lastendruk. Er dient een afweging gemaakt te worden tussen het dekken van de verwachte prijsstijgingen en de doorberekening hiervan aan de burgers. Bij de begroting 2023 kunnen de indexaties vastgesteld worden. 3. Overige ongebonden heffingen Onder de overige ongebonden heffingen vallen de logiesheffing, de hondenbelasting en de precariobelasting. a.

Logiesheffing De logiesheffing bedraagt momenteel € 2,00 of € 0,75 per persoon per nacht. Indexatie met het CPI-percentage levert enkele centen verschil op. Op de logiesheffing vindt daarom geen indexatie plaats, maar kan bij elk jaar een afweging plaatsvinden of een meer schoksgewijze verhoging gewenst is. Of we deze tarieven voor 2023 handhaven, wordt besloten bij de Begroting 2023. b. Hondenbelasting In de periode 2019 -2022 is vanuit de beleidswens Hondenbelasting de hondenbelasting per hond tijdelijk verlaagd. Omdat het hier incidentele middelen betrof, vervalt deze verlaging vanaf 2023. Op basis van het meest recente, bekende aantal honden en de begrote opbrengsten, maar ook de bestuurlijke wensen op de wenselijkheid van het instrument van de hondenbelasting zelf, zal het tarief 2023 definitief worden bepaald. c) Precariobelasting Ook de precario inkomsten worden meestal verhoogd met de CPI-index. Bij de begroting kan de definitieve indexatie vastgesteld worden. 4. Indexatie nieuwe taken servicegemeente Vanaf 2022 is de gemeente Dordrecht de servicegemeente voor de regio. Omdat besloten is het eerste jaar as-is door te gaan, wordt ook de indexatie-berekening voor de doorbelasting aan de gemeenten in stand gehouden. Deze wijkt enigszins af van de interne doorberekeningen. Gedurende 2022 wordt dit traject onderzocht, waarbij de indexaties gelijk gaan lopen.

Onderdeel II: Geen effect op het begrotingssaldo (gebonden heffingen) De gebonden heffingen betreffen heffingen die worden geheven ten behoeve van een specifieke doelstelling. Uitgaven van deze opbrengsten zijn hieraan gebonden. Desbetreffende heffingen mogen niet meer dan kostendekkend zijn. De gebonden heffingen zijn onder andere afvalstoffenheffing, rioolheffing, parkeertarieven, bouwleges, reinigingsrecht en lijkbezorgingsrechten.

Kaderbrief 2023 (RIB)

9

Om gelijke tred te houden met de inflatie zouden deze heffingen met de CPI van 6,9% verhoogd moeten worden. Ook hier dient de afweging gemaakt te worden of de heffingen met deze stijging verhoogd worden of dat er een aangepaste indexatie gehanteerd wordt. Bij de Begroting 2023 kunnen de indexaties vastgesteld worden.

Knelpunten Binnen de huidige meerjarenbegroting zijn enkele knelpunten geïnventariseerd. Deze knelpunten worden als volgt in het meerjarenperspectief opgenomen: Bedragen x € 1.000 Knelpunten

2023

2024

2025

2026

1.

Regeling opkoopbescherming

-100

-100

-100

-100

2.

Groen en ruimtelijk Dordrecht

-553

-553

-553

-553

3.

Onderhoud Statenschool (Hofstraat 5)

-521

-317

-52

4.

Verkiezingen

-175

-175

-175

-175

5.

Paspoortenpiek en bevolkingsgroei

-157

85

0

66

6.

Impuls statushouders SDD

-200

-100

0/pm

0/pm

-1.706

-1.160

-880

-762

Totaal

1. Regeling opkoopbescherming Vanaf 1 januari 2022 krijgen gemeenten de mogelijkheid gebruik te maken van de 'tijdelijke regeling inzake opkoopbescherming'. Dit is een instrument dat het voor gemeenten mogelijk maakt om gebieden en woningmarktsegmenten aan te wijzen waarin het verboden is voor investeerders om goedkope en middeldure woningen te kopen van eigenaar-bewoners en deze vervolgens te verhuren. De raad heeft op 1 februari 2022 besloten deze regeling in te voeren. Hierbij is besloten het benodigde handhavingsbudget voor de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid structureel in de Kaderbrief 2023 op te nemen. 2. Groen en Ruimtelijk Dordrecht De ontwikkeling met betrekking tot Groen en Ruimtelijk Dordrecht omvat een tweetal bewegingen: Bedragen x € 1.000 Groen en Ruimtelijk Dordrecht

2023

2024

2025

2026

-184

-184

-184

-184

- Stadsuitleg

-272

-272

-272

-272

- Herinrichting, groot onderhoud, verkeersbesluiten

-97

-97

-97

-97

-553

-553

-553

-553

a.

Aanbestedingsnadeel groenonderhoud

b.

Areaaluitbreiding:

Totaal

a) Aanbestedingsnadeel groenonderhoud Door de aantrekkende markt (en marktprijzen) zijn bij de aanbestedingen van het groenonderhoud voor 2022 en verder, eind 2021, opnieuw aanbestedingsnadelen ontstaan. b) Areaaluitbreiding Dordrecht blijft zich ontwikkelen en hierbij wordt ook de openbare ruimte continu aangepast. Soms leidt dit tot een areaaluitbreiding voor het jaarlijks te onderhouden en te beheren areaal. De areaaluitbreidingen 2023 zijn onderverdeeld in de volgende categorieën:  Stadsuitleg: vanwege het gunstige economische klimaat wordt nu overal in de stad gebouwd. In het areaal is dat het eerste zichtbaar bij wegen. Na de aanleg van de weg volgen zaken zoals groenaanleg en onderhoud, verlichting, speelplekken, inzameling van afval en de handhaving op leefbaarheid en veiligheid. De openbare ruimte is dan soms al enige tijd in

Kaderbrief 2023 (RIB)

10

gebruik. Een belangrijk onderdeel van de stadsuitleg betreft het beheer van de provincie overgenomen recreatiegebied Louisa- en Cannemanspolder die per 2022 in gemeentelijk eigendom is, ad € 182.000. De provincie heeft de gemeente € 3,5 miljoen betaald als afkoopsom voor het recreatiegebied; zie ook de raadsinformatiebrief 0112339 (raadsvergadering van 21 september 2021) uit 2021 hierover. In totaal bedraagt de areaaluitbreiding naar aanleiding van stadsuitleg vanaf 2023 € 272.000. Herinrichting, groot onderhoud en verkeersbesluiten: voor nieuwe projecten van deze categorie streven we naar budgettair neutrale aanpassingen van de openbare ruimte. Wanneer dat niet haalbaar is en de areaalmutatie meer bedraagt dan € 2.000, dan moet bij besluitvorming over het project vaststaan wat het effect op de kosten is voor beheer en onderhoud. Het areaal als gevolg van herinrichting, groot onderhoud en verkeersbesluiten is vanaf 2023 met € 97.000 toegenomen. De extra kosten treden voornamelijk op bij de herinrichtingen Weizigtpark/Van Baerleplantsoen, watertrappen bioscoop/Wantij en steigers en halteerplaatsen Pottenkade en Grote Appelsteiger.

3. Onderhoud Statenschool (Hofstraat 5) De Statenschool is een rijksmonument en in beheer bij de gemeente. Conform de afspraken in de doordecentralisatie (raadsbesluit van 19 december 2017; zie RIS-dossier 2063876) wordt het eigendom en beheer van dit gebouw overgedragen aan stichting Arcade. Voorafgaand zal nog het noodzakelijke onderhoud uitgevoerd worden. Na het uitvoeren van het onderhoudsplan wordt het gebouw overgedragen aan stichting Arcade en worden zij verantwoordelijk voor het onderhoud. Er is een meerjarig instandhoudingsplan gemaakt. De totale projectkosten zijn begroot op € 1,1 miljoen, verdeeld over 3 jaar. De inkomsten uit de servicekosten- verrekening met de school en de monumentensubsidie bedragen € 0,2 miljoen. Per saldo blijft er eenmalig € 0,9 miljoen over aan niet in de begroting gedekte kosten (over een periode van 3 jaar). 4. Verkiezingen Het budget voor het organiseren van de verkiezingen is de afgelopen jaren niet langer toereikend gebleken en vertoont voor de komende verkiezingsjaren een structureel tekort van € 175.000. Dit vindt zijn oorzaak in:  De hogere eisen die gesteld worden aan transparantie en controles in het verkiezingsproces.  Hogere eisen die gesteld worden aan de toegankelijkheid van de verkiezingslocaties.  Kostprijsstijging van externe kosten voor inhuur personeel, huur, inrichting en ontruiming van verkiezingslocaties.

 Hogere kosten voor vervoer en opslag van materialen.  Kosten voor vernietiging.  Hogere kosten drukwerk en verzendkosten. 5. Paspoortenpiek en bevolkingsgroei De ontwikkeling met betrekking tot paspoortenpiek en bevolkingsgroei omvat een drietal bewegingen: Bedragen x € 1.000 Paspoortenpiek en bevolkingsgroei

2023

2024

2025

2026

1.

Paspoortenpiek

27

-226

-247

-315

2.

Bevolkingsgroei

-144

-232

-327

-377

3.

Verhoging leges

-40

543

574

758

-157

85

0

66

Totaal

De zogenaamde 'paspoortenpiek' doet weer zijn intreden vanaf 2024. Deze pieken zijn ontstaan bij de verlenging van de geldigheidsduur van 5 naar 10 jaar. Hiermee nemen de aantallen aanvragen voor paspoorten en identiteitskaarten significant toe. Deze toename leidt tot meer leges inkomsten en tot meer inzet van capaciteit. Per saldo levert dit een positief financieel resultaat.

Kaderbrief 2023 (RIB)

11

Daarnaast verwacht Dordrecht een verdere toename van het aantal inwoners. Deze toename leidt ook tot meer inzet bij het klantcontactcentrum en burgerzaken. De bevolkingsgroei in Dordrecht is over de periode 2015 tot en met 2021 te verwaarlozen geweest (0,2%). Echter, als uitgegaan wordt van landelijke cijfers en het rapport OCD trends gemeente Dordrecht, afgestemd op de groei-agenda 2030, is de begrote groei in inwoners vanaf 2022 significant. Deze bevolkingsgroei heeft logische wijs direct invloed op het aantal 'klanten' van het cluster Dienstverlening (Klantcontactcentrum en Burgerzaken). De benodigde uitvoeringscapaciteit om deze groei te bedienen is hier opgenomen. 6. Impuls statushouders Op 1 januari 2022 is de nieuwe wet Inburgering (WI2021) in werking getreden voor statushouders die vanaf dat moment inburgeringsplichtig zijn en instromen. Gemeenten hebben nieuwe inburgeringstaken en ontvangen daarvoor middelen van het Rijk. Statushouders die tot 1 januari 2022 instromen vallen niet onder deze wet en worden in onze regio in belangrijke mate bediend en ondersteund in hun inburgering en participatie door de SDD, via de Impuls Statushouders. Drechtstedengemeenten dragen sinds 2017 bij aan deze impuls. De impuls staat structureel op de begroting van de SDD. Dordrecht heeft de impuls tot nu toe gefinancierd uit tijdelijke rijksmiddelen voor deze groep.

In afstemming met de SDD en Drechtstedengemeenten wordt de aanpak gecontroleerd afgebouwd. Op deze wijze kunnen we de nieuwkomers die nog onder de oude (weinig effectieve) wet zijn ingestroomd gedurende hun inburgering goed op weg helpen én de impuls en financiële bijdrage afbouwen.

Dekkingsmaatregelen Binnen de huidige begroting zijn de volgende dekkingsmaatregelen geïnventariseerd: Bedragen x € 1.000 Dekkingsmaatregelen

2023

2024

2025

2026

1.

Regeerakkoord (schatting)

8.000

8.000

8.000

p.m.

2.

Meicirculaire 2022

p.m.

p.m.

p.m.

p.m.

3.

Septembercirculaire 2022

p.m.

p.m.

p.m.

p.m.

4.

Rijksbudget jeugd

p.m.

p.m.

p.m.

p.m.

5.

Budgetneutraal indexeren

p.m.

p.m.

p.m.

p.m.

6.

Bezuinigingen

p.m.

p.m.

p.m.

p.m.

7.

Extra groeiambitie

p.m.

p.m.

8.

OZB raming niet-woningen

p.m.

p.m.

p.m.

p.m.

9.

Verhoging tarief OZB

p.m.

p.m.

p.m.

p.m.

10.

Uitgifte gronden (DKIV) in erfpacht

p.m.

p.m.

p.m.

p.m.

11.

Verhoging tarief toeristenbelasting

p.m.

p.m.

p.m.

p.m.

8.000

8.000

8.000

0

Totaal

1. Regeerakkoord Het nieuwe kabinet heeft een regeerakkoord opgesteld. Veel financiële ontwikkelingen zijn echter nog onzeker en worden (op z'n vroegst) pas in de Meicirculaire 2022 verder uitgewerkt. Hoewel de gemeente er de eerste jaren wat middelen bij krijgen is het beeld op de lange termijn niet rooskleurig. In 2026 is een sterke daling van de rijksinkomsten voorzien. Het accres gaat in 2026 fors naar beneden omdat de trap-op trap-af systematiek wordt losgelaten. Bovendien wordt in 2026 de tot en met 2025 'bevroren' opschalingskorting weer volledig ingevoerd. Per saldo ontstaat er waarschijnlijk dan vanaf 2026 een forse negatieve reeks. Dat is bijzonder omdat het laatste jaar van de gemeentelijke meerjarenramingen een formeel toetsjaar is voor de provinciaal toezichthouder.

Kaderbrief 2023 (RIB)

12

Het Rijk breekt hiermee met bestaande financierings-afspraken met gemeenten. Tot op heden geeft het Rijk alleen aan dat gesproken kan worden over een eventuele uitbreiding van het lokaal belastinggebied. Er wordt immers over die uitbreiding gesproken met ingang van 2026, helaas zonder een causaal verband te leggen tussen dalende rijksinkomsten en stijgende gemeentelijke belastingen. De minister van Binnenlandse Zaken heeft meegedeeld dat ‘om een stabielere financiering voor de medeoverheden te realiseren en hun autonomie te vergroten, in de komende jaren een nieuwe financieringssystematiek voor de periode na 2025 wordt uitgewerkt, waarbij de mogelijkheid voor een groter eigen belastinggebied wordt betrokken. De minister heeft over het hoofdlijnenakkoord toegezegd vóór de zomer met een zogenaamde Contourennota te komen. Op 6 april heeft het Rijk een Maartbrief gepubliceerd. Deze brief geeft een eerste beeld van de gevolgen voor individuele gemeenten (en provincies) door een financiële implicatie te geven van de reeksen accres en opschalingskorting op basis van de stand van het coalitieakkoord. Via de Meicirculaire worden we geïnformeerd over de actualisatie van het accres en zal meer inzicht worden gegeven in andere posten uit het coalitieakkoord die voor gemeenten relevant zijn.

Het nieuwe kabinet heeft besloten door te gaan met de voorgestelde herijking van het verdeelstelsel. De inwerkingtreding is per 1 januari 2023 en reeds verwerkt in de Maartbrief. Besloten is een ingroeipad van 3 jaar te hanteren, waarbij het eerste jaar maximaal € 7,5 per inwoner verrekend wordt en in 2024 en 2025 € 15 per inwoner. De invoering van het nieuwe model wordt tijdig geëvalueerd en aan de hand van deze evaluatie zal besloten worden over het traject 2026 en verder. Op basis van de cijfers 2019 verwachtte Dordrecht een negatief effect van € 26 per inwoner. De belangrijkste reden voor de daling is dat het aantal inwoners een nog belangrijker maatstaf wordt in het nieuwe verdeelmodel. Zichtbaar in deze reeks is dat het aantal inwoners van Dordrecht de afgelopen 10 jaar nauwelijks is gegroeid, in tegenstelling tot nagenoeg alle andere 100.000+ gemeenten in het land. Het definitieve effect van deze herverdeling is helaas niet te herleiden uit de Maartbrief. Omdat Dordrecht werkt met constante prijzen en een constant areaal is alleen het eerste jaar uit de regeerakkoord c.q. Maartbrief structureel verwerkt in de kaderbrief. Omdat voor 2026 het beeld nog zeer onzeker is, is ervoor gekozen hier geen bedrag maar een p.m. op te nemen. 2. Meicirculaire 2022 De Meicirculaire 2022 verschijnt eind mei.

Met een raadinformatiebrief of raadsvoorstel wordt het effect op de Kaderbrief 2023 in beeld gebracht. 3. Septembercirculaire 2022 In de Begroting 2023 verwerken wij, in lijn met voorgaande jaren, ook de komende Septembercirculaire 2022. 4. Rijksbudget Jeugd Vanaf 2024 verlaagt het Rijk de bijdrage in de tekorten voor de jeugdzorg met € 100 miljoen en met € 500 miljoen voor 2025 en verder. Het Rijk verwacht dat de gemeenten deze extra besparing kunnen realiseren. Aangezien er volop werd gewerkt aan de hervormingsagenda Jeugd en de te realiseren besparingen allerminst zeker zijn, is het zeer bijzonder dat het Rijk daar bovenop met een extra korting komt. Vandaar ook de resolutie van de VNG om de hervormingsagenda op te schorten. Als er rekening wordt gehouden met de oplopende korting tot € 500 miljoen leidt dat tot een negatieve reeks in de laatste begrotingsjaren, indien de korting niet direct aan de uitgavenkant wordt verminderd. 5. Budgetneutraal indexeren Het indexeren van budgetten is nodig om de koopkracht op peil te houden. In het gemeentefonds is in principe ruimte aanwezig om indexatie toe te passen. Het streven is deze indexatie budgetneutraal uit te voeren. De budgettaire ruimte die vanuit het gemeentefonds beschikbaar is om te indexeren, is nog niet bekend. Er kan bij de Begroting 2023 voor worden gekozen ter hoogte

Kaderbrief 2023 (RIB)

13

van een eventueel nadeel geen prijsindexatie op materiële budgetten toe te passen, met als resultaat budgetneutrale indexering. 6. Bezuinigingen Er zijn in deze Kaderbrief 2023 geen bezuinigingsvoorstellen opgenomen. 7. Extra groeiambitie De stijging van de algemene uitkering en de OZB-inkomsten woningen die horen bij de bouw van 4.000 woningen (tot en met 2024) zijn reeds verwerkt in de meerjarenbegroting. Na 2024 wordt doorgebouwd. De inkomstenstijging die daarbij hoort heeft nog geen plaats gekregen in 2025 en 2026. Ook werken wij tot op heden niet met een stijging die gerelateerd is aan het aantal inwoners (er is de afgelopen periode ook nog geen sprake geweest van een groei op dat gebied). Groei leidt overigens alleen tot een hogere financiële bijdrage van het Rijk indien Dordrecht harder groeit dan gemiddeld. Dezelfde middelen worden namelijk gedeeld met alle gemeenten in Nederland. 8. OZB-raming niet-woningen De uitgifte en bebouwing van bedrijfsgronden op onder andere DKIV leidt tot een toename van het areaal waarop OZB wordt geheven. De WOZ-waarden bevatten steeds het bestaande areaal (inclusief gerealiseerde areaalmutaties) uit de CBS-beschikking. Daarnaast vinden nog aanvullende ramingen plaats vanwege het tijdsverschil tussen beschikking en begrotingsopstelling. De nog door te rekenen effecten worden verwerkt in de Begroting 2023. 9.

Verhoging tarief OZB In deze kaderbrief is geen aanvullende OZB verhoging verwerkt. 10. Uitgifte gronden (DKIV) in erfpacht In plaats van verkoop van grond kan ook grond in erfpacht worden uitgegeven. Dit leidt tot lagere winst en een in de toekomst lagere reserve Grondbedrijf (weerstandsvermogen), maar tot een structurele verhoging van het begrotingssaldo in de exploitatie. 11. Verhoging tarief toeristenbelasting In deze kaderbrief is geen aanvullende verhoging van de toeristenbelasting verwerkt.

Perspectief Financiële beeld De stand van de Begroting 2022 samen met alle mutaties zoals opgenomen in deze Kaderbrief 2023 leidt tot het volgende meerjarenbeeld: Bedragen x € 1.000 2023

2024

2025

2026

1.005

-3.352

-2.695

-1.849

-7

-37

-44

-46

998

-3.389

-2.739

-1.895

-3.272

-3.032

-2.896

-2.899

Indexeren

p.m.

p.m.

p.m.

p.m.

Knelpunten

-1.706

-1.160

-880

-762

Dekkingsmaatregelen

8.000

8.000

8.000

p.m.

Kadernota 2023

4.020

419

1.485

-5.556

Eindsaldo Begroting 2022 Besluiten na vaststellen begroting 2022 Startpositie meerjarenraming 2023-2026 Autonome ontwikkelingen

De saldi van de jaarschijven 2023 - 2025 zijn beperkt positief; jaarschijf 2026 is negatief. Het indexeren van de lonen en prijzen is echter vooralsnog p.m. opgenomen en heeft zeker nog een

Kaderbrief 2023 (RIB)

14

effect op het meerjarenbeeld. Daarnaast is een aantal autonome ontwikkelingen ook nog niet financieel verwerkt in bovenstaand beeld, waaronder het Stedin dividend van maximaal € 5 miljoen. Dit heeft uiteraard een substantieel effect op het meerjarig perspectief. In het saldo zijn ook incidentele baten en lasten opgenomen, die niet structureel doorwerken. Als we het begrotingssaldo corrigeren voor deze incidentele baten en lasten, dan ontstaat onderstaand beeld van het structurele begrotingssaldo. Bedragen x € 1.000

Kadernota 2023 Correctie incidentele baten en lasten Structurele saldo 2023

2023

2024

2025

2026

4.020

419

1.485

-5.556

219

672

1.303

pm

4.239

1.091

2.788

-5.556

De Kaderbrief 2023 bepaalt het beginsaldo van de Begroting 2023 en toont aan dat het financieel meerjarenperspectief onder invloed van autonome ontwikkelingen, indexaties en onontkoombare knelpunten in de jaren 2024 tot en met 2026 beperkt positief is. Echter, het effect van de indexaties is hierin nog niet meegenomen. In het onderdeel 'onzekerheden' worden nog een aantal mogelijke onzekerheden met betrekking tot het begrotingssaldo weergegeven. Denk hierbij aan de budgetten die aflopen na 2022, en opnieuw ter afweging kunnen worden ingebracht bij de formatie besprekingen. De verdere uitwerking en verwerking van de besluitvorming krijgt daarna een plek in de meerjarenbegroting 2023-2026. Meer dan het in kaart brengen van de invloed van de diverse ontwikkelingen wordt in deze kaderbrief dus niet gedaan. Of en hoe te komen tot een definitief sluitend meerjarenperspectief is aan de orde bij de Begroting 2023.

Weerstandsvermogen Het onderdeel weerstandsvermogen valt uiteen in twee delen:  Vermogenspositie.  Ontwikkeling weerstandsvermogen.

Vermogenspositie Onder 'weerstandsvermogen' geven wij inzicht in de vermogenspositie van de gemeente Dordrecht en de hierbij behorende ratio van het weerstandsvermogen. De vermogenspositie geeft onder meer inzicht in de mogelijkheden om incidentele knelpunten te kunnen opvangen, maar ook om toekomstige beleidswensen die om incidentele dekking vragen, te kunnen honoreren. De weerstandsratio bestaat uit de relatie tussen de beschikbare weerstandscapaciteit, zijnde de middelen en mogelijkheden waarover de gemeente beschikt (of kan beschikken) om niet voorziene kosten te dekken, en alle risico’s waarvoor geen maatregelen zijn getroffen of waar na het treffen van maatregelen nog restrisico’s overblijven. In de voorbereiding op de Jaarstukken 2021 werken we met de volgende standen van de algemene reserves, het risicoprofiel en de weerstandsratio. Deze standen zijn nog aan veranderingen onderhevig.

Kaderbrief 2023 (RIB)

15

Specificatie van het weerstandsvermogen per 31-12-2021

Bedragen x € miljoen

Beschikbare weerstandscapaciteit

Risico's Dordrecht

Algemene reserve Stad (incl. voorlopig rekeningresultaat)

33,2*

14,8

Algemene reserve Grondbedrijf

29,7**

Post onvoorzien

Ratio van het weerstandsvermogen

0 62,9

14,8

4,3

* Het definitieve Jaarrekeningresultaat 2021 is nog in beweging, vanwege het nog niet beschikbaar zijn van de resultaten uit diverse verbonden partijen. ** De vermogenspositie van het Grondbedrijf is in deze fase nog niet bekend, omdat een aantal grondexploitaties nog niet gereed zijn. De voorlopige weerstandsratio komt bij de (concept) Jaarstukken 2021 uit op een stand van 4,3, maar kan nog veranderen als gevolg van het definitieve jaarrekeningresultaat. De voorlopige ratio is hoger dan de met de raad afgesproken normratio van 1,0. De ratio is daarmee sterk verbeterd ten opzichte van de laatst gepresenteerde stand (Begroting 2022: 2,0). Dit is onder andere het gevolg van het voorlopige resultaat uit de Jaarrekening 2021, waarvan wordt voorgesteld deze toe te voegen aan de Algemene reserve.

Ontwikkeling weerstandsvermogen Binnen de algemene reserves zijn er diverse ontwikkelingen die ervoor zorgen dat de stand muteert. Zo staan er bijvoorbeeld in 2022 nog onttrekkingen en stortingen begroot en moet het definitieve jaarrekeningresultaat nog verwerkt worden. Na verwerking van deze punten ontstaat het volgende ingeschatte vermogensbeeld per 1-1-2023: Specificatie van het verwachte weerstandsvermogen per 1-1-2023 (Kaderbrief 2023) Beschikbare weerstandscapaciteit Algemene reserve Stad (incl. rekeningresultaat)

28

Algemene reserve Grondbedrijf

30,6

Post onvoorzien

0,4 59,0

Bedragen x € miljoen

Risico's Ratio van het Dordrecht weerstandsvermogen 25,8

25,8

2,3

De stand van de Algemene reserve verandert onder andere door de onttrekkingen vanwege beleidswensen die zijn vastgesteld bij de Kadernota 2022 (- € 9,98 miljoen). Daarnaast worden het positieve begrotingssaldo 2022 en de ontvangst voor de Louisa- en Cannemanspolder in de reserve gestort. De risico's voor de gemeente als totaal worden hoger ingeschat doordat het positief risico op winstnemingen in 2022 van € 11 miljoen uit het risicoprofiel verdwijnt vanwege realisatie van diverse winstnemingen. De berekeningen van de ratio kennen nog een andere belangrijke nuancering: de rapportage omtrent het weerstandsvermogen is altijd een momentopname. Nieuwe projecten, economische ontwikkelingen en investeringsbeslissingen kunnen het risicoprofiel beïnvloeden waardoor het weerstandsvermogen aan tussentijdse fluctuaties onderhevig is. Zo spelen er diverse ontwikkelingen die binnen een tijdsbestek van enkele jaren zowel een positieve als negatieve invloed kunnen hebben op de vermogenspositie en hiermee de ratio van het weerstandsvermogen. Te denken valt hierbij aan te nemen besluiten en verwachtingen omtrent:  de winstpotentie op diverse grondexploitaties vanuit het Grondbedrijf.

Kaderbrief 2023 (RIB)

16

 

eventuele beleidswensen uit het nieuwe coalitieakkoord. het structureel sluitend krijgen en houden van de meerjarenbegroting 2023-2026.

Onzekerheden Onder 'onzekerheden' wordt een aantal ontwikkelingen met mogelijke toekomstige (financiële) consequenties nader uitgewerkt of geactualiseerd. De genoemde consequenties verwerken we niet financieel in de tabellen van deze Kaderbrief 2023, maar zullen afgewogen worden tijdens de formatiegesprekken en vervolgens ter vaststelling worden voorgelegd als onderdeel van de Begroting 2023.

Algemeen Aflopende beleidswensen vorige coalitieperiode In de coalitieperiode 2019-2022 zijn een aantal beleidswensen incidenteel, voor vier jaar, gefinancierd. In de nieuwe coalitieperiode vervallen deze incidentele middelen en zijn er (nog) geen middelen beschikbaar gesteld om deze activiteiten voor te zetten. In de twee onderstaande tabellen zijn de beleidswensen en strategische investeringen uit het Coalitieakkoord 2018-2022 opgenomen, die bij de bestuurlijke afweging meegenomen kunnen worden. Bedragen x € 1.000 Beleidswensen Coalitieakkoord 2018-2022

2019

2020

2021

2022

350

550

450

450

1.100

1.100

1.100

1.100

Dordtpas

350

500

550

600

Programma Samen tegen armoede

171

171

356

356

Bibelot

138

138

138

138

Cultuur Educatie

62

62

62

62

Programmering Musea

100

100

100

100

Buslijn Essenhof (motie Kaderbrief 2019)

40

40

40

40

150

200

250

150

150

150

240

240

240

3.201

3.386

3.486

Boomziekten Klimaatbestendig aanleggen en vervangen asfalt en groen

Hondenbelasting ICT en Data voorzieningen

150

Participatiebestekken Totaal

2.461

Bedragen x € 1.000 Strategische Investeringen (SI)-reserve (2019-2022) Initiatieven Levendige Binnenstad

1.000

Spoorzone/Spuiboulevard

10.000

Duurzame Stad

1.000

Campusontwikkeling Leerpark

5.000

Impuls Fiets

2.000

Gratis OV 65+

2.000

Sociaal Domein: Innovatiebudget & versterken sociale infrastructuur

5.000

Aantrekken, stimuleren en verplaatsen van bedrijven

2.000

Impulsen sociale veiligheid

2.000

Totaal

30.000

Kaderbrief 2023 (RIB)

17

De beleidswensen uit de Kadernota c.q. Begroting 2020-2022, die met incidentele middelen gefinancierd zijn, zijn in onderstaande tabel weergegeven. Over de voortzetting van deze beleidswensen dient ook een bestuurlijke afweging gemaakt te worden. Bedragen x € 1.000 Beleidswensen incidenteel gefinancierd

2020

2021

Initiatievenfonds

120

Schone openbare ruimte

165

80

Participatiebestekken

240

240

Capaciteitsuitbreiding sociaal wijkteam

425

425

Kinderopvang en stress-sensitieve dienstverlening

216

216

Uitvoeringsbudget Sociaal Pontonnier

300

300

Verbinding onderwijs arbeidsmarkt

250

250

MKB vriendelijke gemeente

100

100

Ruimtelijk economisch instrumentarium

50

50

Smart City en Smart Industry

440

195

Culturele programmering

50

50

2022

Meer kinderen een zwemdiploma

45

45

Eenzaamheid/#jebentnietalleen

125

125

Bomenonderhoud

650

Zwerfafval (inzet na evaluatie)

480

Blauwgroene schoolpleinen

100

Parkeren mantelzorgers

155

Smart Society

200

Innovatief vervoer over water (doortrekken pilot)

100

Totaal

2.356

2.076

1.855

Lange termijn effecten corona en Oekraïne Er is nog altijd veel onzekerheid over de langere termijn effecten van de coronacrisis. Dat geldt ook voor de zeer recente crisissituatie rondom Oekraïne. Hoewel het kabinet heeft aangegeven alle door gemeenten te maken kosten voor de opvang en begeleiding van vluchtelingen te vergoeden (zoals dat voor de afgelopen twee coronajaren ook is gebeurd), is het de vraag wat de lange termijn effecten zijn van beide ontwikkelingen, en hoe die de gemeente ook financieel beïnvloedt. Gemeentefonds Ten aanzien van het gemeentefonds spelen er grote onzekerheden. Er is een nieuw regeerakkoord, wat momenteel financieel wordt uitgewerkt. Hierbij worden ook taakstellingen aan gemeenten opgelegd. Daarnaast is er nog een debat gaande of het totale budget van gemeenten vergroot dient te worden zodat gemeenten een stabiele basis hebben. Het is nog onzeker welke aanvullende bedragen via het gemeentefonds beschikbaar komen. Ook de systematiek van bepaling van het accres wordt nog onderzocht. Organisatie als basis Binnen de organisatie van de gemeente doen zich een aantal fundamentele risico's voor, die aandacht en daadkracht vragen om de gewenste ontwikkelingen binnen de gemeente niet in de weg te staan. Het gaat hierbij om het vergroten van het vertrouwen in de dienstverlening van de overheid en het verkrijgen van goede mensen.

Kaderbrief 2023 (RIB)

18

Dienstverlening Het functioneren van uitvoeringsorganisaties van de overheid staat landelijk in het brandpunt van de belangstelling. Dit is aangezwengeld door de toeslagenaffaire, maar inmiddels is de focus op uitvoering en met name de uitwassen in hoe desastreus regels in de praktijk voor inwoners kunnen uitpakken, verbreed. Het vertrouwen dat inwoners moeten hebben in de overheid heeft hiermee een deuk opgelopen en het is aan de overheid om dat de komende jaren te herstellen. Veel regelingen en procedures zijn ingewikkeld, ICT systemen blijken soms onvoldoende robuust en gebruiksvriendelijk en de samenwerking tussen de diverse overheidsorganisaties is nog onvoldoende. Al met al een flinke opgave voor de overheidsdienstverlening om het vertrouwen te herwinnen. Alhoewel in Dordrecht hiertoe goede initiatieven zijn, vraagt het om een grotere ambitie op en investering in de gemeentebrede dienstverlening. Speerpunten die hierbij gelden zijn:  Werken vanuit een gezamenlijke visie op dienstverlening.  Alle dienstverlening stelt de inwoner/het bedrijf centraal. Hiertoe is de dienstverlening toegankelijk en gebruiksvriendelijk en gebruiken we begrijpelijke taal in al onze communicatie.  Optreden als één overheid. Zorgen voor één overheidsloket (digitaal/fysiek) en verbeterde samenwerking tussen overheidsorganisaties in ketenprocessen.

 Zorgen voor voldoende ruimte en expertise in de uitvoering om waar nodig extra tijd en aandacht te kunnen geven en maatwerk te bieden. Tenslotte leidt de toenemende hoeveelheid en complexiteit in de informatievoorziening, informatieveiligheid en privacy een hogere investering op functioneel beheer en bijhorende beleidscapaciteit capaciteit en ICT-kosten. Arbeidsmarkt De krapte op de arbeidsmarkt vraagt van en voor stad en regio een ambitieuze aanpak om de komende jaren de juiste (hoeveelheid) mensen te werven en te selecteren, te behouden en te ontwikkelen voor alle opgaven die op ons afkomen, zoals de Agenda Dordt 2030. Dordrecht steekt graag een hand uit om met de publieke partners, en waar mogelijk met de private partners, gezamenlijk op te trekken op dit vraagstuk. Hiervoor is het nodig stad en regio stevig en aantrekkelijk te positioneren als goede en aantrekkelijke werkgever door middel van arbeidsmarktcommunicatie, de strategische ontwikkeling van werving en selectie een plek te geven, en het vergroten van de interne mobiliteit en het behoud van medewerkers binnen de regio. Binnen de gemeente Dordrecht hebben wij daarnaast te maken met het feit dat wij bij vaste functies concurreren met aanbieders met betere arbeidsvoorwaarden. Ons aanbod steekt ongunstig af bij dat van de grotere gemeentes of ministeries.

Ook binnen de overige gemeentes (100.000+ of kleiner) is een tendens merkbaar om betere arbeidsvoorwaarden (lees: hogere schaal) te bieden. Wij profiteren nu nog van het feit dat professionals herkennen dat wij een mooie baan in een complexe omgeving kunnen aanbieden. Er komt een moment dat onze aantrekkingskracht niet meer opweegt tegen de soms relatief minder gunstige arbeidsvoorwaarden. Welke oplossing dan ook zal onherroepelijk leiden tot meer kosten voor Dordrecht. Situatie rondom de No Cure No Pay bedrijven (NCNP WOZ-bezwaarschriften) Zoals bekend adverteren commerciële bureaus naar burgers en bedrijven om de WOZ-waarde voor hun eigendom te verlagen door namens hen een bezwaarschrift in te dienen. Hieraan wordt in hoge mate gehoor gegeven. Dat betekende de afgelopen jaren een verdrievoudiging van het aantal bezwaarschriften en een aanmerkelijke toename van de beroepsschriften. Hoewel de uitkomsten van deze bezwaarschriften nauwelijks effect hebben op de belastingopbrengsten leggen zij een grote druk op de uitvoering. Externe financiering We willen de mogelijkheden van externe financiering en subsidie blijven benutten. We steken energie in onder andere de opgaven, projecten Groen Blauw/klimaatadaptatie, Energietransitie,

Kaderbrief 2023 (RIB)

19

Bereikbaarheid (personenvervoer over spoor/goederenvervoer c.q. over water) en Digitalisering om daar externe financiering voor te vinden. Dit zijn ook de thema's die terugkomen in de EU-fondsen. Om ervoor te zorgen dat externe financiering structureel kan bijdragen aan onze projecten, dient hier blijvend in geïnvesteerd te worden.

Sociaal Regionale jeugdhulp De begrote uitgaven voor jeugdhulp vanaf 2023 zijn gebaseerd op verouderde maatstaven uit 2021. Het uitgavenpatroon neemt fors toe. Dit komt tot uitdrukking in de meerjarenbegroting 2022 van de Serviceorganisatie Jeugd ZHZ (SOJ) en de concept meerjarenbegroting 2023 van SOJ. Er is sprake van een hoger kostenvolume (per jeugdige) en een herzien pakket aan maatregelen om de volumegroei om te buigen. Tegenover deze extra uitgaven staan (deels) extra rijksinkomsten voor jeugdhulp. De omvang van deze extra rijksinkomsten vanaf 2023 is op dit moment moeilijk in te schatten. Dit is vooral afhankelijk van besluitvorming door het nieuwe kabinet over de hoogte van de structurele compensatie, de door beide Kamers betwiste bezuinigingen op jeugdhulp alsook het tempo en de omvang van door te voeren ombuigingen vanuit de Landelijke Hervormingsagenda. We verwachten, dat de informatie over de extra rijksinkomsten volgt in de Meicirculaire 2022. Tijdelijke middelen Diverse preventieve interventies op het sociaal domein (zoals aanpak eenzaamheid, buurtwerk, jongerenwerk, sociale wijkteams) zijn gedekt door tijdelijke middelen in deze college/raadsperiode. Als we deze interventies niet (grotendeels) continueren, komt de dienstverlening aan onze kwetsbare burgers onder druk te staan. Mogelijk leidt dit op langere termijn tot zwaardere en dus duurdere zorg.

Wij adviseren om te blijven inzetten op de preventieve dienstverlening. De mate waarin is afhankelijk van het ambitieniveau van het nieuwe college c.q. raad en het financieel meerjarenperspectief.

Fysiek Omgevingswet Zoals nu de verwachting is wordt de Omgevingswet pas 1 januari 2023 ingevoerd in plaats van juli 2022. Volgens de minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening biedt het uitstel ruimte aan alle betrokken partijen om nog goed te kunnen oefenen met het nieuwe digitale systeem en de nieuwe procedures. Bijna alle gemeenten, provincies en waterschappen zijn inmiddels aangesloten op het nieuwe systeem (Digitale Stelsel Omgevingswet), er wordt al veel geoefend. De vergunningverlening functioneert al goed. Echter, bij de zogeheten planketen, waar gemeenten, provincies en waterschappen met plansoftware nieuwe omgevingsplannen, omgevings- en waterschapsverordeningen kunnen publiceren, zijn er verschillende onzekerheden. Bij ons lijkt alles in orde, maar niet uit te sluiten valt dat het tot een situatie leidt dat er dubbel of extra werk moet plaatsvinden. Dat zou dan betekenen dat er extra capaciteit nodig is om aan wettelijke minimale eisen of termijnen te voldoen. Forse bouwkostenstijging nieuwbouw scholen Per 1 januari 2021 is de gemeentelijke verantwoordelijkheid voor nieuwbouw en uitbreiding van scholen in het Primair en Speciaal Onderwijs door gedecentraliseerd aan Arcade (raadsbesluit van 19 december 2017; zie RIS-dossier 2063876). In 2021 zijn de bouwkosten voor nieuwbouw van scholen met ca. 10% gestegen.

In 2022 wordt een vergelijkbaar percentage verwacht. Deze excessieve bouwkostenstijging is hoofdzakelijk te verklaren uit stijgende kosten van bouwmaterialen. Veel producenten van (grondstoffen van) bouwmaterialen hebben hun productie in 2020 tijdelijk stopgezet in verband met corona. Nu de bouw wereldwijd weer aantrekt, ontstaat een grote vraag naar bouwmaterialen, met name staal en hout. Dit leidt tot schaarste. Arcade werkt momenteel aan nieuwbouw van een aantal scholen. Tot 2030 zijn ca. 5 nieuwe scholen gepland. In de businesscase bij de doordecentralisatie zijn deze investeringen

Kaderbrief 2023 (RIB)

20

meegenomen. Arcade heeft begin 2022 aangegeven dat de bouwkosten van deze projecten significant hoger zullen zijn en dit effect kan hebben op de uitvoering van de nieuwbouwplanning. In de overeenkomst met Arcade is opgenomen dat bij bijzondere omstandigheden waarbij de uitvoering van de zorgplicht in gevaar komt, gemeente en Arcade in overleg treden over de hoogte van de jaarlijkse vergoeding. Arcade heeft nog niet berekend wat het financiële effect is en in hoeverre deze kostenstijging opgevangen kan worden binnen de exploitatie. Dit zal in de loop van 2022 verder worden uitgewerkt. Uitgaande van de bouwkostenstijging van dit moment (ca. 15%) betekent dit voor de projecten tot 2030 een extra kapitaalslast van maximaal € 100.000 per jaar. Deze stijging is structureel (afschrijftermijn van de investeringen is 40 jaar). Parkeerexploitatie – onder druk Het begrote saldo van baten en lasten van de parkeerexploitatie komt onder druk te staan als gevolg van:  De voorgenomen verkoop van parkeergarage Gezondheidspark.  De voorgenomen sloop van parkeergarage Veemarkt.  De voorgenomen modernisering en uitbreiding van parkeergarage Spuihaven.  De voorgenomen exploitatie van parkeergarage Huis van Stad en Regio. Door de raad is in 2020 € 15,8 miljoen beschikbaar gesteld voor de vernieuwbouw van de Spuihavengarage.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/506/documents/17447