CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Jaarverslag 2020 Welstands- en Monumentencommissie Dordrecht.pdf

Commissie Fysieke Leefomgeving Dordrecht 18 januari 2022, gemeente DordrechtBij agendapunt: 44: Jaarverslag 2020 Welstands- en Monumentencommissie Dordrecht6.046 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Jaarverslag 2020 Welstands- en Monumentencommissie Dordrecht

1

Colofon Teksten: Ellen Marcusse, Ineke de Visser, Jan Nauta, Peter van Straten, Sietse van der Spuij Eindredactie: Frits Baarda Fotografie: Frits Baarda

2

Inhoudsopgave

p4

Voorwoord. Inspiratie voor ruimtelijke kwaliteit

p6

Duurzaamheid steeds dominanter Ellen Marcusse

p8

Monumenten en energietransitie gaan samen Ineke de Visser

p 10

Woningbouw: iedereen kan en mag meedoen Jan Nauta

p 14

Een wandeling door de binnenstad Peter van Straten

p 18

Andere functies voor winkels in de binnenstad Sietse van der Spuij

p 19

Spraakmakende projecten Sietse van der Spuij

p 20

Van het secretariaat

3

4

Voorwoord

Inspiratie voor ruimtelijke kwaliteit Met veel genoegen presenteren wij u het jaarverslag 2020 van de Welstands- en Monumentencommissie. Dit is het eerste jaarverslag van de commissie in haar nieuwe samenstelling. Met het jaarverslag willen wij inzicht geven in de aard van de plannen waarover is geadviseerd. Tevens plaatsen wij deze advisering in een breder perspectief. De gemeenteraad van Dordrecht heeft de Welstands- en Monumentencommissie (WMC) aangesteld als adviseur voor de welstands- en monumentenadvisering in het kader van de omgevings- en monumentenwet. De commissie bestaat uit vijf leden en de ambtelijk secretaris. Leidend voor de advisering zijn de welstandsnota, het reclamebeleid en de verschillende beeldkwaliteitsplannen. De samenstelling van de commissie is per 1 mei 2020 gewijzigd. Drie leden hebben afscheid genomen, namelijk Mathijs de Boer (voorzitter), Ciska Bakker (restauratie-architect) en Gerrit van Es (architect). Twee leden zijn herbenoemd: Ineke de Visser (bouwhistoricus) en Peter Verstraten (burgerlid). Drie nieuwe leden zijn benoemd: Ellen Marcusse (voorzitter, stedenbouwkundige), Sietse van der Spuij (architect en restauratie-architect) en Jan Nauta (architect). Vanuit de gemeente wordt de WMC gecoördineerd en ondersteund door de ambtelijk secretaris, Dennis Smit. De commissie selecteerde voor de reflectie op de advisering in 2020 een aantal thema’s.

Dit zijn onderwerpen en ambities die ook de komende jaren van belang zijn: het beschermd stadsgezicht, de transformatie van beeldbepalende monumenten, woningbouw en de beleving van de stad. Daarbij is ook het proces van advisering een thema. De leden nemen in afzonderlijke bijdragen de lezer mee in de observaties en overwegingen met betrekking tot beleid en notities die bij het advies een rol hebben gespeeld. Aan het jaarverslag is de verantwoording WMC 2020 toegevoegd. De cijfers bieden inzicht in de omvang van de agenda en het proces van advisering. De commissie hoopt, dat het jaarverslag u inspiratie en aanknopingspunten biedt voor het gesprek over integrale ruimtelijke kwaliteit. Wij wensen u veel leesplezier! Welstands- en Monumentencommissie van de gemeente Dordrecht

5

Duurzaamheid steeds dominanter

Ellen Marcusse

Een bijzonder jaar van advisering over ruimtelijke kwaliteit in Dordrecht ligt achter ons. In dit eerste verslagjaar blikt de ‘nieuwe’ commissie terug op een bijzondere start. Bij advisering over ruimtelijke kwaliteit is het gesprek in de openbare vergadering met de initiatiefnemer van groot belang. Centraal staan het plan in de context, de omgeving en de eventuele toekomstige ontwikkeling. ‘corona’, met als gevolg het vermijden van ontmoeting, raakte direct de essentie van deze werkwijze van de commissie. De digitale openbare vergadering kreeg in maart gestalte. Deze vorm van de vergadering vereist bijzondere aandacht voor helderheid van argumentatie en communicatie. Even later, per 1 mei 2020, ging ook de ‘nieuwe’ commissie van start. In een nieuwe samenstelling, maar wel met continuïteit in expertise en kennis van de stad. Bovendien goed geïnformeerd en ondersteund door de secretaris, de afdeling erfgoed en stedenbouw van de gemeente. Het bleek mogelijk om op afstand transparant, inspirerend te adviseren en te toetsen. Tegelijkertijd zag en ziet de commissie uit naar de fysieke openbare vergadering. Jaarlijks worden veel plannen ingediend, waarvan de diversiteit groot is. Dit betreft zowel de aard van de plannen als de kwaliteit.

Behalve de concrete planbehandeling voert de commissie ook collegiaal overleg in relatie tot het toetsingskader, bijvoorbeeld over stedenbouwkundige randvoorwaarden en beeldkwaliteitsplannen voor nieuwe ontwikkelingen. De commissie van welstand en monumenten is de laatste schakel in de keten van kwaliteitszorg voor de gebouwde omgeving. De identiteit en kernkwaliteiten van de leefomgeving zijn vastgelegd in de welstandsnota en beeldkwaliteitsplannen. De toetsingscriteria en richtlijnen voor de relatie van het bouwwerk tot zijn omgeving vormen de basis voor onze advisering. Het gesprek over het plan met de initiatiefnemers en het schriftelijk advies is erop gericht om de fysieke ruimtelijke kwaliteit van bouwinitiatieven en bouwplannen te borgen en waar mogelijk te versterken. Dit levert soms bijzondere, soms lastige, soms na overleg sterk verbeterde plannen op. Het streven naar kwaliteit staat altijd voorop. Daarvoor is het bespreken van plannen in een zo vroeg mogelijk stadium van groot belang. Door vragen te stellen, suggesties en aanbevelingen te doen wordt in het gesprek vorm en inhoud gegeven aan de gewenste kwaliteit van plannen, ook in relatie tot de omgeving. De planbehandeling in de commissie draagt er aan bij, dat de identiteit van de leefomgeving wordt herkend en erkend en betekenis houdt of opnieuw krijgt.

De commissie is zo een effectief instrument en garandeert een goede vakinhoudelijke dialoog op een strategisch moment in de planvorming. De dialoog met de commissie biedt bovendien de gebruiker, ontwikkelaar en burger houvast en helderheid. Maar ruimtelijke kwaliteit is meer dan een goed gebouw. Duurzame ontwikkeling is geen nieuw onderwerp, maar misschien is deze wel meer dominant bij de beoordeling van plannen. Ambitieuze klimaatdoelstellingen zijn landelijk geformuleerd. Dit betekent ook een toenemend pakket aan eisen met betrekking tot het gebouw, de omgeving en in onderlinge samenhang. Wat betekent dit voor onze advisering en het toetsingskader? Op gebouwniveau gaat het over het toepassen van alle noodzakelijke technische maatregelen, zoals installaties, isolatie, vergroening, materiaaltoepassing, maar ook het vermijden van

6

verspilling. Het opvoeren van de technische eisen leidt ook tot kostenverhoging. Het is belangrijk dat dit niet ten koste gaat van verschraling van de architectonische en ruimtelijke kwaliteit. Immers de levensduur van de installatie is laag in vergelijking met die van het gebouw en de techniek schrijdt voort. De invoering van maatregelen heeft impact op de beeldkwaliteit van de stad, en deze kan groot zijn. Duurzaamheid en ruimtelijke kwaliteit zijn dus naaste familie. Er is geen tegenstelling tussen duurzaamheid en ruimtelijke kwaliteit van de leefomgeving, het ligt in elkaars verlengde. Ruimtelijke kwaliteit vraagt om een integrale benadering. Het gaat het niet alleen om schoonheid in esthetische zin, maar ook om duurzaamheid en functionaliteit. Duurzaamheid in de zin van dierbaarheid, behoud van waarde en vermijden van verlies aan identiteit. Duurzame stadsontwikkeling is een integraal vraagstuk. Het vraagstuk duurzaamheid speelde in vrijwel iedere behandeling een rol, van het individuele woonhuis tot een bedrijfspand op Logistiek Park Dordtse Kil IV, maar ook op hoger schaalniveau, van woonwijk tot Spuiboulevard. Het gaat dan over de eerder genoemde technische aspecten, maar ook over ontwerp, uitvoering, terreininrichting en in algemene zin een doorkijk op de toekomstbestendigheid van de ontwikkeling.

Bijvoorbeeld: als er nu geen zonnepanelen worden geplaatst, dan is het advies de constructie zo uit te voeren dat deze hiertoe geschikt is. Monumenten zijn bij uitstek toekomstbestendig gebleken. Door de eeuwen heen worden monumenten telkens weer aan nieuwe eisen van de tijd aangepast. Dat kan een functiewijziging betreffen, zoals bij voorbeeld de transformatie van een kantoor of winkelpand naar woongebouw. Dat kan ook een technische aanpassing zijn gericht op energieefficiëntie. En vaak is het allebei tegelijkertijd. De nadruk ligt daarbij op een bewuste omgang met historische waarden, op verantwoording van moderne ingrepen in relatie tot de aanwezige waarden en op de afleesbaarheid van de tijdlagen. Afwegingen maken en balans vinden in behoud van oorspronkelijke materialen en elementen, alsook het voorkomen van onnodige interventies. Voor goede beoordeling van ingrepen is een beschouwing van het voorstel in de werkelijke situatie soms noodzakelijk. Zo heeft ondanks de beperkingen door corona een tweetal werkbezoeken van de commissie op locaties kunnen plaatsvinden. Dordrecht heeft een schat aan monumenten. Door een zorgvuldige procedure en een constructieve advisering vanuit de commissie worden deze monumenten voor een volgende generatie behouden. De WMC kleurt haar taak vanuit een breed perspectief in.

Het doel is bij te dragen aan ruimtelijke kwaliteit in het algemeen belang. Deze gedachte sluit aan bij wat de toekomstige omgevingswet beoogt en stimuleert. De commissie is een kleine schakel in het geheel van stadsontwikkeling. De ambitie is om transparant en inspirerend te adviseren over het behoud en de verhoging van de ruimtelijke kwaliteit van deze prachtige stad. Nieuwe bewoners verkennen de wijk Stadswerven

7

Monumenten en energietransitie gaan samen

Ineke de Visser De energietransitie en de grote vraag naar woningen zijn ook bij monumenten de grote thema’s van deze tijd. Goed nieuws is dat de almaar stijgende huizenprijzen en de lage rentestand maken dat projecten die tien jaar geleden als onrendabel werden beschouwd nu wel worden aangepakt. In de monumentenzorg geldt al jarenlang het adagium ‘behoud door vernieuwing’. Een pand gebruiken is de beste garantie voor het behoud. De keerzijde is dat er momenteel veel uitsluitend door geld gedreven ontwikkelaars actief zijn. Zij komen met plannen die zich kenmerken zich door gebrek aan liefde voor het monument en de toekomstige bewoner. Het ontwerpen van een woning wordt dan gereduceerd tot het leggen van een puzzeltje. Zijn alle stukjes gelegd, dan is het puzzeltje klaar. Dat er dan nog andere mogelijkheden zijn, die soms veel beter zijn, het ontbreekt aan motivatie om daar over na te denken. Vaak heeft dat tot gevolg dat binnen enkele jaren weer verbouwd gaat worden. Helaas is het zo dat bij elke ingreep in een pand er historisch materiaal verdwijnt. Daarom is een goed doordacht plan erg belangrijk, iets waar ook door de commissie op wordt gelet. Erfgoed is als een cake: er gaan alleen plakjes af, er komt niets bij. Als een pand flink op de schop gaat is dit het ‘natuurlijke moment’ om het ook te verduurzamen.

Waar er in de nieuwbouw hele strakke normen gelden, vliegt het bij verbouwingen nog vaak alle kanten op. Veel eigenaren zijn erg gemotiveerd om hun pand zorgvuldig te verduurzamen en investeren hier fors in. Anderen lopen er juist de kantjes vanaf. Dan wordt bijvoorbeeld alleen het dak geïsoleerd en niet de gevels. Of er worden goedkope materialen voorgesteld die snel of lelijk verouderen. Wel vloerverwarming maar geen vloerisolatie, om maar eens een paar gemiste kansen te noemen. Bij monumenten kijkt de commissie naar de lange termijn, naar de kwaliteit van het plan. Van de grote lijnen tijdens een vooroverleg tot aan de technische details. Voor het behoud van het pand is het namelijk ook van belang dat er vakkundig wordt geïsoleerd. Een andere ontwikkeling is dat de omvang van de installaties enorm is gegroeid. In oude complexe panden kan het soms een puzzel zijn om al die leidingen soepel door een pand heen te loodsen. Voorkomen moet worden dat ze dwars door kwetsbare geornamenteerde stucplafonds heen worden getrokken. Ook hier let de commissie zorgvuldig op. Het afgelopen jaar zijn veel grote en complexe transformaties van monumenten en beeldbepalende gebouwen in de commissie geweest. Zoals het optoppen van het 50KVstation op de Oranjelaan. Omdat het bestemmingsplan de ruimte gaf, kon de commissie dit niet tegenhouden.

Maar zij ziet er wel op toe dat de ingrepen niet onnodig ten koste gaan van het monument. Bij deze jongere monumenten wordt niet alleen gelet op het behoud van materialen, maar ook het architectonische concept en de beleving spelen dan een belangrijke rol. Bij dergelijke forse ingrepen ontkom je niet aan het maken van pijnlijke keuzes. De commissie vraagt dan aan de architect om zijn plan zeer goed te onderbouwen. Hij moet aantonen dat dit de beste keuze is en dat zijn plan van hoge kwaliteit is. Alle drie de KV-stations zijn dan ook vaak en gedetailleerd in de commissie besproken. In dit verband is het interessant om een paar transformaties van kerken onderling te vergelijken. Bij een transformatie zijn grote ingrepen in het monument onontkoombaar. Het is de kunst om deze zo vorm te geven dat de kerk getransformeerd wordt zonder dat de ‘ziel’ uit het gebouw verdwijnt.

8

Het verrassendste plan is dat van de kunstkerk aan de Museumstraat 65. Deze zogenaamde waterstaatskerk uit 1885 wordt een tentoonstellingsruimte. Dit is een zeer gewenste herbestemming voor een kerk, want deze nieuwe functie blijft redelijk dicht bij de oorspronkelijke functie. De kerk blijft een semi-openbaar gebouw waar men elkaar ontmoet. De kerkzaal van dit gemeentelijke monument blijft grotendeels intact. Hier wordt kunst getoond, ter verheffing van het volk. In de randvoorwaarden die bij de verkoop van het pand zijn meegegeven staat dat er een openbare (onder)doorgang moet worden gemaakt van de Museumstraat naar de Augustijnenkamp. Daarmee is sloop van de consistorie, die een positieve monumentwaarde heeft, voorkomen. Aan de Augustijnenkamp krijgt de kerk een nieuwe aanbouw van hoogwaardige architectuur. Hierin is een kunstwerk verwerkt, te weten een bronzen gevel van Studio Job. Het is een spraakmakend ontwerp. Voor de goede orde: de commissie kijkt in haar beoordeling niet naar of zij dit mooi of lelijk vindt. Die termen vormen geen afwegingskader. Het gaat om de kwaliteit van de vormgeving en hoe deze zich verhoudt tot haar omgeving en in het bijzonder het monument. Omdat deze bestemming geen woonbestemming is, zijn hier de verduurzamingsmaatregelen erg beperkt gebleven. Wel heeft de commissie gevraagd om de steeg meer natuur-inclusief te beplanten.

Zonnepanelen in historische binnenstad

Monumentale kerken krijgen nieuwe functie

Bonifatiuskerk

Kunstkerk

9

Woningbouw: iedereen kan en mag meedoen

Jan Nauta Woningbouw is de opgave van het komende decennium. Het grote woningtekort wordt op nationaal niveau geagendeerd. Ook in Dordrecht zal de komende jaren een grote hoeveelheid woningen worden gebouwd. Het staat buiten kijf dat de kwaliteit van deze woningen een grote rol zal spelen voor de toekomst van de stad. Goede woningen zijn verbonden met het omliggende gebied en vormen tegelijk een wereld in zichzelf. Ze zijn duurzaam én inclusief, mooi én groen, circulair én klimaatadaptief. Om dit mogelijk te maken zullen marktpartijen, de gemeente en huidige en toekomstige bewoners gemeenschappelijk, maar ook gefocust te werk moeten gaan. In het afgelopen jaar zag de welstandscommissie een breed pallet aan woningbouwplannen voorbijkomen. Bepalend voor de kwaliteit van de plannen was met name de vorm van het opdrachtgeverschap (projectontwikkelaar, particulier of coöperatie), de stedenbouwkundige opzet (vrije kavels of projectmatig), de woonvorm (gezinnen, studenten of woongroepen) en natuurlijk het gekozen architectenbureau. De inclusieve samenleving, zoals omschreven in het beleidskader ‘Allemaal Dordtenaren’ uit 2011, kan alleen slagen wanneer onze ruimtelijke omgeving inclusief is. Iedereen kan en mag meedoen.

Naast de vanzelfsprekende mindervalide toegankelijkheid, gaat het bijvoorbeeld ook over de mogelijkheid om mensen te ontmoeten of te kunnen sporten in de openbare ruimte. Woningdifferentiatie in woninggrootte en prijs zijn belangrijke pijlers voor een diverse en inclusieve gemeenschap. Daarnaast is het belangrijk om de aandacht te vestigen op de toekomstbestendigheid van gebouwen. Kan een gebouw zich gemakkelijk aanpassen aan een veranderende behoefte van de stad? In de regionale woonvisie ‘Goed wonen in de Drechtsteden 2016-2031’ zijn de contouren voor het gemeentelijk woonbeleid omschreven. Zo geldt er de inspanningsverplichting om 15.000 woningen te realiseren en de verplichting om de gebouwde omgeving voor 2035 energieneutraal te maken. Daarnaast is in de ‘Groeiagenda 2030: Goed leven in de Drechtsteden’ de ambitie uitgesproken om als regio 25.000 nieuwe woningen te realiseren. Het coalitieakkoord vaan 2018 - 2022 zet in op een ‘snelle en gefocuste groei met 4.000 kwalitatief hoogwaardige en duurzame woningen. Het accent bij de nieuwbouw ligt op het hogere segment, terwijl de andere segmenten niet worden vergeten’. Het is de ambitie om niet uit te dijen, maar in te breiden. Er wordt dus vooral gericht op binnenstedelijk bouwen.

In de zoektocht naar voldoende geschikte locaties voor de geambieerde woningaantallen wordt een onderscheid gemaakt tussen vier ontwikkelingen: • Grootschalige gebiedsontwikkelingen o O.m. stationsgebied, Gezondheidspark, Leerpark, Amstelwijck, Wilgenwende en Stadswerven • Wijkontwikkelingen o O.m. Wielwijk en Crabbehof • Ontwikkelingen op gemeentelijke gronden (DOE-locaties) o Kleinschalige locaties waar gezocht wordt naar een optimaal programma dat past bij de omliggende bebouwing • Particuliere initiatieven o Actieve begeleiding van initiatieven door ontwikkelaars en particulieren

10

Voor alle vier ontwikkelvormen geldt dat duurzaamheid en integraliteit belangrijke kwaliteitspijlers zijn. Integraliteit gaat vooral over de aansluiting van het initiatief op het omliggende stedenbouwkundig weefsel en de landschappelijke inpassing van het geheel. De commissie is daarom blij met de door de gemeenteraad gevraagde verbreding van het toetsingskader, juist omdat het landschappelijke aspect, met name bij projectmatige bouw, een groot verschil kan maken bij het realiseren van de geambieerde kwalitatieve, toekomstbestendige en inclusieve woonomgeving. De duurzaamheid van de plannen gaat uiteraard over de energiehuishouding van de woningen, maar ook over duurzaam en circulair materiaalgebruik. En ze gaat over het aanpassingsvermogen van de constructie: zijn de gebouwen van vandaag gemakkelijk aan te passen aan de (onbekende) wensen van morgen? Het gaat ook over esthetische duurzaamheid: worden de gebouwen mooi oud? Klopt de detaillering en wat is het verouderingsproces van de toegepaste materialen? In het afgelopen jaar zag de commissie een aantal bijzondere projecten passeren die een positief licht werpen op de geambieerde kwaliteit. Hieronder worden enkele van deze projecten kort belicht.

Projectvoorbeelden woningbouw Vrije kavels en verdichting In het project Troelstrahof zijn kavels uitgegeven aan particulieren met een kavelpaspoort, waarin de stedenbouwkundige spelregels zijn omschreven. De betrokkenheid van toekomstige bewoners bij het ontwerp en de bouw van de woningen leidt tot een grotere binding met de plek. Dit komt de ontwikkeling van het sociale weefsel van een wijk ten goede en hier zijn wij als commissie enthousiast over. Daarnaast bieden de vrije kavels de mogelijkheid om bijzondere – niet standaard – woningen te realiseren. In de toekomst zou een strengere handhaving bij de architectenselectie kunnen helpen om de bovengenoemde kansen optimaal te benutten. Het woonhuis aan de Dubbeldamseweg Noord 2, door het Dordtse architectenbureau Groeneweg van der Meijden, is een toonbeeld van zorgvuldige inpassing. Het laat op voorbeeldige wijze zien dat verdichting in een bestaande woonomgeving goed mogelijk is zonder de kwaliteit van de omgeving aan te tasten. Vanuit een zorgvuldige landschappelijke en cultuurhistorische analyse bouwt het project voort op de aanwezige kwaliteiten van de plek en ontstaat er een complementair en integraal geheel. De transformatie en aanbouw van Singel 445, eveneens door Groeneweg van der Meijden, toont een constructieve dialoog tussen oud en nieuw.

Met respect voor het verleden voegt de architect een laag toe die met de duurzame materialisatie en detaillering absoluut eigentijds is, maar door de positionering, ritmiek en hoofdvorm toch uitermate vanzelfsprekend aansluit op de omliggende bebouwing. Projectmatige bouw De commissie zag een aantal inspirerende projecten waarbij sprake is van typologische innovatie. In het plan voor Leerpark 5C door Atelier Brink wonen mensen in een sculpturaal en collectief vormgegeven blok aan het park. De grenzen tussen publieke en private ruimte zijn ‘zacht’ vormgeven en waarborgen daarmee een bijzondere integrale kwaliteit. Met ruime balkons en een grote Delftse stoep worden de woningen als het ware onderdeel van het park en vice versa. Daarnaast biedt de ‘diepe gevel’ een goede structuur voor individueel groen, waardoor het park als het ware doorloopt in het gebouw. De woningen met een gebruiksoppervlakte van 150-200 m2 hebben geen tuin, ze liggen immers aan het park.

11

Hiermee geeft het project op inventieve wijze een aantrekkelijk alternatief voor de ruimte slurpende, maar zeer in trek zijnde, grondgebonden woningen. Het beeldkwaliteitsplan voor de Spuiboulevard door De Zwarte Hond biedt een sterk raamwerk voor de duurzame transformatie van een voormalig kantorengebied naar een levendige woonomgeving, dat als scharnier tussen het historisch centrum en de 19e -eeuwse schil van de stad gaat dienen. Door in te zetten op een duurzame en gevarieerde hedendaagse variant op het traditionele Dordtse hof ontstaat er een kwalitatief binnenstedelijk woonmilieu van hoge dichtheid, dat wordt gekenmerkt door een verrassende vanzelfsprekendheid. Blok 3A door Office Winhov geeft als eerste van drie geprojecteerde woonblokken invulling aan de ‘punt van de punt’ van de ontwikkeling Dordrecht Stadswerven. De kleurstelling van het rijk vormgeven metselwerkgevels is geïnspireerd door de basaltkeien waarvan de kade is gemaakt. Hierdoor ontstaat een sterk gevoel van geaardheid. Bijzonder aan dit plan is de integrale aanpak. In de planvorming is vanaf het begin een landschapsarchitect betrokken geweest. Dit zie je met name terug in het weelderige hof welke het hart vormt van het blok. Het contrast tussen de robuuste bakstenen schil en de zachte organische binnenhof geeft het blok een onderscheidende kwaliteit.

Het project Oranjepark door Arons en Gelauff architecten verweeft op ingenieuze wijze de publieke en private buitenruimte met elkaar. Een slim ontworpen tussenruimte – een soort veranda – werkt als schakel tussen woning en hof. De sociale cohesie en kans op ontmoeting krijgt door middel van deze goed doordachte collectieve ‘kamer zonder dak’ een positieve impuls. De verfijnde houten detaillering van de pergola’s zorgt voor een zachte omkadering van de collectieve ruimte en de mogelijkheid om veel groen in de gevels te laten groeien. De integrale aanpak van landschappelijke inrichting en bebouwing is een voorbeeld voor anderen. Nieuwbouw Wilgenwende

12

Woningbouw is de opgave voor de komende tien jaar

13

Een wandeling door de binnenstad

Peter van Straten Dordrecht is een stad om van te houden. Als VVV-stadsgids mag ik graag inwoners en toeristen langs bekende en onbekende plaatsen van Dordrecht leiden. Naast mijn werk als stadsgids ben ik ook burgerlid van de Welstands- en Monumentencommissie. Het liefst zou ik u in het echt rondleiden, maar vanwege corona volgt hier een virtuele wandeling. Ik neem u mee door de stad en vertel over de rijke historie maar ook over de recente en toekomstige ontwikkelingen. Ik start op de Soetgensbrug, de brug in het verlengde van het Achterom naar de Spuiboulevard. De Spuiboulevard is een typische jaren 60-doorbraak in de stad. Grote kantoren, auto’s en bussen domineren nu het beeld. Dit gaat de komende jaren ingrijpend veranderen. Het doel is om de schil beter te laten aansluiten op de historische binnenstad. Tegenover de Soetgensbrug zal het nieuwe Huis voor Stad en Regio zal verrijzen, lager dan de Grote Kerk, dat wel natuurlijk. De gemeente heeft hier een internationale prijsvraag voor uitgeschreven. Het belooft een elegant en transparant gebouw te worden. De twee naastgelegen kantoorgebouwen worden vervangen door appartementen. De commissie heeft er destijds op gelet dat de gevel aan de Spuiboulevard maar ook de plint levendig wordt. Aan het Beverwijcksplein krijgt dit complex een lichte gevel met veel groen.

We lopen aan de overkant van het water langs de restanten van de Beulstoren. Onder het metalen rooster in de bodem bevindt zich een opschrift over de geschiedenis van deze plaats. In de oorspronkelijk minstens twee verdiepingen tellende toren heeft in de Middeleeuwen onder andere de Dordtse stadsbeul gewoond. In 1816 werd de toen al lang bouwvallige Beulstoren gesloopt. Rechts aan de overkant staat het ING-kantoor met de ronde toren. Ook dit wordt verbouwd, in dit geval naar kleinschalige appartementen. Omdat deze appartementen geen eigen buitenruimte hebben, heeft de commissie aangedrongen op een goed vormgegeven gemeenschappelijke buitenruimte met groenvoorziening op het platte dak. We gaan linksaf de Vest op en dan rechts naar de Vriesestraat. Op de hoek het Leprozenhuis waar een ontwikkeling van start gaat met veel aandacht voor het monument. Het is een plek waar al vijfhonderd aan is verbouwd en vertimmert. Het gebouw heeft heel veel functies heeft gehad. Momenteel loopt een vooroverleg om het complex te herbestemmen tot een stadsklooster. Het plan is al enkele malen voorbijgekomen in de commissie. Een belangrijk discussiepunt was daarbij de vormgeving van de nieuwe lift op de binnenplaats. We lopen door de Lenghenstraat het Bagijnhof op, tot de Visstraat, waar de herontwikkeling van het Lindersgebouw plaatsvindt.

In dit hele blok, inclusief het voormalige bankgebouw, komen boven de woningen boven de winkels. Ook hier heeft de commissie gelet op het behoud van de monumentale waarde in combinatie met het creëren van een bijzondere woonkwaliteit. Het (grotendeels) behouden van de lichtstraat in het Lindersgebouw was een belangrijk punt. Ook de binnenhof van dit blok wordt straks een semi-openbaar gebied met hoge kwaliteit. Vervolgens wandelen we langs de prachtige gevel van de Crimpert Salm. Hier was een interne verbouwing waar veel over te doen was. De bouw is hier stil gelegd omdat hier nogal veel is ‘aangepast zonder overleg’.

14

Ertegenover staat de Waalse kerk die volkomen reversibel is omgebouwd naar een reisbureau. Het torentje op de Waalse kerk is overigens niet origineel, het komt van de Wijnkoperskapel uit de Wijnstraat. Aan het einde van de straat komen we bij de Visbrug, die een nieuwe bestrating heeft compleet met verlichting en een prachtige bank. Zo wordt het meer een plein dan een straat. Zo komen we uit op de Groenmarkt die overgaat in de Wijnstraat. Een belangrijke straat waar de afgelopen periode wel zes panden staan die door de commissie zijn behandeld. Rechts de Nieuwbrug (oversteek uit 1300) over de Voorstraathaven. Links voor je, het grijze gebouw het ‘achterhuis van Dordrecht’, een onderduikadres met een bijzonder verhaal over de familie Benedictus. We komen langs het Huis der Onbeschaamde met een prachtige putto van twee meter hoog, een vaste stop voor een stadsgids. Daarna lopen we langs de Bonifatiuskerk aan de Wijnstraat. Deze wordt verbouwd naar appartementen. Voor mij persoonlijk een ingewikkeld project, omdat hier veel zaken spelen, zoals de ligging van de locatie. Hoe lossen we het parkeren middenin de stad op? Dan het gebouw zelf met zijn historie en de opgave om erin te wonen. Hoe kan je hier wonen? Voldoen al deze wensen aan redelijke eisen van welstand? Het heeft hoofdbrekens gekost en uiteraard hebben we als commissie ook de locatie bezocht.

Van kelder tot zolder hebben we alles bekeken en gepuzzeld om de creativiteit van ontwikkelaar en architect te kunnen beoordelen. Het verbouwen van kerken naar bewoning komt in landen als Duitsland en Oostenrijk eigenlijk niet voor. Toeristen uit die landen zijn stomverbaasd dat dit in Nederland gebeurd. Ondertussen heb ik begrepen dat in die landen meer geld is door kerkbelasting om de panden eventueel ongebruikt in stand te houden. We stappen stevig door naar het Groothoofd, dat inmiddels weer uit de steigers is. Onderweg staan we even stil bij Wijnstraat 17 bij de ‘stolpersteintjes’ van de familie Frenkel. De restauratie van het Groothoofd is deskundig beoordeeld in de commissie. We gaan een van de vele Dordtse bruggen over, in dit geval de Boombrug, en komen uit op de Merwekade. Hier zijn enkele verbouwingen geweest met onder meer een dakterras met uitzicht op de rivier. Maar vanaf de kade is er geen zicht op het terras en de buren hebben geen last van elkaar, dus het mocht. Kijk dat is wat ik noem voldoen aan redelijke eisen van welstand. Van hieruit gaat het de Voorstraat op (niet in de Voorstraat! de Voorstraat is een dijk) met in 2020 alleen al 19 bouwplannen op de verschillende huisnummers. Veelal monumenten die extra aandacht vragen van de monumentencommissie en eigenaren. Sommige fundamenten of gedeelten van huizen staan daar al vanaf de 14de eeuw.

Zo is er huis met een muur van een kruiskapel uit 1357, waar een prachtig oplossing voor bedacht is om de geschiedenis in beeld te houden. Via de Zakkendragerstraatje, het smalste van Dordrecht, komen we in de Doelstraat. Ik hoop dat u zal zeggen: ‘Ik zie hier niets bijzonders’. Dat is ook de bedoeling. Op het dak van de rechtbank moest een grote luchtbehandelingskast komen. Hier is gepuzzeld om deze zo min mogelijk in het zicht te krijgen. Door de huidige normen voor ventilatie en isolatie worden luchtbehandelingskasten steeds groter. De commissie let goed op dat ook de daken met alle zonnepanelen, pijpen, dakramen, dakkapellen, loggia’s, luchtbehandelingskasten en airco’s netjes vorm worden gegeven. We gaan weer terug naar de Voorstraat en komen uit bij het Hof van Nederland. Het Hof kent een geschiedenis van zeshonderd jaar en vele aanpassingen, zoals een museum, archief en de stichting Illustre Dordracum. We gaan het poortje door en naar de Augustijnenkerk, waar voorvaderen van vele Dordtenaren begraven liggen. Links het gebouwtje waar het eerste roomijs van Dordrecht verkocht werd, rechtsaf mijn favoriete poortje van het oude vrouwentehuis met daarop de tekst van Jacob Cats, eens burgemeester in Dordrecht:

15

‘Siet hier werden onderhouwen oude koude swacke vrouwen Trotse vrijsters fiere jeugd siet hoe dat je werden meugt. Langs het leuke standbeeld van Willem van Oranje met zijn hond, een goede stop voor een stadgids, want over Willem van O. is altijd iets te vertellen, zeker in relatie tot Dordrecht. Daartegenover een rijtje Dordtse gevels. Van de Hofstraat linksaf de Nieuwstraat in, langs de oude Latijnse school (voormalige Sinterklaashuis, nu Movies), met daarachter de Kunstkerk. Zouden we in de toekomst wandelen, dan zouden we hier stuiten op de restanten van een heel bijzonder kunstwerk. Het plan is in de commissie geweest en spreekt zeer tot de verbeelding. Het gaat over een schip dat door Dordrecht gaat varen, maar meer verklap ik niet. Van hieruit wandelen we over de Vest terug naar mijn fiets. Ik hoop dat u genoten heeft van onze prachtige binnenstad. Onderweg naar huis fiets ik door de diverse buitenwijken en mijmer wat na over de vraag wat een stad nu een mooie stad maakt. Heel veel zaken zijn daarbij van belang. Nieuwbouw, verbouwingen, stedenbouw, restauraties, reclame, water en groen. Allemaal zaken waar de commissie op let, met als overkoepelend thema zorgvuldigheid. Vooral de vergroening van de stad is tegenwoordig een thema.

Onderweg kom ik langs tientallen dakkapellen, schuren, schuttingen en airco’s, allemaal ter verhoging van het woonplezier en waardevermeerdering van de eigendommen. Helaas is een trend waarneembaar om alle grond om de huizen te verstenen, lekker makkelijk en fijn in het onderhoud. Maar vergroenen is nu het devies. Gelukkig komen ook kleine verbouwingen voorbij in de kleine commissie. Gesteund door de aangenomen motie van de raad let die er op dat geen kansen gemist worden om te vergroenen. Het gaat soms om kleine dingen als een buitenkraantje op een dakterras, waardoor dit een fijne groene plek kan worden voor de bewoners en de hele buurt. (NB. Geïnteresseerd in het fenomeen ‘verstening? Twitter volg @onderhoudsmoe).

16

Soetgensbrug aan de Spuiboulevard, start van de virtuele wandeling

De vernieuwde Visbrug

17

Andere functies voor winkels in de binnenstad

Sietse van der Spuij Het afgelopen jaar hebben we in de binnenstad (in dit geval het winkelgebied) een trend zien doorzetten in Dordrecht. Het is een ontwikkeling die ook in andere binnensteden herkenbaar is. We zien dat er steeds meer winkels verdwijnen of kleiner worden en dat er ruimte wordt gemaakt voor andere functies. Het sluiten van grote warenhuizen is ook onderdeel van deze ontwikkeling. Deze beweging wordt voor een groot deel veroorzaakt doordat steeds meer mensen gebruikmaken van online-winkels en minder fysiek naar winkels gaan voor aankopen. Er komen minder winkelbezoekers naar de binnenstad, waardoor er minder winkels overblijven. De benodigde oppervlakte per winkel die overblijft zal afnemen. De winkels blijven veranderen doordat geen grote voorraden meer nodig zijn, omdat aankopen vaker thuis worden afgeleverd. Het aantal en soort verkeersbewegingen zal daarmee veranderen. Tegelijk zien we dat er nog steeds mensen naar de binnensteden komen, maar dan voor andere activiteiten. Denk hierbij aan het bezoek van musea, horeca en evenementen. Een andere gedragsverandering die invloed heeft op de ontwikkeling van het binnenstedelijk gebied, is de manier waarop mensen werken. Er wordt veel meer thuis gewerkt en het is minder gebruikelijk om iedere dag je huis te verlaten om ergens anders te gaan werken.

Tegelijkertijd zien we dat er wel een toenemende behoefte is aan plekken voor samenkomst voor overleg en samenwerking. De binnenstad verandert door deze trends tot een gebied met diverse functies waarvan wonen en werken (aan huis) heel belangrijk zullen zijn. De binnenstad wordt een gebied waar aan meer verschillende functies ruimte moet worden geboden. De commissie adviseerde op veel plannen voor panden in de winkelstraten, waarbij er meerdere appartementen worden gecreëerd op plekken waar eerder winkelruimte of opslag was gevestigd. De panden liggen meestal in het gebied van beschermd stadsgezicht en vaak zijn het monumenten. De transformatie naar de woonbestemming vraagt om flinke ingrepen in de panden. Het gaat om het toevoegen van dakterrassen en balkons als buitenruimte, dakvensters en dakkapellen voor daglicht en doorbraken voor entrees en nieuwe indelingen, om een aantal veel voorkomende ingrepen te noemen. Maar de functiewijziging heeft op meer aspecten van de panden en de binnenstad impact, denk daarbij aan parkeerplaatsen voor auto’s en fietsen, opstelplaatsen voor afval en installaties ten behoeve van de energietransitie. De appartementen zijn vaak van beperkte oppervlakte en hebben een kleine of geen buitenruimte. Daarmee neemt de druk op het openbare gebied toe als buitenruimte voor de bewoners.

Als we de huidige veranderingen van de binnenstad in een groter historisch kader beschouwen, dan kan je vaststellen dat de Dordtse binnenstad al eerder grote veranderingen heeft doorgemaakt. De stad is ontwikkeld van kleine nederzetting naar grote handels- en stapelplaats tot een moderne stad. Deze veerkracht geeft vertrouwen voor de toekomst, ook deze verandering kan Dordrecht aan. Conclusie De aanvragen voor het veranderen van een winkelpand naar een appartementengebouw die de welstandscommissie behandelen, hebben betrekking op meer dan alleen het pand. Om de kwaliteit van de binnenstad te waarborgen moeten we deze plannen in een breder perspectief plaatsen en integraal beoordelen in hun omgeving waarbij alle genoemde aspecten worden meegewogen. Dat is onder de huidige omstandigheden niet altijd mogelijk en daardoor vindt de planadvisering vooral op gebouwniveau plaats. De aanstaande omgevingswet biedt kansen voor een meer integrale beoordeling.

18

Spraakmakende projecten

Sietse van der Spuij Het afgelopen jaar is een groot aantal verbouwingsplannen voor winkelpanden in het binnenstedelijk gebied in de commissie geweest. Het plan voor de verbouwing van Voorstraat 302-306 was opmerkelijk. Op de begane grond van het pand was als laatste winkel ‘Zeeman’ gevestigd. Het pand heeft de status van gemeentelijk monument en ligt binnen het beschermde stadsgezicht. De verbouwing van het pand betrof het verkleinen van de winkelruimte op de begane grond en het maken van veertien appartementen. Bij een dergelijke opgave is het belangrijk dat de architect een goede analyse maakt van het bestaande pand. In deze bouwhistorische verkenning wordt aan de hand van het gebouw- en archiefonderzoek de ontstaansgeschiedenis van het pand ontrafelt. Uit dit verhaal van het pand is op te maken welke onderdelen dit verhaal dragen en waardevol zijn. In dit geval is het pand, zoals we dat nu zien, in werkelijkheid een cluster van drie veel oudere panden. De wandenstructuur waarin de drie panden te herkennen zijn is een waardevol gegeven. Daarnaast is het pand verschillende keren verbouwd. De verbouwing van omstreeks 1928 was zeer ingrijpend. Er werden destijds art deco-stijlelementen toegevoegd en het pand werd getransformeerd tot grote winkel (dames kledingmagazijn).

Deze fase in het verhaal van het gebouw is erg belangrijk en de restanten daarvan moeten daarom zoveel mogelijk behouden blijven. Bij de herbestemming van een dergelijk pand wordt duidelijk dat op sommige plekken het nieuwe gebruik en de monumentale waarden niet gemakkelijk samengaan. De plannen zijn vier keer in de commissie geweest. Dit proces wordt begeleid door de experts van de afdeling Erfgoed van de gemeente Dordrecht. Zij bezoeken de locatie en analyseren de ingediende plannen. Zij schrijven daarover een rapportage waarin de knelpunten worden aangegeven, zodat de commissie zich kan focussen op de belangrijke onderdelen. Bij de planbehandelingen is door de commissie onder meer ingezet op het behoud van bijzondere interieurelementen, zoals beloopbare glastegels in de verdiepingsvloer, legramen uit een plafond in een wand en de vormgeving van enkele glaskappen op het dak. Het aantal appartementen is van veertien naar dertien teruggebracht, zodat er minder doorbraken nodig zijn en de appartementen van hogere kwaliteit. Aan de straatzijde is de winkelpui verschillende malen verbouwd. In de jaren 1920-1930 waren opstellingen in de grote etalage en vitrine gebruikelijk. Bij aanvang van deze plannen waren die niet meer aanwezig. De huidige winkelpui was er een met weinig kwaliteit.

Voor het ontwerp van de voorgevel heeft de commissie gevraagd om een passende pui aan het plan toe te voegen.

Transformatie van het voormalig Zeeman-pand aan de Voorstraat

19

Van het secretariaat In 2020 zijn 583 plannen behandeld, waarvan 467 keer een aanvraag van de omgevingsvergunning, 131 keer een vooroverleg en in 14 gevallen ging het om een legalisatieonderzoek. In 64 gevallen ging het om een plan voor een Rijksmonument, in 66 gevallen om een plan voor een gemeentelijk monument en in 76 gevallen om een plan binnen beschermd stadsgezicht. Er is 785 keer een advies uitgebracht, 233 keer door de grote commissie, 258 keer door de kleine commissie en 294 keer een ambtelijk advies. Gemiddeld leidt 1,3 behandeling tot een positief advies.

20

21

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/393/documents/14808