Inspreekbijdrage mw. zijdemans - vvgb wieldrechtse zeedijk 2a (deel 1) (geanonimiseerd).pdf
Tekst van het document
Aan de Gemeenteraad van Dordrecht
T.a.v. de Agendacommissie en de Raadsfracties Datum 18 mei 2026 Betreft: Inspraakreactie WGB Wieldrechtse Zeedijk 2a -Verzoek tot afvoeren als
hamerstuk
Geachte raadsleden, Middels deze brief maak ik formeel bezwaar tegen de behandeling van het raadsvoorstel voor de Wieldrechtse Zeedijk 2a als hamerstuk. Een dossier waarin de gemeente zelf toegeeft dat wettelijke normen worden overschreden en provinciale verboden worden omzeild, verdient een kritisch politiek debat. Als u vanavond instemt, stemt u in met een besluit dat gebaseerd is op onjuiste feiten en bewuste
overschrijdingen van milieunormen. 1. Geluidsaspect
1.1 Milieu en Geluid (De erkenning van de overtreding) In de nota van beantwoording erkent de omgevingsdienst zwart op wit dat de geluidsnormen voor piekgeluiden worden overschreden. Er wordt gesteld dat inpassing
volgens officiële richtlijnen volgens de VNG eigenlijk niet mogelijk is. De overlast wordt
gebagatelliseerd door te stellen dat het maar om “één a twee bewegingen” per dag gaat. De onderbouwing erkent dat er niet aan de normen kan worden voldaan (stap 3) en wijkt uit naar stap 4. Het uitwijken naar stap 4 wordt gepresenteerd als of dat een normale procedurele stap is. Echter is stap 4 een uiterste uitzondering die zeer zwaar gemotiveerd moet worden. De motivatie voor goede ruimtelijke ordening is hier slechts: “er zijn maar weinig bewegingen”. Dat is een kwantitatieve motivatie voor een kwalitatief probleem. De raad moet weten dat de gemeente hierbij de absolute
ondergrens van de wet opzoekt. 1.2 Geen “stiltegebied-vergunning” van de provincie
Uit de stukken blijkt dat er geen aparte vergunning bij de Provincie Zuid-Holland is
aangevraagd of verleend specifiek voor het vestigen in een stiltegebied. Volgens de notitie beantwoording zienswijze (pagina 14.) stelt de gemeente dat de Wet
milieubeheer (en de bijbehorende geluidsnormen) leidend is. Er wordt beweerd dat activiteiten van een hoveniersbedrijf de “stilte-ervaring” van het gebied niet wezenlijk aantasten omdat het aantal bewegingen laag is. De gemeente concludeert daarom dat
er geen strijd is met de provinciale regelgeving omtrent stiltegebieden en de provincie
dus niet hoeft in te grijpen. De Wieldrechtse Zeedijk is een dijk in het buitengebied grenzend aan de Nieuwe Dordtse Biesbosch. De gemeente hanteert hier de normen
voor een “rustig buitengebied” echter, omdat de locatie in een officieel stiltegebied ligt,
zou er een strengere toetsing moeten plaatsvinden. Het document bagatelliseert de
overschrijding van de maximale geluidsniveaus door te stellen dat dit “aanvaardbaar” is omdat het maar enkele keren voorkomt. Dit is een subjectieve afweging die haaks staat op de bescherming van een stiltegebied. Tevens beschikken wij over een email van de
Provincie Zuid-Holland dat zij aan u hebben laten weten dat er een vergunning nodig is t.b.v. het vestigen van een hoveniersbedrijf in het stiltegebied. 1.3 Gebrekkige onderbouwing geluidwering woning
De gemeente heeft aannames gedaan over de geluidsisolatie van de nabijgelegen
woningen zonder feitelijk onderzoek. Er is geen onderzoek gedaan naarde werkelijke
geluidwering van de omliggende woningen aan de Wieldrechtse Zeedijk. De gemeente gaat simpelweg uit van een "realistische” standaardwaarde van 20 dB(A) op basis van het bouwbesluit. Er is geen feitelijk onderzoek verricht. Wanneer de “aangenomen” 20 dB(A) binnenshuis niet wordt behaald wordt het maximale geluidsniveau binnenhuis
overschreden. Het is zeer onzorgvuldig om een besluit te baseren op een aanname. 1.4 VNG-brochure
In paragraaf 4.1 en 4.2 wordt de VNG-brochure “Bedrijven en milieuzonering” gebruikt. Er wordt gesteld dat voor een hoveniersbedrijf (milieucategorie 3.1) een richtafstand
van 50 meter geldt, maar dat deze verlaagd mag worden naar 30 meter omdat het een
“gemengd gebied” zou zijn. De Wieldrechtse Zeedijk is geen gemengd gebied (zoals een
stadscentrum), maar een rustig buitengebied. De onderbouwing probeert de regels van een drukke woonwijk toe te passen op een stiltegebied om de overschrijdingen juridisch recht te breien. Dit is een oneigenlijke toepassing van de systematiek.
2. Provinciale verordening (Kwekerij)
De vestiging van een kwekerij is op deze locatie volgens de provinciale omgevingsverordening niet toegestaan, omdat het buiten het aangewezen boom- en sierteeltgebied valt. De gemeente wijkt hier gemotiveerd vanaf door het als
“kleinschalige nevenactiviteit” te bestempelen. De gemeente gebruikt een balansregeling om dit toch toe te staan. De provinciale regels zijn er juist om wildgroei van sierteelt buiten de aangewezen gebieden te voorkomen. Het toestaan van een
functie die expliciet verboden is door de provincie, tast de rechtszekerheid aan en
vormt een ongewenst precedent voor het polderlandschap. Door dit toe te staan negeert u niet alleen provinciaal beleid, maar zet u ook de deur open voor verdere
bedrijfsmatige activiteiten in een kwetsbaar buitengebied. Tegelijkertijd geeft de gemeente in de “notitie beantwoording zienswijzen” toe dat een kwekerij daar volgens de provinciale verordening niet mag. De ruimtelijke onderbouwing is hier dus inconsistent met de eigen antwoorden van de gemeente. Men speekt over een
“kwaliteitsimpuls”, maar het is feitelijk een functieverandering die de provinciale zonering (teeltgebied vs. Natuur/recreatie) doorkruist.
3. Watertoets en grondwaterbeschermingsgebied Er is sprake van een aantoonbare fout in de oorspronkelijke procedure. In de eerste
watertoets werd gesteld dat het perceel niet in een grondwaterbeschemingsgebied lag.
Dat bleek onjuist. Het ligt in een gebied voor “aanvullende strategische voorraden”. Hoewel de gemeente de toets heeft laten actualiseren laat dit zien dat de basis van de
vergunningverlening onzorgvuldig is. Tevens is de vergunning bij de provincie nog niet rond, dit schept onzekerheid over de haalbaarheid van het plan. In veel versies van de
ruimtelijke onderbouwing (zoals ook te zien in de eerdere watertoets-discussie) is de status van het gebied “Aanvullende Strategische Voorraad” (ASV) voor grondwater in eerste instantie genegeerd en daarna pas zeer laat toegevoegd. Er wordt in de
onderbouwing vaak gesteld dat er “geen negatieve effecten op de waterhuishouding”
zijn. Echter de provinciale verordening verbiedt in ASV-gebieden in principe bodemverstorende activiteiten en risicovolle bedrijfsactiviteiten. Een hoveniersbedrijf met opslag van machines en stoffen is een risico dat in de tekst wordt gebagatelliseerd.
4. Verkeer De Wieldrechtse Zeedijk is een smalle dijk met veel recreatief verkeer (fietsers, wandelaars en ruiters). De beoordeling kijkt enkel naarde hoeveelheid auto's, maar niet
naarde aard van het verkeer. Vrachtwagens en bedrijfsvoertuigen met aanhangers op een smalle dijk zorgen voor gevaarlijke situaties. Dit wordt in de Mer-notitie afgedaan
als een “beperkt effect” terwijl de fysieke gesteldheid va n de dijk dit type verkeer eigenlijk niet toelaat.
Er wordt gerekend met een gemiddelde verkeersbewegingen op basis van theoretische
CROW-kencijfers. De onderbouwing negeert de fysieke beperkingen van de
Wieldrechtse Zeedijk. Een theoretisch model zegt dat 10 extra verkeersbewegingen
“niet merkbaar” zijn op de totale verkeersdruk, maar op een smalle dijk is de aard van het verkeer bepalender voor de veiligheid dan het aantal. De onderbouwing kijkt alleen naarde aantallen, niet naarde verkeersveiligheid in de praktijk.
5. Strijdigheid met de omgevingsvisie
De gemeente erkent dat een hoveniersbedrijf op deze locatie “in het beginsel in strijd is met de omgevingsvisie”. De gemeente noemt het perceel “verrommeld” om de
nieuwbouw te rechtvaardigen als een kwaliteitsimpuls. Verrommeling mag geen vrijbrief zijn om een semi-industrieel complex toe te staan in een zonde die de gemeente zelf als "rustig buitengebied” typeert. Hiermee wordt de prioritaire doelstelling van biodiversiteit en natuurbeleving opgeofferd voor commercieel belang.
De gemeente gebruikt de huidige (vaak onvergunde) staat van het terrein als argument
dat de nieuwe plannen een “verbetering” of “kwaliteitsimpuls” zijn. Juridisch gezien mag een illegale situatie of verwaarlozing nooit de basis zijn voor een ruimtelijke onderbouwing. Men moet de nieuwe situatie vergelijken met de bestaande legale
bestemming. Door dit niet te doen, wordt de impact van het nieuwe bedrijfsgebouw en de woning kunstmatig verkleind.
6. Het financiële aspect
Er wordt gemeld dat er een anterieure overeenkomst is gesloten. Dit betekent dat u als
gemeente al afspraken heeft gemaakt met de initiatiefnemer over de kosten. Dit wekt de schijn van een voldongen feit. Tevens willen wij u erop attent maken dat de
afwentelingsovereenkomst niet afdoet aan het feit dat u als gemeente “hoofd
aansprakelijk” blijft. Door het aangaan van deze overeenkomst heeft u al financieel belang opgebouwd bij het laten doorgaan van het project. Het feit dat de gemeente een
afwentelingsovereenkomst nodig vindt, is een indirecte erkenning dat er daadwerkelijk schade voor de omgeving kan ontstaan. Als er geen negatieve effecten zouden zijn was deze overeenkomst immers niet nodig. In de ruimtelijke onderbouwing (paragraaf
6.2) staat dat de gemeente een overeenkomst sluit om eventuele schadeclaims
(planschade) door te schuiven naarde initiatiefnemer. Deze overeenkomst is slechts een papiertje. Als de initiatiefnemer failliet gaat of over onvoldoende middelen
beschikt, blijft de gemeente (en dus de belastingbetaler) alsnog achter met de rekening van de schadeclaims. Heeft u als gemeente de financiële gegoedheid van deze ondernemer getoetst, zijn er bankgaranties afgegeven? Kan hij de potentieel tonnen aan planschade van de omliggende woningen dragen? Daarbij rest ons de vraag; de
gemeente verleent de vergunning onder het mom van “kleinschaligheid”. Als het bedrijf zo “kleinschalig” is als de gemeente beweert, hoe kan deze ondernemer dan de enorme
investeringen en de afwenteling van planschade financieren? Of is het bedrijf in werkelijkheid veel grootschaliger en intensiever dan men ons nu voorspiegelt?
De raad wordt voorgehouden dat de risico's zijn afgedekt met een afwentelingsovereenkomst. Maar een overeenkomst met een partij wiens solvabiliteit niet publiekelijk vaststaat, biedt geen enkele garantie. Als deze ondernemer de claims niet kan dragen, of als de rechter dit besluit vernietigt wegens de bekende gebreken, dan ligt de rekening alsnog bij u.
Hoe kan de raad een zienswijze “ongegrond” verklaren als de ambtelijke organisatie zelf toegeeft dat de oorspronkelijke stukken feitelijke fouten bevatten? Er wordt
gesuggereerd dat er “geen aanleiding is om de procedure te staken”. Hiermee wordt voorbijgegaan aan de nieuwe feiten die tijdens de zienswijzeprocedure naar boven zijn
gekomen (zoals de status van het grondwaterbeschermingsgebied en de erkenning van
de geluidsoverschrijding). De ontwerp WGB was gebaseerd op onvolledige informatie.
Nu er nieuwe informatie (inclusief de fouten) op tafel ligt, heeft de raa d de plicht het besluit opnieuw te wegen.
Leden van de raad, U staat vanavond voor een keuze die verder gaat dan alleen dit specifieke perceel. U beslist over de vraag hoe serieus wij in Dordrecht onze eigen regels, ons kwetsbare buitengebied en de rechtszekerheid van onze burgers nemen.
Het dossier wat voor u ligt, is geen hamerstuk. Het is een dossier vol ‘ reparaties’ achteraf. De omgevingsdienst geeft zelf toe dat de geluidsnormen worden overschreden. Men geeft toe dat de provinciale regels worden genegeerd. Als u vanavond deze VVGB afgeeft en het dossier als hamerstuk behandeld, geeft u een vrijbrief voor een project dat: 1. Wettelijke milieunormen oprekt
2. Provinciaal beleid passeert zonder expliciete goedkeuring van de provincie
zelf 3. Een financieel risico vormt voor de belastingbetaler zodra de eerste planschade claims worden toegewezen en de afwentelingsovereenkomst
juridisch wankel blijkt In 2024 is een eerdere vergunning voor dit plan al door de rechter vernietigd wegens onzorgvuldigheid. Wij vragen u: wilt u als raad echt wéér het risico lopen? Wilt u uw handtekening zetten onder een besluit waarvan de fundamenten nu al aantoonbaar rammelen?
Wij vragen u niet om tegen ondernemerschap te zijn, maar wij vragen u wel om vóór de rechtsstaat te zijn. Geef deze VVGB niet af en behandel het dossier niet als een hamerstuk. Wij zullen 19 mei2026 de vergadering bijwonen en zijn beschikbaar voor een gesprek of het beantwoorden van verdere vragen.
Met vriendelijke groet, Brian Menke & Josephine Zijdemans Bewoners Wieldrechtse Zeedijk