Inspreekbijdrage dhr. Hesper - VVGB Wieldrechtse Zeedijk 2a.pdf
Tekst van het document
INSPRAAKNOTITIE / BRIEF AAN DE GEMEENTERAAD VAN DORDRECHT In aanloop naar de commissievergadering over de beoogde VVGB Wieldrechtse Zeedijk
Aan: Datum:
De leden van de Gemeenteraad van Dordrecht 2 juni 2026
Betreft:
Formele bezwaren inzake het ontwerpbesluit omgevingsvergunning en Verklaring van Geen Bedenkingen (VVGB) voor de vestiging van een hoveniersbedrijf met bedrijfswoning aan de Wieldrechtse Zeedijk (zaaknummers 9003Z-24-451963 en 9003Z-24-441257)
Geachte leden van de gemeenteraad, Samenvatting Deze inspraaknotitie beoogt de gemeenteraad van Dordrecht te overtuigen dat het ontwerpbesluit omgevingsvergunning en de daarbij behorende Verklaring van Geen Bedenkingen (VVGB) voor de vestiging van een hoveniersbedrijf met bedrijfswoning aan de Wieldrechtse Zeedijk 2a/2b juridisch, procedureel en inhoudelijk niet besluitrijp zijn. De kern is dat dezelfde fundamentele gebreken die eerder hebben geleid tot vernietiging door de Rechtbank Rotterdam in de zaken ROT 23/4136 en ROT 23/4135, in het huidige dossier in wezen ongewijzigd zijn teruggekeerd, soms zelfs in versterkte vorm. De rechtbank heeft in haar uitspraken geoordeeld dat het college handelde in strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel (artikel 3:2 Awb) en het motiveringsbeginsel (artikel 3:46 Awb), onder meer omdat essentiële stukken ontbraken, de feitelijke grondslag niet klopte, de motivering innerlijk tegenstrijdig was, onderzoeken niet volledig of actueel waren en de belangen van omwonenden onvoldoende waren meegewogen. In de uitspraak van 28 december 2023 over de inrit (ROT 22/2689, 22/2691 en 23/7) wordt expliciet vastgesteld dat het besluit “onzorgvuldig is voorbereid en ondeugdelijk gemotiveerd” en dat het college de aanvraag onjuist heeft gekaderd, onder meer doordat het strijdige gebruik van perceel W66 niet is meegenomen in de beoordeling.
De rechtbank concludeert dat “het bestreden besluit berust in zoverre op een ondeugdelijke motivering terwijl het evenzeer onzorgvuldig is voorbereid”. In het huidige dossier zijn opnieuw essentiële stukken niet of slechts fragmentarisch ter inzage gelegd, waaronder de volledige aanvraagstukken voor perceel W66, de verkeersveiligheidsanalyse, de dijkconstructietoets, de invoer en validatie van het akoestisch model, actuele ecologische onderzoeken en de watervergunning en watertoets. Dit is in strijd met de eisen van afdeling 3.4 Awb, die voorschrijft dat alle relevante stukken ter inzage moeten liggen. Een besluitvorming op basis van een onvolledig dossier is per definitie onrechtmatig. Op het thema geluid blijkt uit het akoestisch rapport industrielawaai dat de maximale geluidsniveaus (LAmax) oplopen tot 77 dB(A) op gevels en in tuinen van omwonenden. In het rapport wordt expliciet vermeld: “Akoestisch rapport industrielawaai, p. 14, tabel 3.2: LAmax = 77 dB(A).” Deze waarden overschrijden zowel de richt- als grenswaarden uit de VNG-handreiking Bedrijven en milieuzonering en zijn evident onverenigbaar met de ligging in een provinciaal stiltegebied. OZHZ erkent de overschrijding, maar volstaat met de constatering dat maatregelen “niet doelmatig” zouden zijn en dat met een
voorschrift “maximaal 1 vrachtwagen per dag en 3 per week” de situatie aanvaardbaar zou zijn. Een dergelijk voorschrift is feitelijk onhandhaafbaar en wordt in de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak structureel als onvoldoende geacht, omdat het niet objectief controleerbaar is. Op ecologisch vlak is de onderbouwing gebaseerd op een quickscan Flora & Fauna uit 2020 en een oplegnotitie uit 2024, terwijl inmiddels concrete, gedocumenteerde waarnemingen bestaan van beveractiviteit direct langs het perceel, alsmede van strikt beschermde vogelsoorten. De bever is een Habitatrichtlijnsoort met strikte bescherming. De quickscan is ouder dan vijf jaar, niet geactualiseerd en negeert NDFF-waarnemingen en door bewoners aangeleverde foto’s en video’s. Dit is in strijd met artikel 3:2 Awb, artikel 3:46 Awb, artikel 1.11 Omgevingswet en de vaste jurisprudentie dat bij concrete aanwijzingen voor beschermde soorten niet kan worden volstaan met een verouderde quickscan. Ten aanzien van verkeer en dijkveiligheid blijkt uit de Memo Verkeer Wieldrechtse Zeedijk van 24 februari 2026 dat de verkeersintensiteit stijgt van 170 naar 258 motorvoertuigen per etmaal, een toename van circa 50% op een smalle primaire waterkering zonder passeerstroken. OZHZ kwalificeert deze stijging als “beperkt” en beroept zich op een vermeend “psychologisch remmend effect” van de smalle dijk.
Er is geen CROW-toets uitgevoerd, geen verkeersveiligheidsanalyse, geen aslast- of stabiliteitsberekening en geen watervergunning van het waterschap. Dit is een herhaling van de door de rechtbank eerder vastgestelde gebreken, waarbij werd geoordeeld dat het college “geen feitelijke grondslag heeft gelegd onder de aannames over verkeersbewegingen en gebruik van de inrit”. Het plan is evident in strijd met de bestemming “Recreatie-1”, de Omgevingsvisie Dordrecht en de provinciale stiltegebiedregels. De Omgevingsvisie spreekt over een “rustig groen leefmilieu” en het voorkomen van nieuwe bedrijfsfuncties in de Nieuwe Dordtse Biesbosch. De provinciale omgevingsverordening beschermt stiltegebieden tegen activiteiten die de stiltewaarden aantasten. Een piekbelasting van 77 dB(A) is daarmee onverenigbaar. Afwijken van deze beleidskaders vergt een zwaar gemotiveerd politiek besluit, dat in de huidige stukken ontbreekt. Een bijkomend, zwaarwegend element betreft de privaatrechtelijke opdracht van de gemeente Dordrecht aan het hoveniersbedrijf voor het ophogen van een deel van de voortuin/oprit. In de opdrachtbrief van 21 november 2024, verkregen middels een wooverzoek, staat: “Het bedrag voor deze deel-opdracht bedraagt € 2500,- exclusief BTW.
Totale opdracht bedraagt € 4225,25 ex BTW, waarvan de gemeente dus €2500 vergoed.” De bijbehorende factuur van 17 december 2024 vermeldt: “Volgens afspraak deel offerte F24099b: Ophogen deel voortuin” met een totaalbedrag van € 2.500,00 exclusief btw (bijlage 2). Deze opdracht is verstrekt enkele dagen na de vernietiging van de eerdere vergunning door de rechtbank. De gemeente is daarmee tegelijkertijd vergunningverlener, handhaver, procespartij én privaatrechtelijk opdrachtgever van werkzaamheden op het perceel van de vergunningaanvrager. Dit creëert ten minste de schijn van bevoordeling en roept ernstige vragen op over de naleving van artikel 2:4 Awb (verbod van vooringenomenheid). De maatschappelijke weerstand is aanzienlijk. Er zijn 5 (vijf!) zienswijzen ingediend. Eén zienswijze is medeondertekend door 8 huishoudens en een petitie tegen de komst van het hoveniersbedrijf is ondertekend door 138 personen. In de petitie wordt benadrukt dat de Nieuwe Dordtse Biesbosch bedoeld is als rustig recreatie- en natuurgebied en dat “daar geen bedrijven thuishoren”. De combinatie van juridische gebreken, ecologische risico’s, verkeers- en dijkveiligheidsrisico’s, beleidsmatige strijdigheid en
maatschappelijke weerstand maakt dat de raad juridisch niet kan instemmen met de VVGB. De risicotabel in deze notitie laat zien dat instemming met de VVGB de raad blootstelt aan een reëel risico op een derde vernietiging door de bestuursrechter, met bijkomende bestuurlijke en financiële schade. De VVGB is een discretionaire bevoegdheid, maar de raad is daarbij gebonden aan artikel 3:2 Awb, artikel 3:46 Awb, artikel 3:11 Awb en artikel 2.12 Wabo. Een VVGB op basis van dit dossier is niet zorgvuldig voorbereid, niet deugdelijk gemotiveerd, niet volledig en niet controleerbaar. De enige juridisch verdedigbare conclusie is dat de VVGB niet kan worden afgegeven.
Inleiding en tijdlijn Deze inspraaknotitie ziet op de ontwerp-omgevingsvergunningen met zaaknummers 9003Z-24-451963 (verbreden en ophogen in- en uitrit, perceel W66) en 9003Z-24-441257 (bedrijf en bedrijfswoning, perceel W200) voor de locatie Wieldrechtse Zeedijk 2a/2b te Dordrecht. De gemeenteraad wordt verzocht een Verklaring van Geen Bedenkingen (VVGB) af te geven voor een ontwikkeling die reeds tweemaal onderwerp is geweest van rechterlijke vernietiging. De voorgeschiedenis is van belang voor de beoordeling van de huidige aanvraag. Op 21 juli 2023 schorste de voorzieningenrechter de omgevingsvergunning voor het hoveniersbedrijf op perceel W200 (ROT 23/4136). De voorzieningenrechter overwoog onder meer dat “niet duidelijk is wat precies door verweerder op de locatie is vergund” en dat het besluit “onvoldoende gemotiveerd” was. Voorts werd vastgesteld dat niet werd voldaan aan stap 2 van de VNG-publicatie voor maximale geluidsniveaus en dat het besluit berustte op een “onjuiste feitelijke grondslag”. Op 28 december 2023 vernietigde de rechtbank de omgevingsvergunning voor de inrit en aanlegwerkzaamheden op perceel W66 (ROT 22/2689, 22/2691 en 23/7).
De rechtbank stelde vast dat voor de aanleg van de inrit een aanlegvergunning was vereist, dat het gebruik van perceel W66 in strijd was met de bestemmingen “Wonen” en “Tuin” en dat het college ten onrechte had nagelaten het strijdige gebruik als activiteit “afwijken van het bestemmingsplan” te beoordelen. De rechtbank oordeelde dat het besluit “onzorgvuldig is voorbereid en ondeugdelijk gemotiveerd”. Op 15 november 2024 vernietigde de rechtbank vervolgens de omgevingsvergunning voor het hoveniersbedrijf op perceel W200 (ROT 23/4135). De rechtbank kwalificeerde het besluit als in strijd met zowel het zorgvuldigheidsbeginsel als het motiveringsbeginsel en sprak van een “kale vernietiging”: het gehele besluit moest terug naar de tekentafel. De rechtbank wees onder meer op het ontbreken van essentiële stukken, een onjuiste bestemmingsplanbeoordeling, een gebrekkige ecologische toets en een ondeugdelijke verkeerskundige onderbouwing. Op 21 november 2024, minder dan een week na deze vernietiging, verstrekte de gemeente Dordrecht een opdracht aan Hoveniersbedrijf Baan Hofman B.V. voor het “ophogen deel voortuin” van de initiatiefnemer.
In de opdrachtbrief staat: “Totale opdracht bedraagt € 4225,25 ex BTW, waarvan de gemeente dus €2500 vergoed.” De factuur van 17 december 2024 vermeldt: “Volgens afspraak deel offerte F24099b: Ophogen deel voortuin” met een totaal van € 2.500,00 exclusief btw (bijlage 2). Deze privaatrechtelijke relatie tussen gemeente en vergunningaanvrager valt samen met de publiekrechtelijke rol van de gemeente als vergunningverlener en procespartij.
In 2025 en 2026 zijn nieuwe ontwerpbesluiten opgesteld, voorzien van een herziene ruimtelijke onderbouwing (versie 1.11, d.d. 20 maart 2025), een akoestisch onderzoek industrielawaai (21 februari 2024), een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai (8 mei 2024), een stikstofdepositieonderzoek (3 oktober 2024), een quickscan flora en fauna (8 oktober 2020) met oplegnotitie (3 mei 2024) en diverse andere onderzoeken. De ontwerpbesluiten en de ontwerp-VVGB zijn ter inzage gelegd, waarop meerdere zienswijzen zijn ingediend, waaronder een uitgebreide zienswijze namens omwonenden en een zienswijze namens DAS Rechtsbijstand. Daarnaast is een petitie met 138 ondertekenaars aangeboden onder de titel “Sta géén bedrijven toe in de Nieuwe Dordtse Biesbosch”. Op 19 mei 2026 staat het raadsvoorstel “Afgeven definitieve verklaring van geen bedenkingen voor Wieldrechtse Zeedijk 2a” geagendeerd in de agendacommissie, aanvankelijk als hamerstuk. Een hamerstuk veronderstelt dat het dossier volledig, zorgvuldig en juridisch besluitrijp is. Zoals in deze notitie wordt aangetoond, is daarvan geen sprake. De raad staat opnieuw op een kruispunt: ofwel zij kiest voor een zorgvuldig, juridisch houdbaar besluit, ofwel zij herhaalt dezelfde fouten die reeds tweemaal tot vernietiging hebben geleid.
Thema 1 – Geluid, milieuzonering en stiltegebied Geluid vormt een dragend element in de beoordeling van de ruimtelijke aanvaardbaarheid van het hoveniersbedrijf. De rechtbank heeft in ROT 23/4136 reeds geoordeeld dat het eerdere besluit berustte op een onjuiste feitelijke grondslag ten aanzien van de maximale geluidsniveaus en dat de tuin van omwonenden ten onrechte niet was betrokken in de belangenafweging. In de huidige stukken worden dezelfde fouten in essentie herhaald. Uit het akoestisch rapport industrielawaai van 21 februari 2024 blijkt dat de maximale geluidsniveaus (LAmax) in de representatieve bedrijfssituatie oplopen tot 77 dB(A) op gevels en in tuinen van omwonenden. In het rapport wordt expliciet vermeld: “Akoestisch rapport industrielawaai, p. 14, tabel 3.2: LAmax = 77 dB(A).” De piekgeluiden worden veroorzaakt door optrekkende vrachtwagens, remontluchting en manoeuvreren met aanhangers. Deze piekbelastingen zijn niet incidenteel, maar structureel verbonden aan de bedrijfsvoering. De VNG-handreiking Bedrijven en milieuzonering hanteert voor een rustig buitengebied een richtwaarde van 45 dB(A) voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau en richt- en grenswaarden van respectievelijk 65 en 70 dB(A) voor maximale geluidsniveaus.
De handreiking kent een stapsgewijze benadering (stap 2–4), waarbij overschrijding van de richtwaarden slechts onder strikte voorwaarden en met een zwaar gemotiveerde uitzonderingsmotivering (stap 4) kan worden aanvaard. OZHZ erkent in de ontwerpbesluiten dat “in de dagperiode ter plaatse van de woningen aan de Wieldrechtse Zeedijk 2 (gevels en tuin) en Wieldrechtse Zeedijk 3 & 5 (enkel gevels) niet wordt voldaan aan de richt- en/of grenswaarde van respectievelijk 65 en 70 dB(A) vanwege maximale geluidsniveaus.” Desondanks wordt geconcludeerd dat de situatie aanvaardbaar zou zijn, zonder een kwantitatieve stap-4-motivering, zonder cumulatieanalyse en zonder alternatievenafweging. Daarbij komt dat OZHZ opnieuw tracht de tuinen van omwonenden buiten beschouwing te laten door te stellen dat “de tuin geen geluidsgevoelig object in de zin van de Wet geluidhinder” zou zijn. De rechtbank heeft in ROT 23/4136 echter uitdrukkelijk overwogen dat “de tuin in het kader van een goede ruimtelijke ordening moet worden betrokken”. Door de tuinen wederom niet volwaardig in de belangenafweging te
betrekken, handelt OZHZ in strijd met de eerdere rechterlijke aanwijzingen en met artikel 3:2 en 3:46 Awb. De modelinvoer en -uitvoer van het akoestisch onderzoek zijn bovendien niet transparant en niet reproduceerbaar. In de contra-expertise van Vliex Akoestiek wordt erop gewezen dat de invoerhoogten (2,5 m en 7,5 m) niet overeenkomen met de uitvoerhoogten in de tabellen (1,5 m en 3,5 m). OZHZ kwalificeert dit als “afrondingen”, maar verstrekt geen rekenplots, invoerbestanden, validatierapport of modelbeschrijving. Een akoestisch model waarvan de invoer niet overeenkomt met de uitvoer is niet controleerbaar en kan niet dienen als deugdelijke motiveringsbasis in de zin van artikel 3:46 Awb. Het door OZHZ voorgestelde voorschrift “maximaal 1 vrachtwagen per dag en 3 per week” is feitelijk onhandhaafbaar. Er is geen rittenregistratie, geen verplicht GPSvolgsysteem, geen cameratoezicht en geen handhavingsprotocol. De Afdeling bestuursrechtspraak heeft herhaaldelijk geoordeeld dat voorschriften die niet objectief controleerbaar zijn, niet als mitigerende maatregel kunnen dienen. Een dergelijk voorschrift creëert een papieren werkelijkheid en is in strijd met het rechtszekerheidsbeginsel, artikel 3:2 Awb en artikel 3:46 Awb. De locatie ligt bovendien in het provinciale stiltegebied Dordtse Biesbosch.
De provinciale omgevingsverordening bepaalt dat activiteiten die de stiltewaarden aantasten niet zijn toegestaan. Een piekgeluid van 77 dB(A) is per definitie strijdig met de doelstellingen van een stiltegebied. OZHZ gaat hier in de motivering volledig aan voorbij. Er wordt geen koppeling gelegd tussen de akoestische uitkomsten en de provinciale stiltegebiedregels, noch met de Omgevingsvisie, die spreekt over een “rustig groen leefmilieu”. Ten slotte ontbreekt een cumulatieanalyse. De VNG-handreiking vereist dat cumulatie met andere geluidbronnen (maneges, recreatie, verkeer, toekomstige ontwikkelingen) wordt beoordeeld. In de huidige stukken is geen cumulatieberekening opgenomen. Dit is wederom in strijd met artikel 3:2 Awb. De conclusie is dat de geluidparagraaf feitelijk onjuist, juridisch ondeugdelijk, procedureel onvolledig en strijdig met eerdere rechterlijke uitspraken, de VNG-systematiek, de Omgevingsvisie en de provinciale stiltegebiedregels is. Op basis van het geluiddossier kan de raad juridisch niet instemmen met de VVGB.
Thema 2 – Ecologie, natuurbescherming en grondwaterbescherming De ecologische onderbouwing van het project is gebaseerd op een Quickscan Flora & Fauna van 8 oktober 2020 en een oplegnotitie van 3 mei 2024. Deze documenten zijn niet actueel, niet gebiedsdekkend en negeren concrete, gedocumenteerde waarnemingen van strikt beschermde soorten in en direct grenzend aan het plangebied. Daarmee handelt OZHZ in strijd met artikel 3:2 Awb (zorgvuldige voorbereiding), artikel 3:46 Awb (deugdelijke motivering), artikel 1.11 Omgevingswet (algemene zorgplicht natuur) en artikel 12 Habitatrichtlijn (strikte bescherming van soorten zoals de bever). Omwonenden hebben herhaaldelijk actuele waarnemingen aangeleverd van beveractiviteit direct langs de watergang die het projectperceel begrenst, ondersteund door NDFF-gegevens, foto’s en video’s. In de onderbouwing wordt echter volstaan met de constatering dat “tijdens het veldbezoek geen actieve burchten binnen de perceelsgrenzen zijn aangetroffen”. Deze redenering is juridisch onjuist en ecologisch onvolledig. De Habitatrichtlijn beschermt niet alleen burchten, maar ook foerageergebied, rustplaatsen, migratiecorridors en functionele leefgebieden. De watergang langs het
perceel fungeert aantoonbaar als foerageergebied voor de bever. Het negeren van deze functie is een schending van artikel 3:2 Awb. De Afdeling bestuursrechtspraak heeft in haar jurisprudentie (onder meer ECLI:NL:RVS:2011:BR1412) geoordeeld dat een bestuursorgaan bij concrete aanwijzingen voor de aanwezigheid van strikt beschermde soorten niet kan volstaan met een quickscan, maar aanvullend soortgericht onderzoek moet verrichten. In de huidige situatie zijn dergelijke concrete aanwijzingen aanwezig, maar aanvullend onderzoek ontbreekt. OZHZ handelt daarmee in strijd met vaste jurisprudentie. Naast de bever zijn er actuele waarnemingen van strikt beschermde vogelsoorten, waaronder Cetti’s zanger, nachtegaal en koekoek (Rode Lijst). De polder fungeert als belangrijk broed- en leefgebied en als ecologische bufferzone voor de Nieuwe Dordtse Biesbosch. De toename van verhard oppervlak (circa 1.325 m²), de intensivering van verkeer en de piekgeluiden van 77 dB(A) leiden tot verstoring van deze soorten. Onder de Omgevingswet is het verstoren van strikt beschermde soorten verboden, tenzij vooraf een volledige ecologische toetsing heeft plaatsgevonden en een ontheffing is verleend. OZHZ schuift de beoordeling van mogelijke ontheffingsplichten door naar de uitvoeringsfase, hetgeen in strijd is met de plicht om de uitvoerbaarheid vooraf vast te stellen.
De quickscan is bovendien ouder dan vijf jaar, uitgevoerd buiten relevante seizoenen en niet geactualiseerd ondanks nieuwe waarnemingen. Volgens jurisprudentie is een quickscan niet voldoende wanneer er concrete aanwijzingen zijn voor beschermde soorten, het gebied ecologisch gevoelig is en de ingreep omvangrijk is. Alle drie voorwaarden zijn hier vervuld. Het projectgebied ligt tevens in een grondwaterbeschermingsgebied. In de nota beantwoording zienswijzen erkent OZHZ: “Op grond van artikel 3.28 van de Provinciale Omgevingsverordening zal er bij het bevoegde gezag (provincie) nog een vergunning moeten worden aangevraagd.” Dit betekent dat de hydrologische en chemische uitvoerbaarheid van het project nog niet is vastgesteld. De raad wordt gevraagd te besluiten terwijl de vereiste provinciale vergunning nog niet eens is aangevraagd. Dit is in strijd met artikel 3:2 Awb, dat vereist dat de relevante feiten en belangen voorafgaand aan de besluitvorming worden onderzocht. Een cumulatieanalyse van ecologische effecten ontbreekt eveneens. De Omgevingswet en de rechtspraak vereisen dat cumulatieve effecten met andere activiteiten (maneges, recreatie, verkeer, toekomstige ontwikkelingen) worden beoordeeld. In de huidige stukken is geen dergelijke analyse opgenomen. De conclusie is dat ook de ecologische onderbouwing ondeugdelijk, onvolledig en juridisch onhoudbaar is.
Actuele beverwaarnemingen en NDFF-gegevens zijn genegeerd, de quickscan is achterhaald, soortgericht onderzoek ontbreekt, cumulatie is niet beoordeeld, stiltegebied en grondwaterbescherming zijn onvoldoende betrokken en de Habitatrichtlijn wordt geschonden. Op basis van deze ecologische onderbouwing kan de raad juridisch niet instemmen met de VVGB.
Thema 3 – Verkeer en dijkveiligheid De verkeers- en dijkveiligheidsparagraaf in het dossier vertoont dezelfde structurele gebreken die de Rechtbank Rotterdam eerder noopten tot vernietiging van besluiten in ROT 23/4136 en ROT 23/4135. De rechtbank benadrukte dat het college “geen feitelijke grondslag heeft gelegd onder de aannames over verkeersbewegingen en gebruik van de
inrit” en dat de besluitvorming “onzorgvuldig voorbereid en ondeugdelijk gemotiveerd” was. Uit de Memo Verkeer Wieldrechtse Zeedijk van 24 februari 2026 blijkt dat de verkeersintensiteit stijgt van 170 naar 258 motorvoertuigen per etmaal, een toename van circa 50%. Deze stijging vindt plaats op een smalle dijk (circa 4,20–4,60 m breed), zonder passeerstroken, die intensief wordt gebruikt door wandelaars, fietsers en ruiters en tevens fungeert als primaire waterkering. OZHZ kwalificeert deze stijging als “beperkt” en “veilig”, zonder kwantitatieve onderbouwing. In de nota wordt zelfs gesteld dat de smalle dijk een “psychologisch remmend effect” zou hebben, waardoor automobilisten rustiger zouden rijden. Dit is geen verkeerskundig onderbouwd argument, maar een speculatieve aanname. Er is geen CROW-toets uitgevoerd, geen verkeersveiligheidsaudit, geen analyse van zichtlijnen, passeermogelijkheden, rem- en optrekconflicten en geen beoordeling van de interactie tussen zwaar verkeer en kwetsbare verkeersdeelnemers. CROW-publicaties 245 en 381 schrijven voor dat bij functies met zwaar en langzaam verkeer (zoals een hoveniersbedrijf met bedrijfswagens, aanhangers en vrachtwagens) minimaal moet worden getoetst op rijbaanbreedte, boogstralen, conflictpunten en risico’s voor fietsers en voetgangers.
De Wieldrechtse Zeedijk voldoet evident niet aan de voor zwaar verkeer vereiste breedtes, maar dit is niet onderzocht. De Wieldrechtse Zeedijk is bovendien een primaire waterkering. Elke toename van zwaar verkeer vereist een voorafgaande toets door het waterschap. In de stukken ontbreekt een aslastberekening, een stabiliteitsanalyse en een constructieve beoordeling van de verbrede inrit. Er is geen watervergunning verleend op grond van de Waterwet. OZHZ stelt dat “de bestaande inrit wordt gebruikt” en dat daarom geen extra belasting optreedt, maar dit is feitelijk onjuist. De intensiteit stijgt substantieel, de aard van het verkeer verandert van incidenteel agrarisch naar dagelijks bedrijfsmatig verkeer en de inrit is verbreed naar 5,5 meter, hetgeen de belasting op het talud vergroot. De alternatievenafweging is eveneens gebrekkig. De Landbouwweg is in het verleden aangelegd om zwaar verkeer van de dijk te weren. OZHZ stelt dat ontsluiting via deze weg “niet afdwingbaar is omdat de initiatiefnemer geen eigenaar is”. Dit miskent de jurisprudentie dat het bevoegd gezag moet onderzoeken of via zakelijk recht, erfdienstbaarheid of privaatrechtelijke overeenkomst een alternatieve ontsluiting kan worden gerealiseerd wanneer dit noodzakelijk is voor een goede ruimtelijke ordening.
Het enkele feit dat de initiatiefnemer geen eigenaar is, ontslaat de gemeente niet van de plicht tot een objectieve alternatievenafweging. OZHZ presenteert verkeerskundige conclusies zonder dat een verkeerskundige instantie is geraadpleegd. Dit is identiek aan de fout die de rechtbank eerder vaststelde, namelijk dat het college zonder feitelijke onderbouwing aannames heeft gedaan en geen deskundigenonderzoek heeft laten uitvoeren. Dit leidt tot het oordeel dat het besluit onzorgvuldig is voorbereid en ondeugdelijk gemotiveerd. De conclusie is dat ook de verkeers- en dijkveiligheidsparagraaf juridisch ondeugdelijk, feitelijk onjuist en procedureel onvolledig is. Er is geen CROW-toets, geen dijkveiligheidstoets, geen alternatievenafweging, de verkeersgroei wordt gebagatelliseerd en de eerdere rechterlijke kritiek is niet verwerkt. Op basis hiervan kan de raad geen VVGB afgeven zonder in strijd te handelen met artikel 3:2 en 3:46 Awb.
Thema 4 – Bestemming, Omgevingsvisie en stiltegebied
Het perceel W200 heeft in het bestemmingsplan “Nieuwe Dordtse Biesbosch” de enkelbestemming “Recreatie-1” en de dubbelbestemming “Waarde-Archeologie-2”. Artikel 11.1 van de planregels bepaalt dat de gronden zijn bestemd voor dagrecreatie en recreatieve dienstverlening. Een hoveniersbedrijf met bedrijfsgebouw en bedrijfswoning is op deze gronden niet toegestaan. In de eerdere uitspraak heeft de rechtbank benadrukt dat de afwijking van de bestemming “Recreatie-1” voor een hoveniersbedrijf “als behoorlijk ingrijpend moet worden aangemerkt” en dat het college “goed moet motiveren waarom hij die afwijking, gelet op alle relevante belangen, gerechtvaardigd vindt”. De Omgevingsvisie Dordrecht beschrijft de Nieuwe Dordtse Biesbosch als een “rustig groen leefmilieu”, gericht op biodiversiteit, natuurbeleving en extensieve recreatie. In de raadsstukken uit 2022 wordt erkend dat het perceel min of meer is ingeklemd tussen recreatieve functies (maneges) en dat het bestemmingsplan een concentratie van maneges rond het kruispunt Schenkeldijk/Zeedijk/Oude Veerweg/Wieldrechtse Zeedijk beoogt. De animo voor een recreatieve invulling van het perceel is volgens het college “al jarenlang nihil” geweest, waarop is besloten medewerking te verlenen aan een hoveniersbedrijf.
In het raadsvoorstel wordt gesteld dat “een hoveniersbedrijf geen recreatieve functie is, maar dat de combinatie met een kwekerij van bomen en planten binnen het karakter van het gebied past”. Deze redenering miskent dat het plan niet slechts een kwekerij omvat, maar een volwaardig hoveniersbedrijf met bedrijfsgebouw, bedrijfswoning, paardenstallen, paddock en een verbrede inrit. De ruimtelijke uitstraling is die van een semi-industrieel perceel, niet van een recreatieve voorziening. De Omgevingsvisie is niet zodanig gedetailleerd dat zij op perceelniveau functies aanwijst, maar de kernbegrippen “rustig groen leefmilieu”, “bescherming biodiversiteit” en “geen nieuwe bedrijfsfuncties in de Nieuwe Dordtse Biesbosch” zijn evident in strijd met de voorgestelde ontwikkeling. Het perceel ligt bovendien in een provinciaal stiltegebied. De provinciale omgevingsverordening stelt dat activiteiten die de stiltewaarden aantasten niet zijn toegestaan. De akoestische realiteit van LAmax 77 dB(A) is daarmee onverenigbaar. OZHZ verbindt hieraan geen consequenties en motiveert niet waarom een dergelijke piekbelasting in een stiltegebied aanvaardbaar zou zijn. Afwijken van de bestemming “Recreatie-1”, de Omgevingsvisie en de provinciale stiltegebiedregels vergt een zwaar gemotiveerd politiek besluit.
Een VVGB kan niet dienen als instrument om deze beleidsmatige strijdigheden stilzwijgend te repareren. De raad moet expliciet en deugdelijk gemotiveerd afwegen waarom zij afwijkt van haar eigen beleid en van provinciale regels. In de huidige stukken ontbreekt een dergelijke expliciete beleidsafweging. De conclusie is dat het plan in strijd is met de bestemming “Recreatie-1”, de Omgevingsvisie en de provinciale stiltegebiedregels. De motivering om hiervan af te wijken is ontoereikend. De raad kan niet volstaan met een VVGB zonder een afzonderlijk, zwaar gemotiveerd beleidsbesluit.
Thema 5 – Procedurele zorgvuldigheid, volledigheid van het dossier en beantwoording zienswijzen Afdeling 3.4 Awb vereist dat alle relevante stukken die aan een besluit ten grondslag liggen, ter inzage worden gelegd. In het huidige dossier ontbreken nog steeds essentiële stukken of zijn slechts op verzoek beschikbaar gesteld. Het gaat onder meer om de volledige aanvraagstukken voor perceel W66, de verkeersveiligheidsanalyse, de
dijkconstructietoets, de invoer en validatie van het akoestisch model, actuele ecologische onderzoeken, de watervergunning en de watertoets. In de uitspraak ROT 22/2689, 22/2691 en 23/7 heeft de rechtbank reeds vastgesteld dat het college geen rapporten van toezichtcontroles had opgesteld en dat het besluit innerlijk tegenstrijdig was, onder meer doordat het advies van de bezwaarschriftencommissie (aanhouden van een deel van het besluit) niet was gevolgd. De rechtbank kwalificeerde het besluit als “onzorgvuldig voorbereid en ondeugdelijk gemotiveerd”. In het huidige dossier is de vergewisplicht van artikel 3:9 Awb wederom onvoldoende ingevuld. OZHZ neemt conclusies van door de initiatiefnemer aangeleverde onderzoeken over zonder aantoonbare onafhankelijke toetsing, terwijl contra-expertises en zienswijzen concrete gebreken aanwijzen. De nota beantwoording zienswijzen gaat op meerdere punten niet of slechts summier in op de ingediende zienswijzen. Essentiële argumenten worden afgedaan met algemene formuleringen als “de hinder is aanvaardbaar” of “de verkeersaantrekkende werking is passend”, zonder inhoudelijke weerlegging van de aangevoerde feiten en juridische argumenten. Dit is in strijd met artikel 3:46 Awb, dat vereist dat de motivering deugdelijk is en de relevante zienswijzen kenbaar worden weerlegd.
Daarnaast schuift OZHZ belangrijke beoordelingen door naar andere procedures of naar de uitvoeringsfase. Zo wordt erkend dat voor het grondwaterbeschermingsgebied nog een vergunning bij de provincie nodig is. Ook wordt gesteld dat een flora- en faunaontheffing “indien nodig” later zal worden aangevraagd. Dit betekent dat de uitvoerbaarheid van het project niet vooraf is vastgesteld, hetgeen in strijd is met de systematiek van de Wabo en de Omgevingswet. De combinatie van ontbrekende stukken, doorgeschoven beoordelingen en summiere beantwoording van zienswijzen maakt dat het dossier niet volledig, niet controleerbaar en niet juridisch toetsbaar is. De raad kan onder deze omstandigheden geen rechtmatig besluit nemen.
Thema 6 – Opdracht voor het ophogen van de oprit en mogelijke ondermijning van de onafhankelijkheid Een ander en zwaarwegend aspect in dit dossier is de privaatrechtelijke relatie tussen de gemeente Dordrecht en de initiatiefnemer van het hoveniersbedrijf. Op 21 november 2024, minder dan een week na de vernietiging van de eerdere omgevingsvergunning door de rechtbank, heeft de gemeente een opdrachtbrief gestuurd aan Hoveniersbedrijf Baan Hofman B.V. In deze opdrachtbrief staat onder meer: “Op 5 november 2024 hebben wij uw offerte ontvangen voor het deels ophogen van uw voortuin aan de … te Dordrecht. Hierbij geef ik u een deel-opdracht voor het uitvoeren van deze werkzaamheden. Het bedrag voor deze deel-opdracht bedraagt € 2500,exclusief BTW. Totale opdracht bedraagt € 4225,25 ex BTW, waarvan de gemeente dus €2500 vergoed.” De bijbehorende factuur van 17 december 2024 vermeldt: “Volgens afspraak deel offerte F24099b: Ophogen deel voortuin” met een totaalbedrag van € 2.500,00 exclusief btw en € 3.025,00 inclusief btw. Deze stukken tonen aan dat de gemeente Dordrecht niet alleen optreedt als vergunningverlener, handhaver en procespartij in de bestuursrechtelijke procedures, maar tevens als privaatrechtelijk opdrachtgever van werkzaamheden op het perceel van
de vergunningaanvrager. Er is geen algemene subsidieregeling of beleidskader bekend voor het vergoeden van het ophogen van particuliere opritten of voortuinen. De opdrachtbrief verwijst naar een specifieke projectcode en een vaste vergoeding, zonder dat uit de stukken een algemene regeling blijkt. Deze situatie roept ernstige vragen op over de naleving van artikel 2:4 Awb, dat bepaalt dat het bestuursorgaan zijn taak zonder vooringenomenheid vervult en dat het zich onthoudt van elke vorm van belangenverstrengeling. De combinatie van rollen – vergunningverlener, handhaver, procespartij én opdrachtgever – creëert ten minste de schijn van bevoordeling van de initiatiefnemer. Dit geldt temeer omdat de opdracht is verstrekt in een periode waarin het dossier reeds tweemaal door de rechtbank was bekritiseerd en vernietigd. De mogelijke implicaties zijn meervoudig. Ten eerste kan de schijn van bevoordeling het vertrouwen van omwonenden en de samenleving in de onpartijdigheid van de besluitvorming ernstig ondermijnen. Ten tweede kan in een eventuele beroepsprocedure worden aangevoerd dat de besluitvorming is beïnvloed door oneigenlijke motieven of dat de objectieve onpartijdigheid is geschonden. De bestuursrechter toetst in dergelijke gevallen of een “objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid” bestaat.
De combinatie van de opdrachtbrief, de factuur en de rol van de gemeente in de vergunningprocedure kan tot de conclusie leiden dat deze vrees gerechtvaardigd is. Ten derde kan de privaatrechtelijke relatie de positie van de gemeente in eventuele planschade- of schadevergoedingsprocedures compliceren. Indien de vergunning wederom wordt vernietigd, kan de initiatiefnemer zich beroepen op gewekt vertrouwen en op de door de gemeente verstrekte opdracht als indicatie dat de gemeente de ontwikkeling actief heeft gefaciliteerd. De raad dient zich expliciet te verhouden tot deze situatie. Het is niet voldoende om te stellen dat de opdracht “losstaat” van de vergunningprocedure. De temporele samenloop, de inhoud van de opdracht en het ontbreken van een algemeen beleidskader maken dat de schijn van bevoordeling reëel is. In het licht van artikel 2:4 Awb en de algemene beginselen van behoorlijk bestuur is dit een zwaarwegende bestuurlijke rode vlag.
Risicotabel Categorie
Risico
Beschrijving
Juridisch
Vernietiging besluit
Juridisch
Handhavingsprocedures
Juridisch
Planschade-claims
Grote kans op vernietiging door rechtbank/ABRvS wegens strijd met art. 3:2, 3:46, 3:11 Awb; ontbreken essentiële stukken; strijd met bestemming; strijd met stiltegebied; strijd met Habitatrichtlijn. Nieuwe handhavingsverzoeken tegen strijdig gebruik W66/W200; eerdere uitspraken tonen dat rechtbank eisers gelijk geeft. Omwonenden kunnen planschade claimen wegens aantasting woon- en
Waar schijn lijkheid Zeer hoog
Impact
Totaal risico
Zeer hoog
Zeer hoog
Hoog
Hoog
Hoog
Middel
Hoog
Hoog
Juridisch
Schadeclaims initiatiefnemer
Financieel
Proceskostenveroordelingen
Financieel
Kosten herstelonderzoek
Financieel
Aanpassingen infrastructuur
Bestuurlijk
Aantasting vertrouwen
Bestuurlijk
Precedentwerking
Bestuurlijk
Toezicht en handhaving
Bestuurlijk
Relatie met provincie/ waterschap
leefklimaat (geluid, verkeer, uitzicht, waardedaling). Bij vernietiging van VVGB kan initiatiefnemer schade claimen wegens gewekt vertrouwen of investeringen. Hoge kans op herhaalde proceskostenveroordelingen (zoals eerder gebeurd). Nader ecologisch, verkeerskundig en waterveiligheidsonderzoek moet alsnog worden uitgevoerd; kosten lopen op. Indien dijkveiligheid of verkeersveiligheid tekortschiet, kunnen kostbare aanpassingen verplicht worden (passeerstroken, taludversterking). Herhaling van fouten uit eerdere vernietigingen ondermijnt vertrouwen in raad, college en OZHZ. Toestaan van bedrijfsfuncties in stiltegebied creëert precedent voor andere aanvragen in de NDB. Onhandhaafbare voorschriften (rittennorm, geluid) leiden tot structurele handhavingsproblemen en escalatie. Strijd met stiltegebiedbeleid en waterveiligheidsregels kan leiden tot bestuurlijke interventies of bezwaar door provincie/waterschap.
Middel
Middel
Middel
Hoog
Middel
Hoog
Hoog
Middel
Hoog
Middel
Hoog
Hoog
Zeer hoog
Hoog
Zeer hoog
Hoog
Hoog
Hoog
Zeer hoog
Middel
Hoog
Middel
Hoog
Hoog
Conclusie en Slotadvies aan de gemeenteraad De gemeenteraad wordt gevraagd een Verklaring van Geen Bedenkingen af te geven voor een ontwikkeling die reeds tweemaal door de Rechtbank Rotterdam is vernietigd en waarvan de kerngebreken in het huidige dossier niet zijn weggenomen. De feiten kloppen niet, de onderzoeken zijn onvolledig of verouderd, de motivering is ontoereikend en de procedure is niet rechtmatig doorlopen. Daarmee wordt de raad opnieuw in een bestuurlijk en juridisch kwetsbare positie gemanoeuvreerd. Op het thema geluid zijn de maximale geluidsniveaus (LAmax 77 dB(A)) evident in strijd met de VNG-handreiking en de provinciale stiltegebiedregels. De tuinen van omwonenden worden wederom niet volwaardig betrokken, ondanks expliciete rechterlijke aanwijzingen. Het akoestisch model is niet reproduceerbaar en de voorgestelde voorschriften zijn onhandhaafbaar. Op ecologisch vlak negeert de onderbouwing actuele waarnemingen van strikt beschermde soorten, is de quickscan achterhaald en ontbreekt soortgericht onderzoek en cumulatieanalyse. De ligging in een grondwaterbeschermingsgebied en de noodzaak van provinciale vergunningen zijn erkend, maar niet uitgewerkt. De uitvoerbaarheid is daarmee niet vastgesteld.
Ten aanzien van verkeer en dijkveiligheid ontbreekt een objectieve verkeerskundige analyse en een dijkveiligheidstoets. De 50% verkeersgroei op een smalle primaire waterkering wordt gebagatelliseerd met speculatieve aannames. Alternatieve ontsluitingen zijn niet serieus onderzocht. Het plan is in strijd met de bestemming “Recreatie-1”, de Omgevingsvisie en de provinciale stiltegebiedregels. Afwijken van deze kaders vergt een zwaar gemotiveerd politiek besluit, dat in de huidige stukken ontbreekt. Een VVGB kan niet dienen als stilzwijgend reparatie-instrument. Procedureel is het dossier onvolledig, niet controleerbaar en niet juridisch toetsbaar. Essentiële stukken ontbreken, beoordelingen worden doorgeschoven en zienswijzen worden summier beantwoord. De vergewisplicht is onvoldoende ingevuld. De privaatrechtelijke opdracht van de gemeente aan het hoveniersbedrijf voor het ophogen van de voortuin/oprit, kort na de rechterlijke vernietiging, creëert ten minste de schijn van bevoordeling en roept ernstige vragen op over de naleving van artikel 2:4 Awb. De gemeente is tegelijkertijd vergunningverlener, handhaver, procespartij en opdrachtgever. Dit ondermijnt de objectieve onpartijdigheid van de besluitvorming. De maatschappelijke weerstand is substantieel, blijkens een medeondertekende zienswijze door 28 huishoudens en een petitie met 138 ondertekenaars.
In de publieke opinie wordt de ontwikkeling ervaren als een aantasting van een gebied dat bedoeld is voor rust, natuur en recreatie. De VVGB is een discretionaire bevoegdheid, maar de raad is daarbij gebonden aan artikel 3:2 Awb (zorgvuldige voorbereiding), artikel 3:46 Awb (deugdelijke motivering), artikel 3:11 Awb (volledige terinzagelegging) en artikel 2.12 Wabo (goede ruimtelijke ordening). Een VVGB op basis van dit dossier is per definitie vernietigbaar. Instemmen met de VVGB betekent kiezen voor een reëel risico op een derde vernietiging, met aanzienlijke bestuurlijke en financiële gevolgen. De enige juridisch verdedigbare conclusie is dat het dossier niet besluitrijp is. Het is niet volledig, niet controleerbaar, niet handhaafbaar en niet juridisch verdedigbaar. De raad is niet verplicht om deze VVGB af te geven; zij is verplicht om een zorgvuldig besluit te nemen. Dat betekent in deze situatie: geen VVGB afgeven op basis van het huidige dossier. Door nu pas op de plaats te maken, voorkomt u dat de gemeente Dordrecht andermaal door de bestuursrechter wordt gecorrigeerd wegens onzorgvuldige en achterhaalde besluitvorming.
Met vriendelijke groet, M.G. Hesper Dordrecht
Bijlage 1 – 5-minutentekst (spreektekst raadscommissie) “Geachte leden van de gemeenteraad, Dank dat ik hier vandaag mag spreken. Laat ik beginnen met iets aangeven wat ik normaal nooit zou doen: stellingen poneren zonder volledige onderbouwing. Dat vind ik onwenselijk. Maar in dit dossier zitten zó veel fouten, zó veel juridische en procedurele gebreken, dat het onmogelijk is om die in vijf minuten allemaal uiteen te zetten. Daarom verwijs ik u nadrukkelijk naar mijn schriftelijke onderbouwing, waarin elke bewering is gedocumenteerd en degelijk onderbouwd. Toch moet ik hier vandaag één kernpunt neerzetten: u wordt gevraagd een besluit te nemen waarvan iedereen kan zien dat het juridisch niet houdbaar is. 1. De fouten die al twee keer tot vernietiging hebben geleid, liggen opnieuw voor u De rechtbank vernietigde eerdere besluiten in dit dossier omdat essentiële stukken ontbraken, de feitelijke grondslag niet klopte, de motivering innerlijk tegenstrijdig was, onderzoeken niet volledig of actueel waren en belangen van omwonenden niet waren meegewogen. Precies dezelfde fouten liggen nu opnieuw op tafel. Niet één of twee — maar álle. En het gaat verder dan dat. Op 15 november 2024 vernietigde de rechtbank de vergunning. Nog geen week later, op 21 november, verstrekte de gemeente een opdrachtbrief aan het hoveniersbedrijf voor het ophogen van zijn oprit, voor € 2.500.
De gemeente is hier vergunningverlener, handhaver, procespartij én privaat opdrachtgever van werkzaamheden op het perceel van de vergunningaanvrager. Dat is bestuurlijk onzuiver en creëert de schijn van bevoordeling. Zeker omdat er geen subsidieregeling of beleidskader bestaat voor het vergoeden van particuliere opritten. 2. Het dossier is aantoonbaar onvolledig — en dat weet het college Onder afdeling 3.4 Awb moeten alle relevante stukken ter inzage liggen. Maar er ontbreken nog steeds aanvraagstukken, verkeersveiligheidsanalyses, dijkveiligheidstoetsen, ecologische actualisaties, modelinvoer van het akoestisch onderzoek en een watervergunning. De wet is helder: zonder volledig dossier mag de raad niet besluiten. Toch wordt u gevraagd dat wél te doen. 3. Geluid: 77 dB(A) piekbelasting — en OZHZ doet alsof dit normaal is Het akoestisch rapport laat pieken zien van 77 dB(A) in tuinen en op gevels. Dat overschrijdt de VNG-richtwaarde, de VNG-grenswaarde én de provinciale stiltegebiedregels. OZHZ erkent de overschrijding, maar motiveert niet waarom dit tóch acceptabel zou zijn. Er is geen stap-4-motivering, geen cumulatieanalyse, geen alternatievenafweging. De rechtbank zei eerder al dat tuinen moeten worden meegenomen. OZHZ negeert dat opnieuw.
4. Ecologie: actuele beveractiviteit en beschermde soorten genegeerd Er zijn NDFF-waarnemingen, foto’s en video’s van bevers direct langs het perceel. De bever is een strikt beschermde Habitatrichtlijnsoort. Toch baseert OZHZ zich op een quickscan uit 2020. Dat is niet alleen onzorgvuldig — het is in strijd met vaste jurisprudentie. 5. Verkeer en dijkveiligheid: geen enkele objectieve onderbouwing De verkeersintensiteit stijgt met 50%. Er is geen CROW-toets, geen verkeersveiligheidsanalyse, geen dijkveiligheidstoets, geen aslastberekening. De Wieldrechtse Zeedijk is een primaire waterkering. Toch ontbreekt elke toets door het waterschap. Het college doet alsof dit een detail is. Het is een juridisch fataal gebrek. 6. Bestemming, Omgevingsvisie en stiltegebied Het plan wijkt fors af van de bestemming Recreatie-1. De Omgevingsvisie zegt: geen nieuwe bedrijfsfuncties in de Nieuwe Dordtse Biesbosch. Het perceel ligt in een provinciaal stiltegebied. Een piek van 77 dB(A) is daar per definitie onaanvaardbaar. Toch wordt u gevraagd dit te negeren. Waarom u juridisch niet mág instemmen De VVGB is geen formaliteit.
U bent zelf gebonden aan: – artikel 3:2 Awb (zorgvuldige voorbereiding) – artikel 3:46 Awb (deugdelijke motivering) – artikel 3:11 Awb (volledige terinzagelegging) – artikel 2.12 Wabo (goede ruimtelijke ordening) Het dossier is niet volledig, niet controleerbaar, niet handhaafbaar en niet juridisch verdedigbaar. Een VVGB op basis van dit dossier is per definitie vernietigbaar. Slot Geachte raadsleden, U staat op een kruispunt. U kunt kiezen voor een zorgvuldig, juridisch houdbaar besluit — of voor een derde vernietiging. Het dossier is niet besluitrijp. Niet volledig. Niet controleerbaar. Niet juridisch verdedigbaar. U bent niet verplicht om dit besluit te nemen. U bent verplicht om een zorgvuldig besluit te nemen. Ik vraag u daarom dringend: geef géén VVGB af op basis van dit dossier. Dank u wel.”
Bijlage 2 Bijlage 2 bevat de opdrachtbrief van de gemeente Dordrecht aan Hoveniersbedrijf Baan Hofman B.V. d.d. 21 november 2024 en de factuur d.d. 17 december 2024, waarin de gemeente een deel van de kosten voor het ophogen van de voortuin/oprit van de initiatiefnemer vergoedt (“Totale opdracht bedraagt € 4225,25 ex BTW, waarvan de gemeente dus €2500 vergoed.” en “Volgens afspraak deel offerte F24099b: Ophogen deel voortuin”). Deze stukken zijn integraal opgenomen ter onderbouwing van de in thema 6 beschreven mogelijke ondermijning van de onafhankelijkheid en de schijn van bevoordeling.
Postadres: Postbus 8 3300 AA DORDRECHT
Gemeente Dordrecht Spuiboulevard 300
Hoveniersbedrijf Baan Hofman B.V. Ambachtstraat 7 3319 CA Dordrecht
DORDRECHT T 14078 www.dordrecht.nl Contactpersoon T 078E
Datum
21 november 2024
Routenr
DO 560011
@dordrecht.nl
Uw kenmerk F24099 Betreft
Geachte
Offerte ophogen deel voortuin
,
Op 5 november 2024 hebben wij uw offerte ontvangen voor het deels ophogen van uw voortuin aan de te Dordrecht. Opdracht Hierbij geef ik u een deel-opdracht voor het uitvoeren van deze werkzaamheden. Het bedrag voor deze deel-opdracht bedraagt € 2500,- exclusief BTW. Totale opdracht bedraagt € 4225,25 ex BTW, waarvan de gemeente dus €2500 vergoed. De werkzaamheden zullen in overleg met worden uitgevoerd. Meerwerk Indien u verwacht, om wat voor reden dan ook, meerwerk te hebben, dient u dit zo snel mogelijk na constatering mondeling aan te delen ter bespreking. Meerwerk kan niet richting de gemeente verhaald worden, vanwege vaste vergoeding. Contactpersoon Tijdens de uitvoering van uw werkzaamheden zal contactpersoon zijn.
uw
Facturering Facturering dient als volgt te geschieden: Gemeente Dordrecht T.a.v. Routenummer DO 560011 Afdeling Financiën Postbus 8 3300 AA Dordrecht. Uw kunt de factuur digitaal verzenden naar crediteuren@drechtsteden.nl
Pagina 1/1
Datum
21 november 2024
Daarnaast dient u op de factuur, het routenummer, zie hierboven en de projectcode/ECL, 9002015/782/32/38157, te vermelden. Indien deze gegevens ontbreken, wordt uw factuur niet in behandeling genomen. Op deze opdracht zijn de Algemene Inkoopvoorwaarden Drechtsteden 2020 van toepassing. Deze voorwaarden kunt u vinden op onze website (https://cms.dordrecht.nl/Ondernemers/Overzicht_Ondernemers/Aanbestedinge n/Algemene_inkoopvoorwaarden_Drechtsteden_2020).
Hoogachtend, Het college van Burgemeester en Wethouders, namens dezen,
Projectleider Openbare Ruimte Gemeente Dordrecht
Pagina 2/2
OFFERTE
Voorwaarden Algemene voorwaarden Op onze overeenkomsten die wij sluiten met consumenten zijn de 'Algemene consumentenvoorwaarden voor leden VHG branchevereniging voor ondernemers in het groen' van toepassing. Deze voorwaarden, welke in werking zijn getreden op 1 januari 2016, zijn gedeponeerd bij de Kamer van Koophandel en Fabrieken te Utrecht onder nummer 40482980. Deze voorwaarden zijn aangehecht aan deze offerte. Indien gewenst worden deze voorwaarden u op verzoek nogmaals kosteloos toegezonden. Geldigheid De geldigheidsduur van deze offerte is 3 weken. Bij acceptatie verzoeken wij u de offerte te akkoord te tekenen in ons klantenportaal. 2D en 3D Indien er een tekening is gemaakt voor uw tuin, dan heeft u hiervan een aparte mail ontvangen. Hierin kunt u uw tuin bekijken in 2D en 3D. Meerwerk Alle extra niet beschreven werkzaamheden worden eerst met u besproken. Deze zullen op regiebasis worden uitgevoerd. Eventuele parkeerkosten zullen volledig worden doorbelast aan de klant. Betalingsvoorwaarde Wij hanteren de volgende betalingsvoorwaarde: Bij opdracht ontvangt u een aanbetalingsfactuur van 40% van de aanneemsom. Één week voor start ontvangt u de tweede termijnfactuur van 50% van de aanneemsom. Na afronding van het werk ontvangt u de derde termijnfactuur van 10% van de aanneemsom. Afhankelijk van het meerwerk wordt voor of tijdens de uitvoering gefactureerd.
Qua betalingstermijn hanteren wij een termijn van 7 dagen. Ons bankrekeningnummer is NL44RABO0148.6318.78. t.n.v. Visser Tuinservice B.V. Aanvullende voorwaarden en opmerkingen 1. Bij het hergebruik van materialen kunnen wij niet instaan en/of garantie geven betreft kwaliteit, kleur, formaat en vorm van het materiaal. 2. Aannemen is niet verantwoordelijk voor (gevolg)schade aan kabels en leidingen, die niet door nutsbedrijven zijn aangelegd en niet op juiste diepte zijn ingegraven, tenzij hiervoor aanwijzingen zijn verstrekt door de opdrachtgever. 3. Prijzen zijn afhankelijk van de materiaal keuze, indien u verandert van keuze, passen wij de offerte aan. 4. Prijzen zijn onder voorbehoud van verandering van derden. 5. Wij gaan er vanuit dat de ondergrond vrij is van puin en obstakels. 6. De tegels in deze offerte zijn berekend met een marge van breuk en transportschade. Dit percentage ligt rond de 10%. Meestal kunnen de tegels niet terug worden gebracht naar de leverancier, De keuze ligt bij de klant of hij de tegels bewaard of dat wij ze meenemen. Hiervoor kan geen verrekening worden gedaan. 7. Voor garantie op geleverde beplanting verwijzen wij u naar artikel 9 conformiteit van de bijgevoegde consumentenvoorwaarden.
Visser Tuinservice staat in voor de kwaliteit en soortechtheid van geleverde beplanting en kan, mits de verzorging van de geleverde en verwerkte beplanting door Visser Tuinservice wordt verzorgd, instaan voor de her groei gedurende het eerstvolgende groeiseizoen.
Offerte 20783 | Pagina 4 van 4
T.a.v. / Routenummer DO 560011 Postbus 8 3300 AA Dordrecht
Datum
17 12 2024
Vervaldatum
25-12-2024
Ambachtstraat 7 3319 CA Dordrecht 078-6166681 info@hoveniersbedrijfbaanhofman.nl www.hoveniersbedrijfbaanhofman.nl IBAN BTW 24332035 KvK
BTW nummer Referentie
DO 560011 / 9002015/782/32/38157
Factuurnummer 240100362 Debiteurnummer 3172
Volgens afspraak deel offerte F24099b: Ophogen deel voortuin
1,00
€ 2.500,00
€ 2.500,00
Totaal excl. BTW
€ 2.500,00
BTW Hoog 21%
€ 525,00
Wij verzoeken u deze factuur binnen 8 dagen na factuurdatum te betalen o.v.v. factuurnummer 240100362.
Hoog 21%
1/1