Inspraakbijdrage Reactie DJS op Uitgangspuntennotitie Dordtse Culturele Basis.pdf
Tekst van het document
Reactie op Uitgangspuntennotitie Dordtse Culturele Basis De hoofdlijnen We zijn positief over het besluit tot een meerjarige financiering. We onderschrijven het standpunt dat “het zorgt voor vermindering van administratieve lasten en dat het meer zekerheid en vertrouwen geeft aan organisaties”. Vanuit het oogpunt van vernieuwing en een toekomstbestendige sector, zien ook wij het belang van een systematiek waarin iedere organisatie die voldoet aan de gestelde criteria een aanvraag kan doen die op zijn eigen merites wordt beoordeeld; vooral omdat hiermee de deur openstaat voor vernieuwing. Zonder vernieuwing kan de sector immers niet toekomstbestendig zijn, en die vernieuwing kan nu eenmaal nooit volledig vanuit de status quo ontstaan. In de notitie wordt bovendien aangegeven dat aanvragen beoordeeld worden door een onafhankelijke adviescommissie op basis van heldere criteria. Sommige criteria zijn voor een kleine organisatie best pittig, maar het geeft wel houvast en richting bij het uitzetten van onze eigen koers. Een reality check die ons alert houdt om voortdurend te blijven nadenken over de relevantie van wat we doen. Daarnaast zorgt het voor transparantie en wordt de historisch gegroeide status quo in feite losgelaten. Iedere organisatie wordt opnieuw gewogen en beoordeeld, hetgeen ruimte laat voor nieuwe spelers en heroverweging van historisch gegroeide keuzes.
We vinden het ook belangrijk dat aanvragen niet alleen op zichzelf worden beoordeeld, maar dat daarnaast ook integrale beoordelingscriteria worden toegepast om te toetsen of de som der delen ook leidt tot het gewenste totaalplaatje.
Status quo Kortom, met de intentie van deze hoofdlijnen zijn we het van harte eens. Met de financiële doorvertaling wordt de beoogde dynamiek echter op voorhand grotendeels teniet gedaan. Het impliceert een handhaving van het huidige speelveld; zowel inhoudelijk als financieel. In §5.2 worden zelfs expliciet de subsidies vermeld die de huidige organisaties ontvangen in 2025. Er “is voor uitbreiding binnen het huidige financiële kader geen ruimte”. Is dit een pleidooi voor meer middelen of wordt hiermee feitelijk de status quo bevroren voor de komende vier jaar? Door de functies op voorhand financieel te labelen, ligt de cultuurbegroting (behoudens prijsindexatie en incidentele projectgelden) op voorhand al grotendeels vast voor de komende vier jaar. Dat geeft weinig tot geen ruimte om de komende jaren beleid te voeren en te anticiperen op ontwikkelingen binnen de basis. Is dat wenselijk?
1
Cultuurbudget totaal De notitie impliceert ook dat met de begroting van 2026 (en verder) er in totaal voldoende financiële middelen zouden zijn om de beoogde functies te kunnen realiseren, te borgen dat deze in staat zijn zichzelf te vernieuwen en te borgen dat er sprake is van een financieel gezonde en toekomstbestendige sector. Wij onderschrijven dit niet. Wij kunnen niet spreken namens collega’s, maar het is zeer discutabel dat er binnen de basis als geheel op dit moment sprake zou zijn van een financieel gezonde en toekomstbestendige sector. Bij de grotere organisaties knelt het, maar zeker voor de kleinere organisaties ziet de toekomst er in financiële zin niet rooskleurig uit. De in §5.2 genoemde bedragen zijn historisch gegroeid en niet gebaseerd op wat vandaag de dag nodig is om alle beloften en verwachtingen waar te maken en tevens een gezonde en toekomstbestendige exploitatie te voeren. We realiseren ons terdege dat er grote opgaven liggen binnen de gemeentelijke begroting. En we respecteren dat het totale cultuurbudget op dit moment (hopelijk niet structureel) bevroren is. Maar we zouden het toejuichen als een onafhankelijk expert de totale cultuurbegroting eens zou afwegen tegen de geambieerde culturele infrastructuur van de stad.
Zodat we de komende jaren een realistische discussie kunnen voeren over wat er nodig is om onze ambities te realiseren en te kunnen continueren. In haar subsidiebeleid mag de gemeente hoge eisen stellen aan kwaliteit, toegevoegde waarde voor de stad en ondernemerschap, maar zij moet zich ook realiseren dat zelfs de meest ondernemende culturele instelling niet kan overleven zonder een passende subsidie. En op dit moment is er niet voor alle organisaties sprake van een passende subsidie.
Verdeling van middelen De voorgestelde systematiek gaat in essentie echter niet over de hoogte van geldbedragen, maar over de wijze van aanvragen en beoordeling. Waarom op voorhand het beschikbare budget al verdelen? Door in de tabel op blz. 19 de beschikbare middelen per functie vast te spijkeren, zet je alle speelruimte op voorhand vast. In een open tender moet iedere organisatie kunnen vragen wat zij minimaal nodig heeft om haar beloften aan de stad waar te kunnen maken. Dat is in de praktijk altijd meer dan er beschikbaar is. En dan komt het aan op een goed functionerende adviescommissie die met een integrale bril kijkt hoe het beschikbare totaalbudget verdeeld zou kunnen worden over de individuele aanvragen. Daarin moet je als adviescommissie (en in het verlengde daarvan als College en Raad) de ruimte hebben om te kunnen schuiven met middelen. Als partij X meer subsidie nodig heeft voor een bepaald aanbod dat van grotere toegevoegde waarde is voor de stad dan hetgeen partij Y presteert, moet je kunnen schuiven vanuit de integrale optiek van wat goed is voor de stad. Die ruimte is er nu op voorhand niet. Daarmee haal je de potentiële dynamiek op voorhand uit de nieuwe systematiek. Bovendien lijkt daarmee de rol van de externe adviescommissie gereduceerd tot het afvinken van de criteria; er is immers nauwelijks of geen speelruimte om iets te kiezen of anders te verdelen.
2
Kortom: het totaal beschikbare budget is per definitie kaderstellend en het wordt in de praktijk per definitie overvraagd, maar zorg ervoor dat je binnen dat budget ook speelruimte hebt om de juiste keuzes te maken en spijker dus niet alle functies op voorhand financieel vast. Dat staat in onze optiek haaks op het streven naar een integrale afweging en het kunnen kiezen voor een verdeling die de meeste waarde toevoegt aan de stad.
Gelijkwaardig speelveld? De nieuwe systematiek streeft naar een transparant, open toegankelijk en gelijkwaardig speelveld. Ten aanzien van het aanvragen van een subsidie en de gunningscriteria, kan dat met deze aanpak worden gerealiseerd. Iedere organisatie wordt immers langs dezelfde lat gelegd. En dat is goed. Het labelen van de individuele functies met historisch gegroeide (en tamelijk willekeurige) bedragen staat hier echter haaks op. Er is momenteel geen gelijkwaardig speelveld als we kijken naar wat een functie mag kosten. Iedereen vindt het vanzelfsprekend dat de grotere organisaties hun medewerkers belonen conform de geldende CAO. Tegelijk lijkt ook iedereen het vanzelfsprekend te vinden dat kleinere organisaties hun toegevoegde waarde voor de stad (vrijwel volledig) moeten zien te realiseren met de inzet van vrijwilligers. Wij zijn erg blij met de onvermoeibare inzet van onze 80 vrijwilligers en ook als bestuur zetten we ons graag onbezoldigd in voor onze stad. Samen realiseren we jaarlijks zo’n 120130 concerten die iets toevoegen aan het overige aanbod. Willen we dit kunnen blijven doen, dan is het geen optie om sleutelposities als programmering, marketing en operationele bedrijfsvoering met vrijwilligers te bezetten. Het biedt onvoldoende garanties voor kwaliteit en continuïteit.
Zelfs met alle ondernemerschap van de wereld is de beschikbare subsidie voor kleinere organisaties verre van voldoende om dit soort sleutelposities professioneel in te kunnen vullen. Tegelijk worden kleinere organisaties wel geacht aan dezelfde criteria te voldoen als de grotere spelers in het veld. Dat is niet realistisch. De nieuwe subsidiesystematiek is in onze optiek een uitgelezen kans om het speelveld op dit punt gelijkwaardiger te maken. Stel als gemeente niet alleen dezelfde criteria aan organisaties, maar laat hen ook een realistische begroting indienen waarmee zij hun beloften ook waar kunnen maken. Met het vastzetten van de beschikbare bedragen per functie is dat niet mogelijk.
Tot slot Samenvattend zijn we groot voorstander van de hoofdlijnen en de intentie van de nieuwe systematiek. Het ademt het streven naar een transparant en gelijkwaardig speelveld dat open ligt voor ieder willekeurige organisatie die voldoet aan de gestelde criteria. Het geeft ook grenzen aan wat betreft het type en de hoeveelheid aan functies. Tegelijk impliceert de uitwerking van deze denkrichting zowel inhoudelijk als financieel een voortzetting van de huidige situatie. In die huidige situatie is geen sprake van een gelijkwaardig speelveld
3
en het biedt in onze optiek ook onvoldoende garanties voor een culturele sector die financieel gezond is, toekomstbestendig is, en in staat is om zichzelf te vernieuwen en daarmee relevant te blijven voor de doelgroepen die we met elkaar willen bereiken.
Namens het bestuur van stichting Concert DJS Roel Esseboom Voorzitter
4