CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Inspraakbijdrage bij voorstel vaststellen herinvoering exploitatievergunning horeca (geanonimiseerd).pdf

Dordtse Dinsdag – Beeld- en oordeelsvormende commissies 30 juni 2026, gemeente DordrechtBij agendapunt: 6: Vaststellen Herinvoering exploitatievergunning horeca - Raadsvoorstel820 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Onderwerp: Inspraakbijdrage bij Voorstel Vaststellen Herinvoering exploitatievergunning horeca Geachte gemeenteraadsleden, Vanaf mijn eerste stappen begin jaren negentig als ondernemer in de Dordtse horeca diende ik telkens, als ik een nieuwe zaak wilde openen, een drank- en horecavergunning (tegenwoordig alcoholvergunning) en exploitatievergunning aan te vragen. Daarvoor moest ik bij de gemeente eerst door een heleboel hoepeltjes springen, maar als dat was gelukt en de vergunning werd verleend, dan voelde dat bijna als een plechtig moment. Na eerst veel tijd, geld en moeite te hebben geïnvesteerd mocht de deur eindelijk officieel open. Voor de overheid waren deze vergunningen belangrijk om onder andere de instroom in de horeca te controleren en bij het handhaven van de aan de vergunning verbonden regels. En voor de ondernemer betekende de rechtszekerheid, zulke vergunningen gelden per locatie namelijk altijd voor onbepaalde tijd. Als je vergunning toch werd ingetrokken, dan had je het er zelf naar gemaakt. Het is mij in ieder geval de afgelopen 35 jaar nooit overkomen, dat een vergunning werd geweigerd of ingetrokken.

In 2016 werd de APV door de gemeenteraad, voor zover hier relevant, als volgt aangepast: 1. Het is verboden een inrichting te exploiteren zonder vergunning van de burgemeester. 2. Het eerste lid geldt niet voor een inrichting, waarvoor een vergunning als bedoeld in artikel 3 van de Alcoholwet is verleend.

Ik heb nooit kunnen bedenken, dat op dat moment, zonder dat daar een door mij aanvechtbaar intrekkingsbesluit aan voorafging, het Dolhuis haar exploitatievergunning zomaar kwijtraakte. Wist de gemeenteraad bij haar besluitvorming in 2016 dat eigenlijk zelf wel en had zij dat ook bewust zo bedoeld? Zeker in combinatie met de nu voorgenomen herinvoering, waarbij iedereen weer opnieuw een exploitatievergunning moet aanvragen, geeft de gehele gang van zaken een schimmige indruk over de betrouwbaarheid van de overheid. Door "oude" ondernemers vrij te stellen van het aanvragen van de nieuwe vergunning voorkom je dat. Waar je mocht verwachten, dat de gemeente enige coulance zou betrachten tegenover horecaondernemingen, die de aan hun vóór 2016 verleende exploitatievergunning op de hierboven beschreven wijze zijn kwijtgeraakt, wordt deze horeca met "oude" vergunningen juist extra benadeeld. Zij worden namelijk, terwijl ze jaren geleden al een volledige aanvraagprocedure hebben doorlopen, voor de tweede keer belast met deze administratieve rompslomp. En omdat het Bibop-onderzoek bij hun natuurlijk altijd ouder dan maximaal 5 jaar is, worden zij daar niet van vrijgesteld.

Waarbij ik durf te stellen dat bij deze bedrijven, waarvan sommige al tientallen jaren worden geëxploiteerd, vanwege die langdurige continuïteit, de kans dat daar sprake is van ondermijnende criminaliteit juist het laagst mag worden ingeschat. Bij punt 4 onder "WAT ZIJN KANTTEKENINGEN EN/ OF RISICO'S BIJ DIT VOORSTEL?" is te lezen: "Het is juridisch niet mogelijk om deze groep bijvoorbeeld ambtshalve opnieuw een vergunning te verlenen of de 'oude' vergunningen te laten herleven. ‘Oude’ ondernemers zouden zich echter op het standpunt kunnen stellen dat zij nog een ‘oude’ vergunning hebben en dat zij om die reden geen nieuwe vergunning hoeven aan te vragen.

Om dit (juridische) risico zo veel mogelijk te mitigeren wordt voorgesteld deze groep vrij te stellen van het betalen van leges Dit roept vragen bij mij op want als je eerst stelt, dat iets juridisch niet mogelijk is, dan kan er toch geen juridisch risico over ontstaan? Allicht zijn er wel degelijk ook andere mogelijkheden, maar heeft men daar in dit voorstel niet voor willen kiezen?

Maar waar ik mij oprecht en de meeste zorgen over maak en wat in dit voorstel totaal wordt verzwegen, is het volgende. De ondernemer loopt het risico dat, indien de vergunning door de gemeente wordt verleend, belanghebbenden de mogelijkheid hebben daartegen een bezwaar- en beroepsprocedure op te starten. Er kunnen bijvoorbeeld bewoners zijn, voor wie deze gang van zaken een buitenkansje biedt. Hoewel horeca in de omgeving over het algemeen een positief effect op de woningwaarde heeft, heeft horeca in een belendend pand dat meestal niet. Er is ondanks mogelijke hoge advocaat- en proceskosten al gauw een flink financieel voordeel te

behalen door, eventueel in georganiseerd verband, een bezwaarprocedure tegen de nieuwe verlening van een vergunning aan een al jaren bestaand bedrijf op te starten. In principe heeft het indienen van dit bezwaar geen opschortende werking, maar via een gang naar de voorzieningenrechter kan dat wel worden afgedwongen. En uiteindelijk kan in de procedure, die tot aan de Raad van State kan lopen, de bezwaarmaker door de rechter in het gelijk worden gesteld. Dan kun je je tent, misschien wel na tientallen jaren exploitatie, sluiten en ben je je zaak, werk en inkomen kwijt.

Wat mij betreft was de exploitatievergunning nooit afgeschaft en ik vind het in principe prima als deze weer zou worden ingevoerd. Maar je mag daarbij niet de mogelijkheid creëren dat bedrijven, die al een " oude" vergunning hadden voor de bus worden gegooid. Ik verzoek de gemeenteraad dan ook vriendelijk maar met klem het voorstel zodanig aan te passen, dat dat onmogelijk zal zijn.

Met vriendelijke groet,

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/1143/documents/48860