Huisvestingsverordening gemeente Dordrecht 2019_wijzigingen zichtbaar.pdf
Tekst van het document
2.
Het college van burgemeester en wethouders legt in beleidsregels vast welke uitgangspunten worden gehanteerd bij de toewijzing van standplaatsen.
Artikel 4.7 Verbodsbepaling Het is verboden zonder toewijzing van het college van burgemeester en wethouders als bedoeld in artikel 4.6 lid 1 met een woonwagen een standplaats als aangewezen in artikel 4.1 in te nemen of bezet te houden.
Artikel 4.8 Overgangsbepaling Degene die op het moment van de inwerkingtreding van deze verordening op grond van de Huisvestingsverordening gemeente Dordrecht 2015 stond ingeschreven op de wachtlijst, behoudt zijn positie op de wachtlijst.
Hoofdstuk 5 Verdere bepalingen Artikel 5.1 Strafbepaling Degene die handelt in strijd met het bepaalde in artikel 2.2.2, 2.2.5, 3.1.2, 3.2.2, 3.3.1 of 4.7 wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste vier drie maanden of geldboete van de derde tweede categorie. De genoemde strafbaar gestelde feiten zijn overtredingen.
Artikel 5.2 Handhaving 1. 2.
Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze verordening bepaalde zijn belast de daartoe door het college van burgemeester en wethouders aangewezen personen. De opsporing van de in artikel 5.1 strafbaar gestelde feiten is, behalve aan de in artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering genoemde opsporingsambtenaren en de in artikel 75, lid 2 van de wet aangewezen ambtenaren opgedragen aan hen die door het college van burgemeester en wethouders met het toezicht op de naleving zijn belast, voor zover zij tevens buitengewoon opsporingsambtenaar zijn.
Artikel 5.3 Hardheidsclausule Het college van burgemeester en wethouders beslist naar eigen, redelijk oordeel in gevallen waarin deze verordening niet voorziet en in gevallen waarin de toepassing van de verordening leidt tot onbillijkheden van overwegende aard.
Artikel 5.4 Overleg bij wijziging Bij de voorbereiding van een besluit tot wijziging van deze verordening overlegt het college van burgemeester en wethouders met de in de gemeente werkzame, ingevolge artikel 19 eerste lid, van de Woningwet toegelaten instellingen en met andere daarvoor naar hun oordeel in aanmerking komende organisaties die binnen de gemeente op het gebied van de woonruimteverdeling werkzaam zijn.
Artikel 5.5 Bestuurlijke boete 1. 2. 3. 4.
Het college is bevoegd tot het opleggen van een bestuurlijke boete voor de overtreding van artikel 2.2.2, eerste of tweede lid en artikel 2.2.5, vijfde lid. Het college bepaalt de hoogte van de op te leggen boete overeenkomstig de tabel in bijlage 3. Voor de eerste overtreding van artikel 2.2.2, eerste en tweede lid en artikel 2.2.5, vijfde lid, gelden de boetes overeenkomstig kolom A van de tabel. Voor de tweede, derde, vierde en volgende overtredingen van artikel 2.2.2, eerste of tweede lid en artikel 2.2.5, vijfde lid, binnen drie jaar na de eerste overtreding, gelden de boetes overeenkomstig kolom B, C en D van de tabel.
Hoofdstuk 6 Overgangs-en slotbepalingen Artikel 6.1 Overgangsbepaling 1.
2.
3.
4.
Een aanvraag om een voorrangsverklaring, die vóór of op de dag van inwerkingtreding van deze verordening is ingediend, wordt behandeld volgens het voordien geldende recht, indien dit voor de aanvrager gunstiger is. Aanvragen voor een vergunning met betrekking tot de omzetting van zelfstandige woonruimte in onzelfstandige woonruimte die zijn ingediend voor de dag van inwerkingtreding van deze verordening worden beoordeeld op grond van de in deze verordening opgenomen criteria, indien dit voor de aanvrager gunstiger is. Eerder verstrekte vergunningen voor bepaalde tijd gelden met ingang van de inwerkingtreding van deze verordening voor onbepaalde tijd. Hierbij is de quoteringsregeling en compensatieregeling niet van toepassing. Het college van burgemeester en wethouders behoudt het recht de vergunning voor onbepaalde tijd te heroverwegen, indien aantoonbaar is dat de aan de vergunning verbonden rechten en verplichtingen voor een periode van 6 maanden niet zoals gehoord benuttigd of nageleefd worden.
Artikel 6.2 Intrekking oude verordening De Huisvestingverordening gemeente Dordrecht 2015 wordt ingetrokken.
Artikel 6.3 Citeertitel en datum inwerkingtreding 1. 2.
Deze verordening kan worden aangehaald als "Huisvestingsverordening gemeente Dordrecht 2019". Deze verordening treedt in werking op 1 juli 2019.
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van [datum].
De griffier,
De voorzitter,
A.E.T. Wepster
A.W. Kolff
KAART A
Bijlage 1 KAART C Situatieschets behorende bij artikel 3.3.2 uit de Huisvestingsverordening gemeente Dordrecht 2019
Kaart BBijlage 2 Situatieschets behorende bij het besluit van Raadsbesluit d.d. XXX inzake gebiedsbepaling kernwinkelgebied artikel 3.3.5 uit de Huisvestingsverordening gemeente Dordrecht 2019
BIJLAGE 3 TABEL BESTUURLIJKE BOETE Tabel behorende bij artikel 6.5 van deze verordening Overtreding
Artikel in de
Kolom A
Kolom B
Kolom C
Kolom D
Huisvestingverorde ning
Boete bij 1e
Boete bij 2e
Boete bij 3e
Boete bij 4e
overtredi ng
overtredi ng
overtredi ng
overtredi ng en verder
Overtreding I
artikel 2.2.2
In gebruik nemen van sociale
eerste lid
woonruimte zonder
€ 300,-
€ 350,-
€ 400,-
€ 450,-
niet bedrijfsmatig
€ 5.000,-
€ 5.500,-
€ 6.000,-
€ 6.500,-
bedrijfsmatig
€ 7.500,-
€ 8.000,-
€ 8.500,-
€ 9.000,-
artikel 2.2.5 vijfde lid
vergunning Overtreding II
artikel 2.2.2
In gebruik geven van sociale
tweede lid
woonruimte zonder vergunning