Huisvestingsplan voor statushouders gemeente Dordrecht .pdf
Tekst van het document
Huisvestingsplan voor statushouders Gemeente Dordrecht
Inhoud Gemeentelijke opgave en tijdskader............................................................................4 Scenario A: Versneld alle gekoppelde statushouders huisvesten in 2026.................4 Wat betekent dit in de praktijk?.............................................................................5 Gevolgen van deze aanpak....................................................................................6 Conclusie................................................................................................................6 Scenario B: Duurzame, gefaseerde aanpak...............................................................7 Planning en taakstelling.........................................................................................9 Combinatie van scenario’s A en B...........................................................................10 Analyse en probleemduiding......................................................................................11 Overzicht taakstelling en realisatie (2021–2025)....................................................11 Belangrijkste knelpunten.........................................................................................13 Externe knelpunten..............................................................................................13 Interne
knelpunten...............................................................................................14 Reflectie op de eerder ingezette acties..................................................................14 Ingezette acties....................................................................................................14 Overwogen acties...............................................................................................17 Doelstelling................................................................................................................19 1. Inlopen van de achterstand..............................................................................19 2. Structureel voldoen aan de taakstelling...........................................................20 Maatregelen en inzet..................................................................................................21 Achterstand inhalen (2025–2030)........................................................................21 Maatwerkafspraken met woningcorporaties........................................................22 Inzet HAR+ regeling.............................................................................................22 2
Onderzoek naar woningdelen...............................................................................22 Flexwoningen en transformatie van leegstaand vastgoed...................................22 Regionale samenwerking en uitruil van koppelingen...........................................22 Samenhang en monitoring...................................................................................23 Tijdpad en planning....................................................................................................24 Scenario 1: Taakstelling blijft gelijk (88 per half jaar)..........................................24 Scenario 2: Taakstelling stijgt met 15% (naar 104 per half jaar).........................24 Toelichting op variaties in uitvoering huisvestingsplan........................................25 Monitoring en verantwoording....................................................................................26 Monitoring...............................................................................................................26 Verantwoording.......................................................................................................26 Bijlage A – Bestuurlijk commitment............................................................................28
3
Gemeentelijke opgave en tijdskader De gemeente Dordrecht staat voor de belangrijke opgave om een structurele achterstand in de huisvesting van statushouders in te lopen. Per 1 juli 2025 bedraagt deze achterstand 135 personen. In overleg met de provincie is uitgesproken dat deze achterstand idealiter binnen 1,5 jaar wordt ingelopen. Dordrecht erkent het grote belang van tijdige en passende huisvesting voor statushouders en zet zich hier actief voor in. Tegelijkertijd is het noodzakelijk om een zorgvuldige en maatschappelijk verantwoorde afweging te maken tussen de verschillende urgente doelgroepen en reguliere woningzoekenden. Daarbij moet de inzet om de achterstand in te lopen in balans blijven met de bredere woningbouw- en huisvestingsopgave van de stad, zodat zowel huidige als toekomstige inwoners op een duurzame manier bediend kunnen worden. De gemeente hecht veel waarde aan transparantie over wat haalbaar en wenselijk is. Het is van belang om een uitvoerbaar plan te presenteren dat recht doet aan de lokale situatie, oog heeft voor de totale opgave en waar de gemeente ook daadwerkelijk achter kan staan.
Scenario A: Versneld alle gekoppelde statushouders huisvesten in 2026 Dordrecht bevindt zich momenteel in trede 4 van het provinciale toezicht op de huisvesting van statushouders. Dit betekent dat de Provincie Zuid-Holland een formele waarschuwing heeft afgegeven omdat de gemeente de wettelijke taakstelling niet tijdig heeft uitgevoerd. Wanneer de gemeente er niet in slaagt de achterstand weg te werken, kan de provincie overgaan tot een juridische indeplaatsstelling, waarbij zij de uitvoering (op kosten van de gemeente) overneemt. Het college wil deze bestuurlijke druk zo snel mogelijk wegnemen en streeft ernaar om terug te keren naar trede 1, zodat Dordrecht weer volledig zelf de regie kan voeren over het huisvestingsbeleid. Het inhalen van de volledige achterstand is niet de enige manier om terug te keren naar een lagere trede op de interventieladder. Gemeenten kunnen namelijk terugvallen naar trede 1 door alle gekoppelde statushouders te huisvesten. Statushouders worden door het COA aan gemeenten gekoppeld. Dit betekent dat deze personen formeel zijn toegewezen aan Dordrecht en dat de gemeente een wettelijke plicht heeft om hen daadwerkelijk te huisvesten. Het aantal gekoppelde statushouders ligt meestal lager dan de totale taakstelling, omdat de taakstelling vooruitloopt op toekomstige koppelingen en gebaseerd is op een landelijk verdeelmodel.
Om te voorkomen dat er een indeplaatsstelling komt kiest het college ervoor om alle reeds gekoppelde statushouders zo snel mogelijk te huisvesten. Door aan deze 4
directe wettelijke verplichting te voldoen, kan Dordrecht op korte termijn terugkeren naar trede 1 van het provinciale toezicht. Dit geeft de gemeente weer bestuurlijke ruimte en maakt het mogelijk om de resterende achterstand daarna gefaseerd en op een maatschappelijk verantwoorde manier weg te werken. Hiervoor is in samenspraak met corporaties de mogelijkheid onderzocht om in 2025 nog alle gekoppelde statushouders te huisvesten. Dit is een aantal van 121 statushouders in totaal, waarvan 38 alleenstaanden en 19 gezinnen (83 statushouders). Er komen momenteel nauwelijks grote woningen beschikbaar, terwijl een aanzienlijk deel van de gekoppelde statushouders bestaat uit gezinnen. Dit maakt het praktisch onuitvoerbaar om in 2025 alle koppelingen te realiseren. Dordrecht richt zich daarom nu op een realistisch uitvoerbaar doel: het volledig huisvesten van alle gekoppelde statushouders in 2026.
Wat betekent dit in de praktijk? Het uitgangspunt van dit scenario is dat Dordrecht in 2026 alle aan de gemeente gekoppelde statushouders duurzaam huisvest, ongeacht of dit plaatsvindt in tijdelijke of permanente woonruimte. De focus ligt op een zorgvuldig georganiseerde, maar nog steeds versnelde uitvoering. Tot eind 2025 zet Dordrecht maximaal in op het benutten van de HAR+ regeling, voor de huisvesting van de 38 gekoppelde alleenstaande statushouders in het Postillion hotel. Dit blijft een belangrijk instrument om de opgave op korte termijn te realiseren. Een absolute randvoorwaarde voor dit scenario is dat de HAR+ regeling wordt verlengd tot na 2025. Zonder verlenging is het waarschijnlijk onhaalbaar om alle koppelingen in 2026 te realiseren, omdat de tijdelijke opvanglocaties voor alleenstaanden dan wegvallen. Hoewel de HAR+-regeling op korte termijn ruimte biedt en versneld koppelingen kan huisvesten, vormt het geen duurzame oplossing. Bovendien is de regeling beperkt tot de huisvesting van alleenstaanden. Een groot deel van de nog te realiseren koppelingen in Dordrecht betreft grote gezinnen, voor wie momenteel slechts een beperkt aantal woningen beschikbaar is. Uit afstemming met de corporaties blijkt dat een belangrijk knelpunt ontstaat door de combinatie van het inkomen van statushoudergezinnen en de huurprijzen van grotere sociale huurwoningen.
Veel van deze gezinnen komen slechts in aanmerking voor woningen met een huurprijs onder de aftoppingsgrens (passend toewijzen), terwijl de grotere sociale huurwoningen vaak een huurprijs boven deze grens hebben. Indien de provincie bereid zou zijn financiële compensatie te bieden om de huur van woningen boven de aftoppingsgrens te verlagen tot onder deze grens, zouden aanzienlijk meer geschikte woningen beschikbaar komen voor deze groep. Een vergelijkbaar bedrag als bij de HAR+-regeling (€30.000) zou bijvoorbeeld voor een groot gezin (vijf of meer personen) de huur voor een periode van 10–15 jaar kunnen
5
compenseren. Dit is niet alleen in verhouding goedkoper, maar ook veel duurzamer dan een regeling zoals de HAR+. Daarnaast blijft Dordrecht actief inzetten op regionale samenwerking. Door koppelingen uit te wisselen met omliggende gemeenten kan beter worden ingespeeld op de mismatch tussen de samenstelling van gekoppelde statushouders en het beschikbare woningaanbod. Regiogemeenten met meer eengezinswoningen kunnen gezinnen overnemen, terwijl Dordrecht juist meer alleenstaanden opvangt. Belangrijk om te benadrukken is dat het hierbij gaat om het uitruilen van één huishouden tegen één huishouden. Om de voortgang te bewaken en de uitvoering te blijven stimuleren, wordt binnen de gemeente in 2026 één coördinerend verantwoordelijke aangewezen. Deze persoon stuurt de huisvestingsopgave aan, monitort de voortgang en stuurt bij waar nodig. Een deel van de financiering voor deze functie kan worden gedekt uit de opbrengsten van de HAR+-regeling uit 2025.
Gevolgen van deze aanpak De uitvoering van dit scenario vraagt een intensieve bestuurlijke en operationele inspanning. Dordrecht moet op meerdere sporen tegelijk acteren:
benutten van tijdelijke huisvesting voor alleenstaanden; actief realiseren van eengezinswoningen voor gezinnen; structurele samenwerking binnen de regio; en borging van doorstroom naar permanente woningen.
Het realiseren van alle koppelingen in 2026 biedt op korte termijn aanzienlijke voordelen. Zodra Dordrecht deze opgave voltooit, kan de gemeente terugvallen naar trede 1 van het provinciale toezicht. Dit betekent meer bestuurlijke ruimte en het herstel van de lokale regie. Tegelijkertijd kent deze aanpak ook risico’s. De druk op de sociale woningvoorraad blijft hoog, waardoor zorgvuldig afgewogen moet worden tussen de belangen van statushouders en andere doelgroepen, zoals lokale woningzoekenden en spoedzoekers. Bovendien blijft tijdelijke huisvesting slechts een tussenstap; zonder voldoende doorstroom naar permanente woningen bestaat het risico dat de opgave zich naar latere jaren verplaatst. De uitvoerbaarheid van dit scenario hangt in sterke mate af van externe factoren. Het voortzetten van de HAR+-regeling of het beschikbaar stellen van een andere vorm van financiële ondersteuning voor de huisvesting van gezinnen is een essentiële voorwaarde om de huisvestingsopgave in 2026 te kunnen realiseren.
Conclusie Het huisvesten van alle gekoppelde statushouders in 2026 biedt Dordrecht een realistisch pad om onder het provinciale toezicht uit te komen en terug te keren naar 6
trede 1. Hoewel dit scenario aanzienlijke inspanning en samenwerking vergt, is het praktisch uitvoerbaar, mits aan de randvoorwaarden wordt voldaan. De verlenging van de HAR+ regeling of het beschikbaar stellen van andere financiële ondersteuning is hierbij essentieel; zonder deze steun is het scenario niet haalbaar. Door in 2026 de volledige huisvesting van alle gekoppelde statushouders te realiseren, creëert Dordrecht bestuurlijke rust en ruimte om vanaf 2027 te werken aan een structureel duurzaam huisvestingsbeleid voor statushouders en andere (urgente) woningzoekenden.
Scenario B: Duurzame, gefaseerde aanpak Als het niet lukt om alle gekoppelde statushouders vóór het einde van 2026 te huisvesten, gaat Dordrecht over op een duurzame en gefaseerde aanpak. Het streven is om de achterstand geleidelijk weg te werken binnen 2,5 tot 5 jaar, afhankelijk van de omvang van de taakstelling. Bij een onveranderde taakstelling kan dit in ongeveer 2,5 jaar, terwijl bij een structurele stijging van de taakstelling met 15% vanaf 2026 naar verwachting 5 jaar nodig is om de achterstand volledig in te lopen. Er wordt bewust niet gekozen voor een alternatief scenario waarin de achterstand in zeer korte tijd volledig wordt ingelopen, omdat dit zowel onwenselijk is als negatieve gevolgen heeft voor de uitvoerbaarheid en de maatschappelijke effecten. Deze aanpak houdt rekening met zowel de uitvoeringscapaciteit van de gemeente als de maatschappelijke impact van de gemaakte keuzes. Het is niet wenselijk om een te groot deel van de beschikbare voorrangswoningen toe te wijzen aan statushouders, omdat dit ten koste zou gaan van andere kwetsbare groepen. Een dergelijke verdeling zou maatschappelijk ongewenst, politiek onhaalbaar en praktisch moeilijk uitvoerbaar zijn. Dordrecht streeft daarom naar een oplossing die zowel haalbaar als rechtvaardig is.
De gekozen meerjarige, gefaseerde aanpak biedt ruimte voor een evenwichtige verdeling van woonruimte tussen verschillende doelgroepen.
Urgente doelgroepen en plaatsingscapaciteit De gemeente heeft te maken met een breed scala aan urgente doelgroepen, naast de grote hoeveelheid reguliere woningzoekenden. Hieronder een overzicht van de jaarlijkse plaatsingsbehoefte:
7
Doelgroep
Aantal huishoudens 2024
Verwachting 2025/2026
Toelichting
Herhuisvestingskandidaten
109
100+
Bewoners die moeten verhuizen vanwege sloop of renovatie van hun woning.
Dak- en thuislozen
-
50
Mensen zonder vaste woon- of verblijfplaats die dringend woonruimte nodig hebben (via Wonen Eerst).
Uitstroom maatschappelijk e opvang
51
41
Personen die uit zorg- of opvanginstellingen komen en zelfstandig moeten wonen.
Overige urgente doelgroepen
27
32
Mensen met medische urgentie en andere sociale problematiek.
Structurele opvang Oekraïnse vluchtelinge n
360 woningen
Tijdelijk gehuisveste groep, vaak in flexwoningen; inzet kan veranderen afhankelijk van de situatie.
AZC
580 plekken
Wordt gebouwd en opgeleverd in het voorjaar van 2026
De gemeente Dordrecht staat voor een complexe opgave waarin meerdere urgente doelgroepen afhankelijk zijn van een beperkt woningaanbod. Jaarlijks gaat het om honderden mensen met een dringende woonbehoefte, waaronder dak- en thuislozen, mensen die uitstromen uit instellingen, herhuisvestingskandidaten, Oekraïense vluchtelingen en (in de nabije toekomst) bewoners van het nieuw te realiseren AZC.
8
Dordrecht doet al veel om deze groepen passend te huisvesten en neemt haar verantwoordelijkheid serieus. Tegelijkertijd is het noodzakelijk om zorgvuldige afwegingen te maken in wat haalbaar is binnen de lokale context. De beschikbare woningen moeten op een eerlijke en maatschappelijk verantwoorde wijze worden verdeeld, zodat geen enkele groep (urgente of reguliere woningzoekenden) structureel wordt benadeeld.
Planning en taakstelling In het voorgestelde plan wordt uitgegaan van een jaarlijkse plaatsing van 236 statushouders: 208 om aan de reguliere taakstelling te voldoen. 28 extra om de achterstand stapsgewijs af te bouwen. Afhankelijk van de hoogte van de taakstelling ziet de planning er als volgt uit: Bij een taakstelling van 88 per half jaar (zoals in 2025-2): achterstand ingehaald op 30 juni 2028. Bij een structurele verhoging naar 104 per half jaar (15% stijging): achterstand ingehaald op 31 december 2030. Deze aanpak biedt ruimte voor een evenwichtige verdeling van woonruimte en sluit aan bij de lokale mogelijkheden en maatschappelijke realiteit.
2025-2 2026-1 2026-2 2027-1 2027-2 2028-1 Taakstelling Achterstand Prognose
-88 -135 88
-88 -135 118
-88 -105 118
-88 -75 118
-88 -45 118
-88 -15 118
Verschil
-135
-105
-75
-45
-15
15
Tijdspad bij gelijke taakstelling 2025- 2026 2026 2027 2027 2028 2028 2029 2029 2030 2030 2 -1 -2 -1 -2 -1 -2 -1 -2 -1 -2 Taakstelli ng -88 Achtersta nd -135 Prognose 88 Verschil
-135
-104 -104 -104 -104 -104 -104 -104 -104 -104 -104 -135 -121 -107 118 118 118
-93 118
-79 118
-65 118
-51 118
-37 118
-23 118
-9 118
-121 -107
-79
-65
-51
-37
-23
-9
5
-93
Tijdspad bij verhoogde taakstelling (+15%)
9
Combinatie van scenario’s A en B Naast de afzonderlijke scenario’s A en B is gemeente Dordrecht bereid om in de praktijk een combinatie van beide benaderingen toe te passen. Deze mix biedt de mogelijkheid om enerzijds op korte termijn concrete resultaten te boeken, en anderzijds de huisvesting van statushouders op een duurzame en maatschappelijk verantwoorde manier te realiseren. De combinatieaanpak betekent dat de gemeente zowel inzet op tijdelijke als op structurele oplossingen, waarbij de beschikbare middelen en regelingen optimaal worden benut. De praktische uitwerking hiervan is als volgt:
Nog in 2025: Huisvesting van de 38 gekoppelde alleenstaande statushouders in het Positillion Hotel (HAR+ regeling). Deze tijdelijke huisvesting biedt directe verlichting en voorkomt verdere toename van de achterstand. Regionale uitruil: Dordrecht stuurt actief aan op het uitruilen van gekoppelde gezinnen met regiogemeenten. Gemeenten met meer geschikte eengezinswoningen nemen grotere gezinnen over, terwijl Dordrecht zich richt op alleenstaanden (één huishouden voor één huishouden). Eengezinswoningen reserveren: Binnen de eigen woningvoorraad wordt voor een periode elke vrijkomende grote woning bij de corporaties gereserveerd voor de huisvesting van gekoppelde gezinnen. Tenzij er vanwege de leefbaarheid een uitzondering wordt gemaakt. Financiële ondersteuning (in de vorm van huurderving) biedt de mogelijkheid tot verdere versnelling van de huisvesting van gekoppelde gezinnen.
Deze gecombineerde aanpak biedt flexibiliteit en maakt het mogelijk om zowel bestuurlijke druk te verlichten als de uitvoering zorgvuldig te faseren. Dordrecht kiest hiermee voor een pragmatische, realistische route, waarin acute knelpunten worden opgelost zonder de structurele uitvoerbaarheid uit het oog te verliezen.
10
Analyse en probleemduiding In dit hoofdstuk wordt uiteengezet hoe de huidige achterstand in de huisvesting van statushouders in Dordrecht is ontstaan. We gaan in op de context van het provinciale toezicht, de ontwikkeling van de taakstelling en de realisatiecijfers van de afgelopen jaren. Daarnaast worden de belangrijkste knelpunten benoemd die de uitvoering belemmeren, zowel intern als extern. Ook wordt gereflecteerd op eerder ingezette maatregelen en interventies, en wordt inzicht gegeven in de afwegingen die zijn gemaakt bij het al dan niet doorvoeren van bepaalde acties. Deze analyse vormt de basis voor het opstellen van een realistisch en doelgericht plan van aanpak.
Context De gemeente Dordrecht is door de Provincie Zuid-Holland, in haar rol als toezichthouder op de uitvoering van de taakstelling voor de huisvesting van statushouders, geplaatst in trede 4 van de interventieladder. Dit is de hoogste trede binnen het toezichtkader en betekent dat de gemeente onder intensief toezicht komt te staan. Deze plaatsing is een signaal dat de provincie serieuze zorgen heeft over het tempo waarmee Dordrecht de taakstelling voor statushouders realiseert. In deze fase wordt van de gemeente verwacht dat zij op zeer korte termijn een concreet, realistisch en uitvoerbaar plan van aanpak opstelt om de bestaande achterstand van 135 personen in te lopen. Gemeente Dordrecht neemt deze oproep serieus en erkent de urgentie van de situatie. Tegelijkertijd wil de gemeente benadrukken dat zij zich al geruime tijd actief inzet voor de huisvesting van statushouders, binnen de mogelijkheden die lokaal beschikbaar zijn. De plaatsing in trede 4 onderstreept de noodzaak om deze inzet verder te intensiveren, maar ook om helder te communiceren over wat haalbaar is binnen de lokale context. Het is van groot belang dat het plan van aanpak niet alleen voldoet aan de eisen van de provincie, maar ook maatschappelijk verantwoord is en recht doet aan de belangen van álle urgente doelgroepen.
Dordrecht kiest daarom bewust voor een aanpak die realistisch, duurzaam en uitvoerbaar is, en die de balans bewaart tussen de verschillende groepen die afhankelijk zijn van passende huisvesting.
Overzicht taakstelling en realisatie (2021–2025) In de jaren voorafgaand aan 2023 heeft de gemeente Dordrecht structureel meer statushouders gehuisvest dan strikt noodzakelijk was op basis van de landelijke taakstelling. Dit onderstreept de actieve inzet van de gemeente om haar verantwoordelijkheid te nemen in de opvang en huisvesting van statushouders.
11
Eind 2021 liep Dordrecht voor op de opgave, met een positief saldo van +21 plaatsingen. In 2022 werd deze voorsprong verder vergroot tot +42 plaatsingen, mede dankzij een stabiele jaarlijkse huisvesting van tussen de 176 en 180 statushouders.
Deze positieve balans werd echter tenietgedaan in 2023, toen de landelijke taakstelling voor Dordrecht fors werd verhoogd met 65%, van 159 naar 262 statushouders. Ondanks diverse maatregelen en inspanningen wist de gemeente dat jaar 176 statushouders te huisvesten, een prestatie die in lijn ligt met de structurele capaciteit, maar onvoldoende was om aan de verhoogde taakstelling te voldoen. In de jaren daarna is de taakstelling enigszins verlaagd, maar de achterstand is desondanks verder opgelopen. Dit komt doordat de gemeente tegen haar structurele uitvoeringscapaciteit aanloopt. Er is simpelweg onvoldoende ruimte om méér plaatsingen te realiseren dan het bestaande niveau toelaat. Een bijkomende factor is het beperkte aantal koppelingen tussen beschikbare woningen en statushouders, wat het tempo van plaatsingen vertraagt. Dit vraagt om een betere afstemming tussen aanbod en vraag, maar ook om realistische verwachtingen ten aanzien van wat lokaal haalbaar is. Gemiddeld heeft Dordrecht in de jaren 2022, 2023 en 2024 jaarlijks 178 statushouders kunnen huisvesten. Voor de tweede helft van 2025 is de taakstelling vastgesteld op 88 statushouders, wat in lijn ligt met wat Dordrecht realistisch gezien aankan. Toch bedraagt de cumulatieve achterstand op 1 juli 2025 inmiddels 135 statushouders.
De recente verhoging van de taakstelling naar 102 statushouders per half jaar legt opnieuw extra druk op de gemeente, boven op de bestaande krapte op de woningmarkt en de noodzaak om ook andere urgente doelgroepen van passende huisvesting te voorzien. Period e 2021
Taakstelli ng
Voor-/ achterstand
Gerealisee rd
Voor-/achterstand eind periode 21
2022
159
21
180
42
2023
262
42
176
-44
2024
242
-44
178
-108
2025-1
120
-108
93
-135
2025-2
88
-135
12
Belangrijkste knelpunten Bij het realiseren van de taakstelling voor de huisvesting van statushouders ondervindt de gemeente Dordrecht zowel externe als interne knelpunten. Deze belemmeringen hebben invloed op de uitvoerbaarheid en het tempo van plaatsingen.
Externe knelpunten
Druk op de woningmarkt De beschikbaarheid van sociale huurwoningen is beperkt door de aanhoudende druk op de woningmarkt. Hierdoor is het lastig om voldoende passende woningen toe te wijzen aan statushouders.
Extra druk door herhuisvesting na sloopprojecten De afgelopen jaren is er veel gesloopt, wat heeft geleid tot een aanzienlijke druk op het toch al schaarse aanbod van sociale huurwoningen. Statushouders moesten concurreren met een grote hoeveelheid herstructureringskandidaten die hun woning moesten verlaten vanwege sloop of renovatie. Deze herhuisvestingsopgave heeft tijdelijk gezorgd voor een verhoogde druk op het woningaanbod. De komende jaren wordt er enige verlichting verwacht door een positief saldo aan nieuwbouwprojecten.
Concurrentie met andere urgentiecategorieën Statushouders concurreren om dezelfde schaarse sociale huurwoningen als andere urgente doelgroepen. Denk hierbij aan de hierboven genoemde herhuisvestingskandidaten, mensen die uitstromen uit opvang- en zorginstellingen, mensen met medische urgentie en dak- of thuislozen. Hoewel er de komende jaren enige verlichting wordt verwacht door een positief saldo aan nieuwbouwprojecten, blijft de concurrentie tussen urgente doelgroepen structureel bestaan. De woningen die beschikbaar komen, zijn beperkt en worden verdeeld over meerdere groepen met ieder een dringende woonbehoefte.
13
Te weinig gekoppelde statushouders Het aantal statushouders dat aan Dordrecht wordt gekoppeld was in sommige jaren te laag om de taakstelling te kunnen halen. Dit betekent dat zelfs als er voldoende woningen beschikbaar zouden zijn, er onvoldoende mensen zijn om te huisvesten.
Beperkte ondersteuning opvang Oekraïners Regiogemeenten in de Drechtsteden dragen onvoldoende bij aan deze opvangtaak. De verdeling van verantwoordelijkheid en opvangcapaciteit is niet evenwichtig, waardoor de druk op Dordrecht disproportioneel hoog is. Dit heeft directe gevolgen voor de beschikbaarheid van woonruimte voor andere
urgente doelgroepen, waaronder statushouders.
Interne knelpunten
Beperkte inzet van alternatieve woonvormen Hoewel alternatieve woonvormen zoals flexwoningen en woningdelen kansen bieden, is de inzet hiervan beperkt. De bestaande flexwoningen worden momenteel ingezet voor de opvang van Oekraïense vluchtelingen. Woningdelen is in veel situaties praktisch of maatschappelijk onwenselijk. Als de situatie van Oekraïners verandert en de opvangbehoefte afneemt, biedt dat wel kansen: dan kunnen bestaande flexwoningen beschikbaar komen voor andere doelgroepen, waaronder statushouders.
Capaciteitsgrens bereikt Dordrecht huisvest al jaren consequent tussen de 176 en 180 statushouders per jaar. Dit weerspiegelt de maximale uitvoeringscapaciteit van de gemeente. Toen de taakstelling in 2023 plotseling met 65% werd verhoogd, raakten we in de knel. Ondanks extra inzet zijn we sindsdien niet verder ingelopen op de achterstand.
Reflectie op de eerder ingezette acties In deze paragraaf wordt teruggeblikt op de maatregelen die tot op heden zijn genomen om de taakstelling te realiseren. Daarbij wordt niet alleen stilgestaan bij de maatregelen die daadwerkelijk zijn uitgevoerd, maar ook bij de opties die zijn overwogen en uiteindelijk niet zijn doorgezet. Het is van belang te onderstrepen dat het aantal onderzochte mogelijkheden groter is dan het aantal maatregelen dat uiteindelijk is toegepast. Niet elke maatregel bleek passend of haalbaar binnen de context van de gemeente Dordrecht. Bij de afweging is nadrukkelijk gekeken naar duurzaamheid, uitvoerbaarheid en het voorkomen van ongewenste neveneffecten, zoals het vergroten van bestaande problematiek.
Ingezette acties In deze paragraaf wordt een overzicht gegeven van de acties die zijn ondernomen om invulling te geven aan de taakstelling. Daarbij wordt niet alleen gekeken naar de gerealiseerde plaatsingen per maatregel, maar ook gereflecteerd op de effectiviteit en haalbaarheid van de ingezette aanpak. Dit overzicht biedt inzicht in zowel de concrete resultaten als de overwegingen die hebben geleid tot het al dan niet uitvoeren van bepaalde maatregelen.
14
15
Maatregel Prestatieafspraken met corporaties
Reflectie Prestatieafspraken zijn gemaakt voor 2024-2025. Buiten de prestatieafspraken om hebben we de afspraak met de corporaties om alle gekoppelde statushouders binnen de termijn te huisvesten. Ondanks deze afspraken is het aantal plaatsingen niet toegenomen. De gemaakte afspraken bleken in de praktijk onvoldoende om de achterstand in te lopen.
Nieuwbouwprojecten (reguliere uitbreiding sociale woningvoorraad)
Het merendeel van de sociale huur nieuwbouw wordt gerealiseerd door woningcorporaties. In veel gevallen gaat hier sloop van bestaande woningen aan vooraf. Hierdoor levert de nieuwbouw per saldo slechts beperkt extra woningaanbod op. Dit beperkt de structurele ruimte voor nieuwe plaatsingen en onderstreept het belang van aanvullende maatregelen om de taakstelling te realiseren. In de komende jaren worden veel nieuwbouwprojecten opgeleverd, waardoor er extra ruimte ontstaat voor het huisvesten van statushouders.
Flexwoningen
In Dordrecht zijn inmiddels 150 flexwoningen gerealiseerd. Deze worden in eerste instantie ingezet voor de opvang van Oekraïners. Zodra de oorlog voorbij is en de opvangbehoefte afneemt, komen de woningen beschikbaar voor andere doelgroepen, waaronder statushouders.
Gemeentelijk (publiek) vastgoed
Dordrecht heeft geïnvesteerd in de herontwikkeling van het schippersinternaat voor de opvang van 210 Oekraïense huishoudens. Zodra de oorlog eindigt en de opvangbehoefte afneemt, kunnen deze flexwoningen beschikbaar worden gesteld voor andere doelgroepen, waaronder statushouders. Dit biedt op termijn extra huisvestingscapaciteit die kan bijdragen aan het realiseren van de taakstelling en het inlopen van de achterstand. Daarnaast worden op de eerdere opvanglocatie 525 nieuwbouwwoningen gebouwd, waarvan 40% betaalbaar. Doorstroming van Dordtenaren naar deze nieuwbouw kan bestaande woningen vrijmaken, waarvan mogelijk enkele kunnen worden toegewezen aan statushouders.
Commercieel vastgoed (bijvoorbeeld hotels onder HAR+)
De HAR+-regeling is toegepast in het Postillion Hotel, waar tijdelijk 15 statushouders zijn gehuisvest. Hoewel deze noodmaatregel op korte termijn verlichting kan bieden, zijn de resultaten wisselend. De opvang is immers niet definitief, waardoor op een later moment alsnog reguliere huisvesting moet worden gevonden. In feite wordt het probleem daarmee verschoven in de tijd. De regeling kan in uitzonderlijke gevallen worden ingezet, maar vraagt om een zorgvuldige afweging en intensieve begeleiding. Structureel leunen op deze maatregel is nadrukkelijk niet gewenst. Vanwege de druk om in 2026 terug te keren naar
16
trede 1, wordt echter in 2025 nog gebruikgemaakt van de HAR+-regeling voor de huisvesting van 38 gekoppelde alleenstaande statushouders. Particulier vastgoed (middenhuur/vrije sector)
Er is onderzocht of dit mogelijk is, in combinatie met het plaatsen van meerdere statushouders in één woning, bijvoorbeeld via vormen van woningdelen. Tot nu toe heeft dat niet tot resultaten geleid.
Transformatie en woningsplitsing (bijvoorbeeld kantoorpanden en reguliere woningen)
We hebben een kantoorpand laten transformeren tot onzelfstandige sociale huurunits voor jongeren en andere spoedzoekers. Enkele van deze units worden verhuurd aan (jongere) alleenstaande statushouders.
Statushouders ‘in huis’ (hospitaverhuur)
Hospitaverhuur vindt in Dordrecht al plaats, zij het nog in beperkte mate. Om deze woonvorm toegankelijker te maken, heeft de gemeente recent de regelgeving versoepeld. Waar eerder slechts één kamer vergunningsvrij verhuurd mocht worden, zijn dat er nu twee. Met deze aanpassing willen we het gebruik van hospitaverhuur stimuleren als aanvullende oplossing voor de huisvesting van jonge statushouders en andere doelgroepen met een urgente woonvraag.
Overwogen acties Naast de maatregelen die daadwerkelijk zijn genomen, zijn ook diverse andere opties onderzocht in het kader van het realiseren van de taakstelling. Niet alle maatregelen bleken haalbaar of wenselijk binnen de context van Dordrecht. In onderstaande tabel wordt een overzicht gegeven van deze overwogen acties, inclusief een toelichting op de afwegingen die hebben geleid tot het niet doorvoeren ervan. Maatregel
Toelichting
Recreatieverblijven (bijvoorbeeld vakantieparken)
In Dordrecht is slechts één recreatiepark aanwezig. Op deze locatie is de afgelopen jaren intensief geïnvesteerd in het tegengaan van permanente bewoning en het bestrijden van ondermijnende activiteiten. Daarnaast ligt het park op aanzienlijke afstand van voorzieningen zoals openbaar vervoer, winkels en zorg. Gezien deze omstandigheden achten wij het recreatiepark niet geschikt voor de huisvesting van statushouders.
Aanpakken leegstand woningen (optimaliseren benut woonruimte)
De leegstandsverordening, die in het vierde kwartaal van 2025 aan de raad wordt voorgelegd, kan helpen om beter zicht te krijgen op beschikbare panden en om leegstand waar mogelijk te benutten. Gezien de beperkte leegstand in Dordrecht verwachten we echter dat dit slechts een bescheiden bijdrage levert aan het realiseren van de taakstelling.
Woningdelen 17
In Dordrecht hanteren we strikte regels rondom
(kamerverhuur)
kamerverhuur, mede vanwege de problematiek met uitbuiting van arbeidsmigranten. Hierdoor is het lastig om verhuurders te vinden die bereid zijn om op een sociale en verantwoorde manier kamers aan te bieden.
Tussenvoorzieningen (doorstroomlocaties)
Binnen onze afwegingen zijn ook tijdelijke doorstroomlocaties onderzocht. Naar onze mening dragen deze niet bij aan duurzame huisvesting, wat voor ons een belangrijk uitgangspunt is. Bovendien brengen dergelijke locaties risico’s met zich mee op het gebied van leefbaarheid en continuïteit.
Maatschappelijke initiatieven (bijvoorbeeld De Thuisgevers, Takecare BnB)
18
Over dit onderwerp zijn gesprekken gevoerd met betrokken partijen. Uit deze gesprekken blijkt dat de businesscases vaak niet sluitend zijn, waardoor verschillende initiatieven uiteindelijk zijn ingetrokken.
Doelstelling De gemeente Dordrecht streeft ernaar om uiterlijk eind 2030 de volledige achterstand in de huisvesting van statushouders te hebben ingelopen, terwijl tegelijkertijd blijvend wordt voldaan aan de reguliere taakstelling zoals opgelegd door het Rijk. De uitvoering verloopt gefaseerd, met ruimte voor versnelling waar dit haalbaar is. Deze doelstelling is tweeledig:
1. Inlopen van de achterstand Per 1 juli 2025 bedraagt de cumulatieve achterstand 135 statushouders. Dordrecht kiest voor een aanpak waarin deze achterstand stapsgewijs wordt afgebouwd, met prioriteit voor het versneld huisvesten van de gekoppelde statushouders in 2025 en 2026 en het gefaseerd inhalen van de rest van de achterstand tot uiterlijk 2030. Afhankelijk van de beschikbare woningvoorraad, de verlenging van de HAR+regeling, mogelijke andere financiële ondersteuning en de ontwikkeling van de landelijke taakstelling worden drie scenario’s onderscheiden:
19
Scenario A – Versnelde aanpak: Indien de HAR+-regeling wordt verlengd en de regionale samenwerking succesvol van start gaat, of als de provincie financiële ondersteuning biedt voor de huisvesting van grote gezinnen, probeert Dordrecht in 2026 alle gekoppelde statushouders huisvesten. De gemeente keert dan snel terug naar trede 1 van het provinciale toezicht en krijgt bestuurlijke rust en regieruimte. Scenario B – Duurzame, gefaseerde aanpak: Als het niet haalbaar blijkt om alle koppelingen in 2026 te realiseren, kiest Dordrecht voor een realistische, meerjarige route waarin de achterstand geleidelijk wordt afgebouwd. o Bij een gelijkblijvende taakstelling van 88 statushouders per half jaar wordt de achterstand ingelopen in de tweede helft van 2028. o Bij een structurele verhoging van de taakstelling met 15% (naar 102 per half jaar) wordt de achterstand uiterlijk in de tweede helft van 2030 ingelopen. Combinatie van A en B: Dordrecht past waar mogelijk een mix van beide benaderingen toe. o 38 gekoppelde alleenstaande statushouders worden nog in 2025 gehuisvest in het Postillion (HAR+-locatie). o In 2026 wordt gestuurd op het reserveren van eensgezinswoningen, waarbij versnelling mogelijk is mits de provincie hier financiële ondersteuning in biedt.
o Bij verlenging van de HAR+-regeling wordt deze in 2026 ingezet om aan het eind van dat jaar alle nog niet gehuisveste alleenstaanden te plaatsen.
o
Zonder enige financiële ondersteuning, wordt de resterende opgave volgens het gefaseerde pad van scenario B voltooid, met een afronding richting 2027–2030.
Deze combinatie maakt het mogelijk om bestuurlijke druk op korte termijn te verlichten én tegelijkertijd te werken aan structurele oplossingen voor de langere termijn.
2. Structureel voldoen aan de taakstelling Dordrecht wil structureel in staat zijn om de reguliere taakstelling te realiseren. Dat vraagt om:
een stabiele uitvoeringscapaciteit; voldoende beschikbaarheid van (tijdelijke en permanente) woningen; en nauwe samenwerking met woningcorporaties, regiogemeenten en andere ketenpartners.
De gemeente hecht grote waarde aan het tonen van inzet en verantwoordelijkheid bij de huisvesting van statushouders. Tegelijkertijd is het van essentieel belang dat dit op een duurzame en maatschappelijk verantwoorde manier gebeurt. Dat betekent:
geen tijdelijke of noodoplossingen die op termijn niet houdbaar zijn; een evenwichtige verdeling van woonruimte tussen statushouders, andere urgente doelgroepen, en reguliere woningzoekenden.
Met deze gecombineerde aanpak beoogt Dordrecht niet alleen te voldoen aan de eisen van de toezichthouder (Provincie Zuid-Holland), maar ook om invulling te geven aan haar bredere maatschappelijke opdracht: het bieden van perspectief aan mensen die afhankelijk zijn van passende huisvesting, binnen de grenzen van wat lokaal haalbaar en verantwoord is.
20
Maatregelen en inzet Om de taakstelling voor de huisvesting van statushouders structureel te realiseren, is het noodzakelijk om gericht vooruit te kijken en aanvullende maatregelen te treffen. De gemeente Dordrecht wil zichtbaar maken dat zij zich actief inzet om haar verantwoordelijkheid te nemen, binnen de grenzen van wat realistisch en maatschappelijk verantwoord is. De voorgestelde maatregelen richten zich op drie hoofddoelen: 1. het versneld huisvesten van gekoppelde statushouders in 2025–2026; 2. het gefaseerd inhalen van de resterende achterstand in de periode tot uiterlijk 2030; 3. het structureel borgen van voldoende huisvestingscapaciteit voor de toekomst. De inzet is erop gericht om de huidige achterstand geleidelijk in te lopen, zonder onevenredige druk op de sociale woningvoorraad of andere urgente doelgroepen te veroorzaken. De maatregelen passen binnen de lokale uitvoeringscapaciteit en kunnen bestuurlijk worden gedragen. Met deze aanpak kiest Dordrecht voor een koers die inzet toont, maar ook recht doet aan de realiteit en aan de belangen van álle inwoners.
Achterstand inhalen (2025–2030) De huidige achterstand van circa 135 gekoppelde statushouders wordt in verschillende fasen ingelopen:
2025–2026: nadruk op snelle, creatieve en flexibele oplossingen om terug te keren naar trede 1 en zo bestuurlijke rust te creëren. 2026–2030: focus verschuift naar duurzame, evenwichtige oplossingen gericht op het inhalen van de resterende achterstand en het structureel voldoen aan de taakstelling.
Afhankelijk van de landelijke taakstelling en de beschikbaarheid van woningen wordt uitgegaan van de volgende richtlijn:
Bij een gelijkblijvende taakstelling (88 per half jaar): achterstand volledig ingelopen in 2028. Bij een verhoogde taakstelling (102 per half jaar, +15%): achterstand volledig ingelopen in 2030.
Deze aanpak combineert versnelling waar mogelijk met realisme waar nodig.
21
Maatwerkafspraken met woningcorporaties Om extra plaatsingen mogelijk te maken, worden maatwerkafspraken gemaakt met woningcorporaties. De nadruk ligt op:
Reserveren van eengezinswoningen voor grote gezinnen, in overleg met corporaties. Sturen op spreiding en beschikbaarheid binnen bestaande woningvoorraad.
De afspraken worden jaarlijks geëvalueerd en, waar nodig, bijgesteld om de voortgang richting 2026–2030 te waarborgen.
Inzet HAR+ regeling De HAR+ regeling blijft een essentieel instrument voor de tijdelijke huisvesting van alleenstaande statushouders. In 2025 wordt gebruikgemaakt van de regeling om alle gekoppelde alleenstaande statushouders te huisvesten. De verlenging van HAR+ geldt als randvoorwaarde voor scenario A (volledige huisvesting van de koppelingen in 2026) en als versnellend instrument binnen scenario B en de gecombineerde aanpak. Mits de HAR+ regeling niet wordt verlengd zijn er andere financiële middelen nodig om de versnelling te kunnen waarborgen.
Onderzoek naar woningdelen Voor alleenstaande statushouders vormt woningdelen mogelijk onderdeel van de oplossing. Dordrecht zal onderzoek doen naar de mogelijkheid dit in te zetten binnen de gemeente.
Flexwoningen en transformatie van leegstaand vastgoed Dordrecht versnelt de realisatie van flexwoningen en stimuleert de transformatie van leegstaand vastgoed (bijv. kantoren, maatschappelijke gebouwen of zorgvastgoed) naar tijdelijke woonruimte. Bij de inzet van kantoorpanden wordt nadrukkelijk rekening gehouden met de balans tussen woningcreatie en de beschikbaarheid van voldoende kantoorruimte in de stad, zodat de economische functie van deze panden niet onder druk komt te staan. Deze voorzieningen kunnen zowel dienen voor statushouders als voor andere urgente doelgroepen, mits de spreiding evenwichtig blijft. Daarnaast onderzoekt de gemeente de inzet van de leegstandsverordening om langdurig leegstaande panden actief te benutten, uiteraard in overleg met eigenaren en binnen de wettelijke kaders.
Regionale samenwerking en uitruil van koppelingen Om de mismatch tussen het beschikbare woningaanbod en de samenstelling van de gekoppelde statushouders te verkleinen, zet Dordrecht actief in op regionale samenwerking. 22
Gemeenten met meer beschikbare eengezinswoningen kunnen grotere gezinnen overnemen. Dordrecht kan in ruil daarvoor alleenstaanden opvangen (één huishouden voor één huishouden) omdat dit beter past binnen het Dordtse woningaanbod.
Deze uitruil vereist bestuurlijke afstemming binnen de regio Drechtsteden en wordt in 2025 en 2026 nadrukkelijk op de agenda geplaatst van het regionale portefeuillehoudersoverleg Wonen.
Samenhang en monitoring De uitvoering van deze maatregelen vraagt om intensieve monitoring en stevige regie. Daarom wordt: een coördinerend verantwoordelijke binnen de gemeente aangesteld die de huisvestingsopgave 2025–2030 aanstuurt; maandelijks een update opgesteld over de voortgang; elk kwartaal gerapporteerd aan college en provincie en in gesprek gegaan over voortgang en knelpunten. Zo blijft de uitvoering bestuurlijk beheersbaar en transparant. Met deze gecombineerde inzet kiest Dordrecht voor een realistische en uitvoerbare koers. De aanpak maakt versnelling mogelijk waar dat kan (vooral in 2025–2026) en borgt tegelijkertijd dat de opgave structureel en duurzaam wordt opgelost richting 2030.
23
Tijdpad en planning De gemeente Dordrecht wil uiterlijk eind 2030 de volledige achterstand in de huisvesting van statushouders hebben ingelopen, terwijl tegelijkertijd structureel wordt voldaan aan de reguliere taakstelling van het Rijk. De planning is gebaseerd op een realistische inschatting van de uitvoeringscapaciteit van de gemeente, de inzet van woningcorporaties, de regionale samenwerking en de beschikbaarheid van financiële middelen vanuit de provincie.
Scenario 1: Taakstelling blijft gelijk (88 per half jaar) In dit scenario blijft de taakstelling stabiel op het niveau van 2025-2. De achterstand wordt geleidelijk afgebouwd met 14 extra plaatsingen per half jaar. Dit betekent dat de achterstand volledig is ingelopen in de eerste helft van 2028.
2025-2 2026-1 2026-2 2027-1 2027-2 2028-1 Taakstelling Achterstand Prognose
-88 -135 88
-88 -135 118
-88 -105 118
-88 -75 118
-88 -45 118
-88 -15 118
Verschil
-135
-105
-75
-45
-15
15
Deze aanpak is haalbaar en sluit aan bij de huidige uitvoeringscapaciteit van de gemeente. Het biedt ruimte voor een evenwichtige verdeling van woonruimte en voorkomt dat andere urgente doelgroepen in de knel komen.
Scenario 2: Taakstelling stijgt met 15% (naar 104 per half jaar) Indien de taakstelling vanaf 2026 structureel wordt verhoogd met 15%, stijgt de reguliere opgave naar 208 plaatsingen per jaar. In dit scenario blijft de extra inzet van 28 plaatsingen per jaar gehandhaafd, waardoor de achterstand wordt ingelopen in de tweede helft van 2030. 2025- 2026 2026 2027 2027 2028 2028 2029 2029 2030 2030 2 -1 -2 -1 -2 -1 -2 -1 -2 -1 -2 Taakstelli ng -88 Achtersta nd -135 Prognose 88 Verschil
-135
-104 -104 -104 -104 -104 -104 -104 -104 -104 -104 -135 -121 -107 118 118 118
-93 118
-79 118
-65 118
-51 118
-37 118
-23 118
-9 118
-121 -107
-79
-65
-51
-37
-23
-9
5
-93
Hoewel dit scenario uitvoerbaar is, vraagt het om een langere inzetperiode en een stabiele samenwerking met corporaties en ketenpartners. De druk op de woningvoorraad blijft in dit scenario hoger, waardoor het des te belangrijker is om de 24
verdeling tussen doelgroepen zorgvuldig te bewaken.
Toelichting op variaties in uitvoering huisvestingsplan
25
Taakstelling daalt: Indien de taakstelling lager uitvalt dan verwacht, kan de achterstand sneller worden ingelopen. Dit biedt ruimte om de druk op de woningvoorraad te verlichten en de verdeling tussen doelgroepen beter te balanceren. Taakstelling stijgt verder: Bij een stijging boven de 15% wordt het tijdpad langer en neemt de uitvoeringsdruk verder toe. In dat geval is herziening van het plan noodzakelijk, inclusief aanvullende maatregelen en hernieuwde afstemming met de Provincie en het Rijk. Verbod op voorrang voor statushouders: Mocht er landelijk een verbod worden ingesteld op het verlenen van voorrang aan statushouders bij toewijzing van sociale huurwoningen, dan wordt het plan zoals nu opgesteld feitelijk onuitvoerbaar. Zonder enige vorm van prioritering is het onmogelijk om de taakstelling te realiseren binnen de bestaande woningvoorraad en uitvoeringscapaciteit. Dit zou niet alleen de achterstand verder doen oplopen, maar ook leiden tot bestuurlijke impasse en maatschappelijke spanningen.
Monitoring en verantwoording Om de voortgang van de huisvesting van statushouders goed te kunnen volgen en tijdig te kunnen bijsturen, is structurele monitoring en heldere verantwoording essentieel. De gemeente Dordrecht wil niet alleen intern grip houden op de uitvoering van gemaakte afspraken, maar ook transparant en eerlijk zijn richting samenwerkingspartners en de Provincie Zuid-Holland. We vinden het belangrijk om duidelijk te zijn over wat mogelijk is, en wat niet, en om dat op een open manier te bespreken. Daarom investeren we in een betrouwbare werkwijze voor monitoring én in een vaste structuur voor verantwoording, zodat we gezamenlijk kunnen sturen op resultaat en tijdig kunnen inspelen op knelpunten.
Monitoring Voor de periode 2026–2027 worden nieuwe prestatieafspraken met woningcorporaties opgesteld. Hierin worden expliciete en aangescherpte afspraken opgenomen over de huisvesting van statushouders. Deze afspraken worden, net als andere prestatieafspraken, geborgd binnen de bestaande monitoringstructuur van de gemeente. De gemeente Dordrecht monitort zelfstandig de voortgang van deze afspraken, zodat we tijdig kunnen signaleren wanneer bijsturing nodig is. Deze monitoring wordt gekoppeld aan de bredere opgave rondom urgente doelgroepen, zodat de verdeling van woonruimte integraal en evenwichtig kan worden gevolgd.
Verantwoording Als onderdeel van het intensieve toezicht (trede 4 van de interventieladder) wil de gemeente Dordrecht actief en gestructureerd verantwoording afleggen aan de Provincie Zuid-Holland. Wij stellen voor om hiervoor elk kwartaal een voortgangsgesprek te voeren met een vaste contactpersoon bij de Provincie. Deze gesprekken bieden ruimte voor: Tussentijdse afstemming over voortgang en knelpunten. Het delen van signalen vanuit de uitvoering. Het gezamenlijk zoeken naar oplossingen en ondersteuning. Het voorkomen van verrassingen in het toezichtproces. Vanuit de gemeente Dordrecht zijn Roos de Korte en Günter Weber ambtelijk verantwoordelijk voor de monitoring en de afstemming met de Provincie. Zij fungeren als eerste aanspreekpunt en zorgen voor de voorbereiding en opvolging van de kwartaalgesprekken.
26
27
Bijlage A – Bestuurlijk commitment
28