CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Glansijke toekomst jeugd 12-27 jr Maatschappelijke Businesscase.pdf

Commissie Fysieke Leefomgeving Dordrecht 15 juni 2021, gemeente DordrechtBij agendapunt: 4: Reserveringen Agenda Dordrecht 2030. - Raadsvoorstel3.674 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Maatschappelijke Businesscase: De glansrijke toekomst van de Dordtse jongeren 12-27 jaar 1. Inleiding De gemeente Dordrecht is op dit moment op sociaaleconomisch terrein niet in balans. Zo heeft Dordrecht een lage SES-score (plaats 48 op de lijst van 50 grootste gemeenten) en is er een relatief beperkt aandeel hoogopgeleiden in de beroepsbevolking. Daarnaast is er sinds de coronacrisis een landelijk beeld ontstaan dat mensen in een kwetsbare positie op de arbeidsmarkt, zoals jongeren zonder startkwalificatie of met een tijdelijk contract, dreigen nog kwetsbaarder te worden. In het prioriteringskader 'Agenda Dordrecht 2030' is de ambitie opgenomen om in 2030 een sociaaleconomisch sterke stad te zijn. Dit betekent dat Dordrecht veerkrachtige inwoners heeft met een hoger welvaartsniveau en een stad is met voldoende en robuuste werkgelegenheid en een kwalitatief goed arbeidsaanbod. Om deze ambitie te verwezenlijken is een investering nodig in de toekomst van de huidige en komende jongere generaties van de stad. Investeren in deze jongere generaties heeft bovendien een positieve invloed op de intergenerationele overdracht (het doorgeven van bepaalde kwaliteiten, eigenschappen of problemen aan de volgende generatie), waardoor de investering een blijvend effect heeft op opvolgende generaties.

1.1 Wie zijn deze jongeren? In deze business case hebben we het over jongeren in de leeftijd van 12 tot 27 jaar. Er is voor de leeftijdsgrens van 27 jaar gekozen, omdat dit goed aansluit bij Participatiewet, waarin jongeren tot 27 jaar een wachttijd van vier weken hebben voor het ontvangen van een uitkering. In de gemeente Dordrecht zitten ongeveer 8.000 leerlingen op de middelbare school (12-18 jaar) en wonen ongeveer 17.000 jongeren in de leeftijd van 16-27 jaar. Een inschatting is dat 2.600 jongeren (circa 15%) in de leeftijd van 16-27 jaar een afstand tot de arbeidsmarkt heeft. Het begrip ‘jongeren met een afstand tot de arbeidsmarkt’ is geoperationaliseerd door uit te gaan van jongeren tussen de 16 en 27 jaar oud, die niet staan ingeschreven bij een onderwijsinstelling, economisch niet-zelfstandig zijn en wel beschikbaar zijn voor de arbeidsmarkt. Economische nietzelfstandig betekent dat een persoon in een bepaald jaar niet 70% of meer van het minimumloon heeft verdiend. De groep jongeren met een afstand tot de arbeidsmarkt is een heterogene groep. De groep bestaat zowel uit jongeren die een startkwalificatie hebben of daar naar toe onderweg zijn alsmede jongeren zonder startkwalificatie.

De groep bevat zowel jongeren met als zonder een gedeeltelijke arbeidsbeperking, hoog- als lager opgeleiden, gedeeltelijk, tijdelijk en niet-werkenden, zowel jongeren met en zonder kind en jongeren met en zonder multiproblematiek (gebaseerd op het rapport ‘Jongeren met (risico op) een afstand tot de arbeidsmarkt’, Interdepartementaal Beleidsonderzoek, Ministerie van Financiën, 9 april 2019). Waar de sociale dienst zich richt op uitkeringsgerechtigde jongeren, richt deze businesscase zich op een bredere doelgroep, waaronder ook jongeren die geen recht hebben op uitkering. In de huidige situatie vallen juist deze jongeren veelal tussen wal en schip.

1

1.2 Uitgangspunten voor beleidstheorie In 2019 heeft de werkgroep van het Interdepartementaal Beleidsonderzoek (IBO) ‘Jongeren met afstand tot de arbeidsmarkt’ de opdracht gekregen om het huidig Rijksbeleid te analyseren en op zoek te gaan naar mogelijkheden om deze jongeren beter toe te laten treden tot de arbeidsmarkt. Deze werkgroep heeft een aantal oplossingsrichtingen geformuleerd die er voor moeten zorgen dat jongeren tussen de 16 en 27 jaar beter toe kunnen treden tot de arbeidsmarkt. De aanbevelingen vanuit de IBO werkgroep zijn leidend voor de beleidstheorie van deze businesscase: Knelpunten Het ontbreken van een goede ketenaanpak met een lange termijnvisie Jongeren met een afstand tot de arbeidsmarkt raken te vaak uit beeld Integrale begeleiding over de domeinen heen ontbreekt of is ontoereikend Regulier beleid overschat de zelfredzaamheid van (een deel van) de populatie van jongeren met een (risico op een) afstand tot de arbeidsmarkt

Oplossingsrichtingen Integrale verantwoordelijkheid voor begeleiding van jongeren (16-27 jaar) naar onderwijs of werk bij gemeente Versterking van de monitorings- en signaleringsfunctie Inzet van domein overstijgende life coaches en uitbreiding van nazorg voor mbo-studenten Het bieden van maatwerk

Bovenstaande oplossingsrichtingen concentreren zich met name op het begeleiden van jongeren (1627 jaar) naar en op de arbeidsmarkt. Er is voor gekozen om een vijfde oplossingsrichting aan de businesscase toe te voegen, namelijk het voorbereiden van jongeren (12-16+ jaar) op de arbeidsmarkt. Het aanleren van bepaalde vaardigheden bereidt leerlingen voor op een succesvolle deelname aan de maatschappij. Deze vaardigheden worden veelal 21e-eeuwse vaardigheden genoemd. 2. Beleidstheorie De beleidstheorie laat op hoofdlijnen zien hoe vijf oplossingsrichtingen in Dordrecht moeten leiden tot minder jongeren met een afstand tot de arbeidsmarkt. Ook geeft het een eerste doorkijk in de effecten waaraan dat op termijn een bijdrage aan kan leveren. Op de pagina 3 is de beleidstheorie schematisch weergegeven. 2.1 Oplossingsrichting 1: Gemeente integraal verantwoordelijkheid voor groep 16-27 jaar Wat doen we nu? Gezien de transities van jongeren (van school naar werk, van werk naar werk, van werkloosheid naar werk, etc.) is er niet één partij die blijvend de eindverantwoordelijkheid heeft om jongeren te begeleiden en een goede ketenaanpak kan borgen. Wat gaan we anders doen? De gemeente heeft een sturende rol en moet haar visie duidelijker uitdragen zodat alle betrokken partijen gezamenlijk vanuit dezelfde totaalvisie werken en partners niet onnodig het wiel zelf opnieuw uitvinden.

Daarbij is de wens uitgesproken dat vanuit Rijksoverheid een verduidelijking van de wettelijke kaders en bepalingen plaatsvindt om die gezamenlijkheid te stimuleren, zowel voor de gemeenten als voor partners die met meerdere gemeenten werken. De ambitie is om zo consistenter hulp te kunnen aanbieden. Zo verschilt bijvoorbeeld de nazorg voor mbo-jongeren sterk per school of opleiding. Het is aan de gemeente om hier invloed om uit te oefenen om dit gelijk te trekken. 2

3

Om de groep 16-27 jarigen goed te kunnen helpen moet er worden samengewerkt met interventies gericht op 0-16 jaar zodat daarop kan worden aangesloten. Zodra jongeren in beeld zijn moeten de verschillende doelgroepen binnen deze grote, heterogene groep worden uitgesplitst tot afgekaderde doelgroepen. Integraal werken zal met name voor doelgroepen met complexere (multi)problematiek van belang zijn. Aansluitend bij de kadering van doelgroepen moet enerzijds worden afgekaderd welke uitvoerder wat doet en anderzijds zorg overstijgende samenwerking worden gevonden. De regie hiervoor moet liggen bij uitvoeringsorganisaties. Het advies in het IBO-rapport is om deze regie expliciet bij één uitvoeringsorganisatie te beleggen. De communicatie moet hier op aansluiten en dus doelgroep specifieker worden opgezet, zodat jongeren in elke doelgroep weten waar zij moeten aankloppen voor de juiste hulp (bijv. jongerenloket). Dit betekent dat integraliteit ook binnen de interne organisatie van de gemeente wordt geborgd, voordat het ook als zodanig naar buiten toe kan worden uitgedragen. 2.2 Oplossingsrichting 2: Uitgebreidere monitoring en signalering voor groep 16-27 jaar Wat doen we nu? RMC heeft de wettelijke taak om alle jongeren van 16-23 jaar zonder startkwalificatie te monitoren, wat in Dordrecht is uitgebreid tot 27 jaar in samenwerking met de Sociale Dienst Drechtsteden.

Hiermee vervult RMC zowel de rol van lijstmanager – het inzichtelijk maken welke jongeren geen startkwalificatie hebben – als matchmaker – professionals vanuit het wijkteam koppelen aan (hulpbehoevende) jongeren. Zodra jongeren een startkwalificatie behalen, verdwijnen zij doorgaans uit het zicht omdat er geen wettelijke taak voor is om hen te volgen. Op dit moment hanteert iedere organisatie die bezig is met deze doelgroep zijn of haar eigen werkprocessen. In de monitoring van diverse doelgroepen en projecten is onvoldoende verbinding en samenhang. Wat gaan we anders doen? Er is echter wel de behoefte om hen te kunnen blijven volgen. Een suggestie hiervoor is bijvoorbeeld om via mbo’s informatie te verkrijgen door middel van zelfrapportage. Ook een aantal andere instanties hebben een signaleerfunctie en komen deze jongeren in een later stadium weer tegen. De wens is om de informatie uit verschillende bronnen samen te kunnen voegen. Idealiter is er een complete database met alle jongeren in Dordrecht en kan hiermee op individueel niveau gehandeld worden. Op korte termijn is dat geen realistisch scenario en lijkt het niet mogelijk om alle jongeren in beeld te hebben. Dat bevestigt het belang van doelgroepen specifiëren zodat er per risico gescoord kan worden, gericht geïntervenieerd kan worden en zo jongeren benaderd kunnen worden.

Een belangrijke stap binnen deze oplossingsrichting zal zijn om te inventariseren welke gegevens door verschillende partijen al worden verzameld, en hoe deze in gezamenlijkheid bruikbare inzichten kunnen opleveren. Vervolgens kan worden bepaald of het uitbreiden / verbreden van de monitors nodig is. In het hele proces zal veel aandacht moeten zijn voor privacy wet- en regelgeving. Hoewel dit soms een belemmerende factor is, blijven er tegelijkertijd ook nog steeds kansen onbenut wat betreft het delen van gegevens binnen de mogelijkheden die er zijn. Om de samenwerking met stakeholders te optimaliseren is het belangrijk om de werkpraktijk te doorgronden en dat er aandacht is voor de technische en de sociale kant van innoveren. Er zal samen met de partners een methodische aanpak worden vormgeven volgens een aantal stappen: analyse', interpretatie & reflectie, inrichting, monitoring en borging. Het resultaat is een referentiemodel dat gekenmerkt wordt door betekenisvolle prestatie indicatoren voor de stakeholders in het primair proces. De laatste stap is de borging van de nieuw werkwijze door deze digitaal te ondersteunen met bijvoorbeeld apps, die gekenmerkt worden door een hoge praktijkrelevantie en een hoog 4

gebruikersgemak en die bovendien zorgen voor verbinding en afstemming met de doelgroep jongeren 12-27 jaar. Het resultaat is dat wij in staat zijn de werkpraktijk beter te monitoren en te regisseren 2.3 Oplossingsrichting 3: Goede begeleiding en life coaching en nazorg voor mbo-studenten Wat doen we nu? Binnen de gemeente Dordrecht zijn zogenaamde ‘Jongeren op de rit’-coaches (JOR-professionals) die integrale zorg aanbieden op meerdere leefgebieden. Voor scholen van het voortgezet speciaal onderwijs of praktijkonderwijs is het verlenen van nazorg voor leerlingen een wettelijke taak. De Sociale Dienst Drechtsteden heeft een aanpak opgezet waarin zij vroegtijdig in gesprek gaan met deze schoolverlaters. Nazorg is op dit moment geen wettelijke taak voor mbo-scholen. Mbo-scholen kunnen, vanwege de coronacrisis, voor de komende twee jaar extra middelen aanvragen om nazorg in te richten voor mbo-studenten met een hoge kans op werkloosheid. Wat gaan we anders doen? Om meer doorbraken te forceren is het wenselijk om aanvullende regisseurs aan te stellen boven de JOR-professionals en de punten waar de professionals tegenaan lopen aan te pakken. Een exacte invulling hiervan moet verder worden uitgedacht. De huidige capaciteit voor het integraal begeleiden van jongeren is op dit moment onvoldoende.

Door het versterken van de capaciteit kunnen meer jongeren geholpen worden, maar de focus zal liggen op het beter (meer integraal) ondersteunen van deze jongeren. Door deze focus is het mogelijk om deze extra capaciteit langzaam af te bouwen, waarin de laatste jaren het accent op borging ligt. Aansluitend op de oplossingsrichting over monitoring en signalering is het nodig dat JORprofessionals ook alle jongeren met een (al dan niet impliciete) ondersteuningsbehoefte daadwerkelijk kunnen vinden. Deze jongeren moeten beter gevonden worden omdat hier vanuit preventieperspectief veel te bereiken is via het informele aanbod. Daarom moet de koppeling tussen het informele en het formele aanbod worden versterkt. Een mogelijke eerste stap voor verbetering van monitoring en signalering is een inventarisatie van welke doelgroepen momenteel bereikt worden door de JOR-professionals. Ook jongeren die een traject gevolgd hebben raken na afloop vaak uit beeld. De JOR-professionals zouden echter na het traject als ‘waakvlam’ kunnen fungeren zodat er voor hulpbehoevende jongeren laagdrempelige hulp beschikbaar blijft. 2.4 Oplossingsrichting 4: Maatwerk wordt gestimuleerd en mogelijk gemaakt Wat doen we nu? Op dit moment biedt de gemeente Dordrecht ondersteuning naar onderwijs of werk voor ongeveer 150 jongeren uit de leeftijdsgroep 16-27 jaar.

Dit gebeurt via diverse (maatwerk)projecten en kost €250.000 per jaar in 2020 en 2021 (zie beleidswens 8 uit de Kadernota 2020). In de huidige situatie zijn er veel losse interventies welke projectmatig zijn opgezet en weinig samenhang hebben, mede door korte termijn financiering die weinig ruimte biedt voor structuur. Deze projectmatige en kortcyclische aanpak kost de gemeentelijke organisatie veel tijd en geld. Het UWV en de Sociale Dienst Drechtsteden bieden toeleiding naar arbeidsmarkt voor jongeren met een (bijstands)uitkering. 5

Wat gaan we anders doen? Het ESF-programma geeft de kans om maatwerkprojecten langdurig te financieren. Hierbij zou de focus dan op onderwijs en begeleiding op werk moeten liggen, in plaats van alleen interventies gericht op naar werk toe leiden. Om dit laatste te kunnen bereiken moet er bijvoorbeeld ook dienstverlening naar werkgevers worden aangeboden. Overal maatwerk inzetten betekent echter een sterke stijging in kosten en vermindering in efficiëntie. Daarvoor is het van belang om te bepalen op welke hulpdomeinen en/of doelgroepen maatwerk essentieel is en waar niet (en waar het dus het grootste impactpotentieel heeft). Het implementeren van een meer op maatwerkgerichte insteek vergt echter een cultuurverandering (denken vanuit de jongere en het probleem vs. denken vanuit regels en procedures). Bestaande functionarissen binnen de gemeente – zoals de sociaal pontonnier, re-integratie officier en doorbraakregisseurs – hebben ervaren wat goed maatwerk in de weg staat en kunnen hierin meedenken. Door meer te investeren in het bieden van maatwerk kan een grotere groep jongeren worden bereikt en bovendien biedt een meerjarig programma meer efficiëntie en effectiviteit. Daar komt bij dat met deze investering cofinanciering kan worden aangevraagd bij het Europese subsidieprogramma ESF+ 2021-2027.

Bovendien zorgt de investering voor stabiliteit in de gemeentelijke begroting, omdat er niet ieder jaar extra financiering wordt gevraagd. Door de investering en de cofinanciering vanuit ESF is de verwachting om ongeveer 750 jongeren per jaar te kunnen bereiken. Het maatwerk is aanvullend op de bestaande dienstverlening van de Sociale Dienst Drechtsteden voor jongeren met een bijstandsuitkering, want het is met name bedoeld voor jongeren die geen uitkering ontvangen. 2.5 Oplossingsrichting 5: Voorbereiding op arbeidsmarkt Wat doen we nu? Het aanleren van bepaalde vaardigheden bereidt leerlingen voor op een succesvolle deelname aan de maatschappij. Deze vaardigheden worden veelal 21e-eeuwse vaardigheden (zie bijlage 1) genoemd. In de praktijk blijkt het voor scholen lastig op om een structurele manier aandacht te geven aan 21e-eeuwse vaardigheden. De focus in het huidige curriculum ligt veelal op de methode van de vakken, niet op vaardigheden. De gemeente zet in op het voorkomen van laaggeletterdheid, maar middelen hiervoor zijn niet voldoende. Er zijn middelen nodig om taalvaardigheid te kunnen borgen in het funderend onderwijs. Wat gaan we anders doen? Scholen hebben wel de behoefte om meer aandacht te geven aan 21e-eeuwse vaardigheden, mogelijk buiten het bestaande curriculum. Op dit moment bestaat een dergelijk programma niet.

Dit programma zal samen met VO-scholen opgezet worden. Door te investeren 21e-eeuwse competenties van leerlingen op de middelbare school zijn jongeren beter voorbereid op een steeds veranderende maatschappij en arbeidsmarkt. Hierdoor krijgen jongeren betere kansen om zelf de weg te vinden naar de arbeidsmarkt en daar duurzaam inzetbaar te zijn. Bovendien ondersteunen deze vaardigheden en competenties jongeren om zich op de arbeidsmarkt te kunnen ontwikkelen in het kader van Leven Lang Ontwikkelen. Scholen zijn en blijven verantwoordelijk voor het onderwijsaanbod. Door een gezamenlijke prioriteit op het verbeteren van de basisvaardigheden kan er vanuit de gemeente geanticipeerd worden en eventueel ondersteuning geboden worden. Investeren in basisvaardigheden van leerlingen op de middelbare school heeft effect op het aantal laaggeletterden, een groeiende groep in Nederland en in Dordrecht in het bijzonder. In het document 'regionale aanpak Laaggeletterdheid 2021-2024' wordt daar dieper op ingegaan. Op dit moment is de situatie in Dordrecht dat 22% van de inwoners 6

laaggeletterd (lage taal-, reken-, en digitale vaardigheden) is. Dit zijn zo'n 17.000 Dordtenaren (doelgroep is 15 – 67 jaar). Door een actieve inzet op deze vaardigheden is het een reële verwachting dat de kunde toeneemt, zodat het aantal laaggeletterden (en de volgende problematieken) afneemt. 2.6 De effecten van de oplossingsrichtingen De verwachting is dat interventies gedurende de middelbare schooltijd of vroeg in de loopbaan leiden tot een beter arbeidsmarktperspectief. Door het uitvoeren van de vijf oplossingsrichtingen worden risicofactoren (die bijdragen aan een afstand tot de arbeidsmarkt onder jongeren) verkleind en worden beschermende factoren (die de kans op afstand tot de arbeidsmarkt onder jongeren verkleind) versterkt. Dit heeft als effect dat er minder jongeren zijn met een afstand tot de arbeidsmarkt. De vijf genoemde oplossingsrichtingen dragen direct en indirect bij aan de doelstellingen van het prioriteringskader Agenda 2030. Daarnaast sluiten ze aan bij alle factoren en variabelen van de Agenda 2030, zoals ondernemerschap, menselijk kapitaal, kennisinfrastructuur, fysieke infrastructuur en het leefklimaat. Door structureel en voor een lange periode duurzaam te investeren in de Dordtse jongeren krijgen jongeren meer kansen en handvatten aangereikt voor een glansrijke toekomst in Dordrecht.

Deze jongeren zorgen bovendien voor extra rendement op het pakket aan investeringen. Door te investeren in deze jongeren besparen wij op kosten zoals bijstandsuitkeringen, jeugdwerkloosheid, schuldenproblematiek, gezondheid, jongerenwerk, criminaliteit en beleidswensen. In bijlage 2 vindt u een overzicht van de maatschappelijke baten en lasten van de investering. Door een goede verbinding tussen het onderwijs en de arbeidsmarkt hebben werkgevers in Dordrecht de beschikking over het juist opgeleide personeel en versterkt dit het vestigingsklimaat en het ondernemerschap. Menselijk kapitaal heeft ook te maken met het arbeidspotentieel in de stad. Door de investeringen in de businesscase ' De glansrijke toekomst van de Dordtse jongeren 12-27 jaar' willen we de effectiviteit van de ketenaanpak op een blijvend hoger niveau tillen. Dit sluit ook aan bij de prioriteit om de werkloosheid te verlagen. En het helpt bij het vergroten van veerkracht die jongeren nodig zullen hebben in een wereld waarin banen soms onzeker zijn en veranderingen in de economie hoge eisen stellen aan de competenties van mensen. We bieden de jongeren toekomst perspectief met return on investment op de gemeentelijke begroting. Zo hebben investeringen die jongeren betere kansen op werk geven een positief effect op de welvaart en het welzijn in de stad.

Net als met de komst van extra inwoners leidt dit tot een groter gebruik van voorzieningen in Dordrecht voor zorg, sport en cultuur. Dit heeft een positief effect op de basis voor het behoud van deze voorzieningen en op werkgelegenheid. Kortom, de stad Dordrecht heeft een glansrijke jongeren nodig en de jongeren hebben een kansrijke stad nodig. 3. Investering De vijf oplossingsrichtingen vragen tezamen om een investering van €10.475.000. Op pagina 9 is de opbouw van deze financiering terug te lezen. De verwachting is dat met deze investering een cofinanciering van €5.525.000 kan worden opgehaald.  Cofinanciering ESF+ 2021-2027: circa €4,5 miljoen (circa €650.000 per jaar). Omdat de (financiële) kaders van het ESF+ programma nog niet bekend zijn, is gewerkt met een aantal aannames. De gevraagde investering is vergelijkbaar met voorgaande ESF-periodes. 7

Financiering vanuit andere partijen (Rijksoverheid; scholen; bedrijven): circa €1 miljoen (circa €102.500 per jaar). Naar aanleiding van het IBO-rapport is het mogelijk dat het Rijksoverheid (gedeeltelijk) gaat voorzien financiering van een aantal oplossingsrichtingen. Daarnaast is het de verwachting is dat scholen bereid zullen zijn om (financieel) bij te dragen aan het programma.

8

Oplossingsrichting 1 Integrale verantwoordelijkheid voor begeleiding van jongeren (16-27 jaar) naar onderwijs of werk bij gemeente 2 Versterking van de monitorings- en signaleringsfunctie

3

4

5

Inzet van domeinoverstijgende life coaches en uitbreiding van nazorg voor mbo-studenten Het bieden van maatwerk Voorbereiden van jongeren (12-16+ jaar) op de arbeidsmarkt

Toelichting Versterken capaciteit: 1fte beleidsadviseur

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

Totaal

€100.000

€100.000

€100.000

€100.000

€100.000

€100.000

€100.000

€100.000

€100.000

€100.000

€1.000.000

Versterken capaciteit: 0,5 fte monitoring Opzetten infrastructuur: systeem(aanpassingen) Versterken capaciteit: 2fte regisseur, in afbouwconstruct

€50.000

€50.000

€50.000

€50.000

€50.000

€50.000

€50.000

€50.000

€50.000

€50.000

€500.000

€25.000

€25.000

€25.000

€25.000

€25.000

€25.000

€25.000

€25.000

€25.000

€25.000

€250.000

€200.000

€200.000

€200.000

€200.000

€100.000

€100.000

€100.000

€50.000

€50.000

€50.000

€1.250.000

Opzetten programma met maatwerktrajecten Opstellen programma met VO-scholen

€675.000

€675.000

€675.000

€675.000

€675.000

€675.000

€675.000

€250.000

€250.000

€250.000

€5.475.000

€200.000

€200.000

€200.000

€200.000

€200.000

€200.000

€200.000

€200.000

€200.000

€200.000

€2.000.000

Subtotaal

€1.250.000

€1.250.000

€1.250.000

€1.250.000

€1.150.000

€1.150.000

€1.150.000

€675.000

€675.000

€675.000

€10.475.000

Cofinanciering Totaal

€5.525.000 €16.000.000

9

Bijlage 1: 21e-eeuwse vaardigheden (Bron: SLO/Kennisnet) Wat zijn de 21e-eeuwse vaardigheden? Het gaat om 11 competenties die weergegeven zijn in onderstaand model van Nationaal Expertisecentrum Leerplanontwikkeling (SLO) en Kennisnet. Het gaat bijvoorbeeld om vaardigheden als kritisch denken, creatief denken, probleem oplossen, ict-basisvaardigheden, informatievaardigheden, computational thinking en mediawijsheid. Een term die vaak wordt gebruikt, is ‘digitale geletterdheid’. Dit is geen 21e eeuwse vaardigheid; het begrip duidt op de combinatie van de vaardigheden computational thinking, ict-basisvaardigheden, mediawijsheid en informatievaardigheden. 21e-eeuwse vaardigheden in het onderwijs Om leerlingen goed voor te bereiden op de 21-eeuwse samenleving, is het belangrijk dat deze vaardigheden een plek krijgen in het onderwijs. Maar veel scholen vinden dit ingewikkeld. Uit onderzoek blijkt dat lessen op school over computers en het gebruik van digitale media niet of nauwelijks bijdragen aan de digitale geletterdheid van leerlingen. Er is weinig aandacht voor de vaardigheden in landelijke leerplankaders. En dit geldt ook voor reguliere methodes.

10

Bijlage 2: Maatschappelijke baten en lasten Onderstaande tabel is een financiële doorrekening van voorliggende maatschappelijke businesscase. Hoewel de doelgroep van de businesscase een andere is dan de businesscase Dordtse Leerprogramma, vertonen de doorrekeningen van beide businesscases veel gelijkenis. De geïdentificeerde maatschappelijke baten zijn in grote mate gelijk en de complexe kwantificering van de baten zorgt er ook voor deze businesscase voor dat veel p.m.-posten zijn opgenomen. Voor onderstaande doorrekening zijn daarom alleen de baten vanuit de besparing op bijstandslasten gekwantificeerd, die per saldo al een sluitende businesscase geven.

11

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/322/documents/10648