Gesprek Openbaar vervoer - Flyer Provincie Zuid-Holland.pdf
Tekst van het document
Informatie OV voor gemeenteraadsleden
1. Inleiding: samen werken aan goed OV
2. Organisatie van het OV: concessies
Goed openbaar vervoer (OV) in stad en regio is een gezamenlijk belang van provincie, gemeenten en vervoerders. Goed OV draagt bij aan de doelen van gemeenten, zoals het bereikbaar maken en houden van (nieuwe) woonwijken; zorgen dat inwoners kunnen deelnemen aan het economisch en maatschappelijk verkeer; bijdragen aan verkeersveiligheid en klimaatvriendelijk vervoer. Reizigers vinden OV vooral aantrekkelijk als de reistijd van deur tot deur kort en betrouwbaar is.
De Wet Personenvervoer 2000 bepaalt dat OV-autoriteiten (provincies, Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH) en Vervoerregio Amsterdam) concessies verlenen voor OV per trein, (water)bus, tram en metro. Het Rijk verleent de concessie voor de treinen op het hoofdrailnet (uitgevoerd door NS). Een OV-concessie is het alleenrecht van een vervoerder om OV aan te bieden in een bepaald gebied. De regionale concessieverlener betaalt een vergoeding aan de vervoerder die daarvoor de ritten rijdt. Een concessie duurt maximaal vijftien jaar.
Voor succesvol OV is een goede samenwerking tussen gemeente, provincie en vervoerder noodzakelijk. Binnen deze samenwerking heeft elke partij haar eigen verantwoordelijkheden. Provincie en gemeenten voeren beide beleid waarin OV een rol speelt. De provincie is via concessies verantwoordelijk voor het OV-aanbod en betaalt ongeveer de helft van de exploitatiekosten via subsidies, jaarlijks circa tachtig miljoen euro. Daarnaast stelt de provincie subsidies beschikbaar voor verdere verbetering van het OV, zoals de realisatie van R-net-verbindingen en OV-infrastructuur. Gemeenten zijn als wegbeheerder grotendeels verantwoordelijk voor de wegen en haltes, waar bussen gebruik van maken. Vervoerders behartigen exploitatiebelangen, zoals veilige en berijdbare routes. Samen zorgen deze partijen voor de OV-bereikbaarheid. De provincie heeft geregeld overleg met de regio’s en gemeenten in het concessiegebied, onder meer over de dienstregeling, sociale veiligheid en infrastructuur.
De provincie Zuid-Holland is verantwoordelijk voor vijf concessies: Zuid-Holland Noord (ZHN, Arriva) Drechtsteden, Molenlanden, Gorinchem inclusief MerwedeLingelijn (DMG, Qbuzz) Hoeksche Waard/ Goeree-Overflakkee (HWGO, Connexxion) Treindienst Alphen aan den Rijn – Gouda (TAG, NS) Waterbus Dordrecht – Rotterdam (PoW, Blue Amigo)1 1 Formeel gezien valt de exploitatie van de Waterbus Dordrecht – Rotterdam niet onder een concessie maar onder een contract, omdat vervoer over water volgens de Wet Personenvervoer geen OV is.
MRDH geeft de concessies uit voor het vervoer in en rond Den Haag en Rotterdam, inclusief tram, metro, RandstadRail en bus van vervoerders RET, HTM en EBS. Ook de concessie Voorne-Putten/ Rozenburg wordt door MRDH aanbesteed. De rolverdeling tussen concessieverlener en vervoerder verschilt per concessie. In de Zuid-Hollandse concessies heeft de vervoerder een grote rol. De vervoerder werkt het netwerk en de dienstregeling elk jaar uit binnen de kaders van het Programma van Eisen (PvE) dat aan de concessie ten grondslag ligt. De vervoeropbrengsten (uit bijvoorbeeld OV-chipkaart en Studentenkaart) krijgt de vervoerder en worden – binnen de kaders van het PvE – door de provincie aangevuld. De vervoerder heeft dus belang bij zo veel mogelijk reizigers. De provincie bestemt zelf haar middelen voor OV vanuit het Provinciefonds. Het Rijk hanteert daar geen normen voor.
Langdurige effecten door Corona Corona heeft grote invloed op het OV-gebruik. Door het sluiten van onderwijsinstellingen, de culturele sector en veel meer thuiswerken dan voorheen, is het aantal OV-reizigers drastisch teruggelopen. Het Rijk ondersteunde het OV tijdelijk met een beschikbaarheidsvergoeding. Samen met de vervoerders heeft provincie Zuid-Holland een transitieplan uitgewerkt. Dit plan beschrijft hoe de door corona verloren reizigers worden teruggewonnen en hoe het OV toekomstbestendiger wordt gemaakt. Hiertoe wordt onder andere geïnvesteerd in versnelling van het OV, waardoor OV aantrekkelijker wordt en de middelen efficiënter worden ingezet.
3. Gemeente en infrastructuur Gemeenten hebben als wegbeheerder een belangrijke rol voor het OV. Dit geldt voor haltes (inclusief fietsenstallingen en de routes naar die haltes) en de gemeentelijke wegen waarover bussen rijden. Per gemeente verschilt het waar het beheer van de abri’s is ondergebracht. Smalle wegen met een lage maximumsnelheid zijn onaantrekkelijk voor het OV en worden zoveel mogelijk gemeden. De gemeente heeft veel mogelijkheden om de doorstroming te bevorderen; soms specifiek voor het OV, soms voor alle verkeer. Een verbeterde OVdoorstroming draagt bij aan goed OV. R-net heeft een bijzondere positie. R-netlijnen zijn buslijnen die gericht zijn op grote aantallen reizigers met korte reistijden: ze rijden vaak (dus korte wachttijden voor de reizigers) en hebben minder halten dan andere buslijnen. Dat bespaart rijtijd en zorgt ervoor dat haltes goed uitgerust zijn. De provincie Zuid-Holland heeft subsidiemogelijkheden voor maatregelen in de infrastructuur die doorstroming en aantrekkelijkheid van het OV bevorderen. Ook kan de provincie ondersteunen in ontwerpen. In alle gevallen is het raadzaam vroegtijdig contact te leggen om de mogelijkheden te verkennen.
In de Subsidieregeling Mobiliteit van de provincie zijn de volgende mogelijkheden opgenomen: • Vergroten van de toegankelijkheid van bushaltes, maximaal €10.000,- per halte; • Regionaal budget gebiedsagenda mobiliteit ook voor OVinfrastructuur te gebruiken.
OV en verkeersveiligheid De gemeenten hebben een belangrijke taak bij het verbeteren van de verkeersveiligheid in hun gemeente. Hiertoe worden steeds meer wegen gereconstrueerd, waarbij door inframaatregelen de nieuwe maximumsnelheid van 30 kilometer per uur wordt afgedwongen. Daarnaast zijn op veel kruispunten verkeerslichten vervangen door rotondes, wat de veiligheid eveneens bevordert. Deze zogeheten ‘duurzaam veilig’-maatregelen hebben grote impact op het OV. Auto’s kunnen relatief vlot en makkelijk rotondes, asverspringingen en verkeersdrempels passeren, voor bussen is dat moeilijker. Het gevolg is dat bussen tijd verliezen omdat zij sterker moeten afremmen en meer hinder van ander verkeer ondervinden. Dit maakt het bieden van snel en betrouwbaar OV moeilijker. De enige oplossing is vaak het aanpassen van de busroute naar wegen die wel goed berijdbaar zijn voor het OV. Dit betekent vaak dat bussen niet meer in dorpskernen kunnen komen, maar gebruik gaan maken van de doorgaande (rond) wegen. Hierdoor zijn vooral ouderen en gehandicapten vaker aangewezen op (gemeentelijk) Wmo-vervoer.
4. Gemeente en dienstregeling
5. Gemeente en tarieven
Elk jaar maakt de vervoerder een Vervoerplan waarin wijzigingen van de dienstregeling worden beschreven onderbouwd. Alle gemeenten kunnen hierop reageren naar de Provincie en/of de vervoerder. Wijzigingen die passen in het PvE, logisch volgen uit het provinciale OV-beleid en goed onderbouwd zijn door de vervoerder, worden vaak doorgevoerd.
De tarieven van het OV worden deels landelijk en deels regionaal vastgesteld. De ritprijs bestaat uit een landelijk vastgesteld basistarief van € 1,01 per rit en een bedrag per gereisde kilometer. Dit kilometertarief wordt door de provincie bepaald en varieert per concessie, maar ligt ongeveer op € 0,14 per kilometer. Vergeleken met ander provincies is dit een laag tarief. Ouderen en kinderen krijgen korting op dit tarief, daarnaast zijn er landelijke en regionale abonnementen en kortingsformules.
Bij de voorbereiding van een nieuwe concessie stelt de provincie Programma van Eisen (PvE) op, waarin onder meer de eisen en wensen ten aanzien van de dienstregeling staan. De provincie raadpleegt vooraf relevante partijen, zoals het reizigersoverleg en de betrokken gemeenten. In deze consultatie wordt gemeenten onder meer gevraagd naar hun ambities op het gebied van woningbouw, veranderingen aan de infrastructuur en hun wensen ten aanzien van het OV. Daarnaast kan elke gemeente (via de Provincie) bij de vervoerder extra OV-ritten inkopen. Dit kan gaan om een nieuwe lijn of uitbreiding zijn van de dienstregeling van een bestaande lijn. Een aantrekkelijk alternatief voor regulier OV is de buurtbus. De buurtbus is bedoeld voor verbindingen met een beperkt aantal reizigers, bijvoorbeeld naar kleinere dorpen en buurtschappen. Een buurtbus wordt gereden door vrijwillige chauffeurs, waardoor deze goedkoper in exploitatie is. Omdat de buurtbus een onderdeel van het OV is wordt volgens een vaste dienstregeling gereden en is de OV-chipkaart geldig. De vervoerder stelt het voertuig beschikbaar. Voor een buurtbusvereniging zijn minimaal twintig vrijwilligers nodig, waaronder een secretaris en voorzitter die er veel tijd in willen steken. Buurtbuschauffeurs zijn vaak gepensioneerden die een dagdeel per week rijden.
De provincie toetst vooraf of een buurtbus voldoende reizigers zal trekken en of hij niet onbedoeld concurreert met het reguliere OV. De provincie financiert een buurtbusvereniging als onderdeel van het OV. Een gemeente kan wel bijdragen aan bijvoorbeeld het opzetten van de vereniging of het extra faciliteren van de vrijwilligers. Ook kleinschalige lokale vervoersinitiatieven zoals een wijkbus, dorpsbus of boodschappenbus kunnen een zinvolle aanvulling zijn op het reguliere OV. Daarbij is het denkbaar dat dit soort systemen wordt afgestemd op het reguliere OV, waardoor mensen die niet naar de bushalte kunnen lopen of fietsen toch gebruik kunnen maken van het OV. Reizigers moeten lid zijn van een vereniging, waarmee de wijk-, dorps- of boodschappenbus wettelijk gezien geen OV is. Omdat het geen OV betreft, zal subsidiëring door de gemeente plaatsvinden.
Gemeenten maken aparte tarieven voor inwoners mogelijk Een gemeente kan met de vervoerder afspraken maken over aparte tarieven voor (een deel van) haar inwoners. Hierbij kan worden gedacht aan lagere tarieven voor bepaalde doelgroepen, zoals 65-plussers. De gemeente Dordrecht heeft voor hen een laag tarief van € 14,00 per jaar voor de stadsbuslijnen afgesproken. Voor mensen met een laag inkomen heeft de gemeente Hoeksche Waard gratis reizen in de daluren ingekocht. Een alternatief kan het aanbieden van goedkoper of gratis OV voor Wmo-geïndiceerden zijn, waardoor deze groep makkelijker zelfstandig over grotere afstanden kan reizen. Dit kan bovendien het gebruik van Wmo-middelen voor vervoer beperken. De gemeenten vergoedt in alle gevallen de ‘gederfde inkomsten’ aan de vervoerder.
6. Ruimtelijke ordening en OV Gemeenten bepalen onder meer via bestemmingsplannen waar onder meer gezondheidscentra, nieuwe woningen, scholen, winkelcentra en bedrijventerreinen komen. De ontsluiting met OV is in alle gevallen belangrijk, al verschilt dat belang per functie. Zo is het OV voor een wijkwinkelcentrum waarschijnlijk minder essentieel dan voor een regionale school of een ziekenhuis. Het is daarom van belang dat vooraf goed wordt nagedacht over de mogelijkheden om deze locaties aan te sluiten op het OV. Hierbij is niet alleen goede infrastructuur van belang, maar telt ook de ligging ten opzichte van het bestaande OV. Het is immers makkelijker een extra halte aan een bestaande OV-route te openen dan een nieuwe OV-lijn te starten. In overleg met vervoerder en provincie kunnen de mogelijkheden en consequenties worden verkend.
Iedere partij draagt een steentje bij Provincie en vervoerder zetten zich samen met gemeenten in voor een goed OV en dragen bij aan de opgaven van de komende jaren. Gemeenten hebben instrumenten in handen om bij te dragen aan beter OV. Bijvoorbeeld als het gaat om de haltekwaliteit, de maximumsnelheid van wegen en de inrichting van wegen, maar ook door bijvoorbeeld verkeerslichten goed in te stellen. Gemeenten doen dit niet alleen, de Provincie Zuid-Holland stelt subsidies beschikbaar om bij te dragen aan de ambities van gemeenten. Als u vragen heeft, neem dan contact op met Provincie Zuid-Holland.