CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Gemeentelijke monitor sociaal domein - Dordrecht.pdf

Gemeenteraad Dordrecht 15 oktober 2024, gemeente DordrechtBij agendapunt: 15: Raadsinformatiebrief over Vervolg - voortgang traject op weg naar de Perspectiefnota 2026 - Raadsinformatiebrief10.217 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Gemeentelijke Monitor Sociaal Domein

Inhoudsopgave Inleiding

3

Over het GMSD-rapport

5

Toelichting gemeente

6

1. Uitgangspositie

7

2. Wmo

11

3. Jeugdwet

22

4. Participatiewet

27

5. Stapeling van voorzieningen

30

6. Bijlagen

32

Inleiding De Gemeentelijke Monitor Sociaal Domein (GMSD) geeft gemeenten op hoofdlijnen inzicht over het gebruik van de Wmo, Jeugdzorg en Participatiewet. Dit interactieve rapport is bedoeld om de cijfers, waarvan de meeste bronnen voor elke gemeente beschikbaar zijn, overzichtelijk en in samenhang te tonen. Inzicht in de lokale beleids- en inrichtingskeuzes zijn essentieel bij het duiden van de cijfers in dit rapport. Cijfers over de Wmo worden door ruim 90% van de gemeenten halfjaarlijks aangeleverd aan het CBS. In het kaartje hieronder is te zien welke gemeenten er over het tweede halfjaar 2023 data over de Wmo publiceren:

Aanlevering Wmo Gemeenten, Status Wmo

Publiceert tweede halfjaar 2023

3

Sinds de eerste aanlevering van de GMSD in 2015 is er veel gebeurd. De druk op het sociaal domein wordt steeds groter. Uitdagingen zoals de coronapandemie, bezuinigingen in het sociaal domein, maar ook vergrijzing vragen om adequaat beleid. Het wordt steeds belangrijker om grip te blijven houden op de uitgaven en het gebruik van voorzieningen, om zo beleid vorm te kunnen geven dat past bij de specifieke situatie in een gemeente. Met dit rapport kunt u zich een beeld vormen van de situatie in uw gemeente. Hoeveel inwoners kunnen toe zonder maatwerkondersteuning en hoeveel doen wel een beroep op de voorzieningen in het sociaal domein? En in welke mate doen zij dat? Zijn er trends zichtbaar? Hoe verhouden de inspanningen binnen de drie wetten zich tot het bredere sociaal domein en de leefsituatie en -omgeving van inwoners en huishoudens? Hoe is de situatie in uw gemeente in vergelijking tot die in andere gemeenten? Samen met de verhalen van inwoners, medewerkers, andere gemeenten en experts beschikt u zo over informatie waarmee u leer- en ontwikkelprocessen in uw gemeente kunt stimuleren. Naast dit rapport, bestaat de Gemeentelijke Monitor Sociaal Domein uit een gemeentelijk dashboard, een wijkdashboard, en een themarapport beschermd wonen.

4

Over het GMSD-rapport In dit rapport worden altijd de meest recent beschikbare cijfers gepresenteerd. Cijfers van voorgaande (half)jaren zijn terug te vinden in de database. Dit GMSD-rapport is specifiek opgezet om als interactief rapport te lezen. Het interactieve rapport is middels een smartphone, tablet of computer altijd bij de hand. Door te werken met een gelaagdheid in het rapport is meer data op een overzichtelijke manier toegankelijk gemaakt. Door op 'meer info' onder een figuur te klikken wordt achtergrondinformatie inzichtelijk. Door rechtsboven bij een figuur op een vergrootglas te klikken krijg je als gebruiker de mogelijkheid de presentatie zelf aan te passen en bijvoorbeeld de data voor andere jaren te bekijken. Daarnaast kunnen de figuren en tabellen en de achterliggende data eenvoudig gedownload worden.

In het menu rechtsboven de inhoudsopgave kan de gemeente gewijzigd worden. Rechtsboven aan de pagina kan dit rapport gedownload worden als PDF versie. (Let op: bepaalde functionaliteiten die het rapport interactief maken (zoals mouseovers, aanvullende informatie en de link naar de database) zijn niet beschikbaar in deze versie). Ook kan het rapport als link gedeeld worden. Via het vergrootglas is het mogelijk om een zoekopdracht in heel Waarstaatjegemeente.nl te doen.

5

Toelichting gemeente De Wmo is gedecentraliseerd, waardoor gemeenten vrijheid hebben om beleid en voorzieningen vorm te geven zoals zij willen, binnen de kaders van de wet. Hierdoor is extra duiding soms op zijn plaats. Gemeenten hebben aangegeven dat zij een feitelijke toelichting willen kunnen geven op hun cijfers. Hierdoor kunnen gebruikers van de monitor, zoals raadsleden, inwoners of beleidsmedewerkers, de cijfers beter interpreteren en beter toepassen. Gemeenten kunnen zelf de ruimte voor toelichting schrijven. In deze handleiding vindt u stap voor stap hoe u een toelichting toevoegt. Het is niet verplicht om een toelichting te geven. Voor vragen over de handleiding of over het beheer van het account kunt u contact opnemen met waarstaatjegemeente.nl.

De gemeente Dordrecht heeft geen toelichting gegeven op de Gemeentelijke monitor sociaal domein.

6

1. Uitgangspositie In dit hoofdstuk wordt de uitgangspositie van uw gemeente weergegeven. Hierbij wordt ingegaan op de samenstelling van de bevolking en andere kenmerken die van invloed zijn op de ondersteuningsbehoefte van inwoners. De figuren geven achtereenvolgens inzicht in de demografie van een gemeente en de sociaal-economische status score (SES-WOA score) per wijk.

1.1 Bevolking Op 1 januari 2024 telde de gemeente Dordrecht 121.434 inwoners en 57.353 huishoudens. Een gemiddeld huishouden in de gemeente Dordrecht bestaat uit 2,13 personen. In vergelijkbare gemeenten (op grond van de referentiegroep in dit rapport) is dit gemiddeld 2,03 personen per huishouden.

Samenstelling huishoudens per 1.000 huishoudens Dordrecht 408

268

239

85

100.000 - 300.000 inwoners 450 0

258

200

400

Alleenstaand

Samenwonend zonder kinderen

217

600

75

800

Samenwonend met kinderen

1.000

Eenoudergezinnen CBS | 2024

Leeftijdsopbouw Dordrecht 40% 32% 24% 16%

30%

25%

19%

8%

6%

5%

7%

9%

0%

Jonger dan 18 jaar

18 tot 23 jaar

23 tot 27 jaar 27 tot 50 jaar 50 tot 68 jaar 100.000 - 300.000 inwoners

68 tot 75 jaar

75 jaar en ouder CBS GMSD Wmo | 2023

7

Grijze druk

Levensverwachting jaar

33,6% 30,0%

80,6

Dordrecht 100.000 …

81,2

Dordrecht 100.000 … CBS | 2024

RIVM | 2022

1.2 Sociaaleconomische status SES-WOA score De sociaaleconomische status (SES) is een indicator om de maatschappelijke positie van personen of huishoudens te bepalen. De SES wordt doorgaans ontleend aan het opleidingsniveau of inkomen van mensen. De sociaal economische status heeft een sterke relatie met gezondheidsverschillen tussen gemeenten, wijken, of buurten. Het CBS heeft een SES-score ontwikkeld, die is gebaseerd op Welvaart, Opleiding en Arbeid (WOA). Voor elke gemeente, wijk en buurt is een gecombineerde score berekend op basis van gegevens over elk huishouden. Omdat de sociaaleconomische status van een wijk door meer kenmerken wordt bepaald dan alleen welvaart, opleidingsniveau en arbeidsverleden, is er gekozen voor de term ‘SES-WOA score’. Het doel van de SES-WOA score is om inzicht te krijgen in de sociaal-economische ontwikkelingen, de verschillen tussen de gebieden in de gemeente en de mogelijke kwetsbaarheid binnen wijken.

SES-WOA score per wijk: Dordrecht score < -0,300 -0,300 < -0,100 - 0,100 < 0,100 0,100 < 0,300 >= 0,300

CBS | 2021

De SES-WOA score heeft betrekking op de periode 2014 tot en met 2022 en geeft de verhouding weer van de sociaaleconomische positie van een gemeente of wijk tot het Nederlands gemiddelde. De gemiddelde SES WOA-score in Nederland is 0 in 2022 en ongeveer 0 voor de jaren 2014-2021. Een score hoger dan 0 betekent een hogere sociaaleconomische positie ten opzichte van het gemiddelde, een score daaronder een lagere sociaaleconomische positie ten opzichte van gemiddeld (zie ook de toelichting van het CBS). Vanwege de manier waarop de SES-WOA-score is samengesteld, kunnen gemeenten cijfers ook gebruiken om te kijken naar ontwikkelingen in de tijd.

8

Ontwikkeling SES-WOA score score

0,1

-0,1

-0,085 -0,076

-0,068 -0,064

-0,047 -0,045

-0,036 -0,034

-0,025 -0,026

2018

2019

2020

2021

2022

-0,3

Dordrecht

100.000 - 300.000 inwoners CBS | 2018 - 2022

De uiteindelijke positie van een gemeente of wijk ten opzichte van het Nederlands gemiddelde wordt bepaald door een combinatie van de drie deelscores financiële welvaart, opleidingsniveau en arbeidsverleden. Bij een hogere SES-WOA score dan 0 zijn de inwoners welvarender en/of hoger opgeleid en/of langduriger aan het werk ten opzichte van het Nederlands gemiddelde. Hoe gemeenten scoren op de afzonderlijke deel indicatoren, valt uit de totaalscore niet op te maken. De volgende indicatoren geven daarom inzicht in de afzonderlijke deelaspecten van de SES-WOA score: welvaart, opleidingsniveau en het recente arbeidsverleden van de bevolking.

Welvaart 12,7%

16,3%

41,1%

46,1%

37,6%

46,2%

Dordrecht 1e tot en met 40e percentielgroep

100.000 - 300.000 inwoners 41e tot en met 80e percentielgroep

80e tot en met 100e percentielgroep CBS | 2022

9

Beroepsbevolking naar opleidingsniveau

Arbeidsmarktdeelname

Dordrecht

Dordrecht

21,5%

40,0%

38,5%

100.000 - 300.000 inwoners 18,7%

43,3%

40%

80%

Laag

Middelbaar

12,8%

27,3%

100.000 - 300.000 inwoners

37,9%

0%

52,5%

51,5% 0%

Hoog

17,4% 40%

24,1% 80%

Afgelopen 4 jaar voortdurend werkzaam Afgelopen 4 jaar niet voortdurend werkzaam CBS | 2021

CBS | 2022

10

2. Wmo Dit hoofdstuk biedt inzicht in het gebruik van de Wmo. Hoeveel unieke cliënten met een maatwerkvoorziening per categorie waren er afgelopen halfjaar. Wat zijn hun achtergrondkenmerken? Hoe is het gebruik van bijvoorbeeld huishoudelijke hulp en beschermd wonen? Daarnaast gaat dit hoofdstuk in op de kwaliteit en uitgaven binnen de Wmo. Tenslotte gaat de laatste paragraaf in op de doelen en resultaten van de Wmo.

2.1 Unieke Wmo-gebruikers met een voorziening Maatwerkvoorzieningen In de gemeente Dordrecht waren er in het tweede halfjaar 2023 9.785 unieke cliënten met een maatwerkvoorziening Wmo . Binnen de Wmo wordt onderscheid gemaakt tussen een voorziening via een Persoonsgebonden Budget (PGB) en een voorziening via Zorg in Natura (ZIN). In het figuur hieronder is het aantal unieke Wmo cliënten uitgesplitst naar financieringsvorm (PGB en ZIN). Naast PGB en ZIN wordt er soms gebruik gemaakt van een alternatieve financieringsvorm, waaronder een financiële tegemoetkoming en losse betaling. Deze vormen worden ondergebracht in de categorie 'Anders'. Cijfers hierover zijn te vinden in de database.

Aantal unieke Wmo cliënten naar financieringsvorm Dordrecht, personen 12.000

8.000

9.390

9.310

9.195

8.985

4.000

0

175

250

eerste halfjaar 2022

170

240

tweede halfjaar 2022 Alleen ZIN

Alleen PGB

165

240

eerste halfjaar 2023

170

230

tweede halfjaar 2023

Zowel PGB als ZIN CBS GMSD Wmo | eerste halfjaar 2022 - tweede halfjaar 2023

In deze monitor worden Wmo-voorzieningen ondergebracht in vijf hoofdcategorieën: Ondersteuning thuis, Hulp bij het huishouden, Verblijf en opvang, Hulpmiddelen en diensten en Overig.

11

Ontwikkeling van het aantal unieke cliënten per hoofdcategorie Dordrecht, personen 8.000 6.000 4.000 2.000 0 eerste halfjaar 2021

tweede halfjaar 2021 Ondersteuning thuis

eerste halfjaar 2022 Hulp bij het huishouden

tweede halfjaar 2022 Verblijf en opvang

eerste halfjaar 2023 Hulpmiddelen en diensten

tweede halfjaar 2023 Overig*

CBS GMSD Wmo | eerste halfjaar 2021 - tweede halfjaar 2023

Aantal cliënten per hoofdcategorie vergeleken Dordrecht, aantal per 1.000 inwoners 60

49 40

20

35 16 8

0

Ondersteuning thuis

Hulp bij het huishouden

Verblijf en opvang

Hulpmiddelen en diensten

Overig* |

100.000 - 300.000 inwoners

CBS GMSD Wmo | tweede halfjaar 2023

12

In de database zijn nog meer uitsplitsingen te vinden van het aantal Wmo cliënten per hoofdcategorie, bijvoorbeeld naar inkomen, leeftijd of geslacht. Zo tonen de figuren hieronder het aantal cliënten met een maatwerkvoorziening Wmo naar leeftijdsgroep en geslacht. Dit is verder uit te splitsen naar de verschillende hoofdcategorieën.

Wmo-cliënten naar leeftijd en geslacht Dordrecht, aandeel mannen

Wmo-cliënten naar leeftijd en geslacht Dordrecht, aandeel vrouwen

14,5%

Jonger dan 30 jaar

12,0%

30 tot 45 jaar

17,6%

45 tot 60 jaar

0%

5%

10%

15%

8,9%

12,9%

21,7%

26,9%

75 tot 85 jaar

13,6%

85 jaar of ouder

30 tot 45 jaar

60 tot 75 jaar

20,6%

75 tot 85 jaar

8,7%

45 tot 60 jaar

21,8%

60 tot 75 jaar

Jonger dan 30 jaar

20,8%

85 jaar of ouder

20%

25%

CBS GMSD Wmo | tweede halfjaar 2023

0%

8%

16%

24%

32%

CBS GMSD Wmo | tweede halfjaar 2023

Naast de vier hoofdcategorieën wordt gemeenten gevraagd om geleverde Wmo-voorzieningen verder in te delen in een van de 19 vooraf gespecificeerde productcategorieën. De figuur hieronder toont het gebruik van de meest gebruikte type producten. Gemeenten bepalen zelf onder welke categorieën ze de geleverde voorzieningen indelen. Hierdoor kunnen er grote onderlinge verschillen optreden in de uitsplitsing van voorzieningen op dit detailniveau.

13

Aantal inwoners met Wmo-voorziening per productcategorie Dordrecht, aantal per 1.000 inwoners Begeleiding Persoonlijke verzorging Kortdurend verblijf Dagbesteding Hulp bij het huishouden Woondiensten Vervoersdiensten Rolstoelen Woonvoorzieningen Vervoersvoorzieningen 0

2

4

6

8

10

12

14

16

Dordrecht

18

20

22

24

26

28

30

32

34

36

38

40

42

44

46

48 50

100.000 - 300.000 inwoners CBS GMSD Wmo | tweede halfjaar 2023

Wmo voorspelmodel Vanaf 2022 is het ook mogelijk om vooruit te kijken naar het toekomstige gebruik van Wmo-voorzieningen. Het Wmo voorspelmodel voorspelt het Wmo gebruik per gemeente tot vijf jaar vooruit. Deze informatie geeft meer inzicht in de ontwikkeling van het gebruik van de Wmo, en biedt sturingsmogelijkheden voor beleidsvraagstukken, inkoop en financiën.

Bekijk het Wmo voorspelmodel voor meer verdieping op het thema.

14

Beschermd wonen Beschermd wonen is op dit moment de verantwoordelijkheid van de 44 centrumgemeenten beschermd wonen en maatschappelijke opvang. Zij regelen de benodigde ondersteuning voor alle inwoners in een centrumgemeentegebied, bestaande uit de centrumgemeente en meerdere regiogemeenten.

Aantal inwoners in Beschermd Wonen per Beschermd wonen-regio Centrumgemeenten, per 1.000 inwoners

Niet van toepassing

< 0,90

0,90 < 1,20

1,20 < 1,50

1,50 < 1,80

>= 1,80 |

Dordrecht

CBS GMSD Wmo | tweede halfjaar 2023

Bekijk ook het rapport Beschermd wonen voor meer verdieping op het thema.

15

Stapeling binnen de Wmo Onderstaand figuur geeft zicht op de tien meest voorkomende combinaties van Wmo-voorzieningen onder unieke cliënten met twee Wmo-voorzieningen op landelijk niveau in 2022. Dit betreft de zogeheten stapeling binnen de Wmo. De cijfers zijn uitgesplitst voor de gemeente Dordrecht.

Veel voorkomende stapeling binnen de Wmo Dordrecht, aantal Hulp bij huishouden & Vervoersvoorzieningen Rolstoelen & Vervoersvoorzieningen Hulp bij huishouden & Begeleiding Vervoervoorzieningen & Woonvoorzieningen Hulp bij huishouden & Woonvoorzieningen Rolstoelen & Woonvoorzieningen Vervoersdiensten & Vervoersvoorzieningen Dagbesteding & Vervoersdiensten Hulp bij huishouden & Vervoersdiensten Begeleiding & Dagbesteding 0

200

400

600

800

1.000

1.200

1.400

1.600

1.800

CBS GMSD Wmo | 2022

In hoofdstuk 5 van dit rapport zijn de cijfers te vinden over de stapeling over de domeinen heen. In de database is ook de Wmo-samenloop voor eerder jaren terug te vinden.

16

2.2 Kwaliteit In deze rapportage laten we indicatoren over uitstroom, reden van beëindiging en cliëntervaring zien. Kwaliteit kan daarnaast gaan over het leveren en ontvangen van tijdige hulp (wachttijden). In het tweede halfjaar 2023 werden 1.425 Wmo-trajecten beëindigd, in het tweede halfjaar 2022 ging dit om 1.240 trajecten.

Aantal afgesloten Wmo-trajecten naar reden beëindiging H1 2021

H2 2021

H1 2022

H2 2022

H1 2023

H2 2023

Overlijden

235

215

215

210

205

Levering volgens plan beëindigd

90

75

80

70

80

Verhuizing naar andere gemeente

30

30

30

40

35

75

50

55

25

35

30

1.280

1.200

1.105

1.240

1.215

1.425

Eenzijdig door aanbieder Eenzijdig door cliënt Voortijdig in overeenstemming Overig/onbekend Totaal beëindigd

CBS MSD WMO | eerste halfjaar 2021 - tweede halfjaar 2023

Resultaten Cliëntervaringsonderzoek Wmo Vanaf 2021 wordt het cliëntervaringsonderzoek Wmo (ceo Wmo) op een andere wijze uitgevoerd. In de nieuwe opzet voor het ceo Wmo krijgen gemeenten de huidige standaardvragenlijst en bijbehorende onderzoeksaanpak niet meer voorgeschreven. Het staat hen wel vrij deze te blijven gebruiken. Zij mogen er echter ook voor kiezen om het onderzoek – binnen bepaalde kaders – op een andere wijze in te richten. Daarnaast is er door het Verwey-Jonker Instituut onderzoek gedaan naar deze nieuwe opzet voor ceo Wmo. Zie hier het gepubliceerde rapport. Hier vindt u meer informatie over de nieuwe opzet van het cliëntervaringsonderzoek Wmo Er is een nieuw format ontwikkeld voor het rapporteren van de resultaten dat uit de volgende drie onderdelen bestaat, te weten: Doel, opzet en uitvoering van het ceo Wmo Uitkomsten van het ceo Wmo Opvolging van de uitkomsten van het onderzoek Bij 'opvolging van de uitkomsten van het onderzoek' wordt gevraagd aan te geven welke de belangrijkste onderzoeksuitkomsten zijn. Wat zijn voor de gemeente Dordrecht de drie belangrijkste onderzoeksbevindingen van het cliëntervaringsonderzoek Wmo over 2022? 1. Toegankelijkheid van de voorzieningen (toegang)

Cliënten zijn (zeer) tevreden over de toegang tot, de kwaliteit en het effect van hun maatwerkvoorziening. 2. Kwaliteit van de ondersteuning

De tevredenheid over toegang, kwaliteit en effect is grotendeels gelijk aan de vorige meting. Wel zijn minder cliënten tevreden over de snelheid waarmee ze geholpen werden en zijn minder cliënten (zeer) tevreden over de kwaliteit van de ondersteuning die zij ontvangen. 3. Ervaren effecten

Driekwart van de cliënten wist dat zij gebruik konden maken van onafhankelijke cliëntondersteuning.

17

2.3 Gemeentelijk beleid Deze paragraaf geeft inzicht in het beleid van gemeenten in het kader van de Wmo. Gemeenten hebben binnen de kaders van de Wmo ruimte om hun eigen beleid vorm te geven. Verschillende gemeenten vullen hun lokale beleid verschillend in. Gemeenten kunnen bijvoorbeeld kiezen hoe ze toegang de regelen, hoe ze de zorg inkopen, of hoe voorzieningen worden bekostigd. De tabel hieronder laat het gemeentelijk beleid zien en geeft inzicht in hoe de toegang is geregeld in Dordrecht. Het geeft voor de belangrijkste categorieën weer hoe de gemeente onderscheid maakt tussen verstrekking van Wmo-voorzieningen via maatwerkvoorzieningen en via algemene voorzieningen.

Gemeentelijk beleid naar type Wmo-voorziening 2021

2022

Hulp bij huishouden

Voornamelijk maatwerkvoorzieningen

Voornamelijk maatwerkvoorzieningen

Begeleiding

Voornamelijk maatwerkvoorzieningen

Voornamelijk maatwerkvoorzieningen

Dagbesteding

Voornamelijk maatwerkvoorzieningen

Voornamelijk maatwerkvoorzieningen

CBS MSD WMO | 2021-2022

Er is binnen het sociaal domein een grote verscheidenheid tussen gemeenten waar het gaat om beleids- en uitvoeringskeuzes. Om gemeenten te helpen om meer inzicht te krijgen in welke andere gemeenten op deze kenmerken overeenkomen, is de Wmo gemeentevergelijker ontwikkeld. Deze tool vergelijkt populatie- en beleidskenmerken van gemeenten binnen Nederland. Op die manier wordt automatisch een tiental gemeenten geselecteerd die sterk overeenkomen met de kenmerken van de gekozen gemeente. Door zicht te krijgen op welke gemeenten wat betreft populatie- en beleidskenmerken overeenkomen, kunnen gebruikers een zinvollere vergelijking maken en ontwikkelingen beter duiden. Ook stelt de tool gemeenten beter in staat om van elkaar te leren.

Bekijk de Wmo gemeentevergelijker voor meer verdieping op het thema.

18

2.4 Uitgaven Wmo De begrote en gerealiseerde kosten voor Wmo-maatwerkvoorzieningen geven een indicatie van de uitgaven van gemeenten voor de verschillende Wmo categorieën, exclusief uitvoeringskosten.

Begrote en gerealiseerde uitgaven per hoofdcategorie Dordrecht, x 1.000 euro Begrote uitgaven 2022

Gerealiseerde uitgaven 2022

Hulp bij het huishouden

11.048

10.577

Ondersteuning thuis

13.001

13.373

Hulpmiddelen en diensten

5.686

5.730

Verblijf en opvang

37.053

34.855

Totaal

66.788

64.535 CBS MSD WMO | 2022

Ontwikkeling van gerealiseerde uitgaven per hoofdcategorie per jaar Dordrecht, x €1.000 80.000 70.000 60.000 50.000 40.000 30.000 20.000 10.000 0 2020

2021 Ondersteuning thuis

Hulp bij het huishouden

Hulpmiddelen en diensten

2022 Verblijf en opvang CBS GMSD Wmo | 2020 - 2022

In het algemeen is er een stijgende trend in de gemeentelijke uitgaven aan de Wmo. Een van de factoren die hier mogelijk op van invloed zijn is de invoering van het abonnementstarief Wmo in 2019. Het abonnementstarief is ingevoerd met als doel om de stapeling van eigen bijdragen voor zorg en ondersteuning te beperken, maar heeft ook gevolgen voor het voorzieningengebruik in gemeenten. De Monitor Abonnementstarief brengt in kaart of en in welke mate sprake is van een hoger dan verwacht gebruik van Wmo-voorzieningen (na invoering van het abonnementstarief), dat zich onvoldoende door gemeentelijk beleid laat reduceren.

19

2.5 Doelen en resultaten De decentralisaties hadden als overkoepelend doel om zorg en ondersteuning beter op lokale behoeften af te kunnen stemmen. Daarnaast wordt er meer aanspraak gemaakt op de eigen kracht van inwoners en hun sociale omgeving om participatie en zelfredzaamheid te bevorderen. Het is niet eenvoudig de maatschappelijke effecten van de verschillende inspanningen in het sociaal domein in kaart te brengen. Hoe verhouden de inspanningen binnen de drie wetten zich tot het bredere sociaal domein en de leefsituatie en -omgeving van inwoners en huishoudens? In deze paragraaf worden enkele outcome indicatoren gepresenteerd, die iets zeggen over het bereikte maatschappelijke resultaat en de realisatie van de doelen met betrekking op de Wet maatschappelijke ondersteuning. Een van de hoofddoelen van de Wmo is dat zoveel mogelijk ouderen zolang mogelijk thuis blijven wonen. In het eerste halfjaar 2024 wonen in gemeente Dordrecht 17.425 inwoners van 70 jaar en ouder. Daarvan verblijven er een onbekend aantal in een zorginstelling. De thuiswonende groep mensen is tevens de belangrijkste doelgroep van de Wmo.

Inwoners van 70 jaar en ouder die zelfstandig of in een zorginstelling wonen Dordrecht 4,7%

95,3%

100.000 - 300.000 inwoners 5,0% 0%

95,0% 20%

40% Wonend in instelling

60%

80%

100%

Zelfstandig wonend CBS GMSD Wmo | eerste halfjaar 2024

Er wordt in de decentrale aanpak ook meer van mensen zelf verwacht, op gebied van zelfredzaamheid en eigen kracht, maar ook in de vorm van meer voor elkaar zorgen. De volgende indicatoren geven een indicatie van de mate van kwetsbaarheid van de inwoners. Met een Wmo-voorziening kan een gemeente deze risicogroep proberen te ondersteunen, zodat ze zo lang mogelijk zelfstandig kunnen blijven wonen en mee kunnen doen in de samenleving. Gezondheidsindicatoren zijn belangrijke voorspellers voor Wmo-gebruik. Deze groep inwoners loopt een groter risico om uiteindelijk aanspraak te moeten gaan maken op de Wmo. Een Wmo-voorziening kan de mate van zelfredzaamheid voor deze groep juist weer vergroten.

20

Kwetsbaarheid: gezondheid en eenzaamheid Dordrecht 70% 60%

54,3%

50% 40% 30% 20% 10%

10,2%

5,0%

0% Personen met 2 of meer chronische aandoeningen [2021]

Verminderde mobiliteit [2020]

Eenzaamheid [2022]

Vektis, Meerdere bronnen

Voor meer data rondom het thema kwetsbaarheid, preventie en zorg, zie de database. Daarnaast wordt een deel van de benodigde zorg opgevangen door mantelzorger en vrijwilligers. Het aantal mantelzorgers en vrijwilligers geeft een indicatie van de mate waarin inwoners in een gemeente (een deel van) de benodigde zorg weten op te vangen binnen het eigen sociale netwerk.

Mantelzorgers

Vrijwilligerswerk

14,4% 12,6%

21%

Dordrecht 100.000 …

22%

Dordrecht 100.000 … Meerdere bronnen | 2022

RIVM SMAP | 2022

21

3. Jeugdwet Dit hoofdstuk biedt inzicht in het gebruik van de Jeugdwet. Hoeveel unieke jongeren maakten gebruikt van de Jeugdwet het afgelopen halfjaar? Hoeveel jongeren maken er bijvoorbeeld gebruik van jeugdhulp met verblijf? Daarnaast gaat dit hoofdstuk in op de kwaliteit en uitgaven van de Jeugdwet. Tenslotte gaat de laatste paragraaf in op de doelen en resultaten van de Jeugdwet.

3.1 Unieke jongeren met een voorziening In de gemeente Dordrecht zijn er in het tweede halfjaar 2023 in totaal 3.280 jeugdzorgtrajecten ingezet (bij 2.825 unieke cliënten).

Ontwikkeling van het aantal jeugdzorgtrajecten per categorie Dordrecht, aantal 4.000

3.200

2.400

1.600

800

0 tweede halfjaar 2021

eerste halfjaar 2022 Jeugdhulp zonder verblijf

tweede halfjaar 2022 Jeugdhulp met verblijf

eerste halfjaar 2023 Jeugdbescherming totaal

tweede halfjaar 2023

Jeugdreclassering

CBS | tweede halfjaar 2021 - tweede halfjaar 2023

De volgende figuur laat zien wat het aandeel van de verschillende vormen van zorg is binnen het totaal aantal jeugdzorgtrajecten. De meeste jongeren ontvangen zorg in de categorie 'Jeugdhulp zonder verblijf'.

22

Procentuele opbouw van jeugdzorgtrajecten % totaal Jeugdzorgtrajecten Dordrecht

100.000 - 300.000 inwoners

100

100

7,0

7,7

8,0

80

8,5

60

40

8,1

8,0

8,2

83,9

84,1

83,6

tweede halfjaar 2022

eerste halfjaar 2023

tweede halfjaar 2023

80

60

84,8

83,8

82,9

20

40

20

0

0 tweede halfjaar 2022

eerste halfjaar 2023 Jeugdhulp zonder verblijf

tweede halfjaar 2023 Jeugdhulp met verblijf

Jeugdbescherming totaal

Jeugdreclassering

CBS | tweede halfjaar 2022 - tweede halfjaar 2023

3.2 Kwaliteit Hieronder staan enkele indicatoren over uitstroom en reden van beëindiging. Kwaliteit kan daarnaast gaan over cliëntervaring, het leveren en ontvangen van tijdige hulp (wachttijden). Wachttijden zijn op dit moment nog niet bekend in de GMSD.

Aantal afgesloten jeugdzorgtrajecten naar reden beëindiging Dordrecht, aantal H2 2021

H1 2022

H2 2022

H1 2023

H2 2023

Beëindigd volgens plan

935

830

990

880

850

Waarvan in overeenstemming

85

80

90

95

90

Waarvan eenzijdig door cliënt

50

55

60

70

45

Waarvan eenzijdig door aanbieder

35

20

20

25

20

Waarvan wegens externe omstandigheden

40

25

55

55

50

1.190

1.070

1.240

Totaal Beëindigd

CBS Jeugd | eerste halfjaar 2021 - tweede halfjaar 2023

23

3.3 Uitgaven Jeugdzorg De volgende tabel geeft een indicatie van de de begrote en gerealiseerde uitgaven. Dit kan worden vergeleken met uitgaven voor andere groepen in het sociaal domein.

Uitgaven aan jeugdzorg Dordrecht, euro's x 1.000 Begrote uitgaven 2022

Gerealiseerde uitgaven 2022

Jeugdhulp zonder verblijf – geleverd door wijkteam

4.537

5.173

Jeugdhulp zonder verblijf – niet geleverd door wijkteam

35.326

19.445

Jeugdhulp met verblijf

683

13.757

Kinderbeschermingsmaatregelen

?

2.228

Jeugdreclassering

?

412

43.722

41.016

Activiteiten in het preventieve justitiële kader Totaal jeugdzorg

CBS MSD WMO | 2022

3.4 Doelen en resultaten De decentralisaties hadden als overkoepelend doel om zorg en ondersteuning beter op lokale behoeften af te kunnen stemmen. Daarnaast wordt er meer aanspraak gemaakt op de eigen kracht van inwoners en hun sociale omgeving om participatie en zelfredzaamheid te bevorderen. Het is niet eenvoudig de maatschappelijke effecten van de verschillende inspanningen in het sociaal domein in kaart te brengen. Hoe verhouden de inspanningen binnen de drie wetten zich tot het bredere sociaal domein en de leefsituatie en -omgeving van inwoners en huishoudens? In deze paragraaf worden enkele outcome indicatoren gepresenteerd, die iets zeggen over het bereikte maatschappelijke resultaat en de realisatie van de doelen met betrekking op de Jeugdwet. Voortijdig schoolverlaten maakt jongeren kwetsbaar, zowel acuut als later in het leven. Voortijdig schoolverlaters zijn jongeren van 12 tot 23 jaar zonder startkwalificatie (een VWO, HAVO of MBO2 diploma). Deze jongeren hebben een verhoogde kans op werkloosheid, maar ook op criminaliteit en sociale uitsluiting. Jeugdwerkloosheid kan ook grote invloed hebben op de mentale en sociale ontwikkeling van jongeren. Het kan een voorspeller zijn van gebruik van voorzieningen binnen de Jeugdwet en later de Participatiewet.

Voortijdige schoolverlaters zonder startkwalificatie (vsv-ers)

Werkloze jongeren

Dordrecht

Dordrecht

3,2%

2,7%

100.000 - 300.0… DUO/Ingrado | 2023

2%

2%

100.000 - 300.0… CBS | 2022

Kinderen die opgroeien in een gezin dat rond moet komen van een uitkering daar lijken in hun latere leven nog steeds gevolgen van ondervinden. Zo hebben kinderen die in uitkeringsgezinnen opgroeien een grotere kans om later zelf ook van een uitkering te moeten rondkomen, en zijn zij rond hun 30e lager opgeleid dan hun leeftijdsgenoten. Zie tevens de database voor meer indicatoren rondom de gezin- en leefomstandigheden van jongeren.

24

Kinderen in uitkeringsgezinnen 10% 9% 8% 7% 6%

2018

2019

2020 Dordrecht

2021

2022

100.000 - 300.000 inwoners CBS | 2018 - 2022

Ook het aantal meldingen kindermishandeling zijn een indicator van de mate van kwetsbaarheid van jongeren in een gemeente. In het tweede halfjaar 2023 zijn er in gemeente Dordrecht per 100.000 inwoners 356 meldingen kindermishandeling ontvangen en 281 adviezen kindermishandeling gestart. In vergelijkbare gemeenten (op grond van de referentiegroep in dit rapport) is dit gemiddeld 192 meldingen kindermishandeling en 256 adviezen kindermishandeling. Het volgende figuur laat de ontwikkeling in het aantal ontvangen meldingen en gestarte adviezen met betrekking tot kindermishandeling per 100.000 inwoners zien.

Kindermishandeling: ontvangen meldingen en gestarte adviezen Dordrecht, aantal 800 600

575

560

430

400

310

280

340

200 0 tweede halfjaar 2022

eerste halfjaar 2023 Ontvangen meldingen

tweede halfjaar 2023

Gestarte adviezen CBS | tweede halfjaar 2022 - tweede halfjaar 2023

In de database zijn nog meer jeugdindicatoren rondom het thema (zorg en) veiligheid te vinden. Het speciaal onderwijs is er voor leerlingen die specialistische of intensieve begeleiding nodig hebben. Bijvoorbeeld omdat zij een handicap, chronische ziekte of stoornis hebben. Veel van deze kinderen hebben naast de extra ondersteuning die zij in dit type onderwijs ontvangen, eveneens hulp of ondersteuning vanuit de Jeugdwet nodig.

Leerlingen in het Speciaal Basisonderwijs per 1.000 leerlingen

30

Dordrecht

25

100.000 - 300.000 inwoners CBS GMSD Wmo | 2023

25

26

4. Participatiewet Dit hoofdstuk biedt inzicht in het gebruik van de Participatiewet. Hoeveel voorzieningen werden er gebruikt in het afgelopen halfjaar, en welke voorzieningen worden meer gebruikt dan andere? Daarnaast gaat de laatste paragraaf in op de doelen en resultaten van de Participatiewet.

4.1 Unieke inwoners met een voorziening Het doel van de participatiewet is om meer mensen met een ziekte of een beperking bij een gewone werkgever aan het werk te krijgen. Naast het verstrekken van bijstandsuitkeringen, zijn gemeenten ook verantwoordelijk voor de re-integratie naar arbeid.

Totaal re-integratievoorzieningen aantal per 1.000 inwoners van 15-74 jaar

Huishoudens met bijstand t.o.v. alle huishoudens

Dordrecht 100.000 …

Dordrecht 100.000 …

22,2

17,9

6,5%

5,4%

CBS | Dec 2023

CBS | Dec 2023

Het volgende figuur toont de ontwikkeling van het aantal inwoners met een bijstandsuitkering in de gemeente Dordrecht.

Personen met bijstand en bijstand gerelateerde uitkering per 1.000 inwoners 80 60 40

52

46

50

48

43

47

42

41

47

40

20 0 tweede halfjaar 2021

eerste halfjaar 2022

tweede halfjaar 2022 Dordrecht

eerste halfjaar 2023

tweede halfjaar 2023

100.000 - 300.000 inwoners CBS | tweede halfjaar 2021 - tweede halfjaar 2023

Bijstandsgerechtigden ontvangen normaliter tot hun 65e een bijstandsuitkering, waarna de bijstandsuitkering omgezet wordt in een AOW-uitkering. In enkele gevallen kan de AOW worden aangevuld middels de aanvullende inkomensvoorziening ouderen (AIO). Hieronder wordt het aantal inwoners met een bijstandsuitkering tot de AOW-leeftijd en vanaf de AOW-leeftijd ten opzichte van het totaal aantal personen met een uitkering, vergeleken met de referentiegroep.

27

Personen met bijstand en bijstand gerelateerde uitkering Dordrecht 88,3%

11,7%

88,8%

11,2%

100.000 - 300.000 inwoners

0%

20%

40% Tot de AOW leeftijd

60%

80%

100%

Vanaf de AOW-leeftijd CBS | tweede halfjaar 2023

Gemeenten hebben verschillende instrumenten tot hun beschikking voor het begeleiden vanuit bijstand naar werk. Hiervoor kunnen verschillende instrumenten worden ingezet. De meest gebruikte staan hieronder op een rij, maar in de database zijn ze allemaal te vinden. Zie voor het volledige overzicht de database.

Aantal inwoners met re-integratie-/participatievoorzieningen per categorie Dordrecht, aantal per 1.000 inwoners van 15-74 jaar 8 6

5,6

4

2,3

2

0,1

0,0

0

Loonkostensubsidie

2,0

1,6

Vervoersvoorziening Vrijwilligerswerk Training/cursus/opleiding Coaching naar werk of naar participatie Jobcoach/begeleiding op de werkplek | 100.000 - 300.000 inwoners CBS | tweede halfjaar 2023

4.2 Uitgaven Participatiewet Baten en lasten: Inkomensregelingen Dordrecht, euro's x1.000 Baten

Lasten

2017

4553

6420

2018

4553

6651

2019

4553

6777

2020

5453

7839

2021

5453

8035

2022

5453

8081

2023

5453

8327

2024

5453

8595

28

Baten en lasten: Arbeidsparticipatie Dordrecht, euro's x1.000 Baten

Lasten

2017

10

610

2018

10

382

2019

10

345

2020

10

306

2021

10

308

2022

10

309

2023

10

322

2024

10

473

4.3 Doelen en resultaten De decentralisaties hadden als overkoepelend doel om zorg en ondersteuning beter op lokale behoeften af te kunnen stemmen. Daarnaast wordt er meer aanspraak gemaakt op de eigen kracht van inwoners en hun sociale omgeving om participatie en zelfredzaamheid te bevorderen. Het is niet eenvoudig de maatschappelijke effecten van de verschillende inspanningen in het sociaal domein in kaart te brengen. Hoe verhouden de inspanningen binnen de drie wetten zich tot het bredere sociaal domein en de leefsituatie en -omgeving van inwoners en huishoudens? In deze paragraaf worden enkele outcome indicatoren gepresenteerd, die iets zeggen over het bereikte maatschappelijke resultaat en de realisatie van de doelen met betrekking op de Participatiewet.

Werkloosheidspercentage

3,7%

Huishoudens met problematische schulden

3,8%

11,9% 9,1%

Dordrecht 100.000 …

Dordrecht 100.000 … CBS | 2023

CBS | 2023

Er is binnen huishoudens een sterke samenhang tussen het ontvangen van bijstand en het hebben van problematische schulden. Vooral wanneer sprake is van langdurig laag inkomen, neemt de kans op problematische schulden toe. Niet zelden vloeit daar andere problematiek uit voort, zoals het gebruik van geestelijke gezondheidszorg (GGZ) en het gebruik van jeugdhulp.

29

5. Stapeling van voorzieningen 5.1 Huishoudens met en zonder zorg en ondersteuning In de gemeente Dordrecht waren er in het tweede halfjaar 2023 226 huishoudens per 1.000 inwoners met een voorziening in het sociaal domein in de gemeente.

Huishoudens zonder en met zorg en ondersteuning Dordrecht 77,4%

22,6%

100.000 - 300.000 inwoners 80,6% 0%

20%

40%

Zonder voorzieningen in sociaal domein (t.o.v. totaal hh.)

19,4% 60%

80%

100%

Met een voorziening in sociaal domein (t.o.v. totaal hh.) CBS GMSD Wmo | tweede halfjaar 2023

5.2 Stapeling in het sociaal domein Huishoudens kunnen meerdere voorzieningen naast elkaar ontvangen. Onder stapeling wordt het ontvangen en gebruiken van meerdere voorzieningen in dezelfde verslagperiode verstaan. Er is bijvoorbeeld sprake van stapeling wanneer een huishouden, bestaande uit twee ouders en een kind, zowel een voorziening uit de Jeugdwet ontvangt als een bijstandsuitkering op grond van de Participatiewet. Naast stapeling van voorzieningen van verschillende regelingen, kan het ook voorkomen dat een persoon meerdere Wmo-voorzieningen naast elkaar ontvangt zoals een rolstoel en hulp bij het huishouden. Stapeling geeft een indicatie van de (soms veelzijdige) problematiek van inwoners. De volgende figuren tonen de stapeling per voorziening en per domein in huishoudens in de verslagperiode.

30

Stapeling per voorziening per 1.000 huishoudens Dordrecht 111

64

28

13

6 5

100.000 - 300.000 inwoners 100 0

20

52

40

60

1 voorziening in sociaal domein

80

100

120

23 140

160

11 5 6 180

200

220

240

260

2 voorzieningen in sociaal domein 3 voorzieningen in sociaal domein 4 voorzieningen in sociaal domein 5 voorzieningen in sociaal domein 6 of meer voorzieningen in sociaal domein CBS GMSD Wmo | tweede halfjaar 2023

Stapeling per domein per 1.000 huishoudens Dordrecht 33

52

110

22

100.000 - 300.000 inwoners 32 0

20

46 40 Alleen Jeugd

97 60

Alleen P-wet

80

100 Alleen Wmo

120 Jeugd en P-wet

18 140

160

Jeugd en Wmo

180

200

P-wet en Wmo

220

240

260

Jeugd, P-wet en Wmo

CBS GMSD Wmo | tweede halfjaar 2023

Meer stapelingscijfers (bijvoorbeeld op cliëntniveau) zijn te vinden in de database. Op het wijkdashboard zijn de stapelingscijfers per wijk te vinden.

31

6. Bijlagen 6.1 Achtergronden bij de cijfers Gebruik van de monitor gegevens In dit rapport wordt informatie getoond ter ondersteuning van het gezamenlijke leer- en ontwikkelproces in het sociaal domein. De cijfers bieden een basis voor het noodzakelijke gesprek tussen bestuurders, beleidsmakers, uitvoerders, aanbieders, inwoners, etc. Ter ondersteuning van dit gesprek worden de gegevens van een gemeente in dit rapport vergeleken met de gegevens van gemeenten die een vergelijkbare grootteklasse hebben. Er worden op Waarstaatjegemeente.nl vijf grootteklassen onderscheiden: - <25.000 - 25.000-50.000 - 50.000-100.000 - 100.000-300.000 - >300.000 De referentiegroep in dit rapport staat vast. Voor de gemeente Dordrecht geldt de grootteklasse 100.000 - 300.000 inwoners. Op het hoofddashboard van de GMSD op Waarstaatjegemeente.nl kunnen ook andere vergelijkingen worden gemaakt, bijvoorbeeld met een andere gemeente, of op regio- of provincieniveau. Op het wijkdashboard kunnen wijken binnen een gemeente met elkaar worden vergeleken. In de database vindt u de volledige datasets van de Gemeentelijke Monitor Sociaal Domein en kunt u alle mogelijke vergelijkingen en presentaties maken. De vergelijking heeft altijd een signaalfunctie. Het is niet de bedoeling ranglijsten te maken. Gemeenten hebben diverse uitgangssituaties en maken hun eigen beleidskeuzes.

Het is daarom niet mogelijk om zondermeer een waardeoordeel aan de vergelijkingen te hangen. Een juist begrip van de context en de keuzes is noodzakelijk om de resultaten uit dit rapport goed te interpreteren en te gebruiken. Gebruikte bronnen De cijfers over de Wmo-maatwerkvoorzieningen zijn door gemeenten bij het CBS aangeleverd. Gemeenten doen dit op vrijwillige basis op grond van de VNG-resolutie van 18 juni 2014 om gezamenlijk een beeld op te bouwen van de resultaten van de transformatie in het Sociaal Domein. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor het controleren van de cijfers en besluiten om deze al dan niet te publiceren. Deze cijfers worden specifiek voor de Gemeentelijke Monitor Sociaal Domein uitgevraagd, maar worden door het CBS ook gebruikt voor onder meer de Monitor abonnementstarief. Tijdens de laatste uitvraag over het tweede halfjaar 2023 hebben 327 gemeenten hun cijfers gepubliceerd in dit rapport. Naast de specifiek door gemeenten aangeleverde informatie wordt in dit rapport gebruik gemaakt van cijfers die al beschikbaar zijn. Het gaat om o.a. de volgende bronnen: •

Het wettelijk verplichte Cliëntervaringsonderzoek Wmo.

• Cijfers over jeugdzorg, die op grond van de wettelijke verplichting beleidsinformatie jeugd door jeugdzorgaanbieders en gecertificeerde instellingen bij het CBS worden aangeleverd. • Cijfers over de Participatiewet-uitkeringen en re-integratievoorzieningen worden wettelijk verplicht door gemeenten bij het CBS aangeleverd via de Bijstandsuitkeringenstatistiek (BUS) en Statistiek Re-integratie door Gemeenten (SRG). •

De demografische gegevens van het CBS.

• De gezondheidscijfers uit de Gezondheidsmonitor die door de GGD'en, RIVM en CBS is uitgevoerd. Meer informatie over deze cijfers vindt u hier.

32

Actualisatie van de data De gegevens in dit rapport worden halfjaarlijks of jaarlijks geactualiseerd op basis van de aanlevering van gegevens door gemeenten en andere betrokken instellingen aan CBS. Bij iedere figuur en tabel in dit rapport geven we de datering van de gegevens weer. Extra toelichting bij de tabellen Hieronder vindt u ter ondersteuning van een juiste interpretatie van de cijfers, de nodige extra achtergrondinformatie. Referentiegroep Wmo Wanneer een gemeente Wmo-cijfers publiceert, dan worden deze cijfers vergeleken met de cijfers van andere gemeenten die Wmo-cijfers publiceren over dezelfde periode. Samenvoegen Wmo-voorzieningen Het komt regelmatig voor dat bij het CBS bestanden aangeleverd worden waarin van één persoon meerdere Wmo-records zitten van hetzelfde type productcode. Het gaat bijvoorbeeld om meerdere taxiritten binnen de productcategorie vervoersvoorzieningen. Het CBS voegt in dergelijke gevallen records samen tot voorzieningen van dezelfde productcategorie. Eind 2020 zijn de regels met betrekking tot toewijzingsnummers voor gemeenten veranderd. Ook zijn in die periode alle registraties afgesloten en opnieuw opgestart, wat naar verwachting gevolgen gaat hebben voor het aantal records dat per cliënt door gemeenten wordt aangeleverd. Daarom zijn de regels voor het samenvoegen van records na overleg tussen VNG en CBS aangescherpt.

Zie voor meer informatie www.cbs.nl/gmsd. Ontbrekende Wmo cijfers Als gemeenten over een bepaalde verslagperiode geen Wmo-cijfers hebben aangeleverd, dan is het mogelijk dat figuren in dit rapport ontbreken of kolommen in tabellen leeg blijven. Ook kan het zijn dat waarden te klein zijn om te kunnen publiceren, vanwege mogelijke herleidbaarheid tot personen (privacy). Nalevering en correctie Wmo-gegevens Gemeenten kunnen bij iedere aanleverronde de cijfers over de voorafgaande aanleverperiode corrigeren. Dit kan invloed hebben op eerder gepubliceerde gegevens. Na deze tweede aanleverperiode worden de cijfers definitief vastgesteld door het CBS. De hier gepubliceerde cijfers over het eerste halfjaar van 2023 zijn dan ook voorlopig. Bij publicatie van de cijfers over het tweede halfjaar van 2023 worden de cijfers van het eerste halfjaar van 2023 definitief vastgesteld. Dit geldt ook voor de cijfers uit de Beleidsinformatie Jeugd. Indeling personen en huishoudens Voor de indeling van personen en huishoudens in gemeenten wordt uitgegaan van de gemeentecode zoals die door de deelnemende gemeente bij CBS is aangeleverd. De indeling van personen en huishoudens naar gemeente bij de stapelingstabellen sociaal domein gebeurt op basis van het laatst bekende adres in de verslagperiode in de Basisregistratie Personen (BRP).

Wijkcijfers De cijfers van de wijken binnen een gemeente tellen niet altijd op tot het totaal van de gemeente. Dit komt omdat van sommige personen en huishoudens niet bepaald kan worden in welke wijk ze wonen. Relatieve cijfers De relatieve cijfers worden berekend per 1.000 inwoners ten opzichte van het totaal aantal inwoners in een gemeente. Bij berekeningen per doelgroep (zoals leeftijd, geslacht of etniciteit) worden de relatieve cijfers berekend per 1.000 inwoners ten opzichte van de doelgroep. Voorbeeld: Bij het aantal Wmo-maatwerkvoorzieningen uitgesplitst naar de leeftijdscategorie 75+ is het cijfer berekend ten opzichte van het aantal 75-plussers in de gemeente (en dus niet ten opzichte van het totaal aantal inwoners van de gemeente). Verantwoording Op Waarstaatjegemeente.nl kunt u data vinden over onder andere de Gemeentelijke Monitor Sociaal Domein. Als bezoeker heeft u keuze om aan te vinken vanuit welk demografisch vergelijkingsniveau u de cijfers zou willen zien. U kunt kiezen uit gemeentegrootte, provincie, gemeente etc. De keuze die u hierin maakt heeft effect op de gemiddelden en de correctheid/foutmarge van de berekende gemiddelden. Wanneer er gemiddelden worden berekend en er gekeken wordt naar

33

cijfers over de jaren heen, dan kan er een vertekend beeld ontstaan. Voor sommige gemeenten is namelijk niet altijd de halfjaarlijkse data beschikbaar. Hierdoor kan het voorkomen dat wanneer u bijvoorbeeld provincies met elkaar vergelijkt, dat u vanuit provincieperspectief over de jaren heen een daling ziet. Terwijl wanneer u de gemeenten afzonderlijk van elkaar zou bekijken, u een stijging zou zien per gemeente. Daarnaast bestaat een vergelijkingsgebied niet uit hetzelfde aantal gemeenten. Zo is het gemiddelde van een provincie, bestaand uit een klein aantal gemeenten, gevoeliger voor het aantal ontbrekende gemeentecijfers dan het gemiddelde van een provincie bestaand uit een groot aantal gemeenten. Bij een vergelijkingsgebied wordt namelijk alleen het gemiddelde berekend van de beschikbare getallen. Voorbeeld: Provincie X bestaat uit 4 gemeenten. Over de eerste helft van 2023 hebben alle gemeenten die deel uitmaken van de provincie cijfers aangeleverd over het aantal WMO-cliënten. Over de tweede helft van 2023 hebben drie van de vier gemeenten cijfers aangeleverd. Gemeente 3 (zie tabel hieronder) heeft geen cijfers aangeleverd. Als we bij iedere gemeente afzonderlijk naar het verschil kijken tussen de cijfers over de eerste helft van 2023 en de tweede helft van 2023, dan is er een toename te zien van het aantal Wmo-cliënten.

Wanneer we naar de cijfers kijken op provincieniveau, dan is er juist een daling zichtbaar van het aantal Wmo-cliënten in de tweede helft van 2023. Deze daling is het gevolg van het ontbreken van de data van gemeente 3.

Aantal inwoners

Aantal Wmo-cliënten eerste halfjaar 2023

Aantal Wmo-cliënten tweede halfjaar 2023

Gemeente 1

20.000

1.450

1.503

Gemeente 2

40.000

3.300

3.309

Gemeente 3

17.000

800

-

Gemeente 4

55.000

3.400

3.480

Provincie X

132.000

8.950

8.292

Afronding De cijfers 0 t/m 4 worden afgerond naar een 0 en de cijfers 5 t/m 9 worden afgerond naar een 10. Alle overige cijfers zijn afgerond op vijftallen. Hierdoor kan het voorkomen, dat de som van de detailgegevens afwijkt van het totaal. Wordt er in de opgevraagde tabel geen getal maar een "?" of "-" weergegeven, dan is het cijfer onbekend, onvoldoende betrouwbaar of niet toonbaar i.v.m. herleidbaarheid tot personen (privacy). De relatieve aantallen per 1.000 inwoners worden uitgerekend op basis van de afgeronde absolute aantallen. Hierdoor wordt voorkomen dat de relatieve aantallen zelf ook nog eens afgerond moeten worden op vijf- of tientallen vanuit privacyoverwegingen. Met name bij grote gemeenten zou afronding van de relatieve cijfers een nodeloze verslechtering zijn van de nauwkeurigheid.

34

6.2 Begrippenlijst Begrip

Definitie

Activiteiten in het preventieve justitiële kader

De activiteiten die gecertificeerde instellingen (GI’s) uitvoeren in het preventief justitieel kader (PJK), ook wel drangkader genoemd. Deze specifieke preventieve- en nazorgactiviteiten die zich in het veld van de vrijwillige hulpverlening afspelen betreffen geen jeugdhulp, maar activiteiten die uitgaan van de inzet van de specifieke expertise van de gecertificeerde instelling om (opnieuw) een maatregel jeugdbescherming of jeugdreclassering te voorkomen.

Algemene voorziening

Onder algemene voorzieningen vallen diensten of activiteiten binnen de Wmo die voor iedere inwoner van een gemeente beschikbaar zijn, zonder voorafgaand onderzoek naar de behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden van de gebruiker. De gemeente kan hiervoor een bijdrage in de kosten vragen. Voorbeelden van algemene voorzieningen zijn een maaltijdservice of activiteiten in een buurthuis.

AOW-leeftijd

De AOW-leeftijd, ook AOW-gerechtigde leeftijd genoemd, is de pensioengerechtigde leeftijd in het kader van de Algemene Ouderdomswet (AOW). De AOW-leeftijd hangt af van de levensverwachting.

Arbeidsdeelname

Mate waarin een persoon, behorende tot de beroepsbevolking van 15 tot 75 jaar, werkzaam is of niet.

Begeleiding op werkkring/jobcoach

Dit is een type re-integratie-/participatievoorziening. Het omvat alle vormen van begeleiding op de werkplek, voor zowel arbeidsbeperkten als niet-arbeidsbeperkten, door een interne (van het bedrijf waar de werknemer werkt), externe of gemeentelijke begeleider

Begeleiding

Wmo voorziening uit de categorie ondersteuning thuis. Bij begeleiding leert een cliënt om allerlei dagelijkse handelingen zelf te doen, of krijgt ondersteuning hierbij. Deze hulp wordt meestal ingezet in het geval van psychische problemen, een verstandelijke of een zintuigelijke beperking. Begeleiding kan gaan over ondersteuning bieden bij het plannen en organiseren van de dag, het omgaan met een ziekte of beperking, geldzaken en administratie, of het dagelijks leven thuis.

Begrote kosten

Kosten zoals die in een begroting zijn opgenomen. Begrote kosten geven enerzijds een verwachting aan, maar tegelijk zijn ze een norm die niet overschreden mag worden.

Beroepsbevolking

Personen tussen de 15 en 75 jaar die betaald werk hebben (werkzame beroepsbevolking), of die geen betaald werk hebben, recent naar betaald werk hebben gezocht en daarvoor direct beschikbaar zijn (werkloze beroepsbevolking). Deze definitie heeft betrekking op personen die in Nederland wonen (exclusief de institutionele bevolking).

Beschermd wonen

Beschermd wonen is voor mensen met psychische of psychosociale problemen die niet zelfstandig kunnen wonen en een beschermde en veilige woonplek nodig hebben. Cliënten wonen in een beschermde woonvorm, zoals een gezinsvervangend tehuis. Via beschermd wonen krijgen ze ook de begeleiding die ze nodig hebben.

Bijstand

Uitkering op grond van de Participatiewet en is er voor mensen die niet genoeg geld hebben om in hun levensonderhoud te voorzien. En die niet in aanmerking komen voor een andere uitkering. Met een bijstandsuitkering kunnen zij de periode overbruggen totdat zij weer betaald werk vinden.

Bijstandsgerelateerde uitkering.

Een bijstandsgerelateerde uitkering is een uitkering die onder de wetten IOAW (Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers), IOAZ (Wet Inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen) en Bbz (Bijstand voor zelfstandigen) valt.

Bijstandsuitkering

Een bijstandsuitkering is onder de Participatiewet vallende wettelijk geregelde financiële hulp aan mensen die over onvoldoende middelen beschikken om in hun eigen onderhoud te kunnen voorzien

Chronische aandoening

Aandoening uit een lijst van in totaal dertig chronische aandoeningen zoals diabetes, COPD, hart- en vaatziekten, reuma en kanker.

Coaching naar werk of naar participatie

Type re-integratie-/participatievoorziening, waarbij een persoon buiten een arbeidsbetrekking naar werk of naar participatie (in de maatschappij) wordt toe begeleid. Op het moment van inzet van de voorziening heeft de persoon dus nog geen werk. De coaching is gericht op het opdoen van persoonlijke of werk-gerelateerde vaardigheden/competenties en vindt plaats in een een-op-een situatie. De voorziening kan worden ingezet voor zowel kort- als langdurig werklozen.

Dagbesteding

Wmo voorziening uit de categorie ondersteuning thuis. Dagbesteding is een vorm van begeleiding, maar dan in groepsverband. Doel is een zinvolle invulling van de dag. Bijvoorbeeld met aangepast werk, activiteiten of dagopvang.

Eenzaamheid

Percentage van de volwassenen (19+) met hoge emotionele/sociale eenzaamheidsscore (volwassenen 19+). De eenzaamheidsschaal bestaat uit elf uitspraken over emotionele eenzaamheid en sociale eenzaamheid. Voorafgaand aan de uitspraken staat de vraag: 'Wilt u van elk van de volgende uitspraken aangeven in hoeverre die op u, zoals u de laatste tijd bent, van toepassing is?', met de toelichting 'U kunt antwoorden met nee, min of meer, ja'. Iemand is sociaal of emotioneel eenzaam als diegene op minstens twee van de bijbehorende items ongunstig scoort. Iemand is eenzaam bij minstens drie ongunstige scores op alle items.

Eigen kracht

Je eigen leven kunnen vormgeven en problemen zelf kunnen oplossen. In de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) staat dat burgers een eigen verantwoordelijkheid hebben voor hoe ze hun leven inrichten.

Gerealiseerde kosten

De werkelijke kosten, die gemaakt zijn.

Gestart advies

Een op de behoefte van de adviesvrager afgestemde set van aanwijzingen, raadgevingen en tips die Veilig Thuis met de adviesvrager deelt, met als doel de adviesvrager in staat te stellen zelf verder te kunnen handelen in situaties van huiselijk geweld en/of kindermishandeling of bij een vermoeden daarvan. De adviesvrager blijft zelf verantwoordelijk voor eventuele verdere stappen, Veilig Thuis onderneemt geen enkele verdere actie richting de directbetrokkenen bij het huiselijk geweld of de kindermishandeling.

Grijze druk

De verhouding tussen het aantal personen van 65 jaar of ouder en het aantal personen van 20 tot 65 jaar. Dit cijfer geeft inzicht in de verhouding van de ouderen tot het werkende deel van de bevolking

35

Begrip

Definitie

Huishouden (particulier)

Eén of meer personen die samen een woonruimte bewonen en zichzelf niet-bedrijfsmatig voorzien van de dagelijkse behoeften.

Hulp bij het huishouden

Huishoudelijke hulp is bijvoorbeeld hulp bij het schoonmaken, opruimen of de afwas doen.

Hulpmiddelen en diensten

Onder hulpmiddelen en diensten vallen de productcategorieën woondiensten, vervoersdiensten, rolstoelen, vervoersvoorzieningen, woonvoorzieningen en overige hulpmiddelen

Jeugdbescherming

Jeugdbescherming is een maatregel die de rechter dwingend oplegt wanneer een gezonde en veilige ontwikkeling van een kind of jongere in de leeftijd van 0 tot 18 jaar (ernstig) wordt bedreigd en vrijwillige hulp niet (voldoende) helpt.

Jeugdhulp met verblijf

Er is sprake van jeugdhulp met verblijf als de jongere formeel niet thuis slaapt bij het eigen gezin. Het gaat daarom alleen om verblijfsvormen waarbij sprake is van een overnachting, zoals opvang in een pleeggezin, gezinsgerichte opvang of een vorm van gesloten jeugdhulp. Ook verblijf in logeerhuizen, alleen tijdens weekenden of juist doordeweeks, valt eronder.

Jeugdhulp zonder verblijf

Het betreft hulp en zorg aan jongeren en hun ouders bij psychische, psychosociale en of gedragsproblemen, een verstandelijke beperking van de jongere, of opvoedingsproblemen van de ouders. De jongere verblijft thuis, in het eigen gezin. Of anders gezegd, de jongere slaapt thuis.

Jeugdreclassering

Jeugdreclassering is begeleiding voor jongeren die met de politie in aanraking zijn geweest en een proces verbaal hebben gehad. Jeugdreclassering is een vorm van jeugdzorg waarbij de jongere wordt geholpen, begeleid en gecontroleerd. Het doel van jeugdreclassering is om in samenwerking met ouder(s) of netwerk, recidive te voorkomen door positieve levensdoelen op te stellen en kansen te creëren voor de jongere in de maatschappij. Jeugdreclassering is er voor jongeren tussen de 12 en 23 jaar.

Jeugdwet

De Jeugdwet houdt in dat gemeenten hulp moeten bieden bij het opgroeien, de zelfredzaamheid of deelname aan de maatschappij als de jeugdige of ouders dit nodig hebben

Jeugdzorgtraject

Een jeugdzorgtraject is een periode waarin een bepaalde vorm van hulp of zorg wordt verleend binnen de Jeugdwet. Wanneer een jongere meerdere vormen van hulp of zorg ontvangt heeft deze ook meerdere trajecten.

Jongere

De bevolking van 15 tot 25 jaar (exclusief de institutionele bevolking).

Kinderbeschermingsmaatregelen

Een rechter kan twee maatregelen ter bescherming van uw kind opleggen: 1) een ondertoezichtstelling (ots) waarbij u verplicht hulp en ondersteuning bij het opvoeden krijgt of; 2) een gezagsbeëindigende maatregel waarbij u het gezag over uw kind verliest.

Kindermishandeling

Elke vorm van mishandeling die voor een kind bedreigend of gewelddadig is. Dus niet alleen lichamelijk geweld, maar ook bijvoorbeeld emotionele mishandeling of verwaarlozing vallen eronder.

Kortdurend verblijf

Wmo voorziening uit de categorie ondersteuning thuis. Kortdurend verblijf is bedoeld voor mensen die thuis worden verzorgd door een mantelzorger en niet alleen thuis kunnen zijn. De cliënt verblijft dan kortdurend in een instelling, zodat de mantelzorger(s) even ‘op adem’ kunnen komen. Na het verblijf in de instelling pakken de mantelzorgers de zorg weer op.

Leeftijd

Het aantal gehele jaren dat op 1 januari van het jaar van waarneming is verstreken sinds de geboortedatum van de persoon.

Leerling

Persoon die les krijgt aan een instelling voor basis- of voortgezet onderwijs

Levensverwachting

De levensverwachting betreft de gemiddelde leeftijd die een levendgeborene uit het betreffende jaar naar verwachting zal bereiken. Met levensverwachting wordt levensverwachting bij geboorte bedoeld.

Loonkostensubsidie (Participatiewet)

Dit is een type re-integratie-/participatievoorziening. De loonkostensubsidie op grond van de Participatiewet is een subsidie die een werkgever krijgt als ondersteuning om een persoon in dienst te nemen, die een arbeidsvermogen heeft dat onder het wettelijk minimumloon (WML) ligt. Deze subsidie kan langdurig worden ingezet. Naast de loonkostensubsidie op grond van de Participatiewet zijn er nog twee andere soorten loonkostensubsidies: de 'Forfaitaire loonkostensubsidie' en de 'Tijdelijke loonkostensubsidie'. Deze kunnen niet langdurig ingezet worden

Maatwerkvoorziening (Wmo)

Een maatwerkvoorziening is een vorm van specialistische ondersteuning binnen het kader van de Wmo, afgestemd op de situatie van een cliënt. Voor een maatwerkvoorziening wordt verstrekt, doet een gemeente daarvoor eerst een diepgaand onderzoek naar de persoonlijke situatie van een cliënt.

Mantelzorg

Mantelzorg is de zorg die u ontvangt van een bekende uit uw omgeving, zoals uw partner, ouders, kind, buren of vrienden, als u voor langere tijd ziek, hulpbehoevend of gehandicapt bent. Deze zorg kan bestaan uit het huishouden doen, wassen en aankleden, gezelschap houden, vervoer, geldzaken regelen, enzovoorts. Mantelzorg wordt niet betaald. Een vrijwilliger vanuit een vrijwilligerscentrale is geen mantelzorger.

Ondersteuning thuis

Onder ondersteuning thuis vallen de productcategorieën begeleiding, persoonlijke verzorging, kortdurend verblijf, overige ondersteuning gericht op het individu of huishouden, dagbesteding en overige groepsgerichte ondersteuning.

Ontvangen melding

Het kenbaar maken aan Veilig Thuis van een situatie of vermoeden van huiselijk geweld en/of kindermishandeling met vermelding van de persoonsgegevens van de betrokkene(n). Het verschil met een advies is dat bij een melding de verantwoordelijkheid voor het zicht op de veiligheid van de directbetrokkenen is overgedragen van de melder aan Veilig Thuis.

Opleidingsniveau

Het niveau van de hoogste met succes gevolgde opleiding. Ook opleidingen die zijn gevolgd zonder het diploma te hebben behaald, tellen mee bij de bepaling van het behaald onderwijsniveau. In dat geval wordt het niveau toegekend van het diploma dat nodig is om toegelaten te worden tot de opleiding.

Overig (Hoofdcategorie Wmo)

Onder overig vallen alle voorzieningen die niet in een van de vier hoofdcategorieën zijn in te delen en de generieke toewijzing. Bij een generieke toewijzing wordt geen productcategorie toegeschreven, en wordt alleen het maximum bedrag in het budget aangegeven dat in de betreffende periode aan zorg of ondersteuning gedeclareerd mag worden. Een zorgaanbieder mag zelf bepalen welke producten worden ingezet.

Participatiewet

Iedereen die kan werken maar het op de arbeidsmarkt zonder ondersteuning niet redt, valt onder de Participatiewet. De wet moet ervoor zorgen dat meer mensen werk vinden, ook mensen met een arbeidsbeperking.

Percentielgroep

De toekenning aan percentielgroepen is gebaseerd op alle particuliere huishoudens in Nederland. Deze worden van laag naar hoog gerangschikt op vermogen en vervolgens ingedeeld in honderd opeenvolgende groepen van gelijke omvang: de percentielgroepen.

36

Begrip

Definitie

Persoonlijke verzorging

Wmo voorziening uit de categorie ondersteuning thuis. Persoonlijke verzorging is hulp bij het opstaan, douchen, aankleden, naar het toilet gaan, tanden poetsen enzovoort. Er is sprake van persoonlijke verzorging onder de Wmo wanneer er geen sprake is van een geneeskundige context. Men noemt dit dan ook wel adl-hulp: hulp bij algemene dagelijkse levensverrichtingen.

Problematische schuld

Een problematische schuldsituatie is de situatie waarin te voorzien is dat een natuurlijke persoon schulden niet zal kunnen blijven afbetalen of is gestopt met afbetalen. Een huishouden met problematische schulden is een huishouden waarvan ten minste één persoon in het huishouden voldoet aan de criteria voor ten minste één van de beschikbare registraties met informatie over schulden.

Reden beëindiging

Binnen het berichtenverkeer worden jeugdzorgtrajecten beëindigd middels een Stop Zorg bericht, waarbij kan worden aangegeven wat de reden van wijziging of beëindiging van de betreffende levering is.

Re-integratievoorziening

Onder de participatiewet zijn gemeenten samen met de bijstandsgerechtigde verantwoordelijk voor re-integratie. Een bijstandsgerechtigde heeft een re-integratieplicht en moet vaak verplicht deelnemen aan een re-integratietraject. Gemeenten bieden daarvoor verschillende re-integratievoorzieningen, die erop gericht zijn om kennis en werkervaring op te doen en zo de kans op het vinden van een betaalde baan te vergroten. De gegevens van deen gemeente worden vergeleken met de gegevens van gemeenten die een vergelijkbare grootteklasse hebben op basis van inwoneraantal. Er worden op Waarstaatjegemeente.nl vijf grootteklassen onderscheiden:

Referentiegroep

<25.000 25.000-50.000 50.000-100.000 100.000-300.000 >300.000

Rolstoelen (Wmo voorziening)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/774/documents/35304