CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Gemeentelijk advies Herziene aanvraag combi TFA en DFA PFPrA en TFPrA water def.pdf

Dordtse Dinsdag – Beeld- en oordeelsvormende commissies 12 november 2024, gemeente DordrechtBij agendapunt: 3: Kennissessie Chemours (Agenderingsverzoek GL over Voortgang en actualiteit op het Chemours-dossier)2.998 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Gemeente Dordrecht

DCMR Milieudienst Rijnmond Parallelweg 1 3112 NA Schiedam

Spuiboulevard 300 DORDRECHT Postbus 8 3300 AA Dordrecht www.dordrecht.nl Contactpersoon Stan Vaessen T 0654384721 E cm.vaessen@dordrecht.nl

Datum Betreft

Uw kenmerk Ons zaaknummer

4 september 2024 Gemeentelijk advies Aanvraag lozingseisen TFA, DFA, PFPrA, TFPrA, HFPO-DA, 6:2 FTS, en overige PFAS/ Toelichting op aanvraag omgevingsvergunning (onderdeel milieu) en watervergunning/Chemours Netherlands B.V./Aanvraag van 12 juli 2024 OLO nummer: 8233003, DCMR zaaknummer: 2374251 2024-0092516

Geachte heer/mevrouw, U heeft ons uitgenodigd om een advies te geven op bovenvermelde aanvraag van Chemours. Het gaat hierbij om een ingediende aanvraag met OLO nummer 8233003. Het zaaknummer van Dordrecht is 2024-0092516, Papendrecht 20240084545, en van Molenlanden 1222277. U ontvangt hierbij de reactie namens de gemeente Dordrecht, Papendrecht, Sliedrecht en Molenlanden. 1. Standpunt samengevat Ons standpunt is samengevat als volgt. De gemeenten geven het advies géén vergunningen te verlenen voor de lozing van de stoffen DFA, PFPrA en TFPrA. Gezien de eigenschappen van deze stoffen en het feit, dat deze op de potentiële ZZS-lijst zijn geplaatst, is het voor de gemeenten onwenselijk, dat deze stoffen via lozing in de leefomgeving en mogelijk in het drinkwater komen. Daar komt bij dat het verlenen van een vergunning op gespannen voet staat met het verbeteringsvereiste van de Kaderrichtlijn Water (KRW). Verder stellen wij vast dat de aanvraag essentiële informatie mist, en zij daarom (nog) niet in behandeling genomen kan worden. Mocht Chemours -na daartoe in de gelegenheid gesteld te zijn- de gebreken in de aanvraag wegnemen, dan stellen de gemeenten zich op het standpunt, dat aan de vergunningen strikte voorwaarden worden verbonden en deze vergunningen slechts voor beperkte tijd worden verleend. In deze brief wordt ons advies nader toegelicht. 2.

Achtergrond De aanvraag ziet op nog niet vergunde PFAS in afvalwater te mogen lozen via directe lozing alswel via indirecte lozing. Deels voorbehandeld afvalwater van Chemours wordt als indirecte lozing afgevoerd naar de waterzuiveringsinstallatie Hollandse Delta. Een ander deel wordt als directe lozing rechtstreeks geloosd op de Beneden Merwede. De voorliggende aanvraag ziet dus op zowel de indirecte als directe lozing van afvalwater. 3. Vergunningsituatie De volgende vergunningen zijn nu van kracht: 1. Revisievergunning op grond van de Wabo (kenmerk: 2013023603, d.d. 3 oktober 2013); 2. Vergunning op grond van de Waterwet (kenmerk: RWS-2022/31317, d.d. 11 oktober 2022); 3. Vergunning op grond van de Wet natuurbescherming (Wnb) (kenmerk: ODH-2018-00131914, d.d. 31 oktober 2018). De nieuwe Wabo-revisievergunning van 14 oktober 2022 is nog niet van kracht als gevolg van een, op verzoek van Chemours, uitgesproken schorsing door de rechtbank Den Haag.

Een relevante wijziging van de vergunning op grond van de Waterwet heeft betrekking op de nieuwe waterzuiveringsinstallatie van 2 juni 2021, ook wel “Aquarius” genoemd. Nadien is een aantal ambtshalve wijzigingen verleend. De hiervoor genoemde opsomming is dus niet compleet. Deelconclusie 1: de aanvraag dient op dit punt gecompleteerd te worden. 4. Aanvraag Per 1 januari 2024 is de Omgevingswet van kracht geworden. Desalniettemin heeft Chemours ervoor gekozen de voorliggende aanvraag in te dienen in het kader van de oude wetgeving zonder hiervoor argumenten aan te dragen. De hier voorliggende aanvraag dateert van 12 juli 2024, zodat niet in valt te zien waarom deze aanvraag niet in het kader van de Omgevingswet is ingediend. Dat de hiervoor vermelde vergunningen nog zijn afgegeven voordat de Omgevingswet in werking trad, is hiervoor geen adequate onderbouwing. Dit is niet alleen formeel van belang, maar ook omdat in de Omgevingswet onder andere de zorgplicht van kracht is geworden. Ook is in de Omgevingswet gezondheid een belangrijk toetsingskader geworden. Tot slot wordt nog opgemerkt, dat Chemours wel eerder een aanvraag heeft ingediend voor het vergunnen van tot nog toe niet geïdentificeerde PFAS, echter deze bleken ernstig incompleet. Zie ons advies van 7 februari 2024. De nu aan de orde zijnde aanvraag van 12 juni 2024 kan niet worden gezien als een aanvulling.

Daarvoor is de reikwijdte te verschillend. In de aanvraag van 12 juni 2024 noemt Chemours de eerdere aanvragen ook niet. Deelconclusie 2: de nu voorliggende aanvraag is te beschouwen als een nieuwe aanvraag van na 1 januari 2024 en dient conform de eisen van de Omgevingswet te worden ingediend en beoordeeld. 5. Paragrafen met onderbouwing 5.1 Lozingen zijn nooit impliciet vergund zoals door Chemours wordt gesteld Chemours vraagt de lozing aan van vijfendertig stoffen, bijna allemaal PFAS, veelal ZZS en p-ZZS. De korte keten TFA, DFA, PFPrA en TFPrA staan opgesomd in tabel 2.1 van de aanvraag: totaal 45,6 kg/jaar aan directe en indirecte lozingen. De in tabel 2.3 opgesomde 31 stoffen worden aangevraagd als directe lozing op de Beneden Merwede. Uit de tabel blijkt dat ruim 1.600 gram te lozen PFAS wordt aangevraagd, waarbij het grotendeels gaat om de volgende stoffen: HFPO-DA (ofwel FRD/ GenX), PFOA en 6:2 FTS, alle drie dispergeermiddelen. Op pagina 8/33 van de aanvraag wordt gesteld dat de aanwezigheid van TFA, DFA, PFPrA en TFPrA in de indirecte en directe lozingen al impliciet zou zijn toegestaan. Quote van voetnoot 1: “Chemours meent dat de lozing van deze stoffen reeds is toegestaan en dient daarmee strikt genomen onverplicht deze vergunningaanvraag in”. Deze stelling wordt niet onderbouwd en is juridisch gezien onjuist. Hierover is recente jurisprudentie beschikbaar1.

Deelconclusie 3: de lozing van deze vier stoffen is nooit aangevraagd noch getoetst. Het gedogen van de lozing van deze vier stoffen is -wat ons betreft- niet aan de orde. Hier dient zo snel mogelijk een einde aan de komen door het stoppen van de lozingen. 5.2 ZZS-toetsing ontbreekt Chemours vraagt de lozing aan van vijfendertig stoffen, bijna allemaal PFAS. In de tekst van de aanvraag ontbreekt een beschouwing van de aanvraag m.b.t. ZZS en p-ZZS. Wellicht is Chemours van mening dat onder de oude Waterwet de minimalisatieverplichting niet van toepassing was. Dit is dan een misvatting. Onder de Omgevingswet is de minimalisatieverplichting voor ZZS ook van toepassing. Met betrekking tot p-ZZS geldt onder de Omgevingswet een zorgplicht. Dit had in de aanvraag mee moeten worden genomen. In Bijlage IV met de Drinkwatertoets is de kolom met de vraag of een stof een ZZS is: “ZZS (ja/nee?)” niet ingevuld, ten onrechte.

1

Verwezen wordt ten eerste naar de uitspraak met vindplaats ECLI:NL:RBLIM:2017:10047. Uit r.o. 9 en 10 komt naar voren dat een lozing voor het brengen van stoffen in het oppervlaktewater moet worden aangevraagd voor specifieke stoffen. In de onderhavige situatie is geen aanvraag gedaan voor de genoemde vier stoffen. De lozing van deze stoffen is daarom niet vergund. In de uitspraak met vindplaats ECLI:NL:RBLIM:2017:10048, r.o.8, is daarom overwogen dat voor handhaving op grond van art. 6.2 Waterwet een grondslag bestaat als een stof wordt geloosd die niet expliciet in een vergunning of aanvraag is genoemd. De Afdeling bevestigt dat in r.o. 4.5-5 van de uitspraak met vindplaats ECLI:NL:RVS:2019:3478 2/6

Deelconclusie 4: de aanvraag dient derhalve door Chemours te worden gecompleteerd met een hoofdstuk over de implicaties van de minimalisatieverplichting voor ZZS op de voorliggende aanvraag. 5.3 Onjuiste Milieukwaliteitsnormen voor PFAS Hieronder volgt tabel 3.4 opgenomen in de aanvraag:

Voor PFOA, PFOS en Gen-X zijn nieuwe indicatieve normen afgegeven door RIVM2: Quote: “Voor de drie PFAS waarvoor in Nederland al normen voor oppervlaktewater bestaan, zijn de nieuwe risicogrenzen: 0,3 nanogram per liter voor PFOA, 7 picogram per liter voor PFOS en 10 nanogram per liter voor HFPO-DA (GenX). Deze nieuwe risicogrenzen zijn veel lager dan de bestaande waterkwaliteitsnormen voor deze PFAS. Dat komt omdat de stoffen volgens EFSA giftiger zijn dan eerder bekend was. Hierdoor is er bij lagere concentraties een kans op schadelijke gevolgen”. Deelconclusie 5: onduidelijk is waarom Chemours van sterk verouderde normen uitgaat. Overigens is het door Chemours genoemde “RIVM rapport advies 16227 - advies vier fluorverbindingen” onvindbaar. 5.4 Toetsing aan de Kaderrichtlijn Water (KRW) ontbreekt De doelen van de KRW moeten in 2028 zijn gehaald. In de KRW is ook een verslechteringsverbod ogenomen vanaf 2009 én een inspanningsverplichting tot verbetering vanaf 2015. Ook schrijft artikel 7 lid 3 van de KRW voor, dat het niveau van zuivering dat voor de productie van drinkwater is vereist, verlaagd moet worden. Hoe meer PFAS er in het oppervlaktewater aanwezig is, des te hoger de zuiveringsinspanning van drinkwaterbedrijven, hetgeen strijdig is met de KRW.

Deelconclusie 6: op grond hiervan is de aanvraag, zoals deze nu voorligt, niet vergunbaar op grond van verplichtingen in de KRW, die op dit moment al enige jaren van toepassing zijn. Mogelijk is een tussenoplossing dat de nu vergunde lozingen in de vergunningen van 2022/2023 fors worden teruggeschroefd.

2

https://www.rivm.nl/publicaties/risicogrenzen-voor-pfas-in-oppervlaktewater-doorvertaling-van-gezondheidskundige#:~:text=Voor%20de%20drie%20PFAS%20waarvoor,bestaande%20waterkwaliteitsnormen%20voor%20deze%20PFAS. 3/6

5.5 De lozingen van Chemours versterken de problemen met PFAS-overschrijdingen in drinkwater Op pagina 33 van de aanvraag is tabel 3.8 opgenomen:

PFOA-equivalenten (PEQ) worden berekend middels de Relatieve Potentie Factoren (RPF’s) voor toxiciteit van de andere PFAS ten opzichte van PFOA. De concentraties van de individuele PFAS worden vermenigvuldigd met hun RPF en vervolgens gesommeerd. Met deze som van PFOA-equivalenten wordt de drinkwatertoets uitgevoerd. Chemours heeft hier alleen PFAS meegenomen, die voldoen aan de definitie van ‘Som van PFAS’, zoals vastgelegd in de Europese Drinkwaterrichtlijn en waarvoor een maximale parameterwaarde van 0,1 μg/L in drinkwater geldt. De korte keten PFAS, zoals TFA, vallen volgens Chemours buiten deze definitie “aangezien deze niet in beeld waren bij de meest recente herziening van de Drinkwaterrichtlijn en recente inzichten hebben aangetoond dat alleen TFA al in concentraties van 0,1 - 1 μg/L voorkomt in drinkwater binnen verschillende Europese landen”. Chemours neemt TFA dus nog niet mee in de toetsing, omdat de Europese Commissie hierin achterloopt. Echter, het zal duidelijk zijn dat dit toxicologisch gezien ongewenst is. Maar zelfs met deze beperkte benadering, waarbij dus niet alle gifstoffen zijn meegerekend, blijkt dat er nu al grote problemen zijn met betrekking tot de kwaliteit van het ingenomen water ten behoeve van drinkwater. De overschrijdingen zijn dus in werkelijkheid nog aanzienlijk groter dan hierboven in tabel 3.8 uit de aanvraag is weergegeven.

Hoe ernstig de situatie nu al is blijkt ook uit de aanvraag zelf3: “De achtergrondconcentratie van de som PEQ is berekend op ca. 21 ng/l. De achtergrondconcentratie overschrijdt dus al de norm van 4,4 ng/l PEQ”. Op pagina 32/33 geeft Chemours aan grote bezwaren te hebben tegen de wijze van rekenen van PEQ. Dat is in het kader van de voorliggende aanvraag niet relevant en dient buiten beschouwing te blijven. Deelconclusie 7: Elke toename van de concentratie van PFAS is ongewenst, omdat in Nederland en specifiek in de regio Dordrecht een grote groep inwoners afhankelijk is van uit oppervlaktewater bereid drinkwater. 5.6 Scheiding van proceswater en hemelwater Een belangrijk indirect lozingspunt naar het riool (MP75) is een gecombineerde proceswater- en hemelwater afvoer. Al sinds de jaren ‘90 van de vorige eeuw geldt de verplichting in de industrie om deze beide stromen te scheiden. Onduidelijk is waarom Chemours nog steeds gecombineerde stromen afvoert. De aanvraag geeft hierover geen informatie.

3

Pagina 32/33 van de aanvraag 4/6

Deelconclusie 8: De juiste volgorde is: optimaliseer eerst de afvalstromen met scheiding van hemelwater en proceswater, en identificeer c.q. selecteer daarna de technieken om de geconcentreerde reststromen volledig te ontdoen van PFAS. Deelconclusie 9: Onze conclusie is dat niet alleen “latente ruimte4” in de bestaande lozingsvergunningen kan worden geschrapt, zoals door Chemours voorgesteld, maar dat ook de werkelijke emissies van PFAS zo snel mogelijk omlaag moeten met als doel een nulemissie. 5.7 Vergunning alleen verlenen voor bepaalde tijd In Nederland worden milieuvergunningen in principe verleend voor onbepaalde tijd. In een aantal Europese landen is dat anders: daar worden vergunningen verleend voor een bepaalde tijd. Redenen hiervoor kunnen zijn dat bijvoorbeeld inzicht in schadelijke effecten van de lozingen en/of ontwikkelingen in de Best Beschikbare Technieken (BBT) nopen tot een herziening van een vergunning. Zeker in het kader van de Kaderrichtlijn Water, in combinatie met het gegeven dat het hier om lozingen van PFAS gaat, is dit van belang. Immers, de ontwikkeling met betrekking tot de inzichten in schadelijkheid van PFAS schrijden nog steeds voort. Zie bijvoorbeeld het RIVM-rapport dat genoemd is in voetnoot 2. Ook ontwikkelt de techniek zich snel.

Verder dient te worden vermeld dat in Europees verband wordt gestreefd naar vrijwel volledige uitfasering van PFAS. In dit verband is ook van belang dat de Europese Commissie Nederland eind juli 2024 een aanmaningsbrief5 heeft gestuurd en daarmee een eerste stap heeft gezet naar een inbreukprocedure tegen Nederland. Een van de punten van kritiek van de Commissie is dat vergunningen in Nederland in de regel voor onbepaalde tijd worden verleend. De Commissie vindt dat onterecht. Nederland heeft twee maanden de tijd (dus tot eind september 2024) om te reageren en de door de Commissie vastgestelde tekortkomingen aan te pakken. Verder is van belang dat de stoffen in de aangevraagde lozingen nooit afbreken waardoor juist bij deze stoffen cumulatie in tijd een reden is om alleen een vergunning voor een beperkte tijd af te geven. Deelconclusie 10: evident is dat, als er al een vergunning wordt verleend voor de aangevraagde stoffen, deze vergunning alleen voor bepaalde tijd kan worden verleend. 5.8 Ook concentratienormen in combinatie met vrachtnormen Chemours vraagt expliciet om uitsluitend jaarvrachtnormen. Dit is een groot nadeel voor de handhaving van een vergunning. Vooral als het gaat om jaarvrachten gaat er teveel tijd (vaak wel 1,5 jaar) overheen voordat een handhavingsactie kan worden opgestart.

Deelconclusie 11: er dienen adequate concentratienormen te worden opgenomen met normering voor individuele monsters, die aansluit bij een adequate monitoring van de lozingen. Dit in aanvulling op maandelijkse vrachtnormen, die dan ook maandelijks moeten worden gerapporteerd. 5.9 Monitoringsplan In paragraaf 2.4 van de aanvraag wordt een zeer summier en niet onderbouwd “meet- en beheersplan” voorgesteld. Met name eenmaal per maand bemonsteren kan niet worden gezien als een adequate wijze van monitoring van ZZS dan wel p-ZZS. Deelconclusie 12: de door Chemours voorgestelde monitoring frequentie is onvoldoende. Onduidelijk is of de door Chemours genoemde detectiegrenzen wel overeenkomen met de op dit moment gangbare detectiegrenzen. 5.10 Heeft Chemours wel alle relevante technieken onderzocht? Het Vlaams kenniscentrum voor Best Beschikbare Technieken (VITO) heeft in december 2023 een rapport gepubliceerd met een overzicht van Best Beschikbare Technieken voor de zuivering van met PFAS belast afvalwater en bemalingswater6. Chemours refereert met name aan m.b.t. PFAS verouderde BREFs (Best Beschikbare Technieken referentiedocumenten) en noemt op pagina 18 alleen de “final draft” van het VITO-rapport. Deze finale studie ontbreekt ten onrechte in tabel 2.4 4

Vergunde lozing minus gerealiseerde lozing https://ecer.minbuza.nl/-/inbreukenpakket-juli-2024-nederland-betrokken-bij-zeven-zaken 6 https://emis.vito.be/nl/bbt/publicaties/bbtbref-en-andere-publicaties/pfas-waterzuiveringstechnieken 5/6 5

van de aanvraag. Nergens blijkt dat hieraan serieus is getoetst. Deelconclusie 13: onduidelijk is of Chemours wel alle relevante technieken heeft onderzocht. 5.11 Waar gaan geconcentreerde afvalstromen naar toe? Zowel bij actiefkoolfiltratie als bij Omgekeerde Osmose (RO) ontstaan geconcentreerde afvalstromen. Deelconclusie 14: Chemours geeft niet aan wat met deze afvalstromen wordt gedaan en/of waarnaar deze afvalstromen worden afgevoerd. 5.12 Chemours rapporteert nog steeds niet over gerealiseerde PFAS-uitstoot naar lucht en water Al vaker is door ons opgemerkt, dat de DCMR aan Chemours de verplichting dient op te leggen dat emissies van PFAS naar de lucht en het water per stof dienen te worden gerapporteerd. Uit de rapportage over 2022 blijkt, dat dit nog steeds niet gebeurt. Deelconclusie 15: het is een tekortkoming dat Chemours niet rapporteert over de PFAS-uitstoot naar de lucht en in het water. Conclusies en advies 1. De gemeenten geven op basis van het voorgaande het advies géén vergunningen te verlenen voor de lozing van de stoffen DFA, PFPrA en TFPrA. Het ingenomen water is bovenstrooms van Chemours al zodanig met PFAS verontreinigd, dat gezondheidsnormen ruim worden overschreden. Elke toename als gevolg van deze lozingen door Chemours, specifiek TFA, DFA, PFPrA en TFPrA hoe klein ook, is daarom ongewenst. 2.

Mocht desalniettemin Chemours in de gelegenheid gesteld worden de gebreken in de aanvraag te herstellen, dan adviseren de gemeenten aan de vergunningen strikte voorwaarden te verbinden en deze vergunningen slechts voor beperkte tijd te verlenen. De gebreken zien op de volgende aspecten: • De voorliggende aanvraag is een nieuwe aanvraag van na 1 januari 2024 en dient in het kader van en conform de eisen van de Omgevingswet ingediend en beoordeeld te worden. • De aanvraag bevat geen houdbare risico inschatting voor inname van PFAS via drinkwater. Ook wordt niet vermeld, dat het om ZZS en potentiële ZZS gaat die de bevolking ook binnenkrijgt via drinkwater, voedingsmiddelen, en via de lucht. Chemours rapporteert niet over de PFAS-uitstoot naar de lucht en het water. • Onduidelijk is of Chemours wel alle relevante technieken heeft onderzocht. • Er dient niet geschrapt te worden in de ruimte in bestaande lozingsvergunningen. • Afvalstromen dienen (eerst) geoptimaliseerd te worden. • Chemours loost veel meer typen PFAS (circa 35) dan momenteel vergund. Deze situatie is niet vergund, mag niet worden gedoogd en dient zo snel mogelijk te worden opgeheven. Er dient een handhavingstraject te worden ingezet in verband met niet vergunde lozingen van PFAS. Deze brief is automatisch gegenereerd en daarom niet ondertekend.

Hoogachtend, Namens het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Dordrecht, Duco Hoogland, Clustermanager Stad Namens het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Papendrecht, Femke Bergmans, teamleider Grondzaken, Ruimtelijke Ontwikkeling en Vastgoed. Namens het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Molenlanden, Paul Platen, Adviseur Juridische Zaken Namens het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Sliedrecht, Marcel Bouman teammanager, ruimtelijke ontwikkeling en beleid

6/6

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/781/documents/36195