Gedragscode integriteit (feb 2022).pdf
Tekst van het document
Gedragscode integriteit voor raadsleden, commissieleden, wethouders en de burgemeester Waarom een gedragscode integriteit voor raadsleden, wethouders en de burgemeester? Met deze ‘Gedragscode integriteit’ willen wij raadsleden, wethouders en de burgemeester van Dordrecht houvast bieden bij het waarborgen van een transparant en integer bestuur. De code bevat kernbegrippen en gedragsregels die onze gedeelde normen en waarden weergeven. Zo maken we voor zowel de politieke ambtsdragers als de inwoners van Dordrecht duidelijk aan welke gedragsregels het bestuur van de stad zich houdt. Met het vastleggen van deze regels zorgen we er voor dat politieke ambtsdragers in vol vertrouwen kunnen functioneren. De gedragsregels die voor raadsleden gelden, gelden ook voor commissieleden (burgerraadsleden). Wettelijk kader Op grond van de artikelen 15, derde lid, 41c, tweede lid en 69, tweede lid van de Gemeentewet is de raad verplicht een gedragscode voor de raad, wethouders en burgemeester vast te stellen. De gedragscode is een uitwerking van de verschillende in de Gemeentewet opgenomen bepalingen over integriteit. De regels gelden in gelijke mate voor commissieleden. Hiermee wordt recht gedaan aan artikel 9, derde lid, van de Commissieverordening, dat beoogt aan commissieleden dezelfde eisen te stellen als aan raadsleden.
Een verwijzing naar de wetsartikelen die betrekking hebben op deze Gedragscode, is als bijlage bij deze uitgave opgenomen. (zie Bijlage 1: wettelijk kader). Opbouw van deze Gedragscode Raadsleden, wethouders en de burgemeester zijn gekozen of benoemd om het algemeen belang te dienen. Zij zijn er voor iedereen. Inwoners van Dordrecht zijn voor veel zaken afhankelijk van de gemeente. Het gemeentebestuur moet integer met die verantwoordelijkheid omgaan. Inwoners mogen een raadslid, wethouder en de burgemeester aanspreken op alle normen en regels die u leest in deze Gedragscode integriteit. In de kern gaat het om: dienstbaarheid, functionaliteit, onafhankelijkheid, openheid, betrouwbaarheid en zorgvuldigheid, begrippen die worden toegelicht in onderdeel A. Toch zijn er ook enkele verschillen tussen leden van de raad en leden van het college van burgemeester en wethouders. Om die reden bestaat de gedragscode uit drie delen: Onderdeel A bevat de belangrijkste begrippen van bestuurlijke integriteit en geldt zowel voor raadsleden als wethouders en de burgemeester. Deze kernbegrippen vormen het uitgangspunt voor de gedragsregels in de onderdelen B en C. Gedragingen van politieke ambtsdragers moeten aan deze kernbegrippen getoetst kunnen worden. Onderdeel B bevat de gedragsregels voor raadsleden. Onderdeel C bevat de gedragsregels voor wethouders en de burgemeester.
Voor een belangrijk deel bevatten deze onderdelen dezelfde regels, met enkele afwijkingen die samenhangen met de verschillen in functies. Algemene bepalingen 1. Deze gedragscode geldt voor politieke ambtsdragers van de gemeente Dordrecht tenzij uit de tekst van een gedragsregel anders blijkt. 2. In geval waarin deze code niet voorziet of waarbij de toepassing ervan niet duidelijk is, vindt bespreking plaats in het Presidium. 3. De code is openbaar en via internet beschikbaar. 4. Politieke ambtsdragers ontvangen bij hun aantreden een exemplaar van de code. 5. Een politiek ambtsdrager is aanspreekbaar op de naleving van deze code.
Onderdeel A. Kernbegrippen van bestuurlijke integriteit
Het vertrouwen in de overheid staat of valt met de integriteit van de leden van het openbaar bestuur. In het handelen van het stadsbestuur staan de belangen van de gemeente en daarmee ook die van de inwoners van de gemeente centraal. Bestuurlijke integriteit houdt in dat de verantwoordelijkheid die met de functie samenhangt wordt aanvaard en dat er te allen tijde de bereidheid is om daarover verantwoording af te leggen. Raadsleden, wethouders en de burgemeester kunnen te allen tijde worden gevraagd verantwoording af te leggen, zowel intern aan collega-bestuurders of de gemeenteraad als extern aan organisaties en burgers voor wie bestuurders en volksvertegenwoordigers hun functie vervullen. Een aantal kernbegrippen is daarbij leidend en plaatst bestuurlijke integriteit in een breder perspectief: • Dienstbaarheid Het handelen van een bestuurder is altijd en volledig gericht op het belang van de gemeente en op de organisaties, burgers en ondernemers in die gemeente. • Functionaliteit Een bestuurder handelt vanuit de functie die hij/zij vervult in het bestuur. • Onafhankelijkheid Een bestuurder is onpartijdig; dat wil zeggen dat hij/zij het belang van de gemeente niet vermengd met oneigenlijke belangen en dat ook iedere schijn van zo'n vermenging wordt vermeden.
• Openheid Een bestuurder handelt transparant, opdat optimale verantwoording mogelijk is en de controlerende organen volledig inzicht hebben in het handelen van de bestuurder en zijn of haar beweegredenen daarbij. • Betrouwbaarheid Op een bestuurder moet men kunnen rekenen. Die houdt zich aan zijn afspraken. Kennis en informatie waarover hij/zij uit hoofde van zijn/haar functie beschikt, wendt hij/zij aan voor het doel waarvoor die zijn gegeven. • Zorgvuldigheid Een bestuurder handelt zodanig dat alle organisaties, burgers en ondernemers op gelijke wijze en met respect worden bejegend en dat belangen van partijen op correcte wijze worden afgewogen. Onderdeel B. Gedragscode voor raadsleden 1. Voorkomen van belangenverstrengeling 1.1 Een lid van de raad levert de griffier de informatie aan over de functies en nevenfuncties die openbaar gemaakt moeten worden bij aanvang van het raadslidmaatschap, dan wel binnen één maand na aanvaarding van de (neven)functie en geeft hem de wijzigingen door. 1.2 De informatie betreft in ieder geval de omschrijving van de (neven)functie, de organisatie waarvoor de (neven)functie wordt verricht, of het al dan niet een (neven)functie betreft uit hoofde van het raadslidmaatschap en of voor de (neven)functie wel of geen vergoeding wordt ontvangen. 1.3 De griffier legt hiervoor een register aan en beheert dit register.
Het register is openbaar en via internet beschikbaar 2. Bij privaat-publieke samenwerkingsrelaties voorkomt een lid van de raad (de schijn van) bevoordeling van ondernemers en instellingen in strijd met eerlijke concurrentieverhoudingen. 3. Indien de onafhankelijke oordeelsvorming van een raadslid over een onderwerp in het geding kan zijn, geeft hij/zij bij de besluitvorming daarover aan in hoeverre het onderwerp hem persoonlijk aangaat. 4. Een lid van de raad neemt geen geschenken, faciliteiten of diensten aan die zijn onafhankelijke positie als raadslid ten opzichte van de aanbieder ervan kan beïnvloeden. 5. Een lid van de raad die familie- of vriendschapsbetrekkingen of anders persoonlijke betrekkingen heeft met een aanbieder van diensten of zaken aan de gemeente neemt geen deel aan de besluitvorming over de betreffende opdracht. 6. Een raadslid vervult geen nevenfuncties die een risico vormen voor een integere invulling van zijn ambt.
7. Een lid van de raad behoudt geen inkomsten uit een nevenfunctie die hij of zij bekleedt uit hoofde van het raadslidmaatschap, tenzij dat op grond van de wet geheel of gedeeltelijk is toegestaan. De inkomsten komen ten goede aan de kas van de gemeente. Toelichting Regel 1 betreft een uitwerking van de wettelijke verplichting om nevenfuncties openbaar te maken. De informatie wordt neergelegd in een openbaar register. Het raadslid is verantwoordelijk voor de tijdige aanlevering van de informatie en voor de actualiteit daarvan. 2. Informatie 1. Een lid van de raad gaat zorgvuldig en correct om met informatie waarover hij uit hoofde van zijn/haar ambt beschikt. Hij verspreidt geen geheime of vertrouwelijk geachte informatie. Hij zorgt ervoor dat stukken met geheime gegevens veilig worden opgeborgen en dat computerbestanden beveiligd zijn. 2. Een lid van de raad houdt geen informatie achter, tenzij deze geheim is of vertrouwelijk kan worden geacht en het niet geven van informatie mogelijk wordt gemaakt op grond van artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur dan wel een daarvoor in de plaats komende wet. 3. Een lid van de raad maakt niet ten eigen bate of ten bate van zijn persoonlijke betrekkingen gebruik van in de uitoefening van het ambt verkregen informatie.
Toelichting Het is belangrijk de juiste maatregelen te treffen om te voorkomen dat onbevoegden vertrouwelijk geachte informatie en/of geheime gegevens kunnen bezitten, raadplegen of beschadigen. Daarbij moet in de digitale setting worden gedacht aan de beveiliging van de computer, smartphones e.d. met wachtwoorden en het niet onbeheerd achterlaten van USBsticks met vertrouwelijke/geheime informatie. 3. Geschenken, giften, faciliteiten en uitnodigingen 1. Een lid van de raad accepteert geen geschenken, faciliteiten of uitnodigingen indien zijn/haar onafhankelijke positie daardoor kan worden beïnvloed. In onderhandelingssituaties weigert hij door betrokken relaties aangeboden geschenken of andere voordelen. 2. Geschenken en giften die een raadslid uit hoofde van zijn/haar ambt ontvangt, worden gemeld aan het Presidium en geregistreerd. 3. Geschenken en giften die een raadslid uit hoofde van zijn functie ontvangt en die een geschatte waarde van meer dan € 50,- vertegenwoordigen zijn, indien zij niet worden teruggestuurd, eigendom van de gemeente. Er wordt een gemeentelijke bestemming voor gezocht. Geschenken en giften die een waarde van € 50,- of minder vertegenwoordigen worden wel gemeld maar kunnen worden behouden. 4. Geschenken en giften worden niet op het huisadres ontvangen.
Indien dit toch is gebeurd, meldt een raadslid dit aan de voorzitter van de raad waarvan hij/zij deel uit maakt, waarna een besluit over de bestemming van het geschenk wordt genomen in lijn met het derde lid. 5. Geschenken, giften, faciliteiten of uitnodigingen die worden aangeboden direct volgend op besluitvorming of afgeronde onderhandelingen moeten in het Presidium worden gemeld. 6. Excursies, evenementen en werkbezoeken op uitnodiging en rekening van derden worden alleen geaccepteerd wanneer deze functioneel zijn en in het belang van de gemeente plaatsvinden. 7. Aanbiedingen voor privéwerkzaamheden of kortingen op privégoederen die de schijn van omkoping wekken worden niet geaccepteerd. Toelichting In de gedragscode is het uitgangspunt dat geschenken, faciliteiten en diensten niet worden geaccepteerd als hiermee de onafhankelijke positie van het raadslid kan worden beïnvloed. Dat is in ieder geval aan de orde in onderhandelingssituaties. Is daarvan geen sprake dan kunnen om praktische redenen incidentele kleine geschenken (met een geschatte waarde van € 50 of minder) door het raadslid worden aanvaard, echter nooit op het huisadres. Dit is een in de praktijk ontstaan gebruikelijk richtbedrag maar is geen scherpe grens. Er zijn omstandigheden denkbaar waar elk geschenk, ongeacht de waarde, onacceptabel is. Duurdere geschenken worden in elk geval niet aanvaard.
Zij worden teruggestuurd of worden eigendom van de gemeente die zorgt voor een goede bestemming van het geschenk. In een openbaar register wordt opgenomen welke geschenken van meer dan € 50 de gemeente heeft aanvaard en welke bestemming daaraan is gegeven.
4. Bestuurlijke uitgaven en declaraties 1. Een lid van de raad declareert gemaakte kosten alleen als de hoogte en de functionaliteit ervan kunnen worden aangetoond. Een lid van de raad is terughoudend bij het in rekening brengen van uitgaven die zich op het grensvlak van privé en publiek bevinden. 2. Ter bepaling van de functionaliteit van bestuurlijke uitgaven worden de volgende criteria gehanteerd: - met de uitgave is het belang van de gemeente gediend; - de uitgave vloeit voort uit de functie. 3. Gebruik van voorzieningen en eigendommen van de gemeente ten eigen bate of ten bate van derden is, tenzij dit wettelijk is geregeld, niet toegestaan. 4. Een lid van de raad declareert geen kosten die al op andere wijze worden vergoed. 5. Gemaakte kosten worden binnen een maand gedeclareerd. Eventuele voorschotten worden voor zover mogelijk binnen een maand afgerekend. 6. In geval van twijfel over een declaratie, wordt deze voorgelegd aan de voorzitter van de raad. Zo nodig wordt de declaratie ter besluitvorming aan het Presidium voorgelegd. 7. een lid van de raad dat het voornemen heeft uit hoofde van zijn functie een buitenlandse reis (daaronder valt ook een reis naar de landen van het Koninkrijk in de Caraïben en de BESeilanden) te maken of is uitgenodigd voor een buitenlandse reis of werkbezoek op kosten van derden, heeft vooraf toestemming nodig van de raad.
Het gemeentelijk belang van de reis is doorslaggevend voor de besluitvorming. 8. Een lid van de raad meldt het voornemen tot een buitenlandse reis of een uitnodiging daartoe in het Presidium en verschaft daarbij informatie over het doel van de reis, de bijbehorende beleidsoverwegingen, de samenstelling van het gezelschap, de geraamde kosten en de wijze waarop van de reis verslag wordt gedaan. 9. Het meereizen van de partner van een lid van de raad naar en in het buitenland gebeurt op eigen kosten. 10. Het anderszins meereizen naar en in het buitenland van derden op kosten van de gemeente is niet toegestaan. Het meereizen van derden op eigen kosten is weliswaar niet verboden maar wordt in het algemeen ontraden. In ieder geval wordt dit bij de besluitvorming betrokken. 11. Het verlengen van een buitenlandse dienstreis voor privédoeleinden is slechts beperkt toegestaan en moet worden betrokken bij de besluitvorming. De extra reis- en verblijfkosten en de fiscale gevolgen komen volledig voor rekening van het raadslid. Toelichting Het gaat hier om excursies, evenementen en buitenlandse reizen die betrokkene als raadslid aanvaardt. Excursies, evenementen en buitenlandse reizen in de hoedanigheid van lid van een politieke partij vallen hier dus niet onder.
Ten aanzien van punt 3: Aan raadsleden worden de voorzieningen, vergoedingen en andere verstrekkingen in bruikleen geboden die een goed functioneren van de volksvertegenwoordigers mogelijk maken. Wat betreft de uitwerking van de principes van dit stelsel zou kunnen worden aangesloten bij de werkwijze in het Voorzieningenbesluit dat geldt voor ministers en staatssecretarissen: a. in beginsel worden voorzieningen en verstrekkingen in bruikleen ter beschikking gesteld; b. indien een voorziening of verstrekking niet in bruikleen ter beschikking kan worden gesteld, wordt de factuur direct ten laste van de begroting van het bestuursorgaan betaald; c. het vergoeden van voorzieningen en verstrekkingen achteraf door het indienen van declaraties, wordt tot een minimum beperkt; d. voorzieningen, verstrekkingen en declaraties worden maandelijks openbaar gemaakt op internet. Uitgangspunt is hier dat zo weinig mogelijk uitgaven door de volksvertegenwoordiger zelf worden gedaan via zijn of haar privérekening. Geldstromen tussen de rekening van het bestuursorgaan en de persoonlijke rekening van de volksvertegenwoordiger maken een zwaardere controle op de uitgaven noodzakelijk. Het raadslid zal zich nauwgezet moeten houden aan de regels en procedures die er met het oog hierop voor hem/haar gelden. 5. Meningsuitingen 1.
Een lid van de raad stelt de persoonlijke integriteit van leden van college, raad en ambtelijke organisatie niet onbewezen ter discussie. 2. Een lid van de raad draagt er zorg voor dat de toonzetting van de beweringen niet geschiedt in
persoonlijk grievende bewoordingen. 3. De privacy van raadsleden, wethouders en de burgemeester wordt in het debat gerespecteerd. 6. Onderlinge verhoudingen 1. Een lid van de raad geeft er in zijn optreden blijk van het college en de burgemeester te respecteren als bestuursorganen van de gemeente. Hij of zij is zorgvuldig, open en betrouwbaar in de omgang met het college en de burgemeester en heeft transparante werkrelaties met de burgemeester en de wethouders. 2. Een lid van de raad is zorgvuldig, open en betrouwbaar in de omgang met de ambtelijke organisatie. Hij of zij heeft transparante werkrelaties met alle medewerkers. Een lid van de raad respecteert de professionaliteit van de ambtenaren. 3. Een lid van de raad gedraagt zich in zijn uitingen als een goed werkgever naar de ambtelijke organisatie. 7. Handhaving van de Gedragscode integriteit 1. Onverminderd de voor ieder lid van de raad geldende plicht aangifte te doen van strafbare feiten die bestaan in of gepaard gaan met schendingen van de ambtsplicht of onrechtmatige toepassing van bevoegdheden, spreken raadsleden elkaar aan op het gedrag. 2. Wanneer ernstige vermoedens bestaan dat de wet of gedragscode geschonden wordt, kan de voorzitter van de raad een onderzoek instellen. 3.
De raad stelt een protocol op waarin de processtappen worden vastgelegd bij een vermoeden van integriteitsschending door een raadslid van de gemeente. 4. De voorzitter van de raad stelt de gedragscode en de naleving ervan één keer per jaar in de raad aan de orde. 5. De leden van de raad en het college ontvangen bij benoeming een exemplaar van de Gedragscode. Toelichting De gemeenteraad is het hoogste bestuursorgaan en als zodanig verantwoordelijk voor de inhoud van de Gedragscode en voor een eenduidige interpretatie daarvan. En voor wijziging/aanvulling daarvan bij leemtes of onduidelijkheden. De Gemeentewet verplicht de gemeenteraad om voor zichzelf en voor de bestuurders een gedragscode vast te stellen. Aanvullend op de wettelijke regels die gelden voor politieke ambtsdragers, bevat de Gedragscode een aantal materiële normen waaraan de politieke ambtsdragers zich committeren. De burgemeester heeft de wettelijke taak om de bestuurlijke integriteit van zijn of gemeente te bevorderen (Art. 170 lid 2 Gemeentewet). Hiermee is de verantwoordelijkheid voor de portefeuille ‘integriteit’ duidelijk belegd. De wettelijke bepalingen bieden de ruimte om naar gelang de situatie handelend op te treden, waarbij niet alleen gedacht moet worden aan het optreden bij incidenten.
Belangrijk onderdeel is ook de preventie: ervoor te zorgen dat integriteit en integriteitsbewustzijn in de bestuurlijke gremia besproken blijven en daarbij afspraken te maken over een regelmatige bespreking van het thema integriteit, bijvoorbeeld een of twee keer per jaar, zowel in de volksvertegenwoordiging als met het bestuur. Onderdeel C. Gedragscode voor wethouders en de burgemeester 1. Belangenverstrengeling en aanbesteding 1. Een lid van het college doet opgave van zijn financiële belangen in ondernemingen en organisaties waarmee de gemeente zakelijke betrekkingen onderhoudt. De opgave is openbaar en door derden te raadplegen via de website van de gemeente. 2. Bij privaat-publieke samenwerkingsrelaties voorkomt een lid van het college (de schijn van) bevoordeling in strijd met eerlijke concurrentieverhoudingen. 3. Indien de onafhankelijke oordeelsvorming van een collegelid over een onderwerp in het geding kan zijn, geeft hij bij de besluitvorming daarover aan in hoeverre het onderwerp hem persoonlijk aangaat.
4. Een lid van het college die familie- of vriendschapsbetrekkingen of anderszins persoonlijke betrekkingen heeft met een aanbieder van diensten of zaken aan de gemeente, onthoudt zich van deelname aan de besluitvorming over de betreffende opdracht. 5. Een lid van het college neemt van een aanbieder van diensten aan de gemeente geen faciliteiten of diensten aan die zijn onafhankelijke positie ten opzichte van de aanbieder kan beïnvloeden. 6. Een lid van het college handelt in de uitoefening van hun ambt niet zodanig dat hij of zij vooruitloopt op een functie na aftreden. 7. Een wethouder bespreekt het voornemen tot tussentijdse aanvaarding van een functie na aftreden met de burgemeester. 8. De burgemeester bespreekt de tussentijdse aanvaarding van een functie met de commissaris van de Koning. 9. Het college van burgemeester en wethouders sluit de burgemeester en wethouders gedurende een jaar na aftreden uit van het tegen beloning verrichten van werkzaamheden ten behoeve van de gemeente. 10. Een lid van het college draagt een afgetreden lid van het college niet eerder dan een jaar na aftreden voor als kandidaat voor benoeming tot commissaris dan wel bestuurslid van een verbonden partij. Toelichting In de punten 6,7, 8 en 9 is de zogenaamde draaideurconstructie geregeld. De draaideurconstructie geldt niet bij aanvaarding van het raadslidmaatschap.
Gedurende 1 jaar na aftreden is de uitsluiting geregeld van betaalde werkzaamheden ten behoeve van de gemeente en de uitsluiting van benoeming als commissaris of bestuurslid van een ‘verbonden partij’, ofwel, kort samengevat, van een organisatie waarin de gemeente een bestuurlijk en financieel belang heeft. Het begrip ‘verbonden partij’ is ontleend aan het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten. Daarin staat dat een verbonden partij een privaatrechtelijk of publiekrechtelijke organisatie is waarin de provincie of gemeente een bestuurlijk en een financieel belang heeft. En onder bestuurlijk belang wordt verstaan: zeggenschap, hetzij uit hoofde van vertegenwoordiging in het bestuur hetzij uit hoofde van stemrecht. Een financieel belang wordt gedefinieerd als een aan de betrokken organisatie ter beschikking gesteld bedrag dat niet die organisatie failliet gaat, dan wel het bedrag waarvoor aansprakelijkheid bestaat, indien de organisatie haar verplichtingen niet nakomt. Hiermee wordt mogelijke vriendjespolitiek voorkomen en het risico op verstrengeling van persoonlijke en functionele belangen vermeden. Wees extra voorzichtig als je oud-bestuurders/ bevriende relaties werft. Aanvaarding van een dienstbetrekking bij de voormalige gemeente, is niet uitgesloten.
Dat kan van belang zijn in het kader van de re-integratie van de voormalige bestuurder en ter voorkoming van uitkeringslasten voor de gemeente. Uiteraard dienen daarbij de regels van werving en selectie en aanstelling te gelden die er voor iedereen zijn die bij de gemeente gaat solliciteren. In het eerste jaar na aftreden kunnen in elk geval oud-bestuurders niet worden aangetrokken om tegen beloning activiteiten voor de eigen gemeente te verrichten. Na één jaar verdient het aanbeveling om bij opdrachtverlening de gebruikelijke aanbestedingsvereisten met meerdere offertes te hanteren als een voormalige bestuurder of een relatie van de huidige bestuurders meedingt naar een opdracht. Een afwegingskader voor selectie en benoemingen van externen kan behulpzaam zijn. Transparantie over de afwegingen die zijn gemaakt bij het aantrekken van externen is daarbij van wezenlijk belang. Punt 6 (vooruitlopen op een nieuwe functie na aftreden) geldt uiteraard evenzeer voor een functie bij de voormalige gemeente. 2. Nevenfuncties 1. Een lid van het college vervult geen nevenfuncties waarbij er strijdigheid is of kan zijn met het belang van de gemeente. 2.
Een lid van het college levert de gemeentesecretaris de informatie aan over de nevenfuncties die openbaar gemaakt moeten worden, bij aanvang van het ambt, dan wel binnen één maand na aanvaarding van de nevenfunctie en geven hem de wijzigingen daarin door.
3. De informatie betreft in ieder geval de omschrijving van de nevenfunctie, de organisatie voor wie de nevenfunctie wordt verricht, of het al dan niet een nevenfunctie uit hoofde van het ambt betreft, wat het (verwachte) tijdsbeslag is, of de nevenfunctie betaald of onbetaald is, dan wel – voor zover die openbaar gemaakt moeten worden – wat de inkomsten daaruit zijn. 4. De gemeentesecretaris legt hiervoor een register aan en beheert dit register. Het register is openbaar en via internet beschikbaar. 5. Een lid van het college dat een nevenfunctie wil vervullen anders dan uit hoofde van het ambt, bespreekt dit voornemen in het college. Een lid van het college behoudt geen inkomsten uit een nevenfunctie die hij of zij bekleedt uit hoofde van zijn/haar functie, tenzij dat op grond van de wet geheel of gedeeltelijk is toegestaan. De inkomsten komen ten goede aan de kas van de gemeente. Voor een voltijds bestuurder vindt verrekening plaats met inkomsten uit niet aan het ambt gebonden nevenfuncties. Wanneer gebruik wordt gemaakt van gemeentelijke faciliteiten, dienen de kosten hiervan door de organisatie waarvoor de nevenfunctie vervuld wordt vergoed te worden. Toelichting De bepalingen betreffen een uitwerking van de wettelijke verplichting om nevenfuncties openbaar te maken. De informatie wordt neergelegd in een openbaar register.
De ambtsdrager is zelf verantwoordelijk voor de tijdige aanlevering van de informatie en voor de actualiteit daarvan. Hoewel aan het ambt gerelateerde nevenfuncties (q.q.-functies) wettelijk niet openbaar gemaakt hoeven te worden, verdient het aanbeveling deze wel op te nemen in het overzicht van nevenfuncties. 3. Informatie 1. Een lid van het college gaat zorgvuldig en correct om met informatie waarover hij of zij uit hoofde van zijn/haar ambt beschikt. Hij/zij verspreidt geen geheime of vertrouwelijke informatie. Hij/zij zorgt ervoor dat stukken met geheime of vertrouwelijke gegevens veilig worden opgeborgen en dat computerbestanden beveiligd zijn. 2. Een lid van het college houdt geen informatie achter, tenzij deze geheim is of vertrouwelijk kan worden geacht. 3. Een lid van het college maakt niet ten eigen bate of ten bate van zijn persoonlijke betrekkingen gebruik van in de uitoefening van het ambt verkregen informatie. 4. Een collegelid gaat zorgvuldig om met de e-mail- en internetfaciliteiten alsmede met de sociale media van de gemeente. Toelichting Het is belangrijk de juiste maatregelen te treffen om te voorkomen dat onbevoegden vertrouwelijke en/of geheime gegevens kunnen bezitten, raadplegen of beschadigen. Daarbij moet in de digitale setting worden gedacht aan de beveiliging van de computer, smartphones e.d.
met wachtwoorden en het niet onbeheerd achterlaten van USB-sticks met vertrouwelijke/geheime informatie. 4. Geschenken, diensten en uitnodigingen 1. Een lid van het college accepteert geen geschenken, giften, faciliteiten of uitnodigingen indien zijn of haar onafhankelijke positie daardoor kan worden beïnvloed. In onderhandelingssituaties weigert hij/zij door betrokken relaties aangeboden geschenken of andere voordelen. 2. Geschenken en giften die een collegelid uit hoofde van zijn/haar ambt ontvangt, worden gemeld en geregistreerd. 3. Geschenken en giften die een collegelid uit hoofde van zijn/haar functie ontvangt en die een geschatte waarde van meer dan € 50,- vertegenwoordigen zijn eigendom van de gemeente. Er wordt een gemeentelijke bestemming voor gezocht. Geschenken en giften die een waarde van € 50,- of minder vertegenwoordigen worden wel gemeld maar kunnen worden behouden. 4. Geschenken en giften worden niet op het huisadres ontvangen. Indien dit toch is gebeurd, meldt een collegelid dit in het college, waarna een besluit over de bestemming van het geschenk wordt genomen in lijn met bovenstaand punt 3. 5. Geschenken, giften, faciliteiten of uitnodigingen die worden aangeboden direct volgend op besluitvorming of afgeronde onderhandelingen moeten in het college worden gemeld.
6. Excursies en werkbezoeken op uitnodiging en rekening van derden worden alleen geaccepteerd wanneer deze functioneel zijn en in het belang van de gemeente plaatsvinden. 7. Een lid van het college accepteert geen lunches, diners, recepties en andere uitnodigingen die door anderen betaald of georganiseerd worden, tenzij dat behoort tot de uitoefening van de functie en de aanwezigheid beschouwd kan worden als functioneel. 8. Aanbiedingen voor privéwerkzaamheden of kortingen op privégoederen worden niet geaccepteerd. Toelichting In de Gedragscode is uitgangspunt dat geschenken, faciliteiten en diensten niet worden geaccepteerd als hiermee de onafhankelijke positie van de bestuurder kan worden beïnvloed. Dat is in ieder geval aan de orde in onderhandelingssituaties. Is daarvan geen sprake dan kunnen om praktische redenen incidentele kleine geschenken (met een geschatte waarde van € 50 of minder) door de bestuurder worden aanvaard, echter nooit op het huisadres. Dit is een in de praktijk ontstaan gebruikelijk richtbedrag maar is geen scherpe grens. Er zijn omstandigheden denkbaar waar elk geschenk, ongeacht de waarde, onacceptabel is. Duurdere geschenken worden in elk geval niet aanvaard. Zij worden teruggestuurd of worden eigendom van de gemeente die zorgt voor een goede bestemming van het geschenk.
In een openbaar register wordt opgenomen welke geschenken van meer dan € 50 de provincie/de gemeente/het waterschap heeft aanvaard en welke bestemming daaraan is gegeven. Bovenstaande geldt ook voor werkbezoeken. Voor excursies en evenementen worden bedoeld excursies en evenementen die de betrokkene als burgemeester of wethouder aanvaard. Excursies en evenementen in de hoedanigheid van lid van een politieke partij vallen hier niet onder. Van belang is af te wegen hoe de motieven van de uitnodigende partij beoordeeld dienen te worden. Het mag er niet om gaan de onafhankelijke positie van de bestuurders te beïnvloeden. 5. Bestuurlijke uitgaven en declaraties 1. Een lid van het college declareert gemaakte kosten alleen als de hoogte en de functionaliteit ervan kunnen worden aangetoond. Een lid van het college is terughoudend bij het in rekening brengen van uitgaven die zich op het grensvlak van privé en publiek bevinden. 2. Ter bepaling van de functionaliteit van bestuurlijke uitgaven worden de volgende criteria gehanteerd: • Met de uitgave is het belang van de gemeente gediend; • De uitgave vloeit voort uit de functie. 3. Een lid van het college declareert geen kosten die al op andere wijze worden vergoed. 4. Gemaakte kosten worden binnen een maand gedeclareerd. Eventuele voorschotten worden voor zover mogelijk binnen een maand afgerekend. 5.
In geval van twijfel over een declaratie of over het correct gebruik van een creditcard door een collegelid, wordt deze voorgelegd aan de burgemeester. In geval van twijfel over een declaratie van de burgemeester, wordt deze voorgelegd aan het Presidium. Toelichting Aan bestuurders worden de voorzieningen, vergoedingen en andere verstrekkingen in bruikleen geboden die een goed functioneren van de bestuurders mogelijk maken. Wat betreft de uitwerking van de principes van dit stelsel zou kunnen worden aangesloten bij de werkwijze in het Voorzieningenbesluit dat geldt voor ministers en staatssecretarissen: a. in beginsel worden voorzieningen en verstrekkingen in bruikleen ter beschikking gesteld; b. indien een voorziening of verstrekking niet in bruikleen ter beschikking kan worden gesteld, wordt de factuur direct ten laste van de begroting van het bestuursorgaan betaald; c. het vergoeden van voorzieningen en verstrekkingen achteraf door het indienen van declaraties, wordt tot een minimum beperkt; d. voorzieningen, verstrekkingen en declaraties worden maandelijks openbaar gemaakt op internet.
Uitgangspunt is hier dat zo weinig mogelijk uitgaven door de bestuurder zelf worden gedaan via zijn of haar privérekening. Geldstromen tussen de rekening van het bestuursorgaan en de persoonlijke rekening van de bestuurder maken een zwaardere controle op de uitgaven noodzakelijk. Stelregel is dat privé gebruik van gemeentelijke voorzieningen niet is toegestaan, met uitzondering van die voorzieningen waarvoor de gemeente een specifieke regeling heeft die privégebruik van bedrijfsmiddelen reguleert. De bestuurder zal zich nauwgezet moeten houden aan de regels en procedures die er met het oog hierop voor hem/haar gelden. 6. Gebruik van de dienstauto Als het belang van de gemeente daarmee is gediend kan het college besluiten dat een lid van het college voor dienstreizen gebruik maakt van een dienstauto met chauffeur. Het gebruik van deze voorziening wordt centraal geregistreerd. Het college kan bepalen dat in bijzondere gevallen van de dienstauto gebruik kan worden gemaakt voor woon-werkverkeer of voor de uitoefening van nevenfuncties in relatie met het ambt. 7. Dienstreizen buitenland 1.
Een lid van het college dat het voornemen heeft een buitenlandse reis (daaronder valt ook een reis naar de landen van het koninkrijk in de Caraïben en de BES-eilanden) te maken of is uitgenodigd voor een buitenlandse reis of werkbezoek op kosten van derden, heeft vooraf toestemming nodig van het college. De raad wordt van het besluit op de hoogte gesteld. Het gemeentelijk belang van de reis is doorslaggevend voor de besluitvorming. 2. Een lid van het college dat het voornemen van een reis meldt, verschaft informatie over het doel van de reis, de bijbehorende beleidsoverwegingen, de samenstelling van het gezelschap, de geraamde kosten en de wijze waarop van de reis verslag wordt gedaan. 3. Uitnodigingen voor reizen, werkbezoeken en dergelijke op kosten van derden worden altijd besproken in het college en onder meer getoetst op het risico van belangenverstrengeling. Het gemeentelijk belang van de reis is doorslaggevend voor de besluitvorming. 4. Onder een buitenlandse reis wordt niet verstaan een dienstreis naar een Europese instelling. 5. Het ten laste van de gemeente meereizen van de partner van een lid van het college gebeurt op eigen kosten. 6. Het anderszins meereizen naar en in het buitenland van derden op kosten van de gemeente is niet toegestaan. Het meereizen van derden op eigen kosten is weliswaar niet verboden maar wordt in het algemeen ontraden.
In ieder geval wordt dit bij de besluitvorming betrokken. 7. Het verlengen van een buitenlandse dienstreis voor privédoeleinden is slechts beperkt toegestaan en moet worden betrokken bij de besluitvorming van het college. De extra reis- en verblijfkosten komen volledig voor rekening van het lid van het college als privé persoon. Toelichting Voor reizen naar het buitenland is het uitgangspunten de eigen verantwoordelijkheid, transparantie en bereidheid om verantwoording af te leggen. De beoordeling van de noodzaak van de buitenlandse dienstreis ligt bij burgemeester en wethouders. De bepalingen gelden niet voor de meer reguliere (buitenlandse) dienstreizen naar een Europese instelling. Voor dergelijke (buitenlandse) reizen vormen deze bepalingen wel een belangrijke richtsnoer. Buitenlandse reizen die worden gemaakt ten behoeve van de politieke partij zijn geen ‘dienstreizen’ en vallen dus niet onder deze richtlijnen. Deze komen bovendien niet ten laste van de gemeente. Waar het gaat om verlenging van dienstreizen kan worden aangesloten op hetgeen voor rijksambtenaren in de CAO-Rijk is afgesproken over verlengen van een buitenlandse dienstreis wegens privéomstandigheden. De verlenging bedraagt maximaal 72 uur, de meerkosten voor reis en verblijf zelf worden betaald en eventuele besparingen zijn voor de gemeente. Het
verlengen van uw dienstreis voor privédoeleinden aan het begin van uw dienstreis is niet toegestaan als u eerder dan noodzakelijk vertrekt om te herstellen van de reis of om te acclimatiseren aan de lokale omstandigheden. 8. Meningsuitingen 1. Een lid van het college stelt de persoonlijke integriteit van leden van college, raad en ambtelijke organisatie niet onbewezen ter discussie. 2. Een lid van het college draagt er zorg voor dat de toonzetting van de beweringen niet geschiedt in persoonlijk grievende bewoordingen. 3. De privacy van raadsleden, wethouders en de burgemeester wordt in het debat gerespecteerd. 9. Onderlinge verhoudingen 1. Een lid van het college respecteert de positie van de raad als hoogste bestuursorgaan en die van de individuele raadsleden als onderdeel daarvan. Zij zijn zorgvuldig, open en betrouwbaar in de omgang met de raad en zijn leden en hebben transparante werkrelaties met de raad. 2. Het college behandelt alle fracties als gelijkwaardig; alle fracties hebben recht op tegelijkertijd dezelfde informatie. 3. Een lid van het college is zorgvuldig, open en betrouwbaar in de omgang met de ambtelijke organisatie. Hij heeft transparante werkrelaties met alle medewerkers. Een lid van het college respecteert de professionaliteit van de ambtenaren. 10. Handhaving van de gedragscode 1.
Onverminderd de voor ieder lid van het college geldende plicht aangifte te doen van strafbare feiten die bestaan in of gepaard gaan met schendingen van de ambtsplicht of onrechtmatige toepassing van bevoegdheden, spreken collegeleden elkaar aan op het gedrag. 2. Wanneer ernstige vermoedens bestaan dat de wet of Gedragscode geschonden worden, kan de voorzitter van het college een onderzoek instellen. 3. De voorzitter van het college stelt de gedragscode en de naleving ervan één keer per jaar in het college aan de orde. 4. De leden van de raad en het college ontvangen bij benoeming een exemplaar van de Gedragscode. Toelichting De gemeenteraad is het hoogste bestuursorgaan en als zodanig verantwoordelijk voor de inhoud van de Gedragscode en voor een eenduidige interpretatie daarvan. En voor wijziging/aanvulling daarvan bij leemtes of onduidelijkheden. De Gemeentewet verplicht de gemeenteraad om voor zichzelf en voor de bestuurders een Gedragscode vast te stellen. Aanvullend op de wettelijke regels die gelden voor politieke ambtsdragers, bevat de Gedragscode een aantal materiële normen waaraan de politieke ambtsdragers zich committeren. De burgemeester heeft de wettelijke taak om de bestuurlijke integriteit van zijn of haar gemeente te bevorderen (Art. 170 lid 2 Gemeentewet). Hiermee is de verantwoordelijkheid voor de portefeuille ‘integriteit’ duidelijk belegd.
De wettelijke bepalingen bieden de ruimte om naar gelang de situatie handelend op te treden, waarbij niet alleen gedacht moet worden aan het optreden bij incidenten. Belangrijk onderdeel is ook de preventie: ervoor te zorgen dat integriteit en integriteitsbewustzijn in de bestuurlijke gremia besproken blijven en daarbij afspraken te maken over een regelmatige bespreking, bijvoorbeeld een of twee keer per jaar, van het thema integriteit, zowel met de volksvertegenwoordiging als binnen het bestuur. Bijlage 1: Wettelijk kader voor raadsleden Algemeen De Gemeenteraad stelt een gedragscode vast voor hun leden (artikel 15, derde lid,
Gemeentewet). Voorkomen van belangenverstrengeling Afleggen eed of belofte (artikel 14 Gemeentewet): Alvorens hun functie te kunnen uitoefenen leggen raadsleden in de vergadering, in handen van de voorzitter, de volgende eed (verklaring en belofte) af: “Ik zweer (verklaar) dat ik om tot raadslid benoemd te worden, rechtstreeks noch middellijk, onder welke naam of welk voorwendsel ook, enige gift of gunst heb gegeven of beloofd. Ik zweer (verklaar en beloof) dat ik, om iets in dit ambt te doen of te laten, rechtstreeks noch middellijk enig geschenk of enige belofte heb aangenomen of zal aannemen. Ik zweer(beloof) dat ik getrouw zal zijn aan de Grondwet, dat ik de wetten zal nakomen en dat ik mijn plichten als raadslid naar eer en geweten zal vervullen.” Persoonlijke belangen: • Een lid van een volksvertegenwoordiging neemt niet deel aan de stemming over - een aangelegenheid die hem rechtstreeks of middellijk persoonlijk aangaat of waarbij hij als vertegenwoordiger is betrokken; - de vaststelling of goedkeuring der rekening van een lichaam waaraan hij rekenplichtig is of tot welks bestuur hij hoort (artikel 28 Gemeentewet) • Het bestuursorgaan waakt ertegen dat tot het bestuursorgaan behorende of daarvoor werkzame personen die een persoonlijk belang bij een besluit hebben, de besluitvorming beïnvloeden (artikel 2:4, tweede lid, Algemene wet bestuursrecht).
Toekomstige ontwikkelingen met betrekking tot stemonthouding: • Artikel 28 wordt als volgt gewijzigd: 1. In het eerste lid wordt “de stemming” vervangen door “de beraadslaging en stemming”. 2. Onder vernummering van het tweede tot en met vierde lid tot derde tot en met vijfde lid wordt een lid ingevoegd, luidende: 2. Op de beraadslaging en stemming, bedoeld in het eerste lid, is artikel 2:4 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing. Incompatibiliteiten en nevenfuncties: • Verboden overeenkomsten /handelingen: volksvertegenwoordigers mogen in geschillen, waar de gemeente/ het gemeentebestuur partij is, niet als advocaat, adviseur of gemachtigde werkzaam zijn. Zij mogen bepaalde overeenkomsten, waar de gemeente bij betrokken is, niet rechtstreeks of middellijk aangaan. Van verboden overeenkomsten kan ontheffing worden verleend. (artikel 15, eerste en tweede lid, Gemeentewet). Op overtreding staat uiteindelijk de sanctie van schorsing en vervallenverklaring van het lidmaatschap van de volksvertegenwoordiging (artikelen X7, X7a en X8 Kieswet) • Onverenigbaarheid van functies: het zijn van volksvertegenwoordiger sluit het hebben van een aantal andere functies uit (artikel 13 Gemeentewet).
Dat leidt er uiteindelijk toe dat betrokkene ophoudt lid te zijn van de volksvertegenwoordiging (artikel X1 Kieswet) • Openbaarmaking nevenfuncties: volksvertegenwoordigers maken openbaar welke nevenfuncties zij vervullen. De lijst met nevenfuncties ligt ter inzage op het gemeentehuis (artikel 12 Gemeentewet). Informatieplicht Burgemeester en wethouders en elk van zijn leden zijn verplicht alle inlichtingen te geven die de volksvertegenwoordiging nodig heeft voor de uitoefening van zijn taak. Het betreft zowel een actieve als een passieve informatieplicht. Ook als individuele volksvertegenwoordigers informatie vragen zal die informatie aan de volksvertegenwoordiging moeten worden verstrekt. De informatie kan alleen worden geweigerd als die in strijd is met het openbaar belang (artikel 169 Gemeentewet) Geheimhouding - Een ieder die is betrokken bij de uitvoering van de taak van een bestuursorgaan en daarbij de beschikking krijgt over gegevens waarvan hij het vertrouwelijke karakter kent of redelijkerwijs moet vermoeden, en voor wie niet reeds uit hoofde van ambt, beroep of wettelijk voorschrift ter
zake van die gegevens een geheimhoudingsplicht geldt, is verplicht tot geheimhouding van die gegevens, behoudens voor zover enig wettelijk voorschrift hem tot mededeling verplicht of uit zijn taak de noodzaak tot mededeling voortvloeit (artikel 2:5 Algemene wet bestuursrecht). - Burgemeester en wethouders kunnen op grond van een belang, genoemd in artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur, geheimhouding opleggen. Ook burgemeester heeft die bevoegdheid. - De geheimhoudingsplicht moet worden bevestigd door de volksvertegenwoordiging, als het stukken betreft die met de volksvertegenwoordiging worden gedeeld. Ook gemeenteraad, dan wel (de voorzitter van) een commissie kan geheimhouding opleggen (artikelen 25, 55 en 86 Gemeentewet). - De geheimhouding duurt voort totdat deze wordt opgeheven door het orgaan dat de geheimhouding oplegde, of – indien het aan de volksvertegenwoordiging is overgelegd – de volksvertegenwoordiging de geheimhouding opheft. - Het schenden van de geheimhoudingsplicht is een misdrijf (artikel 272 Wetboek van Strafrecht). Geschenken, faciliteiten, diensten, excursies, evenementen en buitenlandse reizen op uitnodiging van derden De eed of belofte die het raadslid op grond van artikel 14 van de Gemeentewet moet afleggen heeft onder meer betrekking op het geven, aannemen of beloven van giften, gunsten of geschenken.
Zie voor de wetstekst inzake de eed of belofte het wettelijk kader bij ‘voorkoming van belangenverstrengeling’. Gebruik van voorzieningen van de gemeente Procedure van declaratie Er zijn voor raadsleden voorschriften opgenomen in de gemeentelijke verordening over de wijze van declaratie (inclusief het overleggen van bewijsstukken) van vooruit betaalde (zakelijke) kosten en over rechtstreekse facturering van (zakelijke) kosten. (Rechtspositieverordening raads- en commissieleden Gemeente Dordrecht) Bijlage 2: Wettelijk kader voor leden van het college Algemeen: De Gemeenteraad stelt een gedragscode vast voor de voorzitter en overige leden van het dagelijks bestuur (artikelen 41c, tweede lid, en 69, tweede lid, Gemeentewet) Voorkomen van belangenverstrengeling Afleggen eed of belofte (artikelen 41a en 65 Gemeentewet); alvorens zijn functie te kunnen uitoefenen legt de burgemeester/ de wethouder de volgende eed (verklaring en belofte) af: Ik zweer (verklaar) dat ik om tot het ambt benoemd te worden, rechtstreeks noch middellijk, onder welke naam of welk voorwendsel ook, enige gift of gunst heb gegeven of beloofd. Ik zweer (verklaar en beloof) dat ik, om iets in dit ambt te doen of te laten, rechtstreeks noch middellijk enig geschenk of enige belofte heb aangenomen of zal aannemen.
Ik zweer(beloof) dat ik getrouw zal zijn aan de Grondwet, dat ik de wetten zal nakomen en dat ik mijn plichten uit het ambt naar eer en geweten zal vervullen. Een bestuurder neemt niet deel aan de stemming over - een aangelegenheid die hem rechtstreeks of middellijk persoonlijk aangaat of waarbij hij als vertegenwoordiger is betrokken; - de vaststelling of goedkeuring der rekening van een lichaam waaraan hij rekenplichtig is of tot welks bestuur hij hoort (artikel 58 jo artikel 28 Gemeentewet) Het bestuursorgaan waakt ertegen dat tot het bestuursorgaan behorende of daarvoor werkzame personen die een persoonlijk belang bij een besluit hebben, de besluitvorming beïnvloeden (artikel 2:4, tweede lid, Algemene wet bestuursrecht).
Toekomstige ontwikkelingen met betrekking tot stemonthouding: Artikel 28 wordt als volgt gewijzigd: 1. In het eerste lid wordt “de stemming” vervangen door “de beraadslaging en stemming”. 2. Onder vernummering van het tweede tot en met vierde lid tot derde tot en met vijfde lid
wordt een lid ingevoegd, luidende: 2. Op de beraadslaging en stemming, bedoeld in het eerste lid, is artikel 2:4 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing. Incompatibiliteiten en nevenfuncties: Verboden overeenkomsten/handelingen: bestuurders mogen in geschillen, waar de (het) gemeente(bestuur) partij is, niet als advocaat, adviseur of gemachtigde werkzaam zijn. Zij mogen bepaalde overeenkomsten, waar de de gemeente bij betrokken is, niet rechtstreeks of middellijk aangaan. Van verboden overeenkomsten kan ontheffing worden verleend. (artikelen 41c, eerste lid, en 69, eerste lid, jo artikel 15, eerste en tweede lid, Gemeentewet). Onverenigbaarheid van functies: het zijn van een bestuurder sluit het hebben van een aantal andere functies uit (artikelen 36b en 68 Gemeentewet). Op overtreding van de incompatibiliteitenregeling staat uiteindelijk de sanctie van ontslag (artikelen 46, tweede lid, en 47 Gemeentewet) Vervulling nevenfuncties: voor bestuurders is bepaald dat zij geen nevenfuncties hebben die ongewenst zijn met het oog op een goede vervulling van hun ambt. Voor burgemeesters, commissarissen van de Koning en waterschapvoorzitters is daaraan toegevoegd dat zij evenmin nevenfuncties hebben die ongewenst zijn met het oog op de handhaving van hun onpartijdigheid en onafhankelijkheid of van het vertrouwen daarin.
Bestuurders melden het voornemen tot aanvaarding van de nevenfunctie aan de volksvertegenwoordiging. Voor de commissaris van de Koning, de burgemeester en de waterschapvoorzitter geldt deze meldverplichting niet voor ambtshalve nevenfuncties (artikelen 41b en 67) Openbaarmaking nevenfuncties: bestuurders maken openbaar welke nevenfuncties zij vervullen. Voor burgemeesters zijn ambtshalve nevenfuncties daarvan uitgezonderd. De lijst met nevenfuncties ligt ter inzage op het gemeentehuis (artikelen 41b en 67 Gemeentewet). Openbaarmaking inkomsten nevenfuncties: fulltime bestuurders maken hun inkomsten uit nevenfuncties openbaar; de opgave van neveninkomsten wordt ter inzage gelegd op het gemeentehuis, uiterlijk 1 april na het jaar waarin de inkomsten zijn genoten (artikelen 41b en 67 Gemeentewet) Verrekening inkomsten nevenfuncties: bestuurders mogen geen vergoedingen ontvangen voor ambtshalve nevenfuncties; die worden in de gemeentekas gestort. Voor fulltime bestuurders is geregeld dat de inkomsten uit andere nevenfuncties voor een deel worden verrekend, volgens dezelfde verrekenings-systematiek als voor leden van de Tweede Kamer (artikelen 44 en 66 Gemeentewet) Informatieplicht Burgemeester en wethouders zijn verplicht alle inlichtingen te geven die de volksvertegenwoordiging nodig heeft voor de uitoefening van zijn taak.
Het betreft zowel een actieve als een passieve informatieplicht. Ook als individuele volksvertegenwoordigers informatie vragen zal die informatie aan de volksvertegenwoordiging moeten worden verstrekt. De informatie kan alleen worden geweigerd als die in strijd is met het openbaar belang (artikelen 169 en 180 Gemeentewet). Geheimhouding - Een ieder die is betrokken bij de uitvoering van de taak van een bestuursorgaan en daarbij de beschikking krijgt over gegevens waarvan hij het vertrouwelijke karakter kent of redelijkerwijs moet vermoeden, en voor wie niet reeds uit hoofde van ambt, beroep of wettelijk voorschrift ter zake van die gegevens een geheimhoudingsplicht geldt, is verplicht tot geheimhouding van die gegevens, behoudens voor zover enig wettelijk voorschrift hem tot mededeling verplicht of uit zijn taak de noodzaak tot mededeling voortvloeit (artikel 2:5 Algemene wet bestuursrecht). - Het college van burgemeester en wethouders kunnen op grond van een belang, genoemd in artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur, geheimhouding opleggen. Ook de burgemeester heeft die bevoegdheid. - De geheimhoudingsplicht moet worden bevestigd door de volksvertegenwoordiging, als het stukken betreft die met de volksvertegenwoordiging worden gedeeld. Ook de gemeenteraad dan wel, (de voorzitter van) een commissie kan geheimhouding opleggen (artikelen 25, 55 en 86 Gemeentewet).
- De geheimhouding duurt voort totdat deze wordt opgeheven door het orgaan dat de geheimhouding oplegde, of – indien het aan de volksvertegenwoordiging is overgelegd – de
volksvertegenwoordiging de geheimhouding opheft. Het schenden van de geheimhoudingsplicht is een misdrijf (artikel 272 Wetboek van Strafrecht). Geschenken, faciliteiten, diensten, excursies, evenementen en andere uitnodigingen De eed of belofte die op grond van de artikelen 41a en 65 van de Gemeentewet moet worden afgelegd heeft onder meer betrekking op het geven, aannemen of beloven van giften, gunsten of geschenken. Zie voor de wetstekst inzake de eed of belofte het wettelijk kader onder het kopje ‘voorkoming van belangenverstrengeling’. Gebruik van voorzieningen Geen andere inkomsten Een bestuurder geniet geen andere vergoedingen ten laste van de gemeente dan die bij of krachtens de wet zijn toegestaan (artikelen 44 en 66 Gemeentewet) Procedure van declaratie Er zijn voor wethouders voorschriften opgenomen in de Verordening rechtspositie wethouders Dordrecht (inclusief het overleggen van bewijsstukken) van vooruit betaalde (zakelijke) kosten en over rechtstreekse facturering van (zakelijke) kosten bij de gemeente. Ook zijn in de gemeentelijke verordening voor wethouders voorschriften opgenomen over het (zakelijk) gebruik van een gemeentelijke creditcard. Buitenlandse dienstreis voor wethouders Als de wethouder in het gemeentelijk belang een reis buiten Nederland maakt, worden de in redelijkheid gemaakte noodzakelijke reis- en verblijfkosten vergoed.
Voor een reis in het gemeentelijk belang buiten Nederland, niet zijnde een reis naar een Europese instelling, is vooraf toestemming van burgemeester en wethouders vereist. De gemeenteraad kan aan deze toestemming voorwaarden verbinden.