Factsheet Straatintimidatie 2021 - OCD Onderzoek.pdf
Tekst van het document
Veilige stad Dordrecht STRAATINTIMIDATIE
Inhoud 1. Conclusies
De gemeente Dordrecht vindt het belangrijk om meer inzicht te krijgen in de omvang en vooral de aard van intimidatie op straat en op sociale media. De gemeente Dordrecht heeft hierbij speciale aandacht voor ervaringen van vrouwen, ouderen, mensen met een lichamelijke beperking, migranten/statushouders en jongeren. Het Onderzoekcentrum Drechtsteden uitkomsten van dit onderzoek bieden de Na 2 witregels tekstdeed over onderzoek. hele breedte.De Uitvullen en regelafstand 1,15. gemeente richting bij de aanpak van intimidatie op straat en op sociale media.
2. Ervaring met straatintimidatie 3. Vermijdingsgedrag 4. Maatregelen 5. Sociale media
Hoe is het gesteld met de ervaren veiligheid op straat en op sociale media van de Dordtse bevolking? In welke mate is (straat)intimidatie een issue in Dordrecht? Waar komt (straat)intimidatie voor, wat gebeurt er overkomt dit bepaalde doelgroepen mogelijk meer dan andere? U leest het in deze factsheet.
6. Doelgroepen Opzet Dit onderzoek bestaat uit een kwantitatief en een kwalitatief deel. Kwantitatief deel: digitale enquête Om aard en omvang van straatintimidatie in Dordrecht in kaart te brengen, hielden we in juli 2021 een digitale enquête onder ons Bewonerspanel Dordrecht. Dit is een digitaal panel van Dordtenaren van 18 jaar en ouder die met enige regelmaat een enquête voor ons invullen. De vragenlijst is door 960 panelleden ingevuld, een respons van 42%. De respons op de enquête hebben we herwogen naar stadsdeel en leeftijd, waardoor de resultaten over geheel Dordrecht representatief zijn voor alle Dordtenaren van 18 jaar en ouder. Resultaten op wijkniveau zijn indicatief van aard, omdat het aantal respondenten voor sommige wijken beperkt is. Deze enquête biedt inzicht in de ervaringen van de totale bevolking van Dordrecht én de doelgroepen vrouwen en ouderen. Kwalitatief deel: interviews en focusgroepgesprekken In het najaar van 2021 hebben we interviews en focusgroepgesprekken gehouden met inwoners van Dordrecht die tot de vooraf bepaalde specifieke doelgroepen van dit onderzoek behoorden. Tijdens de veldwerkperiode golden er beperkende coronamaatregelen die interviewen op locatie bemoeilijkten. De meeste interviews zijn daarom digitaal gehouden.
Een deel van de doelgroepen zijn echter onvoldoende digitaal vaardig en/of voelen zich niet comfortabel om digitaal over zo'n gevoelig onderwerp als 'straatintimidatie' te praten. Hierdoor hebben we minder interviews en focusgroepgesprekken gehouden dan we hadden gewild. De vier interviews/ focusgroepgesprekken die we hielden, bieden een indicatief beeld van de ervaringen van de doelgroepen 'inwoners met een migratieachtergrond/statushouders' en 'inwoners met een lichamelijke beperking' en bieden verdieping van de enquêteresultaten voor de doelgroep vrouwen. Factsheet De basis van deze factsheet wordt gevormd door de enquêteresultaten, die we voor de doelgroep vrouwen soms toelichten met verdiepende informatie uit de interviews. In het laatste hoofdstuk van deze factsheet zetten we voor alle vijf de onderscheiden doelgroepen de belangrijkste informatie op een rij, gebaseerd op de interviews/focusgroepgesprekken en – waar mogelijk – de enquêteresultaten.
1
Conclusies
Ervaring met straatintimidatie Eén derde van de Dordtenaren (34%) heeft de afgelopen 12 maanden weleens te maken gehad met straatintimidatie in hun woonplaats. Kijken we langer terug, dan heeft de helft van de Dordtenaren (51%) dit weleens meegemaakt. Vrouwen zijn aanzienlijk vaker slachtoffer van straatintimidatie dan mannen; bijna de helft van de vrouwen (46%) is dit de afgelopen 12 maanden weleens overkomen, tegenover één op de vijf mannen (21%). Ouderen (65+) zijn juist minder vaak slachtoffer van straatintimidatie (17%). Nastaren is de meest voorkomende vorm van straatintimidatie; één op de vijf Dordtenaren (21%) heeft dit de afgelopen 12 maanden meegemaakt. Ook een aanzienlijk deel van de Dordtenaren (16%) kreeg beledigende opmerkingen nageroepen. Daarnaast is er met name sprake van nafluiten (11%), nasissen (9%) en seksuele opmerkingen naroepen (8%). Maar ook achterna lopen (7%) en in het nauw drijven (5%) komt voor. Andere vormen van straatintimidatie zijn minder aan de orde. In figuur 1 ziet u het verschil in ervaring met straatintimidatie tussen mannen en vrouwen.
Figuur 1 Last van straatintimidatie gehad in de afgelopen 12 maanden, mannen versus vrouwen
Ter vergelijking Om de resultaten van dit onderzoek in Dordrecht iets meer te kunnen plaatsen, vergeleken we het met onderzoek dat in Rotterdam is uitgevoerd door de Erasmus Universiteit in 2020. Dat onderzoek is gehouden onder vrouwen van 18 – 45 jaar. Daaruit blijkt 84% van de Rotterdamse vrouwen (18 – 45 jaar) te maken had met seksueel getint gedrag.
33%
nastaren
10% 17% 16%
beledigingen naroepen
18%
nafluiten
3% 16%
nasissen
2% 14%
seksueel bejegenen
achternalopen in het nauw drijven
2% 9% 5%
mannen
4% 5%
om seksuele handeling vragen
1% 2%
betasten
1% 1%
bespugen
2% 1%
anders
vrouwen
6% 7%
0%
10%
20%
30%
40%
50%
Toelichting: geel omkaderde staven wijzen op een significant hogere score, paars omkaderde staven op een significant lagere score dan het totaalgemiddelde onder alle Dordtenaren.
2
Waar? Straatintimidatie overkomt slachtoffers verreweg het vaakst in de eigen buurt/wijk (67%). Op de tweede plaats staan winkelgebieden (32%). De helft van de inwoners van de Binnenstad en Oud-Krispijn hebben in de afgelopen 12 maanden te maken gehad met straatintimidatie; dit is duidelijk hoger dan het gemiddelde voor geheel Dordrecht (34%). Kijken we specifiek naar verschillende typen straatintimidatie dan hebben inwoners van de volgende wijken relatief vaak te maken met de volgende vormen van straatintimidatie:
inwoners Binnenstad: nafluiten, seksuele opmerkingen, bespugen; inwoners Noordflank: nastaren, nasissen, in het nauw drijven; inwoners Oud-Krispijn: nastaren, nasissen, achternalopen; seksuele opmerkingen, in het nauw drijven, om seksuele handelingen vragen; inwoners van Nieuw-Krispijn: in het nauw drijven inwoners Reeland: nastaren, nafluiten, seksuele opmerkingen, achternalopen, in het nauw drijven, betasten, inwoners van Wielwijk: nastaren.
Wanneer? De meeste gevallen van straatintimidatie gebeuren "gewoon" overdag of aan het begin van de avond. Het ligt voor de hand dat het tijdstip waarop mensen buiten komen hierbij meespeelt. Wie in de avond en nacht niet op straat is, kan daar niet worden lastig gevallen. Frequentie Ervaringen met straatintimidatie kunnen een eenmalige gebeurtenis zijn, maar (vooral) nastaren, nasissen, nafluiten en het naroepen van seksuele opmerkingen komen vaker voor; een kwart van de slachtoffers overkomt dit minimaal 1x per maand. Iets minder, maar toch nog voor één op de tien slachtoffers is dit het geval voor het krijgen van beledigende opmerkingen, achterna gelopen worden en in het nauw gedreven worden. Hoewel de ene vorm van straatintimidatie meer intimiderend overkomt dan de andere, is het zo dat alle vormen door vrijwel alle slachtoffers als intimiderend wordt ervaren, de ene vorm wat meer dan de andere. Ook de vormen van straatintimidatie die het meest frequent voorkomen (nastaren, nasissen, nafluiten), ervaart een aanzienlijk deel van de slachtoffers als (heel) intimiderend. Over het algemeen neemt het gevoel van intimidatie toe naarmate de dader dichter in de persoonlijke ruimte van het slachtoffer komt. Achternalopen is dus meer intimiderend en in het nauw drijven en betasten nog meer.
Maar wanneer je eerder ervaring hebt gehad met de meer intimiderende vormen van straatintimidatie, dan wordt nastaren, nasissen en nafluiten ook eng vanwege de onvoorspelbaarheid. Je weet niet of het daarbij blijft.
3
Jonge vrouwen aandachtsgroep Vrouwen krijgen vaker dan mannen te maken met straatintimidatie. Jónge vrouwen (18 – 35 jaar) krijgen er nóg meer mee te maken vrouwen boven de 35 jaar. We bieden u daarom hier de cijfers voor deze aandachtsgroep. Twee derde van de jonge vrouwen (66%) heeft de afgelopen 12 maanden te maken gehad met straatintimidatie in het algemeen. Zes op de tien jonge vrouwen kregen te maken met nastaren (56%), een kwart kreeg te maken met nafluiten (28%) en/of nasissen (27%); één op de vijf kreeg seksuele opmerkingen (20%); ook één op de vijf werd achterna gelopen (18%), één op de tien werd in het nauw gedreven (11%) en 5% werd betast.
Melding doen of niet? Over het algemeen wordt géén melding gedaan van straatintimidatie (87% deed dit niet). Degenen die wél melding deden, stapten hiervoor meestal naar de politie. Hoewel vrouwen vaker te maken krijgen met straatintimidatie dan mannen, doen meer mannen dan vrouwen melding bij de politie. De meest genoemde redenen om geen melding te doen, is dat zij verwachten dat er niks mee wordt gedaan en/of dat ze het incident niet ernstig genoeg vonden of dit soort ervaringen zijn gaan beschouwen als (vervelende) dingen die nou eenmaal gebeuren. Vermijdingsgedrag of gedragsaanpassing De kans op intimiderende/onveilige situaties leidt bij twee derde van de Dordtenaren ertoe dat zijn bepaalde situaties vermijden of hun gedrag aanpassen. Over het algemeen doen vrouwen dit meer dan mannen. De meest voorkomende vorm van gedragsaanpassing is het 's avonds vermijden van bepaalde plekken (52%). Daarnaast lopen drie op de tien Dordtenaren uit veiligheidsoverwegingen niet langs groepen en/of maken geen oogcontact met anderen. Een kwart van de vrouwen gaat in het donker niet over straat. Aanpak van straatintimidatie De helft van de Dordtenaren vindt dat straatintimidatie een probleem is dat aangepakt moet worden. Een kwart heeft hier echter geen mening over. Het onderwerp lijkt hiermee niet bij alle inwoners evenveel te leven.
De helft van de inwoners weet dan ook niet of er momenteel al genoeg gedaan wordt om straatintimidatie tegen te gaan. Desgevraagd blijkt een groot deel van de inwoners (78%) straatintimidatie wel ernstig genoeg te vinden om het strafbaar te willen maken. Al denkt "slechts" de helft dat boetes zullen helpen om het probleem te verminderen. Maatregelen die het meest bijdragen aan het veiligheidsgevoel op straat, betreffen met name goede verlichting; zowel straatverlichting als verlichting in parkeergarages. Ook een goed zicht op de omgeving, een schone straat en nabijheid van toezichthouders worden (heel) belangrijk gevonden.
4
2
Ervaring met straatintimidatie
Ervaring met straatintimidatie Eén derde van de Dordtenaren (34%) heeft de afgelopen 12 maanden weleens te maken gehad met straatintimidatie in hun woonplaats. Kijken we langer terug, dan heeft de helft van de Dordtenaren (51%) dit weleens meegemaakt. Vrouwen zijn vaker slachtoffer van straatintimidatie dan mannen; bijna de helft van de vrouwen (46%) is dit de afgelopen 12 maanden weleens overkomen, tegenover één op de vijf (22%) mannen. Ouderen (65+) zijn juist minder vaak slachtoffer van straatintimidatie (17%). Figuur 2 Ooit straatintimidatie ervaren? totaal
vrouwen
ouderen
17%
afgelopen 12 mnd
34%
32%
46%
49% langer geleden
14% 69%
nooit
23%
17%
Vrouwen jonger dan 35 jaar Onder jonge vrouwen komt straatintimidatie nog vaker voor. Twee derde van de jonge vrouwen (18 – 35 jaar) heeft hier de afgelopen 12 maanden weleens mee te maken gehad. Figuur 3 Last van straatintimidatie gehad in de afgelopen 12 maanden, vrouwen <35 jaar (n=36)
17% afgelopen 12 mnd langer geleden
17%
nooit 66%
Soort straatintimidatie Nastaren is de meest voorkomende vorm van straatintimidatie; één op de vijf Dordtenaren (21%) heeft dit de afgelopen 12 maanden meegemaakt. Ook een aanzienlijk deel van de Dordtenaren (16%) kreeg beledigende opmerkingen nageroepen. Daarnaast is er met name sprake van nafluiten (11%), nasissen (9%) en seksuele opmerkingen naroepen (8%). Maar ook achterna lopen (7%) en in het nauw drijven (5%) komen voor. Andere vormen van straatintimidatie zijn minder aan de orde (figuur 4).
5
Figuur 4 Last van straatintimidatie
nastaren
28%
beledigingen naroepen
25%
nafluiten
23%
nasissen
17%
seksueel bejegenen
15%
achternalopen
13%
in het nauw drijven
9%
betasten
5%
bespugen
5%
om seksuele handeling vragen
3%
anders
10% 0%
20%
afgelopen 12 maanden
40%
60%
80%
langer geleden
totaal
100%
Met nastaren, nafluiten, nasissen en naroepen van seksuele opmerkingen krijgen vrouwen meer te maken dan mannen (figuur 5). Zo heeft één derde van de vrouwen (33%) de afgelopen 12 maanden te maken gehad met nastaren, 18% met nafluiten, 16% met nasissen en 14% met seksuele opmerkingen. Er is geen vorm van straatintimidatie waar 65-plussers juist vaker dan gemiddeld mee te maken krijgen. Figuur 5
Last van straatintimidatie in de afgelopen 12 maanden, totaal en doel vrouwen
21%
nastaren
33%
beledigingen naroepen
16% 17%
nafluiten
11% 18%
nasissen
9% 16%
seksueel bejegenen
8% 14%
achternalopen
7% 9%
totaal vrouwen
5% 4%
in het nauw drijven om seksuele handeling vragen
1% 1%
betasten
1% 1%
bespugen
1% 2% 7% 6%
anders 0%
20%
40%
60%
80%
100%
Toelichting: geel omkaderde staven wijzen op een significant hogere score, paars omkaderde staven op een significant lagere score dan het totaalgemiddelde onder alle Dordtenaren.
6
Vrouwen jonger dan 35 jaar We zagen al dat straatintimidatie in het algemeen onder jonge vrouwen vaker voorkomt. Kijken we naar de verschillende vormen van straatintimidatie, dan blijken zeven van de tien vormen van straatintimidatie vaker voor te komen bij jonge vrouwen (18 – 35 jaar), dan gemiddeld bij alle vrouwen (jong en oud). Zes op de tien jonge vrouwen hadden de afgelopen 12 maanden te maken met nastaren (56%). Een kwart kreeg te maken met nafluiten (28%) en/of nasissen (27%); één op de vijf kreeg seksuele opmerkingen (20%); ook één op de vijf werd achterna gelopen (18%), één op de tien werd in het nauw gedreven (11%) en 5% werd betast. Figuur 6 Last van straatintimidatie gehad in de afgelopen 12 maanden, vrouwen <35 jaar (n=36)
56%
nastaren
beledigingen naroepen
33%
11% 17%
nafluiten
28% 18%
nasissen
27% 16% 20% 14%
seksueel bejegenen
achternalopen
in het nauw drijven om seksuele handeling vragen
18%
vrouwen <35 jaar
9%
vrouwen totaal
11% 4% 0% 1%
betasten
5% 1%
bespugen
4% 2%
anders
4% 6% 0%
20%
40%
60%
80%
100%
Toelichting: geel omkaderde staven wijzen op een significant hogere, paars omkaderde staven op een significant lagere score dan de gemiddelde totaalscore voor vrouwen.
Frequentie De verschillende vormen van straatintimidatie komen met verschillende frequentie voor. Een kwart van de slachtoffers heeft minimaal 1x per maand te maken met nastaren, nasissen, nafluiten en naroepen van seksuele opmerkingen. Hiermee ligt de frequentie van deze vormen het hoogst. Met beledigende opmerkingen, achternalopen en in het nauw drijven heeft ongeveer één op de tien slachtoffers minstens één keer per maand te maken.
7
Figuur 7 Frequentie straatintimidatie
nastaren 5% 11%
8%
nafluiten
13%
14%
nasissen
10%
17%
seksuele opmerkingen
7%
21%
beledigende opmerkingen
6%
in het nauw drijven
4%
56%
18%
43%
29%
51%
23%
31%
40%
49%
41%
21%
achternalopen
71% 37%
anders 5%
48%
27%
0%
27%
20%
elke dag
1x pw
41%
40% 1x pm
60%
paar keer
80%
100%
één keer
Toelichting: gepercenteerd op degenen die in de afgelopen 12 maanden met de betreffende vorm van straatintimidatie te maken kregen. Drie vormen van straatintimidatie zijn uit de figuur gelaten, vanwege een te klein aantal respondenten dat het had meegemaakt en de vraag kon invullen.
Straatintimidatie komt dus regelmatig voor in Dordrecht. Maar in welke mate is het een probleem voor de slachtoffers? Hoe ervaren slachtoffers deze gebeurtenissen? Hoewel de ene vorm van straatintimidatie meer intimiderend overkomt dan de andere, is het zo dat alle vormen door vrijwel alle slachtoffers als intimiderend worden ervaren. In het nauw drijven, betasten, om seksuele handelingen vragen, bespugen en achternalopen worden door een (grote) meerderheid als heel intimiderend ervaren. Drie van de vier meest voorkomende vormen van straatintimidatie – nastaren, nafluiten en nasissen – worden gelukkig het minst intimiderend ervaren. Maar toch geldt ook voor deze vormen van straatintimidatie dat een aanzienlijk deel van de slachtoffers het als (heel) intimiderend ervaart, namelijk voor zes op de tien slachtoffers van nasissen, een derde van de slachtoffers van nafluiten en een kwart van de slachtoffers van nastaren. Het roepen van beledigende opmerkingen staat ook in de rij van de vier meest voorkomende vormen en dit wordt door maar liefst zeven op de tien slachtoffers (71%) als (heel) intimiderend ervaren (figuur 8). Figuur 8 Mate van intimidatie
in nauw drijven
85%
12%
betasten
78%
4% 7%
om seks.handeling vragen
75%
bespugen
67%
achternalopen
65%
seksueel bejegenen
36%
beledigen 14%
nafluiten
9%
nastaren
8%
0% heel intimiderend
41%
20% intimiderend
6%
27%
10%
21% 32%
19%
27%
20%
44% 26%
8% 20%
34%
53%
40%
14% 4%
30%
27%
30%
nasissen
7%
21%
60%
beetje intimiderend
80%
100%
niet intimiderend
Toelichting: gepercenteerd op degenen die de betreffende vorm van straatintimidatie ooit hebben meegemaakt.
8
Vrouwen jonger dan 35 jaar De doelgroep die het meest te maken heeft met straatintimidatie, vinden het over het algemeen ook (heel) intimiderend. De vormen betasten, achternalopen, seksueel bejegenen en nafluiten vinden jonge vrouwen nog eens meer intimiderend dan vrouwen ouder dan 35 jaar. Figuur 9 Mate van intimidatie, vrouwen <35 jaar (n=36)
betasten
100%
in nauw drijven
98%
bespugen
88%
12%
achternalopen
85%
9% 6%
om seks.handeling vragen
78%
beledigen
54%
seksueel bejegenen
34%
49%
nafluiten
14%
nasissen
10%
0%
11%
30%
25%
21%
29%
48%
nastaren 5% 11%
heel intimiderend
22%
32% 23%
19%
57% 20%
intimiderend
40%
27% 60%
beetje intimiderend
80%
100%
niet intimiderend
De doelgroep die het meest te maken heeft met straatintimidatie, de jonge vrouwen, ervaren het over het algemeen ook meer intimiderend dan gemiddeld. Alleen voor Nastaren, nasissen en nasissen nafluiten en worden als minder intimiderend de andere nastaren, nafluiten, om sekusele handelingen vragenervaren geldt ditals niet. vormen van straatintimidatie. Echter, in het focusgroepgesprek met vrouwen komt naar voren dat ook deze vormen heel intimiderend kunnen zijn. Over het algemeen neemt het gevoel van intimidatie toe naarmate de dader dichter in de persoonlijke ruimte komt. Achternalopen is dus meer intimiderend en in het nauw drijven en betasten nog meer. Maar wanneer je eerder ervaring hebt gehad met de meer intimiderende vormen van straatintimidatie, dan wordt nastaren, nasissen en nafluiten ook eng vanwege de onvoorspelbaarheid. Je weet niet of het daarbij blijft of dat de dader echt lastig gaat doen. "Je bent dan meteen bang en op je hoede." Zo maakt een jonge vrouw regelmatig mee dat mannen opmerkingen roepen en haar achterna gaan lopen als ze niet op de opmerkingen reageert. Waar? De eigen buurt/wijk is de belangrijkste plaats waar inwoners te maken krijgen met straatintimidatie. Op afstand staan winkelgebieden op de tweede plaats en drukke wegen/pleinen op de derde plaats.
9
Figuur 10
Plaats straatintimidatie
eigen buurt/wijk
67%
winkelgebied
33%
drukke weg/plein
20%
ergens anders
14%
park/natuurgebied
14%
uitgaansgelegenheid
11%
bushalte/treinstation
9%
tunnel
8%
rondom sportpark/-vereniging
7%
openbaar gebouw
5%
openbaar vervoer
4%
op sportpark/-vereniging
3%
parkeergarage
2% 0%
20%
40%
60%
80%
100%
Toelichting: gepercenteerd op degenen die in de afgelopen 12 maanden met straatintimidatie te maken kregen.
De helft van de inwoners van de Binnenstad en Oud-Krispijn hebben in de afgelopen 12 maanden te maken gehad met straatintimidatie; dit is duidelijk hoger dan het gemiddelde voor geheel Dordrecht (34%). Kijken we specifiek naar verschillende typen straatintimidatie dan komen hebben inwoners van de volgende wijken relatief vaak te maken met de volgende vormen van straatintimidatie: Inwoners Binnenstad: nafluiten, seksuele opmerkingen, bespugen; Inwoners Noordflank: nastaren, nasissen, in het nauw drijven; Inwoners Oud-Krispijn: nastaren, nasissen, achternalopen; seksuele opmerkingen, in het nauw drijven, om seksuele handelingen vragen; Inwoners van Nieuw-Krispijn: in het nauw drijven Inwoners Reeland: nastaren, nafluiten, seksuele opmerkingen, achternalopen, in het nauw drijven, betasten, Inwoners van Wielwijk: nastaren,
Wanneer? De meeste gevallen van straatintimidatie gebeuren "gewoon" overdag of aan het begin van de avond. Het ligt voor de hand dat het tijdstip waarop mensen buiten komen hierbij meespeelt. Wie in de avond en nacht niet op straat is, kan daar niet worden lastig gevallen. Figuur 11
Tijdstip overdag
66%
begin avond
62%
avond
30%
nacht
5% 0%
20%
40%
60%
80%
100%
Toelichting: gepercenteerd op degenen die in de afgelopen 12 maanden met straatintimidatie te maken kregen.
10
Daderinformatie Wat weten we over de daders van straatintimidatie? Daders zijn over het algemeen mannen/jongens die zowel individueel als in groepen mensen lastig vallen met straatintimidatie. In een enkel geval gaat het om een gemengde groep van jongens en meisjes (of mannen en vrouwen). Figuur 12
Daders
groep mannen/ jongens
66%
man/ jongen
64%
vrouw/ meisje
6%
groep vrouwen/ meisjes
6%
gemengde groep
14% 0%
20%
40%
60%
80%
100%
Toelichting: gepercenteerd op degenen die in de afgelopen 12 maanden met straatintimidatie te maken kregen.
De daders van straatintimidatie zijn vrijwel altijd onbekenden van de slachtoffers. Slechts 2% van de slachtoffers werd geïntimideerd door een bekende. Echter, bij ouderen ligt dit aandeel iets hoger; daar betrof het bij 12% van de slachtoffers een bekende. Figuur 13
Bekende daders? totaal
vrouwen 2%
ouderen 2% 12%
ja
nee 98%
88%
98%
Toelichting: gepercenteerd op degenen die in de afgelopen 12 maanden met straatintimidatie te maken kregen.
Melding doen of niet? Over het algemeen wordt géén melding gedaan van straatintimidatie (87% deed dit niet). Degenen die wél melding deden, stapten hiervoor meestal naar de politie. Meer mannen (18%) dan vrouwen (6%) deden melding bij de politie.
Figuur 14
Straatintimidatie gemeld nee
87%
ja, bij politie
10%
ja, bij RADAR
1%
ergens anders
3% 0%
20%
40%
60%
80%
100%
Toelichting: gepercenteerd op degenen die in de afgelopen 12 maanden met straatintimidatie te maken kregen.
11
Waarom doen slachtoffers van straatintimidatie meestal geen melding? De belangrijkste reden is dat zij verwachten dat het geen nut heeft, omdat er toch niks mee wordt gedaan. Een andere belangrijke reden is dat de slachtoffers het voorval niet ernstig genoeg vonden om melding van te doen en/of dit soort ervaringen soort van 'normaal' zijn gaan vinden in de zin van 'niet leuk, maar dit soort dingen gebeuren nou eenmaal'. Overigens blijkt dat 'melding doen' vaak wordt geassocieerd met 'aangifte doen'. Dat werkt remmend voor degenen die denken dat het incident daar niet ernstig genoeg voor is of degenen die geen gegevens over de dader weten. Een deel van de respondenten geeft ook expliciet aan niet op de hoogte te zijn van de mogelijkheid om melding te doen (tabel 1). Tabel 1 Redenen om geen melding te doen redenen Heeft geen nut/er wordt toch niks mee gedaan Vond het incident niet ernstig genoeg De daders zijn anoniem/geen gegevens van beschikbaar Wist niet dat je hier melding van kon doen Is te veel moeite Bang voor vergelding door de dader(s) Niet aan gedacht Eerdere ervaring(en) gehad dat instanties niks met meldingen/aangiften doen. overig
aantal keer genoemd 67 50 11 10 10 8 7 6 9
Toelichting: dit zijn antwoorden op een open vraag, gesteld aan degenen die in de afgelopen 12 maanden last hadden van straatintimidatie en daarvan géén melding deden.
De meeste slachtoffers hebben geen idee waarom zij eruit werden gepikt door de dader(s). Degenen die het wél denken te weten, geven aan dat zij geïntimideerd werden nadat zij de dader(s) hadden aangesproken op zijn/haar (onbeschofte) gedrag (vb. vuil op straat gooien) of als gevolg van een akkefietje in het verkeer (vb. elkaar niet genoeg ruimte gegeven op straat). Verder denken de slachtoffers dat daders het doen uit verveling/om stoer te doen. Een klein deel denkt dat het hen overkwam puur doordat zij vrouw zijn.
3
Vermijdingsgedrag
In hoeverre vertonen Dordtenaren vermijdingsgedrag of doen zij gedragsaanpassingen om mogelijk intimiderende en/of onveilige situaties te vermijden? En wat draagt bij aan ervaren veiligheid op straat? Voor één derde van de Dordtenaren is vermijdingsgedrag of gedragsaanpassing niet aan de orde (figuur 15). Twee derde (66%) houdt in zijn of haar gedrag dus op de een of andere manier wél rekening met het voorkomen/vermijden van intimiderende/onveilige situaties. Over het algemeen doen vrouwen (82%) dit meer dan gemiddeld en ouderen (51%) minder dan gemiddeld. De meest voorkomende vorm van gedragsaanpassing is het 's avonds vermijden van bepaalde plekken; 52% houdt hier rekening mee. De focusgroepgesprekken maakten duidelijk dat vrouwen ook overdag weleens plekken mijden waar vaak groepen mannen aanwezig zijn die vrouwen naroepen. Deze vrouwen maken de overweging "ga ik omlopen of niet?". Daarnaast lopen drie op de tien Dordtenaren uit veiligheidsoverwegingen niet langs groepen en/of maken geen oogcontact met anderen. Van de vrouwen gaat een kwart in het donker niet over straat. Eén op de vijf vrouwen voert op straat uit veiligheidsoverwegingen een gesprek op haar mobiele telefoon of doet alsof. Van een jonge vrouw die wekelijks wordt lastiggevallen hoorden wij dat ze met een groepje vriendinnen in contact is als zij mannen nadert die haar kunnen lastigvallen.
Ook houdt zij in dit soort situaties permanent contact met haar ouders via de telefoon of haar ouders lopen/fietsen haar tegemoet.
12
Figuur 15
Vermijdingsgedrag, totaal en doelgroep vrouwen
34%
nee
18% 52%
s avonds niet naar bepaalde plekken gaan
70%
niet langs groepen lopen
31% 37%
geen oogcontact maken
29% 39%
niet in donker over straat
15% 25% 12% 20%
(doe alsof) bellen
overdag niet naar bepaalde plekken gaan
11% 14%
gewone spullen mee ter verdediging (vb. sleutels, paraplu)
9% 13%
kleding aanpassen
8% 14%
doe dingen bewust niet (vb. hardlopen, skaten)
4% 5%
koptelefoon op
3% 5%
verhuizen
1% 3%
pepperspray of wapen mee
1% 1%
totaal vrouwen
5% 7%
anders 0%
20%
40%
60%
80%
100%
Toelichting: geel omkaderde staven wijzen op een significant hogere score, paars omkaderde staven op een significant lagere score dan het totaalgemiddelde onder alle Dordtenaren.
13
Vrouwen jonger dan 35 jaar Veel vrouwen doen aan vermijdingsgedrag (82%), maar jónge vrouwen doen dit zelfs vrijwel allemaal (98%). Vergeleken met vrouwen van 35 jaar en ouder vermijden jongere vrouwen bepaalde plekken 's avonds vaker, vermijden zij vaker oogcontact, bellen op straat vaker (of doen alsof), passen hun kleding vaker aan, nemen vaker gewone spullen mee ter verdediging en dragen vaker een koptelefoon om zich af te sluiten. Figuur 16 Vermijdingsgedrag, vrouwen <35 jaar (n=34)
nee
2% 18% 89%
s avonds niet naar bepaalde plekken gaan
70% 55%
geen oogcontact maken
39% 37%
niet langs groepen lopen
37% 35%
(doe alsof) bellen
20% 32%
niet in donker over straat
kleding aanpassen
25% 23%
vrouwen <35 jaar
14%
vrouwen totaal gewone spullen mee ter verdediging (vb. sleutels, paraplu) koptelefoon op
20% 13% 17%
5%
overdag niet naar bepaalde plekken 12% gaan 14% 5%
doe dingen bewust niet (vb. hardlopen, skaten)
5% 5%
verhuizen
pepperspray of wapen mee
3% 0% 1% 0%
20%
40%
60%
80%
100%
Toelichting: geel omkaderde staven wijzen op een significant hogere; paars omkaderde staven op een significant lagere score dan de gemiddelde totaalscore voor vrouwen.
Dit soort gedragsaanpassingen worden meestal uit voorzorg gedaan. Slechts één op de zes (17%) is hiermee pas begonnen na een ervaring van straatintimidatie te hebben meegemaakt (figuur 17).
14
Figuur 17
Deed dit al langer of pas sinds een ervaring met straatintimidatie 9% 8%
al langer pas sinds lastig gevallen sommige wel, andere niet
83%
Toelichting: gepercenteerd op degenen die vermijdingsgedrag vertonen en/of hun gedrag aanpassen uit veiligheidsoverwegingen.
4
Maatregelen
Aan een gevoel van veiligheid draagt goede verlichting het meest bij; zowel straatverlichting als verlichting in parkeergarages. Ook een goed zicht op de omgeving, een schone straat en nabijheid van toezichthouders worden (heel) belangrijk gevonden. Figuur 18
Belangrijk voor gevoel van veiligheid
straatverlichting
56%
38%
licht/camera parkeergarage
54%
40%
goed zicht op omgeving
34%
schone straat
33%
toezichhouders dichtbij
29%
camera's op straat
16%
(verkeers)drukte op straat
13%
winkels, horeca, scholen dichtbij
12%
anders
belangrijk
13%
45%
16% 6%
44%
22%
38%
28%
48%
35%
35%
20%
41%
neutraal
60%
8% 8% 12%
30% 40%
5%
12%
28%
44%
38% 0%
heel belangrijk
51%
22%
huizen met ramen op straat uitkijkend
5%
30% 80%
100%
(heel) onbelangrijk
Aanpak van straatintimidatie Hoe denken Dordtenaren over het probleem van straatintimidatie? Wat zou een goede aanpak kunnen zijn? En wordt er al genoeg gedaan om het probleem aan te pakken? De helft van de Dordtenaren vindt dat straatintimidatie een probleem is dat aangepakt moet worden. Een kwart heeft hier echter geen mening over. Het onderwerp lijkt hiermee niet bij alle inwoners evenveel te leven. De helft van de inwoners weet dan ook niet of er momenteel al genoeg gedaan wordt om straatintimidatie tegen te gaan. Wel vindt een groot deel van de inwoners (78%) straatintimidatie ernstig genoeg om strafbaar te moeten zijn. Daarnaast denkt de helft dat boetes zullen helpen om het probleem te verminderen. De groep die het meest met straatintimidatie heeft te maken, vrouwen jonger dan 35 jaar, zijn iets sceptischer over het nu van boetes (26% verwacht dat dit niet zal helpen, 44% denkt van wel). Verder verschilt de houding t.o.v. straatintimidatie niet noemenswaardig tussen de verschillende doelgroepen.
15
Figuur 19
Houding t.o.v. straatintimidatie
Straatintimidatie moet strafbaar worden.
78%
15%
Straatintimidatie is een probleem dat aangepakt moet worden.
51%
20%
Door boetes uit te delen zal straatintimidatie verminderen.
49%
22%
Er wordt al genoeg gedaan om 6% straatintimidatie aan te pakken. 0% (zeer) mee eens
neutraal
28%
17%
20%
40%
(zeer) mee oneens
24%
15%
14%
49%
60%
80%
100%
weet niet
In een open vraag in de enquête inventariseerden we wat er volgens inwoners gedaan moet worden om straatintimidatie aan te pakken. Het meest genoemd is 'meer (en betere) handhaving op straat'; meer aanwezigheid van politie en BOA's die vervolgens ook vaker ingrijpen wanneer zij straatintimidatie zien gebeuren. Op de tweede plaats noemen inwoners het zwaarder en sneller straffen van daders (lik-op-stuk-beleid). Ook geven veel inwoners aan dat er preventief meer aandacht moet komen voor straatintimidatie; bewustwording creëren zodat (potentiële) daders beseffen welke impact hun gedrag heeft en kinderen/jongeren normen en waarden bijbrengen via de opvoeding en via school, buurtwerk e.d. Deze preventieve aanpak van bewustwording en scholing werd ook in de focusgroepgesprekken genoemd als een belangrijke manier om straatintimidatie aan te pakken.
Tabel 2 Wat moet er gedaan worden om straatintimidatie aan te pakken? Genoemde manieren om straatintimidatie aan te pakken Meer (en betere) handhaving op straat (politie, BOA's) Zwaarder straffen (en sneller: lik-op-stuk-beleid) Onderwerp onder de aandacht brengen zodat daders doorkrijgen welke impact hun gedrag heeft (vb. via communicatiecampagne, met daders in gesprek gaan enz.) Ouders moeten hun kinderen beter opvoeden Kinderen normen en waarden bijbrengen via school, buurtwerk, jongerenwerk enz. Omgeving goed inrichten w.b. verlichting, geen donkere hoeken enz. Instanties (politie e.d.) moeten meldingen serieus nemen en actief oppakken Meer cameratoezicht Heropvoeden (niet nader gespecificeerd hoe en wat) Hanggroepen tegengaan Taakstraffen geven gericht op bewustwording/heropvoeding/verplichte hulp Meer sociale controle stimuleren Cultuurverschillen oplossen Toezicht/politie moet meer gezag uitstralen Aandacht voor zelfverdediging stimuleren Beter/meer informatie over waar en hoe je melding kan doen van straatintimidatie
47% 24% 15% 11% 11% 8% 6% 6% 5% 5% 5% 4% 3% 2% 2% 2%
Toelichting: dit zijn antwoorden op een open vraag; weergegeven in % van het aantal respondenten dat één of meerdere aanpakken voor straatintimidatie heeft gesuggereerd (n=532)
16
5
Sociale media
Niet alleen op straat kunnen mensen last hebben van intimidatie, maar ook op sociale media. In hoeverre speelt dit probleem en hoe ziet dit er uit? Een beperkte groep van 6% van de Dordtenaren van 18 jaar en ouder is de afgelopen 12 maanden weleens via sociale media geïntimideerd. Dit gebeurde vooral via Facebook (62%) en in wat mindere mate via Twitter (26%) en vrijwel altijd door onbekenden van de slachtoffers (94%). Die intimidatie gebeurde vrijwel altijd alléén op sociale media (96%) dus ging daarnaast niet door op straat of andere plekken. Het betreft met name uitschelden en uitgemaakt worden voor van alles en nog wat; daarnaast gaat het om bedreiging, smaad/laster, seksueel gerichte opmerkingen en afpersing (figuur 20 t/m 23). De doelgroep die het meest te maken heeft met straatintimidatie, de jonge vrouwen, hebben op sociale media niet vaker dan gemiddeld te maken met intimidatie. Het lijkt erop dat op sociale media juist de jonge mannen hier wat vaker mee te maken krijgen. Van onze mannelijke respondenten jonger dan 35 jaar hadden er twee op de tien (19%) de afgelopen 12 maanden wel eens mee te maken (deze responsgroep bestaat uit 18 respondenten, waardoor dit resultaat indicatief van aard is).
Figuur 20 Intimidatie op sociale media 9%
6%
ja nee heeft geen sociale media 85%
Figuur 21 Intimidatie op welke sociale media
62%
26%
15%
13%
YouTube
13%
Snapchat
6%
4%
0%
TikTok
0%
anders
13% 0%
20%
40%
60%
80%
100%
Toelichting: gepercenteerd op degenen die in de afgelopen 12 maanden op sociale media zijn geïntimideerd (n=40).
17
Figuur 22 Zijn daders intimidatie sociale media bekenden van de slachtoffers?
6%
ja nee
94% Toelichting: gepercenteerd op degenen die in de afgelopen 12 maanden op sociale media zijn geïntimideerd (n=40).
Figuur 23 Alleen geïntimideerd op sociale media of ook elders alleen op sociale media
96%
ook op straat
2%
ook op andere plekken (vb. school, werk, uitgaan)
4% 0%
20%
40%
60%
80%
100%
Toelichting: gepercenteerd op degenen die in de afgelopen 12 maanden op sociale media zijn geïntimideerd (n=40).
6
Inzicht in doelgroepen
Tot slot van deze factsheet zetten we voor specifieke doelgroepen op een rij welke informatie we hebben kunnen achterhalen over hun ervaringen met straatintimidatie. Vrouwen Uit de enquête bleek dat vrouwen duidelijk meer last van straatintimidatie hebben dan mannen. Vooral jonge vrouwen (<35 jaar) hebben er veel mee te maken. We interviewden vijf vrouwen ter verdieping van de enquêteresultaten. Hun verhalen bevestigden de enquête-uitkomsten en gaven een inkijkje in hoe straatintimidatie hun leven beïnvloedt. U heeft hier eerder in deze factsheet over kunnen lezen. Ouderen Uit de enquête bleek dat ouderen (65 jaar en ouder) minder dan gemiddeld te maken hebben met straatintimidatie in het algemeen. Met name nastaren, nasissen, nafluiten, achterna lopen en seksueel bejegenen overkomt hen relatief weinig. Er is geen enkele vorm van straatintimidatie waar ouderen vaker dan gemiddeld slachtoffer van worden. We hebben geen verdiepende interviews gehouden met ouderen. Inwoners met een migratie-achtergrond/statushouders Uit de enquête bleek dat mensen met een migratie-achtergrond niet vaker dan gemiddeld met straatintimidatie te maken krijgen. Ter aanvulling en verdieping van de enquêteresultaten hebben we geprobeerd om interviews te houden met deze doelgroep.
Via het platform 'Op d'recht Sociaal' kregen we de gelegenheid om te praten met drie vrouwen met een migratie-achtergrond die deelnemen aan het initiatief Wereldwijven. Deze vrouwen gaven aan dat straatintimidatie voor hen geen issue is. Zij voelen zich veilig als ze op straat lopen en hebben nauwelijks ervaring met straatintimidatie. Een enkele keer krijgen ze een beledigende opmerking, maar dat komt niet vaak voor, zij voelen zich er niet door geïntimideerd, trekken zich er weinig van aan en beschouwen deze incidentele opmerking af en toe als iets waar iedereen weleens mee te maken krijgt omdat er overal weleens eens rare mensen over straat lopen. Wel letten de vrouwen uit een automatisme goed op door 18
met een grote boog om groepen heen te lopen en komen twee van de drie vrouwen 's avonds niet op straat. Enig vermijdingsgedrag speelt dus ook bij deze groep vrouwen. Inwoners met een lichamelijke beperking Via de het platform Op d'recht Sociaal (platform voor sociaal ondernemerschap Drechtsteden), Zorgbelang Drechtsteden en de werkgroep Dordt Inclusief hebben we twee inwoners met een lichamelijke beperking kunnen interviewen. Dit geeft uiteraard geen representatief beeld over de hele groep, maar is indicatief zeer inzichtelijk. De (jong)gehandicapten die wij spraken zitten in een (elektrische) rolstoel en/of scootmobiel. Zij vertellen dat nastaren elke dag wel gebeurt. Degene in een scootmobiel ervaart daarnaast weinig andere vormen van straatintimidatie. Degene in een elektrische rolstoel krijgt echter met enige regelmaat te maken met mensen die in zijn persoonlijke ruimte komen door op zijn rolstoel te leunen (bijvoorbeeld voor het stoplicht) of zijn rolstoel (proberen te) verplaatsen als hij "in de weg staat" en dat mensen naast hem blijven staan/lopen om voor hem te bidden (ter genezing van zijn handicap). Incidenteel komt beledigen en schelden voor, met name in situaties waarin mensen "last hebben" van zijn rolstoel (bijvoorbeeld in het openbaar vervoer of als hij voor mensen in de weg staat). Mensen kunnen dan een kort lontje hebben.
Deze (jong)gehandicapte inwoner heeft gemerkt dat het goed is om melding te doen van intimiderend gedrag in situaties die zich daarvoor lenen. Dat betreft situaties waarbij er iets bekend is over de dader, zodat er gericht actie genomen kan worden. Zo heeft hij melding gedaan bij de NS en de busmaatschappij van incidenten van een scheldende NSmedewerker en buschauffeur. Beide bedrijven reageerden daar goed op door de betreffende medewerker(s) er op aan te spreken. Daarna is het nooit meer voorgekomen. Door op sociale media te berichten over incidenten die lastig te melden zijn (doordat er niks bekend is over de dader) creëert hij bewustwording bij een groot publiek. Jongeren 12 – 23 jaar Inzicht in ervaringen van deze doelgroep wordt geboden door de Dordtse Jongerenwerkorganisatie R-Newt. Deze jongerenwerkorganisatie doet momenteel onderzoek onder verschillende (groepen) jongeren en jongerenwerkers over (seksuele) intimidatie.
Het OCD streeft naar hoge kwaliteit van de informatie in deze factsheet. Heeft u nog suggesties of aanvullingen, laat het ons dan weten.
drs. I.A.C. Soffers, drs. E.L. Heering, W. van den Boogaard januari 2022 Postbus 619 3300 AP Dordrecht (078) 770 39 05 ocd@drechtsteden.nl www.onderzoekcentrumdrechtsteden.nl
19